Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2018-2019nr. 84, item 31

31 Overzicht van geregistreerde incidenten in de Rapportage Vreemdelingenketen

Aan de orde is het debat over het overzicht van geregistreerde incidenten in de Rapportage Vreemdelingenketen.

De voorzitter:

Aan de orde is het debat over het overzicht van geregistreerde incidenten in de Rapportage Vreemdelingenketen. Ik heet de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid van harte welkom en geef mevrouw Van Toorenburg als eerste spreker namens het CDA het woord.

Mevrouw Van Toorenburg (CDA):

Voorzitter. Enige tijd geleden, in 2017, werden we geconfronteerd met een WODC-rapport waaruit bleek dat het met de aard en de omvang van criminaliteit gepleegd door asielzoekers wel meeviel. Het rapport kreeg de titel mee: Van perceptie naar feit. Maar helaas, die conclusie bleek niet gerechtvaardigd. Allerlei aspecten waren namelijk buiten beschouwing gelaten. Dat gaf ons geen fraai beeld.

We hebben er een aantal keren over gesproken. En de toezegging van de zijde van het kabinet was helder: voortaan zou transparant, eerlijk en volledig worden gecommuniceerd over delicten waarmee asielzoekers in verband worden gebracht. Mooi, dachten we nog. Het is immers van groot belang dat we het debat over asielzoekers voeren op basis van feiten, open en eerlijk. Het asieldebat is een beladen debat. Draagvlak is hierbij het sleutelwoord. Wanneer mensen het gevoel krijgen dat feiten worden achtergehouden en zaken worden verdoezeld, smelt het draagvlak als sneeuw voor de zon.

Voorzitter. Helaas staan wij hier vandaag opnieuw, omdat opnieuw niet helder, volledig en duidelijk is gecommuniceerd over strafbare feiten waarmee asielzoekers in verband worden gebracht. Integendeel. Bij het opstellen van de rapportage vreemdelingen werd nota bene onderkend dat deze rapportage tekortkomingen bevatte, maar desondanks is gerapporteerd zoals is gerapporteerd. De vraag is: waarom toch? Waarom voelt men op dit departement de druk om dat zo te doen? Waarom schreef men doelbewust de ernstigste delicten weg onder de noemer "overig", waardoor het beeld ontstond dat het met de delicten gepleegd door asielzoekers wel mee zou vallen?

De staatssecretaris schrijft dat er geen aanwijzingen zijn dat dit met een bewuste bedoeling is gebeurd, maar hij geeft niet aan waarom die beslissing wel is genomen. Wij moeten dat weten. Wij moeten kunnen begrijpen wat hier heeft gespeeld. Uit de brief van de staatssecretaris maakt mijn fractie op dat ook hij hier heel erg ongelukkig mee is. Ik lees zijn behoefte om hier in de Kamer oprecht verantwoording over af te leggen. Ruimhartig stel ik hem daartoe in de gelegenheid.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan de heer Wilders namens de PVV.

De heer Wilders (PVV):

Mevrouw de voorzitter. Na het bonnetje van Teeven hebben we nu het lijstje van Harbers. Andere hoofdrolspelers, maar dezelfde praktijken. Bestuurd door VVD- en CDA-maffiosi laat het zogenaamde ministerie van law-and-order maar weer eens zien waar het echt goed in is. Misleiding, bedrog, manipulatie: alles wordt uit de kast getrokken om onwelgevallig nieuws te verhullen. Ditmaal moest Nederland worden voorgelogen over de werkelijke staat van de asielindustrie, want de heilige graal van de Europese Unie, de open grenzen, moet natuurlijk koste wat kost worden beschermd. Cijfers werden daarom weggemoffeld en statistieken vakkundig opgepoetst. 4.600 delicten door asieltuig is natuurlijk ook geen mooi visitekaartje voor dit multicultikabinet.

Voorzitter. Staatssecretaris Harbers zond Nederland daarom enkel een top tien van asielcriminaliteit, met daarin de meest voorkomende vergrijpen, zoals winkeldiefstal, bedreiging en vernieling. Maar achter dat rookgordijn van het kopje "overig" verborg hij de gruwelijke realiteit: duizend gevallen van onder andere kindermisbruik, poging tot moord, misschien ook wel moord, en aanranding. Je zal maar slachtoffer zijn van zo'n aanranding of verkrachting, je zal maar nabestaande zijn van zo'n vermoord slachtoffer, je zal maar moeder zijn van een misbruikt kind, en dan zien dat het misdrijf dat je leven heeft verwoest door de staatssecretaris wordt verdoezeld onder het kopje "overig", omdat de verdachte een asielzoeker is. Dat is met geen pen te beschrijven. Informatie over de veiligheid van de inwoners van ons land wordt in de doofpot gestopt. Dat is een schandelijke en schaamteloze misleiding, een minachting van de Nederlandse burger, een dolksteek in de rug van de slachtoffers en nabestaanden.

Maar daar bleef het niet bij. Terwijl het ministerie al weken dondersgoed bekend was met de ware ernst van de asielcriminaliteit, stond de staatssecretaris afgelopen vrijdag voor de camera van RTL Nieuws de zaak doodleuk te bagatelliseren. Het zou gaan om een "klein groepje raddraaiers"; een klein groepje raddraaiers zou wat overlast veroorzaken. Daarmee heeft hij bewust verhuld dat het geen raddraaiers zijn. Het zijn mensen die moorden en mishandelen, die meisjes en vrouwen hebben aangerand. Het is pure misleiding om ze "raddraaiers" te noemen terwijl het eigenlijk gaat om verkrachters en moordenaars.

De lange arm van de politieke maffia die blijkbaar aan de knoppen zit op het door en door verrotte ministerie van Justitie en Veiligheid reikt ook tot hier, in de Tweede Kamer, want de regeringspartijen hebben er vorige week alles aan gedaan om dit debat over de verkiezingen heen te tillen, om het niet deze week maar volgende week te houden. O wee dat Nederland voor de verkiezingen weet waar de asielindustrie van de VVD en hun vriendjes toe leidt. Dat we hier vandaag toch staan, komt niet omdat de coalitiepartijen tot de ingeving kwamen dat het verdoezelen van cijfers niet lukt, maar komt omdat het gaat om de veiligheid van ons land en de staatssecretaris in de problemen is gekomen.

Mevrouw Van Toorenburg (CDA):

Ik hecht er toch wel aan op te merken dat wij hier vorige week zelf het debat hebben aangevraagd. Dat heeft de heer Wilders al niet eens gedaan. Wij hebben het debat aangevraagd en hebben ook direct aangegeven dat wij zodra er een brief was, het debat wilden voeren. Dat zijn ook in dit geval de feiten. Wanneer de heer Wilders spreekt over "laten we het over feiten hebben" zou het hem sieren dat dit ook hier het geval is.

De heer Wilders (PVV):

Nee, dat is niet het geval. De feiten zijn dat er vrijdagavond een brief kwam, dat er donderdag, vrijdag een brief kwam. Toen in een keer stond op het conceptschema voor deze week een debat hierover. Naar ik heb begrepen zijn het de coalitiepartijen geweest die dat achter de schermen via de Griffie van de conceptagenda hebben gefietst. Waarschijnlijk bent u dat zelf geweest.

Mevrouw Van Toorenburg (CDA):

Dit is nu juist het onderwerp van het debat, namelijk dat we het daar over moeten hebben en niet over verdachtmakingen en niet over het wegpoetsen. Dus wat wij als CDA hebben gedaan met steun van de Kamer is het debat aanvragen. Dat is niet de heer Wilders geweest, dat waren wij. Vervolgens hebben we aangegeven dat we een brief wilden hebben met een duiding van hoe dit fout heeft kunnen gaan. Die brief kregen we vandaag en daarover hebben we nu het debat.

De heer Wilders (PVV):

Nee, opnieuw een leugen van het CDA. Die brief lag er vrijdag al en u heeft ervoor gezorgd dat hoewel het op het conceptschema is gekomen, het ervan af is gefietst omdat de CDA-droom van de multiculturele samenleving in duigen viel. Dank je wel, CDA!

Voorzitter. Waarom debatteren wij dan nu? Nogmaals, omdat de staatssecretaris in de problemen is gekomen. Hij kon het niet langer verhullen. Hij heeft er vandaag zelf op aangedrongen om met de Kamer te debatteren. Als er één ministerie is dat de laatste jaren toch wat lessen had moeten trekken uit al die politieke rookgordijnen, al die stukken die er onder het tapijt zijn geveegd, dan is het wel het ministerie van Justitie. Ze hebben er werkelijk niets van geleerd. Waarschijnlijk zijn ze nu weer een bewindspersoon kwijt. En terecht, want de staatssecretaris heeft de Kamer onvolledig geïnformeerd over wandaden van gelukszoekers in Nederland die massaal, meer dan duizend keer misdrijven hebben gepleegd van aanranding tot moord. En als je dat niet meldt, dan moet je opstappen. Ik stel ook voor dat u dat doet. En als u dat niet uit uzelf doet, dan zal ik daar een motie toe indienen.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan mevrouw Kuiken namens de PvdA.

Mevrouw Kuiken (PvdA):

Voorzitter. We hebben hier te maken met een groep criminele asielzoekers die voor heel veel onveiligheid zorgt. Een groep bovendien die het kabinet niet het land uit krijgt. Als dat het geval is, als dat zorgt voor onveiligheid, dan moet je daar eerlijk over zijn, want als je dat niet doet, dan voed je eigenlijk alleen maar meer het gevoel van onveiligheid en het wantrouwen. Vooral nu blijkt dat het ministerie ook intern is gewaarschuwd, is dat heel ernstig. En het is niet de eerste keer dat er dingen worden verdoezeld of achtergehouden bij het ministerie van Justitie. En dat maakt dat we de nodige vragen hebben waarom het keer op keer zo mis kan gaan.

Voorzitter. In zijn brief schrijft de staatssecretaris dat er bij de besprekingen is gesignaleerd dat er categorieën niet goed waren en dat er problemen uit zouden voortkomen. Mijn vraag is heel concreet: is dat met de staatssecretaris zelf besproken of zijn dat anderen om hem heen geweest die dat hebben besproken? Heeft de staatssecretaris gehoord dat dit een overweging is geweest in zijn finale afweging en heeft hij zelf die afweging niet gemaakt? Het is immers niet de eerste keer dat de Kamer heel bewust gevraagd heeft om openbaarheid en transparantie van die cijfers als het ging over zware delicten in relatie tot asielzoekers. Er moest toch wel een bel gaan rinkelen?

Voorzitter. Ik neem het zo hoog op, omdat het niet de eerste keer is dat informatie op dit departement verdoezeld, niet juist, half wordt weergegeven. Het is niet voor niets dat er al eerder op dit departement bewindspersonen zijn gestruikeld. Elke keer wordt er beterschap beloofd. Wat maakt nu dat dat niet gebeurt? Wat maakt nu dat men keer op keer op deze wijze de fout in gaat? Wat maakt dat het zo mis kan gaan en dat er niet van wordt geleerd? Wie of wat houdt dat tegen? En wie of wat kan ervoor zorgen dat dit niet meer gebeurt?

Voorzitter. Mijn laatste vraag is net zo relevant op de inhoud. Waarom lukt het ons niet om transparant en eerlijk te zijn over de cijfers als het gaat over criminele asielzoekers? En waarom lukt het ook niet om ze het land uit te krijgen, ondanks alle stoere praat en ondanks alle serieuze woorden?

Voorzitter, ik rond af. Wij moeten er in ons land op kunnen vertrouwen dat de bestuurders eerlijk tegen ons zijn, ook als de waarheid af en toe wat ongemakkelijk is. Want doen we dat niet, dan voedt dat het gevoel van onveiligheid en dan voedt dat het gevoel van wantrouwen. En vertrouwen komt te voet, en gaat te paard.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan de heer Groothuizen namens D66.

De heer Groothuizen (D66):

Voorzitter, dank u wel. Ik respecteer het dat de staatssecretaris hier vandaag verantwoording aflegt, want dat is nodig. Het thema asiel ligt heel gevoelig, en criminaliteit door asielzoekers is daarvan misschien wel de overtreffende trap. Voor veel Nederlanders voelt dat toch alsof er een gast wordt binnengelaten, die vervolgens misbruik maakt van die gastvrijheid.

Voorzitter. Hoe kan het dan dat bij zo'n gevoelig onderwerp de staatssecretaris de plank zo misslaat bij het informeren van de Kamer? Juist deze staatssecretaris beloofde volledige openheid en transparantie — en terecht, na de vele affaires op zijn ministerie in het verleden. Maar hoe verhoudt die belofte van volledige openheid en transparantie zich dan tot wat hier is gebeurd? Hoe kan het dat als het doel volledige openheid is, registraties van ernstige misdrijven onder het kopje overig terechtkomen? Hoe kan het dat De Telegraaf meerdere malen moet aandringen om openheid te krijgen? Hoe kan het dat cruciale en gevoelige informatie wordt achtergehouden door de eigen ambtenaren van de staatssecretaris op het ministerie? En hoe kan het dat nu blijkt dat er wel degelijk signalen waren dat de weergave van cijfers in de vreemdelingenrapportage tot vragen en opmerkingen zou kunnen leiden, maar dat daar niets mee is gedaan? En waarom werd de schuld direct naar de politie geschoven? Op al deze punten graag een reactie van de staatssecretaris.

Voorzitter. Wat dit alles nog veel schrijnender maakt, is dat het ministerie van Justitie niet voor het eerst onder vuur ligt: keer op keer fouten die VVD-bewindspersonen de kop hebben gekost, en keer op keer beloftes dat het in de toekomst beter gaat door meer openheid en meer transparantie. Maar opnieuw is het resultaat dat ongewenste feiten, de realiteit, zijn weggemoffeld. Wat zegt dat over de cultuur op het ministerie van Justitie en Veiligheid? "JenV Verandert", zoals het veranderprogramma zo hoopvol heette. Het lijkt er absoluut niet op. Wat doet het kabinet, zo vraag ik de staatssecretaris, om te voorkomen dat we hier binnenkort opnieuw staan en de volgende bewindspersoon op Justitie onder vuur ligt? Graag ook hierop een reactie van het kabinet.

Voorzitter. Dan wil ik nog een ander punt maken. D66 staat voor het opvangen van vluchtelingen. Echte vluchtelingen die bescherming nodig hebben, bieden wij een veilige plek. Daar hebben ze namelijk recht op. Ik heb mij de afgelopen dagen dan ook gestoord aan de berichtgeving. Er werden grote woorden gebruikt over gegevens die vaak niet zo eenduidig zijn of waar een complexe wereld achter schuilgaat. De nuance tussen registratie en schuldig is wat D66 betreft fundamenteel in onze rechtsstaat. Ik ben er ten diepste van overtuigd dat te weinig nuance geen recht doet aan het complexe migratievraagstuk noch aan de complexiteit van onze rechtsstaat.

Meer nog heb ik mij gestoord aan het gemak waarmee mensen niet worden aangesproken op hun individuele handelen, maar op hun lidmaatschap van een groep. En laat ik daarover heel duidelijk zijn: voor D66 is dat niet aanvaardbaar. Als mensen strafbare feiten plegen, moet de politie ze opsporen, en dan kan het Openbaar Ministerie vervolgen en de zaak voorleggen aan de rechter. Het is aan de overheid om eerlijk en transparant daarover te zijn. En het gebeurt dat asielzoekers strafbare feiten plegen — daar moeten niet voor weglopen. Maar ik weiger een hele groep negatief weg te zetten, omdat sommigen uit die groep verkeerde dingen doen. Dat druist wat mij betreft in tegen alles waar Nederland voor staat.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel.

De heer Wilders (PVV):

Ik zou de meneer van D66 iets willen vragen. Is dat nou niet het gevolg van uw Europese sprookje, uw sprookje van de Europese Unie, waarin al die gelukszoekers en profiteurs maar binnen mogen komen? We hebben gezien hoe massaal dat de afgelopen jaren is gebeurd. En ja, enkelen? Dat is bijna net zo erg als het woordje "raddraaiers" van de staatssecretaris. Het gaat over honderden, over duizenden gevallen. Daar zitten mensen tussen die hebben aangerand, gemoord, poging tot moord hebben gedaan, mensen zwaar hebben mishandeld, openlijke geweldpleging hebben gedaan, winkeldiefstal hebben gepleegd met geweld. Dat is allemaal het gevolg van uw Europese sprookje. Die open grenzen van u hebben geleid tot dit soort ellende voor de Nederlandse burger in de buurt van de azc's, die u met een D66-stempel met trots heeft opgericht. Bent u nou niet in staat om te erkennen dat dat multiculturele drama van u, dat sprookje, nu in duigen is gevallen en dat we daarvan af moeten? We moeten Nederland weer van ons laten zijn en we moeten die gelukszoekers wegsturen.

De heer Groothuizen (D66):

Het was een lang verhaal, maar het antwoord is kort: nee. Het migratievraagstuk is complex, maar ik denk dat de enige manier waarop we dat in goede banen kunnen leiden, juist Europese samenwerking is. Juist als we Europees samenwerken, kunnen we dit vraagstuk aan en kunnen we het op een goede manier oplossen. Mijn partij staat voor iets heel anders dan de partij van de heer Wilders, die precies doet wat ik net in mijn eerste termijn heb gezegd, namelijk mensen over een kam scheren en ze met allerlei onheuse bejegeningen het predicaat "fout" toekennen. Daar pas ik voor.

De heer Wilders (PVV):

Zei de collega van D66 nu "op een goede manier oplossen"? Dit is het gevolg van uw oplossing. De afgelopen zes jaar zijn er onder leiding van premier Rutte — hij is er nu niet — een half miljoen niet-westerse allochtonen binnengekomen. Er zijn honderdduizenden asielzoekers. Dit jaar en vorig jaar nog waren het er tussen de 30.000 en 40.000. Uw Europese project, uw project van de Europese Unie — zo moet ik het zeggen — is een drama! Het maakt Nederland onveilig en zorgt dat onze dochters worden verkracht en dat onschuldige mensen worden vermoord. Dat zijn uw asielzoekers! Het zou u sieren als u zou zeggen: dat is mislukt, dat ga ik niet meer doen. Maar u zegt klaarblijkelijk: laten we het daar niet over hebben; kom maar binnen; pas maar op, Nederlanders, want jullie gaan eraan. D66 staat niet voor de veiligheid van de Nederlanders, maar staat voor al die gelukszoekers uit de wereld. U bent geen knip voor de neus waard.

De heer Groothuizen (D66):

De heer Wilders heeft slecht geluisterd naar mijn betoog. D66 staat ervoor dat we mensen die in hun eigen land worden vervolgd of die moeten vluchten voor oorlogsgeweld, hier een goed tehuis bieden en hier op een passende manier opvangen. En ja, het komt ook voor dat mensen die hier asiel aanvragen, strafbare feiten plegen. Daar moeten we tegen optreden. Maar ik weiger te doen alsof iedereen die hier asiel vraagt, strafbare feiten pleegt. Dat is gewoon permanente onzin.

De heer Wilders (PVV):

Een ander punt. U zei net ook dat u vindt dat er hard tegen moet worden opgetreden. Als dat nou nog op z'n minst het geval was! Maar dat is ook niet het geval. Van die 4.600 gevallen van zware criminelen, die de meest erge misdrijven plegen, van aanranders tot moordenaars, van mensen die openlijk geweld plegen tot noem maar op, zijn er 5 uitgezet; één handvol. Van die 4.600 zijn er 5 uitgezet. Weet u waarom er maar 5 zijn uitgezet? Omdat allerlei Europese regels verbieden dat we mensen die criminaliteit hebben gepleegd, uitzetten naar het land van herkomst. Dus waar Europa ervoor heeft gezorgd dat die gasten allemaal binnenkomen en onze dochters en vrouwen kunnen verkrachten, zorgt Europa er ook nog eens voor dat we hen niet uit mogen zetten en niet weg mogen sturen. U bent knettergek!

De heer Groothuizen (D66):

Wederom slaat de heer Wilders de plank mis. Als hij de moeite neemt om naar Ter Apel te gaan, kan hij daar een gevangenis bezoeken waar heel veel vreemdelingen zitten. Er worden dus wel degelijk heel veel vreemdelingen die strafbare feiten plegen, veroordeeld in dit land, soms zelfs tot hele lange gevangenisstraffen. De heer Wilders zegt dat het uitzetbeleid de achilleshiel is van ons vreemdelingenbeleid. Dat ben ik met hem eens. Dat is heel erg ingewikkeld. Soms zijn er goede redenen voor dat het heel ingewikkeld is, maar daar moeten we heel hard aan werken.

De voorzitter:

Tot slot op dit punt, de heer Wilders.

De heer Wilders (PVV):

Ik hoor ontzettende onzinverhalen. Moeten wíj daar heel hard aan werken? Dat komt door Brussel! Ik heb het er niet over dat ze hier in Nederland naar de gevangenis gaan. Ik weet zeker dat 99% van de Nederlanders, ook de D66-achterban, vindt dat moordende en verkrachtende asielzoekers ons land uit moeten worden gestuurd. Je hebt echt je verblijf in Nederland verprutst als je dat doet. U zegt wel dat we het moeten aanpakken, maar juist Europa zorgt ervoor dat we ze niet kunnen uitzetten. Het zijn Europese regels die dat niet toestaan, zoals het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en Europese verordeningen. Wees dus een vent en zeg gewoon dat Europa ervoor heeft gezorgd dat ze hiernaartoe komen en dat Europa er ook voor heeft gezorgd dat we ze niet weg kunnen sturen. We zitten opgezadeld met al die gasten dankzij D66.

De heer Groothuizen (D66):

Het blijft een beetje een onzinbetoog van de heer Wilders. Het ontnemen van de verblijfstitel aan vluchtelingen is mogelijk als ze strafbare feiten hebben gepleegd. Dat past ook keurig binnen de Europese regelgeving. De heer Wilders verwijst terloops nog even naar het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Als wij mensen terug zouden sturen naar een land waar ze het risico lopen dat ze bijvoorbeeld worden opgehangen, ja, dan staat het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens dat terugsturen in de weg. Daar ben ik eerlijk gezegd trots op, omdat ook voor mensen die ernstige strafbare feiten plegen bepaalde basale rechten gelden.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Groothuizen. Dan geef ik nu het woord aan de heer Van Ojik namens GroenLinks.

De heer Van Ojik (GroenLinks):

Voorzitter, dank u wel. Het is denk ik nog niet zo heel vaak voorgekomen dat een bewindspersoon op een persconferentie voorafgaand aan een Kamerdebat de verwachting uitspreekt dat dit weleens zijn laatste debat zou kunnen zijn. We hebben in de loop der jaren allerlei varianten van aftreden meegemaakt: aftreden buiten de Kamer, aftreden met een verklaring voorafgaand aan een debat in de Kamer, aftreden na een debat in de Kamer. Maar deze variant kende ik nog niet en daar gaat mijn eerste vraag over aan de staatssecretaris. Heeft hij überhaupt nog de wil of de verwachting om zijn termijn af te maken of is hij los van de uitkomst van dit debat sowieso van plan om af te treden? Als hij tot de zware kwalificatie komt van dit debat — en dat heeft hij vanmiddag kennelijk gedaan — waarom dan precies nu? Dat is mijn tweede vraag. Vorige week wist ook deze staatssecretaris immers al dat informatie waarvan hij zelf vond dat die naar de Kamer had moeten gaan, niet naar de Kamer is gegaan of anders gezegd onder een categorie "overig" is weggemoffeld. Dus ik ben heel benieuwd waarom de staatssecretaris precies vandaag, na de reconstructie waar hij het over heeft, tot de conclusie is gekomen dat dit wellicht zijn laatste debat zal zijn.

Voorzitter. Het is duidelijk dat er met de politieke antenne op het ministerie van Justitie en Veiligheid iets grondig mis is. Het is denk ik ook nog nooit eerder voorgekomen dat in een periode van ongeveer vier jaar vier bewindslieden in zulke grote politieke problemen werden gebracht dat ze uiteindelijk moesten aftreden, doordat er met de politieke antenne van het ministerie waarvoor zij verantwoordelijk waren iets grondig mis was. Ik denk niet dat dat in de Nederlandse politieke geschiedenis eerder is voorgekomen. De vraag is natuurlijk welke conclusie wij hieruit trekken en welke conclusie de staatssecretaris hieruit trekt als het gaat om de cultuurverandering en de kwaliteitsverbetering op het ministerie waarvoor hij verantwoordelijk is.

Mevrouw de voorzitter. Het siert overigens deze staatssecretaris dat hij niet alleen de volledige politieke verantwoordelijkheid neemt voor wat er op zijn ministerie misgaat, maar dat hij ook de informatiepositie van deze Kamer kennelijk zo zwaar laat wegen en zo serieus neemt dat hij — daar heeft hij althans tijdens de persconferentie over gespeculeerd — bereid is de zwaarste politieke conclusie die denkbaar is te trekken.

Voorzitter. Wie in Nederland bescherming verlangt, hoort zich fatsoenlijk te gedragen en onze gastvrijheid niet te belonen met wangedrag en het daarmee te verpesten voor de overgrote meerderheid van mensen die in Nederland asiel vraagt en die bescherming echt nodig heeft. De woorden die collega Groothuizen daar zojuist over sprak, zijn mij in dat verband uit het hart gegrepen.

