Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2015-201631710 nr. 45

31 710 Deltaprogramma

27 625 Waterbeleid

Nr. 45 BRIEF VAN DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU EN STAATSSECRETARIS VAN ECONOMISCHE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 14 december 2015

Hierbij bied ik u, mede namens de Staatssecretaris van Economische Zaken, het Nationaal Waterplan 2016–2021 (NWP2) aan1. Dit plan vervangt het Nationaal Waterplan 2009–2015 inclusief alle tussentijdse wijzigingen.

Het NWP2 geeft het integrale kader voor het waterbeleid van het Rijk voor de komende zes jaar en geeft uitvoering aan de Europese richtlijnen voor waterkwaliteit, de mariene strategie en de overstromingsrisico’s. De Stroomgebiedbeheerplannen, het Programma van maatregelen mariene strategie, de Beleidsnota Noordzee en de Overstromingsrisicobeheerplannen maken onderdeel uit van het NWP2. De verschillende NWP2 onderdelen met bijbehorende mijlpalen en onderlinge relaties zijn samengevat in een routekaart die ik voorafgaand aan het Wetgevingsoverleg van 30 november naar uw Kamer heb gestuurd (Kamerstuk 31 710/27 625, nr. 44).

Tegelijk met het NWP2 heb ik het Beheer- en ontwikkelplan voor de rijkswateren 2016–2021 (Bprw) vastgesteld met daarin de operationele uitwerking van het NWP2 voor de rijkswateren: de rollen en taken van Rijkswaterstaat en de hoofdlijnen van het beheer en onderhoud. Het Bprw is te vinden op de website: www.rws.nl/bprw.

Het NWP2 geeft de hoofdlijnen, principes en richting van het nationale waterbeleid in de planperiode 2016–2021, met een vooruitblik richting 2050. Met dit NWP2 zet het kabinet een volgende ambitieuze stap in het robuust en toekomstgericht inrichten van ons watersysteem, gericht op een goede bescherming tegen overstromingen, het voorkomen van wateroverlast en droogte en het bereiken van een goede waterkwaliteit, een duurzaam beheer en goede milieutoestand van de Noordzee en een gezond ecosysteem als basis voor welzijn en welvaart. Hierbij streven we naar een integrale benadering, door economie (inclusief verdienvermogen), natuur, scheepvaart, landbouw, energie, wonen, recreatie en cultureel erfgoed zo veel mogelijk in samenhang met de wateropgaven te ontwikkelen. Het beleid en de maatregelen in dit Nationaal Waterplan dragen bij aan het vergroten van het waterbewustzijn in Nederland.

In deze definitieve versie van het NWP2 is de kabinetsreactie verwerkt op de ruim 50 zienswijzen die zijn ingediend op het ontwerp NWP2, dat ter inzage lag in de periode 23 december 2014 tot en met 22 juni 2015. Ook de kabinetreactie op het advies van de Commissie voor de milieueffectrapportage is verwerkt. Daarnaast is een aantal actualisaties doorgevoerd die de voortgang in de periode tussen het ontwerpplan en het definitieve plan weergeven. Ook zijn de uitkomsten verwerkt van het Algemeen Overleg met de Vaste Commissie voor Infrastructuur en Milieu op 24 juni 2015 waarin het ontwerp NWP2 is besproken. Dit betreft onder andere de Motie Jacobi (34 000J nummer 16) die oproept om de onderdelen waterkwaliteit en zoetwater in het plan integraal te behandelen. De beleidsimpuls op het gebied van waterkwaliteit richt zich op het versterken van de regie door de Stuurgroep Water, de gezamenlijke acties door overheden, bedrijven en maatschappelijke organisaties via de «Verklaring van Amersfoort» en het verder uitwerken daarvan in het Werkprogramma Schoon Water, dat als bijlage bij de brief voorafgaand aan het Wetgevingsoverleg van 30 november naar uw Kamer is gestuurd (Kamerstuk 31 710/27 625, nr. 44).

Tijdens het Algemeen Overleg met uw Vaste Commissie voor Infrastructuur en Milieu op 24 juni 2015 (Kamerstuk 31 710, nr. 43) heb ik toegezegd in december een brief te sturen inzake het wel of niet toestaan van het doorvaren van vissersschepen met een lengte tussen de 25 en 45 meter door windmolenparken. In de Beleidsnota Noordzee 2016–2021, die onderdeel uitmaakt van het NWP2, heb ik het beleid voor doorvaart en medegebruik in windparken op zee onder voorwaarden vastgesteld. Dit beleid wordt verder uitgewerkt in beleidsregels. Een van de voorwaarden is dat doorvaart wordt mogelijk gemaakt voor kleinere vaartuigen met een maximum lengte van 24 meter, onder voorwaarden die handhaafbaar zijn en leiden tot een acceptabel niveau van SAR-mogelijkheden.

Over de voortgang op de in het NWP2 genoemde mijlpalen wordt jaarlijks in mei gerapporteerd in de Staat van Ons Water. Over de uitvoering van de deltabeslissingen wordt in meer detail gerapporteerd in het jaarlijkse deltaprogramma, dat bij de begroting aan de Tweede Kamer wordt aangeboden. Over de voortgang van de grote projecten Ruimte voor de Rivier, Maaswerken en het Tweede Hoogwaterbeschermingsprogramma worden halfjaarlijkse voortgangsrapportages aan de Kamer aangeboden.

De Minister van Infrastructuur en Milieu, M.H. Schultz van Haegen-Maas Geesteranus


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl