Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2015-2016nr. 40, item 8

8 Regeling van werkzaamheden

De voorzitter:

Ik stel voor, toestemming te verlenen tot het houden van een wetgevingsoverleg met stenografisch verslag op: 

  • -maandag 8 februari 2016 van 13.00 uur tot 17.00 uur van de vaste commissie voor Veiligheid en Justitie over het wetsvoorstel Wijziging van de Politiewet 2012 in verband met de inbedding van de Politieacademie in het nieuwe politiebestel (34129); 

  • -woensdag 2 maart 2016 van 10.00 uur tot 13.30 uur van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport over de initiatiefnota van het lid Leijten "Wmo 2015 in betere banen" (34192). 

Ik stel voor, toe te voegen aan de agenda van de Kamer: 

  • -het wetsvoorstel Wijziging van de Advocatenwet, de Gerechtsdeurwaarderswet en de Wet op het notarisambt in verband met het doorberekenen van de kosten van toezicht en tuchtrechtspraak aan de beroepsgroepen (Wet doorberekening kosten toezicht en tuchtrecht juridische beroepen) (34145); 

  • -het debat met de commissie Fyra over het rapport De reiziger in de kou. 

Op verzoek van de D66-fractie benoem ik in het Presidium het lid Pechtold tot plaatsvervangend lid in plaats van het lid Verhoeven. 

Op verzoek van een aantal leden stel ik voor, enkele door hen ingediende moties opnieuw aan te houden. Dit betekent dat de in artikel 69, tweede lid, van het Reglement van Orde genoemde termijn van twee maanden voor de volgende moties opnieuw gaat lopen: 

31793-125; 31793-126; 34300-IV-17; 34300-IV-18; 24515-316; 29628-438; 24077-332; 27428-251; 34300-XVI-37; 34000-XVII-32; 34000-XVII-31; 34000-VIII-51; 34000-VIII-49; 32735-134; 26485-205; 34000-XIII-118; 33043-17; 31239-159; 31239-158; 34300-XIII-50; 30196-324; 31239-158; 33043-17; 31239-159. 

Overeenkomstig de voorstellen van de voorzitter wordt besloten. 

De voorzitter:

Dit is de eerste regeling van werkzaamheden van het nieuwe jaar, maar we beginnen niet met een lege agenda. Op de agenda staan op dit moment 117 debatten. Als er vandaag een debat wordt aangevraagd, wordt dat onderaan de lijst toegevoegd. Er zijn vandaag achttien verzoeken. Mensen hebben altijd de mogelijkheid om op korte termijn een algemeen overleg te agenderen. 

Ik geef het woord aan de heer Potters. 

De heer Potters (VVD):

Voorzitter. In NRC Handelsblad van 19 december jongstleden konden wij allemaal het schokkende artikel lezen over de salafistische alFitrah-moskee in Utrecht. De alFitrah-moskee zorgt voor problemen in de wijk Overvecht door afschuw van ongelovigen te prediken en advies te geven om helemaal niet om te gaan met onreine mensen, zoals zondaars en ongelovigen. Het is een onverdraagzaam opvoedingsideaal dat haaks staat op de democratische waarden, zegt ook Micha de Winter, hoogleraar pedagogiek aan de Universiteit Utrecht. Opvallend veel Utrechtse Syriëgangers vroegen voor vertrek … 

De voorzitter:

Mijnheer Potters, wij hebben achttien verzoeken. Ik wil dus dat de aanvragers het debat toelichten en niet alvast beginnen met een eerste termijn. 

De heer Potters (VVD):

Terecht, voorzitter. Aangezien dit een erg belangrijke kwestie is, wil de VVD heel graag een debat voeren met de minister van Sociale Zaken. 

De voorzitter:

Hartelijk dank. 

De heer De Graaf (PVV):

Ik steun het verzoek. Wij hebben hier net al uitgebreid over gesproken met minister Van der Steur. Misschien kan de heer Potters helpen om de minister op andere gedachten te brengen en tot daadkracht aan te sporen. 

Mevrouw Karabulut (SP):

Ik heb over deze kwestie reeds schriftelijke vragen gesteld. Ik wil de heer Potters het volgende voorleggen. Acht maanden geleden heb ik een dertigledendebat aangevraagd over de invloed van ultraorthodoxe moslims op moskeeën. Dat heeft hier natuurlijk alles mee te maken. Ik stel voor om dat debat zo spoedig mogelijk in te plannen — ik neem aan dat dat inmiddels ergens boven aan het lijstje staat — en dat wij de alFitrah-kwestie daarbij kunnen betrekken. 

De voorzitter:

Dank u wel. 

Mevrouw Van Toorenburg (CDA):

Ik ben blij dat ook de heer Potters de antwoorden van de minister van Veiligheid en Justitie onbevredigend vond en dat hij daardoor nog een debat nodig heeft. Wij vonden dat ook. Het is goed dat daar een debat over komt, met Sociale Zaken en met Veiligheid en Justitie alstublieft. 

De heer Öztürk (Groep Kuzu/Öztürk):

Dit is de eerste debataanvraag in 2016 en de jacht op de xenofobe kiezer is al begonnen. De heer Potters zal meerdere debatten hierover aanvragen. Laten wij het debat voeren en het feit dat er met twee maten gemeten wordt, ook in dat debat naar voren brengen. 

De heer Sjoerdsma (D66):

Ik steun het verzoek van de heer Potters, maar ik zou eigenlijk het verzoek van mevrouw Karabulut willen steunen. Dat lijkt mij wel zo netjes. 

De voorzitter:

U kunt maar één verzoek steunen en dit verzoek ligt voor. 

De heer Sjoerdsma (D66):

Nou, voorzitter, ik kan wel degelijk de amendering steunen die mevrouw Karabulut heeft voorgesteld. 

De voorzitter:

Steunt u dan de debataanvraag van de heer Potters? 

De heer Sjoerdsma (D66):

Ik steun de aanvraag voor het debat, maar ik zou graag zien dat het wordt toegevoegd aan het dertigledendebat van mevrouw Karabulut. 

De voorzitter:

Dank u wel. 

De heer Dijkgraaf (SGP):

Ik ga het ook proberen. Ik steun het verzoek, maar als de heer Potters zou zeggen: nou, wij voegen het samen met het debat van mevrouw Karabulut, zou dat ook mijn steun hebben. 

De heer Van Klaveren (Groep Bontes/Van Klaveren):

Ik heb hier vrij weinig aan toe te voegen, behalve dat wij hierover net ook al mondelinge vragen hebben gesteld en dat de antwoorden van de minister meer dan onbevredigend waren. 

De heer Recourt (PvdA):

Steun voor een debat in welke vorm dan ook. 

De voorzitter:

Mijnheer Potters, u hebt een ruime meerderheid voor het debat. Mevrouw Karabulut heeft een suggestie gedaan om het samen te voegen. Ik wil het aan u laten om dat eventueel te doen. 

De heer Potters (VVD):

Ik vind dat prima. Mevrouw Karabulut heeft daar eerder ook vragen over gesteld. Volgens mij zitten wij vaak op één lijn op dit dossier, dus het lijkt me prima om samen een debat hierover te steunen. Ik wil nog even duidelijk maken dat het een debat moet zijn met de minister van Sociale Zaken, omdat het een integratiekwestie is. Daar moet het debat volgens mij over gaan. Ik heb dus geen behoefte aan een debat met de beide bewindspersonen. Ik wil graag een debat voeren met de minister van Sociale Zaken. 

