Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2010-201124036 nr. 378

24 036 Marktwerking, deregulering en wetgevingskwaliteit

Nr. 378 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN, LANDBOUW EN INNOVATIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 14 december 2010

Naar aanleiding van het verzoek van de vaste commissie voor Economische Zaken, Landbouw en Innovatie van 2 december 2010, ga ik in deze brief, mede namens de staatssecretaris van Financiën, in op de prijstransparantie op de Nederlandse benzinemarkt. Daarbij ga ik tevens in op de stand van zaken omtrent de informatievoorziening in het biedboek bij de veilingen van huurrechten van benzinestations.

1. Inleiding

Op 6 juli 2010 (kamerstuk 24 036, nr. 376) is uw Kamer geïnformeerd over de verschillende gesprekken die mijn voorgangster heeft gevoerd met marktpartijen, over verbeteringen in het aanbod van online prijsinformatie op de benzinemarkt.1 In deze brief is aangegeven dat uit deze gesprekken is gebleken dat bij particuliere tankstationhouders en oliemaatschappijen onvoldoende bereidheid bestaat om door middel van het publiceren van actuele, marktdekkende benzineprijzen vrijwillig te komen tot een verbetering van prijstransparantie op de benzinemarkt. Daarbij heeft mijn voorgangster aangegeven dat besluitvorming over nadere maatregelen vanuit de overheid, gericht op het verbeteren van prijstransparantie, overgelaten zou worden aan het nieuwe kabinet.

2. Prijstransparantie op de benzinemarkt

Voorafgaand aan dit beroep op de sector heeft nader onderzoek plaatsgevonden naar de hoogte en totstandkoming van benzineprijzen. Hierover is uw Kamer op 22 oktober 2009 geïnformeerd.2 De belangrijkste conclusie uit dit onderzoek was dat de Nederlandse benzinemarkt op de meeste plaatsen goed functioneert en dat verschillen in benzineprijzen met België, Frankrijk en Duitsland voor het grootste gedeelte te verklaren zijn door kostenverschillen. Dit beeld wordt bevestigd door recent onderzoek van de Europese Commissie.3 Hieruit blijkt dat de Nederlandse kale benzineprijs niet boven het Europese gemiddelde ligt. De beoogde transparantieverbetering zou vooral moeten zien op de beschikbaarheid van actuele benzineprijzen voor weggebruikers, opdat zij via mobiele applicaties kennis kunnen nemen bij welk benzinestation zij voor de laagste prijs kunnen tanken.

De afgelopen periode is gebleken dat prijsbewuste weggebruikers steeds vaker door middel van navigatiesystemen en mobiele applicaties benzineprijzen van nabijgelegen stations kunnen vergelijken. Met de verdere opkomst van navigatiesystemen en smartphones verwacht ik dat deze ontwikkelingen de komende jaren zullen doorzetten en een verdere vlucht zullen nemen. Voor vergelijkingsdiensten kan het op dit moment nog wel een knelpunt vormen dat onvoldoende actuele, marktdekkende informatie over benzineprijzen beschikbaar is, maar ook hier zijn ontwikkelingen duidelijk waarneembaar.

Nu is gebleken dat bij particuliere tankstationhouders en oliemaatschappijen onvoldoende bereidheid bestaat vrijwillig hun actuele prijzen te publiceren, zie ik als enige alternatieve maatregel om dit af te dwingen een wettelijke verplichting aan individuele pomphouders hun actuele benzineprijzen te publiceren. Dit vind ik een ingrijpend en zwaar middel. Een dergelijke verplichting zou leiden tot een substantiële toename in administratieve lasten, met name voor het midden- en kleinbedrijf. Ik vind dit niet goed passen bij het huidige kabinetsbeleid, waarin wordt ingezet op een afname van administratieve lasten voor ondernemers. Ook dient een effectieve wettelijke verplichting aan individuele pomphouders hun actuele benzineprijzen te publiceren gehandhaafd te worden. Dit zal leiden tot toezichtlasten voor de overheid. Met het oog op het bovenstaande acht ik het niet wenselijk op dit moment over te gaan tot een dergelijke wettelijke verplichting.

