3 Vragenuur: Vragen Van Wijngaarden

Vragen van het lid Van Wijngaarden aan de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over de oplopende besmettingscijfers met corona en de positie van kwetsbare ouderen.

De voorzitter:

Dan gaan we meteen over naar de tweede mondelinge vraag, de vraag van de heer Van Wijngaarden aan de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, die ik van harte welkom heet in ons midden. De heer Van Wijngaarden stelt vragen over de oplopende besmettingscijfers met corona en de positie van kwetsbare ouderen. Het woord is aan de heer Van Wijngaarden van de VVD.

De heer Van Wijngaarden (VVD):

Voorzitter. Wij zijn allemaal virusmoe en willen gewoon verder met ons leven alsof corona niet meer bestaat. Gewenning aan het virus mag alleen niet leiden tot onderschatting van het virus. Toch zien wij nu dat volgens het RIVM pas 44,2% van de ruim 3 miljoen 60-plussers zijn tweede boosterprik tegen COVID-19 heeft gehaald. Dat is een verraderlijk laag en zorgwekkend percentage, omdat ook omikron potentieel de zorg zwaar belast en tot ziekenhuisopnames en sterfte kan leiden bij onvoldoende immuniteit. Juist voor kwetsbare groepen zoals ouderen kan het op tijd halen van een tweede booster het verschil maken tussen het doormaken van een milde infectie of een ernstige ziekte.

Ziet ook deze minister het gevaar van onderschatting van het virus, een gevaar dat juist in deze endemische fase op de loer ligt? Hoe is nu je bescherming als 60-plusser, als je drie maanden of langer geleden geboosterd bent? We zien dat de ene 60-plusser nu wel een brief krijgt om zich te laten boosteren en de andere niet. Is het kabinet bereid om ook de viruscommunicatie een boost te geven en de viruscommunicatie te versnellen en te intensiveren, juist omdat we nu in die verraderlijke endemische fase zitten? Kan het kabinet bijvoorbeeld publiekscommunicatie gaan starten via mediakanalen die goed door ouderen worden bekeken en beluisterd? Je hoort dat vaak over bijvoorbeeld Radio 10 en Omroep MAX. Is het kabinet dat van plan, vraag ik de minister.

De voorzitter:

Dank u wel. Het woord is aan de minister.

Minister Kuipers:

Voorzitter, dank. Zoals we weten en al vaker herhaald is, is het virus niet weg, gaat het helaas vooreerst ook niet weg en is niet altijd duidelijk hoe de epidemie zich ontwikkelt. Wij houden dan ook rekening met verschillende scenario's, waaronder opleving nu en mogelijk ook weer in het najaar. Zoals de heer Van Wijngaarden terecht aangaf, is er op dit moment sprake van een stijging. Zo is vorige week ten opzichte van de week daarvoor een stijging met ruim 70% in het aantal besmettingen afgemeten aan verschillende parameters, zoals rioolwatersurveillance en andere. Ook in de afgelopen week ging die stijging met nog een keer ruim 30% door.

Ik deel volledig dat een herhaalprik voor mensen van 60 jaar en ouder buitengewoon relevant is. Als wij alleen even kijken naar de mate van bescherming waar de heer Van Wijngaarden naar vraagt, dan moet u zich voorstellen dat het effect in termen van bescherming tegen dusdanig ernstige ziekte dat ziekenhuisopname nodig is, bij de 60-plussers met een herhaalprik tot nu toe 86% is. Voor de 60-plussers die wel de basisvaccinatie hebben gehad en wel de boost, maar niet de meest recente herhaalprik, ligt dat niveau op 77%, dus duidelijk lager.

Voorzitter. De heer Van Wijngaarden gaf zelf al aan, en terecht, dat minder dan de helft van de 60-plussers die herhaalprik heeft gehaald. Als we specifiek even kijken naar de groep van 60- tot 69-jarigen, dan ligt het nog lager: daar is het nog maar een derde. Dat betekent dat ik, zeker tegen het licht van de nu oplopende besmettingen en het feit dat de herhaalprikuptake eigenlijk nauwelijks verder stijgt, van plan ben om daarop actief te gaan communiceren. Dat zal deze week beginnen, en wel langs verschillende kanalen. Zo komt er een-op-een voor iedereen die het betreft een persoonlijke uitnodiging per brief. Voor mensen van wie we die gegevens hebben, komt er ook een uitnodiging per sms, evenals communicatie via kanalen van social media en de pers. Morgen komt er een item op de tv en ook bijvoorbeeld op monitors bij apothekers en huisartsen.

