4 Raad Buitenlandse Zaken Handel d.d. 22 mei 2026

Raad Buitenlandse Zaken Handel d.d. 22 mei 2026

Aan de orde is het tweeminutendebat Raad Buitenlandse Zaken Handel d.d. 22 mei 2026 (21501-02, nr. 3393).

De voorzitter:

We gaan meteen verder met het volgende tweeminutendebat. Dat betreft het tweeminutendebat Raad Buitenlandse Zaken Handel van 22 mei 2026. Ik heet de nieuwe minister in ons midden, de minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, van harte welkom. Ik geef het woord aan mevrouw Dobbe als eerste spreker van de zijde van de Kamer. Gaat uw gang.

Mevrouw Dobbe (SP):

Dank u wel. Ik heb twee moties.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat Nederland 110 miljoen euro aan dual-use-onderzoekstechnologie levert aan Israël, die ook wordt ingezet door het leger;

constaterende dat wapens en dual-usegoederen niet geëxporteerd mogen worden naar landen waar risico is op mensenrechtenschendingen;

verzoekt de regering een algeheel wapenembargo op Israël in te stellen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Dobbe.

Zij krijgt nr. 3403 (21501-02).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt de regering zich blijvend in te zetten voor maatregelen om wapenstromen richting strijdende partijen in Sudan te stoppen en daarbij ook expliciet te kijken naar het eigen wapenexportbeleid om te voorkomen dat wapens via Nederland in handen komen van strijdende partijen in Sudan, en hierover de Kamer te informeren;

verzoekt de regering zich ook blijvend in te spannen voor een wapenembargo voor heel Sudan,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Dobbe, Ceder, Kröger en Van Baarle.

Zij krijgt nr. 3404 (21501-02).

Mevrouw Dobbe (SP):

Extra relevant is dat we gisteren een rondetafelgesprek hebben gehad over seksueel geweld in conflictgebieden. Daar zullen we later nog meer over spreken. Daaruit werd heel erg duidelijk dat de internationale gemeenschap zich moet inspannen om ervoor te zorgen dat de strijdende partijen in Sudan niet meer worden gesteund door externe partijen. Het is in Sudan niet een oorlog tussen twee partijen ín Sudan; ze worden gevoed door landen buiten Sudan. Dat hebben we hier eerder ook besproken, maar dat moeten we blijven benadrukken, want wij hebben bijvoorbeeld handelsrelaties met een aantal van de landen die deze strijdende partijen steunen. Ik werd door mevrouw Kröger net ook gewezen op een hele mooie foto die is gedeeld door de minister van Buitenlandse Zaken, denk ik, van de Verenigde Arabische Emiraten, die hier op bezoek was geweest. Ik zie onze minister van Handel daar heel erg trots naast staan. Dan vraag ik mij toch af wat we bespreken met de Emiraten, een land dat een van de grootste aanjagers is van deze enorme oorlog in Sudan. Ik denk dat mevrouw Kröger daar ook nog wel een vraag over heeft.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Het woord is aan de heer Ceder namens de ChristenUnie. Gaat uw gang.

De heer Ceder (ChristenUnie):

Dank u wel, voorzitter. Ik heb de motie van mevrouw Dobbe die gaat over het bespreekbaar maken van de rol van de VAE ten aanzien van de humanitaire ramp in Sudan meegetekend.

Ik heb twee moties over de situatie in Indonesië. De EU is bezig met een handelsakkoord. Op zich heb ik daar geen bezwaar tegen, maar de mensenrechtensituatie in zowel West-Papoea als op de Molukken, waarvan ik denk dat Nederland er vanuit historisch oogpunt ook een zorgplicht voor heeft omdat hier ook Molukse gemeenschappen leven, maakt dat we als Nederland een extra rol hebben om er in ieder geval voor te zorgen en te bewaken dat de mensenrechten daar verbeteren alvorens tot een akkoord over te gaan. Daarom heb ik twee moties. Eén gaat over de Molukken daar en de andere over West-Papoea, omdat daar soortgelijke schendingen zijn, maar ze twee verschillende dynamieken kennen.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de mensenrechtensituatie op de Molukken zorgelijk is en mensenrechtenorganisaties hebben gerapporteerd over mensenrechtenschendingen aldaar;

overwegende dat in een handelsakkoord tussen de EU en Indonesië de eerbiediging van mensenrechten moet zijn gewaarborgd, waaronder die van de Molukkers;

verzoekt de regering om de Europese Commissie te verzoeken om de ruimte zo veel als mogelijk te benutten om verbetering van de mensenrechtensituatie op de Molukken bespreekbaar te maken, bijvoorbeeld bij de dialoog in het kader van de implementatie, en hierin te proberen Europese medestanders te vinden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Ceder.

Zij krijgt nr. 3405 (21501-02).

