Handeling
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Vergadernummer | Datum vergadering |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | nr. 66, item 3 |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Vergadernummer | Datum vergadering |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | nr. 66, item 3 |
Marktordening en consumentenbescherming
Aan de orde is het tweeminutendebat Marktordening en consumentenbescherming (CD d.d. 19/03).
De voorzitter:
We beginnen met het tweeminutendebat Marktordening en consumentenbescherming. Hartelijk welkom aan de minister van Economische Zaken en Klimaat. Welkom ook aan de leden. Ik zou graag allereerst het woord willen geven aan de heer Prickaertz van de PVV. Gaat uw gang.
De heer Prickaertz (PVV):
Dank, voorzitter. Dank aan de minister voor het debat.
We hebben over veel onderwerpen gesproken, waaronder colportage. Daaruit blijkt dat de overheid en de Kamer weinig tot geen zicht hebben op waar donaties precies terechtkomen en hoeveel daarvan verdwijnt naar commerciële marketingbureaus. Uit onderzoek blijkt namelijk dat het twee jaar kan duren totdat het geld daadwerkelijk bij het goede doel terechtkomt. Vandaar de volgende motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat bij colportage voor goede doelen vaak commerciële marketingbureaus worden ingezet;
constaterende dat het in sommige gevallen 15 tot 23 maanden duurt totdat donaties daadwerkelijk bij het goede doel terechtkomen;
verzoekt de regering om inzichtelijk te maken welk deel van donaties via colportage bij goede doelen terechtkomt en welk deel bij commerciële bureaus blijft hangen, en te onderzoeken of aanvullende maatregelen nodig zijn om misleiding en buitensporige kosten te voorkomen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De heer Prickaertz (PVV):
Nog twee moties, voorzitter.
De voorzitter:
Eén moment, alstublieft. Deze motie leidt tot een interruptie. Ik zou één interruptie willen voorstellen. Gaat uw gang, meneer Van der Lee.
De heer Van der Lee (GroenLinks-PvdA):
Ik vind dit toch wel een rare motie, hoor. Waarom moeten wij ons als politiek bemoeien met de wijze waarop goede doelen aan hun inkomsten komen? Er worden ongeveer een half miljoen donateurs geworven via huis-aan-huiswerving, door 50 goede doelen. Die geven rapportages af over welk deel van hun inkomsten aan de missie wordt besteed. Dat ligt gemiddeld boven de 90%. Ook vanuit een liberaal denkende, marktwerkingbevorderende partij gezien lijkt mij het toch echt heel vreemd om ons als overheid hiermee te bemoeien. Ik vraag de PVV om dit even te heroverwegen. Laat dit nou eens gewoon met rust en laten we ons eens met belangrijkere issues bezighouden.
De heer Prickaertz (PVV):
Dit heeft te maken met het feit dat heel veel mensen in Nederland — ik denk dat dit de overgrote meerderheid is — een beetje klaar zijn met al die toch vaak agressieve commerciële marketingbureaus die aan de deur komen. Dit gebeurt niet alleen voor energiecontracten en dergelijke, maar dit gebeurt ook namens goede doelen. Dat willen wij graag in kaart laten brengen en wij willen kijken naar wat er blijft hangen bij de commerciële marketingbureaus en wat er uiteindelijk naar de goede doelen gaat. De cijfers die meneer Van der Lee noemt, blijken na onderzoek namelijk toch heel anders te liggen; vandaar.
De heer Kisteman (VVD):
Ik denk dat het niet vaak gebeurt dat ik het met de heer Van der Lee eens ben, maar ik vind dit echt een hele bizarre motie. De goede doelen schakelen die bedrijven in om dit werk te doen. Nou zegt de PVV: wij gaan als overheid bepalen welke bedrijven en marketingbureaus die goede doelen mogen inschakelen. Volgens mij is de heer Prickaertz zelf ondernemer. Dit moet de PVV echt niet willen, hoor. Ik zou adviseren om deze motie gewoon niet in te dienen, want dit gaat echt veel te ver.
De heer Prickaertz (PVV):
Nou, we gaan de motie alsnog indienen. Dat is gewoon vanwege het eenvoudige feit, dat ik net al uitlegde, dat een groot deel van Nederland klaar is met al die mensen die aan de deur komen om om donaties te vragen. Wij vinden het misleidend dat het tot twee jaar kan duren totdat er überhaupt geld naar het goede doel gaat, omdat eerst die commerciële bureaus betaald moeten worden; vandaar.
De voorzitter:
Vervolgt u uw inbreng.
De heer Prickaertz (PVV):
Dan ga ik naar mijn tweede motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Autoriteit Consument & Markt (ACM) nu alleen kan ingrijpen bij fusies en overnames boven de omzetdrempel;
overwegende dat ook onder deze drempel ongewenste (regionale) marktconcentraties ontstaan;
verzoekt de regering om de ACM de bevoegdheid te geven om ook onder de huidige omzetdrempels in te grijpen bij onwenselijke marktconcentraties,
en gaat over tot de orde van de dag.
De heer Prickaertz (PVV):
Dan de laatste motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de overheid bij aanbestedingen steeds vaker de true pricing-methodiek toepast, waardoor kosten stijgen;
overwegende dat belastinggeld doelmatig en efficiënt moet worden besteed;
verzoekt de regering om te stoppen met het toepassen van true pricing bij aanbestedingen en primair aan te sturen op efficiënte bestedingen van belastinggeld,
en gaat over tot de orde van de dag.
Dat leidt tot een interruptie van de heer Kisteman. Gaat uw gang.
De heer Kisteman (VVD):
Ik dacht dat de heer Prickaertz hier vanuit een ondernemersachtergrond naartoe was gekomen. Ik ben stomverbaasd wat voor moties hij indient! We hebben die drempel ooit bedacht — sterker nog, het voorstel was om hem te verhogen — en nu zegt de PVV: joh, ga gewoon bij elk bedrag maar kijken of de ACM kan ingrijpen. Waar zijn we dan mee bezig? Als een bakker ooit zijn collega wil overnemen, zegt de heer Prickaertz: nou, laat de ACM maar even controleren of dat wel volgens de regels gaat en of er niet een bepaalde marktconcentratie gaat plaatsvinden.
De heer Prickaertz (PVV):
Dat is absoluut niet de bedoeling. Waarom hebben wij deze motie ingediend? Dat heeft te maken met het feit dat er ook beneden de huidige grens van 30 miljoen en de nieuwe grens van 50 miljoen heel veel marktconcentratie kan plaatsvinden. Een mooi voorbeeld daarvan zijn de overnames in een bepaalde regio van dierenartspraktijken, waardoor opeens één grote speler in de regio de prijzen bepaalt. Daar wordt het nooit goedkoper op, maar alleen maar duurder.
De heer Schoonis (D66):
Mij gaat het eigenlijk meer om de true pricing; daar sloeg ik even op aan. Dat zijn de werkelijke kosten en die werken heel goed in de bouwbestedingen, waardoor je uiteindelijk minder kosten krijgt. Daardoor ga je true pricing of de werkelijke kosten berekenen. Het levert dus juist iets op voor de mensen in Nederland. Daarom zou D66 daar natuurlijk vóór pleiten. Deze motie is dus onnodig.
De heer Prickaertz (PVV):
Dat vinden wij niet. Deze motie is juist nodig omdat door true pricing eigenlijk het hele aanbestedingsverhaal overbodig wordt. We hebben ooit met elkaar besloten dat er aanbesteed moet worden om te voorkomen dat we te veel betalen voor de goederen, zeker de goederen die de overheid aanschaft. Met true pricing ga je in feite niet meer kijken naar wie het goedkoopst de beste kwaliteit kan leveren, maar kijk je naar allerlei andere neveneffecten zoals klimaat, milieu en zelfs sociale ontwikkelingen. Wij denken dat dat een heel slecht verhaal is.
De voorzitter:
Meneer Schoonis, ik had aangegeven één interruptie per ingediende motie. Eén interruptie per keer.
De heer Schoonis (D66):
Nou, heel kort.
De voorzitter:
Nee hoor, meneer Schoonis. Eén interruptie heb ik gezegd, per keer. We moeten snel door omdat hierna nog een tweeminutendebat gepland staat en daarna het debat over de ...
De heer Schoonis (D66):
Goedkoop is duurkoop.
De voorzitter:
Dank u wel voor uw inbreng, meneer Prickaertz. Ik nodig de heer Van der Lee uit namens GroenLinks-Partij van de Arbeid. Gaat uw gang.
De heer Van der Lee (GroenLinks-PvdA):
Dank u wel, voorzitter. Dank ook nog aan de minister voor het debat.
Mevrouw Bühler zal mede namens mij een motie indienen over de discussie die we al langer hebben over de definitie van ondernemen in moeilijkheden en, breder, dat de regels die Nederland aanhoudt voor staatssteun misschien iets te strikt zijn. In dat kader heb ik nog twee vragen.
Eén gaat over de Competitiveness Compass, de reactie van de Europese Commissie op het rapport van Draghi. In die reactie wordt minder ingezet op publieke investeringen, waarschijnlijk ook omdat het moeilijk is om aan geld te komen, maar wordt er nationaal meer ruimte gegeven voor staatssteun. Daar zitten ook risico's aan en daarom wordt er bepleit om een competitiveness coordination tool in te zetten. Nu was ik toevallig in Brussel en heb daar eens navraag gedaan wat dat nu eigenlijk is en hoe het daarmee staat. Mensen konden mij daar geen antwoord op geven. Ik hoop dat de minister wijzer is dan de mensen die ik daar sprak en dat zij mij kan vertellen hoe het daarmee staat en wat dat eigenlijk wordt. Ik krijg graag die informatie, en als dat niet in dit debat kan, dan graag voorafgaand aan het debat over het rapport van Wennink.
Een andere vraag die ik heb: tijdens de begrotingsbehandeling is een motie van mijn hand aangenomen om ook vanuit strategisch oogpunt meer te sturen op de wijze van aanbesteden, wat natuurlijk ook weer impact heeft op de mededinging. Ik vraag aan de minister om mij te vertellen hoe het staat met de uitvoering van die motie.
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel voor uw inbreng. Ik kijk naar mevrouw Bühler namens het CDA. Gaat uw gang.
Mevrouw Bühler (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Ik kijk terug op een interessant debat over marktordening. We hebben nog één vraag en één motie.
Allereerst over colportage. Tijdens het EZ-begrotingsdebat is een motie van mijn fractiegenoot Van Lanschot aangenomen. Deze motie gaat over colportage en roept op om opties in kaart te brengen om dit te beperken. Mijn vraag is of we deze verkenning voor de zomer kunnen ontvangen?
Onze motie — de heer Van der Lee noemde 'm al — gaat over staatssteun bij innovatie. Tijdens de laatste commissiedebatten hebben we stilgestaan bij staatssteun. Er komt een brief over het begrip "onderneming in moeilijkheden". Het lijkt me goed als we breder onderzoeken hoe het zit met staatssteun. Daarom dienen we samen met GroenLinks-PvdA een motie in. De motietekst is als volgt.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat staatssteun onder voorwaarden kan bijdragen aan het adresseren van marktfalen en het versterken van het vestigingsklimaat, strategische autonomie en verdere verduurzaming;
constaterende dat de toepassing van staatssteunregels binnen de Europese Unie ruimte laat voor nationale interpretatie en uitvoering;
overwegende dat er aanwijzingen zijn dat Nederland terughoudender is in de interpretatie en toepassing van staatssteunregels;
verzoekt de regering om mede op basis van een uitvraag onder bedrijven, experts en (decentrale) overheden te onderzoeken in hoeverre de Nederlandse interpretatie en toepassing van Europese staatssteunregels, waaronder de beoordeling van ondernemingen in moeilijkheden en andere relevante criteria, afwijkt van die in andere lidstaten, en daarbij aan te geven hoe eventuele knelpunten kunnen worden geadresseerd, en de Kamer hierover te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De heer Kisteman (VVD):
Mevrouw Bühler begon met een vraag over de motie van haar collega. Is mevrouw Bühler zich ervan bewust dat deze motie ertoe kan leiden dat de SRV-wagen, de kaasboer of de tiener die eieren verkoopt in de straat dit werk straks dan niet meer kan doen? Vanwaar deze haast? Is mevrouw Bühler het met mij eens dat deze motie veel verdergaat dan het idee van haar collega dat er eigenlijk achter zat?
Mevrouw Bühler (CDA):
Ik begrijp dat u die vraag stelt, want u heeft de motie ook niet gesteund. We zien dat heel veel mensen last hebben van colportage, de vervelende verkoop aan de deur. Wij hebben gezegd dat we dat heel graag willen onderzoeken, maar we willen wel dat er nog ruimte blijft voor bijvoorbeeld goede doelen en kleinschalige activiteiten. De vraag is om dat te onderzoeken. Wij wachten heel graag af wat de bevindingen van het kabinet daarover zijn.
De voorzitter:
Dank u wel.
Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de inbreng van de Kamer. Ik schors het debat voor tien minuten, waarna we doorgaan met de beantwoording door de minister.
