21 501-30 Raad voor Concurrentievermogen

Nr. 421 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ECONOMISCHE ZAKEN EN KLIMAAT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 26 februari 2018

Hierbij bied ik u de geannoteerde agenda voor de Raad voor Concurrentievermogen (Raad) aan die op 12 maart plaatsvindt in Brussel.

De agenda bestaat uit enkel een deel interne markt en industrie en geen ruimtevaart en onderzoek.

Voorafgaand aan een gedachtewisseling, zal de Raad naar verwachting raadsconclusies aannemen over het industriebeleid van de Europese Unie en eveneens – als hamerpunt – over het intellectueel eigendom pakket. De Europese Commissie en de Raad zullen stilstaan bij het 25-jarig bestaan van de interne markt. De Raad zal daarnaast een gedachtewisseling houden over de Annual Growth Survey van het Europees Semester. In de competitiveness check-up, een vast onderdeel van de Raad, zal de Commissie een presentatie geven over beperkingen op de nationale markten voor diensten gevolgd door een gedachtewisseling.

Een aantal diversenpunten staan geagendeerd voor de Raad:

  • Informatie van de Commissie over de Industry Days: Industry 2030 roundtable van 22–23 februari.

  • Presentatie van de Commissie over een Europese strategie voor kunststoffen in een circulaire economie.

  • Informatie van het Bulgaars Voorzitterschap over betere regelgeving.

Tot slot informeer ik u via deze brief over de stand van zaken bij de onderhandelingen over de voorstellen voor een e-card en voor een richtlijn ter versterking van de nationale mededingingsautoriteiten.

De Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat, M.C.G. Keijzer

GEANNOTEERDE AGENDA

Interne markt en industrie

Intellectueel eigendom

Hamerpunt aanname raadsconclusies

De Raad zal naar verwachting als hamerpunt Raadsconclusies aannemen als reactie op de in november 2017 door de Europese Commissie gepubliceerde Intellectueel Eigendom pakket. Uw Kamer heeft van het kabinet de beoordeling van deze mededelingen ontvangen (Kamerstuk 22 112, nr. 2478). De onderhandelingen over de conclusies lopen nog waarbij een aantal lidstaten, waaronder Nederland, benadrukken dat de specialisatie van de gerechtelijke organisatie ten aanzien van intellectueel eigendomsrechten niet een taak van de overheid is maar van de gerechtelijke organisatie zelf. Er is geen presentatie of gedachtewisseling bij dit agendapunt voorzien.

Strategie voor het Industriebeleid van de Europese Unie voor concurrentiekracht, groei en innovatie

Gedachtewisseling en aanname raadsconclusies

Naar verwachting zullen tijdens deze Raad een tweetal raadsconclusies aangenomen worden, te weten: a. over de EU industriebeleidsstrategie voor concurrentievermogen, groei en innovatie en b. over het Europese Rekenkamer speciaal verslag Nr 20/2017: «Door de EU gefinancierde leninggarantie-instrumenten: positieve resultaten, maar betere gerichtheid op begunstigden en coördinatie met nationale regelingen zijn nodig.»

  • a) In de Raadsconclusies over de EU industriebeleidsstrategie wordt verwezen naar de behoefte aan een samenhangende en lange termijn EU industriestrategie (Kamerstuk 21 501-30, nrs. 406 en 417). In de conclusies worden onder andere de belangen van de interne en digitale interne markt, innovatie, sleuteltechnologieën, het beter verbinden van digitale innovatie hubs, de verduurzaming van de industrie, de behoefte aan grootschalige grensoverschrijdende projecten, innovatieve vormen van financiering, sectorspecifieke vaardigheden, een robuuste handelspolitiek en het belang van betere regelgeving voor het mkb, benoemd.

  • b) Het speciale rapport van het Europese Rekenkamer gaat in op de bijdrage die het Europees Fonds voor Strategische Investeringen levert aan de leningsgarantiefaciliteit en de InnovFin garantie faciliteit. Het rapport roept onder andere op tot verdere vereenvoudiging en betere toegang tot de garantieregelingen. De Commissie stelt dat zij haar evaluatiesysteem zal verbeteren en zal bezien waar zich hiaten bevinden in de samenhang met andere instrumenten zoals de Europese Structuur- en Investeringsfondsen (ESIF) en initiatieven op lidstaatniveau. De Raadsconclusies verwelkomen het rapport en de acties die de Commissie zal ondernemen, mede met het oog op eventuele nieuwe programma’s.

Beide concept-conclusies worden door alle lidstaten ondersteund. Nederland steunt de hernieuwde oproep tot een samenhangende en langetermijnstrategie voor industrie en roept met name op om aandacht te besteden aan de verduurzaming van de energie-intensieve industrieën (Kamerstuk 22 112, nr. 2411). Ook is Nederland voorstander van verdere vereenvoudiging van financiële regelingen om daarmee onnodige bureaucratie en kosten voor gebruikers te voorkomen.

25 jaar interne markt: de weg vooruit

Presentatie van de Commissie en openbare gedachtewisseling

Dit jaar wordt het 25-jarig bestaan van de Europese interne markt gemarkeerd. De Commissie zal door middel van een presentatie naar verwachting de eigen communicatieplannen rondom 25 jaar interne markt toelichten. Nederland zal in de gedachtewisseling benadrukken dat de interne markt veel economische voorspoed heeft opgeleverd. Tegelijkertijd is er geen reden voor zelfgenoegzaamheid, bijvoorbeeld ten aanzien van de dienstensector of de handhaving van de spelregels op de interne markt. Om het welvaartsniveau in de EU te behouden zal de interne markt bovendien moeten inspelen op de ontwikkelingen op het terrein van digitalisering.

