4 Werknemersverzekeringen

Werknemersverzekeringen

Aan de orde is het tweeminutendebat Werknemersverzekeringen (CD d.d. 08/04).

De voorzitter:

We gaan verder met het tweeminutendebat Werknemersverzekeringen. Hartelijk welkom aan de leden en aan de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. We beginnen met de heer Grinwis, die namens de ChristenUnie de eerste spreker van de kant van de Kamer in dit tweeminutendebat is. Ga uw gang.

De heer Grinwis (ChristenUnie):

Voorzitter, goedemorgen. De arbeidsongeschiktheidspremie, de Aof-premie, is zo langzamerhand het duizenddingendoekje van Den Haag. Vallen de zorgkosten niet mee? Hup, de Aof-premie omhoog. Moet er iets worden gevonden voor een vrijheidsbijdrage voor Defensie? Hup, de Aof-premie omhoog. Daarom dien ik de volgende motie in.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het spaaroverschot in de sociale fondsen steeds groter wordt en dit jaar circa 60 miljard bedraagt, waarbij het Arbeidsongeschiktheidsfonds met 40 miljard het grootste overschot voor zijn rekening neemt en dit overschot met vele miljarden per jaar aanzwelt;

overwegende dat implementatie van de voorgenomen maatregelen in het coalitieakkoord leidt tot nog grotere overschotten;

overwegende dat de Wfsv (Wet financiering sociale verzekeringen) duidelijk regelt voor welk doel er premies worden geheven, maar dat er ondertussen een kloof is ontstaan tussen doel en praktijk, die niet los kan worden gezien van het onderscheid tussen het inkomsten- en uitgavenkader in het begrotingsbeleid en de politieke keuzes die het afgelopen decennium zijn gemaakt;

verzoekt de regering de juridische houdbaarheid en maatschappelijke wenselijkheid te analyseren van de huidige praktijk van een veel sneller stijgende Aof-premie dan noodzakelijk voor de arbeidsongeschiktheidsuitgaven, waar nodig consequenties aan deze analyse te verbinden, en de Kamer hierover uiterlijk voor de eerstvolgende begrotingsbehandeling van SZW te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Grinwis en Patijn.

Zij krijgt nr. 57 (32716).

De heer Grinwis (ChristenUnie):

Voorzitter. Dan heb ik nog een tweede motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het kabinet de WIA wil versoberen, maar dat de nu voorgenomen maatregelen de veelbesproken problemen in de uitvoering niet oplossen;

overwegende dat er nood is aan een visie op een toekomstbestendig arbeidsongeschiktheidsstelsel;

verzoekt de regering een samenhangende aanpak te ontwikkelen inzake de WIA-hervorming, en daarbij de uitkomsten van het OCTAS-rapport te betrekken, en te komen met een hervorming die de regeling beter uitvoerbaar maakt en tegelijkertijd een goed vangnet biedt, en de Kamer hierover binnen een jaar te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Grinwis en Ceder.

Zij krijgt nr. 58 (32716).

De heer Grinwis (ChristenUnie):

Eigenlijk had de tweede indiener, de heer Ceder, hier vandaag moeten staan. Ik mag hem vandaag vervangen. Tot zover, voorzitter.

De voorzitter:

Kijk eens aan, dank u wel. Dan nodig ik mevrouw Patijn uit namens GroenLinks-Partij van de Arbeid.

Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):

Dank, voorzitter. Ik moet iets kwijt. We rennen hier van het ene naar het andere relletje. Soms lossen we iets op wat fout is gegaan. Maar echt iets opbouwen, hoop bieden en het gevoel geven dat het kabinet zoekt naar oplossingen waar mensen beter van worden? Dat gebeurt niet. Ik ben bang dat het ook zo gaat met de werknemersverzekeringen. Relletjes en nieuwsberichten. Gaat de 6 miljard aan bezuinigingen op het inkomen van mensen erdoor komen? Is de minister handig? Krijgen ze een meerderheid? Welke partijen doen mee en wat krijgen ze ervoor terug? Daarmee verdwijnt de kernvraag die we hier moeten beantwoorden: hoe maken we onze werknemersverzekeringen beter voor de mensen die werkloos of ziek zijn? Met de aangekondigde bezuinigingen gebeurt dat niet: geen visie, geen investering in hulp voor mensen die nog kunnen werken, maar gewoon een platte bezuiniging op inkomens van mensen die hierdoor duizenden euro's aan inkomen kwijtraken. Daarom heb ik twee moties.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het kabinet gaat bezuinigen op de WIA en de WW, terwijl er meer Aof-premie en Awf-premie binnenkomt dan er uitgaat;

