Handeling
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Vergadernummer | Datum vergadering |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | nr. 70, item 19 |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Vergadernummer | Datum vergadering |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | nr. 70, item 19 |
Boa-stelsel
Aan de orde is het tweeminutendebat Boa-stelsel (CD d.d. 12/03).
De voorzitter:
Aan de orde is het tweeminutendebat Boa-stelsel. Ik zie dat de minister van Justitie en Veiligheid in ons midden verkeert. Ik heet hem van harte welkom en geef als eerste het woord aan mevrouw Martens-America. De heer El Abassi heeft blijkbaar verzocht om eerst het woord te krijgen. Dat geef ik hem.
De heer El Abassi (DENK):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb inderdaad een ander debat. Ik hoop dat ik daar op tijd kom. Dank aan mevrouw Martens-America dat ik even voor mocht dringen.
Voorzitter. Ik ga meteen beginnen.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat veel gemeenten kampen met grote tekorten aan boa's, waardoor handhavingstaken blijven liggen;
constaterende dat de instroom van nieuwe boa's mede wordt beperkt door een tekort aan opleidingsplekken binnen mbo-opleidingen;
overwegende dat boa's essentieel zijn voor de leefbaarheid en veiligheid in buurten en wijken;
verzoekt de regering in gesprek te gaan met mbo-instellingen, gemeenten en vakorganisaties om te komen tot een plan van aanpak voor het vergroten van de instroom en opleidingscapaciteit van boa's,
en gaat over tot de orde van de dag.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat in het nieuwe boa-stelsel werkgevers een grotere verantwoordelijkheid krijgen voor toezicht en klachtbehandeling;
overwegende dat voor zowel burgers als boa's duidelijk moet zijn waar klachten terechtkunnen en hoe onafhankelijk toezicht wordt georganiseerd;
overwegende dat verschillen tussen werkgevers kunnen leiden tot ongelijkheid en onduidelijkheid in klachtprocedures;
verzoekt de regering te onderzoeken hoe onafhankelijke en laagdrempelige klachtbehandeling over het optreden van boa's landelijk beter geregeld kan worden,
en gaat over tot de orde van de dag.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Raad van State heeft geoordeeld dat een hoofddoekverbod voor boa's een beperking vormt van de vrijheid van godsdienst en onvoldoende wettelijke grondslag heeft;
overwegende dat het College voor de Rechten van de Mens stelt dat neutraliteit moet worden beoordeeld op gedrag en professioneel handelen, niet op religieuze kleding;
overwegende dat een hoofddoekverbod stigmatiserend werkt en vrouwen uitsluit van publieke functies;
verzoekt de regering af te zien van een landelijk verbod op religieuze uitingen voor boa's,
en gaat over tot de orde van de dag.
Mevrouw Faber heeft een interruptie.
Mevrouw Faber (PVV):
Meneer El Abassi geeft aan dat je iemand niet moet beoordelen op zijn uiterlijk, maar op het gedrag. Maar het dragen van een hoofddoek is een vorm van gedrag. Dan is de motie volgens mij enigszins tegenstrijdig.
De heer El Abassi (DENK):
Het lopen met een bepaald kapsel kan ook gezien worden als bepaald gedrag. Sommige mensen hebben een kapsel dat niet iedereen goed ligt. De reden om een hoofddoek te dragen, zegt niks over gedrag maar gewoon over wat vrouwen graag willen. En ik respecteer dat.
Voorzitter. Dan mijn laatste motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat boa's steeds vaker te maken krijgen met agressie, geweld en intimidatie;
constaterende dat dit negatieve gevolgen heeft voor het imago van het beroep en het behoud van personeel;
constaterende dat de instroom van nieuwe boa's mede wordt beperkt door een tekort aan opleidingsplekken binnen mbo-opleidingen;
overwegende dat boa's essentieel zijn voor de leefbaarheid en veiligheid in buurten en wijken;
verzoekt de regering samen met gemeenten, vakorganisaties en onderwijsinstellingen een landelijke campagne op te zetten ter verbetering van het imago van boa's en het bevorderen van respect voor hun werk,
en gaat over tot de orde van de dag.
De heer El Abassi (DENK):
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer El Abassi. Het woord is aan mevrouw Martens-America namens de VVD. Gaat uw gang.
