6 Wapenexportbeleid

Aan de orde is het VAO Wapenexportbeleid (AO d.d. 25/10). 

De voorzitter:

Ik heet minister Ploumen van harte welkom en geef als eerste het woord aan de heer De Roon voor de PVV. 

De heer De Roon (PVV):

Voorzitter. De PVV vindt dat Nederland uitsluitend wapens moet leveren aan fatsoenlijke en democratische rechtsstaten. Uit de democratie-index van The Economist van het afgelopen jaar blijkt dat de eerste 48 meest democratische landen geen van allen OIC-landen (Organisation of the Islamic Conference) zijn. Pas op plek 49 verschijnt Indonesië. Dat zegt al genoeg over het democratisch gehalte in de meeste islamitische landen. Bovendien is het risico groot dat wapens in deze landen in de handen van fundamentalisten komen. De situatie in veel van deze landen is ook instabiel. Bij sommige landen is dat ook actueel het geval, zoals we zien in Turkije. In andere landen is de instabiliteit op wat langere termijn duidelijk zichtbaar. Ik noem maar één voorbeeld: Egypte. 

In de Cairo Declaration of Human Rights, die is ondertekend door de lidstaten van de Organisation of the Islamic Conference is opgenomen dat mensenrechten zijn onderworpen aan de sharia. Dat ziet er allemaal niet fraai uit en daarom dien ik de volgende motie in. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat in de Cairo Declaration of Human Rights, die ondertekend is door lidstaten van de OIC (Organisation of the Islamic Conference), is opgenomen dat alle rechten en vrijheden van mensen onderworpen zijn aan de sharia; 

overwegende dat de politieke ideologie van de islam wereldwijd een grote bedreiging vormt van mensenrechten en ook aanzet tot geweld; 

overwegende dat er al meer dan voldoende wapens aanwezig zijn in islamitische landen en dat die regelmatig worden ingezet voor mensenrechtenschendingen; 

verzoekt de regering om geen export en doorvoer van wapens en munitie naar OIC-landen meer toe te staan, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid De Roon. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 281 (22054). 

We wachten even een paar minuten tot de minister de motie in handen heeft gekregen. 

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst. 

Minister Ploumen:

Voorzitter. Ik dank de heer De Roon voor zijn motie. De exportcontrole op wapens en wapensystemen, maar ook op dual-use goederen, is heel strikt. Die is aan allerlei toetsingscriteria onderworpen. Dat is ook een goede zaak. Nederland toetst niet alleen heel zorgvuldig aan die criteria maar is ook een heel actieve speler in de gremia waarin die criteria worden vastgesteld, bijgesteld en soms verzwaard. Dat betekent dat wij voor elke individuele vergunningaanvraag een heel strikte toets toepassen. Dat doen we op een case-by-case benadering, wat zoveel wil zeggen als dat we zowel waarvoor een vergunning is aangevraagd goed meewegen als ook de afzender en de eindbestemming, dus waar het terechtkomt. De ervaring leert dat we daarmee in de praktijk de acht criteria van de EU strikt handhaven. Om die reden wil ik de motie ontraden. Nederland heeft strikt beleid. De toetsing per casus is volgens mij veel zuiverder en ook is de problematiek veel breder dan de heer De Roon schetst. Volgens mij kunnen we met de toetsing per casus veel breder een adequate toetsing doen. 

De heer De Roon (PVV):

Toch is het misgegaan. De islamitische lente is een islamitische nachtmerrie geworden. Die heeft al honderdduizend mensen het leven gekost, in verschillende landen. De islam is gewoon een grote ramp in de wereld. De risico's zijn huizenhoog. Wat er nu gebeurt, kan in elk islamitisch land gebeuren. Er zijn overal spanningen. Mijn voorstel zou zijn: geen wapens meer naar islamitische landen. Waarom gaat de minister daar niet mee akkoord? Daarmee voorkom je alle risico's in die regio. 

Minister Ploumen:

Nog even los van het feit dat we een debat zouden kunnen voeren over de reden waarom de heer De Roon juist deze groep landen zo kwalificeert en ze apart zet, ben ik het er niet mee eens dat we ons zouden moeten beperken tot een strikte controle op een bepaalde groep landen. Ik wil een strikte controle op alle landen, behalve de bondgenoten. Daar hebben we overigens ook over gesproken. Dat betekent dat we in de Nederlandse praktijk, die we naar aanleiding van de actualiteit overigens ook aanscherpen, advies vragen aan de veiligheidsdiensten, toetsen aan andere EU-landen en in den brede de strikte toepassing van de criteria hebben zoals de heer De Roon die bedoelt. 

De beraadslaging wordt gesloten. 

De voorzitter:

Dank. Over de motie wordt volgende week dinsdag gestemd. Daarmee zijn we aan het einde van dit VAO gekomen. 

Naar boven