4 Vragenuur

Vragenuur

Vragen Vermeer

Vragen van het lid Vermeer aan de minister van Klimaat en Groene Groei over onbeantwoorde schriftelijke vragen inzake windturbines en netaansluitingen.

De voorzitter:

Ik kijk of de minister van Klimaat en Groene Groei al in het gebouw der Kamer aanwezig is. O, ik zie haar zitten. Van harte welkom, zeg ik vanaf deze plek. Ik geef het woord aan de heer Vermeer voor zijn vragen namens de BBB. Gaat uw gang.

De heer Vermeer (BBB):

Dank u wel, voorzitter. Ik sta hier om twee redenen. De eerste reden is dat ik antwoorden op schriftelijke vragen wilde, maar de tweede reden is dat de termijn voor beantwoording behoorlijk overschreden is. Dat is ook al zo met een set vragen, die op 9 maart naar dezelfde minister is gestuurd, over de groei van het aantal windturbines op land. Dit is dus een winstwaarschuwing, anders staan we hier volgende week weer. Als ik toch bezig ben: mijn vragen over groen gas van 15 april zijn nog niet beantwoord. Ik wil de voorzitter vragen om toch weer eens een regel in te stellen dat we hier een middag mondelinge vragen gaan opvoeren om alle niet-beantwoorde schriftelijke vragen per direct beantwoord te krijgen.

Voorzitter. Dan het onderwerp zelf. In diverse gebieden in Nederland — Flevoland, Gelderland en Utrecht — hebben we inmiddels grote problemen met netcongestie. Die problemen zijn zo groot dat er zelfs een aansluitstop is. De situatie op het net is zodanig krap dat scherpe keuzes onvermijdelijk zijn en we voorrang geven aan bestaande huishoudens, bedrijven, instellingen en ziekenhuizen, zodat die verzekerd blijven van elektriciteit, zo schrijft de staatssecretaris. Parallel hieraan worden er in allerlei provincies en gemeentes plannen ontwikkeld om mogelijk nieuwe windturbines aan te sluiten en zonneparken te openen. Daarom heb ik deze vragen gesteld. Mijn eerste vraag aan de minister was ook: klopt het dat een windturbine zonder netaansluiting geen aanspraak kan maken op SDE-subsidie en dat die aansluiting binnen een wettelijke realisatietermijn gerealiseerd moet zijn? Welke termijn is dat dan? Is een leveringsovereenkomst geen voorwaarde voor verlening van de subsidie? Daarnaast is er wat ons betreft een transportgarantie nodig bij de aanvraag van de subsidie. Klopt dit? Is dat een van de noodzakelijke eisen die gesteld is aan het verlenen van subsidie? Of maakt het helemaal niet uit of dat ding nooit aangesloten kan worden en wordt er evengoed een subsidie verleend?

Voorzitter. De allerbelangrijkste vraag is of de netcongestiesituatie in Flevoland, Gelderland en Utrecht ook betekent dat nog niet aangesloten windturbines, zonneparken et cetera ook geen aansluiting op het net krijgen en dus nooit in aanmerking zullen komen voor subsidie. Is dat ook bekend bij alle fracties in de gemeenteraden en Provinciale Staten? Er worden nu namelijk volop bedragen in geïnvesteerd. In het mooie Harderwijk, waar ik woon, is het college nog volop geld aan het investeren in plannen voor windturbines die niet eens aangesloten kunnen worden. Wie gaat deze mensen in het land vertellen dat het één grote farce is en dat ze deze projecten moeten stoppen?

Daar wil ik het voor nu eventjes bij laten, voorzitter.

De voorzitter:

Het woord is aan de minister, maar niet voordat ik u antwoord dat de toewijzing van uw mondelinge vragen inderdaad gezien kan worden als winstwaarschuwing in de richting van de departementen. Ik heb de Griffier vanochtend verzocht om richting alle ministeries het signaal uit te laten gaan dat schriftelijke vragen waarvoor de termijn is verstreken, snel dienen te worden beantwoord, en dat ik inderdaad voornemens ben om binnenkort een extra mondeling vragenuur in te plannen. We hebben namelijk niet voor niets een termijn afgesproken. Daar hebben alle ministeries zich aan te houden. Het woord is aan de minister.

Minister Van Veldhoven-van der Meer:

Dank u wel, voorzitter. Overigens heb ik daar alle begrip voor. Ik was in de veronderstelling dat de antwoorden op deze vragen al bij uw Kamer waren, maar die zijn ergens in het systeem blijven hangen. Dat is eigenlijk pas naar boven gekomen door dit rappel, vandaar dat ze meteen, met een druk op de knop, verzonden konden worden.