Klopt het, zo zou ik de staatssecretaris willen vragen, dat mijn indruk juist is dat het vaak vooral gaat om asielzoekers uit zogenoemde veilige landen die deze grote misstappen begaan? Van die mensen zou je kunnen zeggen dat ze misschien niet zo veel te verliezen hebben. Ze hebben hier geen recht op bescherming en zouden eigenlijk moeten worden uitgezet, maar dat lukt dan om allerlei redenen niet. Ze zouden daarom deze misstappen begaan. Klopt dat? Misschien kan de staatssecretaris ons vertellen wat er op zijn ministerie de laatste tijd gebeurd is om de kans dat dit soort mensen misdaden plegen te verkleinen.

Voorzitter, ik rond af. Het is van groot belang dat we eerlijk zijn over de overlast en de misdaden die gepleegd worden door asielzoekers. Het heeft geen enkele zin om die onder het tapijt te vegen. Problemen moet je oplossen en niet wegmoffelen. We hopen dat de staatssecretaris, deze of zijn opvolger, daar snel stappen in kan gaan zetten.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan de heer Jasper van Dijk namens de SP.

De heer Jasper van Dijk (SP):

Voorzitter. De Kamer is vorige week onvolledig geïnformeerd door het ministerie van Justitie en Veiligheid. Er is informatie onder de pet gehouden door in een rapport over criminaliteit onder asielzoekers zware misdrijven onder de categorie "overig" te verbergen. Dat is een ernstige fout, want het gaat om veiligheid voor het personeel, maar ook voor de samenleving. Het ministerie vond het niet nodig om deze cijfers openbaar te maken. Het gaat onder andere om moord en doodslag, verkrachting en seksueel misbruik. Zelfs na waarschuwingen hield uw ministerie vol: dit hoeft de Kamer niet te weten. Dat valt niet goed te praten. Het vertrek van de staatssecretaris is dan ook onvermijdelijk.

Maar wat was nu exact de rol van die staatssecretaris? Heeft hij zelf meegedacht over de presentatie van de rapportage? Vond hij het zelf goed om belangrijke cijfers te verhullen? Graag een reactie.

Pas door De Telegraaf kwam het gehele lijstje boven tafel. Opnieuw moeten wij de juiste informatie vernemen van de media in plaats van van de regering. Funest voor het vertrouwen in de politiek. Voor de regering is de waarheid een optie. Pas als liegen echt niet meer kan, krijgen we de volledige informatie.

Aanvankelijk werd nog geprobeerd de politie de schuld in de schoenen te schuiven. Het ministerie liet namelijk weten dat het de politie was die de cijfers op deze manier had samengesteld. Uit de reactie van de politie bleek dat de cijfers bij het ministerie allang bekend waren. Kan de staatssecretaris dat bevestigen? Dat zou namelijk schaamteloos zijn. Heeft de regering al excuses aangeboden aan de politie?

Voorzitter. De Kamer had per direct alle informatie moeten krijgen. Dat heeft de SP van het begin af aan gezegd. De verhulling van cruciale informatie versterkt de indruk dat de leugen regeert. Juist om draagvlak voor de opvang van vluchtelingen in stand te houden moet de regering alle informatie geven, ook de onwelgevallige informatie. Voor de SP geldt: we bieden een plek aan mensen in nood, maar criminele asielzoekers, waaronder veel mensen uit veilige landen, moeten aangepakt worden. De cijfers liegen er niet om, zo weten we nu.

Het is niet de eerste keer dat het misgaat op het ministerie van Justitie en Veiligheid. Ik noem de voorgangers de heer Teeven, de heer Opstelten en de heer Van der Steur. Allemaal bewindslieden op Justitie, allemaal vertrokken. Wat is er aan de hand op dat ministerie?

En dan nog iets: het zijn ook allemaal VVD'ers. Staatssecretaris Harbers is de vierde VVD'er die vertrekt bij Justitie in vier jaar. Hoe verklaart hij dit? Het lijkt wel een functievereiste om als VVD'er zaken onder het tapijt te kunnen schuiven. Het zijn allemaal VVD'ers, net als onze premier, de eindverantwoordelijke. De VVD als hoeder van de rechtsstaat is volstrekt ongeloofwaardig. Daarom wilden wij ook graag met de premier in debat. Maar dat kreeg geen steun van de coalitie, terwijl de premier een vervanger moet zoeken en de premier ook antwoord moet geven op de vraag hoe hij de geloofwaardigheid gaat herstellen.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan de heer Bisschop namens de SGP.

De heer Bisschop (SGP):

Mevrouw de voorzitter, dank u zeer. Met een zekere regelmaat berichten de media over crimineel gedrag van asielzoekers. Het is evident dat dat een groeiend onbehagen in de samenleving geeft. Je hoeft niet veel politieke feeling te hebben om te weten dat dit een rapportage op het gebied van vreemdelingenzaken of de vreemdelingenketen uiterst gevoelig maakt. Informatie over ernstige criminele activiteiten van asielzoekers dient volstrekt transparant en volledig te zijn.

Voorzitter. De staatssecretaris geeft aan dat er door zijn medewerkers diverse keren is gewaarschuwd dat de gekozen methode in de Rapportage Vreemdelingenketen een verkeerde voorstelling van zaken zou geven en in de Kamer én in de samenleving tot grote vraagtekens zou leiden. Dat onder de politieke verantwoordelijkheid van de staatssecretaris toch gekozen is om vast te houden aan de gekozen vorm van rapportering — dat is dus het tienpuntenlijstje — weegt dan ook politiek zeer zwaar. De staatssecretaris zélf trekt in zijn brief stevige conclusies en de SGP-fractie voelt geen neiging om die op enigerlei wijze te relativeren. Wel hechten wij eraan nadrukkelijk waardering uit te spreken voor het feit dat de staatssecretaris zelf aan de Kamer om een debat heeft verzocht, teneinde zich te kunnen verantwoorden.

Ik heb nog drie vragen aan de staatssecretaris. In de eerste plaats: in hoeverre was hijzelf vooraf op de hoogte van de zorgen van zijn medewerkers over de beoogde wijze van rapportage, zoals hij die in de brief aangeeft? De tweede vraag: wat heeft de staatssecretaris gedaan om zich ervan te vergewissen dat in de Rapportage Vreemdelingenketen wél volledige openheid zou worden gegeven over incidenten met asielzoekers? In de derde plaats heb ik de vraag: welke maatregelen heeft de staatssecretaris genomen om een dergelijke gang van zaken op zijn ministerie te voorkomen? Verschillende collega's hebben er al de vinger bij gelegd dat dit ministerie vaker heeft gezorgd voor grote politieke problemen voor de bewindspersonen. Ik ga dat verder niet herhalen.

Voorzitter. De SGP wacht de reactie van de staatssecretaris graag af.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan mevrouw Becker namens de VVD.

Mevrouw Becker (VVD):

Voorzitter. Veel mensen hebben begrip voor de tijdelijke opvang van mensen die vluchten voor oorlog en geweld.

De voorzitter:

De heer Wilders, mevrouw Becker heeft ongeveer één seconde gesproken.

De heer Wilders (PVV):

Ja, dat is waar. Maar ik vroeg me af, met alle respect voor collega Becker, waar de heer Dijkhoff en de premier zijn. Hier staat een staatssecretaris die, als we de media mogen geloven, zelf zijn vertrek heeft aangekondigd. Het lijkt wel alsof de VVD hem zo snel als mogelijk in het riool wil schoppen. Waar is de premier om hem te steunen? Waar is de fractievoorzitter van de VVD om te zeggen wat hij ervan vindt om of om hem een hart onder de riem te steken of hem weg te schoppen? Waar is de VVD? Waar zijn ze?

Mevrouw Becker (VVD):

De VVD staat voor u. Ik ben woordvoerder voor de VVD op het gebied van asiel en migratie. We hebben dit debat met veel andere woordvoerders van de verschillende fracties. De heer Wilders kiest er zelf voor om hier als fractievoorzitter aanwezig te zijn. Volgens mij is dat aan iedere fractie zelf. Ik denk dat ik mijn fractie perfect zelf kan verdedigen.

(Geroffel op de bankjes)

De heer Wilders (PVV):

Aan het applaus te horen is er in ieder geval genoeg vertrouwen in uw eigen fractie, maar ik heb daar zo mijn twijfels over. Niet of u dat goed kan verdedigen, maar het zal toch niet zo zijn dat in dit huis een debat waarin een staatssecretaris zijn vertrek aankondigt — dat heeft hij min of meer gedaan — niet eens door fractievoorzitters wordt gevoerd, zeker door de coalitiepartijen en van die vier coalitiepartijen zeker door de VVD? Ze laten staatssecretaris Harbers net als ze eerder deden, gewoon keihard vallen. Van mij mag het, hoor. Ik vind dat hij moet aftreden, dus van mij geen krokodillentranen van "help die man". Maar het is toch wel tekenend dat de heer Rutte en de heer Dijkhoff waarschijnlijk ergens sherry zitten te drinken in weet ik waar hier in de buurt en hem gewoon laten vallen. Schande!

Mevrouw Becker (VVD):

Zojuist heeft de heer Dijkhoff op verschillende vragen van de pers gereageerd. Het debat is hier vandaag met de woordvoerders. Ik ga mijn betoog vervolgen.

De voorzitter:

Gaat u verder.

Mevrouw Becker (VVD):

Ik zei zojuist dat mensen op zich begrip hebben voor de tijdelijke opvang van mensen die vluchten voor oorlog en geweld. Maar het is onacceptabel als die gastvrijheid wordt misbruikt door asielzoekers die stelen, die geweld plegen, die een zedenmisdrijf begaan of die zelfs iemand doden of vermoorden. Hier geldt maar één antwoord. Asielzoekers die hier komen met een beroep op onze veiligheid maar ons land vervolgens onveiliger maken, moeten worden vastgezet en uitgezet om nooit meer terug te komen. Dat is de afgelopen jaren steeds de agenda geweest van de VVD, niet alleen vanuit de Kamer, maar ook in het kabinet. Criminele en overlast gevende asielzoekers harder aanpakken. Vaker en sneller in detentie zetten. Bij een veroordeling sneller een verblijfsvergunning weigeren of intrekken. Ze apart zetten in aso-azc's. Afspraken maken met veilige landen zoals Marokko en Algerije, zodat de mensen die hiervandaan komen sneller teruggestuurd kunnen worden.

Het past in deze agenda dat mijn voorganger Malik Azmani eerder de toezegging van het kabinet kreeg dat er meer transparantie moest komen over de delicten die door asielzoekers in Nederland worden gepleegd. Ik geloof ook dat dat is wat deze staatssecretaris en eerdere staatssecretarissen voor ogen hebben en hadden. Waar in het verleden überhaupt niet over incidenten op COA-locaties werd gerapporteerd, gebeurde dat vanaf 2016 wel. In 2018 is besloten de rapportages nog verder uit te breiden naar incidenten buiten de COA-locaties. En terecht, want we moeten weten welke mogelijke onveiligheid door asielzoekers in onze samenleving wordt veroorzaakt om deze te kunnen aanpakken. Die uitgebreidere rapportage ontvingen wij vorige week. Maar wat de VVD betreft had daarin niet alleen moeten worden vermeld om hoeveel incidenten het ging, maar ook om wat voor incidenten het ging. Dat ernstige incidenten daarbij onder de categorie "overige" zijn terechtgekomen, is een fout. Dat vindt ook de staatssecretaris, zo lezen wij.

Voorzitter. Ik heb geen enkele aanleiding om aan te nemen dat de staatssecretaris dit zelf bewust zo gedaan heeft, maar een feit is dat de fout wel is gemaakt. Het siert de staatssecretaris dat hij hier vandaag verantwoording over komt afleggen. Ik wil de staatssecretaris dan ook vragen, toe te lichten hoe dit heeft kunnen gebeuren. Vorige week nog schreef hij dat er sprake is geweest van een voor JenV gebruikelijke manier van rapporteren met een toptienaanpak van meest voorkomende incidenten en dat daarmee ernstige incidenten onbedoeld in de categorie "overige" zijn verdwenen. Maar vandaag maak ik op uit zijn brief dat op het ministerie wel degelijk een bewuste afweging is gemaakt om juist voor deze manier van rapporteren te kiezen. Kan de staatssecretaris dit toelichten? Hoe zijn de cijfers aangeleverd door politie en justitie en welke afwegingen hebben vervolgens plaatsgevonden? Wat zeggen zij nu precies over het aantal daadwerkelijke delicten en wat is de relatie tot het aantal veroordelingen en weigeringen dan wel intrekkingen van verblijfsvergunningen? Daarover is nog veel onduidelijk.

Tot slot, voorzitter. Welke conclusies trekt niet alleen de staatssecretaris vandaag, maar trekt ook het departement over hoe in de toekomst moet worden gehandeld? Als de staatssecretaris vandaag verantwoordelijkheid neemt voor een fout, dan is de vraag voor de toekomst nog steeds hoe beter met dit soort informatie zal worden omgesprongen en of dat daadwerkelijk gaat gebeuren. Graag een toelichting.

De heer Jasper van Dijk (SP):

Er zijn ernstige misdrijven onder de pet geschoven. Die mocht de Kamer aanvankelijk niet weten. Pas na aandringen door de media weten we nu waar we het over hebben. Dat vind ik een ernstige fout van het ministerie en de verantwoordelijke staatssecretaris. Deelt de VVD die mening en mag deze staatssecretaris wat de VVD betreft aanblijven of niet?

Mevrouw Becker (VVD):

Juist deze staatssecretaris is bezig met een agenda van meer transparantie en van het aanpakken van criminele asielzoekers. Ik heb zojuist gezegd dat ik geen enkele aanleiding heb om aan te nemen dat deze staatssecretaris willens en wetens ernstige delicten onder het tapijt zou willen vegen. Maar feit is wel dat de cijfers over deze ernstige delicten onder de categorie "overige" terecht zijn gekomen, en dat de VVD dat fout vindt. Dat heb ik zojuist duidelijk in mijn antwoord gezegd.

De heer Jasper van Dijk (SP):

Dat is geen antwoord op mijn vraag. Ik wil mevrouw Becker wel de vraag stellen die zij zelf op het laatst ook stelde aan de regering: wat gaat het ministerie nu doen om het vertrouwen te herstellen? Ik heb in mijn termijn al gezegd dat dat belangrijke departement van Justitie de afgelopen negen jaar, vanaf 2010, onder beheer staat van de VVD. Dus ik moet ook bij de VVD zijn voor die vraag. Welke lessen gaat uw partij hieruit trekken? En hoe gaat u het vertrouwen in dit ministerie herstellen, zodat de samenleving er vertrouwen in kan hebben dat dit belangrijke departement goed geleid wordt? Want tot nu toe lukt dat voor geen meter.

Mevrouw Becker (VVD):

Ik heb het zojuist gehad over de agenda van deze staatssecretaris en van eerdere staatssecretarissen op het departement. Die agenda is juist om dit soort zaken keihard aan te pakken en meer transparant te maken. Ik geloof ook dat dat het is wat de staatssecretaris heeft willen doen. Alleen, feit is ook dat hier een fout is gemaakt. Ik wil graag weten hoe dat heeft kunnen gebeuren. Het siert de staatssecretaris dat hij hierover vandaag verantwoording aflegt. Maar ik wil niet dat we hier vervolgens vandaag weglopen, en men op het departement door kan gaan met het maken van fouten die men daar kennelijk maakt. Ik wil dus weten hoe het heeft kunnen gebeuren dat deze fout is gemaakt. En ik wil ook weten welke lessen het departement hieruit trekt voor de toekomst. Ik weet dat er een heel verbeterplan op het departement ligt, over een cultuuromslag en over meer transparantie. Maar kennelijk heeft dat nog niet tot de gewenste resultaten geleid. Dus die vraag heb ik ook.

De heer Jasper van Dijk (SP):

Tot slot. Heeft mevrouw Becker van de VVD het lef om hier te erkennen dat het de afgelopen negen jaar om niet alleen maar incidenten gaat? Er waren vier achtereenvolgende aftredende VVD-bewindslieden. Heeft mevrouw Becker het lef om te erkennen dat het niet gaat om incidenten, maar om een patroon? Erkent zij dat het heel slecht zou zijn als de premier straks gewoon een vervanger van de VVD voor de staatssecretaris zou aanstellen, en gewoon zou overgaan tot de orde van de dag? Erkent zij dat er een structureel probleem is met VVD-bewindspersonen op dit ministerie?

Mevrouw Becker (VVD):

Volgens mij is er hier niemand die pleit voor het "gewoon weer overgaan tot de orde van de dag". Maar ik weiger ook mee te gaan in de insinuaties alsof hier sprake zou zijn geweest van een politieke strategie om zaken onder het tapijt te vegen. Juist de VVD, juist de partij van deze staatssecretaris, is de partij geweest die heeft afgedwongen dat er meer transparantie moet komen. In het verleden werd überhaupt niet over dit soort incidenten gerapporteerd. Dat die rapportage er nu wel is, is een toezegging aan onder andere de VVD. En natuurlijk, er moeten lessen worden getrokken om dit soort fouten in de toekomst te voorkomen. Daarover heb ik dezelfde vraag gesteld als de heer Van Dijk.

De heer Wilders (PVV):

Zou ik de collega van de VVD het volgende mogen vragen? Vindt u dat staatssecretaris Harbers moet aftreden?

Mevrouw Becker (VVD):

Ik heb collega's gehoord die, al voordat ze het antwoord van de staatssecretaris hebben gehoord, die conclusie hebben getrokken. Ik heb de brief van de staatssecretaris gelezen, waarin hij schrijft dat hij zich kan voorstellen dat dit zijn laatste debat zou zijn. Ik denk dat het ons, de woordvoerders, zou sieren om hem eerst de gelegenheid te geven om toelichting te geven, en eventueel zelf zijn conclusies te trekken. Ik denk dat dat beter is dan dat ik dat nu al ga doen.

De heer Wilders (PVV):

Ja, maar we weten toch wel wat? Ik denk dat het moedwillig is gebeurd, u denkt van niet. Maar feit blijft dat op z'n minst onder verantwoordelijkheid van de staatssecretaris de Kamer onvolledig is geïnformeerd. Het is de taak van Kamerleden om het kabinet te controleren; daar worden wij voor betaald. Een van de grote hoofdzondes is, dat de Kamer onvolledig wordt geïnformeerd. Stel je nou voor dat dat overeind blijft, los van de motieven. Stel je voor dat overeind blijft dat de Kamer onvoldoende is geïnformeerd. Vindt mevrouw Becker dan dat de staatssecretaris moet aftreden?

Mevrouw Becker (VVD):

Het opmerkelijke is, dat nog voordat wij vandaag de brief van de staatssecretaris ontvingen, de heer Wilders al vond dat deze staatssecretaris zou moeten aftreden. Dat vond hij vorige week al, nog voordat de heer Wilders kon lezen dat deze staatssecretaris heeft aangegeven: er is hier toch mogelijk niet alleen onbedoeld, maar misschien ook wel bewust een afweging gemaakt. Ik denk dat die afweging hier eerst moet worden toegelicht door de staatssecretaris. De heer Wilders dient moties van wantrouwen in bij de vleet. Hij vindt dat het kabinet weg moet. Dat is duidelijk. Wij gaan een stuk netter met deze staatssecretaris om door hem eerst de gelegenheid te geven zelf zijn antwoorden te geven.

De heer Wilders (PVV):

Het gaat er niet om dat wij netjes met deze staatssecretaris omgaan. Het gaat erom dat wij netjes met de Nederlandse bevolking omgaan.

Mevrouw Becker (VVD):

Zeker. Ook. Ja.

De heer Wilders (PVV):

De Nederlandse bevolking wordt door de VVD iedere keer het rad voor de ogen gedraaid. U laat de grenzen open. U zorgt ervoor dat mensen niet kunnen worden uitgezet. Dit is de tweede keer in drie jaar tijd dat De Telegraaf met die informatie op de proppen komt: eerst via een WOB-verzoek en daarna — u zat beide keren in het kabinet — door zelf te gaan bellen. In plaats van dat de staatssecretaris er zelf mee komt, moeten wij via de journalistiek erachter komen dat het moordenaars zijn, dat het verkrachters zijn. Waarom gaat u niet achter de Nederlanders staan, die daar slachtoffer van zijn, achter de gezinsleden van de meisjes die zijn verkracht of de mensen die zijn vermoord? U moet niet achter hem gaan staan! U moet geen respect hebben voor de man die het onder het tapijt heeft geschoven maar voor de Nederlanders.

Mevrouw Becker (VVD):

Volgens mij ga je achter de Nederlanders staan door verantwoordelijkheid te nemen voor een streng en rechtvaardig migratiebeleid. Dat doet de VVD door verantwoordelijkheid te nemen en in de regering te gaan zitten. Wij hebben een heel korte tijd samen met de heer Wilders geprobeerd om het asielbeleid strenger te maken en toen hij die kans had, is hij op een gegeven moment weggelopen uit het Catshuis. De VVD neemt die verantwoordelijkheid wel. Wij hebben met het plan-Azmani, met de Turkijedeal ervoor kunnen zorgen dat de toestroom naar de Europese Unie uiteindelijk is ingedamd. Wij hebben ervoor gezorgd dat de verblijfsvergunning van criminele vreemdelingen die een delict begaan, sneller kan worden ingetrokken. Dat is regeren. Dat is verantwoordelijkheid nemen. Hier makkelijk iedere week roepen dat het allemaal verkeerd is en dat de VVD niet achter de Nederlanders staat, terwijl de enige oplossing van de PVV is om uit de Europese Unie te gaan en zich achter de dijken terug te trekken, is pas een valse voorstelling van zaken, waarmee de Nederlander geen recht wordt gedaan.

De heer Wilders (PVV):

De waarheid is dat u lid bent van een enorme maffiabende. U bent lid van een enorme maffiabende; ik zie dat dat op instemming kan rekenen in de VVD-hoek. Die maffiabende zorgt iedere keer opnieuw dat er honderdduizenden niet-westerse allochtonen naar dit land komen, dat de asielzoekerscentra nog steeds 30.000, 40.000 asielzoekers per jaar krijgen, dat ze moorden, dat ze verkrachten, dat ze diefstal met geweld plegen en dat het door uw VVD onder het tapijt wordt gemoffeld, mevrouw. Geeft u daar eens een antwoord op! Onder het tapijt gemoffeld. U heeft niet het beleid van oplossen. De VVD veroorzaakt die problemen. Ieder keer opnieuw is het een VVD-minister, -staatssecretaris of een minister van Justitie die iets onder het tapijt schoffelt: is het niet een bonnetje voor een crimineel, dan is het wel een moordenaar of een verkrachter uit een azc. Dat is wat u doet. Dat is de VVD.

Mevrouw Becker (VVD):

Ik moet het eerste plan van de heer Wilders nog zien dat serieus en uitvoerbaar is om de toestroom in Nederland echt te kunnen indammen en om ons asielsysteem strenger en rechtvaardiger te maken. Nou wordt er vanuit de PVV-bankjes "brexit" geroepen, eh, "nexit". Nou, wij weten allemaal wat dat voor desastreuze gevolgen voor Nederland zou kunnen hebben. Sluit u zich nou eens aan bij de partijen die constructieve voorstellen doen, zoals mijn collega Azmani heeft gedaan rond de Turkijedeal, maar ook nu weer doet om voortaan met circulaire migratie te gaan werken, om afspraken te maken met Afrikaanse landen over daar al beslissen of mensen recht hebben op opvang en over opvang in de regio. Dat zijn serieuze voorstellen. Daar zul je een EU voor nodig hebben, dus het is volstrekt onrealistisch wat de heer Wilders hier vandaag voorstelt.

De voorzitter:

Tot slot. De heer Wilders.

De heer Wilders (PVV):

"Circulaire migratie". Volgens mij snapt niemand thuis wat hier wordt gezegd.

Mevrouw Becker (VVD):

Ja, dat betekent ...

De heer Wilders (PVV):

Volgens mij was ik aan het woord. "Circulaire migratie", het is echt abacadabrataal. Dat zal ook wel van de heer Azmani komen. Die gaat immers naar Europa, dat voor deze ellende heeft gezorgd. Ik zal u zeggen met wie wij gaan samenwerken. U gaat samenwerken met mensen à la Verhofstadt, de Belgische liberalen, die alleen maar meer Europa, meer Europese Unie en nog meer bootjes willen. Ik zal u zeggen met wie wij gaan samenwerken. Wij gaan samenwerken met Matteo Salvini, de man in Italië die de bootjes terugduwt, die zorgt dat Italië veiliger wordt en dat er minder mensen uit Afrika komen. Onder uw verantwoordelijkheid haalt u, de VVD, de bootjes hiernaartoe. Wij gaan samenwerken met de mensen die ze terugduwen. U gaat samenwerken met de mensen die ze laten komen, die alleen maar zorgen voor meer Europa, meer asiel, meer criminaliteit. Wij gaan samenwerken met de helden van Europa tegen het monster van de Europese Unie.

Mevrouw Becker (VVD):

Voorzitter. Je verbinden aan Italië door het terugduwen van bootjes is volgens mij een hele simplistische oplossing voor iets dat daadwerkelijk moet gebeuren. Als er uiteindelijk 4 miljard mensen gaan wonen op het Afrikaanse continent, dan moeten we ervoor zorgen dat we met het Afrikaanse continent afspraken maken, zodat mensen daar blijven, zodat ze niet hiernaartoe komen voor een beter leven, maar dat mensen ...