Mevrouw Van Toorenburg (CDA):

Dat zou ik echt een gemiste kans vinden. Bij de mondelinge vragen hebben wij net natuurlijk ook kritische vragen gesteld aan de minister van Veiligheid en Justitie, die aan een aantal elementen echt vorm kan geven. De minister van Sociale Zaken kan misschien een aantal dingen agenderen, maar misschien moeten daar vanuit Veiligheid en Justitie daden aan worden toegevoegd. Daar is de minister van Veiligheid en Justitie dus echt voor nodig. 

De heer Sjoerdsma (D66):

Steun voor dat betoog. 

De voorzitter:

Er is een voorstel van de heer Potters. Ik zie dat de heer De Graaf nog iets wil zeggen. 

De heer De Graaf (PVV):

Ik wil ook graag de minister van V en J erbij. Ook steun voor dat voorstel van onze kant. 

De voorzitter:

Er is nu een meerderheid voor het verzoek van de heer Potters. Er is een amendering om te bekijken of het kan worden samengevoegd met een dertigledendebat en een aantal leden heeft voorgesteld om meerdere ministers uit te nodigen, waarvoor vooralsnog geen meerderheid is. Maar het is wel een boodschap aan de regering. Ik stel voor om voor dit debat vier minuten per fractie in te ruimen. 

Daartoe wordt besloten. 

De voorzitter:

Het woord is aan de heer Smaling. 

De heer Smaling (SP):

Voorzitter. Deze Kamer genoot al van het reces toen in de Eerste Kamer een energiewet de eindstreep niet haalde. Dat had ook te maken met het feit dat de minister van Economische Zaken een aangenomen motie niet wilde uitvoeren. Aangezien het om een verzamelwet ging, was er nogal wat verschil van inzicht over de vraag welke onderdelen van die wet op steun van de fracties konden rekenen. Daardoor zijn wij nu in een soort vacuüm beland en daardoor is het ook onzeker wat het lot van Eneco en DELTA zal zijn wat betreft hun voorgenomen splitsing. Het lijkt mij zinnig om de stand van zaken op korte termijn te bespreken met de minister van Economische Zaken. Dat is mijn verzoek aan de Kamer. 

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):

Steun daarvoor. Ik ontvang graag voorafgaande aan het debat een brief van het kabinet over deze hele kwestie. 

De heer Wassenberg (PvdD):

Steun voor het debat en ook steun voor de brief. Het zou prettig zijn als de minister in die brief ook ingaat op de mogelijkheid om zo snel mogelijk een noodwet aan de Kamer aan te bieden waardoor de tender voor windenergie op zee op tijd kan worden afgerond. Verder vraag ik de minister in te gaan op de vraag waarom niet eerder rekening is gehouden met een plan B. 

De heer Krol (50PLUS):

Steun voor het debat en de brief. 

Mevrouw Van Veldhoven (D66):

Ik zou graag eerst een brief ontvangen van het kabinet. Dit is zeker iets waarover wij met elkaar moeten spreken, maar als er een noodwet komt, hebben wij een ander soort debat dan wanneer er bijvoorbeeld geen noodwet komt. Daarom wil ik dit eerst zien in een brief van de minister. 

De heer Van Vliet (Van Vliet):

DELTA en Eneco weten al jaren dat zij zouden moeten splitsen. Dus hier is geen enkele noodzaak voor, maar een brief vind ik prima. 

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):

Ook ik vind dit een belangrijk onderwerp en er moet een Kamerdebat komen, maar ik zou graag willen weten of wij dan over de noodwet spreken of over het feit dat de minister niet met een noodwet komt. Dus eerst graag een brief van de minister, al dan niet gevolgd door een debat over de wet of over het feit dat die wet ontbreekt. 

De voorzitter:

Dus nu nog geen steun. 

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

Ik sluit mij hier kortheidshalve bij aan. 

De heer Jan Vos (PvdA):

De Partij van de Arbeid betreurt het zeer dat de voortgang van duurzame energie in Nederland in de Eerste Kamer zo'n genadeloze slag is toegebracht met een verwijzing naar een heel andere zaak, waarvoor bovendien geen enkele oplossing is geboden. Ik vind dit een onbegrijpelijke gang van zaken. Ik steun het verzoek om een debat dan ook niet. Ik vind het ook onbeschrijflijk dat de heer Smaling hier überhaupt een debat over aanvraagt nadat hij daar eerst de boel om zeep heeft geholpen. 

De voorzitter:

De vraag is of u het verzoek steunt. 

De heer Jan Vos (PvdA):

Ik steun ook geen verzoek om een brief, want het is mij allemaal volkomen helder. 

Mevrouw Klever (PVV):

De PVV is blij dat de Wet STROOM in de Eerste Kamer is verworpen. Daarom geen steun voor een nieuw debat daarover. 

De heer Bosman (VVD):

De SP is in ieder geval consistent: tegen in de Tweede Kamer, tegen in de Eerste Kamer en dan verbaasd doen. Geen steun voor een debat. 

De heer Dijkgraaf (SGP):

Het lijkt mij heel goed om hierover het debat te voeren. Hoe je het ook bekijkt, dit is een bijzondere gang van zaken. Dat er ook nog een brief komt, lijkt mij zeer terecht. 

De voorzitter:

U hebt geen steun voor een debat, wel voor een brief. Daarnaast is een aantal vragen door de Kamerleden toegevoegd. 

De heer Smaling (SP):

Het is jammer dat de heer Vos niet heeft kunnen uitrusten tijdens het reces. Dat had ik hem wel gegund, maar zijn humeur is weer hetzelfde als het half december was. Neem nog een weekje, zou ik zeggen. 

Graag eerst een brief. Dat lijkt mij zinvol. 

De voorzitter:

Ik stel voor om het jaar nu eens vriendelijk tegen elkaar te beginnen. 

Ik stel voor, het stenogram van dit deel van de vergadering door te geleiden naar het kabinet. 

Daartoe wordt besloten. 

De voorzitter:

Mijnheer Smaling, u had nog een verzoek. 

De heer Smaling (SP):

Dit gaat een beetje in tegen hetgeen waarmee de voorzitter begon. Het is namelijk een verzoek om een al aangevraagd debat over het overschrijden van het fosfaatplafond door de dierlijke sector in Nederland, snel in te plannen. Dit wordt steeds nijpender en als wij niet uitkijken, krijgen wij van de Europese Commissie met het rietje. Vandaar mijn verzoek om dit versneld op de agenda te zetten. 

Mevrouw Lodders (VVD):

De heer Smaling heeft al eerder gevraagd of dit debat spoedig kan worden ingepland. Wij zijn daar ook voor, maar wij hebben met elkaar in de procedurevergadering afgesproken dat in januari twee technische briefings worden georganiseerd. Laten wij die afwachten. Ik zou daarnaast graag een brief ontvangen. Ik vraag via u, voorzitter, aan de Griffie om een aantal feitelijke vragen te inventariseren. Ik kan me voorstellen dat meer mensen feitelijke vragen hebben. 

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

Ook de ChristenUnie wil heel graag snel het debat. Het is correct wat mevrouw Lodders net zei. Er worden inderdaad technische briefings georganiseerd. Ik heb ook de behoefte om nog aanvullende vragen te stellen. Ik wil graag in een brief van de staatssecretaris lezen wanneer er eindelijk duidelijkheid komt. Ik heb dat vorig jaar bij de behandeling van de Landbouwbegroting gevraagd. Toen kon hij dat nog niet aangeven. Ik hoop dat er in de komende brief wel duidelijkheid komt over het tijdstip waarop er een visie is voor onze melkveehouders. 

Mevrouw Koşer Kaya (D66):

Eerst de brief, dan de technische briefing en dan het debat. 

Mevrouw Dikkers (PvdA):

Op het gevaar af dat de heer Smaling mij ook een azijn-je-weet-weller vindt: eerst de brief en de technische briefing en dan graag het debat. 

De heer Geurts (CDA):

Geen steun voor het debat. De lijn die mevrouw Lodders net schetste, steun ik van harte. 

De heer Dijkgraaf (SGP):

Ik kan het simpel houden, want dat geldt ook voor mij: eerst de brief en de briefing en dan het debat. 

De heer Wassenberg (PvdD):

Steun voor de brief en steun voor het debat. 

De heer Graus (PVV):

Ik weet waar de schoen wringt, dus voor mij hoeven die brief en die technische briefing niet, maar ik zou wel graag willen deelnemen aan het debat, zo spoedig mogelijk. 

De voorzitter:

Dan constateer ik dat er een meerderheid is voor een brief en daarna een technische ronde, maar ik overleg nu even met de Griffie. Het debat is al geagendeerd. We vragen nu aanvullend een brief en dan gaan we kijken naar de rest van de procedure, waaronder een ronde feitelijke vragen. 

Mevrouw Lodders (VVD):

Voor de duidelijkheid: we vragen om de brief die wij van het kabinet willen, eerst even langs de commissie te laten gaan, zodat de fracties allemaal tegelijk vragen kunnen stellen, want anders hebben we misschien nog een ronde nodig. 

De voorzitter:

Hartelijk dank. Dat gaan we doen. 

Het woord is aan de heer Van Meenen. 

De heer Van Meenen (D66):

Voorzitter. De nieuwbouw van scholen is een verantwoordelijkheid van de gemeenten. Het onderhoud is een verantwoordelijkheid van de scholen zelf. Er tussenin zit een heel grijs gebied, dat we gemakshalve renovatie kunnen noemen. Recentelijk is duidelijk geworden dat door het getouwtrek tussen schoolbesturen en gemeenten, dat op veel plekken plaatsvindt, heel veel leerlingen te lang in een verouderd schoolgebouw zitten. Ik wil hierover graag een debat voeren, want ik denk dat het tijd wordt om renovatie op een goede manier wettelijk te regelen. 

De heer Bisschop (SGP):

Dat lijkt me op zich een goed punt, maar ik zou hieraan voorafgaand een reactie willen van de bewindspersoon op het onderzoek waar die berichten op zijn gebaseerd; dus een brief en dan een debat. 

De heer Van Meenen (D66):

Daar ben ik het overigens geheel mee eens. 

De heer Rog (CDA):

Op 4 februari komt de Rekenkamer met een rapport over schoolgebouwen. Het zou mijn fractie een lief ding waard zijn als wij daar eerst kennis van kunnen nemen. Dan kunnen wij daarna bekijken of en, zo ja, wanneer er een debat kan worden ingepland en of dat plenair moet of in een algemeen overleg. 

Mevrouw Ypma (PvdA):

Ik volg de opmerking van de voorzitter dat dit onderwerp zich uitstekend leent voor een algemeen overleg. Ik zou graag willen dat dit wordt ingepland direct nadat we de notitie van de Rekenkamer hebben gekregen. 

De heer Beertema (PVV):

Ik zou ook 4 februari willen afwachten, om dan te beslissen of er een debat nodig is of niet. 

Mevrouw Straus (VVD):

Dat geldt ook voor de VVD-fractie. 

Mevrouw Siderius (SP):

En ook voor de SP. 

De voorzitter:

Dan concludeer ik dat we nog even gaan wachten. 

De heer Van Meenen (D66):

Ik heb weleens betere dagen gehad, voorzitter. 

De voorzitter:

Het jaar is nog jong. 

De heer Van Meenen (D66):

Overigens vind ik ook dat we eerst het rapport van de Rekenkamer moeten afwachten. Dat gaan we doen en dan sta ik hier weer. 

De voorzitter:

Hartelijk dank. 

Het woord is aan mevrouw Van Veldhoven. 

Mevrouw Van Veldhoven (D66):

Voorzitter. Kinderen horen op school, niet in een fabriek. Toch lezen we berichten dat er in Turkije veel kinderarbeid plaatsvindt. Er waren al problemen, maar die problemen worden verzwaard door de grote vluchtelingenstroom die naar Turkije op gang is gekomen. Ik zeg niet dat het een makkelijk onderwerp is, maar ik denk wel dat Nederland moet bekijken hoe het zijn steentje kan bijdragen aan een oplossing. Daarom wil ik graag een debat met de minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking. 

De voorzitter:

Mevrouw Gesthuizen, u liep net wat harder dan de heer Van Laar. 

Mevrouw Gesthuizen (SP):

En dat ondanks die hakken. Ik steun de debataanvraag van D66 van harte. 

De heer Van Laar (PvdA):

Steun voor dit verzoek. 

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):

Misschien kunnen we het nog sneller doen via een algemeen overleg. We hebben aankomende donderdag een procedurevergadering. Misschien kunnen we hierover ook nog een brief krijgen van de minister. Als we het debat dan eerder kunnen doen, heeft dat onze voorkeur. 

De heer Voordewind (ChristenUnie):

Als het sneller kan via een AO, dan willen we het via een AO. Anders steunen we het verzoek om een plenair debat. 

De heer Teeven (VVD):

Steun voor dit verzoek. 

De heer Dijkgraaf (SGP):

Steun. 

De voorzitter:

Mevrouw Van Veldhoven, u hebt ruime steun. Een aantal leden heeft de optie genoemd om er een AO van te maken. Ik stel voor dat we vier minuten spreektijd inplannen voor dit debat. 

Daartoe wordt besloten. 

Mevrouw Van Veldhoven (D66):

Heel goed. Ik neem zeker ook uw oproep ter harte, voorzitter. 

De voorzitter:

Hartelijk dank. Het woord is aan mevrouw Agema. 

Mevrouw Agema (PVV):

Voorzitter. Met de invoering van de nieuwe Wmo is een kwart van de gemeenten helemaal gestopt met de huishoudelijke hulp. Zij zijn overgegaan tot een algemene voorziening zoals tafeltje-dek-je. Recentelijk heeft een rechter daar een stokje voor gestoken. Daarom wil ik graag een debat met de Tweede Kamer over deze nieuwe situatie. 

De heer Krol (50PLUS):

Het is volstrekt onduidelijk of huishoudelijke hulp nu wel of niet kan worden afgewezen door gemeenten. Er zijn twee gerechtelijke uitspraken geweest en die lijken met elkaar in tegenspraak. Daarom steunen we het verzoek van harte, om zo die duidelijkheid wel te kunnen krijgen. 

De heer Van Gerven (SP):

Ik krijg graag een reactie van het kabinet op die uitspraak. Daarom steunen we het verzoek. Ik geef mevrouw Agema in overweging om via de procedurevergadering te bekijken of het sneller kan met een algemeen overleg. 

Mevrouw Keijzer (CDA):

Er zijn rechterlijke uitspraken dat huishoudelijke verzorging wel onderdeel is van de Wet maatschappelijke ondersteuning en uitspraken dat zij geen onderdeel is van deze wet. Daarom moet er heel snel een uitspraak komen van de Centrale Raad van Beroep. Ik vermoed dat dit ook de reactie van de regering zal zijn. Daarom wil ik heel graag over dit onderwerp spreken, maar laten we afspreken dat we er een debat over inplannen als de Centrale Raad van Beroep uitspraak heeft gedaan. 

Mevrouw Agema (PVV):

Maar dat gebeurt vanzelf. 

Mevrouw Keijzer (CDA):

Dan kunnen we de regering namelijk vragen wat zij gaat doen. 

De voorzitter:

Vooralsnog dus geen steun voor het verzoek. 

Mevrouw Keijzer (CDA):

Op dit moment steunen we het verzoek niet. 

De heer Otwin van Dijk (PvdA):

Ik snap de vragen van mevrouw Agema wel, al is het maar omdat er twee rechterlijke uitspraken zijn die iets tegengestelds lijken te vragen. In die zin sluit ik me aan bij de opmerking van het CDA, namelijk dat het verstandig is om te wachten op de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep en op een brief van de staatssecretaris waarin hij schrijft hoe hij daarmee zal omgaan. Op dat moment kunnen we beter bekijken hoe we er het best over kunnen debatteren. 

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

Ik sluit me daarbij aan. Ik wil eerst een brief. Als we het snel kunnen behandelen in een AO, heeft dat mijn voorkeur. 

Mevrouw Bergkamp (D66):

Er is veel onduidelijkheid, maar het lijkt me goed als we eerst een brief krijgen waarin de staatssecretaris schrijft hoe hij hiermee omgaat. Afhankelijk daarvan bekijken we dan wanneer we een debat kunnen hebben. Nu steunen we het verzoek dus nog niet. 

De heer Potters (VVD):

Ik sluit me aan bij de woorden van de heer Van Dijk. We steunen nu het verzoek om een debat nog niet, wel het verzoek om een brief. We wachten eerst de uitspraak af. 

De voorzitter:

Mevrouw Agema, u hebt geen meerderheid voor een debat, wel voor een verhelderende brief. 

Mevrouw Agema (PVV):

Dat is jammer, voorzitter. Als we alvast een debat op de rol zetten, zouden we op tijd aan de beurt zijn zodra die brief binnenkomt. Ik begrijp echter dat mijn collega's allerlei smoezen verzinnen om dit debat niet te steunen. 

De voorzitter:

Maar u komt vast weer terug. Ik stel voor om het stenogram van dit deel van de vergadering door te geleiden naar het kabinet. 

Daartoe wordt besloten. 

De voorzitter:

Ik geef het woord aan de heer Wassenberg. 

De heer Wassenberg (PvdD):

Voorzitter. Nu de kruitdampen rond de jaarwisseling zijn opgetrokken, kunnen we een eerste balans opmaken van alle schade. In totaal waren er bijna 1.900 branden, waarvan de meeste het gevolg waren van vuurwerkongelukken. Bij een van die branden kwam iemand om het leven. Honderden personen, onder wie veel kinderen, zijn gewond geraakt door vuurwerk ... 

De voorzitter:

Ook u wil ik verzoeken om een debataanvraag te doen en niet te beginnen met uw eerste termijn. 

De heer Wassenberg (PvdD):

Dat zal ik nu doen. Dit alles is voor ons aanleiding genoeg om hier snel een debat over te voeren met de minister van Veiligheid en Justitie, om actief in te zetten op een veilige en feestelijke jaarwisseling in 2016. 

Mevrouw Helder (PVV):

Zoals vuurwerk traditie is bij een jaarwisseling, is een jaarlijks algemeen overleg hierover dat ook. We hebben net het Landelijk beeld jaarwisseling binnengekregen. Ik steun het debatverzoek niet, want mijn voorstel is om het onderwerp te betrekken bij het in te plannen AO over de jaarwisseling. 

Mevrouw Van Toorenburg (CDA):

Daar ben ik het mee eens. Ik denk dat we het er dan veel sneller over kunnen hebben. Dan zijn de feiten nog enigszins actueel, want anders spreken we er misschien pas in de zomer over. 

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

Dat laatste is mij eigenlijk wel goed bevallen, want afgelopen jaar hadden we inderdaad een debat over nieuwjaarsnacht tegen het zomerreces. Dat gaf een bepaalde rust in het debat. Ik wil dus voorstellen om dit wel te agenderen, met alle rapporten die al verschenen zijn en ongetwijfeld nog zullen verschijnen. Laten we dat doen in mei of juni via een AO. 

De heer Bisschop (SGP):

Steun. 

Mevrouw Kooiman (SP):

We hebben de eerste evaluatie van de jaarwisseling al binnen. Ik steun het verzoek om het debat plenair te voeren niet, maar wel steun voor een algemeen overleg. Aangezien de eerste evaluatie al binnen is, lijkt het me prima om dat wat sneller in te plannen dan te wachten tot het zomerreces. 

De heer Marcouch (PvdA):

Ik sluit me aan bij collega Kooiman. We hebben traditiegetrouw een AO Jaarwisseling. Ik ben dus wel voor een debat, maar tijdens dat AO, om met de evaluatie in de hand de minister om verantwoording te vragen. 

De heer Van Oosten (VVD):

Jazeker, een AO Jaarwisseling stond volgens mij al op de rol. Ik wacht dat verder af. Natuurlijk moet er voordien informatie van de zijde van de regering komen. 

Mevrouw Swinkels (D66):

Nog geen steun voor een plenair debat, wel voor een AO. 

De heer Van Vliet (Van Vliet):

Als we om middernacht oud en nieuw vieren, hoeven we niet om 18.00 uur al met die rotzooi te gooien. Ik steun het debatverzoek dus. 

De heer Öztürk (Groep Kuzu/Öztürk):

Steun voor het debat. 

De voorzitter:

Er is geen meerderheid voor een plenair debat, maar er is een algemeen overleg over. Dat gaat u via de commissie regelen. 

Ik geef het woord aan de heer Omtzigt. 

De heer Omtzigt (CDA):

Voorzitter. Op 23 april, de dag van het Kamerdebat, ontsloeg minister Van der Steur professor Maat. Daarna beloofde hij onderzoek te doen. Dat onderzoek kregen we niet. Vier keer werden Kamervragen totaal ontwijkend beantwoord. We kregen een WOB-verzoek, waarvan 90% zwartgelakt was. We kregen wel duidelijk dat hem de schuld in de schoenen geschoven werd en er geen woord teruggenomen werd. Professor Maat mocht zijn onderzoek inzien ... 

De voorzitter:

U moet nu een aanvraag doen. 

De heer Omtzigt (CDA):

... en maakte het openbaar. Daaruit bleek een totaal andere conclusie dan gemeld aan het parlement. Ik doe het volgende verzoek. Ik wil de Kamervragen die over dit onderwerp gesteld zijn, graag deze week beantwoord zien en daarover volgende week een debat voeren. Als er aanvullende vragen zijn, wil ik die vrijdag nog kunnen stellen naar aanleiding van de beantwoorde vragen. Ik verzoek de minister om voor dat debat een tijdlijn te sturen met wat er gebeurd is. Ook verzoek ik hem om een nieuw besluit te nemen om alle documenten die hier als WOB-document naartoe gestuurd zijn, niet als WOB-document te sturen, maar onder artikel 68 van de Grondwet te bekijken welke delen openbaar gemaakt kunnen worden, zodat we een debat kunnen voeren over openbare documenten en niet over geheime of gelekte documenten. 

