Handeling
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Vergadernummer | Datum vergadering |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | nr. 70, item 2 |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Vergadernummer | Datum vergadering |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | nr. 70, item 2 |
Vragenuur
Aan de orde is het mondelinge vragenuur, overeenkomstig artikel 12.3 van het Reglement van Orde.
Vragen Synhaeve
Vragen van het lid Synhaeve aan de minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport over het bericht "Zeer ernstige en langdurige kindermishandeling in Groningen: meisje (6) moest braaksel eten".
De voorzitter:
Aan de orde zijn de mondelinge vragen. Ik geef als eerste het woord aan mevrouw Synhaeve voor haar mondelinge vragen namens de fractie van D66 aan de minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport, die ik van harte welkom heet in ons midden, in vak K. Het woord is aan mevrouw Synhaeve.
Mevrouw Synhaeve (D66):
Dank u wel, voorzitter. Ik begrijp dat in dit hele gebouw de printers het niet doen. Vandaar dat ik mijn iPad mee naar voren heb.
Voorzitter. Soms moet je als politiek woorden geven aan iets waar eigenlijk geen woorden voor zijn. Vandaag vind ik dat ontzettend moeilijk. Het gaat om twee kinderen die hadden moeten opgroeien in een fijn en veilig thuis. In plaats daarvan werd een 6-jarig meisje zo zwaar toegetakeld dat zij in het ziekenhuis in een kunstmatige coma moest worden gehouden. Ze moest haar eigen braaksel eten, werd kaalgeschoren en werd met een bezemsteel geslagen. Ze kreeg te weinig eten, net als een 7-jarige jongen, en werd opgesloten in een kelder.
Het is niet voor te stellen door welke hel deze kinderen zijn gegaan. Deze kinderen waren volledig afhankelijk van volwassenen, van instanties, van een overheid die er had moeten zijn, maar hard heeft gefaald. Dat is om ontzettend kwaad van te worden. De signalen waren er namelijk al anderhalf jaar lang. Het meisje sprak zich dapper uit op school. Er zijn meldingen gedaan bij Veilig Thuis. Er lagen rapporten. Er lagen adviezen. Toch heeft het anderhalf jaar lang geduurd voordat er is ingegrepen. Dit had nooit mogen gebeuren.
Daarom begin ik met de volgende vragen aan deze minister. Hoe heeft dit kunnen gebeuren? Waarom zijn deze moeders niet eerder opgepakt? Hoe gaat het nu met deze kinderen? Zijn ze nu wel veilig? Ik lees namelijk dat ze zijn ondergebracht bij Jeugdbescherming Noord en de William Schrikker Stichting, twee organisaties die tot voor kort nog onder toezicht stonden vanwege achterblijvende zorg en dienstverlening. Kan de minister garanderen dat ze daar nu veilig zijn en dat ze de beste zorg krijgen?
De voorzitter:
Het woord is aan de minister.
Minister Sterk:
Voorzitter. Ik kan mij aansluiten bij de woorden die zojuist zijn uitgesproken: het is een afschuwelijke gebeurtenis. Ik vind het echt onbestaanbaar dat een moeder haar kind op deze manier kan mishandelen. Het roept natuurlijk herinneringen op aan eerdere gebeurtenissen waar we ook in deze Kamer over hebben gesproken. De gruwelijke details van wat wij hier net hebben gehoord, doen ons afvragen hoe dit opnieuw heeft kunnen gebeuren. Waarom heeft het zo lang geduurd voordat er is ingegrepen? Deze vragen heb ik ook. Het is ongelofelijk belangrijk dat de onderste steen boven komt. Wij staan op dit moment in nauw contact met alle instanties die hierbij betrokken zijn, om te zorgen dat wij zo snel mogelijk, maar wel zorgvuldig te weten komen hoe we hier zo hebben kunnen falen met elkaar en hoe het zover heeft kunnen komen dat deze kinderen nu bij hun ouders zijn weggehaald. Gelukkig zijn ze nu veilig; dat kan ik inderdaad zeggen. Ik heb daarover ook contact met mijn collega Van Bruggen van Justitie, die contact heeft met de GI's. Ik kan zeggen dat ze op dit moment veilig zijn én — dat is het andere ontzettend belangrijke en het eerste wat we nu kunnen doen — dat deze moeders in hechtenis zijn in afwachting van een strafrechtelijk onderzoek.
