Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2015-201621501-20 nr. 1074

21 501-20 Europese Raad

Nr. 1074 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 11 januari 2016

Bij brief van 17 december jl. verzocht de vaste Kamercommissie voor Europese Zaken om een brief betreffende de actuele stand van zaken inzake Turkije. Het verzoek was om in deze brief in elk geval in te gaan op de volgende drie aspecten: 1. Financiële afspraken en de invulling en uitvoering daarvan over de «refugee facilities»; 2. Afspraken en voortgang van het proces van visumliberalisatie; 3. Afspraken en stand van zaken inzake de hervestiging van vluchtelingen. In reactie op dit verzoek bericht ik u, mede namens de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking en de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, als volgt.

Turkey Refugee Facility

Op 25 november jl. presenteerde de Europese Commissie het besluit om een «Turkey Refugee Facility» op te richten. De faciliteit is een coördinatiemechanisme dat wordt opgezet om Turkije bij te staan in de opvang van vluchtelingen in Turkije en directe gevolgen van de instroom van vluchtelingen in Turkije. Doel van de faciliteit is het coördineren en stroomlijnen van bijdragen vanuit de EU-begroting en door lidstaten, teneinde te komen tot efficiënte en complementaire hulp aan vluchtelingen in Turkije en de gemeenschappen die hen opvangen.

De faciliteit heeft een omvang van € 3 miljard cumulatief over de jaren 2016 en 2017. De Europese Raad heeft in december aan Coreper gevraagd om de onderhandelingen over de mobilisering van de € 3 miljard voor de Turkey Refugee Facility snel af te ronden. Het Commissiebesluit bevatte een bijdrage van € 0,5 miljard uit de EU-begroting en het verzoek aan de lidstaten dit aan te vullen met € 2,5 miljard. De onderhandelingen in de Raad hebben er toe geleid dat er een hogere bijdrage uit de EU-begroting zal komen, naar verwachting € 1 miljard. De hogere bijdrage is conform de Nederlandse inzet. Dit bedrag wordt grotendeels ingepast in de EU-begroting voor 2017. Het voorstel voor de begroting van 2017 verschijnt naar verwachting medio 2016. U wordt hier te zijner tijd over geïnformeerd. De resterende € 2 miljard zal worden opgebracht door de lidstaten, waarbij de bilaterale bijdrage is bepaald op basis van de BNI-sleutel voor reguliere afdrachten. De nationale besluitvorming over de financieringsmodaliteiten van de Nederlandse bijdrage van ca. € 94 miljoen zal plaatsvinden bij de voorjaarsnota.

Zoals vermeld in de brief van 25 november jl. is de faciliteit opgericht ten behoeve van de opvang van vluchtelingen in Turkije en de directe gevolgen van de instroom in Turkije. De Commissie zal een overkoepelende, coördinerende rol spelen en toezien op de identificatie en allocatie van verschillende middelen, waarvoor de Commissie de eindverantwoordelijkheid draagt. De faciliteit zelf zal worden aangestuurd door een stuurgroep bestaande uit twee vertegenwoordigers van de Commissie en één vertegenwoordiger uit iedere lidstaat. Nederland heeft eerder aangegeven het belangrijk te vinden dat lidstaten kunnen meebeslissen over de besteding van de middelen. Turkije zal een adviserende rol krijgen in de stuurgroep, met name om te zorgen voor goede coördinatie van acties ter plaatse. De faciliteit zal, tot slot, prioriteit geven aan acties die zorgen voor onmiddellijke humanitaire hulp, maar richt zich ook op het langere termijn perspectief en de ontwikkeling voor vluchtelingen ter plaatse en de gemeenschappen om hen heen. Voor Nederland is het belangrijk dat het bouwen aan een toekomstperspectief voor vluchtelingen in de regio duidelijk aanwezig blijft in de aanpak van de EU.

Ten aanzien van de stuurgroep en de allocatie van middelen zal het kabinet er op inzetten dat, conform motie Voordewind1, goede projecten vanuit het maatschappelijk middenveld via de faciliteit worden ondersteund. Het kabinet wil evenwel voorkomen dat op voorhand bedragen worden geoormerkt.

De hierboven omschreven verwachte financiële uitkomst van de onderhandelingen in de Raad past bij de Nederlandse inzet zoals geformuleerd in de brief van 25 november jl. en zoals uitgesproken in diverse recente debatten. Verdere afspraken omtrent de faciliteit zijn nog in uitwerking. Het betreft hierbij met name de exacte juridische inpassing binnen de bestaande begrotingskaders. Het kabinet zal er hierbij op blijven inzetten dat sprake is van evenredige en afdwingbare bilaterale bijdragen van lidstaten, om het afgesproken totaalbedrag zeker te stellen.

Visumliberalisatie

Zoals ik u reeds meldde in het verslag van de EU-Turkije Top van 29 november jl.2, zal de Commissie begin maart 2016 een tweede voortgangsrapport over de Turkse implementatie van de «Roadmap towards a visa-free regime with Turkey» publiceren. Indien Turkije aan alle voorwaarden van de roadmap voldoet, inclusief de inwerkingtreding van de overnameovereenkomst, dan zou de Commissie in het najaar van 2016, tegelijkertijd met het derde voortgangsrapport, een voorstel aan de Raad kunnen doen om Turkije toe te voegen aan de lijst van landen wier burgers zonder visum naar het Schengengebied kunnen reizen. Zoals toegezegd tijdens het AO EU-Uitbreiding, zullen de voortgangsrapportages van de Commissie over het visumliberalisatietraject van Turkije aan de Kamer worden doorgeleid vergezeld van een appreciatie. Mocht de Commissie in het najaar van 2016 een voorstel doen om Turkije toe te voegen aan de lijst van landen waarvan de burgers zonder visum naar het Schengengebied kunnen reizen, dan zal uw Kamer volgens de gebruikelijke procedure en binnen de geldende termijnen over dit voorstel worden geïnformeerd.

Aanbeveling Europese Commissie inzake een humanitair toelatingsprogramma met Turkije

Op 15 december jl. heeft de Europese Commissie een aanbeveling gepresenteerd voor een vrijwillig, flexibel en voorwaardelijk humanitair toelatingsprogramma met Turkije. Een uitgebreide reactie op deze aanbeveling is opgenomen in de Kabinetsappreciatie op het gehele door de Commissie gepresenteerde pakket van 15 december jl. Deze aanbeveling wordt verder behandeld in de JBZ-raad. Uw Kamer zal op de gebruikelijke wijze, en in lijn met de motie Omtzigt/Keizer3, worden geïnformeerd over de voortgang van de verdere behandeling van deze aanbeveling.

De Minister van Buitenlandse Zaken, A.G. Koenders


X Noot
1

Kamerstuk 21 501-20, nr. 1060.

X Noot
2

Kamerstuk 21 501-20, nr. 1063.

X Noot
3

Kamerstuk 21 501-20, nr.v1071.