De voorzitter:

Het is bijna niet te volgen door het lawaai. Mevrouw Becker heeft het woord.

Mevrouw Becker (VVD):

... daar blijven en dat die Afrikaanse landen daar ook aan gaan meewerken. Daar zullen we strenge afspraken over moeten maken. Dat is ook wat ik bedoel met circulaire migratie. De heer Wilders vindt dat een moeilijk woord, maar dat betekent dat mensen hier nooit meer permanent zouden kunnen blijven, als het aan de VVD ligt, maar dat daar beoordeeld wordt of mensen recht hebben op opvang. Dat betekent uiteindelijk dat mensen, als ze hier permanent naartoe komen, hun plek in de samenleving moeten kunnen verdienen. Dit zijn allemaal serieuze voorstellen, en ik snap dat de heer Wilders daar niet naar wil luisteren, maar ik zeg nogmaals dat ik het eerste serieuze voorstel van zijn kant nog niet gehoord.

De voorzitter:

Dank u wel.

Mevrouw Becker (VVD):

Alstublieft.

De voorzitter:

Dan geef ik nu het woord aan mevrouw Van Kooten-Arissen namens de Partij voor de Dieren.

Mevrouw Van Kooten-Arissen (PvdD):

Voorzitter, dank u wel. Het doel van de staatssecretaris was om volledige transparantie te geven, zo schreef hij in zijn brief vandaag. Maar we staan hier vandaag toch, juist omdat hier niet alleen de volledige transparantie ontbrak, maar ook zelfs de minimale transparantie. Er zijn ernstige fouten gemaakt en feiten verdoezeld rond openbare-orde-incidenten met asielzoekers. Zware incidenten zijn onder het kopje "overige" verdwenen, informatie werd weggemoffeld door feiten weg te moffelen in staatjes. Dat is helaas exemplarisch voor het ministerie van Justitie en Veiligheid, waar deze fouten de hekkensluiter vormen in een lange lijst met misstanden op dit ministerie, hoewel ook andere ministeries en bewindslieden die in moeilijkheden zijn geraakt in de afgelopen jaren aan de orde van de dag waren.

Voorzitter. In het verleden hebben wij maar al te vaak meegemaakt dat bewindslieden vaak tegen beter weten in veel te lang bleven zitten, hun politieke verantwoordelijkheid niet op tijd namen en uiteindelijk door de Kamer gedwongen werden om op te stappen. Deze staatssecretaris heeft echter al voorafgaand aan dit debat aangegeven dat dit hoogstwaarschijnlijk zijn laatste debat is als staatssecretaris. Maar hij zei ook dat hij nog verantwoording wenst af te leggen aan de Kamer en met een feitenrelaas wil komen over hoe het zo fout heeft kunnen gaan en hoe het mogelijk is dat de Kamer niet geïnformeerd is. Dat siert hem. Daar heeft de Partij voor de Dieren respect voor, en we stellen de staatssecretaris graag in de gelegenheid om verantwoording af te leggen en vervolgens zelf de politieke verantwoordelijkheid te nemen en de politieke eer aan zichzelf te houden. Dat is moedig.

Voorzitter. Ik zei het al, de vele problemen bij het ministerie zijn structureel en duren al zeer lang. Dit is niet de eerste bewindspersoon die opstapt. Ik noem ministers Opstelten en Van der Steur en staatssecretaris Teeven; inderdaad zijn zij allen VVD'ers, dat werd al eerder gezegd. Structurele problemen moeten structureel worden aangepakt. Dat gaat helaas niet gebeuren met het opstappen van deze staatssecretaris. Daarom wil ik van deze staatssecretaris weten of hij erkent dat de problemen op zijn ministerie structureel zijn en dat die problemen niet opgelost worden met het opstappen van deze staatssecretaris, hoezeer dit ook terecht is. Graag wil ik van hem weten wat er volgens hem moet gebeuren om die structurele problemen op te lossen. Het besluit om op te stappen geeft de staatssecretaris misschien de vleugels en de vrijheid om zich daarover uit te spreken.

Voorzitter. Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan de heer Voordewind namens de ChristenUnie.

De heer Voordewind (ChristenUnie):

Dank u wel, voorzitter. Laat ik beginnen met namens mijn fractie, de fractie van de ChristenUnie, waardering uit te spreken voor het feit dat de staatssecretaris hier is, en dat hij verantwoording wil afleggen voor hetgeen er tot nu toe gebeurd is. De gang van zaken die hij vandaag schetst in zijn brief laat echter opnieuw zorgen zien over de politieke cultuur van het departement Justitie en Veiligheid. Hoe reflecteert de staatssecretaris hier nu zelf op? De tekortkomingen in de rapportages zijn namelijk wel degelijk gesignaleerd, schrijft hij. Daarom hoop ik dat hij de volgende vragen voor ons kan beantwoorden.

Was de staatssecretaris erbij op de momenten dat er gesproken werd over de verhullende manier van categorisering van de cijfers en dat dit kon leiden tot vragen en opmerkingen? Zo niet, is hij er dan van op de hoogte gesteld wie die opmerkingen hebben gemaakt? Zo niet, welke reden is hem dan achteraf gegeven voor het feit dat hij niet van deze opmerkingen op de hoogte is gesteld? Welke redenen zijn er gegeven voor het feit dat die opmerkingen niet geleid hebben tot aanpassingen van de rapportage? Wie heeft besloten de rapportage niet in lijn met die opmerkingen aan te passen? Waarom heeft u zelf niet gevraagd naar de grote categorie "overige"? 1.000 incidenten; 25% van het totaal. Wat ik ook niet goed begrijp aan de brief, is de conclusie van de staatssecretaris dat dit allemaal niet met bewuste bedoelingen is gebeurd. Hoezo niet? Waarop baseert de staatssecretaris dat? Er is toch een bewuste afweging gemaakt om het niet te doen, met voor- en tegenargumenten?

Voorzitter. Dan een aantal vragen over de inhoud zelf. We weten nu dat asielzoekers verdacht waren van 31 gevallen van moord of doodslag. Als ik dat afzet tegen het totaalaantal gevallen van moord en doodslag in Nederland — daarbij ga ik uit van de laatste cijfers die bekend zijn, uit 2017 — kom ik op bijna 20%. Weet de staatssecretaris of de verdachten in deze zaken dan ook vervolgd en veroordeeld zijn? Kan hij daar iets over zeggen? Wat gebeurt er vervolgens met asielzoekers die concreet in beeld zijn voor het plegen van zulke misdrijven? Wordt er voldoende serieus werk van gemaakt om deze mensen het land uit te zetten? Klopt het dat er maar vijf asielzoekers zijn uitgezet vanwege misdrijven?

Voorzitter. Wat mij nog het meest triest maakt, en ook wel een beetje boos, is dat ik veel dossiers van asielzoekers op mijn bureau krijg van wie de verhalen zijn afgewezen. In veel van die gevallen kan je nog je vragen hebben of er voldoende recht is gedaan aan deze mensen, of hun verhaal voldoende is beargumenteerd en of de afweging terecht is geweest. Deze mensen worden dan uitgezet. Tegen deze categorie zijn de IND en DT&V zeer streng en stoer. Maar dat lijkt heel anders bij asielzoekers die écht voor problemen zorgen. Die komen hoofdzakelijk uit veilige landen; we hebben het gezien in de rapportage. Daar lijkt de IND veel minder stevig tegen op te treden. Zelfs als deze mensen veroordeeld worden voor een misdrijf, heeft dat in veel gevallen geen consequenties voor hun verblijf. Dat vind ik onverteerbaar. Ik zou het graag andersom willen.

Tot slot, voorzitter. Ik hoop dat de staatssecretaris of, indien hij aftreedt, zijn opvolger steviger werk gaat maken van betere transparantie, eerlijke informatie naar de Kamer en een harder optreden tegen criminele asielzoekers om het uiteindelijk mogelijk te maken dat we hier de echte vluchtelingen blijven opvangen.

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan de heer Hiddema namens Forum voor Democratie.

De heer Hiddema (FvD):

Dank, voorzitter. Meneer de staatssecretaris, ik zou bijna zeggen: daar staan we weer, daar zijn we weer. Het gaat dus weer over de criminele asielzoeker. Wat een fiasco en wat een demasqué heeft dat opgeleverd.

Eerst mochten we niet weten dat ze überhaupt wel criminele neiginkjes zouden kunnen vertonen, want ze zijn zielig en ze zijn asielzoekend. Dus dat hoeft het volk niet te weten. Toen we het een beetje mochten weten — een tipje van de sluier — dat de werkelijkheid er anders voor stond, mochten we niet weten in hoeveel gevallen die mensen echt werden vervolgd. Je moest echt doorzagen om te kijken of ze als criminelen nog wel werden vervolgd. Nou zijn we zover dat mensen die worden verdacht van moord en doodslag ook in die categorie thuishoren. Nou moeten we maar aannemen dat die wél vervolgd worden. De staatssecretaris is er nog. In het belang van de veiligheid van het land wil ik hem vragen of de mensen die in die categorie zijn opgenomen, wel worden vervolgd. Want het is ook nog niet bon ton om zo iemand te vervolgen.

Hoe het ook zij, de brief van de staatssecretaris laat zich lezen als een dolksteek in eigen rug, zou ik haast willen zeggen. Er wordt volledige transparantie betracht. Dat heeft de staatssecretaris hoog in het vaandel, zo schrijft hij in die brief. Wij moeten dus weten: ik moffel niks weg. Daar komt het op neer: ik moffel niks weg. Dan komt er een inhoudelijk verslag en dan denk je: hè, wat, kan dit nou? Wat is er allemaal gebeurd? Nou laat ik een simpele deductie los op deze brief. Dan snap je er niks meer van. "Er zijn besprekingen gevoerd op het departement", zegt de staatssecretaris. "Daarbij zijn tekortkomingen gesignaleerd." Het kan niet anders dan dat daar ambtenaren zitten die denken: niet alles staat erin; niet alles mag het volk weten; dat moeten tekortkomingen zijn; die ernstige gevallen zijn dus gevallen die het volk niet mag weten; de rest is zoete koek en die mogen ze slikken, maar die ernstige gevallen moeten eruit. Dat is daar op dat departement punt van discussie geweest, niks anders. "Er zijn besprekingen gevoerd en daarbij zijn tekortkomingen gesignaleerd." Mijn vraag is: was de staatssecretaris daarbij? Als dat niet zo is, moet je, gezien de ernst van hetgeen daar bekokstoofd is, haast denken dat er een conspiratie van stilzwijgen is tegen de eigen staatssecretaris. Als die ambtenaren dan onderling bekokstoven dat de ernstige gevallen, die moorden en al die ernstige zaken, er maar niet in moeten, terwijl de staatssecretaris erbij zit, dan lijkt me dat voor de staatssecretaris geen behaaglijke positie om dat aan te horen. Of is hij toen maar weggelopen?

En toen is er een afweging gemaakt met de staatssecretaris erbij, of door dat clubje ambtenaren. "Er is een afweging gemaakt," zegt de brief, "naar aanleiding van de categorisering die zou leiden tot vragen of opmerkingen." Hiermee zeggen ze dus simpelweg in plat spraakgebruik: jongens, er komt gedonder van, maar we zetten het er niet in; we zien wel waar het schip strandt; de staatssecretaris heeft niks gehoord; we zien wel waar de boel strandt; als het misloopt, geven we de politie de schuld. Zoiets is daar bekokstoofd. Dat kan niet anders. Wat daar is verzwegen, was zo klaar als een klont. Ze hebben samen besloten dat ze die ernstige delicten zouden verzwijgen. Toen is dus besloten tot verzwijging van de ernstige incidenten. Dat is geen fout, zoals hier wordt gezegd; dat is bedrog. Dat is simpelweg misleiding van het volk. Iets anders valt er niet van te bakken. Je wordt bij de neus genomen door je eigen ministerie van Justitie en Veiligheid. De staatssecretaris is erbij, of niet, maar hij is wel de klos. Iets anders kun je er niet van bakken. Als je met zo'n stel ambtenaren zit opgescheept die dit zo achter je rug om bekokstoven en die, bang voor het volk, de uiterste, kwalijkste gevallen verhullen, dan wil je toch niet meer in de nabijheid van zo'n departement verkeren, zou ik denken. Dat is toen dus besloten.

De meest ondoorgrondelijke passage is de volgende, waar de staatssecretaris zijn brief mee afsluit: "Er is geen aanwijzing dat dit met een bewuste bedoeling is gebeurd". En dat terwijl hijzelf de hele tijd heeft gezegd dat er een afweging is gemaakt. Er is gecategoriseerd en er is gekozen, maar dat is niet met een bedoeling, niet met een bewuste bedoeling. Daar zit iemand met een slaapmuts. Die heeft geen bewuste bedoeling en weet precies wat er aan de hand is. Een ander schrijft dit op en de staatssecretaris gaat hier vertellen: "Maar die bedoeling is niet bewust geweest." Dat is ondoorgrondelijk. Dat kan niet.

De voorzitter:

Gaat u afronden, meneer Hiddema?

De heer Hiddema (FvD):

Ja. De brief is het beste bewijs dat het wel is gebeurd, dat het wel is gebeurd met een bedoeling, namelijk dat we niet zouden weten wat er aan de hand is en dat het beter is voor het volksgevoel om dat maar niet aan de weet te komen. Ja, en nou zitten we met de brokken.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan de heer Öztürk namens DENK.

De heer Öztürk (DENK):

Voorzitter. De boel bedriegen en integriteitsregels aan de laars lappen, dat is de standaardhandelswijze van VVD-bewindspersonen. Dat is hun handelsmerk. Elk departement waar VVD'ers het voor het zeggen hebben, lijkt binnen no time af te glijden tot een soort Wilde Westen waar alles geoorloofd is om maar met de grijpgrage klauwen vast te kunnen klampen aan het pluche. Machtpatsers, de zelfbenoemde crimefighters van de VVD, hebben een totale puinhoop gemaakt van het ministerie van Justitie en Veiligheid. De bonnetjes van Teeven en Van der Steur, de onderzoeksresultaten van het WODC manipuleren en nu keihard sjoemelen met cijfers; de VVD en de waarheid zijn een soort niet-communicerende vaten, die elkaar wederzijds uitsluiten. Alles is geoorloofd bij de VVD.

Voorzitter. Deze staatssecretaris is politiek verantwoordelijk voor een parlementaire doodzonde: de Kamer is onvolledig geïnformeerd. In de rapportage over verdenkingen van asielzoekers is willens en wetens gerapporteerd over een top tien. Daardoor zijn de zwaarste incidenten, incidenten met enorme gevolgen, zoals moord en verkrachting, weggestopt onder de categorie "overige". Hoewel binnen zijn ministerie door welwillende ambtenaren is gewaarschuwd dat dit onzorgvuldig is, zijn de cijfers over ernstige delicten dus weggemoffeld. Het is dus goed dat deze staatssecretaris zijn verantwoordelijkheid neemt en dat hij, zoals Teeven en Van der Steur, verdwijnt. Want hoe kan het nou gebeuren dat ernstige delicten zoals verkrachtingen zijn weggestopt in de rapportage? Hoe is dat nou te rijmen met een staatssecretaris die zegt transparant te willen zijn? Zijn de ambtelijke adviezen om niet met een top tien van misdrijven te rapporteren, ook tot deze staatssecretaris gekomen? Was hij bij de genoemde besprekingen over de rapportage? Zo ja, waarom heeft hij deze manier van rapporteren dan toch doorgezet? Zo nee, waarom bereikten deze belangrijke signalen hem niet?

Veiligheid is opnieuw keihard doorgeprikt. Zou het niet verstandig zijn om af te spreken dat er vijf jaar lang geen VVD'ers mogen zitten op Justitie en Veiligheid? Dat zou de heer Wilders ook heel goed vinden, denk ik. Vijf jaar geen VVD'ers op Justitie en Veiligheid.

Voorzitter. Er is een keerzijde. Nu komt ie. Net zo gevaarlijk als de lieg- en bedriegindustrie van de VVD is dat criminaliteitscijfers over vluchtelingen door Forum voor Democratie en de PVV worden misbruikt. Een hoogleraar zei: je hebt kleine leugens, grote leugens en statistieken. Het is een nieuw verdienmodel: het aanzetten tot haat en het handelen in angst. Twee weken geleden werd in Enschede een Syrisch gezin in zijn eigen huis afgetuigd door een boze meute mensen die voor eigen rechter speelden. Dit soort vreselijke gebeurtenissen zijn een-op-een terug te leiden tot het klimaat van haat dat door Wilders en Baudet wordt gezaaid op basis van cijfertjes. Mensen worden door de PVV en door Forum voor Democratie bang gemaakt voor messentrekkende vreemdelingen in bosjes. Slechts 0,9% van alle verdenkingen van zedenmisdrijven betreft vluchtelingen. Veruit de meeste daders lijken veel meer op de heren Wilders en Baudet dan op de gemiddelde vluchteling.

Voorzitter, ik rond af. Laten we dus vier lessen trekken uit dit debat. Misdadigers moeten altijd gestraft worden ... Messentrekkende, hoor ik de heer Wilders nu zeggen. Ja, meneer Wilders. Laten we vier lessen trekken uit het debat. Lessen, niet messen! Vier lessen. Misdadigers moeten altijd bestraft worden voor hun daden. Deze staatssecretaris moet vertrekken. Vijf jaar lang geen VVD'ers meer op het ministerie van Justitie en Veiligheid. En laten wij keihard strijden tegen het klimaat van haat dat wordt gezaaid in de richting van vluchtelingen door Wilders en Baudet.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik tot slot het woord aan de heer Krol namens 50PLUS. Gaat uw gang, meneer Krol.

De heer Krol (50PLUS):

Voorzitter. 50PLUS prijst de staatssecretaris voor het aangaan van dit debat. Een groot compliment ook voor De Telegraaf, die de onderste steen boven haalde. Wat mij betreft gaat dit debat over de schrikbarende cijfers over de zware misdrijven onder de groep asielzoekers.

De Tweede Kamer voerde op 18 april een fel debat over de pendelbus voor overlastgevende asielzoekers. Of die bus gratis werd, werd gevraagd. Dat kon toch niet? Met de kennis van nu voel je je met terugwerkende kracht behoorlijk misleid. Het gaat allang niet meer alleen over overlast. We praten over zware misdrijven, op grote schaal gepleegd door asielzoekers. De cijfers die De Telegraaf vorige week onthulde, zijn schokkend. In 2018 waren er 31 gevallen in de categorie moord en doodslag, 79 zedenmisdrijven en 51 keer zware mishandeling. Dat was volgens de politie al weken bekend bij Justitie, maar de zaken werden weggeschreven onder het kopje "overige". Kunnen we de garantie krijgen dat de Kamer voortaan correct wordt geïnformeerd? Of is er een parlementair onderzoek nodig? Zitten er bij dat getal van 31 ook pogingen tot moord en doodslag? Ook dat is natuurlijk zeer verontrustend. En is er al schuld aangetoond? Zo ja, werden de asielzoekers vervolgd en worden ze na hun straf uitgezet? Onze vraag is of en hoe deze cijfers in de officiële politiestatistieken terechtkomen. We vragen ons ook af wat er in 2017 gebeurde. Wat waren de cijfers toen? En wat is er te zeggen over het lopende jaar 2019?

De fractie van 50PLUS stemde als een van de weinigen in dit huis tegen het Marrakeshpact. Wij vrezen dat de toestroom van ongewenste migranten uit veilige landen alleen maar groter wordt. 50PLUS wil een ommekeer in het migratiebeleid van de EU. Nu starten asielprocedures in het land van bestemming. Dat werkt niet. Als het aan 50PLUS ligt, kunnen migranten alleen asiel aanvragen in hun eigen land via de Nederlandse ambassade of een gezamenlijke EU-ambassade. Over het toelaten van migranten beslist een lidstaat zelf. Nu wachten we maar af wie er binnenkomt. Wij pleiten voor een actief beleid: welke arbeids- en kennismigranten zijn er nodig? De veiligelanders die als vluchteling naar Nederland komen, gaan voor hun beurt. Ze kruipen voor op echte vluchtelingen die niet de middelen voor de reis hebben. 50PLUS wil dat vluchtelingen alleen asiel kunnen aanvragen via een VN-vluchtelingenkamp. Toegelaten vluchtelingen worden verdeeld over de EU-staten. De verwachting is dat de vluchtelingenstroom uit veilige landen uiteindelijk opdroogt met deze nieuwe aanpak. De veiligelanders gaan niet naar zo'n VN-vluchtelingenkamp. Ze vluchten namelijk niet voor oorlog, geweld of vervolging. Het is ongewenst om iedereen toe te laten. Daardoor wordt de druk op de woningmarkt en ons socialezekerheidsstelsel alleen maar groter. Bovendien komt de acceptatie van mensen die het écht nodig hebben, onnodig onder druk te staan en dat baart ons grote zorgen.

Ik dank u wel, mevrouw de voorzitter.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Krol. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de eerste termijn van de zijde van de Kamer. De staatssecretaris heeft geen behoefte aan een schorsing en wil gelijk reageren. Het woord is aan de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.

Staatssecretaris Harbers:

Voorzitter, dank u wel. Eerder vandaag zond ik uw Kamer een brief waarin ik aangaf hier persoonlijk verantwoording te willen afleggen over de totstandkoming van het Incidentenoverzicht van politie en Openbaar Ministerie dat is opgenomen in de Rapportage Vreemdelingenketen. Ik dank uw Kamer dat mij nu die gelegenheid gegeven wordt.

Na de publicatie van het Incidentenoverzicht van vorige week ontstonden vragen, eerst in de media en daarna terecht in uw Kamer over wat deze cijfers precies inhouden. Er was kritiek — terechte kritiek — op de indeling van het rapport, want daarin was gekozen voor een top tien van de meest voorkomende meldingen van delicten gepleegd door mensen die bewoner zijn van een asielzoekerscentrum. Juist de ernstigste feiten zijn daardoor beland in de categorie "overig". Die indeling was meer dan ongelukkig. De ophef daarover was begrijpelijk en terecht. Want de Tweede Kamer wil — dat weet ik — juist over dit onderwerp proactief, precies en helder geïnformeerd worden. Ook ikzelf vind dat van het grootste belang. Het asielbeleid is gebaat bij draagvlak en draagvlak kan alleen bestaan bij de gratie van openheid en transparantie. Maximale transparantie is steeds mijn doel geweest.

Diezelfde transparantie was juist de aanleiding om het Incidentenoverzicht op een nieuwe leest te schoeien. Voorheen waren er alleen de cijfers van incidenten die op asielzoekerscentra plaatsvonden en nu waren er cijfers van alle incidenten, ook die van bewoners van asielzoekerscentra elders, dus buiten de asielzoekerscentra. Het aantal incidenten ging om die reden al enorm omhoog. Dat was extreem zorgbarend, want het ging van 1.090 vorig jaar naar 4.600 dit jaar.

Het streven om maximale transparantie te bieden heeft averechts uitgepakt. De Kamer is met de gekozen manier van rapporteren uiteindelijk niet goed geïnformeerd. In de brief die ik uw Kamer daarover afgelopen donderdag, 16 mei, schreef, heb ik u een eerste toelichting gegeven op de totstandkoming van de gehanteerde indeling. Tevens heb ik u alsnog het overzicht van de categorie "overige" verstrekt. Ik heb daarbij erkend dat de gekozen wijze van rapporteren ongelukkig en niet goed is geweest. Ik gaf daarbij ook aan dat dat onbedoeld was.

Voorzitter. Er zijn veel vragen gesteld, maar in de kern komen ze allemaal neer op een paar onderdelen. Het eerste is de totstandkoming van de cijfers. Het tweede is wat die cijfers zelf zeggen en wat de duiding daarvan is. Vervolgens: wat betekent dit voor het ministerie en de werkwijze op het ministerie van Justitie en Veiligheid? In die volgorde wil ik daarop ingaan. Aan het eind zal ik u melden welke conclusies ik er zelf aan verbind.

Voorzitter. Eerst de totstandkoming van die cijfers. Na de publicatie in de media afgelopen donderdag heb ik vanzelfsprekend mijn medewerkers opdracht gegeven om het proces van de totstandkoming van het Incidentenoverzicht te reconstrueren. De reconstructie spitste zich toe, voor mij in ieder geval, op de vraag of de bezwaren die achteraf terecht zijn ingebracht tegen de manier van rapporteren ook al intern waren gesignaleerd. In die reconstructie, die ik gisteravond laat kreeg, heb ik het antwoord gezien. Het antwoord op die vraag is bevestigend. Dat is de reden dat ik hier vandaag voor u sta. Op verschillende momenten hebben medewerkers hardop geconstateerd dat rubricering van ernstige feiten in een categorie "overige" bezwaarlijk zou zijn en tot verwarring en terechte vragen zou kunnen leiden.

