Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2019-202021501-07 nr. 1632

21 501-07 Raad voor Economische en Financiële Zaken

Nr. 1632 BRIEF VAN DE MINISTER VAN FINANCIËN

Hierbij zend ik u de geannoteerde agenda voor de Eurogroep en Ecofinraad van 7 en 8 november te Brussel. Conform de toezegging van de Minister van Buitenlandse Zaken tijdens het AO Belangenbehartiging op 3 oktober (Kamerstuk 21 501-02, nr. 2077) laat ik u weten dat ik hierbij aanwezig zal zijn. Mogelijk zal de Staatssecretaris mij vervangen bij een deel van de Ecofinraad.

Tevens wil ik u graag wijzen op de geannoteerde agenda voor de gezamenlijke zitting van de Ecofinraad en de Onderwijs, Jeugd, Cultuur en Sport Raad (OJCS-raad), die uw Kamer al heeft ontvangen van de Minister van OCW (Kamerstuk 21 501-34, nr. 317). Deze gezamenlijke vergadering zal op 8 november plaatsvinden.

Het is mogelijk dat nog punten worden toegevoegd aan de agenda of dat bepaalde onderwerpen worden afgevoerd of worden uitgesteld tot de volgende vergadering.

De Minister van Financiën, W.B. Hoekstra

Geannoteerde agenda t.b.v. Eurogroep en Ecofinraad 7 en 8 november 2019

Eurogroep

Reguliere samenstelling

Thematische discussie over groei en banen – investeringen in innovatie

Document: Nog niet beschikbaar

Aard bespreking: Gedachtewisseling

Besluitvormingsprocedure: N.v.t.

Toelichting:

In de Eurogroep zal een thematische discussie plaatsvinden die zich richt op investeringen in onderzoek en innovatie.

Er zal gesproken worden over de ontwikkelingen op het gebied van investeringen in innovatie op basis van een aantal discussievragen. Volgens de Europese Commissie zorgen onderzoek en innovatie voor twee-derde van de economische groei in Europa de afgelopen jaren. Met een stagnerende bevolkingsgroei zal de economische groei grotendeels bepaald worden door de productiviteitsgroei, waardoor investeringen in onderzoek en innovatie steeds belangrijker worden. Investeringen in onderzoek en innovatie kunnen convergentie, veerkracht en aanpassingsvermogen stimuleren binnen het Eurogebied. Daarnaast is de Commissie van mening dat grote verschillen in de snelheid van de transitie naar de digitale economie kunnen leiden tot macro-economische onevenwichtigheden.

In algemene zin erkent het kabinet het belang van nationale publieke investeringen in onderzoek en innovatie voor het realiseren van duurzame economische groei. Ook kunnen EU-maatregelen nationale initiatieven complementeren. Tot slot onderschrijft het kabinet de bevinding van de Commissie dat lidstaten voldoende aandacht dienen te besteden aan het waarborgen van de efficiëntie en effectiviteit van publieke investeringen in onderzoek en innovatie.

Benoeming van directielid ECB

Document: N.v.t.

Aard bespreking: Gedachtewisseling

Besluitvormingsprocedure: N.v.t.

Toelichting:

De voorzitter van de Eurogroep heeft tijdens de Eurogroep van oktober lidstaten verzocht kandidaten ter vervanging van Sabine Lautenschläger in de directie van de Europese Centrale Bank (ECB) voor te dragen. Duitsland heeft als enige land een kandidaat voorgedragen: Isabel Schnabel.

Het doel is om bij de aankomende Eurogroep overeenstemming te bereiken over een benoeming. Vervolgens neemt de Ecofinraad formeel een aanbeveling aan waarin zij een kandidaat voordraagt aan de Europese Raad, die vervolgens het Europees Parlement en de ECB consulteert. Uiteindelijk stemt de Europese Raad in met de benoeming op basis van de Raadsaanbeveling, met gekwalificeerde meerderheid waarbij enkel Eurolanden stemmen.

Herfstraming

Document: N.v.t.

Aard bespreking: Gedachtewisseling

Besluitvormingsprocedure: N.v.t.

Toelichting:

Op 7 november zal de Europese Commissie haar herfstraming presenteren, waarna deze raming vervolgens besproken zal worden in de Eurogroep. De raming bestaat uit zowel groeiramingen als cijfers over de publieke financiën. Voor wat betreft de groeiramingen is de herfstraming een update van de (interim) zomerraming van de Commissie uit augustus en voor wat betreft de publieke financiën is de herfstraming een update van de lenteraming uit mei.

In de herfstraming zijn de plannen die de Eurolanden hebben opgenomen in hun Ontwerpbegroting (Draft Budgetary Plan – DBP) voor 2020 doorgerekend. Deze raming zal daarom ook als input dienen voor de beoordeling van de begrotingsposities van de lidstaten dit najaar in het kader van het Stabiliteits- en Groeipact.

Inclusieve samenstelling

ESM

Document: N.v.t.

Aard bespreking: Gedachtewisseling

Besluitvormingsprocedure: N.v.t.

Toelichting:

In juni 2019 heeft de Eurogroep een principeovereenkomst gesloten over de wijzigingen in het ESM-verdrag, waarbij de afspraken van december 2018 zoals gemaakt in de term sheet voor de hervorming van het ESM geïmplementeerd zijn. Destijds was een aantal werkstromen die invulling moesten geven aan de afspraken uit december nog niet afgerond en waren enkele aanpalende documenten nog niet gereed.1 De Eurogroep heeft afgesproken de periode tot en met december 2019 te gebruiken om deze stukken af te ronden, alvorens definitief in te kunnen stemmen met de overeengekomen aanpassingen van het ESM-verdrag.

