9 Wet planmatige aanpak onderwijshuisvesting

Wet planmatige aanpak onderwijshuisvesting

Aan de orde is de voortzetting van de behandeling van:

  • -het wetsvoorstel Wijziging van diverse onderwijswetten voor een meer planmatige en doelmatige aanpak van de onderwijshuisvesting in het primair en het voortgezet onderwijs (Wet planmatige aanpak onderwijshuisvesting) (36692).

De voorzitter:

Ik heropen de vergadering.

De algemene beraadslaging wordt hervat.

De voorzitter:

Ik geef het woord aan de heer Kisteman voor zijn tweede termijn, namens de VVD.

De heer Kisteman (VVD):

Voorzitter. Ik zal het heel kort houden omwille van de tijd. Ik wil de staatssecretaris bedanken voor de beantwoording.

Middelen die bedoeld zijn voor het onderwijs, voor de kinderen, voor de leraren, moeten niet besteed worden aan onderwijshuisvesting. Daar maken wij ons zorgen over, maar daar komt de staatssecretaris in de tweede termijn op terug. Wij zijn heel benieuwd hoe zij hiervoor gaat zorgen en willen graag dat hierover duidelijkheid ontstaat.

Daar wil ik het bij laten.

De voorzitter:

Dank u wel. Het woord is aan de heer Claassen van de Groep Markuszower.

De heer Claassen (Groep Markuszower):

Voorzitter. Ik heb drie moties, maar ik hou het zo kort mogelijk.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt de regering bij de uitvoering, financiering en monitoring van deze wet te zorgen dat minder rijksmiddelen en gemeentelijke middelen worden ingezet voor (bovenwettelijke) klimaat- en duurzaamheidsdoelen in onderwijshuisvesting en deze middelen in plaats daarvan te heralloceren naar professionalisering en opleiding van leraren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Claassen.

Zij krijgt nr. 13 (36692).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt de regering te bevorderen dat publieke kennis- en onderwijsinstellingen structureel aandacht geven aan Nederlandse voorbeeldfiguren op het gebied van wetenschap, innovatie en ondernemerschap via zichtbare presentaties in gebouwen en onderwijsprogramma's, dat nationale iconografie een zichtbare plaats krijgt binnen publieke instellingen en dat excellente Nederlandse prestaties structureel zichtbaarder worden gemaakt in het publieke domein, en de Kamer hierover binnen een jaar te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Claassen.

Zij krijgt nr. 14 (36692).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt de regering te bewerkstelligen dat iedere hogeschool en/of universiteit de Nederlandse vlag hijst op en/of bij hun gebouwen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Claassen.

Zij krijgt nr. 15 (36692).

Dank u wel, meneer Claassen. Het woord is aan de heer Ergin van DENK.

De heer Ergin (DENK):

Voorzitter, dank je wel. Ik dank de staatssecretaris voor haar antwoorden en voor het goede debat dat we vandaag hebben gevoerd. Ik denk dat we vandaag goed hebben beetgepakt waar het nou misgaat in het onderwijshuisvestingsbeleid. Om dat te verbeteren heb ik al vier amendementen ingediend. Ik wil daar nog drie moties aan toevoegen.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er momenteel geen volledig en eenduidig beeld bestaat van de kwaliteit van schoolgebouwen in Nederland;

constaterende dat het wetsvoorstel inzet op een meer planmatige aanpak via het IHP, het integraal huisvestingsplan, maar dat inzicht in de huidige kwaliteit van schoolgebouwen ontbreekt;

verzoekt de regering om voorafgaand aan de inwerkingtreding van de wet een nulmeting uit te voeren van de kwaliteit van schoolgebouwen, inclusief aspecten als bouwkundige staat, binnenklimaat en energieprestatie,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Ergin.

Zij krijgt nr. 16 (36692).

De heer Ergin (DENK):

Dan de tweede motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er momenteel geen eenduidige en landelijke systematiek bestaat om de kwaliteit van schoolgebouwen inzichtelijk te maken;

overwegende dat het ontbreken van uniforme indicatoren en meetmethoden, terwijl het ibo Onderwijshuisvesting juist het belang van systematische monitoring benadrukt, gerichte verbetering bemoeilijkt;

verzoekt de regering om:

  • -bij de ontwikkeling van de landelijke monitor onderwijshuisvesting te werken met uniforme en meetbare indicatoren, waaronder in ieder geval het binnenklimaat, de energieprestatie en de onderhoudsstaat van schoolgebouwen;

  • -deze indicatoren te baseren op eenduidige, landelijk vastgestelde normen en meetmethoden;

  • -in de monitor expliciet inzicht te geven in de voortgang van renovatie en nieuwbouw en de ontwikkeling van de kwaliteit van de gebouwenvoorraad,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Ergin.

Zij krijgt nr. 17 (36692).

De heer Ergin (DENK):

Dan de laatste motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat gemeenten verantwoordelijk zijn voor de onderwijshuisvesting en hiervoor middelen ontvangen via het gemeentefonds;

constaterende dat deze middelen niet geoormerkt zijn, waardoor gemeenten beleidsvrijheid hebben in de besteding;

overwegende dat hierdoor onduidelijk is in hoeverre beschikbare middelen daadwerkelijk worden ingezet voor de verbetering van schoolgebouwen, waardoor ongelijkheid tussen gemeenten kan ontstaan;

verzoekt de regering om inzichtelijk te maken:

  • -welke middelen gemeenten ontvangen voor onderwijshuisvesting via het gemeentefonds;

  • -in hoeverre deze middelen daadwerkelijk worden besteed aan onderwijshuisvesting;

  • -welke verschillen er bestaan tussen gemeenten in investeringen en kwaliteit van schoolgebouwen;

verzoekt de regering voorts om dit inzicht voor de volgende begroting van het gemeentefonds aan de Kamer te doen toekomen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Ergin.

Zij krijgt nr. 18 (36692).

De heer Ergin (DENK):

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Ergin. Dan is het woord aan mevrouw Moorman van GroenLinks-PvdA.

Mevrouw Moorman (GroenLinks-PvdA):

Voorzitter. Ook ik dank de staatssecretaris voor de antwoorden op de vragen.

Toch ben ik teleurgesteld. Ik ben niet teleurgesteld in de staatssecretaris, want zij kan er ook niet zo veel aan doen. Het is een wet uit de vorige kabinetsperiode. Het is gewoon een wet die heel erg weinig gaat verbeteren. Mijn zorg is echt dat we nu denken: o, we hebben weer een nieuwe wet en dan laten we het hier even bij. Maar de staat van onze onderwijshuisvesting verdient echt aandacht. Daarom zal ik zeer zorgvuldig kijken naar het evaluatieamendement van de heer Ergin. Ik denk echt dat we op korte termijn moeten evalueren en verdere stappen moeten zetten.

Voorzitter. Ondanks de appreciatie breng ik het amendement over een goed binnenklimaat in stemming. Dat is namelijk nu niet goed geregeld. Ik kan me voorstellen dat die zorgplicht veel gedoe is, maar het is wel heel erg noodzakelijk dat we zorg dragen voor het binnenklimaat in scholen.

Ik heb vier moties, voorzitter.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat leerlingen met een beperking nog steeds veel obstakels tegenkomen in het onderwijs, waaronder de toegankelijkheid van schoolgebouwen;

overwegende dat het wenselijk is dat leerlingen met en zonder handicap zo veel mogelijk samen naar school gaan in de eigen buurt;

van mening dat het schoolgebouw nooit de reden mag zijn dat een leerling niet naar school kan;

constaterende dat Nederland zich in 2016 heeft gecommitteerd aan het VN-verdrag Handicap, waarin staat dat mensen met een beperking volwaardig mee moeten kunnen doen aan de samenleving, wat dus ook toegang van schoolgebouwen betreft;

verzoekt de regering dat wettelijk wordt geregeld dat renovatie- en nieuwbouwprojecten voldoen aan Europese normen voor toegankelijkheid en dat bij tussentijds onderhoud toegankelijkheid altijd moet worden meegenomen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Moorman en Westerveld.

Zij krijgt nr. 19 (36692).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat alle nieuwe publieke gebouwen vanaf 2028 emissieloos moeten zijn en de bestaande voorraad publieke gebouwen in 2050 aan deze norm moet voldoen;

overwegende dat een groot deel van de onderwijsgebouwen over verouderde en energie-onzuinige labels beschikt of zelfs helemaal geen geregistreerd label heeft;

overwegende dat er tussen scholen grote verschillen bestaan rondom verduurzaming, wat leidt tot grote verschillen in luchtkwaliteit en de hoogte van energierekeningen;

overwegende dat een verplicht energielabel scholen de noodzakelijke transparantie biedt over de staat van het schoolgebouw, en schoolbesturen en gemeenten stimuleert om te verduurzamen, wat leidt tot een gezond leer- en werkklimaat en het behalen van klimaatdoelen;

verzoekt de regering om wettelijke maatregelen voor te bereiden waarmee alle scholen in het primair en voortgezet onderwijs uiterlijk vanaf 2030 verplicht over een geldig energielabel moeten beschikken,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Moorman.

Zij krijgt nr. 20 (36692).

Mevrouw Moorman (GroenLinks-PvdA):

Voorzitter. Dan heb ik een motie over het omgaan met vierkante meters.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de strikte omgang met de vierkante meters in het onderwijs door schaarste in geld en ruimte ervoor kan zorgen dat de belangrijkste functies voor goed en inclusief onderwijs, die echter niet vallen onder de strikte definitie van onderwijs, zoals ruimte voor zorg, brede talentontwikkeling en maatschappelijke ondersteuning, kunnen worden weggedrukt;

verzoekt de regering om te stimuleren dat er in de integrale huisvestingsplannen ruimte kan worden gegeven aan functies die scholen beter en inclusiever maken, zoals bibliotheken, ruimte voor maatschappelijke partners voor familieschoolconcepten, extra ruimte voor inclusief onderwijs en brede talentontwikkeling en opvang,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Moorman en Boomsma.

Zij krijgt nr. 21 (36692).

Mevrouw Moorman (GroenLinks-PvdA):

Tot slot heb ik een motie over toiletten in schoolgebouwen, ook namens mevrouw Van Brenk en de heer Boomsma.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Wet planmatige aanpak onderwijshuisvesting tot doel heeft om schoolgebouwen toekomstbestendig, veilig en gezond te maken;

constaterende dat uit onderzoek van het MDL Fonds blijkt dat bijna de helft van de leerlingen niet of weinig naar het toilet gaat vanwege gebrekkige hygiëne en onvoldoende privacy, wat leidt tot gezondheidsklachten zoals buikpijn en verstopping;

overwegende dat er op dit moment geen landelijk beeld is van de staat van en toezicht op schooltoiletten en dat de verantwoordelijkheden voor de toiletten tussen scholen, schoolbesturen en gemeenten verdeeld zijn;

verzoekt de regering een onderzoek uit te voeren naar de staat van schooltoiletten, waarbij er onder andere wordt gekeken naar hygiëne en onderhoud, privacy en afsluitbaarheid, sociale veiligheid en de verdeling van verantwoordelijkheden tussen betrokken partijen, en de Kamer hierover voor de begrotingsbehandeling van 2027 te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Moorman, Van Brenk en Boomsma.

Zij krijgt nr. 22 (36692).

Mevrouw Moorman (GroenLinks-PvdA):

Dank voor de coulance, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u wel. Kunt u voor de Handelingen bevestigen dat de motie op stuk nr. 19 mede is ingediend door mevrouw Westerveld? Dat stond namelijk wel op de motie, maar dat had u niet gezegd.

Mevrouw Moorman (GroenLinks-PvdA):

Ja.

De voorzitter:

Dat is dan bij dezen bevestigd. Het woord is aan mevrouw Rooderkerk voor haar inbreng namens D66.

Mevrouw Rooderkerk (D66):

Dank, voorzitter. Dank aan allen voor dit debat en aan de staatssecretaris voor de beantwoording.

Ik denk dat het goed is dat we zowel dieper op de wet zijn ingegaan als hebben nagedacht over wat er nog meer nodig is om te zorgen voor goede en gezonde schoolgebouwen en betere leerplekken voor kinderen en leraren. Ik ben blij met de toezeggingen die er zijn gedaan door de staatssecretaris ten aanzien van het aan de slag gaan met de publiek-private samenwerkingen, een landelijke aanpak naar voorbeeld van Vlaanderen. Ook noem ik het doorgaan met de standaardisatie en het ontwerpen van een bouwcatalogus, zodat we ook voor snelheid zorgen. Daarnaast noem ik het stimuleren van de schoolbibliotheken. Daarop verwachten we nog nader onderzoek. Ik denk ook dat het goed is dat we deze wet spoedig evalueren, zodat we mogelijk nieuwe stappen kunnen zetten. Ik zie een amendement op dat punt ook positief tegemoet.

Daarnaast had ik nog een vraag gesteld aan de staatssecretaris. Kan zij wat meer inzicht geven dan tot nu toe in de beantwoording in de budgetten die er naar schoolgebouwen gaan? We hebben ons nu namelijk gebaseerd op cijfers uit 2019, uit het ibo dat toen is gedaan. Ik hoop dat het mogelijk is om ook een actuele stand te krijgen van 2025, een indicatie van wat gemeenten en scholen aan onderwijshuisvesting hebben uitgegeven, evenals een overzicht van overige rijksmiddelen die daarvoor beschikbaar zijn. De staatssecretaris noemde al de DUMAVA-gelden van 240 miljoen, waar scholen dus gelukkig goed gebruik van maken. Wellicht zijn er nog andere middelen. Ik wil gewoon dat overzicht goed hebben.

Tot slot heb ik nog een motie ten aanzien van meer overzicht over verduurzaming en het gezonde binnenklimaat. Dit is om te stimuleren dat gemeenten en scholen daar echt gebruik van maken.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat schoolgebouwen een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan het behalen van klimaatdoelen;

overwegende dat duurzame schoolgebouwen, bijvoorbeeld door goede isolatie en het gebruik van zonnepanelen, niet alleen bijdragen aan het klimaat, maar ook leiden tot lagere energiekosten;

overwegende dat lagere energiekosten meer financiële ruimte creëren voor de kwaliteit van het onderwijs en de ontwikkeling van leerlingen;

overwegende dat een gezond binnenklimaat van groot belang is voor het welzijn, de concentratie en de leerprestaties van leerlingen en leraren;

overwegende dat voor gemeenten en schoolbesturen het overzicht van bestaande subsidies voor verduurzaming en een gezond binnenklimaat niet overzichtelijk is;

verzoekt de regering te onderzoeken welke (aanvullende) mogelijkheden en regelingen er zijn om de verduurzaming en de verbetering van het binnenklimaat van nieuwbouw en bestaande schoolgebouwen te stimuleren, en deze mogelijkheden en bestaande regelingen actief en breed bekend te maken bij gemeenten en schoolbesturen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Rooderkerk.

Zij krijgt nr. 23 (36692).

Mevrouw Rooderkerk (D66):

Dank u, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u wel. Het woord is aan de heer Boomsma namens JA21.

De heer Boomsma (JA21):

Dank, voorzitter. Dank aan de staatssecretaris voor de beantwoording.

Ik had een aantal vragen en zorgen over deze wet. Gaat dit niet leiden tot te veel administratieve lasten? Ik wil in ieder geval aan de staatssecretaris vragen om, als er nadere zaken worden uitgewerkt, zoals ministeriële regelingen over gegevensverzameling en dergelijke, ervoor te zorgen dat die echt zo beperkt mogelijk blijven. Daar willen we graag een toezegging op, want het wordt al snel te veel.

Ik wil me wel aansluiten bij het verzoek van mevrouw Rooderkerk om duidelijker inzicht te krijgen in die verschillende vormen van financiering. Ik heb het idee dat die DUMAVA-regeling juist nog niet goed genoeg wordt gebruik en dat daar juist kansen liggen. Van wat ik begrijp uit de evaluatie, lopen scholen en met name kleinere schoolbesturen tegen drempels aan. Daarom heb ik ook de volgende motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat verduurzaming van schoolgebouwen leidt tot lagere energiekosten, een beter binnenklimaat en doelmatigere inzet van publieke middelen, en zeker gezien de stijgende energiekosten hogere prioriteit verdient;

overwegende dat uit de evaluaties van de tranches van de DUMAVA-regeling blijkt dat (kleine) scholen vaak tegen knelpunten aanlopen, waaronder bureaucratische rompslomp, hoge kosten, advieskosten en voorbereidingstijd;

verzoekt de regering te bevorderen dat middelen uit het Klimaatfonds, zoals de DUMAVA-regeling, sneller, eenvoudiger en laagdrempeliger beschikbaar worden gesteld voor de verduurzaming van schoolgebouwen en daarbij in ieder geval de aanvraagprocedure voor scholen te vereenvoudigen door bestaande belemmeringen voor scholen zo veel mogelijk weg te nemen, en de Kamer hierover voor de begrotingsbehandeling van OCW te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Boomsma en Moorman.

Zij krijgt nr. 24 (36692).

Dank u wel, meneer Boomsma. Tot slot is het woord aan mevrouw Raijer namens de PVV.

