Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2016-201723432 nr. 442

23 432 De situatie in het Midden-Oosten

Nr. 442 LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN

Vastgesteld 23 november 2016

De vaste commissie voor Buitenlandse Zaken heeft een aantal vragen voorgelegd aan de Ministers van Buitenlandse Zaken en voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking over de brief van 7 juli 2016 inzake de uitvoering van de gewijzigde motie van het lid Van der Staaij c.s. (Kamerstuk 23 432, nr. 438) over beëindigen van de directe en indirecte financiering van organisaties die een boycot van Israël nastreven (Kamerstuk 23 432, nr. 439).

De Ministers hebben deze vragen beantwoord bij brief van 22 november 2016. Vragen en antwoorden zijn hierna afgedrukt.

De voorzitter van de commissie, Eijsink

De griffier van de commissie, Van Toor

1

Hoe worden «activiteiten die BDS (Boycott, Divestment and Sanctions) propageren» gedefinieerd? Vallen de volgende activiteiten onder deze definitie?

  • Een verwijzing op een website waarin gesteld wordt BDS te steunen.

  • Mondelinge uitspraken/interviews van bestuursleden ter ondersteuning van BDS.

  • Evenementen die oproepen tot BDS, samenwerking met organisaties die als doel BDS hebben en/of het verlenen van hulp aan organisaties die BDS steunen.

2

Deelt u de visie dat het financieel steunen van organisaties die BDS propageren gelijk staat aan het financieren van activiteiten die BDS propageren? Zo niet, hoe gaat u controleren dat financiële steun aan organisaties niet gebruikt wordt voor activiteiten die BDS propageren?

26

Op welke concrete wijze hanteert het kabinet de strikte lijn dat het geen activiteiten financiert die de BDS tegen Israël propageren?

Antwoord op vragen 1–2 en 26

Bij activiteiten gaat het in dit verband om de inzet van financiële middelen voor het propageren van Boycott, Divestment and Sanctions tegen Israël. Het kabinet financiert dergelijke activiteiten niet. Bij de beoordeling van financieringsaanvragen en rapportages ziet het kabinet er op toe dat financiële middelen worden ingezet voor afgesproken doelstellingen en resultaten. Het kabinet zal elke concrete situatie beoordelen op eigen merite, met inachtneming van alle beschikbare informatie.

3

Welke concrete stappen zijn er inmiddels ondernomen om de financiële steun aan organisaties met activiteiten die BDS propageren stop te zetten?

4

Welke concrete stappen gaat u verder ondernemen om de financiële steun aan organisaties met activiteiten die BDS propageren stop te zetten?

5

Kunt u aangeven welke organisaties met activiteiten die BDS propageren financiële steun ontvangen?

6

Kunt u aangeven of, en zo ja, welke, organisaties met activiteiten die BDS propageerden financiële steun ontvingen, maar waarvan de financiering (n.a.v. de aangenomen motie) is stopgezet omdat zij activiteiten die BDS propageerden steunden?

7

Kunt u aangeven wat de omvang van de financiële steun aan organisaties met activiteiten die BDS propageren op dit moment is?

8

Kunt u aangeven of de omvang van de financiële steun aan organisaties met activiteiten die BDS propageren is afgenomen of toegenomen in de afgelopen twee jaar?

9

In de brief geeft u aan de strikte lijn te hanteren dat het kabinet geen activiteiten financiert die BDS tegen Israël propageren. U geeft ook aan dat het kabinet de gewijzigde motie-Van der Staaij van 16 juni jl. uitvoert. In de motie staat echter dat het gaat om directe én indirecte financiering. Kunt u nader verklaren dat het kabinet via het Human Rights and International Humanitarian Law Secretariat ook indirect geen financiering verleent aan organisaties die BDS propageren? Heeft het kabinet actie ondernomen indien dit wel het geval is geweest? Zo ja, om welke organisaties gaat dit dan en welke bedragen zijn hiermee gemoeid?

13

Welke beleidswijziging heeft de gewijzigde motie-Van der Staaij c.s. opgeleverd, aangezien het kabinet al geen activiteiten financierde die BDS tegen Israël propageren?

14

Uit de brief valt niet op te maken of het kabinet ook uitvoering geeft aan het onderdeel van het motiedictum dat betrekking heeft op zowel directe als indirecte betrokkenheid. Hoe geeft het kabinet uiting aan de oproep van de Kamer om ook te kijken naar financiering van organisaties die indirect bijdragen aan de BDS-campagne?

15

Welke organisaties die indirect bijdragen aan BDS-organisaties of de BDS-campagne kregen in 2016 of krijgen in 2017 financiering van de Nederlandse regering? Kunt u het overzicht in tabelvorm met de Kamer delen, met daarin in elk geval de namen van de organisaties en de omvang van de bijdragen?

16

Dat uitlatingen of bijeenkomsten van de BDS-beweging worden beschermd door de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van vergadering is evident. Dat maakt de directe of indirecte financiering van deze uitlatingen of bijeenkomsten door de Nederlandse regering nog niet evident. Bent u van mening dat dit wel het geval is?

29

Op welke termijn of vanaf welke specifieke datum zal het kabinet de financiering van activiteiten die BDS tegen Israël propageren, en daarmee de financiering van organisaties die BDS tegen Israël propageren, beëindigen?

41

Welke maatregelen gaat het kabinet nemen om een einde te maken aan de financiering van organisaties die een (voortrekkers)rol vervullen in het boycotten van of sancties tegen Israël?

