Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2017-201826442 nr. 58

26 442 Legionella

Nr. 58 BRIEF VAN DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 16 november 2017

Zoals mijn voorganger heeft toegezegd tijdens het Algemeen Overleg Water van 21 juni jl. (Kamerstuk 27 625, nr. 405) informeer ik u hierbij over de stand van zaken rond legionellapreventie, in aanvulling op de brief hierover van 24 februari 2017 (Kamerstuk 34 297, nr. 4) en de antwoorden op de schriftelijke vragen van Kamerlid Laҫin (SP) (Aanhangsel Handelingen II 2016/17, nrs. 2499 en 2695).

Tijdens het Algemeen Overleg vroeg toenmalig Kamerlid Visser (VVD) naar de stand van zaken met betrekking tot de pilot om de regelgeving voor kleine overzichtelijke installaties te vereenvoudigen. Het RIVM heeft een deskstudie gedaan om de mogelijkheden daartoe in kaart te brengen. Het uitvoeren van zo’n pilot (waarbij door een aantal eigenaren van prioritaire leidingwaterinstallaties tijdelijk zou worden afgeweken van de wettelijke voorschriften) zou betekenen dat eerst de Drinkwaterwet zou moeten worden aangepast, wat een langdurig traject is.

De Gastvrijheidssector kon het RIVM-advies om eigenaren van kleinere installaties niet vrij te stellen van eisen maar deze eisen praktischer toepasbaar te maken, onderschrijven.

In het overleg over het concept-rapport (waarvan de definitieve versie bij brief van 24 februari aan u is toegezonden) kwam daarnaast naar voren dat de huidige praktijkhandleidingen (zoals ISSO 55-1) voldoende ruimte bieden om voor een eenvoudige leidingwaterinstallatie een eenvoudige risicoanalyse en beheersplan op te stellen. De Gastvrijheidssector constateerde daarom dat het niet nodig is hiervoor een apart document op te stellen.

Wel werd aanbevolen om bij de wijziging van BRL 6010 (beoordelingsrichtlijn voor legionella-adviseurs) expliciet aandacht te besteden aan hun verantwoordelijkheid om voor kleine eenvoudige installaties niet onnodig uitgebreide en ingewikkelde risicoanalyses en beheersplannen op te stellen. Aan deze aanbeveling wordt gevolg gegeven bij de lopende wijziging van deze beoordelingsrichtlijn, die naar verwachting in de loop van 2018 in werking zal treden.

Tegelijkertijd zal BRL 6010 ook op andere punten worden aangepast, met het doel om de kwaliteit van de opgestelde risicoanalyses en beheersplannen verder te verbeteren. Dit kwam ook als wens naar voren tijdens het Algemeen Overleg met uw Kamer. Zo is het de bedoeling dat er opleidings- en bijscholingseisen worden gesteld aan de adviseurs die deze documenten opstellen (momenteel zo’n 100 bedrijven). Ook zal de beoordelingsrichtlijn onder accreditatie worden gebracht. Dit houdt in dat de Raad van Accreditatie toezicht zal uitoefenen op de instellingen die de certificaten aan de adviseurs verstrekken en die hen periodiek daarop toetsen (momenteel Kiwa en Dekra).

Het RIVM gaf in haar advies aan dat het nodig was om de eigenaren van prioritaire leidingwaterinstallaties te helpen een goed geïnformeerde keuze te maken uit offertes van legionella-adviseurs, waarbij zij ook worden gewezen op de verantwoordelijkheden. ISSO heeft dit opgepakt en wil dit op digitale wijze een plek geven in een geheel vernieuwde versie van de website www.legionellavraagbaak.nl. De verwachting is dat dit in de loop van 2018 zal gebeuren.

Uit oogpunt van legionellapreventie is het voorkómen van ongewenste opwarming van leidingwater een voortdurend punt van aandacht. Hoewel in de installatiesector inmiddels veel kennis is ontwikkeld en vastgelegd om te komen tot legionellaveilige leidingwaterinstallaties in gebouwen, blijkt in de praktijk nog te vaak dat in het bouwkundig ontwerp onvoldoende is nagedacht over de randvoorwaarden om te komen tot een legionellaveilige leidingwaterinstallatie.

Daarom heeft het Ministerie van BZK in overleg met het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat opdracht gegeven om in het kader van de bouwregelgeving een zogeheten CUR-Aanbeveling op te stellen voor het legionellaveilig ontwerpen van gebouwen. CUR staat daarbij voor Civieltechnisch Centrum Uitvoering Research en Regelgeving. De betreffende aanbeveling (CUR-aanbeveling 120:2017) is in juni uitgebracht en te bestellen dan wel te downloaden via www.sbrcurnet.nl.

Deze CUR-Aanbeveling heeft als voornaamste doel om legionellaveilige leidingwaterinstallaties in gebouwen op een praktische en duidelijke manier mogelijk te maken. Daarbij is de publicatie erop gericht om aan te sluiten op de gangbare ontwerpmethodiek voor een gebouw. De beschreven voorbeelden hebben betrekking op veel voorkomende woningtypologieën voor grondgebonden geschakelde en vrijstaande woningen, maar ook voor verschillende typen appartementen. De CUR-Aanbeveling is echter niet uitsluitend gericht op woningbouw en ook goed toepasbaar op het ontwerp voor veel voorkomende utiliteitsgebouwen, zoals kantoorgebouwen, logiesgebouwen en bijeenkomstgebouwen.

Tot slot meld ik u dat ter uitvoering van eerdere toezeggingen onlangs een wijziging van de Regeling legionellapreventie in drinkwater en warm tapwater is gepubliceerd (Stcrt. 2017, nr. 51759). Daardoor wordt het mogelijk om bij toepassing van bepaalde alternatieve technieken de wekelijkse spoelfrequentie te verlagen indien dat uit oogpunt van bescherming van de volksgezondheid verantwoord is, wat kan leiden tot een besparing op water, energie en personeelskosten. Deze wijziging treedt op 1 januari 2018 in werking.

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat, C. van Nieuwenhuizen Wijbenga