Wat betreft de vragen over groen gas hoor ik net dat daar morgen de laatste antwoorden op komen, dus die kunt u echt snel tegemoetzien. Op de andere vragen over wind, die te maken hebben met het milieukader, heb ik u in het commissiedebat geantwoord dat de beantwoording op het punt van de milieunormering bij de staatssecretaris van IenW ligt en dat zij daarover voor de zomer met een brief zal komen. De staatssecretaris van IenW bekijkt op dit moment dus of de antwoorden zoals ik die heb goedgekeurd, voor haar voldoende ruimte laten om voor de zomer met haar brief te komen. Dat is dus het enige waarop dat hangt. Ook met de omschakeling van het ene kabinet naar het andere zijn er soms nog dingen uit te zoeken, maar deze antwoorden komen ook uw kant op.

Dan naar aanleiding van de inhoud van de vraag. U vroeg: wat betekent netcongestie voor windturbines die een netaansluiting hebben? Volgens mij was de eerste vraag eigenlijk: krijgen ze subsidie als ze niet draaien? Het antwoord daarop is nee. Als een windmolen niet draait, wordt er daarvoor dus ook geen SDE-subsidie uitgekeerd, ondanks dat er in principe SDE-subsidie toegekend kan zijn. Maar als de windmolen niet draait, wordt er geen stroom geleverd. De subsidie is gekoppeld aan de stroom die daadwerkelijk geleverd wordt, dus een stilstaande windmolen krijgt geen SDE-subsidie.

Dan de relatie met netcongestie. Daar zitten twee kanten aan. Door netcongestie kan het voorkomen dat windturbines worden afgeschakeld. Maar ja, dan is dat in die zin een flexibele manier om netcongestie aan de aanbodkant op te lossen. Aan de andere kant, onder bepaalde voorwaarden en natuurlijk afhankelijk van de vraag, kunnen windmolens ook een oplossing zijn voor netcongestie daar waar er meer vraag is dan er aanbod geleverd kan worden. Ik geef een concreet voorbeeld. De staatssecretaris was recent in gesprek met een bedrijf. Dat was een grote supermarkt; ik zal niet zeggen welke. Die verzocht om de mogelijkheid om een windmolen te plaatsen nabij de plek waar die zijn vrachtwagens zou willen elektrificeren. Die heeft die vraag al lange tijd. Er kan door netcongestie niet geleverd worden omdat die stroom niet getransporteerd kan worden, maar als die lokaal zou kunnen worden opgewekt, zou die dus niet via het net hoeven en meteen een bijdrage kunnen leveren aan deze onderneming, die graag zijn kosten wil verlagen via elektrificatie. Windmolens kunnen, afhankelijk van de situatie, dus ook een oplossing zijn als er nu door de netcongestie niet geleverd kan worden.

Zijn er windturbines die niet kunnen leveren? Nee, die zijn er niet, naar wij weten.

Dan de vraag over de transportovereenkomst en de leveringsovereenkomst. De transportindicatie wordt door de netbeheerder afgegeven. Die geeft aan dat er op het moment van afgeven nog ruimte is op het net, maar dat is een indicatie, dus het geeft geen garantie dat die transportruimte er daadwerkelijk is op het moment dat de windturbine wordt aangesloten. Dat is dan het risico voor de ondernemer die die windturbine plaatst, want nogmaals: als die niet draait, krijgt die geen subsidie. Dat doet dan dus iets met de businesscase voor de ondernemer. Ook een leveringsovereenkomst speelt geen rol bij de SDE++. Maar ja, als je als ondernemer je stroom niet kwijt kunt, ben je er niet met de subsidie alleen. Ook dan heb je dus geen reden om toch een windmolen te plaatsen, aangezien dat ten koste gaat van je businesscase.

De heer Vermeer (BBB):

De minister beantwoordde een aantal heel formele vragen over de subsidie. Ze gaf ook aan dat windmolens een oplossing voor congestie kunnen zijn als er meer vraag is dan aanbod, maar dat is een heel ander vraagstuk dan we hier hebben. Het gaat erom dat er in drie provincies helemaal geen aansluiting te krijgen is en dat raden en fracties in dit land moeten weten dat het dan ook volstrekt zinloos is om nog geld te steken in deze projecten. Daar heeft de minister nog niet op gereflecteerd. Kan ze dat nog even doen?