60

Aangezien het steunen van BDS door de vrijheid van meningsuiting en vergadering wordt beschermd, kan het enkele feit dat maatschappelijke organisaties BDS steunen een afwijzingscriterium zijn voor lopende financieringen, of bij toekomstige subsidieaanvragen?

Antwoord op vragen 3–9, 13–16, 29, 41 en 60

Het kabinet voert de motie Van der Staaij over beëindiging van financiering van organisaties die een boycot van of sancties tegen Israël nastreven of bevorderen uit op de wijze zoals omschreven in de Kamerbrief van 7 juli jl. Het kabinet is tegen een boycot van Israël en streeft naar versterking van de economische relaties met Israël binnen de grenzen van 1967. Zoals aangegeven in de Kamerbrief hanteert het kabinet de strikte lijn dat Nederland geen activiteiten financiert die BDS tegen Israël propageren. Zie tevens het antwoord op vragen 1–2 en 26. In dit verband informeert het kabinet de Kamer hierbij tevens over de financiering door de Nederlandse vertegenwoordiging in Ramallah in najaar 2015 van een onderzoeksproject van de Palestijnse denktank Palestinian Center for Policy and Survey Research. Het onderzoek beoogde een aantal scenario’s te analyseren ten tijde van de geweldsescalatie die rond die tijd plaatsvond. Het project is in februari 2016 afgerond. Door een eenzijdige interpretatie van de onderzoeksopdracht kan één van de deelstudies worden geïnterpreteerd als zijnde positief over BDS activiteiten. Het kabinet kijkt momenteel naar mogelijkheden om de financiering van deze deelstudie terug te vorderen van de organisatie. Er mag geen twijfel bestaan over de lijn van het kabinet, namelijk dat het geen activiteiten financiert die BDS tegen Israël propageren.

Het kabinet selecteert te ondersteunen organisaties op basis van de mate waarin zij in staat worden geacht resultaten te boeken op specifieke thema’s van het buitenlands beleid, zoals de bescherming van mensenrechten of landbouwontwikkeling. Het feit dat organisaties de beweging die oproept tot Boycott, Divestment and Sanctions (BDS-beweging) ondersteunen is voor het kabinet geen afwijzingscriterium voor financiering, aangezien uitlatingen of bijeenkomsten van de beweging worden beschermd door de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van vergadering, zoals onder meer vervat in de Nederlandse Grondwet en het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Het kabinet is van mening dat het bijhouden van overzichten van organisaties met opvattingen die niet overeenkomen met het kabinetsbeleid (en waarbij opvattingen worden gehuldigd die vallen onder de vrijheid van meningsuiting) niet past in een democratische rechtsstaat.

10

U geeft aan dat ontvangers van financiering zich niet schuldig mogen maken aan discriminatie of aanzetten tot haat en/of geweld. Hoe beoordeelt u de BDS-beweging in dit opzicht? Stelt de BDS-beweging zich niet discriminerend op jegens de staat Israël?

Antwoord

De vraag veronderstelt dat discriminatie zover kan gaan dat ook staten er het slachtoffer van kunnen worden en dus beschermd dienen te worden. Die interpretatie gaat het recht ver te buiten. De mensenrechten, waaronder het verbod van discriminatie, zien nadrukkelijk op het individu, op groepen van individuen of op andere private actoren, niet op staten of staatsinstellingen. Zou dat anders zijn, dan zou ook het kabinet zich schuldig maken aan discriminatie van andere staten, door hen verschillend te behandelen.

11

U geeft aan dat het kabinet een actieve rol speelt ter ondersteuning van het behoud en de totstandkoming van een twee-statenoplossing. Strookt mogelijke indirecte ondersteuning van organisaties die behoren tot de BDS-beweging niet met dit beleid, aangezien de BDS-beweging zich intolerant opstelt jegens het bestaansrecht van Israël en de twee-statenoplossing?

18

De Kamerbrief van 7 juli jl. beschrijft op welke wijze het kabinet uitvoering geeft aan de motie Van der Staaij c.s. van 16 juni jl. Een dergelijke uitvoering past tevens binnen het kabinetsbeleid ter bevordering van een twee-statenoplossing, waarbij Israël en een toekomstige Palestijnse staat in vrede en veiligheid naast elkaar bestaan.

Op welke wijze draagt het indirect financieren van organisaties die deel uitmaken van de BDS-campagne bij aan de totstandkoming van een twee-statenoplossing?

22

Hoe verhouden de politieke eisen van de BDS-beweging zich tot een twee-statenoplossing?

Antwoord op vragen 11, 18 en 22

Het kabinet zet zich in ter bevordering van een twee-statenoplossing, waarbij Israël en een toekomstige Palestijnse staat in vrede en veiligheid naast elkaar bestaan.

Eén van de manieren waarop het kabinet dit doet, is door via maatschappelijke organisaties een breed scala van activiteiten op het gebied van landbouw en voedselzekerheid, private-sectorontwikkeling, maatschappelijk middenveld, rechtsorde en mensenrechten te financieren. In gezamenlijkheid dragen deze activiteiten bij aan de economische en democratische ontwikkeling van een toekomstige Palestijnse staat. Dit past binnen de uitvoering van de motie op de wijze zoals omschreven in de Kamerbrief van 7 juli jl.