Tijdens de Eurogroep zal gesproken worden over de voortgang van de aanpalende documenten. Wijzigingen in bestaande documenten die naar verwachting aan de orde zullen komen zijn aanpassingen in de onderliggende richtsnoeren voor de preventieve kredietlijnen en het prijsbeleid van het ESM. Ook zullen een nieuw apart richtsnoer voor de gemeenschappelijke achtervang (common backstop) en concepten voor enkele separate in de toekomst door de gouverneurs te nemen beslissingen (zogenaamde resolutions) worden besproken. Het betreft dan bijvoorbeeld beslissingen over de materiële financiële voorwaarden voor het instellen van de gemeenschappelijke achtervang, het afschaffen van het instrument voor directe herkapitalisatie en het maximale beslag dat de gemeenschappelijke achtervang op de leencapaciteit van het ESM mag leggen. De overeengekomen verdragstekst biedt ook de mogelijkheid tot het verankeren van de afspraken voor samenwerking tussen het ESM en de Europese Commissie van afgelopen december in een memorandum van samenwerking. Een opgesteld memorandum zal worden besproken. Nederland zal erop inzetten dat deze documenten een getrouwe uitwerking zijn van de afspraken uit december 2018 en juni 2019.

Het ESM heeft de principeovereenkomst die de Eurogroep in juni 2019 heeft bereikt de afgelopen maanden omgezet in een overeenkomst tot wijziging van het ESM-verdrag (amending agreement). In de Eurogroep zal worden besproken wanneer vertegenwoordigers van de landen deze overeenkomst kunnen tekenen, opdat landen snel daarna aan de nationale ratificatie kunnen beginnen. Pas nadat het ESM-verdrag is geratificeerd kunnen bovengenoemde onderliggende documenten formeel worden goedgekeurd en kunnen de beslissingen formeel worden genomen. Na de ratificatie zal nog een separate unanieme beslissing door de gouverneurs over de activering van de achtervang moeten worden genomen. De politieke afspraak is dit uiterlijk eind 2023 te doen. Over deze beslissing zal nu niet worden gesproken.

In de overeengekomen verdragsteksten van juni is opgenomen dat het ESM enkel leent aan lidstaten met een houdbare overheidsschuld en adequate terugbetaalcapaciteit, en dat de schuldhoudbaarheid op een transparante en voorspelbare manier wordt geanalyseerd. Op basis van deze afspraken hebben Ministers, mede op aandringen van Nederland, het ESM en de Commissie verzocht voor december 2019 samen een werkdocument met een gezamenlijk analyseraamwerk voor schuldhoudbaarheid te publiceren. De vorderingen t.a.v. dit document zullen worden besproken. De verwachting is dat bij voldoende voortgang het document gepubliceerd kan worden.

Tot slot is in december 2018 afgesproken dat de achtervang vervroegd (eerder dan eind 2023) ingevoerd kan worden bij voldoende risicoreductie. De intergouvernementele overeenkomst betreffende de overdracht en mutualisatie van de bijdragen aan het gemeenschappelijke afwikkelingsfonds (IGA) schrijft voor dat tot eind 2023 de leningen die de gemeenschappelijke afwikkelingsraad (SRB) aangaat uitsluitend terugbetaald worden door de banken in het land van de bank die met behulp van deze geleende middelen wordt afgewikkeld (daarna vanaf 2024 betalen alle banken in de bankenunie deze leningen terug). Omdat de terugbetaalcapaciteit van de bankensector van een land beperkt is, zal de overeengekomen achtervang bij vervroegde invoering daardoor niet volledig benut kunnen worden. Het ESM zal immers niet meer middelen aan de SRB uitlenen dan de SRB bij de banken op kan halen voor de terugbetaling ervan. Om de effectiviteit van de overeengekomen gemeenschappelijke achtervang in geval van vervroegde invoering zeker te stellen is daarom in december 2018 ook de afspraak gemaakt om te streven naar beperkte wijzigingen in de IGA. Doel van die aanpassing zal zijn dat de gehele Europese bankensector bij een vervroegde invoering van de achtervang bij kan dragen aan de terugbetaling van leningen voor een resolutiecasus.

Waarschijnlijk zal door de Ministers gesproken worden over opties die een verschillende mate van gemeenschappelijke terugbetaling (mutualisatie) behelsen. Voor het volledig kunnen gebruiken van de achtervang is volledige mutualisatie niet nodig. Nederland zet er op in dat de eerder al overeengekomen mutualisatie van het gebruik van het SRF ongewijzigd blijft. Voor de mutualisatie van het terugbetalen van leningen zet Nederland er op in dat deze (maximaal) eenzelfde mutualisatiegraad kent als die voor het gebruik van het SRF zelf.

Een wijziging van de IGA is pas relevant als de Ministers van Financiën besluiten de gemeenschappelijke achtervang voor eind 2023 in te voeren. Omdat ratificatie van een IGA-aanpassing echter tijd nodig heeft en onderdeel uitmaakt van het gehele pakket van de ESM-hervorming, is nu reeds overeenstemming nodig over de te maken aanpassingen en het starten van het ratificatieproces. De aanpassingen zullen zo geformuleerd moeten worden dat ze alleen geldig zijn vanaf het moment dat de achtervang ingevoerd wordt. Nederland zal ervoor waken dat niet wordt vooruitgelopen op de discussie in 2020 over mogelijke vervroeging van de achtervang, die gevoerd zal worden op basis van een rapport van de Europese instellingen over risicoreductie.

Europees depositoverzekeringstelsel (EDIS)

Document: ST 9729/19

Aard bespreking: Tussentijdse terugkoppeling

Besluitvormingsprocedure: n.v.t.

Toelichting:

De Eurogroep ontvangt een tussentijdse terugkoppeling van de hoogambtelijke werkgroep die zich buigt over EDIS. Tijdens de Eurotop van juni 2019 is de Eurogroep nogmaals gevraagd technisch verder te werken aan de versterking van de Bankenunie. Sinds 2018 wordt gewerkt aan een routekaart om politieke onderhandelingen over EDIS te starten. Daartoe is een hoogambtelijke werkgroep (High Level Working Group; HLWG) opgericht die aan de Eurogroep rapporteert.2

Onder het Nederlandse voorzitterschap zijn op 17 juni 2016 raadsconclusies aangenomen. Daarin is de Europese Commissie opgeroepen tot het doen van voorstellen op specifieke risicoreducerende maatregelen. De onderhandelingen over EDIS zouden op politiek niveau van start gaan zodra voldoende verdere vooruitgang geboekt is met de risicoreducerende maatregelen. Dit jaar zijn alle risicoreducerende maatregelen – waartoe de Raad de Europese Commissie in 2016 opriep – afgerond. Ook zijn er aanvullende stappen gezet met het actieplan voor niet-presterende leningen. Een overzicht leest u terug in de brief update risicoreductie Europese banken van 26 augustus 2019.3

De afgelopen tijd is in de HLWG gesproken over het functioneren van de Bankenunie en eventuele opties om deze verder te versterken. Daarbij zijn verschillende zienswijzen gedeeld en is nog geen conclusie bereikt. Zo wordt onder andere gesproken over het functioneren van het crisisraamwerk, de behandeling van staatsobligaties en de financiële stabiliteit. Ook wordt gesproken over de verschillende opties voor de vormgeving van een EDIS.4

Naar mening van het kabinet kan middels een EDIS kan de slagkracht van de nationale depositogarantiestelsels – die banken zelf vullen – worden vergroot. Zo kan worden voorkomen dat nationale overheden moeten bijspringen om tekorten van een nationaal stelsel te dichten. EDIS is daarom een belangrijke pijler binnen de Bankenunie en wordt ook wel gezien als het sluitstuk. Conform het standpunt van het kabinet is voor Nederland van belang dat, voordat daadwerkelijk risicodeling plaatsvindt via een EDIS, een betere weging van staatsobligaties op bankbalansen gerealiseerd is en banken aantoonbaar gezond zijn. Nederland blijft daarom in Europees verband inzetten op een betere behandeling van staatsobligaties op bankbalansen en het toetsen van de gezondheid van banken door middel van asset quality reviews (AQRs).5

Begrotingsinstrument voor convergentie en concurrentievermogen (BICC)

Document: N.v.t.

Aard bespreking:

Besluitvormingsprocedure: N.v.t.

Toelichting:

De Eurogroep zal worden geïnformeerd over de voortgang en de vervolgstappen ten aanzien van de uitwerking van het begrotingsinstrument voor convergentie en concurrentievermogen (BICC).

Tijdens de Eurogroep van 13 juni en 9 oktober zijn er afspraken gemaakt over diverse kenmerken van het BICC, welke zijn vastgelegd in term sheets. U bent hierover geïnformeerd in de verslagen van de Eurogroep.6 De gemaakte afspraken hebben onder meer betrekking op de werking van het instrument, de strategische aansturing (governance), de financiering, de verdeelsleutel, de hoogte en variatie van de nationale cofinanciering, en de regelingen voor lidstaten die de euro niet hebben. De afspraken zullen nader worden vastgelegd in EU-wetgeving door middel van een aanpassing van het Commissievoorstel voor een verordening voor een hervormingsondersteuningsprogramma en een nieuwe verordening voor een governance raamwerk waarvoor de Europese Commissie in juni een voorstel deed. Over beide Commissievoorstellen ontving uw Kamer een BNC-fiche.7 De komende maanden zullen deze verordeningen verder worden uitgewerkt in Raadsverband. Voor Nederland zijn de in de term sheets vastgelegde afspraken daarbij leidend. Het eindresultaat zal tot stand komen met medebeslissing van het Europees Parlement.

Ten aanzien van de financiering werd op 9 oktober in de Eurogroep de afspraak bevestigd dat de omvang zal worden bepaald in de context van het Meerjarig Financieel Kader (MFK). Daarnaast is afgesproken dat de discussie over de noodzaak, inhoud, modaliteiten en omvang van een eventuele intergouvernementele overeenkomst (IGA) zal doorgaan in ambtelijke voorportalen van de Eurogroep. Tijdens de Eurogroep zullen de Ministers worden geïnformeerd over de voorgenomen planning ten aanzien van deze discussie.

EFTA-bijeenkomst

Op 8 november vindt de jaarlijkse EFTA-bijeenkomst plaats (European Free Trade Association), waarbij de Ministers van Financiën van Noorwegen, Liechtenstein, IJsland en Zwitserland worden uitgenodigd om in gesprek te gaan met de Ecofinraad. Het thema dat deze keer centraal staat is sustainable finance.

Ecofinraad

(Hamerpunt) BTW en accijns – voorstel met betrekking tot defensie-inspanningen

Document: 12915/19

Aard bespreking: Algemene oriëntatie

Besluitvormingsprocedure: Unanimiteit

Toelichting:

Tijdens de Ecofinraad streeft het voorzitterschap er naar om een algemene oriëntatie te bereiken over het voorstel met betrekking tot defensie-inspanningen. Het voorzitterschap heeft dit dossier geagendeerd als A-punt en hierover zal in beginsel geen bespreking plaatsvinden op de Ecofinraad.

Met dit voorstel wordt beoogd voor defensie-inspanningen ter uitvoering van een Unieoptreden in het kader van het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid (GVDB) voor zowel officieel als persoonlijk gebruik een soortgelijke vrijstelling te verlenen als bestaat in het kader van de NAVO, waar het de btw op betrokken goederen en diensten en accijns op alcohol, tabak en energieproducten (bijvoorbeeld brandstoffen) betreft. Het doel van deze maatregel is het stimuleren van Europese defensiesamenwerking en het verder ontwikkelen van het GVDB.