Minister Van Veldhoven-van der Meer:

Volgens mij heb ik dat in ieder geval wel geprobeerd te doen door aan te geven dat het, afhankelijk van hoe wind wordt ingepast, soms wel een oplossing kan zijn voor netcongestie. Neem het voorbeeld van de grote supermarkt die graag zijn wagenpark wil elektrificeren en nu op een wachtlijst staat in verband met netcongestie. Daarvoor is de plaatsing van zo'n windmolen op een bedrijventerrein echt een oplossing voor die netcongestie. Als er geen transportcapaciteit is, dan is de netbeheerder degene die aangeeft dat er geen ruimte is voor het bijplaatsen van windmolens. Daar hoeven de raden zich dus geen zorgen over te maken, want dan zal er gewoon geen transportindicatie worden afgegeven. Dan heeft een bouwer ook geen enkele incentive om te bouwen. Als die transportindicatie wel wordt afgegeven, dan mag er ook vertrouwen zijn dat die ruimte er is.

Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):

Dit is het kabinet van de modellenwerkelijkheid, volledig losgezongen van de samenleving. Op asiel gaan ze gewoon door. Er komt weer een stikstofkaartje aan, heb ik me laten vertellen. Hier kan het net het niet aan, maar men bouwt gewoon door. Wordt het nou niet eens tijd om pas op de plaats te maken en je af te vragen of de snelheid waarmee de elektrificering van onze energievoorziening voortgaat niet te hoog is, of de omvang niet te groot is en of dit op deze manier de problemen in Nederland niet erger maakt?

Minister Van Veldhoven-van der Meer:

Nee, omdat de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen uit het Midden-Oosten ook bepaald niet zonder risico's of consequenties is, ook niet voor de Nederlandse economie. De energie van eigen bodem kan toch een bijdrage leveren. Nogmaals, daar waar het net het niet aankan, zal geen transportcapaciteitsverklaring worden afgegeven. Daar waar het wel een oplossing kan zijn voor een ondernemer die graag door wil, willen we natuurlijk zorgen dat het kan. Als het niet kan, mevrouw Keijzer — er zullen zeker ook plekken zijn waar het niet kan — dan komt er geen transportcapaciteitsafgifte en dan heeft een ondernemer ook echt geen prikkel om daar een windmolen te bouwen. Als hij zijn stroom niet kwijt kan, dan staat daar namelijk kapitaal.

De heer Van den Berg (JA21):

Het klopt inderdaad dat er invoedingscongestie is in zowel Flevoland en Gelderland als Utrecht. Er is geen ruimte meer op dat netwerk. Nu bereikte mij het bericht dat het in al die provincies nog steeds mogelijk is voor windturbineparken om een vergunningsaanvraag in te dienen bij de provincie. Dat kost ongelofelijk veel geld en bovendien ambtelijke capaciteit. Dat lijkt mij onzinnig als er op dit moment in die drie provincies helemaal geen ruimte meer is op het netwerk. Ik wil de minister het volgende vragen: kan zij ervoor zorgen dat we daar dan ook mee kunnen stoppen, zodat we dat geld kunnen besparen en die ambtelijke capaciteit ergens anders voor kan worden ingezet?

Minister Van Veldhoven-van der Meer:

Nee, omdat het aan de ene kant dus afhangt van de vraag wat voor soort netcongestie daar speelt. Ik gaf het voorbeeld van de grote supermarkt die eigenlijk heel graag op de eigen locatie een windmolen zou willen om juist een deel van de netcongestie op te lossen. Waar er sprake is van aanbodcongestie, daar ... De provincie, de bevoegde gezagen gaan daar zelf over. Die kunnen natuurlijk zelf altijd bepalen daar even niet mee verder te gaan. Maar wat betreft de vraag of er capaciteit is op het net: daar wordt dus die leveringscapaciteitsverklaring voor afgegeven. Als die niet wordt afgegeven, heeft een bouwer geen enkele incentive om te gaan bouwen. Dan staat daar namelijk gewoon een windmolen stil te staan. Dat is kapitaal dat niets oplevert. Ik denk dus dat de marktprikkels hier voldoende hun werk doen. Verder wil ik natuurlijk de verhouding met de andere overheden respecteren en hun bevoegdheden bij hen laten.

De heer Vermeer (BBB):

Dit gaat niet alleen over het businessmodel van de exploitant. Dit gaat ook over kosten die gemeenteraden en provincies moeten maken. Eigenlijk zegt de minister: er kan niet gebouwd worden als er geen directe afnemer is die ook zelf dat project wil doen. Is het niet verstandiger als de minister gewoon een moratorium afgeeft op nieuwe aanvragen voor windturbines in gebieden waar het net vol zit?

