Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2018-201921501-07 nr. 1605

21 501-07 Raad voor Economische en Financiële Zaken

Nr. 1605 BRIEF VAN DE MINISTER VAN FINANCIËN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 31 mei 2019

Hierbij zend ik u de geannoteerde agenda voor de Eurogroep en Ecofinraad van 13 en 14 juni te Luxemburg.

Het is mogelijk dat nog punten worden toegevoegd aan de agenda of dat bepaalde onderwerpen worden afgevoerd of worden uitgesteld tot de volgende vergadering.

De Minister van Financiën, W.B. Hoekstra

Geannoteerde agenda t.b.v. Eurogroep en Ecofinraad 13 en 14 juni 2019

Eurogroep

Thematische discussie over groei en banen – ongelijkheid

Document: Note for the Eurogroup: Delivering Inclusive Growth – Thematic discussions on growth and jobs (niet openbaar)

Aard bespreking: Gedachtewisseling

Besluitvormingsprocedure: N.v.t.

Toelichting:

De Eurogroep zal een notitie bespreken in het kader van de thematische discussies die met regelmaat in de Eurogroep worden gevoerd. De discussie richt zich dit keer op inkomensongelijkheid in Eurolanden. Vermogensongelijkheid zal niet worden behandeld. De discussiepunten raken aan drie onderwerpen: de ontwikkelingen in het nationaal debat over ongelijkheid, de beleidsmaatregelen om inclusieve groei te bewerkstelligen en de relatie tussen gelijkheid en inclusieve groei enerzijds en andere doelstellingen zoals innovatie en ondernemerschap anderzijds. Het doel van de discussie is om van gedachten te wisselen, er zal geen besluitvorming plaatsvinden.

De notitie gaat met name in op het begrip inclusieve groei. Over het algemeen onderschrijft het kabinet de analyse zoals beschreven in de notitie. Die wijst op de uitkomsten van de Eurobarometer dat er een grote groep van EU-burgers bestaat die vindt dat de inkomensverschillen in hun land te groot zijn. Nederland komt hier echter goed uit met het laagste percentage burgers die de verschillen te groot vindt. De inkomensongelijkheid is relatief laag in de Eurozone in vergelijking tot de rest van de wereld (bijv. China, India, Rusland en de Verenigde Staten).

Het debat in Nederland richt zich met name op de toenemende kloof tussen hoog- en laagopgeleiden, de verschillen in zekerheid op de arbeidsmarkt (vaste versus flexibele contracten) en beperkte loonstijging. Het kabinet zet in op het adresseren van de verschillen tussen vaste en flexibele contracten op de arbeidsmarkt middels de Wet arbeidsmarkt in balans. Daarnaast draagt het Nederlandse overlegmodel, waarbij zowel vakbonden als werkgeversorganisaties aan tafel zitten, bij aan het vinden van een balans tussen verschillende belangen.

In Nederland is er een groot verschil tussen de inkomensongelijkheid voor en die na belastingen, premies en toeslagen. Zo bedroeg de Gini-coëfficiënt1 (in 2017) voor het primair inkomen in Nederland 0,55, en was die bijna de helft lager (0,29) na belastingen, premies en toeslagen. Vergeleken met andere EU-lidstaten is de inkomensongelijkheid in Nederland klein. In Slowakije is de minste ongelijkheid, gevolgd door Slovenië en Tsjechië. In deze Oost-Europese lidstaten gaat een verhoudingsgewijs laag gemiddeld inkomen gepaard met kleine inkomensverschillen. Verder hebben enkel Finland en België een lagere Gini-coëfficiënt.

In de notitie worden verschillende maatregelen genoemd om inkomensongelijkheid te adresseren en inclusieve groei te bewerkstelligen. Zo kan de effectiviteit van nationale sociale vangnetten worden verhoogd en het functioneren van onderwijssystemen worden verbeterd. Ook noemt de notitie enkele instrumenten die op Europees niveau kunnen bijdragen aan gelijkheid. Het kabinet richt zich, naast de correctie van ongelijkheid via belastingen, premies en toeslagen, voornamelijk op de bestrijding van kansenongelijkheid middels de stimulering van talent en kwalitatief hoog onderwijs.

IMF artikel IV missie van het eurogebied

Document: Nog niet beschikbaar

Aard bespreking: Gedachtewisseling

Besluitvormingsprocedure: N.v.t.

Toelichting

Van 14 tot 24 mei heeft de artikel IV-missie van het IMF ten behoeve van het eurogebied plaatsgevonden. Tijdens de Eurogroep van 13 juni presenteert het IMF de eerste bevindingen en wordt het concluding statement van de missie besproken. Dit statement wordt na de Eurogroep gepubliceerd. Het rapport wordt vermoedelijk in juli besproken in de board van het IMF, waarna het definitieve rapport zal worden gepubliceerd. Nederland zal tijdens de bespreking in de Eurogroep de opvattingen van het kabinet ten aanzien van de ontwikkelingen in de eurozone en de architectuur van de Economische en Monetaire Unie (EMU) voor het voetlicht brengen, zoals die onder andere is verwoord in de Kamerbrief over de EMU van november 2017.2

Post programma surveillance Cyprus

Document: De 6e PPS Rapportage wordt op een later moment gepubliceerd op: https://ec.europa.eu/info/business-economy-euro/economic-and-fiscal-policy-coordination/eu-financial-assistance/which-eu-countries-have-received-assistance/financial-assistance-cyprus_en#programme-reports.

Nieuwsbericht over missie: https://ec.europa.eu/info/news/staff-statement-following-sixth-post-programme-surveillance-pps-mission-cyprus-2019-mar-22_en

Aard bespreking: Gedachtewisseling

Besluitvormingsprocedure: N.v.t.

Toelichting:

De Eurogroep zal een terugkoppeling ontvangen van de 6e post programme surveillance (PPS)-missie naar Cyprus. De missie in het kader van de PPS, waaraan de Europese Commissie, de ECB en het ESM deelnamen, heeft plaatsgevonden van 18 tot 22 maart jongstleden. Het doel van PPS is het verkleinen van het risico dat een land dat steun heeft ontvangen terugvalt op oud beleid, dat risico’s voor de financiële stabiliteit met zich mee kan brengen en mogelijk de terugbetaalcapaciteit van een land in gevaar brengt.

De voornaamste bevindingen van de missie zijn positief. Voor het derde jaar op rij was in 2018 sterke economische groei zichtbaar, namelijk 3,9% bbp. De instellingen geven aan dat de overheidsfinanciën wederom sterk blijven, ondanks een tekort in 2018 als gevolg van eenmalige steunmaatregelen in verband met de Cyprus Cooperative Bank. Voor 2019 en 2020 worden wel weer aanzienlijke primaire surplus verwacht. De instellingen wijzen op de noodzaak van het blijven voeren van een prudent begrotingsbeleid om de hoge publieke schuld (102% van bbp) verdere omlaag te brengen, conform de regels van het SGP. Ten aanzien van niet-presterende leningen (NPLs) was in 2018 een verdere reductie en consolidatie zichtbaar. Desondanks blijft van het NPL-niveau in de bancaire sector het op een na hoogste van Europa en daarmee een aandachtspunt. De instellingen merken op dat de gunstige economische omstandigheden een kans bieden om het doorvoeren van structurele hervormingen te versnellen. Het gaat daarbij onder meer om het hervormen van de rechtspraak en het verbeteren van het ondernemingsklimaat. Nederland verwelkomt de overwegend positieve bevindingen.

Voorbereiding Eurotop

Document: N.v.t.

Aard bespreking: Voorbereiding Eurotop

Besluitvormingsprocedure: Unanimiteit

Toelichting:

Tijdens de Eurotop van 14 december vorig jaar zijn afspraken gemaakt om de EMU te versterken3. De volgende drie documenten werden toen bekrachtigd: (1) een generiek rapport van de Eurogroep aan regeringsleiders over de EMU, (2) een «term sheet» over de hervorming van het ESM en (3) een «terms of reference» (ToR) over de vormgeving van een gemeenschappelijke achtervang voor het gemeenschappelijk afwikkelingsfonds (Single Resolution Fund; SRF)4. Ook werd besloten om een hoog-ambtelijke werkgroep (High Level Working Group; HLWG) op te richten die invulling geeft aan de conclusie van de Eurotop van juni vorig jaar dat gewerkt gaat worden aan een routekaart om politieke onderhandelingen over een Europees depositoverzekeringsstelsel (EDIS) te starten. Tot slot heeft de Eurotop van december de Eurogroep gevraagd om de kenmerken van een begrotingsinstrument voor convergentie en concurrentievermogen (BICC) uit te werken. De Kamer is door middel van het verslag van de Eurogroep en de Eurotop van december op de hoogte gesteld van deze uitkomst.5

In december is overeengekomen dat de Eurotop in juni opnieuw zal spreken over de EMU. Het is de bedoeling dat de Eurogroep daarvoor aanpassingen van het ESM-verdrag voorbereidt, rapporteert over mogelijke oplossingen voor liquiditeit in resolutie en zich buigt over de kenmerken van het BICC. De HLWG zal aan de Eurogroep rapporteren over EDIS. Onderstaand wordt op deze verschillende elementen ingegaan.

ESM-verdrag

Nederland zet erop in dat de in december bereikte politieke afspraken, die uitgebreid beschreven zijn in het verslag van de Eurogroep van 4 december 2018, zorgvuldig worden verwerkt in de wijziging van het ESM-verdrag en de relevante richtsnoeren en overige documenten. Het gaat dan om de afspraken die zijn vastgelegd in zowel de term sheet over de ESM-hervorming als de ToR over de vormgeving van de achtervang voor het SRF. Daarnaast volgt het kabinet de inzet die eerder is verwoord in de brief aan de Kamer over te toekomst van de EMU6 en in het BNC-Fiche over het Commissievoorstel voor de oprichting van een Europees Monetair Fonds (EMF). Conform dat Fiche, hecht Nederland eraan dat het betrekken van het IMF bij steunprogramma’s van het ESM per geval kan worden bezien en houdt Nederland vast aan de bestaande besluitvormingsprocedures en het intergouvernementele karakter van het noodfonds. Onderstaand volgt een nadere toelichting op een aantal afspraken uit de term sheet en de ToR.

Ten eerste is in de term sheet afgesproken dat de rol van het ESM bij de totstandkoming van programma’s wordt versterkt. Volgens Nederland is van belang dat het ESM-verdrag weerspiegelt dat het ESM een grotere rol krijgt bij de vormgeving van, de onderhandelingen over, en het monitoren van aanpassingsprogramma’s, alsmede bij de schuldhoudbaarheidsanalyse van lidstaten die een aanvraag voor stabiliteitssteun bij het ESM doen. Dit is in lijn met de werkafspraken tussen de Europese Commissie en het ESM die in het najaar zijn gemaakt7.

Ten tweede is in de term sheet overeengekomen dat de effectiviteit van de bestaande ESM-instrumenten voor preventieve financiële bijstand zal worden versterkt door het verduidelijken van de toegangscriteria en de overige voorwaarden. Het ESM heeft de beschikking over twee van deze instrumenten: een aan voorwaarden onderworpen kredietlijn (Precautionary Conditioned Credit Line, PCCL) en een kredietlijn tegen verscherpte voorwaarden (Enhanced Conditioned Credit Line, ECCL). Deze instrumenten zijn nog nooit gebruikt. Voor Nederland is van belang dat het ESM-verdrag en het specifieke ESM-richtsnoer voor de PCCL zo wordt aangepast dat de afspraken in de term sheet gestand wordt gedaan.