Ik deel geheel dat hier veel meer werk van gemaakt moet worden. Die uptake van de herhaalprik is buitengewoon relevant en de mate waarin dat tot nu toe succesvol is gedaan, is gewoon te laag en beduidend lager dan de basisserie en de eerste boost.

De heer Van Wijngaarden (VVD):

Het is goed om te horen dat er actiebereidheid is bij de minister. De minister zegt: we houden rekening met verschillende scenario's. Maar als hij de cijfers die hij net noemde en die zorgwekkend lage uptake — zoals de minister dat noemt — voor die herhaalprik ziet, op welk scenario zijn wij dan nu aan het afkoersen, wat hem betreft? Het lijkt mij goed om ook dat hier te benoemen.

Voorzitter. Dan wil ik nog benoemen dat ouderen nu vaak nog een uur lang moeten rijden naar een andere stad voor die herhaalprik. Kan het kabinet de streefnorm gaan hanteren dat ouderen op maximaal 30 minuten rijden hun tweede booster kunnen halen? De VVD begrijpt de virusmoeheid in het land, maar juist van het kabinet willen we strijdbaarheid zien om onze kwetsbaren te beschermen tegen vermijdbare ziekenhuisopname en sterfte, en om de zorg niet onnodig zwaar te belasten.

Minister Kuipers:

Allereerst even ten aanzien van het scenario. Ik zei al wat over het aantal besmettingen dat we op dit moment zien. Dat vertaalt zich in een stijging van het aantal mensen die zodanig ziek zijn dat ze ziekenhuishulp nodig hebben. In de afgelopen periode is het aantal mensen die in het ziekenhuis liggen, gestegen van ongeveer 400 naar vanochtend 727. Die patiëntenstijging zit 'm bij uitstek in klinische opnames, niet in ic-opnames. Die waren laag en zijn nog steeds laag. Vanochtend lagen er 35 covidpatiënten in Nederland op een ic. Dus er is een parallel. Voor de groep 60-plussers wil je graag ziekenhuisopname tegengaan via die herhaalprik, die daartegen beschermt.

Het scenario waar we op dit moment op afstevenen, is een stijging van het aantal besmettingen en een navenante stijging van het aantal klinische ziekenhuisopnames, niet-ic-opnames. De overallaantallen zijn in verhouding met wat we in alle eerdere fases gezien hebben, nog relatief laag. Het aantal mensen die hulp nodig hebben, bijvoorbeeld zuurstof thuis maar zonder ziekenhuisopname, is in de afgelopen periode tot vandaag licht gedaald. Dat waren er vanochtend 1.279.

De voorzitter:

De heer Van Wijngaarden.

Minister Kuipers:

Ik vergeet een antwoord, voorzitter. Excuus. De streefnorm van binnen 30 minuten bij een post kunnen zijn. Dat is inderdaad wat de GGD voor het hele land nastreeft. De informatie is dat dat tot nu toe in het hele land ook daadwerkelijk lukt. Als de heer Van Wijngaarden weet dat het op specifieke plekken niet zo is, dan krijg ik graag die informatie en ben ik van harte bereid om met de betreffende GGD te overleggen over wat daaraan gedaan kan worden.

De heer Van Wijngaarden (VVD):

Het is goed dat de minister hier de nodige context geeft. Ik krijg toch een aantal signalen. Er is geen reden voor alarmisme, maar wel reden voor zorg; zo vat ik het samen. Ik hoor graag of ik het goed samenvat. Er zijn een aantal signalen die wel degelijk op rood staan, die de verkeerde kant op wijzen. De minister zegt volgens mij toe dat hij de communicatie gaat intensiveren en dat hij die streefnorm van 30 minuten hanteert. Ik wil wel nog graag de toezegging dat hij per brief terugkomt op de vraag hoe hij dat gaat intensiveren, juist omdat we virusmoeheid in het land zien. Gewenning aan een virus hoort ook bij een endemische fase, maar juist dan is het belangrijk om daar communicatie tegenover te zetten om de samenleving ervan te doordringen dat het virus helaas nog onder ons is, nog niet weg is.

Minister Kuipers:

Dat wil ik van harte doen. Er komt sowieso volgende week een covidvervolgbrief. Daar kan ik dit ook verder in verduidelijken. Dat is in lijn met de punten die ik zojuist al benoemde.

De heer Van Wijngaarden (VVD):

Dank.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Van Wijngaarden. Dan gaan we eerst luisteren naar mevrouw Agema, PVV.

Mevrouw Agema (PVV):

Nou breekt toch echt mijn klomp, zowel door de bijdrage van de VVD als door die van de minister. Wij zaten in december als enige land in Europa voor de vierde keer in een lockdown! Ondernemers, winkeliers hebben al hun kerstwaar weg kunnen gooien. En wat zie je in de tussentijd? Er gebeurt helemaal niets. De Belgische viroloog Van Ranst was hier een paar weken geleden. Hij zei het ons gewoon: België zat in december niet in een lockdown omdat zij twee keer zo veel ic-capaciteit hebben als in Nederland. Ook verwonderde hij zich in het Kamergebouw dat er in Nederland nergens CO2-meters hangen. En waar zet de minister op in? De minister zet in op een verouderd vaccin, dat iedereen die het wil van mij mag krijgen, maar niet op het verhogen van de ic-capaciteit, niet op het overal plaatsen van CO2-meters, die het aantal besmettingen fors naar beneden kunnen brengen.

De voorzitter:

Uw vraag?

Mevrouw Agema (PVV):

Waarom laat de minister dit liggen? Waarom gaat de minister voor een vijfde lockdown?

Minister Kuipers:

Dank voor deze vragen. Het zijn een paar punten bij elkaar. Ten eerste hebt u mij het woord "lockdown" totaal niet horen noemen. Ik heb ook niet gezegd dat we daarop afstevenen. In het geheel niet. Die situatie zijn we ook niet nabij. Ten tweede het "verouderd" vaccin. Het is het vaccin dat op dit moment beschikbaar is, in Nederland, in het buitenland, overal. Natuurlijk kijken we met firma's naar de ontwikkelingen van nieuwe vaccins. Daar hebben we op ingetekend. Als die beschikbaar komen, zullen we die uiteraard gebruiken.

Dan nog over de ic-capaciteit. Zoals ik zojuist in het antwoord aan de heer Van Wijngaarden al aangaf, liggen er op dit moment 35 covidpatiënten in Nederland op de ic. 35. Het is een lange tijd stabiel. Het aantal ligt veel lager dan op vergelijkbare momenten eerder. Het aantal stijgt ook niet. Er is op dit moment wat dat betreft dus ook geen enkele behoefte, echt geen enkele behoefte, om de operationele ic-capaciteit te verhogen. Ik noem even de exacte getallen van vanochtend. Er lagen vanochtend ongeveer 675 patiënten op de ic, van wie dus 35 met covid. De beschikbare capaciteit was 1.000 bedden. Er is geen reden om dat te verhogen.

Mevrouw Paulusma (D66):

Dank aan de minister voor de energie die hij gaat inzetten voor 60-plussers. Mijn vraag aan de minister is of hij diezelfde energie ook wil gebruiken voor 60-minners.

Dan over het EMA. We krijgen heel veel signalen van mensen die zich kwetsbaar voelen en/of zijn en graag een herhaalprik willen. Ik zou heel graag willen dat de minister zich daarvoor inspant bij het EMA.

Minister Kuipers:

Dat vraagt allereerst om hele duidelijke communicatie richting de betreffende mensen. Dat is onderdeel van de communicatiecampagne waar ik het zojuist over had. Het gaat om een inzet en het bepalen wanneer je het meest optimale beschermende effect bereikt in relatie tot de risico's op ernstige ziekte. Als ik vaar op de adviezen van het RIVM, dan is het … Het RIVM bekijkt dat nu kortcyclisch en continu, zoals u weet en eerder is gecommuniceerd aan uw Kamer. Het RIVM is tot op de dag van vandaag nog steeds van mening dat een herhaalprik voor 60-minners, of alle 18-plussers, nu niet geïndiceerd is. Dat is los van de mensen die een specifieke medische behandeling hebben. Zoals u weet, kunnen zij via hun medisch specialist een vaccinatie krijgen.

Dan over de goedkeuring bij het EMA, waar mevrouw Paulusma aan refereerde. Wij zijn daarover telkens in overleg. Maar het vaccin als herhaalprik voor 60-minners zonder medische indicatie is tot nu toe niet goedgekeurd. Dus als ik het ervoor in zou zetten, doen we dat offlabel. Dat betekent dan ook dat ik aansprakelijk ben als er eventuele bijwerkingen zijn.