Het voorstel van de Commissie dient te worden bezien vanuit het perspectief van versterking van het GVDB en het streven om als Europa meer verantwoordelijkheid te nemen voor de eigen veiligheid. Het kabinet begrijpt de ratio achter het voorstel waarbij sprake is van het uitbreiden van fiscale vrijstellingen naar missies en oefeningen die vanuit de EU worden ingezet. Gemeenschappelijke actie op Europees niveau is gewenst, gezien de huidige ontwikkelingen op het Europese defensieterrein en het belang dat wordt gehecht aan een Europa dat meer verantwoordelijkheid neemt voor de eigen veiligheid en de rol die de EU daarin naast de NAVO te spelen heeft. Het kabinet kan daarom instemmen met een vrijstelling van btw en accijns (enkel op het gebied van energie) op de levering van goederen en diensten die ingezet worden voor officieel gebruik tijdens defensie-inspanningen in EU-kader. De hiervoor genoemde vrijstellingen kunnen bijdragen aan de versterking van het GVDB. Het kabinet is van mening dat een sterker GVDB in het strategische belang van Nederland is.

Conform het kabinetsstandpunt is tijdens de besprekingen over dit dossier uitgedragen dat Nederland geen voorstander is van nieuwe vrijstellingen van btw en accijns voor persoonlijk gebruik en in het geheel geen vrijstellingen voor accijns en btw op alcohol en tabak wenst te introduceren. Echter, dit standpunt kon op onvoldoende steun rekenen van andere lidstaten. Aan het belang van het stimuleren van Europese defensiesamenwerking wordt dusdanig waarde gehecht dat Nederland kan instemmen met dit voorstel.

Accijns

Document: 13372/19 en 13331/19

Aard bespreking: Aanname richtlijnvoorstellen en verordening

Besluitvormingsprocedure: Unanimiteit

Toelichting:

Tijdens de Ecofinraad streeft het voorzitterschap er naar om de richtlijnvoorstellen aan te nemen over aanpassingen aan de Horizontale accijnsrichtlijn en de Alcoholaccijnsrichtlijn. Ten behoeve van de wijzigingen van de Horizontale accijnsrichtlijn moet ook de verordening betreffende administratieve samenwerking op het gebied van de accijnzen wat betreft de inhoud van het elektronische register worden aangepast.

De Commissie heeft op 25 mei 2018 voorstellen gepubliceerd ten einde de Horizontale accijnsrichtlijn aan te passen naar aanleiding van het Douanewetboek van de Unie dat per 1 mei 2016 in werking is getreden. Oude verwijzingen naar het vervallen Communautair douanewetboek worden gewijzigd naar verwijzingen naar het Douanewetboek van de Unie. Tevens wordt het Excise Movement and Control System («EMCS») uitgebreid om mogelijk te maken dat veraccijnsde goederen onder het systeem gebracht kunnen worden, daar waar het nu nog alleen met papieren documenten mogelijk is. De verordening administratieve samenwerking over de inhoud van het elektronische register dient ook te worden aangepast, om mogelijk te maken dat vergunningen door de uitbreiding van EMCS in het register kunnen worden opgenomen.

Voor de Alcoholaccijnsrichtlijn heeft de Commissie ook op 25 mei 2018 voorstellen gepubliceerd. Daarin heeft de Commissie voorgesteld het meetmoment van het aantal graden Plato dat wordt gebruikt om het accijnstarief te bepalen, te verduidelijken. Daarnaast wordt een certificeringssysteem geïntroduceerd voor kleine producenten van verschillende alcoholische dranken. Nederland ziet de toegevoegde waarde hiervan niet. De in dit kader relevante bepalingen moeten al worden nageleefd door kleine brouwerijen. Inmiddels is in de compromisvoorstellen, naar tevredenheid van Nederland, een zelfcertificeringssysteem als optie opgenomen voor de lidstaten om te kiezen.

De richtlijnvoorstellen zijn eerder behandeld op de Ecofin van 7 maart en 17 mei 2019. Hier was het niet mogelijk tot een akkoord te komen en zijn de voorstellen terugverwezen naar bespreking op technisch niveau. Tot op heden is tussen de lidstaten geen overeenstemming bereikt. Nederland zet in op een latere implementatiedatum aangezien besluitvorming langer op zich laat wachten dan eerder ingeschat. Het is nog onzeker of de richtlijnen daadwerkelijk al zullen worden aangenomen op deze Raad. Nederland kan inhoudelijk instemmen met de laatste bekende versies van de compromisvoorstellen.

BTW – uitwisseling btw-relevante betaalgegevens

Document: 13374/19

Aard bespreking: Algemene oriëntatie

Besluitvormingsprocedure: Unanimiteit

Toelichting:

Tijdens de Ecofinraad streeft het voorzitterschap er naar om een algemene oriëntatie te bereiken over het voorstel met betrekking tot de uitwisseling van btw-relevante betaalgegevens. De rechtsbasis is art 113 VWEU. De besluitvorming ten aanzien van het voorstel is unanimiteit (raadpleging EP).

Op 12 december 2018 heeft de Commissie voorstellen gepubliceerd over de uitwisseling van btw-relevante betaalgegevens. Deze voorstellen bevatten maatregelen ter versterking van de administratieve samenwerking op het gebied van de btw. Het doel is de btw-fraude te bestrijden, waarbij de nadruk ligt op btw-fraude gerelateerd aan e-commerce. Hiertoe wordt voorzien in een verplichte verzameling en uitwisseling van de voor de btw relevante betaalinformatie. Betalingsdienstaanbieders zijn volgens de Commissie in ruim 90% van de online aankopen betrokken bij de transactie. Zij beschikken daardoor over informatie die ter ondersteuning kan dienen bij de controle en handhaving door de nationale belastingdiensten. Betaaldienstaanbieders worden door het voorstel verplicht de betaalinformatie ter beschikking te stellen aan de lidstaten. Voorts wordt door het voorstel een nieuwe database opgezet voor de opslag, aggregatie en analyse van de betaalinformatie en de verdere verwerking van deze informatie door fraudebestrijdingsambtenaren in de lidstaten binnen het kader van Eurofisc.

Het kabinet is voorstander van een effectieve fraudebestrijding en staat dan ook positief tegenover de uitgangspunten van dit voorstel om de administratieve samenwerking tussen de belastingdiensten onderling en tussen de belastingdiensten en betaaldienstaanbieders te verbeteren door middel van het uitwisselen van voor de bestrijding van btw-fraude bij e-commerce relevante betaalinformatie. Dit heeft naar verwachting positieve gevolgen voor het bonafide Nederlandse bedrijfsleven, omdat hiermee het aanbieden van producten en diensten zonder Nederlandse btw wordt bemoeilijkt.

Tijdens de besprekingen zijn verschillende wijzigingen doorgevoerd. Nederland is tevreden met deze wijzigingen, omdat hierdoor eerdere onduidelijkheden zijn weggenomen. Nederland steunt het voorstel dan ook.

BTW – bijzondere regeling voor kleine ondernemers

Document: 13373/19

Aard bespreking: Politiek akkoord

Besluitvormingsprocedure: Unanimiteit

Toelichting:

Tijdens de Ecofin streeft het voorzitterschap er naar om een politiek akkoord te bereiken over het voorstel voor een bijzondere regeling voor kleine ondernemers. De rechtsbasis is art 113 VWEU. De besluitvorming ten aanzien van het voorstel is unanimiteit (raadpleging EP).

De Commissie heeft op 18 januari 2018 een voorstel gepubliceerd voor aanpassing van de bestaande bijzondere regeling voor kleine ondernemers. De huidige regeling is complex, kent veel derogaties en is beperkt tot een nationale toepassing in de lidstaat waar de desbetreffende ondernemer is gevestigd. Met dit voorstel wordt de bestaande regeling gemoderniseerd en wordt beoogd vereenvoudigingen door te voeren voor kleine ondernemers. Alle lidstaten krijgen de keuze om, onder voorwaarden, voor kleine ondernemers een vrijstelling toe te passen. Indien een lidstaat een vrijstelling hanteert, is deze ook toegankelijk voor kleine ondernemers die niet in de desbetreffende lidstaat zijn gevestigd, maar daar wel btw verschuldigd zijn.

Het kabinet ondersteunt de doelstellingen die met dit voorstel worden beoogd. De verschillende systemen van de lidstaten dragen niet bij aan de goede werking van de interne markt. Het kabinet kan daarom het streven van de Commissie naar een meer geharmoniseerd en eenvoudiger stelsel van btw-regels voor kleine ondernemers ondersteunen. Daarbij is het goed dat de vrijstelling, indien een lidstaat ervoor kiest om die toe te passen, ook kan gelden voor ondernemers die niet in die lidstaat zijn gevestigd. Het kabinet hecht ook bij deze maatregelen groot belang aan de uitvoerbaarheid voor ondernemers en de Belastingdienst. Nederland heeft daarom, in een poging verdere vereenvoudigingen door te voeren, onder andere wijzigingen voorgesteld voor het hanteren van een harde grens bij overschrijding van de drempel en de werkingsperiode van de vrijstelling. Tot nu toe zijn deze voorstellen niet overgenomen. Hiernaast heeft Nederland ingezet op een implementatiedatum van niet eerder dan 1 januari 2025 (in plaats van 1 januari 2024) en hier heeft het voorzitterschap uiteindelijk gehoor aan gegeven.

Any other business – Stand van zaken financiële diensten dossiers

Document: 12426/19

Aard bespreking: Gedachtewisseling

Besluitvormingsprocedure: N.v.t.

Toelichting:

Het voorzitterschap van de Raad voorziet de Ecofinraad zoals gebruikelijk van informatie over de huidige wetgevingsvoorstellen voor financiële diensten.

Benoeming van directielid ECB

Document: N.v.t.

Aard bespreking: Aannemen Raadsaanbeveling

Besluitvormingsprocedure: Gekwalificeerde meerderheid

Toelichting:

De voorzitter van de Eurogroep heeft tijdens de Eurogroep van oktober lidstaten verzocht kandidaten ter vervanging van Sabine Lautenschläger in de directie van de Europese Centrale Bank (ECB) voor te dragen. Duitsland heeft als enige land een kandidaat voorgedragen: Isabel Schnabel.

Het doel is om bij de aankomende Eurogroep overeenstemming te bereiken over een benoeming. Vervolgens neemt de Ecofinraad formeel een aanbeveling aan waarin het een kandidaat voordraagt aan de Europese Raad, die vervolgens het Europees Parlement en de ECB consulteert. Uiteindelijk stemt de Europese Raad in met de benoeming op basis van de Raadsaanbeveling, met gekwalificeerde meerderheid waarbij enkel Eurolanden stemmen.

Belastingheffing in de digitale economie

Document: 13405/19

Aard bespreking: Gedachtewisseling

Besluitvormingsprocedure: N.v.t.

Toelichting:

In OESO/G20-verband wordt gewerkt aan oplossingen voor de uitdagingen die de digitalisering van de economie meebrengt voor de belastingheffing wereldwijd. De OESO/G20 streven naar consensus over deze oplossingen uiterlijk op de G20-vergadering van november 2020. Het werk bestaat uit twee pijlers. Pijler 1 gaat over het zoeken naar een gemeenschappelijke aanpak voor het aanpassen van de regels over belastbare aanwezigheid en winsttoerekening in de winstbelasting. Pijler 2 gaat over het verder onderzoeken en uitwerken van de maatregelen om te waarborgen dat internationaal opererende ondernemingen altijd ten minste een minimumniveau aan winstbelasting betalen. De Raad wordt door het voorzitterschap uitgenodigd om van gedachten te wisselen over de manier waarop de Raad eventuele gemeenschappelijke belangen van EU-lidstaten beter in kaart kan brengen en eventueel kan borgen. Het voorzitterschap stelt het volgende voor. Als eerste wil het voorzitterschap uiterlijk dit jaar, samen met de Commissie, de verenigbaarheid van de OESO-voorstellen met het EU-recht in kaart brengen. Daarnaast geeft het voorzitterschap aan dat het analyseren van de OESO-voorstellen voor de EU-lidstaten een prioriteit moet zijn van de Commissie en dat lidstaten, voor zover mogelijk, zouden moeten meewerken met de Commissie. Bovendien wil het voorzitterschap analyseren of EU-lidstaten gemeenschappelijke standpunten hebben ten aanzien van elementen uit de OESO-voorstellen.

Nederland werkt in OESO/G20-verband actief mee aan het zoeken naar oplossingen op basis van beide pijlers die op consensus kunnen rekenen. Dit doet Nederland door actief deel te nemen aan de discussies binnen de (technische) werkgroepen van de OESO, en suggesties aan te dragen die de oplossingen kunnen verbeteren en die kunnen bijdragen aan het bereiken van consensus.8 De afgelopen periode is in Raadswerkgroepen regelmatig de voortgang in de OESO-discussies besproken en is gesproken over de rol van de EU in dit proces. Daarbij heeft Nederland steeds aangegeven dat de EU vooral meerwaarde kan bieden op het gebied van impactanalyses en het beoordelen van de verenigbaarheid met EU-recht, vooral met het oog op implementatie door EU-lidstaten van eventuele mondiale afspraken. Waar EU-lidstaten gemeenschappelijke standpunten of belangen zouden hebben, is het eveneens nuttig hierover te spreken. Nederland vindt het belangrijk om mee te werken aan het bereiken van consensus op mondiaal niveau. Voor zover discussies in EU-verband over impactanalyses en verenigbaarheid met EU-recht constructief bijdragen aan het bereiken van mondiale consensus, kan Nederland zich vinden in het voorstel van het voorzitterschap. Indien nodig, zal Nederland dit tijdens de gedachtewisseling in de Raad benadrukken.

Jaarverslag European Fiscal Board

Document: European Fiscal Board 2019 Annual Report, https://ec.europa.eu/info/publications/2019-annual-report-european-fiscal-board_en

Aard bespreking: Presentatie

Besluitvormingsprocedure: N.v.t.

Toelichting:

Tijdens de Ecofinraad zal de European Fiscal Board (EFB) haar derde jaarverslag presenteren. De EFB evalueert in haar rapport de toepassing van het Stabiliteits- en Groeipact in 2018, gaat in op de rol van nationale onafhankelijke instanties (independent fiscal institutions, IFIs) die belast zijn met het toezicht op de naleving van de begrotingsregels en het opstellen of bekrachtigen van macro-economische begrotingsprognoses in nationale begrotingsplannen, beoordeelt de begrotingssituatie in 2018, beoordeelt de effectiviteit van de begrotingsregels en doet tenslotte voorstellen voor een herziening van het stabiliteits- en groeipact (op basis van haar eerdere rapport over begrotingsregels). Er zullen tijdens de Ecofinraad geen beslissingen worden genomen.

De EFB is in haar rapport kritisch over de handhaving van het stabiliteits- en groeipact door de Europese Commissie en door de Raad in 2018. Volgens de EFB heeft de Commissie verschillende stappen in de richting van meer flexibiliteit genomen, hoewel deze stappen niet onder de regels of de eerdere interpretatie van de regels vielen. In haar analyse van IFIs merkt de EFB op dat sommige instellingen in 2018 hebben ingegrepen om te wijzen op neerwaartse risico's voor de economische vooruitzichten op de middellange termijn, nalevingsrisico’s, of een onvoldoende middellangetermijnoriëntatie van het begrotingsbeleid. De EFB stelt de vaststelling van minimumnormen voor deze nationale onafhankelijke instanties voor.

In aanloop naar de door de Commissie verwachte evaluatie van de begrotingsregels heeft de EFB de effectiviteit van de regels geanalyseerd. De voorzitter van de EFB, Niels Thygesen, heeft tijdens de Ecofin in september deze analyse gepresenteerd. De EFB vindt dat het Stabiliteits- en Groeipact grondig moet worden herzien om het simpeler te maken en de naleving te verhogen. De EFB heeft een voorstel gedaan voor het combineren van één doel, namelijk een publieke schuld van 60% bbp, met één operationele regel, namelijk de uitgavenregel. Ook wil de EFB af van alle gedetailleerde flexibiliteitsclausules, en toe naar slechts één escape clause. Verder doet de EFB een voorstel om bepaalde uitgaven voor publieke investeringen met een Europese toegevoegde waarde van het uitgavenbedrag af te kunnen trekken.

Nederland verwelkomt de kritische beoordeling van de werking van het SGP en de ideeën ten aanzien van een mogelijke hervorming. Deze vormen een belangrijke input voor de discussie over de toekomst van het SGP. Het kabinet zal eventuele voorstellen van de Commissie tot herziening van het SGP beoordelen op hun bijdrage aan het bereiken van het doel van houdbare overheidsfinanciën en een effectieve handhaving van regels. Binnenkort zal de Kamer een aanvullende appreciatie ontvangen van het rapport van de EFB over de werking van de Europese begrotingsregels, zoals toegezegd tijdens het AO Eurogroep/Ecofinraad van 1 oktober jongstleden (Kamerstuk 21 501-07, nr. 1631).

Statistiek

Document: 13423/19

Aard bespreking: Aannemen Raadsconclusies

Besluitvormingsprocedure: Consensus

Toelichting:

De Ecofinraad spreekt jaarlijks over de ontwikkelingen op het terrein van de statistiek in de Europese Unie. Hierover worden raadsconclusies opgesteld die deze Ecofinraad voorliggen. Nederland kan instemmen met deze Raadsconclusies.

De Raad heeft dit keer vooral gekeken naar vooruitgang bij informatievereisten voor de Economische en Monetaire Unie (EMU), naar statistieken voor de procedure bij buitensporige tekorten, naar statistieken voor de macro-economische onevenwichtighedenprocedure (MEOP) en naar ontwikkelingen op het gebied van modernisering en innovatie in statistische infrastructuur.

Vastgesteld wordt dat modernisering van het statistische systeem op Europees en nationaal niveau voortdurend investeringen vergt in onderhoud van de infrastructuur van de statistiek en in human resources. De Raad brengt daarbij in herinnering het belang van het minimaliseren van de administratieve lasten voor respondenten.

De Raad geeft aan vooruitgang te zien in de governance van de statistische processen en de statistische methodologie voor de statistieken bij buitensporige tekorten. De Raad beveelt daarbij aan om toekomstige wijzigingen op dit terrein meer gestructureerd, planmatig en streng in te voeren. Bij de statistische methodologie wordt de publicatie van de 2019 editie van de «Manual on Government Deficit and Debt» en een nieuwe «Manual of the Classification of Functions of Government» vermeld.

Bij de macro-economische onevenwichtighedenprocedure (MEOP) en bij statistische informatie in de EMU is in het verleden afgesproken een kwaliteitsslag te maken bij vooral het tijdig beschikbaar komen van de benodigde data relevant voor MEOP en EMU. Op beide terreinen is (wederom) vooruitgang te melden. Zo is vooruitgang is te melden bij de tijdigheid en beschikbaarheid van een aantal korte-termijn indicatoren onder meer over (zogenoemde flash estimates van) de werkgelegenheid. Voorts wordt door de Commissie en ECB gewerkt aan de totstandkoming van nieuwe (experimentele) statistieken op het terrein van onroerend goed statistieken voor macro prudentiële doeleinden.

Klimaatfinanciering ter voorbereiding op COP25

Document: Nog niet bekend

Aard bespreking: Aannemen Raadsconclusies

Besluitvormingsprocedure: Consensus

Toelichting:

De Raad zal spreken over Klimaatfinanciering in voorbereiding op de 25e Conferentie van de Partijen (COP25) die gepland staat van 2–15 december in Santiago de Chili onder de United Nations Framework Convention on Climate Change (UNFCCC). Hiertoe zullen Raadsconclusies worden aangenomen om de EU positie uiteen te zetten. De Ecofinraad is verantwoordelijk voor de financiële aspecten van de internationale klimaatonderhandelingen, gegeven de potentiële budgettaire en economische implicaties die de onderhandelingen kunnen hebben.

De COP25 in Santiago staat in het teken van het operationaliseren van de Overeenkomst van Parijs. Voortbouwend op de COP24 in december 2018 in Katowice, Polen, zal deze top gericht zijn op de afronding van de regels die invulling geven aan de Overeenkomst van Parijs (het Paris Agreement Work Program) om landen in staat te stellen om over te gaan tot implementatie. Naar verwachting zullen de Raadsconclusies veel van de posities en boodschappen die reeds in de conclusies van afgelopen jaren zijn uiteengezet benadrukken. Belangrijk daarbij voor Nederland is het onderstrepen van het belang van het in lijn brengen van financiële stromen met een broeikasgasarme en klimaatbestendige toekomst, zoals afgesproken in het Parijs akkoord (Art. 2.1.c).

Daarnaast zal er naar verwachting aandacht zijn voor het belang van groene investeringen en het verkrijgen van inzicht in klimaat gerelateerde financiële risico’s. Ook zal naar verwachting worden ingegaan op de belangrijke rol van Multilaterale Ontwikkelingsbanken (MDB’s) waarbij MDB’s ook worden opgeroepen investeringen in fossiele projecten verder terug te schroeven (daarbij rekening houdend met de behoeften van ontwikkelingslanden).

Voor Nederland is het van belang dat in de conclusies de belangrijke rol van de private sector wordt benadrukt. Nederland hecht daarnaast belang aan de uitfasering van de financiering van fossiele brandstoffen door MDB’s, de ambitie om de EIB verder te vergroenen, de verankering van een ambitieus klimaatbeleid in het Meerjarig Financieel Kader van de EU, en een referentie aan het feit dat de EU de grootste donor is op het gebied van klimaatfinanciering.

Opvolging G20 en IMF Jaarvergadering

Document: 13429/19

Aard bespreking: Gedachtewisseling

Besluitvormingsprocedure: N.v.t.

Toelichting:

Het voorzitterschap en de Commissie zullen een terugkoppeling geven van de G20-bijeenkomst voor Ministers van Financiën en Centrale Bank Gouverneurs en de IMF Jaarvergadering die plaatsvonden op 17 en 18 oktober in Washington D.C. De G20-bijeenkomst was de laatste bijeenkomst van de Ministers van Financiën en Centrale Bank Gouverneurs onder het voorzitterschap van Japan.

De G20-bijeenkomst stond met name in teken van de mondiale economie. Daarnaast is er gesproken over internationale belastingen en zogenaamde «stablecoins». De voortgang op het Base Erosion and Profit Shifting (BEPS) is verwelkomd en de landen zien uit naar verdere ontwikkelingen. Ten aanzien van «stablecoins» is benadrukt dat dit kansen en risico’s met zich meebrengt. Het IMF is gevraagd om de macro-economische gevolgen van het gebruik van «stablecoins» te onderzoeken.

De IMF-bijeenkomst stond in belangrijke mate in het teken van economische onzekerheid, de mondiale handelsspanningen, klimaat en discussie over de noodzaak tot een gecoördineerd beleidsrespons om lagere groei tegen te gaan. Het was de eerste IMF-vergadering onder leiding van Kristalina Georgieva, de nieuwe managing director van het IMF.

De inzet van de EU in het International Monetary and Financial Committee (IMFC) van het IMF was vooraf vastgesteld middels het IMFC-statement van de EU. De Ministers van Financiën en Centrale Bank Gouverneurs zijn in het IMFC tot een politiek akkoord op hoofdlijnen gekomen over de afronding van de 15e quotaherziening. In het communiqué van het IMFC is steun uitgesproken voor het behoud van de omvang van het IMF, door een verdubbeling van de New Arrangements to Borrow (NAB) en een verlening van (een gedeelte van) de bilaterale leningen na 2020. Afgesproken is om binnen de 16e quotaherziening verder te werken aan de governance hervormingen, waarbij de nadruk ligt op de toereikendheid van quota-middelen. De gestelde deadline voor de 16e quotaherziening is december 2023. Een eventuele aanpassing van quota-middelen onder de 16e quotaherziening zal naar verwachting leiden tot een verschuiving van quota-aandelen naar opkomende markten. Er is afgesproken om in de 16e quotaherziening een nieuwe quota-formule te gebruiken die richtinggevend is. De Tweede Kamer zal over de uitkomst van de 15e quotaherziening middels het Kamerverslag IMF nader worden geïnformeerd. Het IMFC communiqué zal aan het IMF Kamerverslag als bijlage worden toegevoegd.

Any other business – Stablecoins

Document: N.v.t.

Aard bespreking: Gedachtewisseling

Besluitvormingsprocedure: N.v.t.

Naar aanleiding van de discussies over zogenaamde «stablecoins» in de vergaderingen van het IMF, de G7 en de G20 in oktober 2019, wordt in de Ecofinraad van gedachten gewisseld over een gezamenlijk EU-standpunt ten aanzien van deze stablecoins. Het doel is om in de Ecofinraad van december 2019 met een gezamenlijke verklaring te komen.

Voor Nederland is van belang dat de risico’s die (voorstellen voor) stablecoins met zich meebrengen in voldoende mate zijn gemitigeerd, en dat wet- en regelgeving in voldoende mate geschikt gemaakt is om dergelijke initiatieven te kunnen reguleren, voordat dergelijke stablecoins in de EU aangeboden mogen worden. Om deze reden is nauwe samenwerking op EU-niveau van groot belang.

Overig

Gemeenschappelijke verklaring waarin de Commissie wordt opgeroepen met voorstellen te komen voor het beter beprijzen van luchtvaart

In het regeerakkoord is opgenomen dat het kabinet inzet op Europese afspraken over belastingen op luchtvaart in het kader van de voor 2019 geplande onderhandelingen over de klimaatdoelen van «Parijs». De door het kabinet voorgestelde nationale vliegbelasting9 wordt conform het regeerakkoord in 2021 alleen ingevoerd, wanneer de Europese route met betrekking tot het belasten van luchtvaart dan onvoldoende resultaat heeft opgeleverd. Alle opties voor invulling van een Europese belasting staan nog open. Voor de uitwerking van dit eerste spoor, de Europese route, zijn inmiddels verschillende stappen gezet, waarbij wordt ingezet op een Europese aanpak en op coördinatie tussen lidstaten van de EU. Op 20 februari 2018 is in een brief aan Eurocommissaris Moscovici voor economische en financiële aangelegenheden (in kopie verstuurd aan de Eurocommissarissen Bulc voor Vervoer en Cañete voor Klimaatactie en Energie) de positie van Nederland geschetst en de Commissie gevraagd het initiatief te nemen tot voorstellen op het gebied van het belasten van luchtvaart. Op 5 maart 2018 is deze brief mondeling bij de heer Moscovici toegelicht. In zijn antwoord heeft de heer Moscovici aangegeven dat hij nadenkt over hervorming van EU-regelgeving met betrekking tot belasten van luchtvaart, waarbij hij rekening wil houden met de evaluatie van de Richtlijn Energiebelastingen, de doelen van het vervoerbeleid en het klimaatbeleid van de EU en de positie van lidstaten. Daarnaast was hij van mening dat, gezien de toen nog beperkte resterende zittingsduur van de huidige Europese Commissie, zijn opvolger in een betere positie is om na te denken over actie op het gebied van de vliegbelasting. Om de gedachtevorming van de andere EU-lidstaten voort te helpen, heeft Nederland op 20 en 21 juni 2019 een high level conferentie georganiseerd over vliegbelasting en CO2-beprijzing. Na de conferentie heeft Nederland in zowel de Milieuraad (op 26 juni 2019) als in de Ecofinraad (op 9 juli 2019) een terugkoppeling gegeven van de uitkomsten van die conferentie. Een meerderheid van de deelnemers van de conferentie gaf aan dat het belangrijk is dat lidstaten politieke moed tonen en zouden moeten samenwerken met gelijkgestemden. In deze terugkoppeling heeft Nederland ook aangegeven te werken aan een gemeenschappelijke verklaring waarin de nieuwe Commissie opgeroepen wordt te komen met voorstellen om in Europees verband luchtvaart beter te belasten. Op 12 juli 2019 heeft Nederland in een raadswerkgroep voor belastingen op hoog niveau(high level working party on taxation) een uitgebreide presentatie gegeven over de juridische en politieke mogelijkheden om luchtvaart beter te belasten en daarbij ook lidstaten opgeroepen zich aan te sluiten bij de hiervoor genoemde verklaring. Verschillende lidstaten stonden positief ten opzichte van de voortrekkersrol die Nederland op zich neemt. 10

In de maanden tot aan het aantreden van de nieuwe Europese Commissie is hard gewerkt aan deze verklaring en het verzamelen van steun van andere lidstaten. Inmiddels lijkt er met een mooie groep lidstaten overeenstemming te zijn bereikt over een gemeenschappelijke tekst waarin de Commissie wordt opgeroepen te komen met voorstellen voor het beter beprijzen van luchtvaart in EU-verband. Deze verklaring zal hoogstwaarschijnlijk en marge van de Eurogroep worden gepresenteerd. Hoeveel en welke lidstaten precies mee zullen doen met deze verklaring, is nog in beweging.


X Noot
1

Kamerstuk 21 501-07, nr. 1605.

X Noot
2

Kamerstuk 21 501-20, nr. 1468.

X Noot
3

Kamerstuk 21 501-07, nr. 1619.

X Noot
4

Aanhangsel Handelingen II, 2019/20, nr. 272.

X Noot
5

Kamerstuk 21 501-07, nr. 1472.

X Noot
6

Kamerstuk 21 501-07, nrs. 1612 en 1629.

X Noot
7

Kamerstuk 22 112, nrs. 2633 en 2825.

X Noot
8

Kamerstuk 32 140, nr. 60.

X Noot
9

Kamerstuk 35 205, nr. 2.

X Noot
10

Kamerstuk 35 205, nr. 6.