De heer Ceder (ChristenUnie):

De tweede motie gaat over West-Papoea.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de mensenrechtensituatie in West-Papoea zorgelijk is en mensenrechtenorganisaties hebben gerapporteerd over mensenrechtenschendingen aldaar;

overwegende dat in een handelsakkoord tussen de EU en Indonesië de eerbiediging van mensenrechten moet zijn gewaarborgd, waaronder die van de Papoea's;

verzoekt de regering om de Europese Commissie te verzoeken om de ruimte zo veel als mogelijk te benutten om verbetering van de mensenrechtensituatie in West-Papoea bespreekbaar te maken, bijvoorbeeld bij de dialoog in het kader van de implementatie, en hierin te proberen Europese medestanders te vinden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Ceder.

Zij krijgt nr. 3406 (21501-02).

De heer Ceder (ChristenUnie):

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u wel. Het woord is aan de heer Verkuijlen namens de VVD. Gaat uw gang.

De heer Verkuijlen (VVD):

Dank u, voorzitter. Ik sluit me aan bij de woorden van mevrouw Dobbe over de impact van de technische briefing die we gisteren hadden over seksueel geweld in conflictgebieden. Het is absoluut nodig dat we daar in deze Kamer volledige aandacht voor hebben. Ik zie ernaar uit om daar met de minister verder van gedachten over te wisselen op een passend moment.

Voorzitter. Ik heb één motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat Europese grondstoffen voor aluminium, waaronder aluinaarde, via internationale ketens nog altijd Russische smelters bereiken;

constaterende dat dit aluminium vervolgens wordt geleverd aan gesanctioneerde Russische defensiebedrijven voor de productie van wapens en munitie;

overwegende dat het onacceptabel is dat Europese grondstoffen indirect de Russische oorlogsmachine voeden;

verzoekt de regering om in Europees verband te pleiten voor sancties die ertoe strekken de Europese export van aluinaarde naar Rusland aan banden te leggen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Verkuijlen, Lohman en Bamenga.

Zij krijgt nr. 3407 (21501-02).

Dank u wel. Het woord is aan de heer Van Baarle namens DENK.

De heer Van Baarle (DENK):

Dank, voorzitter.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het kabinet erkent dat er ernstige zorgen bestaan over staatsgeleide dwangarbeid tegen Oeigoeren in Xinjiang (Oost-Turkestan);

constaterende dat het kabinet in de beantwoording aangeeft bereid te zijn de Europese Commissie te verzoeken Xinjiang op te nemen in de Europese database met risicoregio's onder de Anti-dwangarbeidverordening;

verzoekt de regering om spoedig bij de Europese Commissie te pleiten voor opname van geheel Xinjiang (Oost-Turkestan) als formele hoogrisicoregio onder de Europese Anti-dwangarbeidverordening,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Baarle.

Zij krijgt nr. 3408 (21501-02).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het kabinet nog geen duidelijkheid geeft of de situatie van de Oeigoeren expliciet onderdeel zal zijn van de aankomende handelsmissie naar China;

overwegende dat mensenrechten en het tegengaan van dwangarbeid integraal onderdeel moeten zijn van economische betrekkingen met China;

verzoekt de regering om tijdens de handelsmissie naar China expliciet aandacht te vragen voor de mensenrechten van de Oeigoeren en het opleggen van dwangarbeid aan het Oeigoerse volk,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Baarle.

Zij krijgt nr. 3409 (21501-02).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende de grootschalige staatsgeleide dwangarbeid van Oeigoeren in China;

constaterende dat de Europese Anti-dwangarbeidverordening vanaf 2027 van toepassing wordt en Nederland momenteel werkt aan de nationale implementatie daarvan;

verzoekt de regering om de Anti-dwangarbeidverordening nationaal zo streng en doelgericht mogelijk te implementeren om dwangarbeid door Oeigoeren tegen te gaan,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Baarle.

Zij krijgt nr. 3410 (21501-02).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt de regering om tijdens de aankomende Raad Buitenlandse Zaken Handel expliciet te pleiten voor opschorting van het handelsdeel van het EU-Israël-associatieakkoord,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Baarle.

Zij krijgt nr. 3411 (21501-02).

De heer Van Baarle (DENK):

Tot slot, voorzitter.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Israëlische minister Ben-Gvir uitspraken heeft gedaan die aanzetten tot misdaden, en recentelijk de opvarenden van de Flotilla onmenselijk heeft behandeld;

overwegende dat deze minister vele illegale nederzettingen aankondigt;

verzoekt de regering om tijdens aankomende Raden te bepleiten EU-sancties tegen Ben-Gvir te treffen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Baarle.

Zij krijgt nr. 3412 (21501-02).

De heer Van Baarle (DENK):

Dank u vriendelijk.

De voorzitter:

Dank u vriendelijk, meneer Van Baarle. Het woord is aan de heer Lohman voor zijn inbreng namens het CDA.