Mevrouw Martens-America (VVD):
Dank, voorzitter.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat zorgverlening of acute hulpverlening geen formele taak van groene boa's is;
constaterende dat groene boa's slecht begaanbare natuurgebieden als geen ander kennen en vaak al in natuurgebieden aanwezig zijn voor de uitoefening van hun werk;
overwegende dat groene boa's daardoor in gevallen het snelst ter plaatse kunnen zijn om hulp te verlenen in natuurgebieden;
verzoekt de regering te bewerkstelligen dat groene boa's op meldingen af kunnen gaan en hulp zouden kunnen verlenen bij ongelukken of reanimaties totdat de hulpdiensten zijn gearriveerd,
en gaat over tot de orde van de dag.
Mevrouw Martens-America (VVD):
Dan mijn laatste, voorzitter.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat groene boa's vaak 's nachts alleen op pad gaan in natuurgebieden en daar geconfronteerd worden met zware (drugs)criminaliteit;
overwegende dat de Kamer al veelvuldig uitspraken heeft gedaan om ervoor te zorgen dat groene boa's op een veilige manier hun werk kunnen doen;
overwegende dat het in de praktijk nu zo uitwerkt dat bij de aanvraag van een vuurwapen groene boa's hun diensthond moeten inleveren;
verzoekt de regering ervoor te zorgen dat groene boa's tegelijkertijd over zowel een dienstwapen als een diensthond zouden kunnen beschikken,
en gaat over tot de orde van de dag.
Dank u wel. Dan is het woord aan mevrouw Faber voor haar inbreng namens de PVV. Nee, er is een shuffle in de volgorde van de lijst: mevrouw Van der Plas gaat voor mevrouw Faber. Als u het daar met elkaar over eens bent, dan heb ik daar ook geen bezwaren tegen. Het woord is aan mevrouw Van der Plas.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dank daarvoor. Ik heb ook een debat over Schiphol, dat al gaande is. Daar moet ik zo natuurlijk naartoe. Dus dank aan de collega's dat ik even voor mag.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat boa's steeds vaker optreden in situaties waarin snelle informatie, directe rugdekking en goede afstemming met de politie noodzakelijk zijn;
overwegende dat de samenwerking tussen boa's en politie nu nog te vaak lokaal, versnipperd en afhankelijk van toevallige afspraken is;
overwegende dat toegang tot actuele politie-informatie, onder meer via het Real-Time Intelligence Center, kan helpen om incidenten sneller in te schatten, escalatie te voorkomen en politiebijstand gerichter in te zetten;
verzoekt de regering de wettelijke en praktische belemmeringen in kaart te brengen voor een boa-meldkamerfunctie die landelijk, gemeentelijk of per politie-eenheid kan worden ingericht en gekoppeld is aan de politie en het RTIC;
verzoekt de regering tevens de Kamer voorstellen te doen om deze belemmeringen weg te nemen,
en gaat over tot de orde van de dag.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Alstublieft.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Van der Plas. Dan is nu wel het woord aan mevrouw Faber voor haar inbreng namens de PVV. Gaat uw gang.
Mevrouw Faber (PVV):
Dank u wel, voorzitter.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de regering voornemens is de aangepaste beleidsregels voor de boa in werking te laten treden;
constaterende dat de datum van de inwerkingtreding steeds wordt opgeschoven;
verzoekt de regering zo snel mogelijk de aangepaste beleidsregels voor de boa in werking te laten treden,
en gaat over tot de orde van de dag.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat boa's zich ieder jaar tijdig moeten hercertificeren voor het behoud van hun bevoegdheden en de toetsingscapaciteit sterk afneemt doordat de Politieacademie het hercertificeren afbouwt;
verzoekt de regering de BOA Academie ook te voorzien in de bevoegdheid van certificering van de boa,
en gaat over tot de orde van de dag.
Mevrouw Faber (PVV):
Dat was het.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Faber. Dan is het woord aan mevrouw Straatman. Zij spreekt namens het CDA. Gaat uw gang.