De BDS-beweging streeft op zelf gekozen wijze politieke doelen na. Die doelstellingen zijn veelal gericht op het bevorderen van respect voor fundamentele rechten van Palestijnen. Daarbij dient aangetekend te worden dat het om een heterogene beweging gaat: er zijn organisaties die de BDS-oproep expliciet hebben ondertekend; andere organisaties hebben deze niet ondertekend maar steunen de BDS-gedachte ook. Voor zo ver bij het kabinet bekend lopen de zienswijzen van BDS-aanhangers ten aanzien van de twee-statenoplossing uiteen.

12

Begrijpt u dat dat deze brief in feite kan worden gelezen als een mededeling van het kabinet waarin het aangeeft de motie niet te zullen uitvoeren? Zo neen, waarom niet?

33

Waarom beweert u de motie-Van der Staaij c.s. uit te voeren, terwijl u dat juist helemaal niet doet en zelfs geen stappen in de richting van uitvoering onderneemt?

Antwoord op vragen 12 en 33

Het kabinet voert de motie Van der Staaij uit op de wijze zoals omschreven in de Kamerbrief van 7 juli jl. Zie tevens het antwoord op vragen 3–9, 13–16, 29 en 41.

17

Mogen ontvangers van indirecte financiering – dus ontvangers die geld hebben gekregen van organisaties die op hun beurt geld hebben ontvangen van Nederland – zich naar de mening van het kabinet schuldig maken aan discriminatie of aanzetten tot haat en/of geweld?

Antwoord

Nee. Naar de mening van het kabinet mag niemand zich schuldig maken aan discriminatie of aanzetten tot haat en/of geweld.

19

Kunt u nader toelichten welke uitgangspunten u hanteert betreffende de financiering van organisaties die via hun doelstellingen of activiteiten ingaan tegen beleid van het kabinet? Onder welke omstandigheden wordt financiering stopgezet?

Antwoord

Het kabinet financiert organisaties vanuit verschillende uitgangspunten die samenhangen met het beleidskader waarbinnen opdrachten of subsidies worden verstrekt. Bij de beoordeling van subsidie of opdrachtverlening wordt naar de capaciteiten van organisaties om gestelde doel(en) te bereiken, gekeken. Bij opdracht of subsidieverlening maakt een organisatie-analyse onderdeel uit van het beoordelingsproces. Die analyse richt zich vooral op de vraag of de organisatie in staat kan worden geacht succesvol de opdracht uit te voeren. Een toets of organisaties activiteiten steunen die tegen het beleid van het kabinet ingaan, maakt geen deel uit van die afweging. De missie en doelstellingen van een te financieren organisaties kunnen wel een onderdeel zijn van de organisatie- analyse. Ook bij deze analyse is leidend of een organisatie in staat is de gestelde doelen te behalen, niet of de organisatie doelstellingen heeft die mogelijk tegen het kabinetsbeleid ingaan. Het kabinet is van mening dat een dergelijke toets niet past bij gezonde relaties tussen overheid en maatschappelijk middenveld. Een kritisch maatschappelijk middenveld, dat van mening kan verschillen met het kabinet, draagt bij aan het beter functioneren van de democratie. Dat geldt overigens zowel voor Nederland als voor landen buiten Nederland.

20

Zijn er westerse landen die, anders dan Nederland, stellen dat uitlatingen of bijeenkomsten van de BDS-beweging niet worden beschermd door de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van vergadering? Zo ja, kunt u voorbeelden geven?

Antwoord

Voor zover bekend bij het kabinet is dat alleen in Frankrijk het geval, op basis van een uitspraak van het Hof van Cassatie van 20 oktober 2015. Het Hof deed toen uitspraak in een zaak tegen burgers die in een supermarkt opriepen tot een boycot van Israël. Het Hof oordeelde op basis van bestaande wetgeving dat deze oproep strafbaar was, vanwege het aanzetten tot discriminatie, haat of geweld. De advocaat van de verdachten heeft deze uitspraak aangebracht bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.

21

Is er momenteel in westerse landen wetgeving die organisaties verbiedt om de BDS-beweging te steunen?

Antwoord

Zie voor de situatie in Frankrijk het antwoord op vraag 20.

In Spanje heeft Justitie moties van gemeenten die publieke instituties opriepen Israël te boycotten ongeldig verklaard.

Het kabinet is niet bekend met staten met landelijke wetgeving die organisaties verbiedt om de BDS-beweging te steunen.

23

Kunt u een inschatting maken van het aantal NGO’s in Nederland dat de BDS-beweging ondersteunt?

36

Waarom weigert u een overzicht te geven van de NGO's die door Nederland gesteund worden en indirect of direct een bijdrage leveren aan de BDS-agenda, die nota bene haaks staat op het kabinetsbeleid? Bent u bereid te erkennen dat enkel zo'n overzicht geen schending is van de vrijheid van meningsuiting van NGO's?

42

Is er een overzicht beschikbaar van organisaties die op basis van hun doelstellingen of middels hun activiteiten een boycot van sancties tegen Israël nastreven of bevorderen? Zo neen, waarom niet?

Antwoord op vragen 23, 36 en 42

Het kabinet houdt geen overzichten of lijsten bij van organisaties met opvattingen die niet overeenkomen met het kabinetsbeleid, omdat het van mening is dat dat niet past binnen een democratische rechtsstaat.

24

Bent u van opvatting dat de BDS-beweging Palestijnse activisten een alternatief biedt voor de gewapende strijd? Kunt u uw antwoord toelichten?