De heer Lohman (CDA):

Veel dank aan de minister voor de beantwoording van de vragen. Onze aandacht in de beantwoording ging uit naar de Straat van Hormuz. De ureumprijs is 70% gestegen en 45 miljoen mensen dreigen in voedselonzekerheid te komen, maar de conclusie die het CDA daaraan verbindt, ontbreekt. Het gaat namelijk niet alleen om kunstmest. Voor essentiële aminozuren en vitamines voor de veehouderij, lysine, threonine en vitamine B12, zijn we voor wel 75% tot 100% afhankelijk, met name van China. Voor eiwitrijk veevoer zijn we voor meer dan 70% afhankelijk van Brazilië en de Verenigde Staten. Daar maakt het CDA zich zorgen over. Daarom de volgende motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het regeerakkoord inzet op diversificatie van toeleveranciers van kritieke grondstoffen en voedselzekerheid als essentiële waarde benoemt in het landbouwbeleid;

constaterende dat de afsluiting van de Straat van Hormuz de kwetsbaarheid van toeleveringsketens voor de voedselproductie heeft blootgelegd;

overwegende dat de EU voor cruciale inputs voor de voedselproductie, waaronder eiwitrijke veevoeders, essentiële aminozuren, vitamines en meststofgrondstoffen, voor 70% tot 100% afhankelijk is van een beperkt aantal leveranciers, waaronder China;

verzoekt de regering voedselgrondstoffen expliciet mee te nemen in het beleid rond het afbouwen van risicovolle strategische afhankelijkheden, en de Kamer hierover te informeren in de aangekondigde brief over de Critical Raw Materials Act,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Lohman en Verkuijlen.

Zij krijgt nr. 3413 (21501-02).

Dank u wel. Het woord is aan de heer Bamenga namens D66.

De heer Bamenga (D66):

Voorzitter. In het overleg spraken we al over de handelsrelatie met Israël. Gisteren zagen we opnieuw een schokkende schending van het internationaal recht, dit keer tegen onze eigen burgers. Nederlanders werden op open zee geplukt, geboeid en publiekelijk vernederd door extremisten die zich in Israël "minister" mogen noemen. Het is goed dat het kabinet dit hard veroordeelt en de ambassadeur op het matje roept, maar de ellende gaat gewoon door. Er komt nog altijd veel te weinig hulp Gaza binnen. De bezetting dijt iedere dag verder uit en de Israëlische regering spuugt keer op keer op het internationaal recht. Neem minister Smotrich. Hij vreest een internationaal arrestatiebevel wegens oorlogsmisdaden. Zijn reactie daarop is dreigen met meer oorlog en het leegvegen van nog meer Palestijnse dorpen op de Westbank.

Mijn fractie is blij dat deze minister met nationale handelsmaatregelen komt, maar dit vraagt ook om Europese consequenties. Gisteren is namelijk niet alleen Nederland geschoffeerd; ook Belgische, Deense, Franse, Griekse, Italiaanse, Portugese en Spaanse burgers zijn mishandeld. Dus mijn oproep is helder: grijp dit moment aan. Grijp dit moment aan. Breek het associatieverdrag van de EU met Israël open. Gebruik de verontwaardiging in Europa om door te pakken. Aan deze minister vraag ik daarom concreet: gaat hij morgen opnieuw steun zoeken voor een EU-breed verbod op handel met illegale nederzettingen? Het voortdurend schenden van het internationaal recht moet gevolgen hebben. Graag een toezegging van de minister.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Bamenga. Ik geef ruimte voor één interruptie. Mevrouw Kröger.

Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):

De oproep aan de minister steun ik uiteraard volledig. Alleen gaat een oproep om Europabreed die handel met illegale nederzettingen eindelijk te stoppen, tijd kosten. Nederland heeft ook zelf een wet in voorbereiding. Deelt de heer Bamenga dan ook mijn oproep aan de minister "zorg dat dat wetsvoorstel echt z.s.m. bij de Kamer ligt"?

De heer Bamenga (D66):

Het lijkt me heel erg belangrijk dat er ook nationale maatregelen komen.

Mevrouw Dobbe (SP):

Gisteren is een motie ingediend waarin staat "verzoekt de regering alle schendingen van het internationaal recht, ongeacht wie ze pleegt, te veroordelen". Zal D66 die dan steunen?

De heer Bamenga (D66):

Mevrouw Dobbe weet heel erg goed hoe ik erin sta als het gaat om internationaal recht: het is heel erg belangrijk dat we ons uitspreken als het geschonden wordt. Dat hebben wij toen bij Venezuela gedaan. Dat heb ik zeker ook gedaan als het gaat om Libanon. Dat doe ik iedere keer als het gaat om Israël. Het maakt niet uit welk ander land: waar duidelijke schendingen zijn moet dat uitgesproken worden.

De heer Van Baarle (DENK):

We hebben allemaal de schofterige behandeling door de misdadigers uit Israël van de opvarenden van de Flotilla gezien. Ik kan me dus heel goed voorstellen dat de heer Bamenga er zeer veel waarde aan zou hechten dat het kabinet en deze minister mijn moties die vragen om nu expliciet in de komende Raad voor opschorting van het handelsdeel te pleiten en die vragen om sancties tegen Ben-Gvir, van oordeel Kamer voorzien. Vindt de heer Bamenga dat?

De heer Bamenga (D66):

Ik ga niet over wat het kabinet voor oordeel zou moeten hebben, maar volgens mij is het in mijn verhaal heel duidelijk wat ik vind van wat er nu speelt met de Flotilla.

De voorzitter:

Meneer Ceder, kort en bondig.

De heer Ceder (ChristenUnie):

Ook ik heb gisteren met afschuw gekeken naar de beelden. Ik heb dat aan de Israëlische ambassadeur laten weten. Ik vind het goed dat de Nederlandse regering de ambassadeur heeft ontboden. Dat vind ik dus goed. We hebben vaker debatten gehad over het standpunt van D66 ten aanzien van de EU en handelsakkoorden. We kregen gisteren in een brief van dit kabinet over de VAE en Indonesië te horen dat het kabinet het niet opportuun vindt om bijvoorbeeld mensenrechten randvoorwaardelijk te maken omdat je die juist kan gebruiken om in gesprek te blijven en zo diplomatiek effectief te zijn. Nu hoor ik D66 zeggen dat ze het handelsverdrag willen opschorten.

De voorzitter:

Wat is uw vraag?

De heer Ceder (ChristenUnie):

Eerder hoorde ik ook dat D66 deze stap niet wil zetten ten aanzien van de moties die ik heb medeondertekend ten aanzien van Sudan en Indonesië over opschortingen. Mijn vraag is waar het verschil in zit en of u dat standpunt kunt toelichten. Hoe kijkt u naar de relatie van de EU tot handelsverdragen?

De heer Bamenga (D66):

Bedankt voor de vraag. Volgens mij heb ik iedere keer aangegeven dat het er natuurlijk altijd om gaat dat je bij ieder land kijkt wat er nodig is en wat effectief is. Dat heb ik volgens mij ook iedere keer aan de heer Ceder aangegeven.

De voorzitter:

Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Kröger van GroenLinks-Partij van de Arbeid.

Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):

Voorzitter. Handel is Europa's belangrijkste drukmiddel voor de naleving van mensenrechten en het internationaal recht. Dat speelt op een heleboel plekken, maar ik wil vandaag over twee specifieke plekken vragen stellen, allereerst over Israël. Daar zijn een aantal vragen over gesteld. Met weerzin hebben we gisteren naar de beelden gekeken en heeft het kabinet zich uitgesproken, maar Gazanen worden dagelijks zo behandeld. Gaat de motie-Piri echt uitgevoerd worden? Gaat deze minister keihard pleiten voor het opschorten van het handelsdeel van het EU-verdrag? En wanneer krijgen wij als Kamer het wetsvoorstel over de handel in illegale producten uit de bezette gebieden?

Voorzitter. Dan Sudan. We weten allemaal dat de oorlog daar voortwoekert door regionale krachten en dat de Emiraten daar een belangrijke rol in spelen. Deze minister erkent dat ook. Op een Emiraatse website zag ik een vrolijke foto van deze minister met een counterpart. Er is gesproken over een strategisch partnerschap. Wat houdt dat in? Heeft de minister in deze gesprekken ook de situatie in Sudan en de rol die de Emiraten daarin spelen, aangekaart?

Voorzitter. Dan de volgende motie over het feit dat Petrogas Nederland aanklaagt.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat Nederland onder het Investor-State Dispute Settlement (ISDS) wordt aangeklaagd door bedrijven als Shell, ExxonMobil en Petrogas vanwege democratisch tot stand gekomen maatregelen in het algemeen belang, zoals sluiting van het Groninger gasveld en invoering van de solidariteitsbijdrage;

constaterende dat Nederland partij is bij ongeveer 75 handels- en investeringsverdragen die een vorm van ISDS bevatten en dit soort zaken mogelijk maken;

overwegende dat Nederland uit het Energy Charter Treaty is gestapt, onder andere vanwege het risico van dit soort zaken door private partijen;

verzoekt de regering om in kaart te brengen waar kwetsbaarheden zitten voor Nederland en zijn handelspartners als gevolg van verdragen met ISDS of ICS, waaronder het inperken van beleidsvrijheid, en hoe Nederland en Europa deze risico's mitigeert bij toekomstige verdragen, en hierover de Kamer na de zomer te rapporteren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Kröger en Dobbe.

Zij krijgt nr. 3414 (21501-02).

Dank u wel. Het woord is aan de heer Hoogeveen namens JA21.

De heer Hoogeveen (JA21):

Voorzitter. De triloog omtrent de Turnberrydeal tussen Amerika en de EU is afgerond, maar de inkt staat nog steeds niet op het papier. Wij vinden dat het kabinet focus moet houden. We hebben gisteren een heel debat gehad over de volatiliteit van de Amerikaanse politiek. Zie de volgende motie dus als een stok achter de deur.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de uitvoering van de Turnberrydeal nog niet is afgerond;

overwegende dat bedrijven gebaat zijn bij voorspelbaarheid en het voorkomen van nieuwe onzekerheid;

verzoekt de regering zich in de Raad in te zetten voor een spoedige afronding van de besluitvorming over de Turnberrydeal,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Hoogeveen en Verkuijlen.