Ten derde is in de term sheet afgesproken om het raamwerk voor het waarborgen van een houdbare overheidsschuld te versterken. Nederland vindt het belangrijk dat de wijziging van het ESM-verdrag hier recht aan doet. Dit gaat onder meer om het herbevestigen van het principe dat het ESM enkel leent aan lidstaten met een houdbare overheidsschuld en adequate terugbetaalcapaciteit. Daarnaast vindt Nederland het van belang dat het ESM-verdrag recht doet aan de afspraak uit de term sheet om de analyse van schuldhoudbaarheid op een transparante en voorspelbare manier uit te voeren, met voldoende beoordelingsruimte om de uitkomsten van statistische analyses te interpreteren. Tot slot is voor Nederland van belang dat het ESM-verdrag het voornemen bevat om vanaf 2022 een zogenoemde collective action clause (CAC’s) met single limb aggregation op te nemen in uitgiftes van staatsobligaties. Deze single limb CAC wordt momenteel op technisch niveau vormgegeven.

In de ToR over de vormgeving van de achtervang voor het SRF zijn de volgende onderdelen volgens Nederland essentieel: (1) het uitgangspunt dat de achtervang op de middellange termijn begrotingsneutraal is, (2) dat er een plafond voor de omvang van de achtervang wordt vastgesteld dat alleen met unanimiteit door de Raad van gouverneurs kan worden aangepast en (3) dat er een unanieme beslissing van de Raad van gouverneurs nodig is om de achtervang voort te zetten, wanneer het juridische raamwerk voor de afwikkeling van financiële instellingen in de toekomst, tegen de wens van een of meer lidstaten, op essentiële punten wordt gewijzigd. Deze uitgangspunten zullen in het ESM-verdrag moeten worden verankerd.

Met de beoogde wijziging van het ESM-verdrag wordt het mogelijk gemaakt dat het ESM als gemeenschappelijke achtervang voor het SRF kan dienen. Ter invulling van de politieke afspraken in de ToR zet Nederland er bij de wijziging van het ESM-verdrag op in dat voor het daadwerkelijk instellen van de achtervang voor het SRF een aanvullend, unaniem, besluit nodig is door de Raad van gouverneurs van het ESM. Dit besluit zal uiterlijk aan het eind van 2023 moeten worden genomen, gelet op de politieke afspraken dat de achtervang uiterlijk begin 2024 beschikbaar zal zijn.

In de ToR is overeengekomen dat besluitvorming over het gebruik van de achtervang met unanimiteit van stemmen zal zijn, maar ook dat de Eurogroep zal proberen om een spoedstemprocedure overeen te komen. Het bestaande ESM-verdrag kent al zo’n spoedstemprocedure voor besluitvorming over stabiliteitssteun aan leden, die gebruikt kan worden als zowel de Europese Commissie als de Europese Centrale Bank concluderen dat als niet dringend een besluit wordt genomen, dit de economische en financiële duurzaamheid van de eurozone in gevaar kan brengen. In dat geval worden besluiten genomen met 85% van de stemmen, in plaats van de gebruikelijke eenparigheid van stemmen. Deze procedure is sinds de start van het ESM nog niet gebruikt. Mocht het ook voor de gemeenschappelijke achtervang tot een spoedstemprocedure komen waarbij geen unanimiteit geldt, zal Nederland inzetten op de introductie van voldoende waarborgen zodat het gebruik van deze procedure tot een minimum beperkt blijft.

In de ToR is ook overeengekomen dat gepoogd zal worden om overeenstemming te bereiken over aanpassing van de intergouvernementele overeenkomst betreffende de overdracht en mutualisatie van de bijdragen aan het SRF (de IGA) in het kader van de mogelijk vervroegde invoering van de backstop als aantoonbaar risicoreductie is bereikt. In de afgelopen maanden is daarmee in de ambtelijke voorportalen nauwelijks voortgang geboekt. Het is daarom niet de verwachting dat hierover bij de komende Eurogroep een besluit genomen kan worden en dat hierover in de tweede helft van het jaar verder gesproken zal worden.

Om het ESM-verdrag niet onnodig te belasten met gedetailleerde teksten zal een aantal afspraken die in december zijn gemaakt worden verwerkt in onderliggende richtsnoeren en andere documenten. Dit geldt bijvoorbeeld voor de aanpassing van het richtsnoer voor de preventieve kredietlijnen en voor het prijsbeleid. Voor de gemeenschappelijke achtervang zal ook een volledig nieuw richtsnoer moeten worden opgesteld. Daarnaast moet de vormgeving van de single limb CAC’s nog overeengekomen worden.

Hoewel in de ambtelijke voorportalen sterke voortgang is geboekt met het verwerken van de afspraken in concept-verdragsteksten, ligt het niet in de lijn der verwachting dat in de komende Eurogroep al een akkoord kan worden bereikt over de gehele ESM-hervorming, omdat – zoals bovenstaand reeds aangegeven – een aantal aan het verdrag verwante documenten nog moet worden uitgewerkt.

Wanneer op enig moment een definitief akkoord wordt bereikt over aangepaste verdragsteksten zullen deze hun beslag krijgen in een wijzigingsprotocol (amending agreement), wat een op zichzelf staand verdrag is. Dit wijzigingsprotocol zal na ondertekening (waarvoor instemming van de ministerraad nodig is) de uitdrukkelijke parlementaire goedkeuringsprocedure doorlopen. Voor Nederland is het belangrijk dat, voordat een definitief akkoord over verdragsteksten wordt bereikt, ook de inhoud van de onderliggende richtsnoeren en overige documenten bekend is. Omdat deze een aantal voor Nederland relevante werkstromen en richtsnoeren op technisch niveau nog niet zijn afgerond stelt Nederland zich op het standpunt dat op dit moment nog geen sprake kan zijn van ondertekening van een wijzigingsprotocol en de start van een parlementaire goedkeuringsprocedure.