verzoekt de regering de bezuinigingen op de WIA en de WW van tafel te halen, met sociale partners te onderzoeken hoe de werknemersverzekeringen verbeterd kunnen worden, in kaart te brengen welke premie daarvoor nodig is en alternatieve manieren uit te werken om de benodigde bezuinigingen neer te leggen waar het wel gemist kan worden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Patijn.

Zij krijgt nr. 59 (32716).

Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):

De tweede motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de regering het maximumdagloon wil verlagen, waardoor 260.000 mensen die nu een uitkering krijgen tot 20% van hun inkomen verliezen;

constaterende dat dit tot grote onzekerheid leidt;

verzoekt de regering om de voorgenomen verlaging van het maximumdagloon direct van tafel te halen voor alle bestaande gevallen in alle uitkeringen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Patijn.

Zij krijgt nr. 60 (32716).

Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan is mevrouw Van Ark namens het CDA. Gaat uw gang.

Mevrouw Van Ark (CDA):

Voorzitter. We hebben onlangs het debat met elkaar gevoerd over werknemersverzekeringen. Er zijn dingen waarover we van mening verschillen, maar volgens mij zijn we het over een aantal zaken ook met elkaar eens. Ten eerste willen we dat het UWV beter en uniformer gaat werken. In het debat hebben wij gewezen op best practices binnen regiokantoren, zoals het medisch team rondom de verzekeringsarts bij het UWV Heerlen waardoor veel meer dossiers kunnen worden afgehandeld. Het mag niet meer zo zijn dat het uitmaakt of je ziek wordt in Leeuwarden, met vijftien maanden wachttijd, of in Amsterdam. Daarom heb ik de volgende motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er grote regionale verschillen bestaan in wachttijden, werkwijzen en uitkomsten van beoordelingen van het UWV, waardoor het voor mensen verschil maakt in welke regio zij ziek worden;

constaterende dat het UWV zelf aangeeft dat dit komt door onduidelijke werkstandaarden, beperkte sturingsinformatie en decentrale uitvoering;

overwegende dat de inzet van het kabinet en UWV op meer centrale sturing, uniformering en prioritering met urgentie moet worden uitgevoerd en gemonitord;

verzoekt de regering om bij de uitvoering van de verbeterplannen expliciet in te zetten op het terugdringen van regionale ongelijkheid, door landelijke uniforme werkprocessen en prioriteringskaders versneld in te voeren en periodiek aan de Kamer te rapporteren over regionale verschillen met betrekking tot de gemiddelde wachttijd en daarbij expliciet aan te geven welke interventies worden ingezet in regio's die achterblijven,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Ark.

Zij krijgt nr. 61 (32716).

Mevrouw Van Ark (CDA):

Voorzitter. Wij zijn het ook met elkaar eens dat we tot een duurzaam, houdbaar WIA-stelsel moeten komen. Dat vraagt om schaken op meerdere borden tegelijk, namelijk het beperken van de instroom, het verbeteren van de uitvoering door het UWV en het bevorderen van de uitstroom. De minister gaf aan op onderdelen bezig te zijn, maar om het nou het door ons gevraagde "masterplan" te noemen, ging hem een beetje te ver. Dat terwijl wij juist denken dat zo'n goed doordacht en integraal samenhangend plan nodig is. We zouden de minister daarom graag vragen om een toezegging om hier toch mee aan de slag te gaan.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. U heeft een interruptie van de heer Grinwis. Ik stel voor dat we één interruptie doen. Gaat uw gang, meneer Grinwis.

De heer Grinwis (ChristenUnie):

Ja, voorzitter. Met betrekking tot die laatste vraag denk ik dat mevrouw Van Ark zich dan wat minder kan vinden in de motie die ik net heb ingediend. Ik heb echter een andere vraag. Die gaat eigenlijk over de vrijheidsbijdrage. De Aof-premie is daarin opgenomen als het onderdeel dat bedrijven zouden moeten bijdragen. Het is een verzekeringspremie die bedoeld is voor arbeidsongeschiktheid, maar in dit geval is die bedoeld voor defensie. Is mevrouw Van Ark van het CDA bereid om dit te heroverwegen en te kijken of er niet gewoon een normale belasting in de plaats van die Aof-premie neergezet zou moeten worden als bijdrage van het bedrijfsleven, dus in plaats van zo'n werkgeverspremie die bedoeld is voor arbeidsongeschiktheid?

Mevrouw Van Ark (CDA):

Wij vragen ons net als de ChristenUnie af of de Aof op dit moment niet te complex is geworden en of het niet transparanter moet. We zien natuurlijk ook de discussie die hier in dit huis en online is ontstaan over de Aof-premie. Ik denk dat het voor heel veel mensen belangrijk is dat het inzichtelijk is. Nu lijkt het misschien alsof er een goudpot is. Dat is niet zo; er is geen goudpot. Dat betekent wel dat het belangrijk is om die complexiteit weg te nemen. Wij zijn er wel voor om daarover na te denken, maar dat gaat niet van de ene op de andere dag. We hebben nu dus niet voor niets voorgesteld om die vrijheidsbijdrage via de Aof te dekken. Daarvoor is ook niet zomaar een alternatief gevonden. Ik ga dat nu ook niet zomaar toezeggen, want dan moet je het ergens anders gaan dekken en het is een heel complex systeem. De vraag is ook of dat beter is. Wat mij betreft moeten we wel een keertje naar de Aof kijken.

De heer Jimmy Dijk (SP):

Mevrouw Van Ark vraagt om een masterplan van het kabinet. Ook na het afgelopen commissiedebat vraag ik me af waar uw masterplan is. Ik zie nu vooral bezuinigingen, maar geen masterplan voor het hervormen van de WIA. Ik vind dat daar de discussie over zou moeten gaan in plaats van over megabezuinigingen. Wat zijn uw ideeën daarover en wat moet er gebeuren?

Mevrouw Van Ark (CDA):

Ik denk dat we met z'n allen ook geconcludeerd hebben dat het heel complex is. Ik heb vorige keer in het debat aangegeven dat we naar drie dingen moeten kijken, niet zozeer alleen naar de instroom, maar ook naar het UWV zelf en naar de uitstroom. Voor het UWV zijn er natuurlijk al een aantal maatregelen genomen. Daar heeft de minister ook brieven over gestuurd. Daarbij willen wij graag de vinger aan de pols houden. Maar wij vinden ook dat we echt naar de instroom moeten kijken. Daar hebben we ook een motie van de heer Neijenhuis over gesteund. Op dit moment stromen ook heel veel vrouwen de WIA in, zoals u weet. Ik denk dat niemand in dit huis dat een gewenste situatie vindt. Wij willen daar ook graag meer duidelijkheid over en wij willen meer onderzoek naar hoe dat komt en hoe we echt gaan zorgen dat we de instroom beperken. Dit betekent ook gewoon dat je een soort integraal plan nodig hebt om zowel naar de instroom als naar het UWV als naar de uitstroom te kijken.

Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):

De uitstroom is belangrijk, hè. Dat betekent dat je mensen moet begeleiden. Nou is er 100 miljoen door dit kabinet bezuinigd op de middelen die daarvoor beschikbaar zijn. Is dat dan een goede keus geweest?

Mevrouw Van Ark (CDA):

Die 100 miljoen waar mevrouw Patijn het over heeft, hebben we gemarkeerd voor een leven lang leren. Ik denk dat het heel belangrijk is dat we daar meer geld aan gaan besteden, want dit betekent dat we kunnen zorgen dat mensen die nu misschien niet op de goede plek zitten, straks wel op de goede plek komen. Ik vind ook dat we echt gericht moeten kijken waar we die middelen gaan inzetten, om te zorgen dat dit uiteindelijk ook gaat helpen bij de instroombeperking voor de WIA. Het is dus wel een hele bewuste keuze waar je dat geld aan gaat besteden. In dit geval hebben we gekozen voor het leven lang ontwikkelen.