Antwoord

De BDS-beweging is een organisatie die op zelf gekozen wijze politieke doelen tracht te verwezenlijken. Het kabinet benadrukt hierbij dat de BDS-beweging zich ontplooit binnen wettelijke kaders, waardoor de vrijheid van meningsuiting geldt. Dit is niet het geval voor de gewapende strijd.

25

Ziet u overeenkomsten tussen de BDS-beweging en de beweging die decennia eerder streed tegen het apartheidsregime in Zuid-Afrika? Kunt u uw antwoord toelichten?

Antwoord

De anti-apartheidsbeweging en de BDS-beweging hebben betrekking op andersoortige landen, deels andersoortige problematiek in andere tijdsgewrichten.

27

Gaat het kabinet de financiering van organisaties die de BDS tegen Israël propageren, zoals het «Human Rights and International Humanitarian Law Secretariat», daadwerkelijk stopzetten, overeenkomstig de exacte bewoording en de strekking van de motie Van der Staaij c.s. van 16 juni jl. en in lijn met de toezegging van het kabinet in de brief van 7 juli jl.?

38

Bent u bereid zo snel mogelijk alle financiering in te trekken voor het Human Rights and Humanitarian Law International Secretariat, aangezien deze organisatie onder meer Badil financiert, een radicale organisatie die een leidende rol speelt in internationale BDS-campagnes en verzet, martelaarschap en een één staat-oplossing predikt? Zo nee, waarom niet?

Antwoord op vragen 27 en 38

Nee. Het Human Rights and International Humanitarian Law Secretariat bundelt de financiële middelen van donoren, zodat gezamenlijk grotere effectiviteit en impact bereikt kan worden op het gebied van bescherming van de mensenrechten van Palestijnen. Het kabinet hecht hier, net als de Kamer, veel waarde aan. De organisaties die via het Human Rights and Humanitarian Law International Secretariat met een Nederlandse bijdrage ondersteund worden, zijn geselecteerd op basis van de mate waarin zij in staat worden geacht resultaten te boeken op de bescherming van mensenrechten. Zo bieden organisaties die via het Secretariaat gesteund worden rechtshulp aan kwetsbare personen als alleenstaande vrouwen en families in Area C die te maken krijgen met slooporders. Andere organisaties voeren campagne tegen de doodstraf in Gaza, voor groter respect voor internationale standaarden door de Palestijnse politie of voor het recht voor families om in hun eigen huis in Oost-Jeruzalem te kunnen blijven wonen.

28

In hoeverre is gewaarborgd dat het kabinet ook niet indirect, via gesubsidieerde organisaties, bijdraagt aan BDS-activiteiten? Welke subsidievoorwaarden zijn hierop van toepassing?

Antwoord

Het kabinet financiert geen activiteiten die BDS tegen Israël propageren. Op overige activiteiten van gesubsidieerde organisatie berust geen goedkeuring door het Kabinet. De organisaties zijn zelfstandig en maken hun eigen afweging. De door de overheid gehanteerde standaard subsidievoorwaarden zijn van toepassing.

30

Wanneer zijn naar de mening van het kabinet BDS-activiteiten in strijd met de wet, en kan er dus niet met succes een beroep worden gedaan op grondwettelijke vrijheden?

Antwoord

Naar de mening van het kabinet mag niemand zich schuldig maken aan discriminatie of aanzetten tot haat en/of geweld.

31

Kunt u aangeven welke lessen te trekken zijn uit de wijze waarop in andere landen, zoals Frankrijk, wordt opgetreden tegen BDS-bewegingen?

Antwoord

Uit het optreden van andere landen zijn geen algemene lessen te trekken. Het Nederlandse kabinet bepaalt zijn eigen beleid. Juridisch gesproken zal elk geval op zijn merites beoordeeld moeten worden.

32

Hoe kunnen het bilaterale samenwerkingsforum tussen Nederland en Israël, en de mogelijke intensivering van de samenwerking op het gebied van water en terrorismebestrijding, de constructieve en kritische beleidsdialoog versterken?

Antwoord

Het kabinet is van mening dat de samenwerkingsfora met Israël en met de Palestijnse Autoriteit een zeer nuttig instrument zijn om het Nederlandse beleid ten aanzien van het Midden-Oosten vredesproces op praktische wijze te ondersteunen, ook onder minder gunstige omstandigheden. Dankzij de goede toegang die Nederland tot beide partijen heeft, mede als gevolg van de investering in de bilaterale relaties via de samenwerkingsfora, is Nederland op vele terreinen een partner waar serieus naar wordt geluisterd, bijvoorbeeld op het terrein van movement & access en energie. Dat stelt het kabinet in staat een kritische beleidsdialoog te voeren ten aanzien van het Midden-Oosten vredesproces. Op die wijze probeert Nederland, ook nu er geen sprake is van onderhandelingen, via de fora een bijdrage te leveren aan het scheppen van een klimaat waarin hervatting van onderhandelingen mogelijk is en de twee-statenoplossing in beeld blijft.

Hierbij is het onder meer van belang de Palestijnse economie te versterken, onder andere via de door Nederland gedoneerde containerscanners en het bevorderen van handel. De komende tijd zal Nederland, met instemming van beide partijen, bijeenkomsten faciliteren tussen Israëlische en Palestijnse experts op het terrein van energie, movement & access en water.

