Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2018-201921501-07 nr. 1619

21 501-07 Raad voor Economische en Financiële Zaken

Nr. 1619 BRIEF VAN DE MINISTER VAN FINANCIËN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 26 augustus 2019

In april 2018 stuurde ik uw Kamer een brief, waarin ik liet zien dat er de afgelopen jaren belangrijke stappen zijn gezet om de risico’s in de Europese bankensector terug te dringen.1 In die brief vatte ik samen wat tot nu toe is bereikt en waar ik mij de komende tijd voor zou inzetten. Ik heb ook toegezegd u te zullen voorzien van een update daarvan.

Middels deze brief doe ik deze toezegging gestand. In het achterliggende stuk bij deze brief beschrijf ik waar we nu staan ten aanzien van:

  • 1) kapitaal;

  • 2) buffers voor bail-in;

  • 3) niet-presterende leningen (NPLs); en

  • 4) wisselwerking banken/overheden.

Vanwege de raakvlakken met het reduceren van risico’s in de gehele financiële sector en conform mijn toezegging van 20 februari 20192 voorzie ik u ook van een update ten aanzien van «schaduwbanken».

Uit de bijlage3 blijkt dat er de afgelopen jaren door overheden en toezichthouders vele stappen zijn gezet om risico’s in de bankensector verder terug te dringen. Voor een deel is de vermindering van risico’s ook te verklaren door de gunstige economische omstandigheden. Op veel onderdelen uit de vorige risicoreductie-brief is verdere progressie geboekt. In de tabel hieronder vat ik samen wat er sindsdien is gebeurd.

Thema

Inzet brief 2018

Status

Kapitaal

▪ Invoeren van een harde ondergrens in de leverage ratio van 3%, met opslag voor systeembanken.

▪ Implementeren van mondiale afspraken die zijn gemaakt in Bazels Comité.

Afgesproken in het Europese bankenpakket (CRR).1

Afgesproken ten aanzien van de leverage ratio en NSFR. Ten aanzien van nieuwe afspraken zoals de kapitaalvloer komt de Europese Commissie nog met een nieuw wetgevend voorstel.

Buffers voor bail-in

▪ Bij vaststelling van MREL dient de autoriteit rekening te houden met een minimale bail-in van 8% van de balans.

▪ Banken bouwen de komende jaren hun buffers verder op door het ophalen van extra bail-inbare schuld.

Afgesproken in het Europese bankenpakket (BRRD).2

In uitvoering, ondersteund door afspraken in het bankenpakket.

NPLs

▪ Ervoor zorgen dat banken voldoende voorzieningen treffen voor NPLs die in de toekomst ontstaan door de introductie van een prudentieel minimum.

▪ Gebruik van instrumentarium door banktoezichthouders om balansen door te lichten ten aanzien van bestaande NPLs.

Afgesproken in de Europese verordening minimale verliesdekking NPLs.3

Bevestigd in de Europese verordening minimale verliesdekking NPLs.

Wisselwerking banken-overheden

▪ Banken vullen de komende jaren zelf een resolutiefonds met een doelomvang van 1% van alle gedekte deposito’s.

▪ Aanpassing van de prudentiële behandeling van staatsobligaties. Risico’s moeten goed worden gewogen, waardoor een overmatige blootstelling aan staatsobligaties van de eigen overheid wordt voorkomen.

▪ Ervaringen geven verder aanleiding tot het updaten van de mededeling van de Europese Commissie over staatssteun uit 2013. Zo kan deze meer in lijn worden gebracht met het bankenunie raamwerk.

In uitvoering, inmiddels bevat het fonds € 33 miljard en t/m 2023 wordt dit verder aangevuld.4

▪ In het Bazels Comité en de Europese hoog ambtelijke werkgroep zijn de opties besproken. De hoog ambtelijke werkgroep pakt dit het komende half jaar verder op.

▪ De Europese Commissie merkte onlangs op dat het nodig kan zijn de voorwaarden en de procedure voor bepaalde vormen van staatssteun verder te verduidelijken.5

X Noot
5

Zie het Verslag over toepassing en herziening van de BRRD/SRMR (COM/2019/213 final)

Positieve ontwikkelingen betekenen echter niet dat de aandacht kan verslappen. Risicoreductie is en blijft een belangrijk onderdeel van de Europese discussies. Ik blijf daarom ook inzetten op maatregelen die bijdragen aan risicoreductie binnen de Europese bankenunie en rapporteer uw Kamer jaarlijks over de voortgang daarop.

De Minister van Financiën, W.B. Hoekstra


X Noot
1

Kamerstuk 21 501-07, nr. 1509.

X Noot
2

Het plenair debat over de staat van de financiële sector tien jaar na de start van de financiële crisis. Handelingen II 2018/19, nr. 56, item 5.

X Noot
3

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl