Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2015-201621501-02 nr. 1634

21 501-02 Raad Algemene Zaken en Raad Buitenlandse Zaken

Nr. 1634 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 3 juni 2016

Hierbij bied ik u de geannoteerde agenda aan van de Raad Algemene Zaken van 24 juni 2016.

De Minister van Buitenlandse Zaken, A.G. Koenders

GEANNOTEERDE AGENDA RAAD ALGEMENE ZAKEN VAN 24 JUNI 2016

Voorbereiding van de Europese Raad van 28 en 29 juni 2016

De Raad Algemene Zaken (RAZ) zal de Europese Raad (ER) van 28 en 29 juni 2016 voorbereiden. Voor die ER zijn naast de buitenlandpolitieke punten de volgende onderwerpen geagendeerd.

Migratie

De aanpak van de migratieproblematiek blijft voor het Nederlands voorzitterschap topprioriteit. Op het moment van schrijven van deze Geannoteerde Agenda is nog niet zeker op welke wijze migratie tijdens de ER van 28 en 29 juni aan bod zal komen. Het is waarschijnlijk dat zal worden gesproken over de implementatie van gemaakte afspraken tussen de EU en Turkije op het gebied van migratie, alsmede over de externe aspecten van migratie naar aanleiding van de gezamenlijke mededeling van de Commissie en EDEO over de externe aspecten van de Europese migratieagenda die naar verwachting op 7 juni a.s. zal uitkomen. Daarnaast zal de ER nota kunnen nemen van de voortgang ten aanzien van het voorstel voor een Europese Grenswacht. Het streven is om onder het Nederlandse voorzitterschap tot een politiek akkoord te komen.

Het kabinetsstandpunt inzake de Europese migratieproblematiek is uw Kamer bekend. Het kabinet verwijst uw Kamer hiervoor naar de Kamerbrieven van 8 september 2015 (Kamerstuk 19 637, nr. 2030) en 8 januari 2016 (Kamerstukken 34 370 en 22 112, nr. 2). Tevens werd de Kamer op 17 februari 2016 geïnformeerd over de maatregelen van de Europese Commissie met betrekking tot de uitvoering van de Europese Migratieagenda d.d. 10 februari 2016 (Kamerstukken 21 501-20 en 22 112, nr. 1076). Tot slot verwijst het kabinet uw Kamer naar het recentelijk met u gevoerd schriftelijk overleg d.d. 4 april 2016 (Kamerstuk 21 501-20, nr.1114). Voor het Europese krachtenveld op het gebied van migratie verwijst het kabinet uw Kamer naar het verslag van de ER van 17 en 18 maart 2016 (Kamerstuk 21 501-20, nr. 1112), het verslag van de Raad Buitenlandse Zaken van 23 mei 2016 (Kamerstuk 21 501-02, nr. 1631) en het verslag van de Raad Algemene Zaken van 24 mei 2016 (Kamerstuk 21 501-02, nr. 1632).

Verenigd Koninkrijk

Zoals bekend vindt op 23 juni a.s. in het Verenigd Koninkrijk (VK) een referendum over het Britse EU-lidmaatschap plaats. De ER zal de uitslag van dit referendum bespreken. Het kabinet acht het in het belang van Nederland, de EU en het VK zelf dat het VK lid blijft van de EU. Deze mening wordt breed gedeeld door de overige lidstaten en dit heeft geresulteerd in de afspraken die tijdens de ER van 18 en 19 februari jl. zijn gemaakt met betrekking tot een aantal Britse wensen tot hervorming van de EU. Deze zullen van kracht worden indien het VK besluit lid te blijven van de EU. Uw Kamer is hierover geïnformeerd in het verslag van de ER van 18 en 19 februari (Kamerstuk 21501–20, nr. 1092).