De voorzitter:

U was aan het einde van uw termijn?

Mevrouw Van Ark (CDA):

Ja.

De voorzitter:

Dan nodig ik de heer Mulder uit, die spreekt namens de PVV-fractie. Gaat uw gang.

De heer Edgar Mulder (PVV):

Voorzitter. In het debat bleek heel duidelijk dat er geen tekort is van 1 miljard. Er is een enorm overschot in het fonds. Het is zelfs zo erg dat de rente op het overschot bijna net zo veel is als het zogenaamde tekort van 1 miljard. Dus er is een overschot en de rente daarop is per jaar bijna net zo hoog als het zogenaamde tekort. Dit is echt ongelofelijk. Daarom de volgende motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat jaarlijks miljarden euro's meer aan premie-inkomsten worden gegenereerd dan aan uitgaven voor de WIA plaatsvinden;

constaterende dat er zelfs enorme overschotten zijn aan premie-inkomsten;

verzoekt de regering niet te bezuinigen op de arbeidsongeschiktheidsregelingen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Edgar Mulder.

Zij krijgt nr. 62 (32716).

De heer Edgar Mulder (PVV):

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Mevrouw Michon-Derkzen namens de VVD. Gaat uw gang.

Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):

Dank u wel, voorzitter. Het debat over werknemersverzekeringen spitst zich al snel toe op de WIA, omdat we in de WIA gewoon een heel groot probleem zien. Dat zien we ook in het jaarverslag, dat we vorige week kregen van de voorzitter van het UWV, die de noodklok luidt. Herbeoordelingen lopen op, mensen wachten te lang, veel te lang, op zekerheid: krijg ik nu wel of niet een uitkering, waar ben ik aan toe? Werkgevers staan daarmee in de wacht. Kortom, ik zou heel graag met elkaar een actieagenda maken op die herbeoordeling en op het functioneren van de WIA op dit systeem. Want het kent dus alleen maar verliezers. Ik hoorde dat ook in het debat al langskomen. We moeten daar met elkaar wat aan doen. Ook wij als Kamer hebben een taak, wil ik hier zeggen. Wij moeten helpen om knellende wetgeving snel weg te werken. We moeten kijken wat ook bijvoorbeeld de verzekeraars kunnen doen. We moeten het UWV ondersteunen. Ik ben het overigens ook eens met de oproep van mevrouw Van Ark om daar uniforme werkwijzen toe te passen. Kortom, maak een brede actieagenda waar we allemaal een rol in hebben. Daar komen we tot de zomer nog heel veel over te spreken. Met de volgende motie doe ik alvast één voorstel om nu op te pakken.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er een gigantische achterstand is bij het UWV in de taak van herbeoordeling ten behoeve van de WIA;

overwegende dat dit tot onduidelijkheid leidt voor de mensen die het betreft;

overwegende dat dit de werkgever onnodig belast met extra kosten;

overwegende dat in 2026 is gestart met een pps-proeftuin sociaal-medisch beoordelen;

van mening dat de herbeoordelingsaanvragen die goed gedocumenteerd en gemotiveerd zijn, prioriteit moeten krijgen, in lijn met het overeengekomen convenant herbeoordelingen;

verzoekt de regering waar mogelijk deze proeftuin maximaal uit te breiden en met werkgevers en verzekeraars afspraken te maken over het screeningsproces zoals het aanleveren van juiste stukken en zorgvuldige onderbouwing bij aanvragen van herbeoordelingen, zodat meer mensen de uitkering krijgen waar ze recht op hebben,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Michon-Derkzen, Van Ark en Neijenhuis.

Zij krijgt nr. 63 (32716).