Mevrouw Den Haan (Fractie Den Haan):

Ik kom even terug op de vraag van de heer Van Wijngaarden over de communicatie. We hebben in de eerdere jaren natuurlijk gezien hoe ongelofelijk lastig het is om mensen te bereiken en om gedrag te beïnvloeden. Daarom is er ook een motie aangenomen waarin staat dat de gedrags- en communicatiewetenschappers in de unit daarvoor ingezet worden. Gaat de minister dat ook doen?

Minister Kuipers:

Dat gebeurt, namelijk via het RIVM.

De voorzitter:

Dan gaan we luisteren naar mevrouw Van den Berg, CDA, en dan naar mevrouw Van Esch. Was mevrouw Van Esch eerder? Wat eerlijk van u, mevrouw Van den Berg.

Mevrouw Van Esch (PvdD):

Ik hoop niet dat ik nu precies dezelfde vraag ga stellen als mevrouw Van den Berg, maar dat zal wel meevallen, denk ik. You never know.

De voorzitter:

Dan doet mevrouw Van den Berg het nooit meer, denk ik.

Mevrouw Van Esch (PvdD):

Ik hoor de antwoorden van deze minister. Toch hoor je ook wel: pas op, de opleving van het virus is begonnen; in het najaar wordt het crisis. We zien ook bij het RIVM nu al de waarschuwingen komen. Ik ben benieuwd of deze minister ook inziet … Het is prima om te kijken wat we kunnen doen met de vaccinaties, maar ik blijf hier toch een beetje staan met het gevoel dat er op dit moment meer moet zijn dan een vaccinatiecampagne opschroeven. We moeten toch meer kunnen doen, zeker deze minister, om te voorkomen dat we in het najaar mogelijk weer in een lockdown zitten?

Minister Kuipers:

U zegt: er moet toch nog meer. Dan sta ik open voor de adviezen. Los van het monitoren van het virus, het kijken naar de nieuwe varianten, het voorbereid zijn om op ieder moment een vaccinatiecampagne te verbreden of op te schalen, de capaciteit per regio uit te breiden, de zorgcoördinatie per regio in te voeren, sectorplannen te vragen, om een aantal aspecten te benoemen. De communicatiecampagne en het inzetten op het verhogen van het aantal 60-plussers dat een herhaalprik heeft gehaald, is wat voor nu reëel is. Uiteraard monitoren we heel nauw wat er verder gebeurt. Als dat vraagt om andere acties, dan zullen we die nemen.

Mevrouw Van den Berg (CDA):

De minister roept op dat sectoren wat doen, dat mensen zelf verantwoordelijkheid nemen. In het debat op 16 juni heb ik aangegeven dat er veel mensen onder de 60 zijn die zich kwetsbaar voelen en graag die prik willen hebben. Dan verwijst de minister naar de medisch specialist. Ik heb toen aangegeven dat niet iedereen die kwetsbaar is, regelmatig contact heeft met een medisch specialist. De minister zou er opnieuw naar kijken, zodat het misschien ook via de huisarts zou kunnen. Ik ben heel benieuwd wat de stand van zaken daarvan is en of de minister dan ook meeneemt wat we in de eerdere rondes hebben gedaan, namelijk dat er ook mobiele vaccinatiebussen naar de mensen komen in plaats van dat de mensen naar de centrale locatie moeten. Niet iedereen is immers even mobiel.

Minister Kuipers:

Dat overleg met de huisartsen, dat onder andere over de inzet op deze specifieke groep gaat, loopt. Ook in het verleden heeft met name de huisarts een rol gehad als het gaat om het prikken zelf, maar ook als het gaat om de indicatiestelling. Zoals gezegd moet er wel medische indicatie zijn, want anders zit ik met een ander probleem: dan gaan we offlabel. Maar het overleg loopt, zoals gezegd. Huisartsen kijken ernaar. Wat ik voor nu niet doe — dat heeft echt met capaciteit te maken — is de GGD'en vragen om heel fijnmazig in wijken et cetera te prikken, want dan moeten ze hun huidige capaciteit nog verder verdunnen.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan wil ik de minister bedanken voor zijn beantwoording richting de heer Van Wijngaarden en de collega's.

Naar boven