Zij krijgt nr. 3415 (21501-02).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Europese Commissie met het "Made in Europe"-beleid inzet op een Europese industriële basis en strategische autonomie;

constaterende dat China hiertegen dreigt met tegenmaatregelen, terwijl het zelf jarenlang een actief industriebeleid heeft gevoerd en buitenlandse markttoegang heeft beperkt;

overwegende dat strategische autonomie niet moet leiden tot protectionisme of verdere ontkoppeling;

overwegende dat Nederland, de EU en China grote wederzijdse economische belangen hebben en dat verdere handelsspanningen schadelijk zijn voor mondiale waardeketens;

verzoekt de regering zich in Europees verband in te zetten voor de-escalatie van de handelsspanningen met China en de dialoog te benutten om te pleiten voor wederkerige markttoegang, aanpak van oneerlijke handelspraktijken en het voorkomen van nieuwe handelsbelemmeringen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Hoogeveen.

Zij krijgt nr. 3416 (21501-02).

De heer Hoogeveen (JA21):

Voorzitter. Dan heb ik nog een korte vraag. Ik heb eerder een motie ingediend, die is aangenomen, om het kabinet zich te laten uitspreken tegen protectionisme, tegen protectionistische eisen in de Industrial Accelerator Act, en specifiek tegen de local-contenteis. Nu lees ik in het schriftelijke overleg dat het kabinet terughoudend is. Ik maak eruit op dat het kabinet er in Brussel niet voor gaat liggen. Het klinkt toch wat afwachtend. Kan de minister duiden hoe Nederland hier precies op acteert in de Europese Raad? Want nogmaals, die soort local-contenteisen zijn niet in het belang van Nederland.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Daarmee zijn we aan het einde gekomen aan de termijn van de Kamer. Ik schors zeven minuten, zodat de minister de beantwoording kan voorbereiden. Ik wijs de leden erop dat hierna twee grote wetsbehandelingen gepland staan. Vanavond is er ook een belangrijk debat. Er zal dus zeer beperkt ruimte zijn voor een debat met de minister.

De vergadering wordt van 11.15 uur tot 11.26 uur geschorst.

De voorzitter:

Ik heropen de vergadering en geef het woord aan de minister.

Minister Sjoerdsma:

Voorzitter, dank. Het vorige commissiedebat RBZ Handel stond eigenlijk nog in het teken van de ministeriële conferentie van de WTO. Zoals de leden ook weten, was de uitkomst van die conferentie teleurstellend. Dat betekent dat het eerste agendapunt op de Raad van morgen dan ook de vraag is hoe we hier nog een slinger aan kunnen geven.

Het is misschien toch goed om ook even bij het tweede agendapunt stil te staan: het belang van de-escalatie en de veilige heropening van de Straat van Hormuz. Die zaken zijn essentieel, niet alleen voor onze handel, maar ook voor die van de lage-inkomenslanden. Natuurlijk is het ook belangrijk om te spreken over de handelsakkoorden, die van ongelofelijk groot belang zijn voor onze economie, onze verduurzaming en onze weerbaarheid, en voor het versterken van onze cruciale partners.

Ons doel voor morgen is dan ook duidelijk: het verdienvermogen vergroten, onze strategische afhankelijkheden verkleinen en meer geïntegreerd Europees optreden tegen de grotere machten, zoals China en de Verenigde Staten.

Ik zeg misschien nog één ding over de Verenigde Staten, ook omdat Kamerlid Hoogeveen daarover sprak. We verwelkomen uiteraard de uitkomsten van de triloog. Het is ongelofelijk belangrijk dat de handelsrelaties met de Verenigde Staten stabiel zijn. Dat is voor bedrijven en consumenten aan beide kanten van de Atlantische Oceaan van groot belang. Maar ik zeg daar ook het volgende bij. Als de Europese Unie zich aan de afspraken houdt, mogen wij ook van onze Amerikaanse bondgenoten verwachten dat zij zich aan de afspraken houden, en dus ook nu, op korte termijn, stappen zullen zetten op het gebied van bijvoorbeeld staal- en aluminiumderivaten.

Voorzitter. Dan de gestelde vragen. Er is een aantal vragen aan mij gesteld. Allereerst kom ik op de vragen die zien op Israël.

Er zijn vragen gesteld over ons nederzettingenbeleid. Laat ik daar heel helder over zijn: het kabinet veroordeelt het illegale nederzettingenbeleid. Het kabinet veroordeelt de annexatie die momenteel gaande is op de Westelijke Jordaanoever. Dat betekent ook dat wij maatregelen nemen. Wij nemen nationale maatregelen. Kamerleden hebben gevraagd naar nationale maatregelen als het weren van producten uit nederzettingen. Die komen binnen afzienbare tijd naar uw Kamer, zou ik durven zeggen.