34

Waarom haalt u de vrijheid van meningsuiting en vrijheid van vergadering erbij als het gaat om indirecte financiering van de BDS-beweging? Diezelfde rechten worden toch ook niet geschonden door de strikte lijn van het kabinet om niet direct BDS-activiteiten te financieren? Bent u bereid te erkennen dat het stoppen met indirecte financiering geen schending van de vrijheid van meningsuiting of vergadering voor BDS-organisaties zou betekenen?

59

Aangezien het steunen van BDS door de vrijheid van meningsuiting en vergadering wordt beschermd, zou het verenigbaar zijn met Nederlandse en Europese wetgeving en met verplichtingen die Nederland onder mensenrechtenverdragen heeft, indien Nederland de financiële steun aan organisaties zou beëindigen, op grond van het feit dat zij BDS steunen?

Antwoord op vragen 34 en 59

Het is een misverstand dat het kabinet iedere organisatie moet financieren die gebruik maakt van de fundamentele vrijheden. Financiering is geen juridische verplichting. Tegelijkertijd is het kabinet niet gedwongen lopende financiering stop te zetten van organisaties die van hun grondrechten gebruik maken, zolang zij daarbij binnen de wet blijven. Dat betekent echter niet dat een andere keuze een grondrechtenschending zou opleveren. Wel zou een keuze de financiering stop te zetten moeilijk te rijmen zijn met het kabinetsbeleid, dat immers een twee-statenoplossing beoogt en daartoe via het maatschappelijk middenveld de economische en democratische ontwikkeling van een toekomstige Palestijnse staat ondersteunt.

35

Zijn er andere Europese landen die geen indirecte financiering van de BDS-beweging tot beleid hebben? Zo ja, welke en bent u bereid navraag te doen over hoe zij dit vorm hebben gegeven?

Antwoord

Voor zover bekend bij het kabinet is dat niet het geval.

37

Bent u bekend met het feit dat NGO's als ICCO, Oxfam Novib, Kerk in Actie en Cordaid niet transparant zijn over hun financiering van BDS-activiteiten? Hoe beoordeelt u dit en bent u bereid bij deze organisatie aan te dringen op transparantie?

Antwoord

Voor zover het kabinet bekend bestaat er geen specifiek probleem met betrekking tot de transparantie van de genoemde organisaties. Het kabinet zet zich juist in voor optimale transparantie van organisaties waarmee wordt samengewerkt. Zo speelt Nederland een belangrijke rol bij het «International Aid Transparency Initiative» (IATI), dat zich inzet voor meer transparantie van ontwikkelingsgelden. Om in aanmerking te komen voor ODA-middelen (boven EUR 250.000) is het zelfs noodzakelijk dat de uitvoerende organisaties hun activiteiten rapporteren conform de IATI-standaard.

39

Klopt het dat het merendeel van de fondsen van het mede door Nederland gefinancierde Human Rights and Humanitarian Law International Secretariat naar BDS-organisaties en projecten gaat? Zo ja, hoe beoordeelt u dit? Vindt u de bijdrage van Nederland aan deze organisatie een ondersteuning van uw eigen kabinetsbeleid ten aanzien van Israël en de Palestijnen?

Antwoord

Nee, dat is niet het geval. Het kabinet ondersteunt geen activiteiten die BDS tegen Israël propageren. Het kabinet houdt voorts geen overzichten bij van organisaties met opvattingen die niet overeenkomen met het kabinetsbeleid. De organisaties die via het Human Rights and Humanitarian Law International Secretariat met een Nederlandse bijdrage ondersteund worden, zijn geselecteerd op basis van de mate waarin zij in staat worden geacht resultaten te boeken op specifieke thema’s van het buitenlands beleid ten aanzien van Israël en de Palestijnen, in dit geval de bescherming van mensenrechten. Dit is een belangrijk onderdeel van het Nederlands buitenlands beleid.

40

Klopt het dat de financiële bijdrage van Nederland aan het Human Rights and Humanitarian Law International Secretariat in de jaren 2014–2016 € 2,9 miljoen bedroeg? Hoeveel bent u van plan in 2017 bij te dragen? Bent u bereid vooralsnog af te zien van het aangaan van verdere juridische verplichtingen tot aan tenminste de plenaire debatten over de begrotingen Buitenlandse Zaken en BuHa&OS?

Antwoord

De Nederlandse bijdrage aan het Human Rights and Humanitarian Law International Secretariat in de jaren 2014–2016 bedroeg EUR 2.440.191.

De huidige contractuele verplichtingen voorzien in een bijdrage in 2017 van EUR 414.000. Nieuwe juridische verplichtingen zijn niet voorzien voorafgaand aan de plenaire debatten over de begrotingen Buitenlandse Zaken en BHOS.

43

Welke maatregelen, anders dan alleen het niet financieren van activiteiten die BDS tegen Israël propageren, zijn er tot nu toe door het kabinet genomen tegen een boycot van Israël?

Antwoord

In december 2013 zijn de bilaterale samenwerkingsfora met Israël en de Palestijnse Autoriteit gelanceerd. De doelstelling van de fora is het versterken en verdiepen van de bilaterale relaties met Israël en de Palestijnse gebieden door middel van het bieden van een raamwerk voor de financiering en facilitering van diverse activiteiten, zoals uiteengezet in beide Joint Statements.