Mevrouw Raijer (PVV):

Dank u wel, voorzitter. Wij blijven van mening dat als het geld nog steeds naar het gemeentefonds gaat, dat het probleem niet oplost. Sterker nog, het zal erger worden. Vandaar de volgende motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat ruim een kwart van de schoolgebouwen toe is aan renovatie of nieuwbouw en dat volgens de PO-Raad circa 50% van de schoolgebouwen verouderd is;

overwegende dat de middelen voor de onderwijshuisvesting niet geoormerkt zijn en daardoor niet altijd bij de schoolgebouwen terechtkomen;

verzoekt de regering om de middelen voor onderwijshuisvesting voortaan geoormerkt beschikbaar te stellen, zodat deze daadwerkelijk worden ingezet voor de verbetering en vernieuwing van schoolgebouwen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Raijer.

Zij krijgt nr. 25 (36692).

Dank u wel. Ik schors tot 15.00 uur voor de beantwoording van de vragen en de appreciatie van de ingediende moties.

De vergadering wordt van 14.50 uur tot 14.57 uur geschorst.

De voorzitter:

Ik heropen.

Staatssecretaris Tielen:

Ik zie dat het volgende debat om ongeveer 15.00 uur is gepland, dus ik denk dat u uw Kamerleden en mij zo meteen een compliment mag geven. Ik denk namelijk dat ik redelijk rap door de appreciaties heen zal gaan.

De voorzitter:

O, wat fijn, wat fijn. Gaat uw gang.

Staatssecretaris Tielen:

Dank aan uw Kamer voor het goede debat. Ik denk dat we over heel veel inhoudelijke techniek hebben gesproken, maar ook over het algemene belang van schoolgebouwen voor leerprestaties en voor een veilige onderwijsomgeving. De toezegging om met uw Kamer en alle gemeenteraden die dat ook interessant vinden onderwijshuisvesting weer een sexy onderwerp te maken, is gedaan.

Ik had nog een paar vragen openstaan in de eerste termijn waarvan ik heb gezegd dat ik ze in de tweede termijn zou beantwoorden, dus bij dezen. Dat waren er twee, waaronder de vraag van meneer Kisteman van de VVD. Hij vroeg: hoe weten we nou zeker dat geld wel wordt besteed aan onderwijs en niet aan onderwijshuisvesting als dat niet kan? Ik zei al dat het over overschotten gaat. Het mooie is: wij hebben daar een toezichthoudende instantie voor, de Inspectie van het Onderwijs, die nog wat dieper kijkt in de — ik zeg het maar even huiselijk — boekhouding van onderwijs. De inspectie kijkt dus ook of de bestedingen van scholen daadwerkelijk naar het goede gaan. Via de Inspectie van het Onderwijs, die daarop toezicht houdt, hebben wij grip op het doel en kunnen wij de zorgen hopelijk in ieder geval tijdig signaleren als die er zijn, want dan geeft de inspectie dat aan.

Mevrouw Rooderkerk vroeg naar de voortgang van de Groeifondsprojecten in relatie tot standaardisatie van de bouw van onderwijshuisvesting. De aanpak onderwijshuisvesting bestaat uit drie delen: het Programma Onderwijshuisvesting, het Innovatieprogramma Onderwijshuisvesting en "de basis op orde", oftewel dit wetsvoorstel. Naar het innovatieprogramma gaat bijna een half miljard euro. Mevrouw Rooderkerk vroeg: onderzoeken jullie dat dan? Nou, eigenlijk doen we dat best wel modern. Er worden gewoon een aantal dingen gemaakt en direct getest. Dan moet je denken aan het gebundeld aanbesteden, waar we het al over hadden, of aan een standaardprogramma van eisen, zodat het veel makkelijker is snel te komen tot een programma van eisen. Op die manier willen we standaardiseren en een hoop extra werk vereenvoudigen. In de volgende reguliere jaarlijkse huisvestingsbrief, die in het derde kwartaal naar u wordt gestuurd, zal ik daar nog wat meer woorden aan wijden.

Meneer Boomsma heeft een vraag gesteld over de administratieve lasten. Wij hebben het vandaag een paar keer gehad over de proportionaliteit van aan de ene kant heel veel opschrijven en aan de andere kant de vraag of het ook een doel dient. Hij vroeg eigenlijk aan mij om zo beperkt mogelijk extra administratieve lasten op te leggen. Dat kan ik natuurlijk toezeggen. Ik wil graag toezeggen om toe te zien op een zo slank mogelijke administratie, maar wel altijd doelmatig.

Voorzitter, de moties. De motie op stuk nr. 13 van meneer Claassen over klimaat- en duurzaamheidsdoelen ontraad ik met verwijzing naar het debat en de wet zelf. Ik denk dat we ook daarmee weer de administratieve lasten zouden vergroten, maar dat is niet mijn belangrijkste reden om die motie te ontraden.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 13: ontraden.

Staatssecretaris Tielen:

De motie op stuk nr. 14: ook ontraden. Ik vind het sympathiek wat de heer Claassen wil, maar ik denk niet dat het aan de regering is om daar zo'n rol in te nemen. Daarom ontraad ik die motie.

Hetzelfde geldt voor de motie op stuk nr. 15 over de vlag, met verwijzing naar het debat.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 16.

Staatssecretaris Tielen:

De motie op stuk nr. 16 van de heer Ergin over een nulmeting. Er is recent een nulmeting uitgevoerd op bestaande onderzoeken. Die geeft een algemeen inzicht in de kwaliteit van onderwijshuisvesting. Daaruit krijgen we een best goed beeld. Als de heer Ergin ermee akkoord is om dat algemene inzicht op die kwaliteit in beeld te brengen met behulp van de nulmeting van het onderzoeksbureau SEO, dan kan die motie oordeel Kamer krijgen.

De voorzitter:

Ik kijk of dat kan. Ja, meneer Ergin knikt. Daarmee krijgt de motie op stuk nr. 16 met die interpretatie oordeel Kamer.

Staatssecretaris Tielen:

De motie op stuk nr. 17 gaat over de ontwikkeling van een landelijke monitor. Ik herken heel goed wat meneer Ergin daarmee zou willen. We zijn bezig om de impact van het Programma Onderwijshuisvesting te kunnen beoordelen, ook met een monitor. Daar hebben we een aantal uniforme indicatoren en gestandaardiseerde meetmethoden voor in ontwikkeling. Daarmee kunnen we de kwaliteit van de gebouwenvoorraad en de voortgang daarop inzichtelijk maken. Die motie krijgt dus oordeel Kamer.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 17: oordeel Kamer.

Staatssecretaris Tielen:

De motie op stuk nr. 18 ontraad ik met verwijzing naar het debat. Het lijkt me wel leuk om met meneer Ergin gewoon nog eens even te mijmeren over de lokale politiek, maar dat terzijde.

De voorzitter:

Wij ontvangen daar graag een verslag van.

Staatssecretaris Tielen:

De motie op stuk nr. 19 van de leden Moorman en Westerveld over de nieuwbouwprojecten en toegankelijkheid. In 2022 is een dergelijke motie al ingediend. Die is afgedaan in 2025. Het is niet haalbaar om die extra eisen aan de bouwregelgeving toe te voegen, omdat het hogere eisen zijn en ze tot extra kosten leiden. Daar is op dit moment geen dekking voor. Er zijn ten aanzien van onderhoud geen eisen met betrekking tot toegankelijkheid. Doorlopende eisen zijn ook niet zo heel erg wenselijk, omdat dit een uitzondering zou creëren voor schoolgebouwen ten opzichte van andere gebouwen. Dat lijkt ons niet opportuun. Die motie ontraad ik dus.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 19: ontraden.

Staatssecretaris Tielen:

De motie op stuk nr. 20 ...

De voorzitter:

Ik stel voor om interrupties helemaal aan het einde van de beantwoording van de staatssecretaris te doen. U vervolgt.

Staatssecretaris Tielen:

De motie op stuk nr. 20 over wettelijke maatregelen voor het energielabel. Daar hebben we in het debat ook al bij stilgestaan, waarbij ik ook verwees naar de Energy Performance of Buildings Directive, een Europese richtlijn over duurzaamheidsmaatregelen. We zijn nu bezig om die uit te werken voor maatschappelijk vastgoed in Nederland, waaronder ook scholen. Ik zou die motie dus eigenlijk "ontijdig" willen geven. De vraag is of mevrouw Moorman die motie kan aanhouden, omdat we nu bezig zijn — ik niet, maar andere leden van het kabinet wel — om die Energy Performance of Buildings Directive uit te werken; dan kunnen we dat daarin meenemen.

De voorzitter:

Is mevrouw Moorman daartoe bereid? Ja?

Op verzoek van mevrouw Moorman stel ik voor haar motie (36692, nr. 20) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:

Dan de motie op stuk nr. 21.

Staatssecretaris Tielen:

De motie op stuk nr. 21 van de leden Moorman en Boomsma over het stimuleren van bibliotheken en dergelijke. Ik vind die motie eigenlijk overbodig en zou 'm willen overnemen. Van bibliotheken ben ik sowieso fan en die zitten ook in mijn portefeuille, dus dat is niet zo moeilijk. Maar ik kan me ook die andere aspecten voorstellen en wil die motie eigenlijk overnemen.