Mevrouw Straatman (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb één motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat boa's een belangrijke rol spelen in het veilig houden van de publieke ruimte en dat zij helaas steeds vaker te maken krijgen met agressie en geweld;
overwegende dat bevoegdheden zoals toegang tot bepaalde registratiesystemen bijdragen aan de veiligheid van boa's en aan de goede uitvoering van hun werkzaamheden;
constaterende dat met het nieuwe boa-stelsel de informatiepositie van publieke boa's wordt verbeterd door hen toegang te geven tot registratiesystemen, zoals het rijbewijzenregister, maar dat private boa's deze toegang nog niet hebben;
constaterende dat er plannen zijn om op korte termijn een groep private boa's, waaronder ov-boa's, toegang te geven tot informatiesystemen, terwijl andere private boa's, zoals private groene boa's, deze toegang nog niet krijgen;
overwegende dat juist private groene boa's regelmatig in afgelegen gebieden en risicovolle situaties werken en dat beperkte toegang tot informatiesystemen kan leiden tot gevaarlijke situaties voor deze boa's;
verzoekt de regering om de informatiepositie van private groene boa's zo snel mogelijk te verbeteren door hen ook toegang te geven tot relevante informatieregistratiesystemen,
en gaat over tot de orde van de dag.
Dank u wel, mevrouw Straatman. Dan is het woord aan mevrouw Lammers. Zij ziet af van haar spreektijd. Dan is het woord aan mevrouw Mutluer voor haar inbreng namens GroenLinks-Partij van de Arbeid. Gaat uw gang.
Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):
Dank, voorzitter.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat boa's in hun publieke taak steeds vaker worden geconfronteerd met agressie, geweld en ingrijpende incidenten, met risico op PTSS;
overwegende dat boa's bij verschillende werkgevers werken, waardoor preventie, begeleiding en nazorg versnipperd zijn georganiseerd;
verzoekt de regering in overleg met boa-werkgevers en vertegenwoordigers uit te werken hoe kan worden gekomen tot landelijke erkenning van PTSS als beroepsgerelateerde aandoening voor boa's, inclusief een uniform kader voor preventie, begeleiding en nazorg, en de Kamer hierover te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat NS op stations experimenteert met een interventiemedewerker voor mensen met onbegrepen gedrag, die in de kern functioneert als een gespecialiseerde boa;
verzoekt de regering om dit jaar samen met NS, andere vervoersbedrijven en betrokken partijen uit te werken hoe de inzet van boa's voor mensen met onbegrepen gedrag op stations structureel kan worden ondersteund en uitgebreid, en de Kamer hierover te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):
Dan heb ik nog een motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat NS-boa's te maken hebben met agressie en geweld en dat onduidelijkheid bestaat over hun rol bij aanhoudingen en arrestantenvervoer;
verzoekt de regering om, in overleg met politie, vervoerders en bevoegd gezag, landelijke kaders op te stellen voor de taakverdeling bij aanhoudingen en arrestantenafhandeling door ov-boa's,
en gaat over tot de orde van de dag.
Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):
Tot slot, voorzitter. Ik ga niet vaak zoveel moties indienen als nu. Ik weet dat vier veel is.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat boa's voor toepassing van artikel 17 van de Wet op de economische delicten naast hun opsporingsbevoegdheid afhankelijk zouden zijn van aanvullende aanwijzingen door het bevoegd gezag;
overwegende dat deze interpretatie gevolgen kan hebben voor de huidige handhavingspraktijk van groene boa's, onder meer bij handhaving op afvaldumpingen, visserij, dierenwelzijn, vuurwerk, meststoffen et cetera;
verzoekt de regering te borgen dat de toepassing van artikel 17 van de Wet op de economische delicten voor groene boa's de bestaande uitvoerbare handhavingspraktijk niet onnodig beperkt en hierover duidelijkheid te geven aan werkgevers en boa's,
en gaat over tot de orde van de dag.
Dank u wel.
Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):
Dank u wel.
De voorzitter:
Het woord is aan de heer Mathlouti namens D66.