Het kabinet spant zich in voor versterking van de (economische) betrekkingen met Israël (binnen de grenzen van 1967). Sinds de lancering van het samenwerkingsforum met Israël is de bilaterale samenwerking op diverse terreinen geïntensiveerd. Het kabinet verwijst hierbij naar de Kamerbrief van 19 december 2014 over de evaluatie van de bilaterale samenwerkingsfora met Israël en de Palestijnse gebieden (Kamerstuk 23 432, nr. 396) en naar de beantwoording van de feitelijke vragen van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken over de evaluatie van de bilaterale samenwerkingsfora met Israël en de Palestijnse Gebieden van 22 april 2015 (Kamerstuk 23 432, nr. 399). Het afgelopen jaar is deze intensivering voortgezet. Zo brachten de Minister van Economische Zaken en de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen een bezoek aan Israël. In februari jl. vond een bilaterale innovatiedag plaats in Den Haag met als thema «Smart Cities», die geopend werd door de Minister van Economische Zaken en waaraan meer dan 180 vertegenwoordigers van bedrijven deelnamen, van wie meer dan 40 afkomstig uit Israël. Op 6–7 september jl. bracht de Israëlische premier Netanyahu een bezoek aan Nederland. Tijdens de persconferentie herhaalde Minister-President Rutte dat het kabinet tegen een boycot van Israël is. Met de inzet van het kabinet wordt tevens gevolg gegeven aan de motie Van der Staaij en Voordewind over het aanmoedigen van economische relaties tussen Nederlandse en Israëlische bedrijven (Kamerstuk 23 432, nr. 363).

44

Is BDS een geweldloos en democratisch middel, waarmee burgers wereldwijd protesteren tegen ernstige schendingen van de rechten van de Palestijnen?

Antwoord

De beweging die oproept tot «Boycott, Divestment and Sanctions» roept niet op tot geweld. Het betreft een middel dat past in een democratische rechtstaat, gebaseerd op de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van vergadering, zoals onder meer vervat in de Nederlandse Grondwet en het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.

45

Hanteert de BDS-beweging het internationaal recht als kader en de naleving en handhaving van het internationaal recht als doelstelling?

46

Klopt het dat veel acties in het kader van BDS tegen de Israëlische bezetting zijn gericht en niet tegen de staat Israël?

47

Klopt het dat de BDS-beweging alle vormen van racisme afwijst en veroordeelt, waaronder antisemitisme?

50

Klopt het dat de BDS-beweging een heterogene beweging is, bestaande uit allerlei lokale organisaties en initiatieven van over de hele wereld, die veelal op eigen kracht en initiatief protestacties organiseren tegen schendingen van de rechten van de Palestijnen?

Antwoord op vragen 45–47 en 50

De BDS-beweging roept op tot «Boycott, Divestment and Sanctions» als middel om bepaalde doelstellingen te bereiken. Die doelstellingen zijn veelal gericht op het bevorderen van respect voor fundamentele rechten van Palestijnen. Deze doelstellingen vallen binnen wettelijke kaders en worden beschermd door de vrijheid van meningsuiting. Het is correct dat het om een heterogene beweging gaat: er zijn organisaties die de BDS-oproep expliciet hebben ondertekend; andere organisaties hebben deze niet ondertekend maar steunen de BDS-gedachte ook. Voor zo ver bij het kabinet bekend loopt ook de wijze waarop invulling wordt gegeven aan het onderschrijven van BDS uiteen. Zolang de BDS-beweging zich houdt aan de wettelijke kaders, geldt de vrijheid van meningsuiting.

48

Geniet de BDS-beweging brede steun in de Palestijnse samenleving? Zo ja, hoe breed is die steun?

Antwoord

In algemene zin kan gesteld worden dat de BDS-beweging breed gesteund lijkt te worden binnen de Palestijnse samenleving en het Palestijnse maatschappelijk middenveld. Ruim 170 Palestijnse organisaties, waaronder veel NGOs, hebben de BDS-oproep in het oprichtingsjaar 2005 ondertekend. Deze organisaties onderschrijven de doelstellingen van de beweging om, in een situatie van bezetting, het respect voor fundamentele rechten van Palestijnen te bevorderen op geweldloze wijze. Dit vertaalt zich veelal niet naar specifieke boycotdoelstellingen of -activiteiten. Betrouwbare cijfers over de steun die BDS geniet onder de bevolking zijn niet beschikbaar.

49

Klopt het dat de BDS ook door Israëlische vredesactivisten en diverse Joodse vredesorganisaties wereldwijd wordt verwelkomd en ondersteund?

Antwoord

Ja, er zijn ook Israëlische personen en Joodse organisaties die BDS verwelkomen en steunen.

51

Wordt BDS beschermd door de vrijheid van meningsuiting en vergadering, zoals vervat in mensenrechtenverdragen (EVRM) en de Nederlandse Grondwet?

Antwoord

Ja.

52

Zijn sancties een legitiem en gebruikelijk instrument van buitenlands beleid? Valt het binnen de vrijheid van meningsuiting zoals organisaties of activisten een regering oproepen sancties te treffen tegen een ander land?

Antwoord

Ja, sancties zijn een legitiem en gebruikelijk instrument van buitenlands beleid. Op basis van de vrijheid van meningsuiting is het toegestaan een regering op te roepen sancties te treffen tegen een ander land.

53

Klopt het dat gezaghebbende mensenrechtenorganisaties als Amnesty International, de Internationale Federatie voor de Mensenrechten (FIDH) en Human Rights Watch het standpunt hebben ingenomen dat het steunen van BDS door de vrijheid van meningsuiting wordt beschermd?

Antwoord

Ja.