Liquiditeit in Resolutie

De Eurogroep zal, in lijn met de afspraken uit december, ook van gedachten wisselen over het onderwerp liquiditeit in resolutie. De eerste resolutiecasus door de Single Resolution Board (SRB), van Banco Popular in juni 2017, heeft aanleiding gegeven tot discussies in Europa over wat te doen als banken na resolutie over onvoldoende liquide middelen beschikken.

Nederland benadrukt, in lijn met de Kabinetsreactie op publicaties inzake de bankenunie van november 20178, dat het uitgangspunt van resolutie is dat hierdoor een gezonde bank wordt gecreëerd die zelfstandig financiering aan moet kunnen trekken bij private partijen of de centrale bank. Als er twijfel bestaat of dit met het huidige toezicht- en resolutieraamwerk mogelijk is, wordt wat Nederland betreft eerst kritisch naar dit raamwerk gekeken om te bezien hoe de kans op een tekort aan liquiditeit na resolutie zo klein mogelijk gemaakt kan worden. Indien er onverhoopt toch een gering tekort blijft, kan dit vanuit het resolutiefonds (SRF) worden gefinancierd. Op voorwaarde dat het resolutieraamwerk wordt verbeterd, staat Nederland open voor voorstellen om de beschikbare middelen voor de SRB efficiënter in te zetten en/of te vergroten, zolang hierbij geen gebruik wordt gemaakt van Europese publieke garanties bijvoorbeeld uit het ESM.

EDIS

In de routekaart ter voltooiing van de bankenunie uit 2016 is afgesproken dat de Raad de werkzaamheden met betrekking tot een EDIS op technisch niveau zou voortzetten. De onderhandelingen op politiek niveau zouden van start gaan zodra voldoende vooruitgang is geboekt met de maatregelen inzake risicoreductie. Na afronding van het bankenpakket met bijbehorende risicoreductie-maatregelen zijn veel stappen uit de routekaart voltooid. Het bankenpakket draagt aanzienlijk bij aan verdere risicoreductie in de Europese bankensector. Banken moeten straks een minimum hoeveelheid buffers hebben voor bail-in (MREL), waarbij resolutieautoriteiten voor risicovolle banken mogelijkheden hebben om hogere buffers op te leggen. Ook wordt met dit pakket voor het eerst een harde leverage ratio-eis en een uitgebreider moratorium geïntroduceerd. Eerder heeft de Raad in lijn met de routekaart uit 2016 al een herziening van de crediteurenhiërarchie afgesproken.

In de HLWG is gesproken over het functioneren van de bankenunie en verschillende opties om deze verder te vervolmaken. De voorzitter van de Eurogroepwerkgroep rapporteert aan de Eurogroep over de voortgang en mogelijke vervolgstappen.

Nederland is voorstander van verdere stappen die leiden tot het doorbreken van de wisselwerking tussen banken en overheden. Het vergroten van de slagkracht van de nationale depositogarantiestelsels, die banken zelf vullen, draagt daaraan bij. Zo kan namelijk voorkomen worden dat nationale overheden moeten bijspringen om tekorten van een nationaal stelsel te dichten. EDIS is daarom een belangrijke pijler binnen de bankenunie en wordt ook wel gezien als het sluitstuk van de bankenunie. In dit kader is voor Nederland van belang dat voordat daadwerkelijk risicodeling plaatsvindt via een EDIS, een goede weging van staatsobligaties op bankbalansen gerealiseerd is en banken aantoonbaar gezond zijn. Nederland zal dit standpunt opnieuw voor het voetlicht brengen. Sommige landen geven dat dat aanpassing van de prudentiële behandeling van staatsobligaties gepaard moet gaan met de invoering van nieuwe pan-Europese «safe assets» om financiële stabiliteit te waarborgen als banken via regelgeving worden aangespoord de blootstelling aan de eigen overheid wordt terug te dringen. Het kabinet deelt deze opvatting niet. Als de prudentiële behandeling gefaseerd wordt aangepast en risicoweging van staatsobligaties eenmaal goed is geregeld, zijn andere wetgevende initiatieven ten aanzien van safe assets niet nodig.9

BICC

Tijdens de Eurogroep zullen lidstaten opnieuw van gedachten wisselen over een begrotingsinstrument voor convergentie en concurrentievermogen (BICC). Uw Kamer is in de afgelopen maanden diverse keren geïnformeerd over de voortgang en de Nederlandse positie ten aanzien van dit instrument, meest recent nog in het verslag van de Eurogroep van jl.10 Daarbij is ook ingegaan op de governance van het instrument, de criteria die zullen gelden en het besluitvormingsproces.

Lidstaten zullen tijdens de eurogroep spreken over de kenmerken van het instrument, met de bedoeling om hier tijdens de Eurotop van 21 juni overeenstemming over te bereiken. Deze afspraken zullen de basis vormen voor een Commissievoorstel voor een verordening, waarin de werking van het BICC juridisch zal worden vastgelegd. In december is afgesproken dat dit zou gebeuren op basis van het relevante Commissievoorstel. Wat Nederland betreft is dit het voorstel voor een Reform Delivery Tool.

Ten aanzien van de kenmerken is er brede overeenstemming onder lidstaten dat het instrument zich moet richten op het stimuleren van hervormingen en investeringen. Over de precieze relatie tussen beide bestaat nog discussie. Nederland zal aangeven vooral toegevoegde waarde te zien in het stimuleren van hervormingen die worden geïdentificeerd in het kader van het Europees Semester. Andere lidstaten benadrukken de bijdrage van investeringen aan het convergentie- en concurrentievermogen. Nederland zal ook aangeven dat lidstaten zich moeten houden aan bestaande afspraken, zoals de Europese begrotingsregels, om aanspraak te mogen maken op het instrument.