Dat is natuurlijk één maatregel, maar als je echt effectief iets wil doen — daar hebben verschillende Kamerleden ook naar gevraagd — dan zul je dat Europees moeten doen. Daar heeft mijn collega, de minister van Buitenlandse Zaken, in zijn Raden in Brussel zeer nadrukkelijk aandacht voor gevraagd. Daar zal ik deze vrijdagmorgen opnieuw bij mijn handelscollega's aandacht voor vragen. De motie-Piri is dus kabinetsbeleid; mevrouw Kröger vroeg dat. Wij willen dat handelsdeel opschorten.

Tot slot over die nederzettingen. U heeft ook gezien dat in de Raad het derde pakket aan sancties tegen kolonisten is aangenomen. Nederland werkt samen met anderen ook meteen al aan het vierde pakket. Dat is ook hoognodig. Het kabinet deelt de verontwaardiging die ik ook in uw Kamer proefde over de behandeling van de Flotilla en de mensen die daarop zaten. De premier heeft die "mensonterend" genoemd. De minister van Buitenlandse Zaken heeft de Israëlische ambassadeur op het matje geroepen en duidelijk gemaakt dat dit tegen het internationaal recht is en dat fatsoenlijke behandeling cruciaal is. Inmiddels begrijp ik dat de meesten op weg naar Turkije zijn. Het is natuurlijk van ongelofelijk groot belang dat dit op deze manier gebeurt. Er is een zeer grote betrokkenheid van het kabinet hierbij.

Voorzitter. Er was een vraag op het gebied van de VAE. Misschien noem ik twee dingen hierover. Ik snap de zorgen die de Kamer bijvoorbeeld over Sudan heeft, heel goed. Meerdere mensen verwezen naar de bijeenkomst over seksueel geweld in dat conflict en in andere zaken. Wij gebruiken dit soort gesprekken … Laat ik het anders zeggen: zonder deze gesprekken is het niet mogelijk voor Nederland om deze zorgen expliciet aan te kaarten. Ik snap dus goed dat u liever niet wil dat er allemaal foto's zijn, maar tegelijkertijd: als die foto's er niet zijn en als ik die gesprekken niet aanga, kunnen dit soort dingen niet worden aangekaart.

In bredere zin geldt dat niet alleen voor zaken die Sudan aangaan, maar bijvoorbeeld ook voor de Straat van Hormuz, en de gevolgen die dat onderwerp heeft voor het Globale Zuiden. Ja, wij moeten die gesprekken dus aangaan, ook met landen waarvan sommigen van u, niet onterecht, zeggen dat die niet geheel onze waarden delen.

De voorzitter:

Bent u daarmee aan het einde gekomen van de beantwoording van de gestelde vragen?

Minister Sjoerdsma:

Nee. Nee, dat ben ik niet.

De voorzitter:

Ik stel voor dat u die eerst afrondt.

Minister Sjoerdsma:

Ja. De heer Hoogeveen had namelijk ook een vraag gesteld over de local content requirements in de IAA. Het klopt dat het kabinet daarin terughoudend is. Die kunnen soms een rol spelen, maar we hebben ook een terughoudende positie, want dit zijn handelsbelemmeringen en we willen protectionisme zo veel mogelijk voorkomen. Daarmee ben ik aan het einde gekomen van mijn beantwoording.

De voorzitter:

Eén vervolgvraag, mevrouw Kröger.

Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):

Het viel behoorlijk op dat de foto's wel te zien waren op een Emiratiwebsite en dat wij als Kamer überhaupt niet weten wat er besproken is. Ik zou dus graag meer details ontvangen over dat strategisch partnerschap met de Emiraten. De minister noemt hier dat de rol die de Emiraten spelen in Sudan, expliciet benoemd is. Kan hij bevestigen dat dus ook in dit soort contact altijd de rol die de Emiraten spelen in Sudan onderwerp van gesprek is?

Minister Sjoerdsma:

Ik denk dat we ook even moeten voorkomen dat er verkeerde veronderstellingen ontstaan. Ik denk dat het strategisch partnerschap waarnaar verwezen wordt, het partnerschap tussen de Europese Unie en de VAE is. Dat is geen bilateraal partnerschap. Ik denk dat dat een geruststelling kan zijn voor mevrouw Kröger. Tegelijkertijd zeg ik dat ik niet over elk gesprek verslag ga uitbrengen aan deze Tweede Kamer. Ik hoop ook dat u dat begrijpt. Ik denk dat dit niet nuttig is. Ik kan wel zeggen dat zowel de minister van Buitenlandse Zaken als de premier als ikzelf op elk moment dat dat dienstig is de zaak opbrengen en de zorgen overbrengen die uw Kamer met ons deelt.

Mevrouw Dobbe (SP):

Wij vragen er natuurlijk naar omdat deze afschuwelijke oorlog in Sudan al een paar jaar duurt. Door alle rapporten van mensenrechtenorganisaties en internationale instanties weten we inmiddels ook wel wie daar de spelers zijn en dat het internationaal wordt gevoed. Ik snap dan ook nog wel dat deze minister zegt: ik ga in gesprek, want dat is nodig en dat doen we dan onder het mom van stille diplomatie.