Voorzitter. Wat voor mij daarin dan cruciaal is, is dat ik heb geconstateerd dat in de besprekingen over de totstandkoming van de rapportage op enig moment is geconstateerd dat de cijfers over drie onderdelen, zedenzaken, drugs- en alcoholmisbruik en verkeersdelicten, die in het verleden wel werden verstrekt aan de Tweede Kamer, door de gekozen indeling in de categorie "overige" terecht zouden komen en om die reden dus niet meer inzichtelijk zouden zijn voor de Tweede Kamer. Ik heb bovendien vastgesteld dat er al discussie over is geweest, met name dat de Tweede Kamer veel belang hecht aan inzicht in deze delicten.

Voorzitter. Ik heb gisteravond zelf persoonlijk, aan het eind van de avond, kennisgenomen van die discussie die heeft plaatsgevonden. Dat doet tegelijkertijd ook helemaal niet ter zake. Want ook al had ik daar persoonlijk geen kennis van genomen, het is wel onder mijn bestuurlijke verantwoordelijkheid gebeurd. Daar ben ik verantwoordelijk voor en die verantwoordelijkheid neem ik.

Er is ook gevraagd wat er verder is gebeurd en hoe dat overzicht uiteindelijk tot stand is gekomen. Ik kan niet anders dan vaststellen — dat heb ik ook aan uw Kamer geschreven — dat ik geen signalen heb gezien dat er doelbewust is gekozen voor of is vastgehouden aan deze indeling. Er is veel discussie ontstaan. Er is discussie ontstaan over de drie categorieën die eerder wel werden verstrekt aan de Kamer. Zouden die niet op zijn minst nog verstrekt moeten worden? Maar er is ook discussie ontstaan over de vraag wat dit betekent voor de andere incidenten die in de categorie "overige" hun plek vinden. Vervolgens is er ook nog discussie ontstaan over wat die incidenten precies betekenen. Wat betekent zo'n getal? Ik ga straks nog verder in op die duiding.

Ergens is in dat proces vervolgens geconstateerd dat er vanwege die onduidelijkheden ruis zat in de cijfers en dat het moeilijk of op dat moment misschien wel onmogelijk was om ze helder uit te splitsen. Vervolgens is men tot de conclusie gekomen om het Incidentenoverzicht te maken, te rapporteren, zoals dat uiteindelijk aan uw Kamer is verstrekt. Vanzelfsprekend had ik er zelf op ten minste twee momenten verder op moeten doorvragen. De eerste keer was op het moment dat dat rapport, die presentatie, aan mij werd voorgelegd. Daar heb ik vervolgens akkoord op gegeven, maar natuurlijk had ik moeten vragen wat er precies in die categorie "overige" viel. Daarbij wil ik overigens niets afdoen aan het feit dat alle incidenten die wél gemeld waren in de top tien, mij ook al heel veel zorg gaven, want ieder incident is er een te veel. Zoals leden van uw Kamer ook zeiden: achter ieder incident schuilt mogelijk een slachtoffer. Dat staat voor mij bovenaan. Ieder incident is er een te veel. Die moeten we zien te voorkomen. Vervolgens is gekozen voor deze rapportage. Daar heb ik akkoord op gegeven. Ik had dat toen dus kunnen vragen.

Het tweede wat ik had kunnen en moeten doen, was nagaan of dit de enige overweging was, nadat afgelopen donderdag terecht commotie was ontstaan en ik u gemeld heb dat dit onbedoeld en uitsluitend het gevolg was van de gekozen rapportage in een top tien. Deze vorm van rapportage is overigens niet ongebruikelijk en wordt in heel veel andere rapportages ook gebruikt. Maar ik had toen natuurlijk nog verder moeten doorvragen over het feit of dat echt de enige overweging is geweest. Zoals ik u zojuist aangaf, heb ik gisteravond moeten constateren dat dit daarvoor wel degelijk in discussie is geweest.

Voorzitter. Ik zei het zojuist al: niet alleen was het uiteindelijk een onjuiste, verkeerde afweging, maar speelde in de discussie ook een rol dat de cijfers op zichzelf een wereld van vragen opriepen. Vele leden van uw Kamer hebben verwezen naar het voorbeeld van de 31 meldingen op het gebied van moord en doodslag. Kun je daar de conclusie uit trekken dat moord en doodslag 31 keer zijn voorgekomen?

Voorzitter. Het Openbaar Ministerie doet nu nog onderzoek naar de cijfers; dat is nog bezig. Het is dus geen definitieve duiding. Maar uit voorlopig onderzoek door de politie naar deze incidenten blijkt dat het in het geval van de 31 geregistreerde incidenten op het gebied van doodslag of moord feitelijk gaat om 25 unieke gebeurtenissen, waarvan 2 registraties procesinformatie betroffen, een seponering en een DNA-afname. Eén incident, op een later moment, is gekwalificeerd als eenvoudige mishandeling. Bij deze incidenten is bijna in alle gevallen sprake van een poging tot doodslag of moord. In één geval betreft het een voltooid delict, waarbij een dodelijk slachtoffer te betreuren viel. Op dit moment, nu ik hier voor u sta, zijn politie en OM nog bezig met een nadere analyse. Die kost tijd, omdat de betreffende registraties handmatig moeten worden doorgenomen. Om te voorkomen dat er door de snelheid nog meer fouten worden gemaakt, wil ik politie en Openbaar Ministerie de tijd geven dit goed uit te zoeken. Hierover wordt uw Kamer op een later moment geïnformeerd.

Ik heb het voorbeeld van die 31 meldingen eruit gelicht omdat het zo veel indruk maakt en impact heeft, maar tegelijkertijd als illustratie van wat er, en dat weten we nu, achter die cijfers nog meer schuilgaat. In het geheel van de 4.600 meldingen die in het rapport staan, gaat het om alle incidentregistraties bij de politie. Om het volledige beeld te hebben, zal je de hele wereld erachter moeten hebben. Daar heb ik in de afgelopen dagen opdracht toe gegeven, want zoals ik al zei: er moet maximale transparantie zijn. Dat betekent dus ook iets voor de volgende rapportages, die dan ook het volledige beeld moeten verstrekken.

Er is in de Kamer ook gevraagd: als je verder kijkt naar de groep, zijn dit bijvoorbeeld veiligelanders? Hierbij wil ik ook weer zorgvuldigheid betrachten. Ja, er worden rapportages gemaakt over bijvoorbeeld het aandeel veiligelanders in de asielketen. Maar net deze incidentenrapportage is gebaseerd op cijfers van de politie waarin niet op afkomst wordt gerangschikt. Die vraag kan ik, als het gaat over deze rapportage, dus simpelweg niet beantwoorden. Voor het geheel aan overlast door veiligelanders verwijs ik naar het debat dat ik een maand geleden met uw Kamer hield, want vanzelfsprekend is er op dat terrein reden tot zorg, veel zorg.

Er is ook gevraagd: wat gebeurt er vervolgens? Precies daarvoor hebben we de informatie van het Openbaar Ministerie nodig. Dat gaat over het al dan niet vervolgen van mensen. Uiteindelijk leidt dat al dan niet tot strafoplegging. Ook daar wil ik dus precies in zijn. Ik verwijs naar wat ik zojuist zei: daar wordt nog aan gewerkt, dus die duiding is nog bezig. Pas bij een onherroepelijk opgelegde straf heb je eventueel een grond tot weigering of intrekking van een verblijfsvergunning. Niet eerder, zo is dat geregeld hier. Tegenover iedereen die vraagt of het dan vervolgens ook lukt om mensen uit te zetten, ben ik de eerste om toe te geven dat daar een flink hiaat in het systeem zit om reden dat sommige landen hun onderdanen niet terugnemen en om reden dat in sommige gevallen mensen, zelfs als ze veroordeeld zijn, toch ook nog weer de bescherming op grond van artikel 3 van het EVRM hebben en daardoor niet uitzetbaar zijn. Ik verwijs naar vele debatten die ik daarover met uw Kamer heb gevoerd.

Ik heb al een paar keer genoemd dat de cijfers afkomstig zijn van de politie. Er is dus ook geen schuld bij de politie, zoals iemand in de Kamer aan de orde stelde. De politie, zo is mij ook in de afgelopen dagen gebleken, heeft het volledige overzicht verstrekt, zoals gevraagd door het ministerie, en dus ook alle incidenten onder de kop "overige". Vervolgens zijn er afspraken gemaakt over en weer, waarbij afgesproken is dat bij vragen over deze rapportage deze vanuit het departement zouden worden beantwoord waar ze gaan over alle cijfers die we in het verleden verstrekten, en door de politie waar het betreft de cijfers die door de politie zijn aangeleverd. Met andere woorden: de afspraak was dat de politie daar nadere duiding aan zou geven zo daar vragen over zouden komen. Tegelijkertijd is dat niet goed gegaan want dat heeft meteen weer tot het beeld geleid als zouden de politie en het ministerie zelf tegenover elkaar staan. Die afspraak is niet gemaakt, integendeel, maar door miscommunicatie heeft dat onbedoeld toch tot dit effect geleid.

Voorzitter. Wat misschien nog wel het meest aan de orde kwam, is wat dit zegt over het departement van Justitie en Veiligheid, over de koerswijziging die is ingezet om het ministerie te veranderen en om de cultuur te doorbreken. Eenieder die zegt "het zit in het water op het departement, het gebeurt daar altijd", wil ik wijzen op mijn persoonlijke ervaringen daar in de afgelopen anderhalf jaar. Ik heb daar persoonlijk niets van gemerkt en dus ook al helemaal niet dat dat structureel zou zijn. Integendeel, er wordt consciëntieus gewerkt. Ik ben ook niet tegengekomen, ook niet in deze casus zoals ik u net uiteenzette, dat er doelbewust, dus om te verhullen, tot deze categorisering is gekomen. Ik heb zelf al helemaal nooit opdracht gegeven om bewust cijfers bij elkaar te voegen of te verhullen. Integendeel, mijn motto is altijd geweest: draagvlak krijg je alleen door maximale transparantie en maximale openheid. Ik heb dus ook niet geconstateerd dat daar ergens een poging is geweest om dat doelbewust te verhullen. Integendeel.

Wel kan het beter. Dat leer ik ook uit deze zaak. Welke maatregelen moeten dus genomen worden om dit te voorkomen? Wat ikzelf in gang heb gezet de afgelopen dagen op dat gebied, is de toezegging die ik deed aan de Kamer afgelopen donderdag om voortaan alle cijfers uitgesplitst te verstrekken. En ik heb gezegd dat er nog gewerkt wordt aan nadere duiding daarvan om in de toekomst ook het beeld volledig te hebben. Ik heb ook aangegeven dat mijn motto van maximale openheid en maximale transparantie niet alleen in deze cijfers maar — dat zeg ik de Kamer toe — altijd waar het gaat om de asielketen het eerste en leidende motto dient te zijn.

Er is dus ook niet van opzettelijk verdoezelen sprake geweest. Absoluut niet, integendeel, want dan zou iemand daar de opdracht toe moeten hebben gegeven of dan zou men daar ook in onderling overleg toe moeten hebben besloten. Dat is niet gebeurd, zoals ik uit het feitenrelaas tot nu heb kunnen vaststellen. Integendeel. Tegelijkertijd is het beeld dat is ontstaan natuurlijk meer dan ongelukkig.

Voorzitter. Ik rond af. Het feit is ... Nou, ik wil eerst nog wel interrupties beantwoorden.

Mevrouw Van Toorenburg (CDA):

Ik heb juist voor die afronding wel een vraag. Want als de ambtenaren dan constateren dat de zwaarste delicten niet worden genoemd en er een presentatie wordt gehouden van "er is wat diefstal, er is wat vernieling en er is wat zakkenrollerij", waar zit dan de antenne van die mensen om ervoor te zorgen dat dat aan de Kamer wordt verteld?

Staatssecretaris Harbers:

Ik heb vastgesteld dat die antenne aan het begin van het proces aanwezig was, en juist ook de erkenning dat dit gegevens zijn die de Kamer in het verleden kreeg en nu waarschijnlijk ook zeer graag zou willen krijgen. Ergens in het proces daarna is dat verloren gegaan. Ik heb u de reden gegeven, namelijk het feit dat men daar veel discussie over is gaan voeren, juist ook om te kijken wat die cijfers precies betekenden en of het dan nog wel handig was om deze cijfers zo te verstrekken. Daar speelde vervolgens een rol bij dat de drie categorieën die in het verleden wél gerapporteerd werden aan de Kamer binnen de categorie overig, niet allen de hoogste aantallen hadden. Dat zou dus tot een discussie leiden: waarom deze drie er wel uitlichten en anderen niet? En ik heb eerder gezegd dat dat natuurlijk niet de goede afweging is geweest. Integendeel, want dan had het antwoord kunnen en moeten zijn: als dit leidt tot dit soort discussies, dan moeten we misschien alle cijfers verstrekken.