Ten aanzien van de governance is er overeenstemming dat de aansturing van het instrument mogelijk is op basis van het Europees Semester. Ook Nederland steunt een sterke link tussen het instrument en het Europees Semester. Nederland kan ermee instemmen als, naast de eurozone- en landen-specifieke aanbevelingen, een separate verordening zou worden aangenomen die de economische aansturing van het BICC en link met het Semester in meer detail vastlegt. Over een dergelijke verordening, en eventuele uitvoeringshandelingen die eruit voortvloeien, zouden alleen eurolanden kunnen stemmen. Sommige lidstaten zijn echter van mening dat de eurozonecomponent van het BICC hiermee nog onvoldoende is verankerd. Zij pleiten voor een intergouvernementele overeenkomst (Intergovernmental Agreement, IGA) waarin afspraken over de inzet van het instrument voor de eurolanden kunnen worden vastgelegd. Nederland is niet overtuigd van de noodzaak van een IGA voor governance.

Ten aanzien van de financiering van het instrument zal Nederland aangeven dat het inzet op financiering van het instrument binnen de EU-begroting en onder het MFK-plafond. Meerdere lidstaten willen via een IGA additionele bijdragen van eurolanden aan het instrument mogelijk maken, buiten de reguliere afdrachten aan het Meerjarig Financieel Kader (MFK) onder het Eigenmiddelenbesluit. Nederland is geen voorstander van additionele financiering buiten het MFK en ziet zodoende geen noodzaak voor een IGA.

Werkprogramma Eurogroep voor tweede halfjaar van 2019

Document: Nog niet beschikbaar, wordt gepubliceerd op: https://www.consilium.europa.eu/en/council-eu/eurogroup/work-programme/

Aard bespreking: Gedachtewisseling

Besluitvormingsprocedure: N.v.t.

Toelichting:

In de Eurogroep zal het werkprogramma voor de Eurogroep van het tweede halfjaar van 2019 worden toegelicht. Voor de Eurogroep wordt altijd per half jaar een werkprogramma opgesteld met de onderwerpen die waarschijnlijk besproken zullen worden per vergadering. Dit draagt bij aan meer langetermijnfocus en kan helpen bij het voorbereiden van de discussies. Terugkerende onderwerpen zijn de terugkoppeling van post-programma surveillancemissies (voor Ierland, Portugal, Cyprus, Spanje en Griekenland), discussies rond het Europees semester en discussie over de toekomst van de EMU.

Ecofin

Btw – bijzondere regeling voor kleine ondernemers

Document: Nog niet beschikbaar

Aard bespreking: Politiek akkoord

Besluitvormingsprocedure: Unanimiteit, raadpleging EP

Toelichting:

Tijdens de Ecofin streeft het voorzitterschap er naar om een politiek akkoord te bereiken over het voorstel voor een bijzondere regeling voor kleine ondernemers. De Europese Commissie heeft op 18 januari 2018 een voorstel gepubliceerd voor aanpassing van de bestaande bijzondere regeling voor kleine ondernemers. De huidige regeling is complex, kent veel derogaties en is beperkt tot een nationale toepassing in de lidstaat waar de desbetreffende ondernemer is gevestigd. Met dit voorstel wordt de bestaande regeling gemoderniseerd en wordt beoogd vereenvoudigingen door te voeren voor kleine ondernemers. Alle lidstaten krijgen de keuze om, onder voorwaarden, voor kleine ondernemers een vrijstelling toe te passen. Indien een lidstaat een vrijstelling hanteert, is deze ook toegankelijk voor kleine ondernemers die niet in de desbetreffende lidstaat zijn gevestigd, maar daar wel btw verschuldigd zijn.

Het kabinet ondersteunt de doelstellingen die met dit voorstel worden beoogd. De verschillende systemen van de lidstaten dragen niet bij aan de goede werking van de interne markt. Het kabinet kan daarom het streven van de Europese Commissie naar een meer geharmoniseerd en eenvoudiger stelsel van btw-regels voor kleine ondernemers ondersteunen. Daarbij is het goed dat de vrijstelling, indien een lidstaat ervoor kiest om die toe te passen, ook kan gelden voor ondernemers die niet in die lidstaat zijn gevestigd. Het kabinet hecht ook bij deze maatregelen groot belang aan de uitvoerbaarheid voor ondernemers en de Belastingdienst.

Tijdens de besprekingen zijn verschillende wijzigingen doorgevoerd. Nederland is op dit moment nog niet overtuigd dat de doelstellingen worden bereikt waar het de vereenvoudigingen voor de Belastingdienst en de kleine ondernemers betreft. Aangezien de besprekingen hierover nog niet zijn afgerond blijft Nederland inzetten op verbeterpunten waardoor een akkoord voorzienbaar is.

Voortgang bankenunie

Document: Voortgangsrapport Roemeens voorzitterschap (nog niet beschikbaar). Vorige voortgangsrapport: 14452/18

Aard bespreking: Gedachtewisseling

Besluitvormingsprocedure: N.v.t.

Toelichting:

Het Roemeens voorzitterschap zal rapporteren over de voortgang ten aanzien van de bankenunie. Al sinds het Nederlandse voorzitterschap van de Raad in 2016 wordt een rapport opgesteld door de zogeheten ad hoc working party (AHWP).11 Onder vorige voorzitterschappen werd, naast het monitoren van de voortgang op de risicoreductie-dossiers zoals het bankenpakket, ook een Europese depositoverzekeringsstelsel (EDIS) technisch verkend.12 Onder het Roemeens voorzitterschap is maar beperkt technisch over EDIS gesproken omdat een high level working group (HLWG) zich in opdracht van de Eurogroep buigt over een routekaart om politieke onderhandelingen over een EDIS te starten.