Mevrouw Synhaeve (D66):
Nu kwamen de geprinte blaadjes binnen.
Voorzitter. De minister refereerde er net ook al aan: de vraag stellen hoe dit heeft kunnen gebeuren, is eigenlijk de vraag stellen hoe dit opnieuw heeft kunnen gebeuren. Want we hebben dit debat helaas al gevoerd. Keer op keer trekken we met elkaar de conclusie dat het systeem faalt en dat we onze meest kwetsbare kinderen in de steek laten. Dat is onacceptabel, omdat we weten dat het anders en beter kan. Elke keer gebeurt namelijk hetzelfde: Veilig Thuis, gecertificeerde instellingen en de Raad voor de Kinderbescherming wijzen allemaal naar elkaar. Daarom pleiten we er allang voor om te zorgen dat er nou eindelijk eens één organisatie komt, die ook eindverantwoordelijkheid draagt en aanspreekbaar is als het fout gaat, in plaats van dit doolhof aan organisaties. We zien namelijk waar dat doolhof toe leidt: kinderen die we moeten beschermen, beschermen we niet of veel te laat en daar voelt niemand zich op dit moment verantwoordelijk voor. Daarom heb ik de volgende vraag aan de minister. Veilig Thuis vindt dat hen niets te verwijten valt. Deelt de minister deze opvatting, als anderhalf jaar lang signalen bij Veilig Thuis niet tot actie hebben geleid? Hoe zorgt de minister ervoor dat er één verantwoordelijke organisatie komt en dat die er snel komt? Hoe zorgt de minister ervoor dat Veilig Thuis wel binnen vijf dagen actie onderneemt? Geen enkel kind mag namelijk wachten op bescherming.
Minister Sterk:
Ook ik heb mij afgevraagd hoe dit heeft kunnen gebeuren. Dat Veilig Thuis niets te verwijten valt, is wat mij betreft een veel te vroegtijdige conclusie. Daarom is het ontzettend nodig dat we nu goed gaan kijken naar wie er gehandeld heeft, wat er gebeurd is en vooral naar wat er niet gebeurd is. We moeten kijken hoe we het in de toekomst gaan veranderen. U vroeg terecht hoe we ervoor kunnen zorgen dat er een soort eigenaarschap ontstaat en hoe we ervoor kunnen zorgen dat, als er zoiets gebeurt, iemand zich verantwoordelijk voelt om ervoor te zorgen dat die kinderen in veiligheid komen en dat er wordt geacteerd. Dat is een vraag die wij op dit moment bespreken met al die organisaties die hier een rol in spelen. U noemde al Veilig Thuis en de Raad voor de Kinderbescherming, maar ook de sterke lokale teams spelen daarin een rol. Dat doen wij met het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming. Op 8 juli hebben wij een laatste overleg met deze organisaties. Ik zal u meteen daarna doen toekomen welke acties wij in gang gaan zetten om ervoor te zorgen dat de hele keten, waarin dit plaatsvindt en waarin mensen moeten samenwerken om zo snel mogelijk in te kunnen grijpen als dat nodig is, gewoon goed gaat werken. Daarbij hoort ook de vraag waarom het niet lukt of waarom het niet gebeurt. We weten niet of dat in dit geval wel of niet zo is geweest, maar er moet binnen vijf dagen gehandeld worden.