De voorzitter:

Uw vraag.

Mevrouw Dobbe (SP):

Maar ik wil voorkomen dat we hetzelfde zien als in andere situaties, namelijk dat die stille diplomatie heel lang duurt, geen resultaat heeft en we dan niet opschalen.

De voorzitter:

Uw vraag.

Mevrouw Dobbe (SP):

Snapt de minister deze zorg? Wanneer komen we dan op het punt waarop we zeggen dat we toch iets anders moeten gaan doen dan het aankaarten in deze gesprekken?

Minister Sjoerdsma:

Dat snap ik heel goed. Ik snap ook goed dat het soms frustrerend is. Als er, in algemene zin, schendingen van het internationaal recht zijn, is het kabinet daar natuurlijk uitgesproken over, maar soms moet je inderdaad kiezen: doe je dat nu, doe je dat iets later, doe je dat publiek of doe je dat achter de schermen? Ik snap de vraag van mevrouw Dobbe wanneer daar dan een eind aan komt, ook goed. Tegelijkertijd zie ik nog steeds wel perspectief in die gesprekken. Ik zie dat ook omdat bijvoorbeeld in mijn gesprekken met de Egyptische minister van Buitenlandse Zaken tijdens mijn bezoek aan Egypte helder was dat hierover hele serieuze gesprekken gaande zijn. Zolang dat perspectief er is en zolang die mogelijkheden er zijn, zal Nederland zijn volle gewicht inzetten om ervoor te zorgen dat de kwalijke rol die hier werd beschreven, wordt gestopt. Op het moment dat we dat perspectief verliezen, komen we uiteraard bij u, bij de Kamer, terug met de maatregelen die we dan voorstellen.

De heer Van Baarle (DENK):

Op dit onderwerp is ook een motie van mij en mevrouw Dobbe aangenomen. Die vraagt deze regering om de Europese Commissie te vragen om die handelsbesprekingen over dat akkoord in te zetten om de rol van VAE bespreekbaar te maken, maar ook om daarvoor Europees afstemming te zoeken met andere landen. Ik zou graag van deze minister willen horen dat hij ook richting de komende Raad inspanningen gaat leveren om a, met andere landen hierop verbintenissen te maken en b, de Europese Commissie inderdaad in die handelsbesprekingen op te roepen om dat als leverage te gebruiken om die rol te stoppen.

Minister Sjoerdsma:

Die motie is aangenomen en zit ook in mijn achterhoofd. Het staat niet helemaal op de agenda, maar daar waar ik dat vrijdag kan doen en waar ik de gelegenheid heb om dat in bilaterale gesprekken met de Eurocommissaris of met gelijkgezinde landen te doen, zal ik dat zeker doen. Bij dezen.

De heer Ceder (ChristenUnie):

In antwoord op onze vragen van de afgelopen dagen gaf de minister ten aanzien van het handelsakkoord met Indonesië aan dat het afhouden van het sluiten van het handelsakkoord vanwege mensenrechtenschendingen — ik heb daar twee moties over ingediend — een negatieve impact zou hebben op de relatie met de EU en dat het kabinet kiest voor de diplomatieke weg. Ten aanzien van de VAE worden een soortgelijke stille diplomatie en andere stappen ingezet, hoor ik net.

De voorzitter:

Uw vraag.

De heer Ceder (ChristenUnie):

Maar over de toezegging aan D66 ten aanzien van Israël zegt u: daar moeten we stappen in nemen. Dat kan ik begrijpen, maar ik begrijp niet wat nou de lijn van het kabinet is ten aanzien van handel inzetten op het moment dat je iets wilt bewerkstelligen, ook in het licht van die stille diplomatie en van wat effectieve diplomatieke communicatie is. De vraag is dus of de minister daarover duidelijkheid zou willen geven.

Minister Sjoerdsma:

Dank aan de heer Ceder dat hij inderdaad dat onderscheid ziet tussen het handelsakkoord met aan de ene kant Israël en misschien Indonesië en de VAE aan de andere kant, al zou ik ook die twee landen niet over één kam willen scheren. In algemene zin geldt natuurlijk dat zowel Nederland als de Europese Unie een zeer intensieve mensenrechtendialoog voeren met al deze landen en dat handelsakkoorden waar die er nog niet zijn, zoals bij Indonesië, de kans geven om die mensenrechtendialogen te verankeren. Dat geeft vervolgens ook weer een haak, zoals we nu met Israël zien met het associatieakkoord, dat als landen echt over de schreef gaan, je die ook weer kan opschorten. Dat betekent dat je een heel effectief instrument erbij hebt gekregen, los van het feit dat het banen kan creëren; als het echt fout gaat, heb je een heel effectief instrument om het beleid van dit soort landen te beïnvloeden. Je doet het dus aan de voorkant met dialoog en als je eenmaal zo'n verdrag hebt, dan heb je een ongelofelijk sterke haak om dat soort landen hieraan te houden.

De voorzitter:

De moties.