Het Roemeens voorzitterschap zal een update gegeven over de verschillende risicoreductie-dossiers. Zo is het bankenpakket definitief afgerond en wordt dit binnenkort gepubliceerd.13 Verder is ook de NPL-verordening die een minimum niveau van dekking voorschrijft recent gepubliceerd.14 Onder het Roemeense voorzitterschap is in de AHWP gesproken over het effect van een toekomstig EDIS op de interne markt. In dit kader is onder meer gekeken naar de mogelijkheden voor het ophalen van bankcontributies voor EDIS, ook in vergelijking met de status quo. Verder is gekeken naar de implementatie van alternatieve financieringsplannen voor nationale depositogarantiestelsels onder de bestaande richtlijn.

Op dit moment kunnen nationale depositogarantiestelsels (DGSen), na eventuele uitputting van een nationaal ex ante fonds (door banken zelf gevuld) en het ophalen van ex post bijdragen, op vrijwillige basis lenen van DGSen in andere lidstaten. Hier is tot op heden echter geen gebruik van gemaakt. Wel hebben diverse lidstaten alternatieve financieringsplannen opgesteld om de slagkracht van hun nationale DGS te vergroten. Om deze reden is door het Nederlandse DGS een kredietfaciliteit afgesloten met een consortium van vier Nederlandse banken, wat tot een grotere financieringscapaciteit heeft geleid. Dit verkleint de kans dat er, door uitputting van private bronnen, onvoldoende middelen beschikbaar zijn en een beroep wordt gedaan op de nationale overheid. De kans hierop is gering, maar wel aanwezig. Dit is ook een van de redenen dat EDIS wordt gezien als laatste pijler van de bankenunie. Zo kan namelijk voorkomen worden dat nationale overheden moeten bijspringen om tekorten van een nationaal stelsel te dichten.

Na afronding van het bankenpakket met bijbehorende risicoreductiemaatregelen zijn de meeste stappen uit de 2016 routekaart voltooid.15 Nederland is voorstander van verdere stappen die leiden tot het doorbreken van de wisselwerking tussen banken en overheden. EDIS is hiervoor een belangrijke pijler binnen de bankenunie. In dit kader is het voor Nederland van belang dat voordat daadwerkelijk risicodeling plaatsvindt via een EDIS, een goede weging van staatsobligaties op bankbalansen gerealiseerd is en door middel van een asset quality review wordt aangetoond dat banken gezond zijn.

Gedragscodegroep (hamerpunt)

Document: Rapport van de Gedragscodegroep aan de Ecofinraad: ST 9652 2019 INIT

Aard bespreking: Voortgangsrapportage en aanname Raadsconclusies

Besluitvormingsprocedure: Unanimiteit

Toelichting:

De Ecofin zal – als hamerpunt – het rapport van de Gedragscodegroep aannemen. Er wordt hierover geen discussie voorzien. De Gedragscodegroep onderzoekt belastingmaatregelen die potentieel schadelijke belastingconcurrentie vormen en derhalve onder de EU-Gedragscode (inzake de belastingregeling voor ondernemingen) vallen. Zij toetst deze belastingmaatregelen aan de (vijf) criteria van de Gedragscode om vast te stellen of daadwerkelijk sprake is van schadelijke belastingconcurrentie. De Gedragscodegroep doet van haar bijeenkomsten halfjaarlijks verslag in een voortgangsrapportage aan de Ecofinraad.

Meer specifiek gaat het verslag in op de werkzaamheden met betrekking tot standstill en rollback. Het standstill-principe houdt de afspraak in om geen nieuwe schadelijke maatregelen te introduceren. Onder rollback moet een maatregel die door de Gedragscodegroep als schadelijk is beoordeeld, worden aangepast of ingetrokken. In het kader van standstill en rollback heeft een aantal lidstaten belastingmaatregelen aangemeld, waarvan de Gedragscodegroep moet vaststellen of al dan niet sprake is van schadelijke belastingconcurrentie. Verder wordt er gewerkt aan richtsnoeren over de inrichting van notionele renteaftrekregimes.

Daarnaast zal het verslag van de Gedragscodegroep stilstaan bij de lijst van non-coöperatieve jurisdicties op belastinggebied (hierna: de zwarte lijst). Tijdens de Ecofinraad van 5 december 2017 was de eerste versie van de zwarte lijst vastgesteld. Een aantal jurisdicties dat toen op die lijst stond, heeft zich er sindsdien alsnog aan gecommitteerd om uiterlijk in 2018 aan de EU-minimumstandaard te voldoen. Deze jurisdicties werden op de lijst gezet van gecommitteerde jurisdicties op belastinggebied (hierna de grijze lijst). De Gedragscodegroep heeft in de eerste maanden van 2019 gewerkt aan de beoordeling of de gedane toezeggingen ook daadwerkelijk zijn omgezet in de juiste wetgeving die voldoet aan de volgende minimumstandaard:

  • 1. Fiscale transparantie: de jurisdicties voldoen aan de wereldwijde standaard op het gebied van de uitwisseling van fiscale informatie.

  • 2. Geen schadelijk belastingconcurrentie: de jurisdicties mogen geen schadelijke preferentiële regimes of schadelijke generieke 0% regimes toepassen.

  • 3. De jurisdicties participeren aan het internationale proces van de OESO om grondslaguitholling en winstverschuiving tegen te gaan.

Op dit moment voldoen 44 van de 92 getoetste jurisdicties aan de criteria. Verder staan er 36 jurisdicties op de grijze lijst. Deze groep heeft zich gecommitteerd uiterlijk eind 2019 hun wetgeving op orde te hebben. Tenslotte, staan er 12 jurisdicties op de zwarte lijst. Tijdens de Ecofin raad van 17 mei is besloten dat Aruba van de zwarte lijst wordt afgehaald, omdat Aruba aan de gestelde fiscale criteria voldoet. Verder zijn Barbados en Bermuda van de zwarte lijst verplaatst naar de grijze lijst. Deze mutaties zijn in de hierboven gestelde cijfers meegenomen.