De heer Mathlouti (D66):
Dank, voorzitter. Drie moties van D66.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat met de invoering van het nieuwe boa-stelsel de verantwoordelijkheid voor nazorg bij verschillende werkgevers komt te liggen;
constaterende dat boa's in hun werk regelmatig te maken krijgen met ingrijpende en soms traumatische situaties;
van mening dat iedere boa moet kunnen rekenen op goede ondersteuning en nazorg, ongeacht bij welke werkgever hij of zij werkzaam is;
overwegende dat verschillen tussen werkgevers niet mogen leiden tot verschillen in de kwaliteit of de beschikbaarheid van nazorg;
verzoekt de regering bij de verdere uitwerking van het nieuwe boa-stelsel een duidelijk minimumkader voor nazorg op te stellen en daarbij actief te verkennen hoe samenwerking tussen regiogemeenten, Staatsbosbeheer en kleinere werkgevers kan worden gestimuleerd, zodat goede nazorg voor elke boa toegankelijk blijft,
en gaat over tot de orde van de dag.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat in onder meer Noord-Holland wordt geëxperimenteerd met intensievere samenwerking tussen politie en boa's, onder andere via de handhavingstafel Noord-Holland;
overwegende dat betere samenwerking en informatie-uitwisseling kan bijdragen aan een effectievere inzet van zowel politie als boa's;
overwegende dat een goede afstemming op en rond meldkamers kan zorgen voor snellere opvolging van meldingen en betere inzet van capaciteit;
verzoekt de regering naar voorbeeld van de proef in Noord-Holland te bezien hoe de samenwerking op meldkamers in verschillende regio's kan worden versterkt, daarbij actief te stimuleren hoe politie en boa's effectiever en complementair kunnen worden ingezet, en de Kamer te informeren over succesvolle werkwijzen, waaronder de ervaringen met de handhavingstafel Noord-Holland,
en gaat over tot de orde van de dag.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat in het nieuwe boa-stelsel werkgevers verantwoordelijk worden voor het aanstellen van een onafhankelijke interne toezichthouder op de kwaliteit, integriteit, proportionaliteit en rechtmatigheid van de taakuitvoering;
constaterende dat nog wordt gewerkt aan de inrichting van tweede- en derdelijnstoezicht binnen het nieuwe boa-stelsel;
overwegende dat onafhankelijk en herkenbaar toezicht van groot belang is voor het maatschappelijk vertrouwen in de taakuitvoering van boa's;
verzoekt de regering bij de uitwerking van het tweede- en derdelijnstoezicht met een voorstel te komen voor onafhankelijke klachtenprocedure binnen het boa-stelsel, en de Kamer hierover te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De heer Mathlouti (D66):
Dan heb ik nog één vraag.
De voorzitter:
U bent door uw spreektijd heen.
De heer Mathlouti (D66):
Kort?
De voorzitter:
Nee, nee, nee, dat gaat niet gebeuren.
De heer Mathlouti (D66):
Helaas.
De voorzitter:
Het woord is aan mevrouw Coenradie voor haar termijn namens JA21. Gaat uw gang.
Mevrouw Coenradie (JA21):
Voorzitter.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat er recentelijk achterstanden zijn ontstaan in de toetsing van boa's voor het gebruik van geweldsmiddelen door capaciteitsproblemen bij de Politieacademie;
constaterende dat de minister heeft aangegeven dat de eerdere inhaalslag inmiddels is uitgevoerd, maar dat de Politieacademie heeft aangegeven voor het jaar 2026 onvoldoende capaciteit te hebben om de toetsing voor boa's opnieuw volledig uit te voeren;
overwegende dat het onwenselijk is als boa's door organisatorische of capaciteitsproblemen tijdelijk hun bevoegdheden verliezen, terwijl zij noodzakelijk zijn voor de veiligheid en handhaving in de publieke ruimte;
overwegende dat de minister werkt aan structurele oplossingen, zoals alternatieve toetsingsmogelijkheden of een aparte boa-academie, maar dat dergelijke oplossingen mogelijk niet tijdig beschikbaar zijn;
verzoekt de regering om, indien opnieuw achterstanden ontstaan in de toetsing van boa's voor geweldsmiddelen en er geen tijdige alternatieve oplossingen voorhanden zijn, tijdelijk de mogelijkheid te creëren om de geldigheidsduur van de toetsing te verruimen, zodat boa's hun werkzaamheden kunnen blijven uitvoeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
Mevrouw Coenradie (JA21):
Voorzitter. Tot slot willen wij graag de aangehouden motie-Boomsma/Van der Plas op stuk nr. 166 (29659), die is ingediend op 24 maart 2026, in stemming brengen bij het tweeminutendebat Boa-stelsel. Dit is toentertijd ook afgestemd tussen de heer Boomsma en staatssecretaris Erkens. Ook is het bekend bij het team van minister Van Weel. Bij dezen heb ik dat gezegd.