Minister Van Veldhoven-van der Meer:

Nee, want ik heb net al uitgelegd dat windenergie niet alleen per provincie, maar ook in relatie tot de lokale omstandigheden soms ook een oplossing kan zijn voor de netcongestie. Ik denk dat het zeer onverstandig zou zijn om dan met een generiek moratorium te gaan werken. Bovendien heb ik echt alle vertrouwen in de bevoegde gezagen en daarnaast in de netbeheerders, die eigenlijk aangeven wanneer er een businesscase is en of de ruimte op het net nog zo is dat er nog een fatsoenlijke businesscase te bouwen is. Dan is het aan de ondernemer, de markt en natuurlijk aan de bevoegde gezagen om daarin een afweging te maken.

De heer Klos (D66):

Het is weer veel gegaan over de vraag hoe we windmolens kunnen frustreren. Ik zou graag willen kijken naar wat er wél kan. Iedere extra windmolen is namelijk ook een symbool van onze onafhankelijkheid. Daar moeten we er dus meer van hebben. Het rapport waar de minister net over sprak, liet ook zien dat er heel veel ondernemers zijn die graag een extra windmolen willen om te kunnen elektrificeren. Mijn vraag aan de minister is: wat kan het kabinet doen om dat te faciliteren? Hoe kan het daarbij helpen?

Minister Van Veldhoven-van der Meer:

Daar moet ik eigenlijk bijna hetzelfde antwoord op geven, maar dan spiegelbeeldig. Het is echt aan de regio, samen met de netbeheerder, om te kijken of het past en of de capaciteit beschikbaar is. Het is natuurlijk wel belangrijk dat die bedrijven weten dat ze met zo'n vraag naar de provincie en de gemeente toe kunnen gaan, om echt uit te zoeken of het kan bijdragen aan het oplossen van netcongestie. Nogmaals, de winstwaarschuwing is wel dat het natuurlijk vooral geldt voor de plekken waar productie en vraag echt op dezelfde plek zitten. Als daar mogelijkheden voor zijn, dan kun je natuurlijk meer doen. Als het, afhankelijk van de vraag of er vraag- of aanbodcongestie is, weer via het netwerk moet, dan kan het juist ingewikkeld zijn. Nogmaals, ik denk dat de markt dan zo werkt dat er niet veel interesse zal zijn om daar een windmolen te plaatsen.

Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):

Er wordt hier elke week een nieuwe aanval op windenergie geopend. Deze keer zou windenergie de oorzaak zijn van netcongestie, terwijl windenergie juist een enorme motor kan zijn om netcongestie tegen te gaan door energie lokaal op te wekken. Dat gaf de minister net zelf ook al aan. Tot mijn grote schrik was afgelopen week in het nieuws dat er een historisch dieptepunt is bereikt wat betreft wind op land en dat er netto slechts negen windturbines bij zijn gekomen.

De voorzitter:

Wat is uw vraag?

Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):

Mijn vraag is: wat gaat de minister doen om dat historische dieptepunt weer naar een hoogtepunt te duwen, juist om ons nog onafhankelijker te maken en te zorgen voor de goedkope groene energie die we zo nodig hebben?

Minister Van Veldhoven-van der Meer:

Ik heb die gegevens uiteraard ook gezien. Mijn indruk is dat het vooral komt doordat er in de markt nu zo veel onduidelijkheid is, met name over het punt van de milieunormering, de afstandsnormen, waarover uw Kamer inderdaad nog op een brief wacht. Als we die duidelijkheid eenmaal geven, dan denk ik dat er ook meer duidelijkheid is, ook voor provincies en gemeenten, over de vraag waar het nou echt zin heeft en waar we echt aan de slag kunnen gaan. Het allerbelangrijkste is dat we die duidelijkheid zo snel mogelijk geven. Ik ben daarover in overleg met mijn collega van IenW. Zij heeft dus beloofd om nog voor de zomer met een brief te komen. Hopelijk kunnen we daarmee duidelijkheid geven. Dan is het ook weer een kwestie van het maximaal benutten van wind als de gepaste oplossing voor netcongestie, met name om zo veel mogelijk ondernemers die graag willen vergroenen, daarvoor de ruimte te geven. Dat maakt ze ook minder afhankelijk van de hoge brandstofprijzen waar ze op dit moment mee geconfronteerd worden.

De voorzitter:

Ik dank de minister voor de beantwoording van de gestelde vragen. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van het vragenuur. Ik schors een kort ogenblik. Daarna gaan we over tot de beëdiging van een nieuw lid van de fractie van Forum voor Democratie. De vergadering is kort geschorst.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Naar boven