3. Meer informatie in het biedboek bij veiling huurrechten benzinestations

In het evaluatierapport over de benzineveiling uit 2008 wordt aanbevolen de informatie in het biedboek te verbeteren om partijen in staat te stellen een nog beter onderbouwd bod in de veiling uit te brengen.4 Deze aanbeveling is in lijn met de aangenomen motie Ten Hoopen en is overgenomen in het kabinetsstandpunt over de evaluatie.5,6 Vorig jaar is aan uw Kamer per brief aangegeven dat het kabinet bezig was om ervoor te zorgen dat bij toekomstige veilingen aanvullende informatie in het biedboek wordt opgenomen (te weten doorzet in liters per station, kaartliters en shopomzet), om zo potentiële bieders/nieuwe toetreders meer informatie te verschaffen waarop zij een bod kunnen baseren.2

Uit een consultatie met enkele zittende marktpartijen eerder dit jaar is gebleken dat deze partijen de aanvullende informatie in het biedboek niet nodig achten en dat zij deze informatie niet vrijwillig beschikbaar willen stellen. Zij beschouwen deze informatie als concurrentiegevoelig, hetgeen kan leiden tot juridische procedures. Daarnaast zouden met het aanleveren van deze informatie extra administratieve lasten gemoeid kunnen zijn.

De Nederlandse Mededingingsautoriteit heeft over het verstrekken van aanvullende biedboekinformatie advies uitgebracht en stelt dat er vanuit mededingingsrechtelijk oogpunt in principe geen bezwaar bestaat tegen opname van bovengenoemde informatie in het biedboek.8 In de visie van het kabinet nemen de administratieve lasten beperkt toe. Het gaat immers om een éénmalige uitvraag van bestaande gegevens voorafgaand aan de veiling van het desbetreffende station. De route met zo min mogelijk lasten voor betrokkenen – het vrijwillig beschikbaar stellen van deze informatie door zittende concessiehouders – is niet productief gebleken. De enige resterende optie is daarmee wetgeving.

Het kabinet is van oordeel dat het voordeel van meer transparantie in de veiling als gevolg van uitgebreidere biedboekinformatie opweegt tegen de nadelen voor zittende concessiehouders, en zal daarom maatregelen treffen om vrijgave van deze informatie af te dwingen. De verplichting tot het beschikbaar stellen van de betreffende biedboekinformatie kan alleen bestuursrechtelijk worden vormgegeven. Daartoe zal een wettelijke verplichting tot het verstrekken van bepaalde biedboekinformatie gehandhaafd worden met een last onder dwangsom of een bestuursrechtelijke boete. Daarbij dient de hoogte van de boete wel effectief te zijn, met andere woorden: niet voldoen aan de wettelijke plicht tot het verstrekken van informatie en het betalen van de boete zou niet lonend mogen zijn voor de overtreder. Middels deze maatregel wordt de informatievoorsprong van de zittende concessiehouder ten opzichte van de overige deelnemers aan de veiling verminderd. Dit resulteert in een nog efficiëntere veiling, waardoor de toetredingsmogelijkheden op de benzinemarkt worden bevorderd.

De minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie,

M. J. M. Verhagen


XNoot
1

Kamerstukken II 2009/10, 24 036, nr. 376.

XNoot
2

Kamerstukken II 2009/10, 24 036, nr. 367.

XNoot
3

http://ec.europa.eu/consumers/strategy/facts_en.htm#4CMS

XNoot
4

SEOR-ECRi, Evaluatie Benzineveiling, januari 2008.

XNoot
5

Kamerstukken II 2007/2008, 31 200 XIII, nr. 21.

XNoot
6

Kamerstukken II 2008/2009, 24 036, nr. 362.

XNoot
8

Het advies van de NMa is als bijlage opgenomen bij Kamerstukken II 2008/2009, 24 036, nr. 362.