De heer Sjoerdsma (D66):

Vanwege het belang van deze kwestie steun ik deze verzoeken volledig. Ik steun ook het verzoek om de Kamervragen voor vrijdag beantwoord te krijgen. De premier had de antwoorden immers in een televisieprogramma al voor vandaag of gisteren beloofd. 

De heer Van Nispen (SP):

Ik steun de verzoeken van de heer Omtzigt, want dit is een ernstige zaak. Zojuist hebben we een uitstelbericht gekregen over de Kamervragen. Daarin stond dat de minister eigenlijk voornemens was om hierover vandaag al een brief aan de Kamer te sturen. Die brief ligt kennelijk al in concept klaar. Deze zou ook per omgaande naar de Kamer kunnen worden gestuurd. Als het in samenhang met de Kamervragen plaatsvindt, moet de brief wat mij betreft in ieder geval deze week gestuurd worden. 

De heer Bisschop (SGP):

Mijn fractie steunt dit verzoek. Het is een kwalijke zaak als een dergelijke aangelegenheid vertroebeld wordt door dit soort rare verschijnselen. Van harte steun. 

De heer Voordewind (ChristenUnie):

Ik steun de verzoeken van de heer Omtzigt en ook zijn aanmaning tot spoed, want we moeten snel helderheid krijgen over deze zaak. 

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):

Een burger kan zich moeilijk verweren tegen aantijgingen van een bewindspersoon. Ook ik vind dat die vragen zo spoedig mogelijk beantwoord moeten worden, in ieder geval voor vrijdag. Ik steun ook het verzoek om een spoedig debat hierover. 

De heer Krol (50PLUS):

Ik steun het verzoek om spoedige beantwoording en het verzoek om een debat. 

De heer Van Oosten (VVD):

De VVD steunt het verzoek om een debat hierover te houden. We steunen natuurlijk ook het verzoek om beantwoording van de Kamervragen die onder meer door mijn collega Omtzigt zijn gesteld. Een ander deel van het verzoek van mijn collega Omtzigt betreft het te nemen besluit door de minister. Op dat punt wil ik de bal toch ook wel graag bij de minister zelf leggen, want er is er maar één die op dat vlak een besluit kan nemen en dat is de minister zelf. Ik wacht dat met belangstelling af. 

De heer Wassenberg (PvdD):

Ik steun het verzoek om snelle beantwoording van de vragen en ook het verzoek om een debat. 

De heer De Roon (PVV):

De PVV steunt de verzoeken van de heer Omtzigt. 

De heer Bontes/Van Klaveren):

Ik steun de verzoeken. 

De heer Recourt (PvdA):

Mijn fractie steunt het verzoek om de vragen deze week, dus uiterlijk vrijdag, te beantwoorden. We steunen ook het verzoek om een debat. 

De heer Van Vliet (Van Vliet):

Ik steun de verzoeken van de heer Omtzigt. 

De voorzitter:

Mijnheer Omtzigt, een ruime meerderheid steunt uw verzoek om de Kamervragen deze week, dus voor vrijdag, te beantwoorden. U hebt aangegeven dat u wellicht een mogelijkheid wilt voor aanvullende vragen. Ook hebt u aangeven dat er heel snel een debat moet komen en ook daarvoor is steun. Ik neem aan dat ook het verzoek om een tijdlijn en het zenden van documenten daaronder begrepen zijn. 

De heer Omtzigt (CDA):

Ik dank de Kamer voor de steun voor de verzoeken. Dat laatste punt wil ik graag verduidelijken. Ik wil graag dat we het besluit nemen om voor vrijdag nog een schriftelijke vragenronde te doen naar aanleiding van de eerdere vragen, want nog niet alle Kamerleden hebben vragen kunnen stellen. 

Naar aanleiding van het verzoek van mijn collega van de VVD wil ik nog het volgende opmerken. Mijn verzoek was om de minister in overweging te geven om op basis van artikel 68 van de Grondwet opnieuw te besluiten welke documenten in openbaarheid naar de Kamer gestuurd kunnen worden. Ik hoop voor vrijdag die documenten in de openbaarheid te hebben. 

De voorzitter:

Ik dank u voor uw toelichting. Ik stel voor om het stenogram van dit deel van de vergadering door te geleiden naar het kabinet. Ik stel ook voor om voor dit debat vier minuten spreektijd per woordvoerder uit te trekken. 

De heer Omtzigt (CDA):

Voorzitter, zouden het vijf minuten kunnen zijn? 

De voorzitter:

Ik ga vooralsnog uit van vier minuten. U mag onderhandelen met de nieuwe voorzitter. 

Overeenkomstig de voorstellen van de voorzitter wordt besloten. 

De voorzitter:

U had nog een verzoek. 

De heer Omtzigt (CDA):

Voorzitter. De radargegevens van de MH17 zijn door geen enkel land — niet door Rusland, niet door Oekraïne, niet door de VS en niet door de NAVO — aan de onderzoekers gegeven. Uit de beantwoording van Kamervragen bleek dat de regering niet in staat is om één vliegtuigongeluk in de afgelopen tien jaar te noemen waarbij de onderzoekers geen beschikking hadden over primaire radargegevens. Omdat de onderste steen boven moet komen, vindt de CDA-fractie dat die gegevens er moeten zijn. Luchtmachtgeneraal Steve Netto vindt dat ook. Hij zegt dat er te langzaam gehandeld is en dat er daarom snel gehandeld moet worden. Dat vindt ook een van de nabestaanden, de heer Schansman, die een brief aan de Amerikaanse regering geschreven heeft. Ik zou graag een reactie op die brief van de Amerikaanse regering ontvangen. Ook zou ik graag een spoedig in te plannen debat willen voeren over de wijze waarop de radargegevens alsnog opgevraagd kunnen worden, inclusief een statenklacht bij de ICAO en een brief aan de Veiligheidsraad. Alle landen hebben namelijk in de Veiligheidsraad middels resolutie 2166 gezegd dat ze mee zouden werken. Ik hoop dat we dat debat over een week of drie kunnen inplannen. De vragen kunnen dan rustig beantwoord worden en daarna zou ik graag dat debat willen houden. 

De heer Sjoerdsma (D66):

Steun. 

De heer Dijkgraaf (SGP):

Op zich steun, maar mijn vraag aan de heer Omtzigt is dan wel of het niet handig zou zijn om de twee debatten te combineren. Of het nou zo efficiënt is om twee afzonderlijke debatten te hebben, vraag ik mij namelijk af. 

De voorzitter:

Dan bedoelt u het debat over het rapport van de Onderzoeksraad Voor Veiligheid naar de ramp met de MH17. 

De heer Dijkgraaf (SGP):

Ja. 

De heer Omtzigt (CDA):

Misschien had ik dat even moeten toelichten. Zal ik dat nu alsnog doen of zo meteen? 

De voorzitter:

Dat doen we zo meteen. We gaan eerst het rijtje af. 

De heer Krol (50PLUS):

Steun. 

De heer Servaes (PvdA):

Ik sluit mij aan bij het voorstel van de SGP, mede gezien het feit dat we volgende week vrijdag ook nog een rondetafelgesprek gepland hebben, waarin dit onderwerp expliciet op de agenda staat. 

De heer De Roon (PVV):

Steun. 

De heer Van Oosten (VVD):

Graag koppeling aan het reguliere, reeds geplande debat over de MH17 als het gaat om de onderzoeksraad. 

De heer Bontes/Van Klaveren):

Steun voor het debat. 

De heer Van Bommel (SP):

Steun voor het debat. 

De heer Van Vliet (Van Vliet):

Ik sluit mij aan bij de woorden van de heer Van Oosten. 