Mevrouw Synhaeve (D66):
Wat hier gebeurt, maakt me echt heel kwaad en verdrietig. Ik denk dat dit bij heel veel mensen in Nederland leeft. Voor mij en voor heel veel mensen geldt dat we de afgelopen dagen onze eigen kinderen nog een extra knuffel gegeven hebben, wetende dat we daarmee helaas niet alle kinderen kunnen beschermen. Het is goed dat de minister aangeeft dat er gekeken gaat worden naar het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming, maar we weten ook dat we daar al jaren mee bezig zijn en dat we dat al jaren tegen elkaar zeggen. Hoe gaan we ervoor zorgen dat we daar nu echt keuzes in durven te maken en dat we snelheid maken, want het leidt ertoe dat we onze kinderen niet en onvoldoende beschermen. Ik hoop dat de minister daar ook op terug kan komen in de informatie die naar onze Kamer toe komt.
Minister Sterk:
Ik ben ook boos, net als u. Ook ik vind dat we dit zo snel mogelijk moeten oplossen. De weg die we in ieder geval nu lopen, is dat wij ervoor gaan zorgen dat de Kamer voor de zomer hoort welke acties we gaan nemen om ervoor te zorgen dat de hele keten beter gaat samenwerken. Ik ben blij dat we vandaag in ieder geval kunnen zeggen dat de kinderen veilig zijn en dat er goed voor hen wordt gezorgd. Volgens mij is dat op dit moment echt het allerbelangrijkste.
De heer Bikkers (VVD):
Tot iets meer dan een jaar geleden was ik zelf wethouder in Vlaardingen. Daar heb ik van dichtbij meegemaakt wat een impact het op een samenleving heeft als er zoiets gebeurt. We zeiden daar: dit nooit meer. Ook in deze Kamer zeggen we dat elke keer. Elke keer hebben we het in deze Kamer weer over een incident. Wat mij betreft is het geen incident, maar een patroon. Mijn vraag is dan ook de volgende. Jeugdbescherming Noord stond onder verscherpt toezicht. Wat hebben we nog meer nodig om te voorkomen dat we hier over een jaar weer staan? Welke stappen kunnen we echt in het systeem zetten om deze hulpeloze kinderen te helpen en beschermen en om ervoor te zorgen dat dit niet meer gebeurt?
Minister Sterk:
Wat betreft die ondertoezichtstellingen: dat klopt. Het goede is dat de inspectie daar nu op meekijkt, met alle slechte dingen die je daar natuurlijk verder over kunt zeggen. Ik deel het gevoel dat we er morgen voor moeten zorgen dat dit niet meer gebeurt. U bent ook wethouder, dus bestuurder, geweest, dus u weet ook dat sommige dingen zich niet in één dag laten oplossen. Veel van dit soort dingen gebeuren helaas achter gesloten deuren. Dat is het trieste hiervan. Heel veel kinderen, ook vandaag de dag, zitten misschien in moeilijkheden zonder dat de samenleving daarvan weet. Het is dus allereerst belangrijk dat er gemeld wordt. Als mensen het gevoel krijgen dat iets niet pluis is en dat er zaken gebeuren, is het belangrijk dat er gemeld wordt. Ook is het duidelijk dat er vervolgens geacteerd moet worden. Daar zijn we nu met al die partijen naar aan het kijken. We zijn al heel ver. Voor de zomer laat ik u weten welke acties we daarin gaan ondernemen.
Mevrouw Coenradie (JA21):
Eigenlijk zou ik het liefst willen dat er morgen iemand in de auto stapt en gewoon eens even langs al die gezinnen rijdt. We horen de excessen. Die komen naar boven. Dat is zo verschrikkelijk. Dat maakt dat hier sprake is van een patroon. Het functioneren van Veilig Thuis roept bij ons helaas al veel langer ernstige zorgen op. Om die reden wil ik graag de minister vragen of zij kan toezeggen dat parallel aan de lopende onderzoeken, op korte termijn onderzocht kan worden hoe onafhankelijk toezicht op Veilig Thuis kan worden ingericht, expliciet kijkend naar de mogelijkheden voor een onafhankelijk toezichthouder die Veilig Thuis daadwerkelijk kan controleren, aanspreken en bijsturen.
