Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2015-201627625 nr. 350

27 625 Waterbeleid

Nr. 350 BRIEF VAN DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 26 mei 2016

Hierbij stuur ik u de rapportage de Staat van Ons Water1 over de voortgang in de uitvoering van het waterbeleid. Daarnaast informeer ik u over de uitvoering van de motie Van Veldhoven c.s. over de waterschapsbelasting (Kamerstuk 27 625, nr. 215). Ook is informatie opgenomen over de toepassing van de Watertoets. Dit naar aanleiding van mijn toezegging in het Wetgevingsoverleg Water van 17 november 2014 (Kamerstuk 34 000 J, nr. 23).

De Staat van Ons Water

De jaarlijkse voortgangsrapportage over het waterbeleid verscheen tot vorig jaar onder de titel Water in beeld. Zoals ik toen al heb aangekondigd gebeurt dit voortaan onder de naam de Staat van Ons Water (Kamerstuk 27 625, nr. 338). Op een vernieuwende manier via internet. De Staat van Ons Water is tot stand gekomen in nauwe samenwerking met de partners van het Bestuursakkoord Water: de Unie van Waterschappen, de Vereniging Nederlandse Gemeenten, het Interprovinciaal Overleg, de Vewin en het Rijk. Gerapporteerd wordt over de uitvoering van het Nationaal Waterplan (Kamerstuk 31 710/27 625, nr. 45), het Bestuursakkoord Water (Kamerstuk 27 625, nr. 190) en het uitvoeringsprogramma van de Beleidsnota Drinkwater (Kamerstuk 27 625, nr. 316). Ook wordt verslag gedaan over de voortgang van de uitvoering van de Europese richtlijnen over waterkwaliteit, overstromingsrisico’s en de mariene strategie.

De nieuwe rapportage wordt gepubliceerd op een website die mede door middel van infographics op een publieksvriendelijke manier informatie geeft over de belangrijkste thema’s uit het waterbeleid en de voortgang hierin. Door het opnemen van verwijzingen naar andere websites is bronmateriaal makkelijk toegankelijk. De website staatvanonswater.nl sluit aan op het communicatieprogramma Ons Water waarmee de gezamenlijke partners van het Bestuursakkoord Water de Nederlanders meer waterbewust willen maken. Behalve aan vergroting van waterbewustzijn draagt de nieuwe rapportagevorm bij aan een betere transparantie in de verantwoording. Voor uw Kamer is de verantwoording van het beleid ook in een document opgenomen. Dit document is bijgevoegd.

Watertoetsproces

In het Bestuursakkoord Water (2011)(Kamerstuk 27 625, nr. 190) is afgesproken dat het Rijk, de waterschappen, provincies en gemeenten bij ruimtelijke plannen (zoals een bestemmingsplan) een watertoetsproces doorlopen. Zij kijken daarbij samen wat het effect van de ruimtelijke plannen is op de waterhuishouding in een bepaald gebied. Door de watertoets uit te voeren, komen initiatiefnemers en waterbeheerders zo vroeg mogelijk met elkaar in gesprek. In 2015 heeft de Unie van Waterschappen naar aanleiding van mijn toezegging in het Wetgevingsoverleg Water van november 2014 (Kamerstuk 34 000 J, nr. 23) bij alle waterschappen onderzoek gedaan naar de watertoets in de praktijk. In de Staat van Ons Water treft u de uitkomst hiervan aan.

Motie Van Veldhoven c.s. over de waterschapsbelasting

De Tweede Kamer heeft de regering bij motie Van Veldhoven c.s. (Kamerstuk 27 625, nr. 215) verzocht er op toe te zien dat de waterschapsbelastingen zich slechts in lijn met de inflatie ontwikkelen en de Kamer tijdig te informeren indien de lasten in een waterschap met meer dan 5 procent jaarlijks dreigen te stijgen. Hierbij wordt voor het vijfde achtereenvolgende jaar uitvoering gegeven aan deze motie.

Onlangs heeft de Unie van Waterschappen (UvW) de publicatie Waterschapsbelastingen 2016 over de ontwikkeling van de waterschapsbelastingen uitgebracht. De UvW heeft deze ook aan uw Kamer aangeboden.

Uit genoemde publicatie blijkt opnieuw dat de waterschapsbelastingen, in het perspectief van de belastingen van de overige decentrale overheden, in de periode 2006–2016 relatief gezien het geringst zijn gestegen.

In het overzicht belastingdruk per waterschap is voor drie standaardprofielen de procentuele wijziging van de belastingdruk in elk waterschap ten opzichte van 2015 vermeld. Zoals is te zien blijven voor wat betreft de groep meerpersoonshuishouden met eigen woning 21 van de 22 waterschappen onder de 5% stijging; bij enkele waterschappen is sprake van een nominale daling.

Over het Hoogheemraadschap van Rijnland, die voor de groep meerpersoonshuishouden met eigen woning een lastendrukstijging in 2016 heeft van 5,5%, heb ik bij het betreffende waterschap navraag gedaan. Rijnland geeft aan dat de stijging van de totale lastendruk binnen de bandbreedte van 5%, namelijk 4,8% blijft. Voor de afzonderlijke tarieven en praktijksituaties kan dat hoger (of lager) zijn. Voor het standaardprofiel van een meerpersoonshuishouden met eigen woning van € 200.000 stijgt de waterschapsbelasting met € 16,50, ofwel met 5,5%. Na deze stijging valt Rijnland in absolute bedragen in de middelste categorie van de waterschappen. De stijging wordt vooral veroorzaakt door een stijging van de zuiveringsheffing. In 2015 kon Rijnland de stijging van deze heffing nog beperken door relatief veel uit de «reserve zuiveringsheffing» in te zetten (€ 9 mln).

Omdat er voor 2016 veel minder uit deze reserve ingezet kon worden (€ 2,3 mln), is nu sprake van een sterkere stijging. Daarnaast speelt mee dat Rijnland nu en in de komende jaren intensiever in het zuiveringsbeheer investeert, hierdoor nemen de kosten voor zuiveren toe.

Ik wil benadrukken dat het niet aan mij, maar aan de besturen van de waterschappen zelf is om de tarieven vast te stellen en te bepalen wat nodig en aanvaardbaar is. In het Bestuursakkoord Water hebben de waterschappen met de overige partijen (Rijk, provincies, gemeenten en drinkwaterbedrijven) afgesproken om op de lange termijn een doelmatigheidswinst na te streven en op deze wijze de lastenstijging voor de burger te beperken. In de Staat van Ons Water is te lezen dat op basis van de huidige inzichten het realiseren van de doelstellingen van gematigde lastenontwikkeling en een grotere efficiency in het waterbeheer goed op koers ligt.

De Minister van Infrastructuur en Milieu, M.H. Schultz van Haegen-Maas Geesteranus


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl.