33 Dividendbelasting

Aan de orde is de voortzetting van het debat over de dividendbelasting.

De voorzitter:

Dan gaan we nu naar het debat. Ik geef het woord aan mevrouw Marijnissen namens de SP-fractie. Wacht heel even, mevrouw Marijnissen. Het is een beetje onrustig in de zaal.

Het woord is aan mevrouw Marijnissen.

Mevrouw Marijnissen (SP):

Voorzitter, dank u wel. Ik wil graag aftrappen met te zeggen dat onze fractie het een regelrechte aanfluiting vindt. Dit is het dossier waar Nederland al maanden over discussieert. Laten we dat in openheid doen. Wij zullen in ieder geval de strijd niet opgeven om al die informatie te krijgen, waarvan wij vinden dat die in de openbaarheid hier besproken moet worden.

Voorzitter. "Wees een premier voor alle Nederlanders en niet alleen voor Shell en co". Met die oproep sloot ik vorige week het vragenuurtje af, met een minister-president die eerst niet wilde komen en daarna eigenlijk niet heel veel wilde zeggen. De vraag is vandaag voor wie wij hier zitten. Aan welke belangen geven wij voorrang? Wie heeft het in dit land voor het zeggen? De mensen of de multinationals? Is Mark Rutte de premier van Nederland of is hij de marionet van Shell? We staan hier voor de zoveelste aflevering in de dividendsoap. "Een gok", noemde Klaas Dijkhoff het. "Een meloen om door te slikken", volgens de ChristenUnie. In de coalitie leek de premier de enige te zijn die echt in dit grote cadeau voor de multinationals gelooft. En, als ik even rondkijk, zie ik alleen de heer Segers, maar aangezien de heer Buma, de heer Dijkhoff en de heer Pechtold vanavond ook niet de moeite hebben genomen om deel te nemen aan dit debat, concludeer ik: de premier is terug bij af, hij staat alleen.

Voorzitter. Daarna volgde hier op 25 april het debat waarin wij urenlang met de minister-president spraken over de vraag op grond waarvan hij nou precies tot dit besluit was gekomen. Geen stukken, wel stukken, geen herinneringen, wel herinneringen. Dit woordenspelletje resulteerde in een vrijwel oppositiebrede motie van afkeuring. En vanavond staan we weer hier, want de doofpot gaat toch beetje bij beetje verder open. Het zogenaamd onafhankelijk onderzoek dat aan de basis stond van de afschaffing van de dividendbelasting bleek betaald door Shell. Dit onderzoek speelde een prominente rol in de memo waarmee de premier langs de andere partijen ging om hen te overtuigen. Wist de premier, toen hij dat stuk in de hand had, dat hij dat deed met een onderzoek waarvoor Shell drie ton had afgetikt?

We hebben ook gelezen over Project Smile. Dat klinkt mij meer als een foute scene uit een gangsterfilm. Misschien is het dat ook wel. Ik weet het niet, want wij weten er helaas heel erg weinig van. Wij weten wel dat het kabinet vijf keer sprak met Unilever over hun hoofdkantoor. We weten niet wat er werd besproken, want de opsomming waarom Nederland een aantrekkelijk land is, is weggelakt. Waarom is dat weggelakt, zo vraag ik aan de minister-president. Waarom mogen wij dat niet weten? Wat we wel weten is dat na het sluiten van het regeerakkoord de afschaffing van de dividendbelasting door dit kabinet is gebruikt als promotie. Staat de minister-president nog steeds achter de uitspraak die hij deed in het debat op 25 april aangaande het telefoontje dat hij met Unilever had op 21 februari? Achter de uitspraak dat dat telefoontje niet over het hoofdkantoor ging, terwijl dat toch wel precies op de dag plaatsvond dat De Telegraaf hierover berichtte?

Voorzitter. Deze vragen zijn nog relevanter na het nieuws van afgelopen week, toen de stinkende deal met Shell aan het licht kwam. Al die tijd vroegen wij hier om opheldering en al die tijd bleek in het geheim voor Shell de dividendbelasting al deels te zijn afgeschaft. Een fantastische deal voor Nederland, noemde Shell het zelf. Maar de deal openbaar maken, weigeren ze tot op de dag van vandaag. En ook de premier blijft zich maar verschuilen. En als het dan zo'n fantastische deal is, waarom dan die geheimzinnigheid?

Voorzitter. Vorige week zei de premier bij Nieuwsuur in een reactie dat hij niet geloofde dat de deal Nederland 7,5 miljard euro heeft gekost. Mijn vraag is: hoe kan hij hier in de Kamer beweren dat hij niet op de hoogte was van de stinkende deal en ondertussen toch weten dat die deal ons geen 7,5 miljard heeft gekost? Is de premier het met ons eens dat zelfs als deze deal volgens de wet zou mogen, het juist deze praktijken zijn die ervoor zorgen dat mensen het vertrouwen in de politiek verliezen? Is de premier het met ons eens dat het juist deze deals zijn waardoor mensen het idee hebben "zie je nou wel, die hoge heren in Den Haag zitten er vooral voor zichzelf"? Gaat de premier er daarom voor zorgen dat die 7,5 miljard wordt terugbetaald?

Voorzitter. De informatie die ik vanmiddag heb gehoord in de vertrouwelijke briefing is wat mij betreft helemaal geen informatie die geheim moet blijven. Het is wel explosieve informatie. Die informatie moet naar buiten om het maatschappelijk belang te dienen en om hier in het parlement het debat te kunnen voeren. Het is onacceptabel en onbegrijpelijk dat deze coalitie die in de doofpot wil blijven stoppen. Wij zullen alles op alles zetten om die informatie openbaar te krijgen, zodat iedereen kan zien welke multinationals hier in Den Haag werkelijk de baas zijn, zodat voor iedereen duidelijk wordt wie boven deze premier werkelijk aan de touwtjes trekt en zodat iedereen kan zien hoe de Nederlanders al vijftien jaar worden bedonderd.

Voorzitter. Het is vandaag de zoveelste aflevering in het dividenddebacle. Het is duidelijk dat hier in Den Haag alles moet wijken voor de belangen van het grote geld: waardigheid en rechtvaardigheid, onafhankelijke wetenschap en zelfs de democratie. Alles wordt geofferd op het altaar van het rauwe kapitalisme. Het is een oud verhaal. Het is een achterhaald verhaal. Het kabinet kan zich niet blijven gedragen als een marionet van de multinationals. Deze Kamer moet kiezen voor de samenleving.

Voorzitter, tot slot. Vorige week wilde de premier niet reageren op mijn oproep. Ik geef hem daarom vanavond natuurlijk een nieuwe kans. U kunt dit niet zomaar doordrukken. Stop met het afschaffen van de dividendbelasting. Wees een premier voor alle Nederlanders en niet alleen voor Shell en co.

De voorzitter:

Dank u wel. Ik geef het woord aan de heer Asscher namens de PvdA.

De heer Asscher (PvdA):

Voorzitter. We hebben sinds het regeerakkoord is gesloten meer dan tien keer over het afschaffen van de dividendbelasting gedebatteerd. Er zijn meer dan 500 vragen over gesteld, maar de belangrijkste vraag blijft nog steeds onbeantwoord: waarom? We weten dat het afschaffen geen banen en geen investeringen oplevert. Sterker nog, we zien 1,6 miljard hele goede redenen om die belasting te houden en 2 redenen om haar af te schaffen: Unilever en Shell. We zien zo langzamerhand 17 miljoen Nederlanders die tegen het afschaffen van de dividendbelasting zijn en 1 — daar, in vak-K — die tot in het diepst van zijn vezels gelooft dat het wel een goed idee is.

Voorzitter. Dit zou het kabinet worden voor de gewone Nederlanders, maar die gewone Nederlanders zien dat ze in plaats daarvan het kabinet-Shell I hebben gekregen. De verdediging van deze maatregel is de lelijkste die ik ooit heb gezien. Een premier die rookgordijnen en een haperend geheugen nodig heeft om zijn besluit te verdedigen, wat niet voor niets leidde tot een zeer breed gesteunde motie van afkeuring in april. En een coalitie die weigert de feiten onder ogen te zien. De dividendbelasting — ik zeg het niet tegen Rutte, maar tegen de coalitiepartijen — definieert het kabinet-Rutte III. Als dit al een meloen was om door te slikken — op zich al niet zo'n prettige beeldspraak — hoe is het dan als die meloen steeds weer omhoog komt en als die meloen rot blijkt te zijn? Want dat is aan de hand met het afschaffen van de dividendbelasting.

Als je zo'n grote maatregel neemt, zijn er meestal dikke rapporten waarin staat waarom dat nodig is, maar die zijn er nu niet. Dat is logisch, want economen vinden het onverstandig, het Centraal Planbureau ziet geen voordelen en de slimme ambtenaren van Financiën vinden het ook geen goed idee. De premier schermt met een memo dat geen memo was van Wiebes; een memo dat steunt op een onderzoek van de Rotterdam School of Management dat gefinancierd bleek te zijn door VNO, Shell en Unilever. Je verzint het niet! Het is Trumpiaans omgaan met de wetenschap. Daarom is mijn vraag aan de premier of hij alsnog bereid is om serieus onafhankelijk wetenschappelijk onderzoek te laten doen naar deze maatregel — dus, zo zeg ik er even voor de zekerheid bij, niet gefinancierd door Shell — en de Kamer daarover te informeren.

Dat dit rookgordijn speciaal is opgehangen om Shell te beschermen, bleek afgelopen week. Hoogleraar Jan van de Streek vond uit dat Shell een ruling heeft, een afspraak heeft die waarschijnlijk in strijd is met de wet, een afspraak die andere bedrijven nooit zullen krijgen. Dat heet "staatssteun". Mijn vraag aan de premier is of deze afspraak van tevoren is voorgelegd aan de Europese Commissie. Had dat niet gemoeten bij een vermoeden van staatssteun? Kan dat alsnog? En — dat sluit aan bij wat collega Marijnissen net zei — als inderdaad blijkt dat dit niet kan, net als bij Starbucks, is de premier het dan met ons eens dat die 7,5 miljard euro zo snel mogelijk terug moet naar de Nederlanders?

Voorzitter. We hebben gezien dat Shell openlijk enthousiast praat over deze deal. Waarom komt er nu geen openheid? We hebben net een gênante stemming gezien. Dit is hét debat op dit moment. De coalitie heeft gezegd: nee, laat het maar lekker onder de radar. Ziet de premier niet dat de manier waarop hij hier omgaat met deze kwestie schadelijk is voor het vertrouwen in de politiek?

Dat geldt ook voor de manier waarop de Kamer geïnformeerd wordt. Tot de dag van vandaag gaat dat haperend, onzorgvuldig, onjuist, gebrekkig. We zagen dat in antwoord op de vraag van vorige week de premier opnieuw ten onrechte had gesuggereerd dat hij dit niet wist. Hij zei niet te weten van afspraken over de dividendbelasting. Dat blijkt wel zo te zijn. Als een bijstandsmoeder in dit land haar administratie zo op orde heeft als deze premier, staat de VVD te trappelen, te stampen dat die uitkering omlaag moet. Hier zien we het omgekeerde. Met nonchalance, met arrogantie wordt verdedigd dat deze afspraak van miljarden en het voornemen om nog eens miljarden cadeau te doen, prima is en goed voor Nederland. Ook over de ruling zelf; er zijn meer dan 4.000 van die afspraken. De heer Rutte is er over één geïnformeerd. Wat zou dat voor afspraak geweest zijn? Waarom zou hij daarover geïnformeerd zijn? En waarom mogen wij dat eigenlijk niet weten?

Voorzitter. We zijn in Nederland streng. Streng op de belastingmoraal. Streng tegen mensen die hun belasting niet netjes betalen. Dat is terecht. Dat is nodig. Dat is logisch. Maar hoe legt dit kabinet uit dat regels die voor ons allemaal gelden, blijkbaar niet gelden voor een of twee grote bedrijven? Hoe legt dit kabinet uit dat er geen geld is voor redelijke wensen van Nederlanders en Nederlandse mkb-bedrijven, terwijl dit wordt goedgepraat?

Ik doe daarom een klemmend beroep op de coalitiepartijen. Besteed dit geld in Nederland. Besteed het aan goede zorg voor onze ouders. Besteed het aan de scholen. Los het lerarentekort op. Besteed het aan veiligheid in de buurt. Dat zijn allemaal zaken waar we in Nederland zeker van willen zijn en stuk voor stuk vestigingsplaatsfactoren waar we allemaal wat aan hebben, en niet slechts twee multinationals.

Deze maatregel definieert het kabinet-Rutte III. Mijn advies aan deze coalitie en mijn beroep op u: doe het niet; kom tot bezinning.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan de heer Klaver namens GroenLinks.