Interne Markt

Conform de ER-conclusies van 17 en 18 maart jl. zal de ER streven naar het aannemen van een agenda voor implementatie van de verschillende aspecten van de Interne Markt, op basis van de door de Commissie gepubliceerde strategieën voor de Interne Markt (COM(2015) 550 final), de Digitale Interne Markt (COM(2015) 192 final) en de Kapitaalmarktunie (COM(2015) 468 final). De positie van het kabinet is ongewijzigd ten opzichte van hetgeen is vermeld in de Geannoteerde Agenda RAZ van 24 mei jl. (Kamerstuk 21501–02, nr. 1627). Tijdens de ER zal daarnaast op basis van een mededeling van de Commissie de stand van zaken en toekomst van het Europees Fonds voor Strategische Investeringen (EFSI) worden besproken. In de RAZ van 24 mei jl. stelden enkele lidstaten dat EFSI zou moeten worden uitgebouwd. Sommige lidstaten onderstreepten dat de effectiviteit voor het aanjagen van investeringen van het huidige risicoprofiel van EFSI zou moeten worden bezien.

Vervolmaking Economische en Monetaire Unie

De Raad zal in juni aan de ER rapporteren over de voortgang van de besprekingen met betrekking tot de vervolmaking van de Economische en Monetaire Unie (EMU). Ten opzichte van de in de Geannoteerde Agenda van de RAZ van 24 mei jl. opgenomen annotatie (Kamerstuk 21501–02, nr. 1627) is nog geen additionele informatie over de voorziene inrichting van de discussie bekend. Tijdens de eerste voorbespreking van de ER bij de RAZ van 24 mei jl. is slechts beperkt gerefereerd aan het agendapunt Economische en Monetaire Unie. Enkele lidstaten gaven aan dat deze bespreking wat hen betreft niet op een te hoog abstractieniveau zou mogen blijven hangen.

Belasting

De ER zal de balans opmaken van de lopende maatregelen ter bestrijding van belastingfraude, belastingontduiking en het witwassen van geld. Zowel lidstaten als Europees parlement zien de urgentie van actie op deze gebieden. Een recent voorstel van de Commissie is de richtlijn voor verplichte publicatie van landenrapportages van financiële gegevens van multinationals met een omzet van meer dan 750 miljoen, waarop uw Kamer d.d. 20 mei een kabinetsreactie ontving (Kamerstuk 22 112, nr. 2140). In het kader van het Commissiepakket maatregelen tegen belastingontwijking (ATAP) d.d. 28 januari (Kamerstuk 22 112, nr. 2071) is ook het opstellen van een lijst van non-coöperatieve jurisdicties voorgesteld.

Inzake het bestrijden van terrorismefinanciering en het witwassen van geld in navolging van het akkoord op de Vierde Anti-Witwasrichtlijn (2015/849/EU) van mei 2015 staat nu het opstellen van registers van uiteindelijk belanghebbenden en toepassing van de regels door lidstaten centraal. In juni wordt de vijfde wijziging van de Anti-Witwasrichtlijn verwacht. Ook hebben de lidstaten tijdens de informele ECOFIN van 23 april jl. (Kamerstuk 21 501-07, nr. 1359) opgeroepen tot strengere maatregelen tegen tussenpersonen die belastingontwijking ondersteunen. De Commissie onderzoekt EU-actie hierop.

EU Global Strategy on Foreign and Security Policy

HV/VP Mogherini zal tijdens de ER van 28-29 juni de EU Global Strategy on Foreign and Security Policy presenteren. Het kabinet zet in op een spoedige afronding van de nieuwe strategie. Voor de volledige inbreng van het kabinet wordt verwezen naar de Geannoteerde Agenda van de RBZ van 23 mei jl. (Kamerstuk 21 501-02, nr. 1626)