Minister Sterk:
In het hele traject dat we nu dus doorlopen, zijn we inderdaad aan het kijken naar de positie van Veilig Thuis. We zien gelukkig dat ze meer adviesaanvragen en meldingen krijgen. Dat is goed nieuws. Aan de andere kant zien we ook dat die niet altijd leiden tot interventie. We moeten natuurlijk snappen waar dat aan ligt. Er moet goed meegekeken worden. Dat is allemaal onderdeel van dat traject. Ik wil u toezeggen dat ik hier aandacht aan zal besteden in de brief die wij u sturen over de acties die we gaan ondernemen.
Mevrouw Van Meetelen (PVV):
Het is weer ongelofelijk wat we het afgelopen weekend weer hebben moeten horen. Je wordt er misselijk van. Ik vraag aan de minister: hoeveel rapporten, inspecties, evaluaties en debatten zijn er nodig voordat die kinderen die in gevaar zijn écht worden beschermd?
Minister Sterk:
Wat mij betreft geen, want volgens mij heeft elk kind recht op bescherming en veiligheid. Dat zijn we gewoon aan ze verplicht. We weten dat dit helaas niet het geval is. Wij kunnen niet bij mensen achter de voordeur kijken. We hebben de dure plicht om, als we dat wel doen en zien dat daar dingen niet goed gaan, goed te interveniëren en te zorgen dat deze kinderen in veiligheid komen. Daar zet ik mij op dit moment hard voor in, samen met al die organisaties die daar een rol in hebben. Nogmaals, ik zal voor de zomer aangeven welke concrete acties we daarin gaan ondernemen.
De voorzitter:
Tot slot.
Mevrouw Van Meetelen (PVV):
Weet u, iedere keer horen we: de keten moet beter werken en samenwerken. Maar de kinderen die nu in onveiligheid zitten, die hebben daar niks aan. Die hebben niks aan die ketentaal. Er wordt nu weer gekeken. Veilig Thuis heeft allemaal zaken die het moet en kan doen, maar het wordt gewoon niet gedaan. Er wordt structureel te laat ingegrepen. Er worden signalen afgegeven waar niet op wordt gereageerd. Daar moeten we nu wat aan gaan doen. Ik wil gewoon van de minister weten wie hiervoor de verantwoordelijke gaat zijn. Voelt u zich hier zelf verantwoordelijk voor? Hoe zit dat?
Minister Sterk:
Dat er bij deze gebeurtenissen dingen niet goed zijn gegaan, is afschuwelijk. Daarvan wil ik ook weten hoe we dat in de toekomst anders kunnen gaan doen. Daar hebben de kinderen van vandaag niks aan, maar dat zijn we wel verplicht aan de kinderen die mogelijk nog in deze situaties zitten. Ik wil ook wel het beeld rechtzetten dat er niks goed gaat en dat elk kind over wie een melding wordt gedaan bij Veilig Thuis onveilig is. Er zitten daar heel veel mensen die met heel veel hart voor de zaak écht hun best doen om te zorgen dat de adviesvragen en meldingen terechtkomen bij de goede mensen. Maar we zien ook dat die samenwerking niet altijd goed genoeg loopt. Daarom zijn we ook aan het kijken hoe we dat kunnen verbeteren, zodat we veel eerder kunnen ingrijpen en er niet tevergeefs wordt gemeld.
De heer Hamstra (CDA):
De neiging bestaat nu natuurlijk om die casus in te duiken en dat snap ik ook heel goed. Ik moet heel eerlijk zeggen dat ook mijn maag omdraaide toen ik het nieuwsbericht las. Ik vond het verschrikkelijk om te lezen. Ik ben heel erg blij dat er nu een strafrechtelijk onderzoek plaatsvindt vanuit het OM. We vinden het heel belangrijk dat kinderen veilig opgroeien in gezinnen. Gisteren kwam toevallig ook de Staat van Gezinnen 2026 uit. Kan de minister een reflectie geven op hoe we gezinnen misschien nog beter kunnen stutten in combinatie met de aansluiting op passende en toereikende jeugdzorg? Als dat nu niet lukt, zou zij dat dan kunnen meenemen in de brief die voor de zomer deze kant op komt?