Agendaonderwerp Opvolging G20

Document: N.v.t.

Aard bespreking: Gedachtewisseling

Besluitvormingsprocedure: N.v.t.

Toelichting:

De Ecofin zal van de Europese Commissie een uiteenzetting krijgen van de opvolging van de G20-bijeenkomst voor Ministers van Financiën en gouverneurs van centrale banken in Fukuoka op 8 en 9 juni a.s. Deze bijeenkomst is de laatste bijeenkomst van de Ministers van Financiën voorafgaand aan de G20 Top van de regeringsleiders in Osaka eind juni.

Op de G20-bijeenkomst van 8 en 9 juni a.s. zal een sessie worden gehouden over ontwikkelingsfinanciering, met de onderwerpen schuldhoudbaarheid, het opzetten van country platforms, het versterken van financiering voor gezondheidszorg en weerbaarheid tegen natuurrampen. In een tweede sessie worden ontwikkelingen in de globale economie geadresseerd. De laatste dag van de bijeenkomst in Fukuoka staat in het teken van internationale belastingen, global imbalances, vergrijzing en de beleidsimplicaties die daarbij horen, infrastructuurinvesteringen en uitdagingen in de financiële sector. Nederland zal de uiteenzetting van de Europese Commissie aanhoren.

Europees Semester

Document: Nog niet beschikbaar. Wordt 5 juni gepubliceerd op: https://ec.europa.eu/info/business-economy-euro/economic-and-fiscal-policy-coordination/eu-economic-governance-monitoring-prevention-correction/european-semester/european-semester-timeline/eu-country-specific-recommendations_en

Aard bespreking: Aanname Raadsconclusies

Besluitvormingsprocedure: Gekwalificeerde meerderheid

Toelichting:

Als onderdeel van het lentepakket zal de Europese Commissie op 5 juni 2019 haar voorstel voor landenspecifieke aanbevelingen in het kader van het Europees Semester presenteren. Het Europees Semester is het jaarlijkse proces waarin EU-lidstaten hun economisch en budgettair beleid coördineren en combineert het toezicht op macro-economische onevenwichtigheden, overheidsfinanciën en het bevorderen van economische groei in Europa. De landenspecifieke aanbevelingen zijn gebaseerd op de landenrapportages van de Europese Commissie, de lenteraming van de Europese Commissie en de Nationale Hervormings- en Stabiliteits- of Convergentieprogramma’s16 die de lidstaten in april bij de Europese Commissie hebben ingediend.

Als gevolg van de Europarlementsverkiezingen is het proces dit jaar aangepast ten opzichte van voorgaande jaren. De Commissie publiceert zijn aanbevelingen dit jaar later (5 juni) en de Europese Raad komt vroeger bijeen (20–21 juni). Daarom is het proces dit jaar opgesplitst in twee fasen. De eerste fase bestaat uit een discussie van een horizontal note tijdens de Ecofin op 14 juni. Daarin zal een horizontale beschrijving van de landenspecifieke aanbevelingen worden gegeven. Nadat de note is besproken in de Ecofinraad van 14 juni zal deze besproken in de Europese Raad van juni. De tweede fase bestaat uit een discussie over de landenspecifieke aanbevelingen zelf, tijdens de Ecofin in juli.

Bij het opstellen van deze GA waren het Commissievoorstel voor de landenspecifieke aanbevelingen en de horizontal note nog niet beschikbaar. De Tweede Kamer zal na publicatie van het Commissievoorstel zo snel mogelijk middels een kamerbrief een kabinetsappreciatie ontvangen.

EU-langetermijnstrategie voor klimaat

Document: Nog niet beschikbaar

Aard bespreking: Gedachtewisseling

Besluitvormingsprocedure: N.v.t.

Toelichting:

Het Voorzitterschap heeft een beleidsdebat geagendeerd over de financiële aspecten van de EU-langetermijnstrategie voor klimaat, die de Europese Commissie eind november 2018 presenteerde. De visie van de Europese Commissie voor een klimaatneutrale toekomst is in overeenstemming met de doelstelling van de Overeenkomst van Parijs om de mondiaal gemiddelde temperatuurstijging tot ruim onder de 2°C te houden en ernaar te streven deze tot 1,5°C te beperken. De Milieuraad heeft een leidende rol bij de verdere behandeling van de strategie. Gezien de reikwijdte heeft het Roemeens Voorzitterschap echter ook gedachtewisselingen over (onderdelen van) deze mededeling geagendeerd in andere vakraden.

Nederland steunt de door de Europese Commissie voorgestelde ambitie: een klimaatneutrale EU in 2050. Dit doel past bij de Nederlandse inzet om het huidige 2030-doel voor de EU van ten minste 40% op te hogen naar 55%. Een tijdig ingezette, geleidelijke transitie kan immers helpen om de kosten ervan te beperken. Hiervoor is het belangrijk dat er voldoende publieke en private middelen beschikbaar komen. Nederland zet er dan ook op in dat binnen het volgende Meerjarig Financieel Kader (MFK) van de EU ten minste 25% aan klimaatgerelateerde uitgaven wordt besteed, en het gehele MFK in lijn is met de doelen van het Parijs-akkoord. Daarnaast ziet Nederland een rol weggelegd voor o.a. de Europese Investeringsbank (EIB) die bijdraagt door het financieren van klimaatprojecten en een rol speelt bij de mobilisatie van private geldstromen.

Lidstaten zijn het erover eens dat de EU-langetermijnstrategie zich zou moeten richten op het bereiken van klimaatneutraliteit, maar de Raad moet nog een besluit nemen over het tijdspad hiervoor.