Europees Semester / landenspecifieke aanbevelingen

De Commissie heeft op 18 mei jl. voorstellen gepresenteerd voor landenspecifieke aanbevelingen in het kader van het Europees Semester. Het kabinet heeft uw Kamer per brief ingelicht over de voor Nederland bedoelde aanbevelingen en de kabinetsreactie daarop (Kamerstuk 21 501-20, nr. 1125). Nederland kreeg drie aanbevelingen van de Commissie op het gebied van de overheidsfinanciën/onderzoek en ontwikkeling, de arbeidsmarkt en de pensioenen/woningmarkt. Het kabinet kan zich goed herkennen in de voorgestelde aanbevelingen en zal geen verzoek indienen voor aanpassing daarvan. De aanbevelingen zijn gebaseerd op verordening 1466/97 en 1176/2011 en de artikelen 121(2) en 148(4) van het Verdrag. De Raad besluit met gekwalificeerde meerderheid over de aanbevelingen. Het Europees parlement heeft hier geen rol. Deze voorstellen voor aanbevelingen zullen worden behandeld in de Raad Werkgelegenheid, Sociaal Beleid, Volksgezondheid en Consumentenzaken (EPSCO Raad) van 16 juni en in de ECOFIN Raad van 17 juni, en worden vervolgens voorgelegd aan de RAZ van juni. Gezien de stand van de voorbereiding van deze Raden is het Europese krachtenveld nu nog niet duidelijk. De RAZ zal na instemming de aanbevelingen in het kader van het Europees Semester ter bekrachtiging voorleggen aan de ER van 28 en 29 juni, waarna de ECOFIN Raad de aanbevelingen op 12 juli a.s. zal aannemen.

Implementatie IIA – Better regulation

De Raad zal in het kader van de implementatie van het interinstitutioneel akkoord beter wetgeven spreken over de onderdelen die betrekking hebben op wetgevingsinstrumenten, in het bijzonder impact assessments. Voor een groot deel is de Commissie verantwoordelijk de bepalingen over betere regelgeving uit het IIA om te zetten. Tijdens de bespreking in de RAZ zal in het bijzonder ingegaan worden op de wijze waarop de Raad beter structureel gebruik kan maken van de impact assessments van de Commissie. De agenda voor betere regelgeving wordt door de lidstaten breed gesteund, zoals ook blijkt uit de brede steun voor de Raadsconclusies die de Raad voor Concurrentievermogen op 26 mei 2016 heeft aangenomen over concurrentiekracht en betere regelgeving. Het beleid is in lijn met de inzet van het kabinet zoals neergelegd in de BNC-fiches over het pakket voor betere regelgeving (Kamerstuk 22 112, nr. 1983) en de Kamerbrief over dit onderwerp van 2 november 2015 (Kamerstuk 20 112, nr. 2016).

Implementatie – IIA Programming

In het interinstitutioneel akkoord betere regelgeving zijn nadere afspraken uitgewerkt over de wijze waarop de Raad en het Europees parlement worden betrokken bij de voorbereiding van het jaarlijkse Commissie Werkprogramma. De procedure die binnen de Raad wordt gevolgd in is maart 2016 tijdens de RAZ vastgelegd (Kamerstuk 21 501-02, nr. 1597). Tijdens de RAZ zal gesproken worden over nieuwe voorstellen voor het Commissie Werkprogramma 2017 en zal worden gekeken naar de huidige stand van de voorstellen die in de Commissie Werkprogramma’s uit 2015 en 2016 werden gedaan. Voor de Raad is daarbij van belang dat de Commissie zich houdt aan de prioriteiten die zijn vastgelegd in de Strategische Agenda van de Europese Raad uit juni 2014 en aan de prioriteiten die de voorzitter van de Commissie heeft neergelegd bij zijn aantreden in oktober 2014. Met een bespreking in de RAZ in juni wordt de Raad in staat gesteld in een vroegtijdig stadium, voorafgaand aan de publicatie van de Letter of Intent van de Commissie in september, een bijdrage te leveren aan de zwaartepunten van het werk van de Commissie in 2017. De RAZ zal de Letter of Intent vervolgens tijdens de RAZ in september bespreken, waarna de Commissie haar werkprogramma voor 2017 in oktober zal presenteren.