De heer Voordewind (ChristenUnie):

Steun voor het debat, maar dan na de hoorzitting. Dan lijkt het mij vruchtbaar om dit debat plenair te voeren, tenzij het gecombineerd kan worden met het debat dat we al over de MH17 hebben gepland. 

De voorzitter:

Mijnheer Omtzigt, volgens mij hebt u een ruime meerderheid voor een brief en een debat. 

De heer Omtzigt (CDA):

Nee, het spijt mij, maar ik heb, geloof ik, geen meerderheid. 

De voorzitter:

Sorry, ik zeg het verkeerd. Er is geen meerderheid voor uw huidige verzoek maar er is wel een meerderheid om het te koppelen aan het debat over de MH17. 

De heer Omtzigt (CDA):

Ik had het daar bewust van losgekoppeld, want ik ben mij ervan bewust dat dat debat wordt gehouden. Dit is een separate kwestie die helemaal dient te worden uitgediept en die ondergesneeuwd dreigt te raken. Ik handhaaf dus mijn verzoek om een debat. Dat wordt dan een dertigledendebat, waarvan ik hoop dat het zeer spoedig wordt ingepland. Ik vrees namelijk dat de stukken niet boven tafel komen. Ik hoop dat ik wel steun krijg om een brief met een reactie van het kabinet te vragen en die binnen een week of twee te ontvangen, zodat wij weten wat het kabinet hieraan doet. Ik denk echt dat het bij de kwestie MH17 te bizar voor woorden is dat die radarbeelden niet boven tafel komen en ik vind ook echt dat wij het daarover zo spoedig mogelijk moeten hebben. 

De voorzitter:

Hartelijk dank. Ik stel voor om het stenogram van dit deel van de vergadering door te geleiden naar het kabinet en om voor het debat drie minuten per woordvoerder in te plannen. 

Daartoe wordt besloten. 

De voorzitter:

Het woord is aan de heer Sjoerdsma. 

De heer Sjoerdsma (D66):

Voorzitter. Er was een alarmerend bericht over hoe vluchtelingen een onderklasse dreigen te worden in Nederland. Dat is niet iets wat alleen nu aan de gang is maar wat al langer speelt. Criminaliteit en werkloosheid dreigen bij ongewijzigd beleid. Vandaar dat ik verzoek om een staand dertigledendebat dat ik eerder heb aangevraagd, met de aanduiding "integratie en het toenemend aantal asielaanvragen", om te zetten in een plenair debat. 

De heer De Graaf (PVV):

Toen geen steun en ook nu geen steun. 

Mevrouw Voortman (GroenLinks):

Toen wel steun en nu ook, want wij moeten echt voorkomen dat fouten die wij eerder hebben gemaakt weer worden gemaakt. Dus van harte steun van GroenLinks voor dit verzoek. 

Mevrouw Keijzer (CDA):

De instroom is groot en stijgt. Er zijn vele problemen die daarmee gepaard gaan. Dit is er eentje van. Wij moeten het hier zeker over hebben. Daarom steun van de CDA-fractie voor dit verzoek. 

Mevrouw Karabulut (SP):

Steun voor het verzoek. 

De heer Potters (VVD):

Mevrouw Voortman heeft voor het reces al een debat aangevraagd met als titel "debat over de reactie in het land ten aanzien van de opvang van vluchtelingen". Dat is een breed debat met meerdere bewindspersonen. Ik vind dit nu een overbodig verzoek. Volgens mij moeten wij dat debat, dat wij ook hebben gesteund, kunnen inplannen, maar om nu weer een apart debat te gaan voeren vind ik een debat te veel. 

De voorzitter:

Geen steun dus. 

De heer Voordewind (ChristenUnie):

Wij hebben een extra procedurevergadering voor de asielwoordvoerders ingepland morgenmiddag om 13.00 uur. Mogelijk kunnen wij dit dan combineren met het debat dat wij volgende week willen plannen over asielopvang. Als dat niet lukt rond dit onderwerp, dan steun ik alsnog een plenair debat. 

De voorzitter:

Dat is steun onder voorwaarden. Dat betekent dat u het verzoek nu niet steunt, want van dat overleg morgen kennen wij de uitkomst niet. Dus geen steun. 

De heer Öztürk (Groep Kuzu/Öztürk):

Steun voor het verzoek. 

Mevrouw Kuiken (PvdA):

Ik sluit mij even aan bij de heer Voordewind. Morgen is er een procedurevergadering. Er zijn al verscheidene rapporten en reacties aangevraagd, dus laten wij morgen bekijken wat wijs is. Geen steun voor dit verzoek op dit moment. 

De voorzitter:

Mijnheer Sjoerdsma, u hebt nu geen meerderheid. Er staat een debat gepland en morgen is er een procedurevergadering. 

De heer Sjoerdsma heeft nog een verzoek. 

De heer Sjoerdsma (D66):

Precies, goede voornemens. Wij gaan niet overal een groot punt van maken, wij gaan morgen de procedurevergadering in met een opgetogen gevoel. 

Voorzitter. Het andere verzoek betreft een buitenlandse kwestie, namelijk de onthoofdingen in Saudi-Arabië, die natuurlijk iedereen hebben geschokt maar die ook tot een grote breuklijn hebben geleid in het Midden-Oosten en misschien wel tot een noodzaak om de relatie met dat land te herzien. Vandaar mijn aanvraag, samen met de SP, voor een debat over Saudi-Arabië, voorafgegaan door een brief van het kabinet. 

De voorzitter:

Dan kijken wij wie het eerst is. Dat is mijnheer Voordewind. 

De heer Voordewind (ChristenUnie):

Wij doen het nog rustig aan in deze beginweek. Van harte steun voor dit debat. Het is belachelijk wat er hier nog steeds aan de hand is in onze relatie met Saudi-Arabië. Wij moeten snel af van de energieafhankelijkheid van dat land. Dus zo snel mogelijk een debat over Saudi-Arabië. 

De heer Servaes (PvdA):

Het is natuurlijk terecht dat collega Sjoerdsma hiervoor aandacht vraagt, maar ik zou hier, net als bij het vorige punt, voor de praktische optie willen gaan. Die is om het algemeen overleg te gebruiken dat morgen al gepland staat over de Raad Buitenlandse Zaken, waarin er ook aandacht zal zijn voor Saudi-Arabië. Ik heb het nu niet in de aanvraag gehoord, maar ik weet dat collega Sjoerdsma zich ook over wapenexport druk maakt. Daarover is op 11 februari een algemeen overleg gepland. Ook dat lijkt mij een uitstekende gelegenheid. Dus ik zou het praktisch willen houden en die twee AO's willen gebruiken. 

De heer De Roon (PVV):

Ik steun het verzoek van de heer Sjoerdsma. 

De heer Öztürk (Groep Kuzu/Öztürk):

Steun voor het verzoek. 

De heer Van 't Wout (VVD):

Mijn collega Ten Broeke heeft hierover schriftelijke vragen gesteld. Wat ons betreft vliegen we het praktisch aan en gebruiken we het AO van morgen en het AO dat daarop volgt hiervoor. 

De heer Dijkgraaf (SGP):

Wij willen het AO van morgen even afwachten. Mocht dit onderwerp daar onvoldoende aan de orde komen, dan zullen we het alsnog steunen. In uw formulering, voorzitter, betekent dit dat er nu nog geen steun is. 

Mevrouw Keijzer (CDA):

Steun voor het verzoek. 

De voorzitter:

Hartelijk dank. Er is nu geen steun voor het debat, mijnheer Sjoerdsma. Er zijn wel twee algemeen overleggen. Een aantal leden heeft aangegeven om na die overleggen de situatie nader te bezien. 

De heer Sjoerdsma (D66):

We zullen zien of het algemeen overleg morgen voldoende ruimte biedt. Ik vrees helaas van niet, want er is echt een heel beperkte spreektijd. Ik wil mijn verzoek mede namens de SP dus handhaven en het debat op de lijst met dertigledendebatten laten plaatsen. 

De voorzitter:

Ik stel een spreektijd van drie minuten per woordvoerder voor. 

Daartoe wordt besloten. 

De voorzitter:

Het woord is aan mevrouw Koşer Kaya. 

Mevrouw Koşer Kaya (D66):

Voorzitter. Al moet ik door weer en wind de kustgebieden helemaal af fietsen, wij zullen de onzalige plannen voor het volbouwen van de kustgebieden, onze prachtduinen, tegenhouden. Daarom vraag ik een debat aan met minister Schultz en staatssecretaris Van Dam. 

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):

Direct aan het begin van het kerstreces heeft GroenLinks scherp afwijzend gereageerd op dit voornemen van het kabinet. Wij vinden dat de eerst mogelijke gelegenheid moet worden aangegrepen om daarover te debatteren, wellicht ook met de staatssecretaris voor Natuur, Dijksma. Ik begrijp echter ook dat er over twee weken een AO Omgevingswet is. Dat zou een eerste gelegenheid zijn om dit belangrijke onderwerp aan te snijden. 

Mevrouw Cegerek (PvdA):

Aan het begin van het reces heeft de Partij van de Arbeid ook op de rem getrapt. Wat ons betreft trekt de minister dit besluit zo snel mogelijk in. Doet ze dat niet, dan is het snelst mogelijke moment waarop we met elkaar in debat kunnen het AO Omgevingswet. Daarna zullen we een motie indienen om dit voorstel zo snel mogelijk van tafel te vegen. 

De heer Wassenberg (PvdD):

Van harte steun voor het debat. 

De heer Madlener (PVV):

Het is toch curieus om te horen dat de linkse partijen nu hoog van de toren blazen, terwijl ze wel overal windmolens voor de kust willen bouwen. Dan hoor je ze niet. Dat willen ze juist; verschrikkelijk! 

De voorzitter:

De vraag is of u het debat wel of niet steunt. 

De heer Madlener (PVV):

Het AO lijkt me een prima behandelingsmogelijkheid. 

De voorzitter:

Dank je wel! 

De heer Dijkgraaf (SGP):

Bij mijn weten heb ik nog helemaal geen goed voorstel gezien of zo. Ik zou eigenlijk eerst een reactie van de regering willen hebben om te weten wat ze nu eigenlijk van plan is. Dat stelt ons in staat om te besluiten of er misschien een debat nodig is. 

De heer Smaling (SP):

Er zijn meerdere schriftelijke vragen gesteld, die mooi kunnen worden meegenomen in het AO Omgevingswet dat later in januari plaatsvindt. Dat lijkt me adequaat. 

De heer Veldman (VVD):

Volgens mij is het wel zo chic om eerst de antwoorden op de schriftelijke vragen te hebben. Daarom geef ik al geen steun aan het debat. Daarnaast is er binnenkort een AO Omgevingswet en ook nog een AO Ruimtelijke ordening gepland. Daarin zou het heel goed kunnen worden besproken. Daarom verleen ik geen steun aan dit verzoek. 

De heer Geurts (CDA):

Zoals de heer Dijkgraaf al aangaf: hebben wij al een officieel voorstel van het kabinet gezien? Daarover krijg ik graag opheldering. Ik verleen geen steun aan het debat. Het kan bij het AO Omgevingswet, het kan bij het AO Ro en het kan bij het AO over natuurbeleid. Laten we dus eens kijken of we het bij een van die drie kunnen behandelen. 

De heer Krol (50PLUS):

Als het doorgaat, is het een onzalig plan, maar dat weten we nog niet. Ik krijg dus graag zo snel mogelijk duidelijkheid, of door het debat, of op een andere manier. 

De heer Van Vliet (Van Vliet):

Ik sluit me aan bij de woorden van collega Dijkgraaf. 

De heer Bruins (ChristenUnie):

Ik voer graag zo snel mogelijk een debat. Mijn voorkeur zou dan een AO zijn, vanwege de snelheid. 

De voorzitter:

Er is geen meerderheid voor een debat, mevrouw Koşer Kaya. Er zijn wel drie AO's gepland waarin het mogelijk aan de orde zou kunnen komen. 

Mevrouw Koşer Kaya (D66):

Ik vind het buitengewoon jammer dat we dit onderwerp in een AO gaan behandelen. Het wordt dan waarschijnlijk weggedrukt tussen alle andere onderwerpen, terwijl dit zo ontzettend belangrijk is en de hele samenleving in feite heeft laten weten dit een onzalig plan te vinden. Maar ik heb niet anders dan de meerderheid van de Kamer in dezen te volgen. Ik hoop dat de meerderheid, die mee heeft getwitterd en die heeft gezegd dat dit een onzalig plan is, de rug recht weet te houden. Dan doel ik onder meer op de PvdA. 

De voorzitter:

Het woord is aan de heer Krol. 

De heer Krol (50PLUS):

Voorzitter. Volgens de regering moeten we minder voor onze kinderen zorgen en juist meer voor onze ouders, maar uit onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau blijkt dat mensen het tegenovergestelde willen. Dat kan, zo stelt het SCP, de uitvoering van het kabinetsbeleid in de weg staan. In hetzelfde onderzoeksrapport staan ook opzienbarende cijfers over ouderen en zorginstellingen. Er is dus alle reden voor het voeren van een debat. 

De heer De Graaf (PVV):

Ik vind het een sympathiek voorstel. Als je het een wilt laten en het ander wilt doen, moet je uiteindelijk zelf allebei doen. Daar is genoeg verzet tegen. Daarom steun ik het voorstel van de heer Krol. 

De heer Klein (Klein):

Over dit onderwerp heb ik schriftelijke vragen gesteld. Ik wacht graag eerst het antwoord van de regering af. Aan de hand daarvan wil ik bepalen of een debat nodig is of niet. Op dit moment steun ik het verzoek dus nog niet. 

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

Donderdagavond staat het plenaire debat over mantelzorg gepland. Laten we de spreektijd met een minuutje uitbreiden. Dan kunnen we dit onderwerp erbij betrekken. 

Mevrouw Voortman (GroenLinks):

Dat vind ik een heel goed idee van mevrouw Dik-Faber. 

De heer Ronnes (CDA):

Het CDA steunt het verzoek om een debat. 

De heer Otwin van Dijk (PvdA):

Het ging heel snel met het voorstel van mevrouw Dik-Faber, maar ik vond het wel een goed voorstel. Aankomende donderdag wordt er al over dit onderwerp gedebatteerd. Wellicht kunnen we de spreektijd iets uitbreiden. 

De heer Potters (VVD):

Het moet mij van het hart dat we heel vaak een algemeen overleg of een begrotingsbehandeling hebben waarbij de fractie van 50PLUS helaas niet altijd aanwezig is. Dat terwijl we dit onderwerp bijna elke week bespreken. Nu wil de heer Krol een apart debat. Hij gaat over zijn eigen woorden. Het onderwerp kan worden betrokken bij het debat dat deze week wordt gehouden, maar om nou een apart debat te voeren terwijl we zo veel mogelijkheden hebben … Ik steun het verzoek dus niet. 