Minister Sterk:
Dat laatste kan ik sowieso toezeggen. Wij zijn ook bezig om die sterke lokale teams te maken, waarbij je als er een vraag binnenkomt, niet alleen kijkt naar een kind, maar naar een heel gezin. Ook daar heb ik vragen over bij deze casus: wat speelde er nou in het gezin, is dat voldoende op waarde geschat en hebben we niet te lang gewacht met ingrijpen? Dus ja, die toezegging wil ik doen. Ik denk dat dat ontzettend belangrijk is.
Mevrouw Dobbe (SP):
Het lijkt wel alsof we hier elke paar maanden staan na een verschrikkelijke mishandeling van een kind dat beschermd had moeten zijn en waarvan er al signalen waren dat er iets misging. Dan is het toch misgegaan en is er toch niet ingegrepen, met ontzettend onmenselijke gevolgen voor die kinderen van dien. Dan zegt deze staatssecretaris …
De voorzitter:
Minister.
Mevrouw Dobbe (SP):
Minister, excuses. Dan zegt deze minister: hoe heeft dit kunnen gebeuren? Ze zegt ook: we kunnen het niet binnen een dag oplossen. Maar blijkbaar kan dat ook niet binnen zeven jaar. De inspectierapporten — dat waren volgens mij niet eens de eerste rapporten — van zeven jaar geleden zeiden namelijk al: "Het gaat mis in dit systeem. Het gaat mis. We kunnen dit niet meer goed doen." Is de minister het met mij eens over het volgende? Het is namelijk een fundamentele vraag: heeft de politiek hier gefaald?
Minister Sterk:
Of de politiek hier gefaald heeft, moeten we zien in deze zaak. Nogmaals, ik denk dat het heel erg belangrijk is dat we eerst de feiten op tafel krijgen voordat we allerlei aannames doen, behalve de aanname dat hier iets heel erg mis is gegaan, over hoe het heeft kunnen plaatsvinden. Ik denk dat wij, in ieder geval als politiek, met elkaar alles doen om te zorgen dat dit soort dingen niet meer kunnen gebeuren. Dat is ook gewoon een hele complexe zaak. Dat blijkt ook wel weer, want anders zouden we hier vandaag niet staan. Ik voel het als mijn dure plicht om er alles aan te doen om ervoor te zorgen dat we zo goed mogelijk regelen dat de kans dat zoiets gebeurt zo klein mogelijk is. Dat doe ik overigens samen met de staatssecretaris van JenV, die hier natuurlijk ook een deel van de verantwoordelijkheid draagt. Ik durf niet te zeggen dat dit nooit meer zal gebeuren, want die garanties kunnen we gewoon niet geven. Ik heb wel de plicht en het gevoel dat we daar echt het noodzakelijke aan doen, wat moet en kan gebeuren.
Mevrouw Dobbe (SP):
Dit vind ik toch problematisch. Ik denk namelijk dat als we de antwoorden van precies een jaar geleden of van zeven jaar geleden terughalen, we zien dat de bewindspersonen toen ongeveer hetzelfde zeiden. Ik hoor ook deze minister zeggen: we doen er alles aan; de onderste steen moet boven. Maar ondertussen wordt het systeem niet fundamenteel gewijzigd. Op het moment dat deze minister zegt dat we nog maar even moeten zien of de politiek hiervoor verantwoordelijk is en of de politiek heeft gefaald, is dat problematisch. Het stelsel dat faalt, is namelijk ook de politiek die faalt. De minister neemt dan geen verantwoordelijkheid voor wat hier nu gebeurt. Dan kan de minister ook geen verantwoordelijkheid nemen voor een echte oplossing hiervoor. Wat is daarop het antwoord van deze minister?
Minister Sterk:
Laten we beginnen met vaststellen dat vooral de moeders die dit hebben gedaan verantwoordelijk zijn. Deze mensen, die dit hun kinderen aandoen, zijn ziek in hun hoofd. Wij moeten er alles aan doen om te voorkomen dat dit soort dingen opnieuw kunnen gebeuren of met andere kinderen kunnen gebeuren. Ik ben verantwoordelijk om ervoor te zorgen dat we met alle partijen die hieraan werken de kans dat dit kan gebeuren zo klein mogelijk maken. Maar ik ga hier niet een garantie geven dat dit nooit meer kan gebeuren; dat kan gewoon niet. Maar ik ben inderdaad verantwoordelijk om toe te werken naar de best mogelijke oplossing. Daar zijn we volgens mij allemaal verantwoordelijk voor, ook u als Kamer.
Mevrouw Moinat (Groep Markuszower):
Bij deze berichten schrok ik mij dood, alweer, voor de zoveelste keer. Weet u wanneer de zaak van het Meisje van Nulde was? Dat was in 2001. We zijn ondertussen 25 jaar verder. We zijn 25 jaar verder, en er is niks veranderd! Ik zal nog een paar namen opnoemen. Dat zijn de namen van Savanna, Jessica, Sharleyne, baby Rivano en het pleegmeisje uit Vlaardingen. Als we het als overheid niet voor elkaar kunnen krijgen om dit probleem na 25 jaar op te lossen, kunnen we de tent hier net zo goed sluiten. Ik vraag aan de minister: ziet u dat ook zo? Ik wil van deze minister binnen een week een concrete oplossing, echt binnen een week. Ik wil weten wat u gaat doen, wat u gaat inzetten en met wie u gaat praten, zodat dit nooit, maar dan ook nooit meer kan gebeuren en ik hier niet elke keer hoef te staan voor de rest van mijn Kamerlidmaatschap.
Minister Sterk:
Op die laatste vraag heb ik al antwoord gegeven. Dat hebben we vandaag en de afgelopen dagen al gedaan. We hebben gesproken met alle instanties die hier een rol in hebben. Er lopen op dit moment twee soorten onderzoeken. Er loopt namelijk een strafrechtelijk onderzoek naar de kindermishandeling en de wederrechtelijke vrijheidsberoving door de moeder en aan de andere kant is de inspectie nu bezig om de feiten op een rij te krijgen. Die zal deze week laten weten welke stappen ze gaan nemen. Dat is wat ik op dit moment kan doen. Ik denk dat het van belang is dat we goed in beeld krijgen wat er precies is misgegaan. Daar zijn we dus mee bezig. Maar we zullen er ook van moeten leren. We moeten leren wat we daardoor anders gaan doen. Dat wil ik u toezeggen. Daar zijn we vandaag al mee bezig.
Mevrouw Wiersma (BBB):
Er is al veel gezegd over deze verschrikkelijke situatie. Dat ga ik niet herhalen. Er zijn verschillende meldingen gedaan, maar toch hebben twee kwetsbare kinderen maandenlang in deze vreselijke situatie gezeten. De minister geeft aan dat mensen het moeten melden, maar dat hebben ze gedaan. Kan de minister toezeggen dat zij mee gaat nemen dat er een wettelijke terugmeldplicht komt voor Veilig Thuis naar de melders?
Minister Sterk:
Ik wil in ieder geval toezeggen dat ik daar in de brief verder op inga. Ik begrijp dat we alles moeten onderzoeken, zodat we beter weten wat er gebeurt als er meldingen worden gedaan en zodat die echt opvolging krijgen. Dat is volgens mij de achterliggende vraag die u stelt.
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Dit is geen incident. Het is het topje van de ijsberg. Duizenden kinderen wonen in Nederland en leven in gevaarlijke situaties. Dat weten we al sinds 2019. Toen trokken inspecties aan de bel en zeiden ze: politiek, grijp in, want het stelsel van jeugdzorg en jeugdbescherming loopt helemaal vast. Ik herinner me nog het debat van vorig jaar, toen we hier met z'n allen riepen … Alle partijen waren toen boos over het pleegmeisje uit Vlaardingen. Daar zijn al die oplossingen al besproken. Er is gesproken over een terugkoppeling. Er is gesproken over kortere lijnen. Er is gesproken over een toekomstscenario. Maar vervolgens zagen we dat er verder werd bezuinigd op de jeugdbescherming.
De voorzitter:
Wat is uw vraag?