54

Indien Nederland de directe en indirecte financiering van alle Palestijnse maatschappelijke organisaties die BDS steunen zou beëindigen, wat zouden dan naar verwachting de gevolgen zijn voor de reputatie, geloofwaardigheid en invloed van Nederland in Palestina, op maatschappelijk en politiek niveau?

57

Zou het beëindigen van de directe en indirecte financiering van Palestijnse organisaties, op grond van het feit dat zij BDS steunen, in overeenstemming zijn met het kabinetsbeleid voor het behoud van de twee-statenoplossing, waarbinnen de Palestijnse staatsopbouw, de versterking van het maatschappelijk middenveld en de bevordering van mensenrechten en democratie een centrale plaats innemen?

Antwoord op vragen 54 en 57

Het kabinet selecteert te ondersteunen organisaties op basis van de mate waarin zij in staat worden geacht op effectieve wijze resultaten te boeken op specifieke thema’s van het kabinetsbeleid ten aanzien van de Palestijnse Gebieden, zoals de bescherming van mensenrechten of landbouwontwikkeling. Het kabinetsbeleid ten aanzien van het Midden-Oosten Vredesproces is gestoeld op de goede bilaterale relaties met zowel Israël als de Palestijnse Autoriteit, die Nederland gebruikt om de mogelijkheid van een twee-statenoplossing overeind te houden. Het kabinet is van mening dat het beteugelen van financiële steun aan organisaties op grond van het feit dat hun opvattingen niet volledig overeenkomen met het kabinetsbeleid, maar die vallen onder de vrijheid van meningsuiting en passen binnen wettelijke kaders, niet past binnen een democratische rechtsstaat.

55

Indien Nederland de directe en indirecte financiering van alle Palestijnse maatschappelijke organisaties die BDS steunen zou beëindigen, op grond van het feit dat zij dat doen, zouden gedupeerde organisaties deze maatregel dan bij de Nederlandse rechter of voor het Europees Hof van de Rechten van de Mens kunnen aanvechten?

Antwoord

Ja, een ieder die meent dat zijn of haar mensenrechten geschonden zijn kan immers te allen tijde een klacht indienen bij het Hof. Hoe een dergelijke klacht uitpakt hangt van de omstandigheden af. Het kabinetsbeleid is er uiteraard op gericht succesvolle klachtzaken te voorkomen door zich in zijn beslissingen steeds te laten leiden door het EVRM, inclusief de daarop gebaseerde jurisprudentie.

56

Indien Nederland de directe en indirecte financiering van alle Palestijnse maatschappelijke organisaties die BDS steunen zou beëindigen, op grond van het feit dat zij dat doen, welke gevolgen zou dat hebben voor de diverse programma’s van de Nederlandse Vertegenwoordiging in Ramallah? Welke partnerorganisaties zouden hierdoor getroffen worden? Graag een toelichting.

Antwoord

Zoals aangegeven in de Kamerbrief hanteert het kabinet de strikte lijn dat het geen activiteiten financiert die BDS tegen Israël propageren. Deze beleidskeuze heeft geen gevolgen voor de diverse programma’s van de Nederlandse Vertegenwoordiging in Ramallah, aangezien Nederland dergelijke activiteiten eerder ook al niet financierde. Het kabinet houdt geen overzichten of lijsten bij van organisaties met opvattingen die niet overeenkomen met het kabinetsbeleid, omdat het van mening is dat dergelijke opvattingen vallen binnen de vrijheid van meningsuiting en een eventuele beperking daarvan niet past binnen een democratische rechtsstaat.

58

Hebben Palestijnse maatschappelijke organisaties na aanname van de motie-Van der Staaij contact opgenomen met de Nederlandse autoriteiten, of zijn zij door de Nederlandse autoriteiten benaderd? Zo ja, hoe hebben zij op de motie gereageerd?

Antwoord

De coalitie van Palestijnse mensenrechtenorganisaties Palestinian Human Rights Organizations Council (PHROC) heeft in een brief aan, alsmede een gesprek met, de Nederlandse Vertegenwoordiging in Ramallah haar zorgen uitgesproken over de aangenomen motie. PHROC benadrukt de brede steun die BDS-beweging geniet onder Palestijnse bevolking, en benadrukt de voortrekkersrol van Nederland als verdediger van mensenrechten.

61

Indien Nederland de directe en indirecte financiering van alle Palestijnse maatschappelijke organisaties die BDS steunen zou beëindigen, welke gevolgen zou dat naar verwachting hebben voor de Nederlandse betrokkenheid bij en de continuïteit en geloofwaardigheid van het Human Rights and International Humanitarian Law Secretariat? Hoe zouden andere donoren van dit secretariaat op een dergelijk besluit reageren?

Antwoord

Het Human Rights and International Humanitarian Law Secretariat is opgezet om gerespecteerde mensenrechtenorganisaties op efficiënte wijze te ondersteunen op thema’s die ook door de Kamer van belang worden geacht. Het mechanisme voorkomt dubbele financiering en bevordert samenwerking tussen organisaties, ook tussen Israëlische en Palestijnse organisaties.

Het is voor de andere donoren niet wenselijk om binnen het kader van het Human Rights and International Humanitarian Law Secretariat beperkingen op te leggen aan de financiering van Palestijnse maatschappelijke organisaties louter op grond van het feit dat zij BDS steunen, aangezien zij van mening zijn dat dit onder de vrijheid van meningsuiting valt. Evenals Nederland voeren de andere donoren het beleid geen BDS-activiteiten te financieren.