De voorzitter:
We zullen dan vervolgens de aangehouden motie direct na het agendapunt bij de stemmingen van volgende week dinsdag in stemming brengen. Ik schors de vergadering voor zeven minuten, voor de beantwoording van de zijde van het kabinet.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Ik geef het woord aan de minister.
Minister Van Weel:
Dank, voorzitter. Dank aan de leden voor hun inbreng in dit tweeminutendebat. Ik zal meteen overgaan tot het beoordelen van de moties.
De motie op stuk nr. 25 van de heer El Abassi geef ik oordeel Kamer. Wij vinden gesprekken met de mbo-instellingen onderdeel van de nieuwe inrichting, dus dat gaan we doen.
De motie op stuk nr. 26, over de klachtenprocedures, geef ik ook oordeel Kamer. De eerste lijn is aan de werkgever, maar de tweede lijn verloopt via de Ombudsman. Dat wordt meegenomen in het nieuwe bestel. Daarmee loop ik al vooruit op een motie van de heer Mathlouti.
De motie op stuk nr. 27 van de heer El Abassi verzoekt af te zien van een landelijk verbod op religieuze uitingen. Die moet ik ontraden. Het uitwerken van het initiatiefwetsvoorstel laten we aan de Kamer; dat zullen we als kabinet niet doen. Maar het gaat mij te ver om nu het tegenovergestelde van het initiatiefwetsvoorstel te omarmen. Daarom ontraad ik deze motie.
De motie op stuk nr. 28 van de heer El Abassi moet ik ontraden. Een natuurlijk moment om eventueel een campagne te doen, zou na invoering van het nieuwe stelsel zijn. Daar zijn we nu nog niet, vandaar het oordeel.
De motie op stuk nr. 29 van mevrouw Martens-America geef ik oordeel Kamer. We zullen zorgen dat EHBO ook in het basispakket zit, maar we willen het geen formele taak maken. Waar zij ertegenaan lopen, moeten zij dat inderdaad kunnen doen en zullen we ze daar ook voor toerusten. Een formele taak zou echter een te grote belasting zijn voor de boa's. Met die toelichting geef ik de motie oordeel Kamer.
Dan de diensthond en de boa's.
De voorzitter:
Dat is de motie op stuk nr. 30.
Minister Van Weel:
Ja, de motie op stuk nr. 30. Die geef ik oordeel Kamer. Het blijkt dat bij het opstellen van de nieuwe beleidsregels het woord "automatisch" is weggevallen. Zo simpel is het. Er staat dat je niet automatisch bij een vuurwapen ook een diensthond krijgt. Als je bij "niet automatisch" het woord "automatisch" weglaat, krijg je dus geen diensthond. Dit is bij één boa gebeurd. We gaan zoeken naar een passende oplossing. Daarmee geef ik de motie oordeel Kamer.
De motie op stuk nr. 31, over de boa-meldkamer, van mevrouw Van der Plas geef ik oordeel Kamer. Op dit moment is er een pilot in voorbereiding in het kader van het samenwerken in de meldkamer. Ook op andere plekken wordt al goed samengewerkt. Bij het boa-deel van het halfjaarbericht politie kom ik terug op hoe ik hieraan invulling geef. Ook daarmee loop ik al een beetje vooruit op een vraag die de heer Mathlouti had.
Mevrouw Faber wil met de motie op stuk nr. 32 de beleidsregels voor de boa zo spoedig mogelijk in werking laten treden: oordeel Kamer. Overigens zijn in de Staatscourant van 12 maart de beleidsregels met betrekking tot de geweldsmiddelen al in werking getreden, dus dat deel loopt en is al van kracht.
Dan kom ik bij de motie op stuk nr. 33 van mevrouw Faber. Ja, we moeten de bevoegdheid van de certificering van de boa gaan regelen, maar u kadert dat hier iets te strak in op de BOA Academie. Het kan zijn dat we ook op andere opties uitkomen. Daar kom ik op terug bij de motie van mevrouw Coenradie. Zo strak geformuleerd moet ik de motie ontraden.
De voorzitter:
Een vervolgvraag.