De voorzitter:

Ik kijk of er bezwaar is in de Kamer tegen het overnemen van de motie op stuk nr. 21. Dat is niet het geval.

De motie-Moorman/Boomsma (36692, nr. 21) is overgenomen.

Staatssecretaris Tielen:

De motie op stuk nr. 22 over toiletten. Voorzitter, daar sta ik ietsje langer bij stil, want het is vandaag 1 april. Het leuke is dat het jeugdjournaal elk jaar een hele goede 1 aprilgrap heeft. Ik ben benieuwd wat het dit jaar wordt. Tenminste, over het algemeen creëert die aardig wat reuring. Maar liefst drie keer in het verleden, in de afgelopen 25 jaar, heeft het jeugdjournaal dat over toiletten gedaan. Het probleem dat hier op tafel werd gelegd en dat ook door de Maag Lever Darm Stichting is aangehaald, is heel herkenbaar voor heel veel scholen en leerlingen. In 2002 was de grap dat het jeugdjournaal opende met het bericht dat er camera's zouden worden geplaatst op toiletten in scholen om te voorkomen dat ze kapot en vies werden gemaakt. In 2011 ging het over een wereldrecordpoging en in 2014 ging het erover dat elke klas één wc kreeg. Kortom, het onderwerp leeft, dus ik snap deze motie heel erg goed. Ik voel er ook heel veel bij; dat begrijpt u al. De vraag is om een onderzoek uit te voeren. Ik denk niet dat ik een heel Excelsheetje ga maken, maar volgens mij is het goed om samen met het MDL Fonds en de scholen een beetje in beeld te krijgen hoe erg het nou is. Ik ga geen onderzoek doen, maar ik wil wel in gesprek om een soort van inventarisatie te doen.

De voorzitter:

Wat betekent dat voor de appreciatie?

Staatssecretaris Tielen:

Dan wordt het oordeel Kamer, met deze lezing.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 22: oordeel Kamer. Dan de motie op stuk nr. 23. Interrupties doen we op het eind.

Staatssecretaris Tielen:

De motie op stuk nr. 23 van mevrouw Rooderkerk. In het debat hebben we er al even bij stilgestaan. Ik heb gezegd dat het Kenniscentrum Ruimte-OK er is voor schoolbesturen en ruimten om ondersteuning te krijgen bij de verduurzamingsopgave. Maar inderdaad, zoals door enkele leden is genoemd: misschien weet niet iedereen die route te vinden. Datzelfde geldt misschien wel voor de subsidie DUMAVA. Ook daar zou ik niet een heel onderzoek naar willen doen, maar wel wil ik in gesprek met gemeenten en schoolbesturen inventariseren welke belemmeringen er zijn en wat er nodig is om beter de wegen en de route te vinden. In het najaar kan ik daar in de brief waar ik eerder naar verwees wat nader op ingaan, zodat ik ook met uw Kamer in overleg kan over wat er eventueel extra nodig is.

De voorzitter:

Kan met die interpretatie worden geleefd? Dat is het geval.

Staatssecretaris Tielen:

Oordeel Kamer.

De voorzitter:

Daarmee krijgt de motie oordeel Kamer. Dan de motie op stuk nr. 24.

Staatssecretaris Tielen:

De motie op stuk nr. 24 van meneer Boomsma, ook over de DUMAVA-regeling. De evaluatie van die regeling over de periode 2022 tot 2025 is eind februari gepubliceerd. Die evaluatie zegt dat de schoolbesturen de weg goed weten te vinden. Maar goed, in het verlengde van wat ik net deelde in de reactie op de motie van mevrouw Rooderkerk, ben ik zeker wel bereid om een aantal aandachtspunten die de heer Boomsma benoemt over de aanvraagprocedure mee te nemen. Overigens ligt de verantwoordelijkheid voor die regeling bij het ministerie van BZK, maar dat ontslaat ons niet van de verantwoordelijkheid om de linkjes bij elkaar te leggen. Dit betekent dat ik deze motie oordeel Kamer geef.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 24: oordeel Kamer. Tot slot.

Staatssecretaris Tielen:

Onder verwijzing naar het debat ontraad ik de motie van mevrouw Raijer op stuk nr. 25.

De voorzitter:

Dank u wel. Er was nog een aantal vervolgvragen. Ik stel maximaal twee vervolgvragen voor.