Minister Sjoerdsma:

Voorzitter. De motie op stuk nr. 3403, van mevrouw Dobbe, moet ik ontraden. We zijn geen voorstander van een algeheel verbod, maar we hebben echt een ongelofelijk streng verbod, zeg ik tegen mevrouw Dobbe. Ik durf wel te zeggen dat we daarin in Europa vooroplopen. We hebben dat zeer aangescherpt.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 3403: ontraden.

Minister Sjoerdsma:

De motie op stuk nr. 3404, van mevrouw Dobbe en anderen, krijgt oordeel Kamer.

De motie op stuk nr. 3405, van de heer Ceder, krijgt ook oordeel Kamer. Het is misschien wel van belang om te zien dat er al een mensenrechtendialoog met Indonesië gaande is onder het bestaande kaderakkoord, maar: oordeel Kamer.

De voorzitter:

Dan de motie op stuk nr. 3406.

Minister Sjoerdsma:

Idem: oordeel Kamer.

De motie op stuk nr. 3407: ook oordeel Kamer.

De motie op stuk nr. 3408: oordeel Kamer.

De motie op stuk nr. 3409 krijgt ook oordeel Kamer, waarbij ik er misschien één ding aan toevoeg. Dat heb ik ook in de beantwoording van de schriftelijke vragen bij dat overleg gezegd. Ook vanuit Europa wordt er heel serieus gekeken naar dwangarbeid wereldwijd. Die verordening wordt op dit moment omgezet. Nederland werkt ook aan de uitvoering van die verordening. Dus ook vanuit dat oogpunt zal ik hier zeer nadrukkelijk naar kijken.

De voorzitter:

Dan de motie op stuk nr. 3410.

Minister Sjoerdsma:

De motie op stuk nr. 3410: oordeel Kamer.

De motie op stuk nr. 3411: oordeel Kamer. Dat zal ik ook doen, morgen in Brussel, zeg ik tegen de heer Van Baarle.

De motie op stuk nr. 3412: ontijdig. Er zijn al sancties tegen deze heer.

De voorzitter:

Dan is de vraag of de heer Van Baarle bereid is om zijn motie op stuk nr. 3412 aan te houden.

De heer Van Baarle (DENK):

Er is één nationale maatregel, namelijk dat desbetreffende heer op de SIS-signalering is geplaatst door Nederland, maar er is nog geen meerderheid voor Europese sancties. Ik vraag dus om tijdens de komende Raden, aangezien we recentelijk weer uitspraken hebben gehoord en ook de video hebben gezien, weer te pleiten voor Europese sancties tegen deze meneer Ben-Gvir, die zich zo misdraagt.

Minister Sjoerdsma:

Ook dan hou ik het even bij "ontijdig", omdat dat echt op het terrein van de minister van Buitenlandse Zaken ligt. Dit zal gewoon echt niet aan de orde komen bij de komende Raden.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 3412: ontijdig. Dan de motie op stuk nr. 3413.

Minister Sjoerdsma:

De motie op stuk nr. 3413: oordeel Kamer. Er wordt mij wel een technisch ding gevraagd, namelijk om dit in een bepaalde aankomende brief te laten verwerken. Dat gaat in een andere brief worden verwerkt: een brief vanuit het ministerie van Landbouw.

De voorzitter:

Ik kijk naar de heer Lohman; hij knikt. Daarmee krijgt de motie oordeel Kamer. Dan de motie op stuk nr. 3414.

Minister Sjoerdsma:

De motie op stuk nr. 3414 moet ik ontraden. Ik ga namelijk niet mee in de aanname dat investeringsbeschermingsafspraken leiden tot kwetsbaarheden van Nederland.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 3415.

Minister Sjoerdsma:

De motie op stuk nr. 3415: oordeel Kamer.

De motie op stuk nr. 3416: oordeel Kamer.

De voorzitter:

Dank u wel. Eén vraag van mevrouw Kröger.

Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):

Feit is dat Shell en ExxonMobil ons hebben gedaagd vanwege het sluiten van het Groninger gasveld, en Petrogas nu een geschil is begonnen vanwege het instellen van een solidariteitsbijdrage. Dat brengt aanzienlijke kosten met zich mee. Ik wil het woord "risico" of "kwetsbaarheden" best vervangen door een ander woord, maar ik hoop dat de minister erkent dat er gevolgen zitten aan die soort geschillenprocedure, want dat zijn die drie casussen die ik noem.

De voorzitter:

Wellicht kan de minister voor de Handelingen een suggestie doen. Anders zullen we het even zien.

Minister Sjoerdsma:

Ik kan mevrouw Kröger tegemoetkomen door te zeggen dat wij inzetten op een modernisering van het systeem. Maar ook met deze wijziging kan ik de motie geen oordeel Kamer geven. Het blijft dus: ontraden.

De voorzitter:

Ik dank de minister voor de spoedige beantwoording. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van dit tweeminutendebat.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

Over de ingediende moties zal bij aanvang van de middagvergadering worden gestemd. Ik dank nogmaals de minister en de deelnemende leden. Ik schors een enkel ogenblik.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Naar boven