Als bekend heeft het kabinet zich eerder sterk gemaakt voor een EU die zich richt op hoofdzaken. Met de discussie over het Commissie Werkprogramma in de RAZ wordt hieraan tegemoet gekomen. Overigens zal ook het Europees parlement in de komende weken spreken over het Commissie Werkprogramma. Binnen de Raad vindt de bespreking van het Commissie Werkprogramma brede steun. De lidstaten hebben zich op dit moment nog niet uitgesproken over de aard van de prioriteiten die zij voor het Commissie Werkprogramma 2017 voorzien.

Transparantie

De Raad spreekt over de transparantie van het Europees besluitvormingsproces, een van de prioriteiten van het Nederlands voorzitterschap voor de RAZ (Kamerstuk 34 166, nr. 44). De afspraken uit het interinstitutioneel akkoord betere regelgeving (IIA) op het gebied van transparantie staan bij de discussie in de RAZ van juni a.s. centraal. Op basis van een reflection note spreekt de Raad over een drietal onderwerpen: de gezamenlijke database van de instellingen, het register voor gedelegeerde handelingen en de transparantie rondom het proces van trilogen.

Ten aanzien van het eerste onderwerp zal worden ingegaan op de belangrijkste voorwaarden voor de gezamenlijke database van de Europese instellingen. Voor het kabinet is het van belang dat de database bijdraagt aan een verbeterde toegankelijkheid en traceerbaarheid van Europese wetgevingsdossiers gedurende alle fasen van het besluitvormingsproces. Dit geldt ook voor het tweede onderwerp, het register voor gedelegeerde handelingen. De informatie met betrekking tot een gedelegeerde handeling moet in alle te onderscheiden fasen toegankelijk en vindbaar zijn. Tot slot komt de verbetering van de transparantie rondom het proces van trilogen aan de orde. Dit onderwerp luistert nauw en roept terughoudende reacties op, gezien de vrees voor beperking van de onderhandelingsruimte van de Raad. Dat laat onverlet dat het kabinet hier graag verbetering ziet. De inzet richt zich op de verbetering van de terugkoppeling van de behaalde resultaten in trilogen.

Naast de drie onderwerpen samenhangend met de implementatie van het IIA wordt teruggeblikt op de inzet van het Nederlandse voorzitterschap op het gebied van transparantie (Kamerstuk 34 166, nr. 44). Daarbij is ruimte voor een uitwisseling van gedachten, waarbij de vraag centraal staat op welke wijze transparantie van de Europese Unie – en specifiek de Raad – verder kan verbeteren.

Het kabinet zet zich reeds lange tijd in voor grotere en proactieve transparantie van het Europese besluitvormingsproces. Slechts een kleine groep lidstaten spreekt zich hier eveneens actief en positief over uit. Naar verwachting is binnen de Raad evenwel voldoende steun voor de aanpak van de genoemde onderwerpen in het kader van de implementatie van het IIA.

Europese Agenda Stad

Op 30 mei jl. hebben de Europese ministers verantwoordelijk voor stedelijke ontwikkeling tijdens een informele ministeriële bijeenkomst overeenstemming bereikt over de Europese Agenda Stad («Urban Agenda for the EU»), zoals vastgelegd in het «Pact van Amsterdam».De Europese Agenda Stad streeft ernaar het volledige potentieelen de bijdrage van steden aande Europese doelstellingen te optimaliseren. Door steden meer te betrekken bij beleidsvorming kan beter aansluiting worden gevonden op de stedelijke praktijk. In aanloop naar de totstandkoming van het «Pact van Amsterdam» is intensief overleg gevoerd met de lidstaten, de Europese Commissie en het Comité van de Regio’s. Daarnaast zijn zowel nationale en Europese stedenkoepels, alsook andere Europese instellingen nauw betrokken. Op 30 mei jl. heeft Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties uw Kamer het «Pact van Amsterdam» doen toekomen (Kamerstuk 34 139, nr. 14). In de voorliggende Raadsconclusies zijn de belangrijkste elementen van het «Pact van Amsterdam» opgenomen. Deze bouwen voort op de Raadsconclusies die op 18-19 november 2014 onder Italiaans voorzitterschap zijn aangenomen. Hierin werden de Raad en de Europese Commissie aangespoord om tot een Europese Agenda Stad te komen.