Mevrouw Faber (PVV):
Maar zou u de motie ook kunnen zien, vraag ik via de voorzitter, als een onderdeel? Het hoeft niet per se alleen de BOA Academie te zijn. Het kan parallel zijn. Er kan daarnaast natuurlijk een andere certificering zijn.
Minister Van Weel:
Kijk, die certificering moeten we regelen. Voor de zomer kom ik in het halfjaarbericht bij de Kamer terug op de wijze waarop we dat gaan doen. Alleen verzoekt u hier echt om de BOA Academie te voorzien in die bevoegdheid. Dat vind ik te strak geformuleerd; daarom ontraad ik deze motie. Ik kom hier straks bij de motie van mevrouw Coenradie op terug. Die kan ik wel oordeel Kamer geven.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 33: ontraden. Dan de motie op stuk nr. 34.
Minister Van Weel:
De motie op stuk nr. 34 van mevrouw Straatman geef ik oordeel Kamer. Ik moet wel aan iets van verwachtingsmanagement doen richting mevrouw Straatman over de private boa's. Daar is het gewoon moeilijker om bepaalde gevoelige informatie te delen, gewoon omdat daar wettelijke bezwaren in de weg staan. Met dat verwachtingsmanagement geef ik de motie oordeel Kamer.
Mevrouw Faber (PVV):
Dank u wel, voorzitter, dat u me nog even het woord geeft. Ik wil toch nog even terugkomen op mijn motie op stuk nr. 33. Het dictum is: verzoekt de regering de BOA Academie óók te voorzien in de bevoegdheid. Door het woord "ook" kan dat dus ook naast een andere organisatie zijn. In mijn ogen is de motie dus niet te eng geformuleerd, want er staat "ook". Als "ook" er niet zou staan, was het een ander verhaal, zeg ik u via de voorzitter.
Minister Van Weel:
Dan zeg ik via de voorzitter weer tegen u dat "ook" impliceert dat de BOA Academie sowieso die certificeringsbevoegdheid krijgt. Dat weet ik ook nog niet. We gaan daar echt op terugkomen in het halfjaarbericht.
De voorzitter:
Dan de motie op stuk nr. 35.
Minister Van Weel:
De motie op stuk nr. 35 van mevrouw Mutluer over PTSS geef ik oordeel Kamer. Werkgevers moeten bij incidenten passende opvang en nazorg bieden. Dat is ook een verplichting uit de Arbowet. De verantwoordelijkheid kan ik niet overnemen van de werkgever. Ook het vastleggen van PTSS als beroepsziekte moet daar liggen. Maar ik ga wel met de werkgevers in overleg om hen daartoe aan te moedigen en er het gesprek over aan te gaan. Daarmee kan ik de motie oordeel Kamer geven.
De voorzitter:
Dan de motie op stuk nr. 36.
Minister Van Weel:
De motie op stuk nr. 36 gaat over onbegrepen gedrag. Die moet ik ontraden. Daar wil ik wel iets aan toevoegen. Ik vind datgene wat de NS doet met de interventiemedewerkers zeer sympathiek. Net als overal in de maatschappij hebben ook zij te maken met meer mensen met verward en onbegrepen gedrag. Ik vind het daarom een logische actie, maar ik wil die niet koppelen aan de boa-status. Die gaat namelijk over handhaving en repressie, terwijl ik vind dat dit soort interventies meer vanuit de preventieve hoek moeten worden gezien. Ik breng dit alternatief van de NS heel graag onder in het bredere debat dat we hebben onder leiding van de minister van BZK over de omgang met mensen met verward en onbegrepen gedrag, maar ik vind niet dat dit per se in het boa-stelsel hoort.
Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):
Dit initiatief werkt, omdat we zien dat er zich op vele stations ontzettend veel mensen met verward en onbegrepen gedrag bevinden. Deze gespecialiseerde boa's kunnen ze ook helpen om naar de desbetreffende zorginstelling te gaan. Daarom vind ik de reactie van de minister vrij teleurstellend. Je zou dit eigenlijk landelijk moeten uitrollen. Ik hoop dat de andere collega's dit ook inzien.