De heer Grinwis (ChristenUnie):

Ik deel de zorgen van collega Michon over de toenemende instroom in de WIA, maar deelt zij ook mijn zorgen over het toenemende misbruik van een verzekeringspremie, namelijk de arbeidsongeschiktheidspremie? Ik stel deze vraag omdat ik meerdere malen met de VVD heb mogen onderhandelen. Dat was altijd leuk, hoor, maar keer op keer dat er uiteindelijk onvermijdelijk een bijdrage van werkgevers moest komen, was de winstbelasting, de vpb, een verboden woord en werd het uiteindelijk maar via de Aof lekker technisch en voor de mensen onzichtbaar verschmerzt. Zijn we niet aan het einde van dat Latijn gekomen?

Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):

Meneer Grinwis laat zien dat hij nog hele warme herinneringen heeft aan onderhandelen met de VVD. Dat vind ik goed om te horen. Ik heb in het debat gezegd: wat mij betreft hadden we de voor mijn fractie noodzakelijke investering in Defensie gedragen door de broekriem aan te halen. In de kern hou ik en houdt mijn partij er niet van om de rekening bij iemand anders neer te leggen als er extra uitgaven nodig zijn, en die zijn nu nodig voor Defensie. Je kunt dan nog kiezen waar en hoe: doe je dat bij mensen of bij bedrijven en hoe doe je dat dan? Er is inderdaad gekozen voor de Aof-premie. Dat staat overigens ook gewoon in de toelichting bij de tabel, dus dat wisten we eigenlijk op het moment dat we het regeerakkoord met z'n allen konden lezen. Dat had inderdaad ook anders gekund. Daar is nu niet voor gekozen. In algemene zin wil ik natuurlijk een minimale lastenverzwaring. Alles wat nodig is, zal ik altijd proberen te doen door zelf slimmer en efficiënter met overheidsgeld om te gaan.

Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):

Slimmer en efficiënter met overheidsgeld omgaan zullen we allemaal goedvinden. De vraag is dan: leg je dat nou opnieuw neer bij werkgevers? We zien dat de premie echt gigantisch veel gaat stijgen door de plannen. Was het niet logischer geweest om toch te kijken of je het wel bij bedrijven weg kan halen, maar specifiek niet bij mensen die actief bezig zijn om mensen aan het werk te houden?

De voorzitter:

Mevrouw Michon, graag een kort antwoord.

Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):

Ik hoop dat ik de vraag goed begrijp. De fractie van mevrouw Patijn en mijn fractie verschillen eigenlijk al van mening over de vraag of deze investering in Defensie nodig was. Dan zullen we ook van mening verschillen over de vraag hoe je extra kosten dekt. Daar kun je de verkiezingsprogramma's op naslaan. Daar hebben wij andere opvattingen over. Hier is nu voor gekozen. De minister heeft een brief toegezegd voor de zomer. Ik vind het heel goed om dat hele stelsel van premie-inkomsten en -uitgaven en die fondsen, waar dus heel veel vragen over waren, nog eens toe te lichten. Dan komen we daarover te spreken.

Dank u wel.

De voorzitter:

Ik dank u wel. Het woord is aan de heer Dijk namens de SP. Gaat uw gang.

De heer Jimmy Dijk (SP):

Dank u wel. We hebben het commissiedebat over werknemersverzekeringen gehad. Wat mij daarvan is bijgebleven, is vooral dat er een uitgebreide brief komt deze zomer over het Arbeidsongeschiktheidsfonds. Dat was het doekje tegen het bloeden voor ongeveer alles wat we in deze commissie behandeld hebben. Dat gaf een wat onvoldaan gevoel. Maar eigenlijk vond ik het nog problematischer dat naarmate we doorvroegen, bleek dat er helemaal geen plan is voor de WIA. Er zijn geen ideeën. Er komt ergens dit jaar pas een plan, maar er zijn wel forse bezuinigingen. Dus er is geen plan, maar er zijn wel forse bezuinigingen. Daar zijn mensen die arbeidsongeschikt zijn en in de WIA zitten of zich daarvoor aanmelden, de dupe van. De onzekerheid onder die mensen groeit, terwijl de onbetaalbaarheid van het leven van deze mensen ook toeneemt. Daarvoor heb ik twee moties.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de regering arbeidsongeschiktheidsregelingen wil korten;

constaterende dat de regering de middelen in het Arbeidsongeschiktheidsfonds wil inzetten voor de vrijheidsbijdrage;

verzoekt de regering de middelen van het Arbeidsongeschiktheidsfonds in te zetten om arbeidsongeschiktheidsregelingen te verbeteren en nergens anders voor in te zetten,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Jimmy Dijk.