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Mijn vraag aan de minister is: kan ze één, één echt concreet punt noemen dat sinds het debat van vorig jaar over het pleegmeisje in Vlaardingen nu echt is veranderd en dat deze kinderen heel concreet helpt?
Minister Sterk:
Er zit wel een verschil tussen het geval — ik moet "de gebeurtenis" zeggen — in Vlaardingen en dat waar we vandaag mee te maken hebben, namelijk dat het daarbij vooral ging over pleegzorg en de samenwerking met de jeugdbescherming en het hierbij gaat over moeders die hun eigen kinderen mishandelen. We moeten dus naar een ander type kijken. Er werd ook al gezegd dat er gesproken werd over een andere vorm van kindermishandeling. Ook dat moeten we gaan onderzoeken. Er zijn op dit moment een heleboel acties in gang gezet. De toekomstscenario's waarmee we nu bezig zijn, zijn een van die acties. Volgens mij is dat een ontzettend belangrijke. Waar het namelijk om gaat, is dat zo'n melding niet mag blijven liggen, dat die wordt opgepakt, dat er vervolgens mee aan de slag wordt gegaan en dat als het nodig is, die kinderen zo snel mogelijk in veiligheid worden gebracht. Er gebeurt dus van alles. We hebben echt een hele lijst van dingen die we hebben afgesproken en waar we mee bezig zijn. Ik kan u die voorlezen, maar dat lijkt me voor de mondelinge vragen wat ver gaan. Maar we zijn er nog niet. Dat laat vandaag ook wel weer zien. Dat betekent dus dat we alles moeten gaan doen om dit nog meer te verbeteren, ervoor te zorgen dat die samenwerking goed tot stand komt en dat geen kind tevergeefs om hulp vraagt of niemand iets tevergeefs meldt en er dus hele ernstige dingen kunnen gebeuren.
De heer Struijs (50PLUS):
Een vraag aan de minister na dit afschuwelijke incident: hebben we hier te maken met een structureel probleem? Onzes inziens is dat zo. Een tweede vraag die ik hieraan koppel is de volgende. Mensen in de uitvoering van Veilig Thuis geven massaal bij mij aan dat er geen veilige werksituatie is en dat de directie aan het praten is met juristen en niet met hen. Ze voldoen namelijk niet aan allerlei termijnen. Ze kunnen geen valide eerste inschatting maken. Dan wil ik nog een derde vraag heel graag beantwoord hebben. De politie klaagt steen en been bij mij dat zij veel te laat is geïnformeerd en dat dit ook een patroon is dat steeds terugkomt in het hele land. Kortom, is dit nu een structureel probleem? Is de minister bereid om daarnaar te kijken? Gaan we ook aan structurele oplossingen werken? Elke instantie geeft namelijk aan dat er veel kinderen in gevaar zijn.
Minister Sterk:
Om iets te kunnen zeggen over de vraag of dit een structureel probleem is, zullen we eerst gewoon alle feiten op tafel moeten hebben. Dat is waar we nu ons uiterste best voor doen en heel hard mee aan de slag zijn. Ik denk dat dit ook gaat over de vraag of bij deze gebeurtenis ook de onveilige situatie bij Veilig Thuis een rol zou kunnen hebben gespeeld. Ik weet het niet, maar dat is iets wat daarin meegenomen moet worden. Vervolgens moeten we bekijken wat we daar dan van leren en wat dit dan betekent voor de dingen die we anders moeten gaan doen.
Wat betreft uw vraag over de politie: het zou inderdaad zo moeten zijn dat Veilig Thuis doormeldt aan de politie. Mijn vraag is ook waarom dat blijkbaar niet eerder is gebeurd. Toen de politie hierover hoorde, op 14 mei, is gelukkig wel meteen een strafrechtelijk onderzoek ingesteld. In die zin heeft de politie wel meteen gedaan wat ze moest doen, maar de vraag is natuurlijk wel waarom ze er niet eerder bij is gehaald. Dat is een vraag die ik ook heb. Wat mij betreft moet daar ook een antwoord op komen.
