Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 24 januari 2011
Naar aanleiding van het verzoek van de vaste commissie voor Economische Zaken, Landbouw en Innovatie van 13 januari 2011 (24036-378/2011D01470) geef ik in deze brief, mede namens de staatssecretaris van Financiën, een actuele stand van zaken over prijstransparantie
op de benzinemarkt. Ter voorbereiding van het Algemeen Overleg over de benzinemarkt, dat voor 2 februari a.s. staat geagendeerd,
ga ik tevens kort in op enkele ontwikkelingen die zich de afgelopen periode op de benzinemarkt hebben voorgedaan.
1. Onderzoek naar de hoogte en totstandkoming van de benzineprijzen
In de afgelopen jaren is de benzinemarkt op verschillende momenten in uw Kamer aan de orde geweest. Daarbij heeft de Kamer
zijn zorgen geuit over het functioneren van de Nederlandse benzinemarkt. Hierom heeft mijn voorgangster onderzoek laten uitvoeren
naar de hoogte en totstandkoming van de benzineprijzen. Uw Kamer is op 22 oktober 2009 over de resultaten van dit onderzoek
geïnformeerd.1
Uit het onderzoek is gebleken dat de Nederlandse benzinemarkt op de meeste plaatsen goed functioneert. De kale benzineprijs,
dat wil zeggen de benzineprijs exclusief belastingen, heffingen en accijnzen, blijkt in Nederland niet substantieel af te
wijken van de prijzen in omliggende landen. De geconstateerde verschillen zijn voor het grootste gedeelte te verklaren door
verschillen in onderliggende kostenfactoren.2 Een andere conclusie uit het onderzoek was dat op sommige plaatsen op het hoofdwegennet nog ruimte lijkt te bestaan voor verbetering van de concurrentie, met name in relatie tot het onderliggende wegennet.
Hierom is ingezet op een concurrentieverbetering via de sporen transparantie en toetreding.3
2. Prijstransparantie op de benzinemarkt
Een vergroting van de prijstransparantie op de markt voor consumenten kan leiden tot een toename in de concurrentie tussen
benzinestations. Hierom is bijvoorbeeld besloten op verzorgingsplaatsen langs rijkswegen prijspalen te plaatsen.4 Omdat weggebruikers echter steeds vaker brandstofprijzen kunnen en willen vergelijken met behulp van het internet en mobiele
applicaties, is voorts ook ingezet op een verbetering van de digitale informatievoorziening.5 Mijn voorgangster heeft hiertoe in eerste instantie een beroep gedaan op een vrijwillige transparantieverbetering in de sector.
Uw Kamer is op 6 juli 2010 geïnformeerd dat uit gesprekken met marktpartijen echter hiervoor onvoldoende bereidheid is gebleken.6
In mijn brief van 14 december 2010 heb ik aangegeven veel ontwikkelingen in de markt te zien waardoor weggebruikers steeds
vaker en gemakkelijker benzineprijzen van nabijgelegen stations kunnen vergelijken.7 Zo zijn er op diverse websites vergelijkingsdiensten beschikbaar met informatie over brandstofprijzen bij verschillende pompstations
in Nederland.8 Ook hebben weggebruikers steeds vaker de mogelijkheid om benzineprijzen van nabijgelegen stations te vergelijken op een navigatiesysteem.
Ten slotte heeft ook de opkomst van smartphones, en de mobiele applicaties die daarvoor worden aangeboden, voor een aanzienlijke
verbetering van de prijstransparantie op de benzinemarkt gezorgd. Deze ontwikkelingen zullen naar verwachting de komende jaren
een verdere vlucht nemen. Met het oog hierop heb ik in mijn brief van 14 december 2010 aangegeven een wettelijke verplichting
aan individuele pomphouders hun actuele benzineprijzen te publiceren niet wenselijk te achten, in verband met de administratieve
lasten en toezichtlasten die daarmee gepaard zouden gaan.
3. Biedboekinformatie
Naast prijstransparantie wordt ernaar gestreefd dat bij toekomstige veilingen van huurrechten van benzinestations aanvullende
informatie in het biedboek wordt opgenomen. Belangrijke randvoorwaarde hierbij is dat recht wordt gedaan aan de afspraken
die in het kader van de operatie Marktwerking, Deregulering en Wetgevingskwaliteit met de sector zijn gemaakt en zijn vastgelegd
in de Benzinewet en de onderliggende convenanten.9 In de kabinetsreactie op het evaluatierapport van de reguliere veilingen van huurrechten van benzinestations is aangegeven
dat het opnemen van aanvullende informatie in het biedboek wel tot de mogelijkheden behoort, alsook wenselijk is.10 Hiermee kan immers de informatievoorsprong van de zittende partij ten opzichte van de overige deelnemers aan de veiling worden
verkleind, opdat partijen een beter onderbouwd bod kunnen uitbrengen. In de brief van 14 december 2010 is aan uw Kamer medegedeeld
dat de staatssecretaris van Financiën om deze reden over zal gaan tot een wettelijke verplichting tot het beschikbaar stellen
van aanvullende informatie in het biedboek.
De minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie,
M. J. M. Verhagen