Zij krijgt nr. 64 (32716).

De heer Jimmy Dijk (SP):

Tot slot, voorzitter. Er zijn heel veel mensen die in de WIA zitten die heel graag willen werken. Daarom de volgende motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat een groot deel van de mensen die in de WIA zitten graag wil werken;

overwegende dat er zowel bij de overheid als bij werkgevers onvoldoende passend werk wordt georganiseerd;

constaterende dat hierdoor veel mensen thuiszitten die graag zouden willen werken;

overwegende dat mensen die in de WIA zitten en willen werken ook moeten kunnen werken;

verzoekt de regering om voor de zomer van 2026 met een plan te komen voor meer passend werk bij de overheid en werkgevers voor mensen in de WIA, en daarbij in elk geval het invoeren van quota mee te nemen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Jimmy Dijk.

Zij krijgt nr. 65 (32716).

De heer Jimmy Dijk (SP):

Dat is namelijk een goede oplossing voor mensen die in de WIA zitten en wel graag willen werken, maar nu helaas thuiszitten.

De voorzitter:

Dank u wel voor uw inbreng. Hiermee zijn we gekomen aan het einde van de eerste termijn van de kant van de Kamer. Ik schors voor vijf minuten. Dan gaan we door met de beantwoording van de kant van het kabinet.

De vergadering wordt van 11.04 uur tot 11.09 uur geschorst.

De voorzitter:

Ik heropen het tweeminutendebat Werknemersverzekeringen. Het woord is aan de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Gaat uw gang.

Minister Vijlbrief:

Voorzitter, dank u wel. In het debat van 8 april heb ik twee brieven toegezegd. Een technische brief over de vraag van mevrouw Patijn over de effecten van het coalitieakkoord op de premies en de effecten van de premieverhoging op de lonen van werknemers komt voor de zomer. Daarnaast heb ik een veel uitgebreidere brief toegezegd waarin in feite wordt ingegaan op alle vragen rond het Aof en de fondsensystematiek, waar ook een aantal moties over gaan. Die brief heb ik toegezegd voor het najaar.

Mevrouw Van Ark vroeg of de minister bereid is tot het opstellen van een masterplan. Ik heb toen al gezegd dat ik niet zo van masterplannen houd, maar als ik deze moties uitvoer en mijn toezeggingen nakom, en mevrouw Van Ark dat een masterplan wil noemen, dan ben ik daar helemaal content mee.

Voorzitter. De eerste motie, de motie op stuk nr. 57 van de heer Grinwis en mevrouw Patijn, die de regering verzoekt om de juridische houdbaarheid en de maatschappelijke wenselijkheid van de huidige praktijk van de Aof-premie te analyseren, krijgt oordeel Kamer, want dat is ongeveer wat ik heb toegezegd. Ik zeg er wel bij dat ik het zinsdeel "waar nodig consequenties aan deze analyse te verbinden" wel heb gelezen, maar dat ik het aan het kabinet en daarna de Kamer voorbehoud om dat ook echt te doen. Met andere woorden: dat gaan we nog zien.

De motie-Grinwis/Ceder op stuk nr. 58 verzoekt de regering om bij een visie op het arbeidsongeschiktheidsstelsel de uitgangspunten van de OCTAS te betrekken. Oordeel Kamer.

De motie-Patijn op stuk nr. 59 over het van tafel halen van de bezuinigingen moet ik ontraden. Ik zou bijna zeggen: onder verwijzing naar vele debatten.

Hetzelfde geldt voor de motie-Patijn op stuk nr. 60 over het maximumdagloon.

Dat brengt mij bij de motie-Van Ark op stuk nr. 61 over de kwaliteit van de beoordelingen door het UWV en de regionale verschillen. Daar hebben we het inderdaad in het debat over gehad. Ik zou deze handschoen willen oppakken. Oordeel Kamer. Ik ga proberen dat te doen.