Minister Van Weel:
Mijn antwoord blijft hetzelfde. Ik omarm het initiatief ook, alleen vind ik dat de invalshoek niet vanuit de boa's moet komen. Ik probeer ook om de politie meer weg te halen bij datgene wat we doen voor mensen met verward en onbegrepen gedrag.
De heer Mathlouti (D66):
Ik meen me te herinneren dat we deze discussie ook hebben gehad in het commissiedebat over mensen met verward gedrag. Als het goed is, hebt u toen de toezegging gedaan om initiatieven zoals dat van NS bij goed bevinden uit te rollen. Klopt dat nog?
Minister Van Weel:
Dat klopt, maar dat is in het kader van de aanpak van verward gedrag en niet noodzakelijkerwijs in het kader van het boa-stelsel. Dat is het onderscheid dat ik maak. We hebben het hier nu over het boa-stelsel.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 36: ontraden.
Minister Van Weel:
Dan de motie op stuk nr. 37. Ook die moet ik ontraden. In het huidige bestel moeten boa's ook al voldoen aan de eisen om verdachten zelf te kunnen aanhouden en overbrengen naar de plaats van verhoor. Ik vind dat deze rol bij het arrestantenvervoer juist ook past in de verzelfstandiging van de rol van de boa. Landelijke afspraken over hoe dat wordt verdeeld met de politie kan ik ook niet maken, omdat lokale eenheden uiteindelijk gaan over hoe zij dat inrichten. Ik kan dus alleen een gesprek tot stand brengen en niet afdwingen dat er politie beschikbaar is om deze taak van boa's over te nemen. In beginsel vind ik ook dat boa's dat moeten kunnen doen.
De voorzitter:
Dan de motie op stuk nr. 38.
Minister Van Weel:
De motie op stuk nr. 38 van mevrouw Mutluer geef ik oordeel Kamer. Wij gaan checken of er inderdaad geen onbedoelde belemmeringen zitten in de Wet op de economische delicten. Daar zal ik uw Kamer over informeren in het halfjaarbericht.
De motie op stuk nr. 39 van mevrouw Mutluer geef ik oordeel Kamer.
De voorzitter:
Die is van de heer Mathlouti.
Minister Van Weel:
Excuus, van de heer Mathlouti. Zo veel had u er niet, mevrouw Mutluer. Die motie geef ik oordeel Kamer. In 2024 is op initiatief van ons ministerie de Richtlijn psychosociale ondersteuning binnen hoogrisicoberoepen opgesteld door kenniscentrum ARQ. Daar vallen de boa's ook onder. Die richtlijn geeft aanwijzingen voor bijvoorbeeld het adequaat melden, registreren en monitoren van incidenten, de meldingsbereidheid en hulp bij aangifte als er een mogelijk strafbaar feit heeft plaatsgevonden. We zullen deze bij de werkgeversvertegenwoordigers nogmaals nadrukkelijk onder de aandacht brengen.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 40.
Minister Van Weel:
De motie op stuk nr. 40 geef ik oordeel Kamer. Dat sluit ook aan bij de eerdere appreciatie van de motie rondom meldkamers en informatie van mevrouw Van der Plas.
Dan de motie op stuk nr. 41, over onafhankelijk toezicht. Ook die geef ik oordeel Kamer, ook met verwijzing naar mijn eerdere appreciatie over de klachtenprocedure.
Dan de motie op stuk nr. 42 van mevrouw Coenradie. Die geef ik oordeel Kamer, met verwijzing naar de eerdere beantwoording wat betreft de motie van mevrouw Faber.
Dan de motie op stuk nr. 166 (29659), die nog moet worden ingediend. Wilt u dat ik die ook apprecieer?
De voorzitter:
Die is al ingediend, maar mevrouw Coenradie geeft aan die in stemming te willen laten brengen. Wellicht kunt u daar dus inderdaad nog wat over zeggen.
Minister Van Weel:
Ik geef 'm oordeel Kamer, maar ook weer met verwachtingsmanagement waar het gaat om informatiedeling met private boa's, omdat dat wettelijk gewoon moeilijk is.
Dat was het.
De voorzitter:
Ik dank de minister voor de beantwoording in zijn termijn. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van dit tweeminutendebat.
De beraadslaging wordt gesloten.
De voorzitter:
De stemmingen over de moties zullen plaatsvinden op dinsdag 26 mei.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/h-tk-20252026-70-19.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.