De vergadering wordt van 10.27 uur tot 10.37 uur geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen het tweeminutendebat Marktordening en consumentenbescherming. Het woord is aan de minister voor de beantwoording namens het kabinet.
Minister Herbert:
Dank, voorzitter. Dank voor alle moties en vragen. Ik heb vier moties en drie vragen. Ik zal eerst de moties doen en dan de vragen.
Ik begin met de motie-Prickaertz op stuk nr. 439, over de colportage bij goede doelen. In de goededoelensector is een uitgebreide zelfregulering voor werving aan de deur. Dat doet het CBF, het Centraal Bureau Fondsenwerving. Dat is een private toezichthouder voor die goede doelen. Die houdt toezicht. Ik zal met het CBF in gesprek gaan; daar zal ik ook mijn collega van Justitie en Veiligheid bij betrekken, want hij is eigenlijk verantwoordelijk voor het CBF. Ik zal u natuurlijk informeren over mijn bevindingen.
De voorzitter:
Kunt u specifiek het oordeel nog even noemen?
Minister Herbert:
Sorry, dat vergeet ik inderdaad. Dat is oordeel Kamer.
De voorzitter:
Oordeel Kamer. Dat leidt tot een interruptie. In deze ronde graag ook weer één interruptie per lid.
De heer Van der Lee (GroenLinks-PvdA):
Het is terecht dat het CBF wordt genoemd, maar dit wordt allemaal geregistreerd. De klachten worden bijgehouden. Het gaat om minder dan 1% van de gevallen. Waarom krijgt deze motie oordeel Kamer? Waarom gaan wij ons hiermee bemoeien als politiek? Dat is toch volstrekt onnodig? Gewoon ontraden, die motie. Wij zullen 'm graag wegstemmen.
Minister Herbert:
Ik doe er graag alles aan om vertrouwen en transparantie uit te stralen. Daarom wil ik graag inzicht geven in dingen. Ik wacht het oordeel van de Kamer af.
De heer Kisteman (VVD):
Ik overweeg de minister te vragen om het dictum nog een keer te lezen, want ik snap echt niet waarom hier oordeel Kamer voor wordt gegeven. Vertrouwen moeten wij volgens mij geven aan onze bedrijven en ondernemers. Daar gaat het om. We hebben goede doelen. Die zetten marketingbureaus in. Laat ze hun gang gaan. Volgens mij moet de minister de ondernemers vertrouwen geven en moet ze niet zo'n motie oordeel Kamer geven, want die slaat echt helemaal nergens op.
Minister Herbert:
Ik ben er heel erg op gebrand om er, zeker waar het over goede doelen gaat, geen misverstand over te laten bestaan dat dat geld op de goede plek terechtkomt. Ik herken het beeld dat daar slechts voor 1% klachten over zijn. Ik wil graag uit de wereld helpen dat het geld bij de verkeerde partijen zou blijven hangen.
De voorzitter:
Dank u wel. Vervolgt u uw beantwoording.
Minister Herbert:
Dan ga ik naar de motie op stuk nr. 440 van de heer Prickaertz met het verzoek om de ACM de bevoegdheid te geven om ook onder de huidige omzetdrempels in te grijpen bij onwenselijke marktconcentraties. Deze motie acht ik overbodig, omdat er een initiatiefwetsvoorstel is ingediend door Kamerlid Bushoff dat juist over deze bevoegdheid gaat. Dit voorstel is op 16 april jongstleden ingediend bij de Kamer. Ik heb in het commissiedebat al aangegeven dat ik hier positief tegenover sta. Ik wil ook graag samenwerken met de heer Bushoff en heb daar met hem over gesproken. Wanneer het initiatiefvoorstel in de Kamer behandeld zal worden, zullen wij een kabinetsreactie geven. Gelet op het initiatiefwetsvoorstel ben ik op dit moment niet voornemens om parallel daaraan een eigen wetsvoorstel in te dienen.
Dan ga ik naar de motie op stuk nr. 441 over true pricing. De heer Prickaertz verzoekt de regering om te stoppen met de toepassing van true pricing. Die motie wil ik ontraden, omdat ik het eigenlijk eens ben met de heer Prickaertz dat het belangrijk is om te kiezen voor een effectieve besteding van overheidsgeld. Ook ben ik ervan overtuigd dat true pricing juist helpt om dat doel te halen. Het is een instrument om bij te dragen aan bijvoorbeeld duurzame doelen, zoals een van u al inbracht. Het klopt dus niet dat aanbestedingen duurder worden; ze zien op meer soorten kosten, die zeker relevant zijn voor de maatschappij.