De heer El Abassi (DENK):
De minister geeft aan dat de meldingen opgepakt moeten worden. De minister geeft ook aan dat we er alles aan moeten doen om dit te voorkomen. Ik heb het gevoel dat we dit debat iedere keer weer opnieuw voeren. De minister moet nu nog gaan uitzoeken wat er allemaal heeft plaatsgevonden en wie mogelijk de schuldige is in deze casus. Alleen ontbreekt iedere keer weer het antwoord op de vraag wie er verantwoordelijk is. Volgens mij kunnen we heel veel tijd besparen als de minister gewoon bij één persoon had kunnen aankloppen, iemand die hierover de regie nam, maar die hebben we steeds niet. Dan had de minister deze vraag beter kunnen beantwoorden.
De voorzitter:
Uw vraag?
De heer El Abassi (DENK):
Kan de minister aangeven of ze met mij eens is dat we een regiehouder, een eindverantwoordelijke, moeten hebben voor dit soort gezinnen en situaties?
Minister Sterk:
Volgens mij moeten we vooral zorgen dat iedereen zijn rol pakt. De rol van sterke lokale teams, die vaak als eerste dit soort signalen binnenkrijgen en kunnen bekijken wat er nodig is, is weer een andere dan de rol van Veilig Thuis. Daarom is het zo belangrijk dat iedereen doet wat die moet doen. Mijn vraag is vooral: waarom heeft dat hier gewoon niet goed gewerkt? Waarom heeft het zo ver kunnen komen dat we nu twee kinderen uit de ouderlijke macht hebben moeten halen en veilig hebben moeten opvangen en er nu twee moeders bij de politie in hechtenis zitten. Ik wil gewoon weten hoe dat heeft kunnen gebeuren, want dit mag gewoon niet gebeuren hier. Of dat betekent dat we dan één regie-eigenaar moeten hebben, weet ik niet. Het moet in ieder geval zo zijn dat we dit soort dingen met elkaar tijdig zien, dat we interveniëren en dat we ze oplossen. In de brief die ik heb toegezegd, waarin ik de acties zal benoemen die we gaan ondernemen om dit beter op orde te krijgen, zal ik in ieder geval ook iets zeggen over wat u vraagt, namelijk een regie-eigenaar.
De heer El Abassi (DENK):
Natuurlijk moet iedereen zijn of haar rol oppakken. Natuurlijk moet iedereen doen wat die moet doen. Alleen hebben we daar niks aan. De vraag is: wat moeten we doen? De minister zei "wij als bewindspersonen moeten wat doen" en "u als Kamer moet wat doen". Wij roepen hier als Kamer dat er dingen gedaan moeten worden. De ministers zijn het daarover niet altijd met de Kamerleden eens. We hebben keer op keer aangegeven dat er niemand verantwoordelijk is. We kunnen gewoon een verantwoordelijke persoon aanwijzen. Ook nu hoor ik de minister zeggen: we komen erop terug; we geven antwoord. Ik weet al wat het antwoord gaat worden. Niemand wordt verantwoordelijk. Keer op keer wordt er naar anderen verwezen. Daarmee lossen we het probleem niet op. Is de minister het daarmee eens?
Minister Sterk:
Ik denk dat ook u begrijpt, meneer El Abassi, dat als wij hiernaar gaan kijken, we dat echt zorgvuldig moeten doen. We willen namelijk precies weten waar het is misgegaan. Vervolgens komen we bij de vraag, die u ook heeft, of het helpt als we daar één coördinerende persoon voor aanstellen of dat we het op een andere manier moeten oplossen. Ik heb u net toegezegd dat ik daar in de brief op zal ingaan. Volgens mij is het aan u als Kamer om daar vervolgens iets van te vinden. U heeft zelf de instrumenten in handen. Volgens mij willen we uiteindelijk allemaal toewerken naar een situatie waarin we de kans dat dit soort dingen gebeuren, zo klein mogelijk maken, want niemand in Nederland wil dit nog een keer in de krant lezen.
De voorzitter:
Ik dank de minister voor de beantwoording van de gestelde vragen.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/h-tk-20252026-70-2.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.