Dan de motie op stuk nr. 62 van de heer Mulder. Met het oog op het debat, maar even kortheidshalve: ontraden.

Dan ben ik bij de motie op stuk nr. 63 van mevrouw Michon, mevrouw Van Ark en de heer Neijenhuis over de achterstand bij de herbeoordelingen en de proeftuin. Gevraagd wordt om de proeftuin maximaal uit te breiden en afspraken te maken over het screeningsproces. Oordeel Kamer. Dat lijkt mij een goede bijdrage.

De motie op stuk nr. 64 van de heer Dijk vraagt de regering om de middelen van het Arbeidsongeschiktheidsfonds in te zetten voor het verbeteren van arbeidsongeschiktheidsregelingen. In de ogen van de regering is deze motie overbodig. Dat is namelijk precies wat in de wet staat. Die is dus overbodig.

De motie op stuk nr. 65 van de heer Dijk vond ik wat ingewikkelder. Ik vind dit een sympathieke motie. Voor de zomer stuurt de minister van Werk en Participatie een brief naar de Kamer over de verbreding van de banenafspraak. Daar zit ook een verbreding in voor mensen uit de WIA. Ik zit hier dus even te twijfelen: "ontijdig", omdat de brief komt of "overbodig" omdat er toch iets naar de Kamer gaat komen? Hoe dan ook, de motie is prematuur en moet ik op dit moment ontraden, maar we gaan dit wel doen.

Dat was het, voorzitter.

De voorzitter:

Ik zie dat dit toch nog leidt tot een interruptie van de heer Grinwis. Eén korte vraag, meneer Grinwis.

De heer Grinwis (ChristenUnie):

Ik heb een ophelderingsvraag aan de minister over de motie op stuk nr. 64 van collega Dijk. De minister zegt "overbodig", maar wat is dan de consequentie van het woord "overbodig", bijvoorbeeld voor het voornemen van de coalitie om als onderdeel van de vrijheidsbijdrage extra Aof-premie op te halen en in te zetten voor defensie? Als de minister daarmee min of meer zegt "dit is overbodig, want dit staat al in de wet en dit vinden we", dan zal hij toch met een alternatieve invulling moeten komen voor de vrijheidsbijdrage. Is hij dat niet met mij eens?

Minister Vijlbrief:

Nee, voorzitter. Nu gaan we debatten overdoen waar de heer Grinwis niet bij was. Dat ben ik niet van plan. Overigens komt er nog een heel uitgebreide brief over ditzelfde punt. Dat ben ik niet met hem eens. In de wet staat dat wat uit het fonds betaald moet worden, gaat om uitkeringen die gedaan moeten worden. Het kabinet denkt nog steeds dat wat wij nu doen, juridisch gezien kan. In het debat heb ik daar heel veel woorden over gesproken. Ik vind namelijk ook dat zo langzamerhand een analyse nodig is van het draagvlak et cetera, maar in juridische zin zie ik het probleem niet.

De heer Jimmy Dijk (SP):

Over de motie op stuk nr. 64 zou ik ook nog iets kunnen vragen, maar ik heb maar één vraag en die stel ik over de motie op stuk nr. 65. Het gaat mij specifiek om de quota. Ik wil graag van de minister horen dat dit kabinet ook bereid is om quota in te voeren als het gaat om de passende werkplekken bij overheid of werkgevers. Daar is de motie op gestoeld en in die context moet zij gelezen worden, want zo heb ik het ingebracht, in het commissiedebat en nu net weer.

Minister Vijlbrief:

Dan moet ik 'm ontraden. Het kabinet is dat namelijk niet van plan, althans niet even snel in dit tweeminutendebat. Er komt een brief van de minister van Werk en Participatie. Daar komt dit in terug.

De voorzitter:

Dank u wel. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van dit tweeminutendebat. Ik schors kort. Daarna gaat de Kamer door met het debat over de maatregelen van het kabinet inzake de hoge energie- en brandstofprijzen. Ik dank de minister en de leden. Ik schors.

De beraadslaging wordt gesloten.

De vergadering wordt van 11.14 uur tot 11.20 uur geschorst.

Naar boven