Dan ga ik naar de motie op stuk nr. 442. Daarin wordt gevraagd de toepassing van de Europese staatssteunregels nog eens te bekijken en of die afwijkt van de toepassing in andere Europese lidstaten. Die wil ik oordeel Kamer geven. Op dit moment ben ik niet bekend met gevallen waarin Nederland strikter is dan andere EU-lidstaten. Als hier zorgen over leven, wil ik die zeker wel serieus nemen. Ik zal daarom met stakeholders in gesprek gaan over de vraag of het Nederlandse staatssteunbeleid afwijkt. Ik heb al een Kamerbrief toegezegd die specifiek gaat over de ondernemingen in moeilijkheden. In die brief ga ik in op de mogelijkheden die er zijn voor ondernemers. Die brief komt er snel aan; ik kreeg daar net informatie over. Omdat deze motie over meer gaat dan alleen over ondernemingen in moeilijkheden, geef ik 'm oordeel Kamer.
De voorzitter:
Dank u wel. Dat leidt tot een interruptie van de heer Schoonis. Gaat uw gang.
De heer Schoonis (D66):
Ik heb nog even een vraag namens mijn collega Oualhadj: kan de minister ons geruststellen dat deze onderzoekende motie niet tot vertraging leidt bij de tussenoplossing voor ondernemers in moeilijkheden, waar de minister zo snel mogelijk op terug zou komen?
Minister Herbert:
Ja, dat herken ik. Daar ben ik mee bezig. Dit speelt op Europees niveau ook. Nee, dit staat elkaar niet in de weg. Juist omdat deze motie breder ziet, maak ik het los van elkaar.
De voorzitter:
U vervolgt uw betoog.
Minister Herbert:
Zal ik doorgaan naar de vragen?
De voorzitter:
Ja, alstublieft.
Minister Herbert:
De heer Van der Lee had een vraag over de Competitiveness Coordination Tool. Dat woord had ik inderdaad ook nog niet eerder opgepikt, maar inmiddels weet ik dat dit op de agenda staat van de komende Raad Concurrentievermogen. Daarvoor komt in mei een geannoteerde agenda bij u terug. Ik hoop dat die uw behoefte aan meer inzicht hierover snel bevredigt.
De volgende vraag ging over strategisch aanbesteden. Meneer Van der Lee vroeg zich af hoe het zit met de uitvoering van de motie die vraagt om het inkoop-, aanbestedings- en subsidiebeleid in te zetten om maatschappelijke en strategische doelen te verwezenlijken. Dat heeft mijn volle aandacht. Ik zet me in voor de herziening van de aanbestedingsrichtlijnen in Europa, zodat we daarin meer ruimte krijgen voor maatschappelijke en strategische doelen. Ik zal kort na het meireces uw Kamer een brief sturen met de ontwikkelingen rondom de herziening van de Europese aanbestedingsrichtlijnen. Dan zal ik ook uitgebreider ingaan op het verzoek uit de motie waar de heer Van der Lee aan refereerde.
De laatste vraag die openstaat, is van mevrouw Bühler en gaat over colportage. Zij vraagt wanneer we de verkenning over een nieuw wetsvoorstel hierover kunnen verwachten. Ik ga die verkenning na de zomer naar de Kamer sturen. Graag zou ik in deze verkenning met de Kamer bespreken hoe de samenhang met het wetsvoorstel zit waaraan ik momenteel werk. Zo krijgt u een integraal beeld van de gekozen route. Het wetsvoorstel waaraan gewerkt wordt, gaat in op de afkoelperiode. Dat betekent dat mensen niet direct tekenen voor een contract, maar dat pas na drie dagen doen. Dit wetsvoorstel moet nog door mij voorgelegd worden aan de Raad van State. Daarna zal ik het natuurlijk naar de Kamer sturen. Ik verwacht dat aan het eind van dit jaar te kunnen doen. Maar de verkenning stuur ik dus na de zomer.
Ik ben hiermee aan het einde gekomen van mijn beantwoording.
De voorzitter:
Ik dank u voor de beoordeling van de moties en de beantwoording van de vragen. Hiermee zijn we aan het einde gekomen van dit tweeminutendebat.
De beraadslaging wordt gesloten.
De voorzitter:
Ik schors kort voordat wij doorgaan naar het tweeminutendebat Werknemersverzekeringen.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/h-tk-20252026-66-3.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.