62

Spelen Palestijnse organisaties die via het Human Rights and International Humanitarian Law Secretariat gefinancierd worden, een voorstrekkersrol in de BDS-beweging?

Antwoord

Zoals gezegd houdt het kabinet geen lijst bij van het BDS-standpunt van maatschappelijke organisaties.

63

Indien Nederland de financiering van het Human Rights and International Humanitarian Law Secretariat zou beëindigen, zouden dan ook Israëlische (mensenrechten)organisaties getroffen (kunnen) worden die via dit secretariaat gefinancierd worden?

Antwoord

Ja.

64

Indien specifieke BDS-activiteiten volledig in overeenstemming zijn met het kabinetsbeleid, bijvoorbeeld omdat zij direct bijdragen aan het behoud van de twee-statenoplossing, is het kabinet dan bereid deze activiteiten te financieren?

Antwoord

BDS-activiteiten zijn per definitie niet volledig in overeenstemming met het kabinetsbeleid, omdat het kabinet geen voorstander is van BDS.

65

Speelt de Israëlische organisatie NGO Monitor een leidende rol in pogingen de financiering door de EU en EU-lidstaten van Israëlische en Palestijnse (mensenrechten)organisaties te beëindigen, waaronder organisaties die Nederland steunt?

66

Klopt het dat NGO Monitor al jaren een agressieve campagne voert tegen het Human Rights and International Humanitarian Law Secretariat, waaraan Nederland en andere landen financieel bijdragen?

68

Klopt het dat NGO Monitor een rechts-nationalistische organisatie is, die onder het mom van transparantie mensenrechten- en vredesorganisaties delegitimeert en ondermijnt en die nauwe banden onderhoudt met de Israëlische regering en voorvechters van de bezetting en nederzettingen in die regering, terwijl zij rechts-nationalistische organisaties ongemoeid laat?

Antwoord op vragen 65, 66 en 68

NGO Monitor volgt kritisch de werkwijze van Israëlische en Palestijnse NGOs, met name NGOs die actief zijn op het gebied van mensenrechten. De organisatie spreekt zich daarbij uit tegen buitenlandse financiering van deze NGOs, zoals via het Human Rights and International Humanitarian Law Secretariat.

De organisaties die via dit secretariaat gefinancierd worden voldoen aan de hoogste eisen van transparantie: er is sprake van interne en externe controles en deze organisaties maken hun jaarverslagen openbaar.

NGO Monitor is een actieve tegenstander van de BDS-beweging.

67

Klopt het dat NGO Monitor in een persverklaring d.d. 16 juni 2016 het succes heeft geclaimd voor aanname van de motie Van der Staaij met nr. 430?

Antwoord

In een persverklaring d.d. 16 juni 2016 stelt NGO Monitor dat onder andere het Nederlandse parlementaire debat en de stemming over de motie Van der Staaij volgde op briefings van NGO Monitor. De titel van de persverklaring luidt: «NGO Monitor Triggers Major Changes in Holland, UK, and Switzerland».

69

Heeft Nederland in het verleden maatschappelijke initiatieven en bewegingen die zich inzetten voor mensenrechten in andere landen, zoals de campagne tegen de apartheid in Zuid-Afrika en solidariteit met de burgerrechtenbeweging in de VS, belemmerd en/of gesanctioneerd?

Antwoord

Voor zover bekend bij het kabinet is dat niet het geval, zolang als deze initiatieven en bewegingen zich aan de geldende wet- en regelgeving hielden.

70

Herinnert u zich de volgende stellingnamen en toezeggingen in het kader van de begroting voor het Ministerie van Buitenlandse Zaken voor 2016:

  • «Anti-NGO wetgeving en negatieve campagnes worden in toenemende mate gebruikt om mensenrechtenverdedigers en onafhankelijke journalisten het zwijgen op te leggen.»

  • «Deze neerwaartse spiraal moet gestopt worden.»

  • «Onze prioriteiten blijven staan: Nederland blijft inzetten op bescherming van mensenrechtenverdedigers.»

  • «De bevordering van mensenrechten is daarom ook een kernelement van het Nederlands buitenlandbeleid.»

Hoe geeft het kabinet daar invulling aan ten aanzien van Israëlische en Palestijnse mensenrechtenverdedigers, die steeds meer tegengewerkt w–orden, door de Israëlische regering en rechts-nationalistische organisaties in Israël?

Antwoord

Jazeker. Mensenrechten vormen een hoeksteen van het Nederlands buitenlandbeleid. Het kabinet acht het werk van mensenrechtenverdedigers van groot belang voor een vrije en diverse samenleving. De laatste jaren worden in Israël mensenrechtenverdedigers en mensenrechtenorganisaties die kritiek hebben op de regering en op militaire acties vaker negatief geportretteerd in de media en het publieke discours. De negatieve wijze waarop zij bejegend worden, is een zorgelijke trend die fundamentele rechten als de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van vereniging en vergadering onder druk zet. Gedurende het bezoek van de Israëlische Premier Netanyahu hebben Minister-President Rutte en Minister Koenders de Nederlandse zorgen overgebracht over de recent aangenomen wetgeving die NGOs die financiering ontvangen van buitenlandse overheden raakt. Tevens hebben de premier en de Minister van Buitenlandse Zaken het belang van het werk van mensenrechtenorganisaties voor een vrije en pluriforme samenleving benadrukt. Nederland zal, bilateraal en in EU-verband, deze boodschap blijven uitdragen richting de Israëlische autoriteiten.