Competitiveness check-up

Presentatie van de Commissie en gedachtewisseling

In het kader van de competitiveness check-up spreekt de Raad over beperkingen op nationale markten voor diensten en de economische impact en spill-overs naar andere landen die die belemmeringen kunnen hebben. Naar verwachting zal de discussie zich toespitsen op de detailhandel, onder meer op de detailhandel als onderdeel van internationale waardeketens. De discussie loopt vooruit op het pakket over detailhandel dat de Europese Commissie naar verwachting voorjaar zal presenteren. Het pakket zal voor zover nu bekend geen wetgevende maatregelen bevatten.

Voor Nederland is belangrijk dat bij verdere acties op het gebied van detailhandel, goed moet worden aangesloten bij de ambities van ondernemers, in het bijzonder van het mkb. Met het oog op het Europese concurrentievermogen, hecht het kabinet ook veel belang aan het versterken van internationale waardeketens.

European Semester 2018: Digitalization of the EU economy

Gedachtewisseling

De Raad spreekt over de jaarlijkse groeianalyse die de Commissie op 22 november publiceerde als start van het Europees Semester1, het kader voor budgettaire en economische beleidscoördinatie tussen lidstaten. De Kamer is op 8 december per brief (Kamerstuk 21 501-20, nr. 1283) geïnformeerd over de inhoud van de Commissieanalyse, de appreciatie van het kabinet en het verdere proces. In de «Annual Growth Survey» blikt de Commissie vooruit op de belangrijkste economische beleidsuitdagingen voor de EU en de lidstaten voor het komende jaar. De Commissie stelt voor om in 2018 verder te werken aan de volgende drie prioriteiten: (1) het bevorderen van investeringen, (2) implementatie van structurele hervormingen en (3) verantwoord begrotingsbeleid. Dit zijn grofweg dezelfde prioriteiten als in voorgaande jaren. Nederland steunt deze drie prioriteiten als belangrijke voorwaarden voor versterking van het economisch groeipotentieel. Nederland zet zich in voor bespreking van het Europees Semester en de landspecifieke aanbevelingen in meerdere Raadsformaties en verwelkomt daarom deze gedachtenwisseling.

Stand van zaken onderhandelingen voor een Europese e-card voor diensten

Conform de motie van de leden Van den Berg-Jansen en Weverling (Kamerstuk 21 501-30, nr. 401) informeer ik uw Kamer over het verloop van de onderhandelingen over de e-card. De e-card staat niet op de agenda van de Raad van 12 maart.

In de onderhandelingen over de e-cardvoorstellen is de afgelopen maanden nauwelijks voortgang geboekt. Er is nog geen start gemaakt met herschrijven van de tekst van de e-cardvoorstellen. Dit in afwachting van de positiebepaling van het Europees Parlement over de voorstellen. De Nederlandse zorgen zoals bij u bekend zijn verder gedeeld en besproken met diverse lidstaten en de Europese Commissie. In maart zal de eerstverantwoordelijke commissie van het Europees Parlement, de commissie Interne Markt en Consumentenbescherming (IMCO) naar verwachting over de amendementen en voorstellen stemmen.

Indien zich significante ontwikkelingen voordoen op het dossier, zal uw Kamer hierover conform de motie worden geïnformeerd.

Stand van zaken onderhandelingen richtlijn versterken nationale mededingingsautoriteiten

Conform de motie van de leden Weverling en Van den Berg-Jansen (Kamerstuk 21 501-30, nr. 402) informeer ik u over een recente significante ontwikkeling bij de onderhandelingen over het richtlijnvoorstel inzake het versterken van de bevoegdheden van nationale mededingingsautoriteiten. Het voorstel staat niet op de agenda van de Raad van 12 maart.

Het richtlijnvoorstel heeft als uitgangspunt minimumnormen vast te leggen op het gebied van de handhaving van het mededingingsrecht. Ik sta daar positief tegenover onder meer omdat Nederland hiermee beleidsruimte houdt om Nederlandse consumenten en goedwillende bedrijven in Nederland beter te beschermen tegen kartels, bijvoorbeeld door hogere boetes bij recidive te hanteren (Kamerstuk 22 112, nr. 2339).

In de Raad is in afwijking van dit Nederlandse uitgangspunt het voorstel gedaan om de regels voor clementie volledig te harmoniseren, daar waar het gaat om zogenoemde geheime kartels. Dit zijn kartels waarbij partijen hun onderlinge afspraken (geheel of gedeeltelijk) verborgen hebben willen houden of een kartel waarin partijen hun afspraken niet in de «normale» openheid hebben gemaakt.

Ik kan mij in dit voorgestelde harmonisatieniveau vinden. In de huidige situatie met verschillende clementieregels in de lidstaten is het risico aanwezig dat ondernemingen die grensoverschrijdend actief zijn, een kartel niet melden omdat ze bevreesd zijn in een andere lidstaat alsnog beboet te worden. Het gelijktrekken van clementieregels lost dit probleem op. Meer harmonisatie zal ondernemingen meer duidelijkheid geven, waardoor kartels naar verwachting vaker en sneller zullen worden gemeld.

Volledige harmonisatie van clementieregels is daarmee ook in het belang van de Nederlandse consument, omdat het kan leiden tot een betere prijs-kwaliteitverhouding van producten en diensten. Ook bedrijven die op de interne markt opereren en die door kartels benadeeld worden, hebben er voordeel bij. Overigens betekent volledige harmonisatie in dit geval dat de rest van de Europese Unie de clementieregels die de Commissie nu toepast, ook zal gaan hanteren. Nederland heeft al vergelijkbare clementieregels en zal daarom naar verwachting weinig in de eigen systemen hoeven aan te passen.

Naar boven