De heer Klaver (GroenLinks):

Voorzitter, dank. Daar staan we weer. Ik ben niet vast niet de enige die dat denkt. Daar staan we weer te debatteren over de dividendbelasting. Je ziet een patroon, niet alleen als het over de dividendbelasting gaat, maar eigenlijk over het hele optreden van deze premier in de afgelopen acht jaar. Als er iets is wat hij niet fijn vindt, bijvoorbeeld dat een bewindspersoon in de problemen komt of dat hij denkt "deze maatregel, zoals de dividendbelasting, steekt mij toch als een soort graat in de keel", dan probeert hij de waarheid zo lang mogelijk weg te schuiven. Dat doet hij net zolang totdat hij ertoe wordt gedwongen en hij het echt, echt niet anders kan zeggen. Bijvoorbeeld als er fantastisch journalistiek werk wordt gedaan door Trouw en door professor Van de Streek, die hebben uitgezocht wat er precies aan de hand is en wat voor afspraken er zijn gemaakt met Shell. Pas dan is het moment waarop het kabinet toch een klein stapje naar voren zet. Maar het verschaft nooit meer informatie aan de Tweede Kamer dan strikt noodzakelijk.

Voorzitter. Ik ben langer financieel woordvoerder geweest en bezig geweest met belastingontwijking dan ik fractievoorzitter ben. De afgelopen jaren hebben we keer op keer gestreden om allerlei schimmige belastingdeals — ja, deals — die worden gemaakt met bedrijven boven water te krijgen, zodat de Tweede Kamer daarover wordt geïnformeerd. Dat gebeurt soms achter de schermen, omdat je echt niet alles kan delen, maar als het even kan voor de schermen. Regelmatig is dat gelukt. Ik noemde al Starbucks. Daar erkende het kabinet dat er wel degelijk afspraken waren gemaakt met Starbucks — maar wederom pas nadat de Europese Commissie had afgedwongen dat dit publiek werd. Maar toen kon het wel. Toen stond artikel 67 niet in de weg.

Ik vond de verdediging van de staatssecretaris en de minister-president zojuist stuitend. Alsof we hier gek zijn met z'n allen. Alsof wij de wetsartikelen hier niet lezen. Misschien staat het op de telefoon van de staatssecretaris, maar artikel 67 legt het kabinet op geen enkele wijze, maar dan ook op geen enkele wijze, een strobreed in de weg om de Kamer te informeren. Het vraagt om een afweging te maken, een belangenafweging. Die afweging kan zijn dat je het niet deelt met de Tweede Kamer. Dat is prima. Daar kan het kabinet zijn moverende redenen voor hebben. Maar ga ons hier niet vertellen dat u de mogelijkheid niet heeft om het met ons te delen, want die mogelijkheid is er wel degelijk. De geschiedenis laat zien dat uw voorgangers daar ook gebruik van hebben gemaakt. U wilt het niet delen.

De centrale vraag voor mij is: wat houdt u tegen? Oké, bij informatie zoals wij die vanmiddag hebben gezien kan ik me voorstellen dat er informatie tussen zit die gevoelig is voor een bedrijf, voor een belastingplichtige, en dat je die niet naar buiten wilt brengen. Daarover kunnen we van inzicht verschillen, maar daar heb ik respect voor. Akkoord. Maar er staat helemaal niks in de weg om gewoon te erkennen dat er überhaupt belastingafspraken zijn met Shell, helemaal niks. Wij hebben gevraagd welke bewindspersonen op welk moment zijn geïnformeerd over en contact hebben gehad met Shell. Er staat geen enkel wetsartikel in de weg om dat met de Kamer te delen. Dat gaat niet over het belang van de Staat. Dat gaat niet over het belang van een belastingplichtige, van een bedrijf. Dat gaat over het belang van individuele politici. Ik heb het genoemd, en dat is hard: het riekt soms naar vriendjespolitiek.

Als je het hele feitencomplex en al het onderzoekswerk dat is gedaan door journalisten leest, dan krijg je het idee dat hier op een heel bijzondere wijze maatwerk is geleverd aan één multinational, dat alles op alles is gezet om ervoor te zorgen dat de fusie die deze multinational wilde, door kon gaan. Ik wil dan weten, en deze Kamer wil weten, welke politici daarbij betrokken zijn geweest. Op wat voor manier is hiervoor gelobbyd? Dan komen we weer terug bij de vraag: waarom stond het afschaffen van de dividendbelasting überhaupt in het regeerakkoord? Ook dat ging over de vraag: welke bedrijven hebben in Nederland zo veel macht dat ze dit voor elkaar kunnen krijgen?

Voorzitter. Er zullen vandaag misschien mensen zijn, in deze zaal of thuis, die denken: waarom wordt er alweer over die dividendbelasting gesproken? Het gaat over die dividendbelasting en wat je met 1,4 miljard kan doen; daar zal ik straks iets over zeggen. Maar dit is ook een democratisch vraagstuk. Hoe kan het dat één bedrijf zo veel macht heeft? Zo veel macht om uiteindelijk het hele beleid naar zijn hand te zetten? Om op de eerste plaats individuele afspraken op maat te krijgen, en om, als dat niet meer passend is of knellend wordt, ervoor te zorgen dat die hele dividendbelasting wordt afgeschaft? In een democratie past dat niet. Dat riekt naar vriendjespolitiek. Daarom doe ik hier een oproep aan de staatssecretaris en de minister-president. Kom niet aan met artikel 67 en wat je niet mag delen. Er mag hier van alles worden gedeeld. Als jullie het niet willen, wees daar dan eerlijk over. Wees een vent en zeg dan: we willen het niet delen. Maar ik roep u op om in ieder geval niet te proberen uzelf te verdedigen. Geef aan op welke momenten politici betrokken zijn geweest bij dit hele proces. Wanneer zijn jullie ingelicht? Waarover zijn jullie ingelicht? Dat is wat u in ieder geval verschuldigd bent aan deze Kamer, niet aan ons als individuen, maar als volksvertegenwoordigers. Wij vertegenwoordigen het Nederlandse volk.

En mensen hebben geen idee meer wat dit kabinet aan het doen is. "1,4 miljard uitgeven! Zijn jullie helemaal ...?" Dat is wat er wordt gedacht in Nederland. "Wat gebeurt daar? Ze zijn van God los in het kabinet, lijkt het wel." Ik heb het al vaak gezegd: voor 1,4 miljard euro kan je alle wachtlijsten in de jeugdzorg oplossen, 32.000 huizen per jaar isoleren, 15.000 banen in de zorg creëren. Dat is wat je met dat geld kan doen. Maar nee, dit kabinet kiest er willens en wetens voor om het te steken in een maatregel waarvan alle experts zeggen: doe het niet; het levert geen bijdrage aan het vestigingsklimaat. De enige experts die dat wel vinden, zijn de CEO's van de grote bedrijven die hiervan gaan profiteren.

Voorzitter. Ik kom tot een afronding. Ik hoop dat het kabinet zo verstandig is om meer openheid aan de Kamer te geven, vanavond nog. Ik hoop dat de hele geschiedenis van dit dossier laat zien dat als je denkt "nou, we proberen er maar weg te blijven", de waarheid uiteindelijk altijd sneller is en dat je er dan op een ander moment mee wordt geconfronteerd. En dan sta ik hier weer, met de woorden: daar staan we weer te debatteren over de dividendbelasting. Ik ben er klaar voor, maar hoop dat we het niet zover hoeven te laten komen.

Tot mijn collega's hier in de Kamer, zeker tot de mensen die vandaag bij de hoorzitting aanwezig waren, zou ik het volgende willen zeggen. Dit kunnen we als parlement niet laten passeren. Als wij niet de onderste steen boven proberen te krijgen en als wij niet alles op alles zetten om helder te krijgen wat hier is gebeurd met Shell, dan zijn wij geen knip voor onze neus waard. Dan doen wij onze controlerende taak niet goed. Daarom ben ik van mening dat we heel snel met een parlementaire enquête moeten beginnen.

De voorzitter:

Dank u wel. Ik geef nu het woord aan de heer Wilders namens de PVV.

De heer Wilders (PVV):

Mevrouw de voorzitter. Ik heb het helemaal gehad met deze minister-president. De belastingdeal met Shell is totaal onacceptabel: schimmige constructies via het eiland Jersey waarmee Shell al jarenlang voor miljarden — de getallen zijn al gevallen: 7 of 7,5 miljard — zou zijn gematst. Het was een goede deal, zei de president-directeur van Shell Nederland. Inderdaad, een prachtige deal, maar dan wel voor Shell en niet voor de gewone Nederlander, die ervoor op mag draaien.