Mevrouw Van Toorenburg (CDA):

Ik vind het heel vervelend, maar het blijft voor mij een worsteling. Uiteindelijk krijgen wij dus het beeld van ongeveer 80 diefstallen en vandalismegevallen. En dan is er een ambtenaar en die ziet op zijn bureau liggen: én 79 gevallen waarin er een relatie is met moord en doodslag. Dan vind ik het toch raar dat die mensen dan niet zeggen dat dit zo niet naar de Kamer kan, en dat er leidinggevenden zijn die dat dan accepteren. Ik zou aan de staatssecretaris willen vragen — misschien komt het later als het OM de cijfers heeft — wat dat maakt dat niemand op dat ministerie zegt: dit kan zo niet weg, want nu hebben we een beeld van 80 diefstallen, en over 79 moorden vertellen we niets. Die zijn er misschien niet, maar nog steeds weten we het niet.

Staatssecretaris Harbers:

Even voor de precisie: moord en doodslag waren er 31. Er waren andere categorieën die bovenaan stonden, bijvoorbeeld belediging. En het is precies deze discussie geweest. Het is ook geweest: als de laatste van de top tien afgerond op 80 eindigt, maar de eerste van de categorie "overige" ook op 80, dan was de vrees dat dat weer vragen oproept waarom dan de ene 80 belangrijker is dan de andere. Ik zeg u vanuit mijn verantwoordelijkheid dat het niet zo had moeten gebeuren, want dan hadden natuurlijk alle cijfers geplaatst moeten worden. Maar ik geef feitelijk weer wat de discussie is geweest.

De heer Groothuizen (D66):

Allereerst dank aan de staatssecretaris voor de nuance die hij in het debat brengt, want ik denk dat die de laatste dagen af en toe zoek was. Ik denk dat het heel goed is dat hij toelicht wat de wereld achter de cijfers is. Maar ik heb daar wel een vraag over. De staatssecretaris zegt: ik denk niet dat het bewust was. Maar "bewust" betekent dat je ergens over hebt nagedacht. En er ís nagedacht; dat weten we uit de antwoorden van de staatssecretaris en uit de brief. Hoe kan het dan dat er toch een bepaalde afslag wordt gekozen? Want ik zie de wereld en de complexiteit achter de cijfers, maar de staatssecretaris kan die hier ook uitleggen. Waarom is er nou niet voor gekozen om die complexiteit gewoon in de rapportage uit te leggen?

Staatssecretaris Harbers:

Laat ik vaststellen dat dat natuurlijk had moeten gebeuren. Misschien had dat meer tijd gekost. Dan had de rapportage wat langer op zich laten wachten. Dat is een conclusie die ik ook zelf al heb getrokken. Dit is niet de rapportage zoals ik die wilde en zoals die bedoeld was, maar tegelijkertijd is het wel de rapportage die onder mijn verantwoordelijkheid en uiteindelijk met mijn goedkeuring tot stand is gekomen. En dit is precies wat maakt dat het inzicht nog steeds niet volledig is. Zelfs als je alle cijfers zou verstrekken, maar die cijfers zijn verder niet geduid, dan weet je in wezen nog niet heel veel.

De heer Groothuizen (D66):

Dat ben ik met de staatssecretaris eens. Maar dan toch nog iets preciezer. Want zelfs bij de cijfers die wél met de Kamer zijn gedeeld, maak ik me er sterk voor dat daarin dezelfde nuance en dezelfde complexiteit zitten. Want 2.030 winkeldiefstallen? Nou, ik durf de stelling wel aan dat dat ook niet allemaal afgeronde zaken zijn, maar dat daar dubbeltellingen in zitten. Blijkbaar is daarbij dan níét de conclusie getrokken om die niet naar de Kamer te brengen. Dus er zweeft volgens mij nog steeds een vraag boven de markt: hoe komt het nu dat een bepaalde categorie, waar in ieder geval de ernstige zaken in zitten, níét is gemeld, en een bepaalde categorie wél? En ik heb daar nog steeds niet het antwoord op, en daarmee ook niet het vertrouwen dat het lek op het ministerie boven is.

Staatssecretaris Harbers:

Laat ik u aangeven dat ook uit deze zaak heel veel lering is getrokken. Wat de heer Groothuizen aangeeft, spreekt voor zich. Ik heb zojuist aangegeven dat ik er één categorie meteen heb uitgelicht: moord en doodslag. Overigens geldt ook voor een aantal andere categorieën in de categorie "overige" dat die nadere duiding zal moeten plaatsvinden, maar de vraag stellen, is hem beantwoorden. Als je bij deze ene categorie weet welke wereld erachter schuilgaat, dan zal dat voor alle categorieën gelden. In ieder geval zegt een politieregistratie nog niet iets over de opsporing, vervolging en eventuele berechting van mensen.

De heer Groothuizen (D66):

Ik denk dat ik het inhoudelijk aardig eens ben met de staatssecretaris, maar ik heb toch het gevoel dat de vraag waarom nu ambtelijk een bepaalde afslag is genomen, boven de markt blijft zweven. Dat is een beetje de worsteling die mevrouw Van Toorenburg volgens mij ook heeft en die niet heel veel vertrouwen geeft voor de toekomst op dit departement.

De heer Van Ojik (GroenLinks):

Ik heb in mijn bijdrage gezegd dat het bij mijn weten nooit eerder is voorgekomen dat in zo korte tijd op één ministerie zo veel bewindslieden in zulke grote politieke problemen kwamen. Is de staatssecretaris dat met mij eens? En als hij dat met mij eens is, welke conclusie trekt hij daar dan uit?

Staatssecretaris Harbers:

Ik vind het een beetje moeilijk om daar meteen een grote conclusie uit te trekken, omdat iedere zaak op zichzelf staat. Ik kan alleen spreken over mijn eigen situatie en aan het eind van het debat zal ik u vertellen welke conclusie ik daaraan verbind. Zo de heer Van Ojik een patroon zou zien, ik heb zelf in de afgelopen anderhalf jaar vastgesteld dat ik, zoals ik zojuist zei, niet ben tegengekomen dat er een sfeer of cultuur heerst dat er doelbewust zaken bij elkaar worden genomen of worden verhuld, integendeel. Dat het desondanks toch zo is gebeurd, betreur ik ten zeerste.

De heer Van Ojik (GroenLinks):

Uiteraard luister ik goed naar wat de staatssecretaris zegt over zijn eigen ervaring, maar hij zal toch, net als wij allemaal, ook nadenken over wat voorgangers van hem is overkomen en de mate waarin de problemen waarin de voorgangers op zijn ministerie zijn geraakt, al dan niet zijn opgelost door processen van verandering die in gang zijn gezet. Dan kan de conclusie toch niet anders luiden dan dat dat proces van verandering kennelijk nog maar — dan zeg ik het netjes — in de kinderschoenen staat?

Staatssecretaris Harbers:

Weet u, als er echt opdracht gegeven zou zijn om dingen samen te voegen of als er doelbewust zou zijn afgewogen om zaken samen te voegen omdat sommige dingen dan minder inzichtelijk zouden zijn, dan zou de heer Van Ojik gelijk hebben, maar dat is niet zo. In de eerste plaats heb ik er zelf altijd op aangedrongen om juist die nieuwe rapportage open en transparant vorm te geven. Ik heb nooit opdracht gegeven om dit te doen, integendeel. Zo het mij ooit gevraagd zou zijn, zou ik altijd besloten hebben tot maximale openheid en transparantie. Ik stel vast dat het de uitkomst van het hele werkproces is om tot deze rapportage te komen, maar het doet verder niet ter zake hoe het allemaal gegaan is en wie en wat en dergelijke, want uiteindelijk draag ik daarvoor de volle verantwoordelijkheid.

De heer Van Ojik (GroenLinks):

Het siert de staatssecretaris dat hij de volle verantwoordelijkheid neemt. Het siert hem ook dat hij het opneemt voor zijn ministerie. Maar waar hijzelf en deze Kamer altijd zo gehamerd hebben op de noodzaak van transparantie — de staatssecretaris heeft er net opnieuw over gesproken — is het toch eigenlijk ondenkbaar dat dit soort essentiële gegevens niet met de Kamer worden gedeeld, vanuit een departement, vanuit een ministerie, waar eerder al zo vaak bewindslieden in de problemen zijn gekomen.

De heer Voordewind (ChristenUnie):

Ik zou toch nog een beoordeling en inschatting van de staatssecretaris willen. Toen hij de rapportages, de categorie van 1.000 en ongetwijfeld ook de andere categorieën die er wel onder vielen, de top tien, zag, was hij toen zelf niet verbaasd dat 1 op de 25 van de zaken er niet onder viel, maar viel onder de categorie "overige" van die in totaal — hoeveel waren het er? — 4.500? Was hij zelf niet verbaasd om te weten wat er nou precies onder die 1.000 viel?

Staatssecretaris Harbers:

Ik heb zojuist al aangegeven dat ik vanzelfsprekend had kunnen en moeten vragen wat er onder die categorie "overige" viel. Tegelijkertijd zal ik u ook mijn andere gevoel geven. Ik zag die tabel. Bij alle zaken die al in die top tien staan, schrik je soms ook enorm. Het totaalbeeld was dus al een beeld van heel veel incidenten: 4.600. Dat is ook afgezet tegen het totaal van de populatie een hoog aantal. Ik ben dus ook bij de rest van de tabel al genoeg geschrokken. Maar ik had daar één vraag aan moeten toevoegen.

De heer Voordewind (ChristenUnie):

We hebben uiteindelijk de tabel gehad met alle incidenten. Het was natuurlijk beter geweest als we deze gewoon in de rapportage hadden gehad, want het was maar één A4'tje. Maar dan moet het de staatssecretaris toch ook zijn opgevallen dat de ernstige incidenten niet in die top tien stonden? De ernstige incidenten stonden onder dat kopje "overige". Ik begrijp nu van de staatssecretaris dat hij daar niet op heeft doorgevraagd, maar vindt hij dat dan niet een ernstige inschattingsfout van zijn ambtenaren?

Staatssecretaris Harbers:

Het spreekt vanzelf dat ik bij voorkeur wel tijdig het inzicht daarin had gehad. Desalniettemin kan ik die klok niet terugdraaien.

De voorzitter:

Ik stel voor dat u verdergaat.

Staatssecretaris Harbers:

Voorzitter. Op de hoofdthema's die de Kamer aan de orde stelde, heb ik u mijn antwoorden gegeven. Ik heb u aangegeven met name hoe deze rapportage tot stand is gekomen. Feit is dat die rapportage vragen opriep. Dat had al niet moeten gebeuren, omdat mijn doel was: volkomen transparant zijn. Toen dat donderdag bleek, heb ik gemeld dat het onbedoeld en alleen het gevolg van het presenteren van een top tien was. Vandaag is mij bij de reconstructie van de totstandkoming van dit rapport gebleken dat daarbij wel is onderkend dat door deze wijze van rapporteren deze gegevens wegvielen. Dus de mededeling dat het alleen een gevolg was van de gekozen presentatievorm klopt niet, omdat dat eerder in het proces wél expliciet is genoemd. Daarmee heb ik dus ook de Kamer afgelopen donderdag na de commotie foutief geïnformeerd.

Dat door deze wijze van rapporteren gegevens wegvielen, vond plaats onder mijn bestuurlijke verantwoordelijkheid. Niet alleen ben ik daarvoor in staatsrechtelijke zin verantwoordelijk, ik vóél me daarvoor ook verantwoordelijk. Niet alleen omdat van meet af aan mijn enige doel was om die openheid en transparantie te bieden, maar in het bijzonder omdat het hier gaat om de openbare orde en alle gegevens rond incidenten. Want dat is noodzakelijk. Dit is het belangrijkste, het grootste probleem in mijn portefeuille. Een probleem dat zich week in, week uit voordoet en waar ik ook maatregelen op heb genomen. Maar als ik maatregelen neem, moeten op z'n minst de feiten daaronder volledig open, inzichtelijk en transparant zijn. Alleen op die manier kunnen we werken aan het noodzakelijke draagvlak voor de opvang van echte vluchtelingen.

Aangezien dit alles het vertrouwen raakt tussen uw Kamer en mij en ik er ook zelf aan hecht dat op dit punt ook geen enkele twijfel kan zijn, juist ook vanwege de ernst van de problematiek met overlastgevenden, zal ik Zijne Majesteit de Koning verzoeken om mij ontslag te verlenen. Ik dank de Kamer voor het in de afgelopen periode in mij gestelde vertrouwen.

Dank u wel.

De voorzitter:

Ik dank de staatssecretaris voor zijn antwoorden en ik waardeer het zeer dat hij hier heeft gestaan en verantwoording aan de Kamer heeft afgelegd. Het is een pijnlijk moment. Dank u voor uw aanwezigheid.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

Voor dit moment wil ik eigenlijk het voorstel doen om de vergadering te sluiten.