Mevrouw Rooderkerk (D66):

Ik heb ook gevraagd om een mogelijke toezegging over het in beeld brengen van de middelen van gemeenten en scholen en ook de rijkspotjes die naar schoolgebouwen gaan, en om die te actualiseren naar 2025. Onze laatste overzichten zijn namelijk uit 2019.

Staatssecretaris Tielen:

Ja, ik zal even kijken wat daar redelijk pragmatisch bij elkaar te halen is, want er zijn natuurlijk diverse bronnen. Maar als het goed is dat ik dit in de najaarsbrief meeneem, dan kan ik dat toezeggen.

De heer Claassen (Groep Markuszower):

Ik sla niet gauw aan op moties van anderen, maar als het verzoek in de motie op stuk nr. 22 is om onderzoek uit te voeren en dit helemaal wordt omgebogen naar "ik ga geen onderzoek doen", zou de minister 'm eigenlijk moeten ontraden. Nu krijgt de motie echter oordeel Kamer, terwijl het dictum totaal overboord wordt gegooid. Ten tweede. Bij heel veel moties wordt gezegd "daar gaan we niet over als overheid", en nu gaan we ons bemoeien met dit onderwerp. Ik vind dat echt heel raar. We hebben inspectie, we hebben ouderraden, we hebben de gemeentes die toezicht houden en nu gaat de minister een onderzoek uitvoeren. Ik vind het echt heel apart dat hier oordeel Kamer op wordt gegeven.

De voorzitter:

Dit gaat om de staatssecretaris.

Staatssecretaris Tielen:

De staatssecretaris had al expliciet gemaakt dat het geen onderzoek werd en dat stuitte meneer Claassen tegen de borst. Dat heb ik zelf ook weleens gehad als Kamerlid. Dat snap ik best wel. Maar daarom maken we expliciet dát — als ik de motie zo mag lezen. Volgens mij hebben we dezelfde mening daarover. Maar met deze interpretatie geef ik de motie oordeel Kamer.

De voorzitter:

Tot slot.

De heer Claassen (Groep Markuszower):

Ja, tot slot, voorzitter. Ik heb vorige week, na heel veel overleg met het ministerie, een dictum omgebogen omdat het niet zo klonk als de minister wilde. Mijn voorstel zou dus zijn: maak het dictum nu zo. Ik denk namelijk dat het superbelangrijk is dat een dictum klopt met waar we over gaan stemmen. Mijn verzoek aan de indiener, mevrouw Moorman, is dus: schrijf het herziene dictum op en stuur de motie opnieuw in. Dan kunnen we er gewoon netjes naar kijken.

De voorzitter:

Het laatste woord is uiteindelijk altijd aan de Kamer. Mevrouw Moorman, wenst u hier nog op te reageren?

Mevrouw Moorman (GroenLinks-PvdA):

Het is een beetje verwarrend, want ineens ging meneer Claassen mij ook vragen stellen.

De voorzitter:

U weet elkaar in de wandelgangen vast te vinden.

Mevrouw Moorman (GroenLinks-PvdA):

Precies. Heel veel dank voor de appreciaties van de staatssecretaris. Wat fijn dat de toiletten eens geen 1 aprilgrap zijn, maar dat we die echt serieus gaan nemen. Dat is hoogst noodzakelijk.

Ik heb nog een vraag over de motie op stuk nr. 19. Ik herken natuurlijk dat het steeds niet gebeurt omdat er geen geld is, maar daardoor komen we ook in een soort kip-eidiscussie. Ik heb dus meteen een informatieverzoek voor de staatssecretaris: zou zij ons willen informeren over wat precies de beperkingen zijn, zowel financieel als misschien juridisch, zodat we kunnen kijken hoe we daar een mouw aan kunnen passen?

Staatssecretaris Tielen:

Op informatieverzoeken moet ik altijd ja zeggen. De kans bestaat natuurlijk dat die voor een groot deel terugverwijst naar de brief die we daar in 2025 over hebben geschreven. Dat is dus een voorwaarschuwing. Maar soms kan dat ook heel fijn zijn.

Tot zover, voorzitter.

De voorzitter:

Daarmee zijn we aan het einde gekomen van dit debat over de Wet planmatige aanpak onderwijshuisvesting. Ik dank de staatssecretaris voor haar beantwoording in de tweede termijn en haar aanwezigheid.

De algemene beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

Over de ingediende moties en het wetsvoorstel zal 14 april worden gestemd. Ik schors een enkel ogenblik, waarna we verdergaan met het debat over de vervolging van christenen wereldwijd.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Naar boven