En wie was eigenlijk de minister van Financiën toen de Belastingdienst in oktober 2004 een deal sloot met Shell? Dat was de VVD'er Gerrit Zalm. En wie werd enkele jaren later beloond met een vetbetaalde baan bij Shell? Dat was diezelfde VVD'er, Gerrit Zalm. En wie was in één keer de informateur van het kabinet-Rutte III, waarin premier Rutte plots een afschaffing van de dividendbelasting uit de hoge hoed toverde? Opnieuw de VVD'er Gerrit Zalm. Ik heb de VVD eerder een maffiabende genoemd. Dat dit geen onterechte kwalificatie was, blijkt nu maar weer. Maar dit hele kabinet hangt van vriendjespolitiek aan elkaar. Bevriende bedrijven als Shell en Unilever worden gematst en partijgenoten van de coalitie worden er aan dikke baantjes geholpen. Maar het is nog veel en veel erger. Coalitiepartijen benoemen partijgenoten op een vrijdagnamiddag even tot minister van staat. Een totaal ongeschikte D66'er wordt zomaar even de nieuwe onderkoning bij de Raad van State. En over het niet melden van het penthouse door D66-leider Pechtold, intussen ook door zijn eigen Europese anticorruptievrienden neergesabeld, wordt door iedereen angstvallig gezwegen. Het is niet het landsbelang of het belang van de gewone Nederlander maar het belang van de coalitiepartijen, de dikke baantjes van de eigen politici en de bevriende multinationals, dat voor Rutte III belangrijk is. Nepotisme, in zijn zuiverste vorm.

Maar de gewone man, de gewone vrouw die iedere ochtend opnieuw naar kantoor of naar de fabriek gaat en die nog geen schijntje verdient van wat Gerrit Zalm en zijn collega's bij Shell allemaal binnenharken, die krijgt van de Belastingdienst geen miljardenrulings, die kan geen belastingconstructies opzetten en zijn salaris voortaan innen via de Maagdeneilanden of Jersey. En die kleine mkb'er kan zijn bedrijf ook niet in tweeën opsplitsen, zoals Shell dat met zijn aandeelhouders doet. En die bakkerij op de hoek kan ook niet de helft van zijn bedrijf in Barbados of Jersey neerzetten en met de fiscus gaan overleggen over een leuke deal. Die moet gewoon tot de laatste cent braaf belasting betalen, zoals gewone stervelingen dat allemaal moeten in Nederland.

Voorzitter. Op hetzelfde moment dat Shell en de multinationals gepamperd werden en de dikke baantjes onderling werden verdeeld, kregen miljoenen, miljoenen hardwerkende Nederlanders de afgelopen jaren voor miljarden aan lastenverzwaringen voor hun kiezen. Mark Rutte kan voor miljarden euro's aan asielzoekers, voor miljarden euro's aan Afrika, voor miljarden euro's aan de Europese Unie in Brussel en ook nog eens, zoals we nu weten, voor miljarden euro's aan Shell uitgeven. Maar ondertussen kregen de gewone Nederlanders alleen maar hogere belastingen, hogere huren, hogere btw, een hoger eigen risico en hogere zorgpremies.

De economie groeit inmiddels als een tierelier, maar de gewone man of vrouw voelt dat amper in de portemonnee. Voor het Nederlandse volk dus geen deal. Als je geen Shell heet, kan je naar je centen fluiten. Ik zeg het volgende tegen de minister-president. U moet hier niet voor Shell zitten. U moet hier voor de gewone Nederlander zitten. U had geen miljardendeal met de geldgraaiende elite van Shell moeten maken; u had een miljardendeal voor de gewone Nederlander moeten maken!

Voorzitter. Ik heb het helemaal gehad met premier Rutte. Hij liegt de bevolking al jaren voor, ook op dit dossier. Eerst waren er geen memo's, toen waren er wel memo's. Ook nu weer schrijft hij in een briefje dat hij de Kamer vorige week verkeerd heeft geïnformeerd. Maar het ergste is nog wel dat er met deze ruling miljarden naar Shell zijn gegaan, dat de dividendbelasting voor grote bedrijven wordt afgeschaft en dat ook nog eens voor meer dan 3 miljard de winstbelasting, de Vpb, wordt verlaagd, terwijl de gewone Nederlander jarenlang keihard door de premier is gepakt. Die is keihard door de premier in zijn portemonnee gepakt! Dat is onvergeeflijk. Politici die niet voor de gewone Nederlander opkomen, politici die vooral bezig zijn om hun vriendjes mooie, dikbetaalde baantjes te geven, zulke politici hebben helemaal niets in de regering te zoeken. Dat zeg ik dus tegen deze minister-president. Van mij krijgt hij niet nog een kans. Ik heb maar één boodschap. Wegwezen! Wegwezen, moet u. We willen u niet meer zien in dit kabinet, in het Torentje en in vak-K. Ik heb het met hem gehad en hij moet weg.

Ik verzoek u dan ook, voorzitter, en ik verzoek ook de Kamer, om nu al in eerste termijn een motie van wantrouwen te mogen indienen. Want hoe eerder die man daar weg is, hoe beter.

De voorzitter:

Begrijp ik het goed, meneer Wilders, dat u in eerste termijn een motie van wantrouwen wilt indienen?

De heer Wilders (PVV):

Ja, dat begrijpt u goed.

De voorzitter:

Daarvoor heeft u een meerderheid van de Kamer nodig die vindt dat dat kan in eerste termijn. Dus ik wil even polsen of de Kamer daarmee akkoord gaat.

De heer Asscher (PvdA):

Voorzitter, volgens mij is daar niet zo veel op tegen en mag dat.

Mevrouw Lodders (VVD):

Geen enkel probleem, voorzitter. Laat maar komen en laten we er dan ook gelijk over stemmen.

De heer Omtzigt (CDA):

Voorzitter, dit is eerder gedaan, dus ik heb ook geen bezwaar.

De heer Van Weyenberg (D66):

Dat geldt ook voor D66.

De heer Azarkan (DENK):

Voorzitter, ik heb de voorkeur om eerst de beantwoording en de discussie met elkaar af te wachten, maar ik heb ook geen bezwaar.

De heer Bruins (ChristenUnie):

Geen bezwaar.

De heer Klaver (GroenLinks):

Voorzitter, het is alweer even geleden, een motie van wantrouwen in eerste termijn, dus steun.

De heer Van Rooijen (50PLUS):

Voorzitter, geen bezwaar.

De heer Van der Staaij (SGP):

Voorzitter, ik vind het een goed gebruik om altijd de beantwoording van de regering af te wachten, maar als er partijen zijn die hier anders over oordelen en hier gelijk een motie van wantrouwen willen indienen, dan wil ik me daar niet tegen verzetten.

Mevrouw Marijnissen (SP):

Ja, hetzelfde geldt voor de SP. Steun voor het verzoek.

De heer Baudet (FvD):

Steun.

Mevrouw Thieme (PvdD):

Steun.

De heer Klaver (GroenLinks):

Voorzitter ...

De voorzitter:

U bent net geweest, meneer Klaver.

De heer Klaver (GroenLinks):

Dat weet ik voorzitter, maar bij dit soort debatten is het gebruik om nog een keer terug ... Nee, ik ben net wat vergeten te zeggen. Ik zou hierover wel direct stemming willen.

De voorzitter:

Ik kijk eerst naar de heer Wilders. U heeft een meerderheid voor het indienen van een motie in de eerste termijn.

De heer Wilders (PVV):

Dank u wel, voorzitter. Dan dien ik die graag in.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

zegt het vertrouwen in de minister-president op,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Wilders. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 212 (25087).

De heer Wilders (PVV):

Ik weet niet wanneer u erover stemt, maar als u erover stemt zou ik er graag een hoofdelijke stemming over willen hebben.

De voorzitter:

Goed, ik kijk of een meerderheid ook ... Het is gebruikelijk om daarover te stemmen. Heeft iemand er bezwaar tegen om er gelijk over te stemmen? Nee? Dan gaan we ... De heer Azarkan.

De heer Azarkan (DENK):

De collega's achter mij roepen "ja, nu", maar ik ben van een andere fractie dan GroenLinks en ik zou toch graag tien minuten schorsing willen hebben om te kunnen overleggen.

De voorzitter:

Ja, dat doen we sowieso. Dank u wel. Dan schors ik de vergadering voor tien minuten. Daarna gaan we stemmen.

De vergadering wordt van 20.56 uur tot 21.08 uur geschorst.

Naar boven