SGP implementatie

Document: Nog niet beschikbaar. Wordt 5 juni gepubliceerd op: https://ec.europa.eu/info/business-economy-euro/economic-and-fiscal-policy-coordination/eu-economic-governance-monitoring-prevention-correction/european-semester/european-semester-timeline/eu-country-specific-recommendations_en

Aard bespreking: Aanname Raadsbesluiten

Besluitvormingsprocedure: Gekwalificeerde meerderheid

Toelichting:

De Europese Commissie zal op 5 juni a.s. bekend maken welke vervolgstappen het zal zetten in het kader van het SGP op basis van de beoordelingen van de Stabiliteit- en Convergentieprogramma’s die lidstaten eind april hebben ingediend. Deze vervolgstappen kunnen leiden tot voorstellen voor Raadsbesluiten, zoals het openen van een buitensporigtekortprocedure.

Bij het opstellen van deze GA waren deze vervolgstappen nog niet bekend. Nadat de Europese Commissie haar vervolgstappen heeft aangekondigd zal de Tweede Kamer een kabinetsappreciatie hierover ontvangen. Het kabinet zet zich in voor een strikte naleving en consequente handhaving van het SGP.

NPL actieplan

Document: NPL actieplan: https://www.consilium.europa.eu/en/press/press-releases/2017/07/11/conclusions-non-performing-loans/

Aard bespreking: Gedachtewisseling

Besluitvormingsprocedure: N.v.t.

Toelichting:

De Raad zal spreken over de voortgang van het actieplan voor niet-presterende leningen (NPLs) uit 2017 en van gedachten wisselen over de verdere uitwerking. De Raad heeft in juli 2017 middels een actieplan onder andere de Commissie uitgenodigd om initiatieven te nemen ten aanzien van NPLs. De Commissie kwam daarop met een pakket aan maatregelen. Dit richtte zich op het verbeteren van het beheer van NPLs en het toezicht daarop. Ook kwam de Europese Commissie met een richtlijn die als doel heeft belemmeringen op secundaire markten weg te nemen en uitwinningsprocedures efficiënter te laten verlopen. Daarnaast verduidelijkte de Commissie de mogelijkheden waarop NPLs kunnen worden overgenomen door asset management companies (AMCs).

In december 2018 is een verordening overeengekomen tussen het Europees Parlement (EP) en de Raad die afdwingt dat banken voorzieningen of andere dekkingsvormen nemen op toekomstige leningen die een NPL worden. Deze tekst die ook raakt aan de verordening kapitaaleisen (CRR) is inmiddels gepubliceerd.17 18 In maart 2019 heeft de Raad een voorstel van de Europese Commissie voor een richtlijn die de kopers en beheerders van kredieten reguleert in aangepaste vorm aangenomen. De Raad gaat in triloog-onderhandeling met het EP zodra zij haar positie heeft bereikt. In maart 2018 deed de Europese Commissie een voorstel aan de Raad voor efficiënte uitwinningsprocedures. Hier wordt nog over onderhandeld. Ook is de Europese Commissie begonnen aan een benchmarkingexercitie waarbij vergelijkbare maatstaven voor de duur en kosten van insolventieprocedures worden ontwikkeld. De Commissiediensten hebben in maart 2018 uiteengezet hoe AMCs binnen de bestaande wet- en regelgeving NPLs kunnen overkopen van banken.

Gelet op de grensoverschrijdende activiteiten van banken is een gemeenschappelijk beleid van de EU ten aanzien van banken en het toezicht daarop een goede zaak. Het oplossen van NPLs is in de eerste plaats aan banken zelf. Het aanpakken van eventuele NPL-problematiek draagt bij aan het gezonder maken van de Europese bankensector. Bescherming van kwetsbare consumenten is voor de Nederlandse regering hierbij een belangrijk aandachtspunt. Nederland steunt het versterken van toezicht en het verder ontwikkelen van secundaire markten. Eerder is door de Minister van Financiën ook steun uitgesproken voor de stappen die de toezichthouder in dit kader heeft gezet, waarin nader invulling is gegeven aan de mogelijkheden om bij individuele banken voldoende voorzieningen af te dwingen. Ten aanzien van efficiënte uitwinningsprocedures steunt Nederland het doel, maar vraagt Nederland om ruimte voor behoud van bestaande nationale praktijken, indien er reeds een goed werkende regeling aanwezig is. Nederland blijft inzetten op het uitvoeren van balansdoorlichtingen, waarbij ook oog dient te zijn voor het identificeren van en afdwingen van voldoende verliesdekking voor NPLs.

Overig

Jaarvergadering Raad van gouverneurs van het Europees Stabiliteit Mechanisme (ESM)

In de ochtend voorafgaand aan de Eurogroep (13 juni) zal tevens de jaarvergadering van de Raad van Gouverneurs van het ESM plaatsvinden. Op de agenda staat onder meer het goedkeuren van het jaarverslag en de financiële rekeningen van het ESM over 2018. Uw kamer zal over het jaarverslag en de financiële rekeningen uitgebreid worden geïnformeerd middels een separate kamerbrief.


X Noot
1

De Gini-coëfficiënt is een statistische maatstaf die met name in de economie wordt gebruikt om de ongelijkheid in inkomen of vermogen aan te geven

X Noot
2

Kamerstuk 21 501–20, nr. 1262

X Noot
5

Kamerstuk 21 501-07, nr. 1560 en Kamerstuk 21 501-20, nr. 1412.

X Noot
6

Kamerstuk 21 501-20, nr. 1262 en Kamerstuk 34 856, nr. 3

X Noot
8

Kamerstuk 21 501-07, nr. 1472

X Noot
9

Kamerstuk 34 973, nr. 2

X Noot
10

Kamerstuk 21 501-07, nr. 1602

X Noot
17

Zie Kamerstuk 21 501-07, nr. 1571 voor uitleg.