De heer Van Gerven (SP):

Ik stel voor om het onderwerp te betrekken bij het debat aanstaande donderdag. Dat debat gaat over mantelzorg en is al plenair afgesproken. Dan kan iedereen volgens mij tevreden zijn. 

De heer Dijkgraaf (SGP):

Het lijkt mij een heel goed idee om het donderdag aan de orde te stellen. 

De heer Öztürk (Groep Kuzu/Öztürk):

Daar sluit ik mij bij aan. 

Mevrouw Keijzer (CDA):

Ik vind het een heel erg slecht idee. Dit is een ander onderwerp. We hebben het donderdagavond over mantelzorgers, van wie duidelijk wordt dat zij zo langzamerhand de totale rekening betalen van alle hervormingen. Laten we de ruimte geven aan dat onderwerp en niet dit onderwerp nog daarbij betrekken. 

De voorzitter:

De heer Klein is al aan het woord geweest. 

De heer Klein (Klein):

Ik had voorgesteld om het te koppelen aan de beantwoording van de schriftelijke vragen die ik op dit punt aan de regering heb gesteld. Als de conclusie is dat we morgen een minuutje erbij doen, stel ik voor om aan de regering te vragen of de beantwoording van de vragen versneld kan worden. 

De voorzitter:

Mijnheer Krol, u hebt geen meerderheid voor het debat. Een aantal fracties heeft wel verzocht om het onderwerp onder te brengen bij het al geplande debat over de positie van mantelzorgers, dat donderdag 19.00 uur wordt gehouden. Een meerderheid is daarvoor. Ik vind dat u met de nieuwe Voorzitter moet overleggen over de uitbreiding van de spreektijd. 

De heer Krol (50PLUS):

Maar ik begrijp dat er ook voldoende steun is voor een dertigledendebat. 

De voorzitter:

Nee. 

De heer Krol (50PLUS):

Dan moet ik hier tevreden mee zijn, terwijl ik het eigenlijk eens ben met het CDA. Dan heb ik toch maar liever de slechtste mogelijkheid die geboden wordt, namelijk dat minuutje erbij, tenzij mevrouw Keijzer nog een zeer waardevolle aanvulling heeft. 

De voorzitter:

Mevrouw Keijzer vond het juist geen goed idee om het samen te voegen. 

Mevrouw Keijzer (CDA):

Dat klopt, maar nu er een meerderheid voor is, zeg ik het volgende. U bent nu de voorzitter. Nu concludeert u al dat een meerderheid er voorstander van is om een onderwerp erbij te voegen. Dan is het dus ook nu aan u om hier af te spreken dat er een minuut spreektijd bij komt. 

De voorzitter:

Dat klopt. 

Mevrouw Keijzer (CDA):

Tot op dit moment doet u het fantastisch. Dit kan er dus zeker bij. 

De voorzitter:

Slijmen zou bijna een reden zijn om het niet te doen, maar ik doe het toch, want een ruime meerderheid is ervoor. Dank. 

De heer Krol (50PLUS):

Dank u wel, voorzitter. 

De voorzitter:

Het woord is aan mevrouw Van Tongeren. 

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):

Voorzitter. Al vanaf 2010, sinds ik in de Tweede Kamer zit, is mijn fractie hard bezig om aandacht te krijgen voor kerncentrales net over de grens met Nederland. Er is een oplopende reeks van kleinere en grotere incidenten met die centrales. Er is zo nu en dan een beetje afstemming, maar dan weer niet. Dit is een onderwerp dat de veiligheid van Nederlanders rechtstreeks raakt. Daarom wil ik daarover een debat met de regering. 

De voorzitter:

Met de minister van Infrastructuur en Milieu. 

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):

Specifiek met de minister van Infrastructuur en Milieu. 

De voorzitter:

Ik kon zomaar uw gedachten lezen. 

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):

Wij hebben net voor het reces hierover een debat gevoerd, maar het blijft maar doorgaan met al die incidenten. Het CDA maakt zich daar grote zorgen over. Wij krijgen heel veel reacties van mensen uit de regio. Dan bedoel ik niet alleen de kerncentrales van Doel, maar ook die van Tihange. De problemen zijn onverminderd. Dit maakt dat wij echt haast moeten maken. Onze minister moet daar vol bovenop zitten, dus van harte steun voor het verzoek om een debat. 

Mevrouw Van Veldhoven (D66):

Ik steun het verzoek om een debat en ook het verzoek om het uitbreiden van de focus van het debat tot Tihange. Ik zou ook graag een reactie willen ontvangen van de minister op het voorstel dat wij eerder hebben gedaan, namelijk dat na elk incident waarbij een kerncentrale onverwacht is stilgelegd, de buurlanden erbij moeten worden betrokken voordat zo'n kerncentrale kan worden heropend. Die reactie wil ik graag hebben in een brief, vóór het debat. 

De heer Jan Vos (PvdA):

Wij hebben heel recentelijk met elkaar van gedachten gewisseld. Toen hebben wij het voorstel gedaan om inspecties te gaan uitvoeren in België. Dat voorstel is door het kabinet gehonoreerd. Er is een motie over aangenomen. Op 20 januari zal een eerste inspectie plaatsvinden, zo heb ik van de minister vernomen. Het lijkt mij goed om naar aanleiding daarvan het kabinet te vragen om een brief naar de Kamer te sturen. Dan kunnen wij aan de hand van die brief bezien wat wij gaan doen. Wij hebben ook een algemeen overleg gepland staan. In afwachting daarvan wil ik wel mijn steun uitpreken voor het debat dat mevrouw Van Tongeren nu aanvraagt, want ook wij delen de zorgen. 

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

GroenLinks en de ChristenUnie hebben samen Kamervragen gesteld over de kerncentrales in Doel. Ik ben erg benieuwd naar het antwoord op die Kamervragen. Uiteraard ben ik zeer genegen om deze aanvraag van een debat te steunen, want terwijl deze vergadering al aan de gang was, kreeg ik weer zorgen over deze situatie te horen van omwonenden, onder andere vanuit Zeeland. Het is net een knipperlichtinstallatie en er moet gewoon echt iets gebeuren. Daarom steun ik het verzoek. 

De heer Smaling (SP):

Ook steun van de SP-fractie. Ik sluit mij aan bij wat de heer Vos daarover heeft gezegd. 20 januari is er een gezamenlijke inspectie en, denk ik, onmiddellijk daarna een terugkoppeling van de minister. 

De heer Bisschop (SGP):

Steun voor het debat. Ik denk dat het de voorzitter past om de adequate informatie vroegtijdig bij de Kamer te laten bezorgen. 

De heer Remco Dijkstra (VVD):

Formeel gaan wij er niet over: sinds 1830 is het Belgisch grondgebied en dus een Belgische zaak. Ik begrijp heel goed de zorgen die er leven. Wij hebben een afspraak gemaakt voor gezamenlijke inspecties op 20 januari. Dat is echt uniek: wij gaan daar kijken en de Belgen komen bij ons kijken. Graag krijg ik een brief waarin de resultaten van de eerste gezamenlijke inspectie, die echt wereldwijd uniek is, naar ons worden gestuurd. Ik denk dat wij dit heel goed en ook eerder kunnen betrekken bij het algemeen overleg dat al gepland is. Anders doen wij het in een separaat debat. 

De voorzitter:

Mevrouw Van Tongeren, u hebt de steun van de meerderheid voor een debat en ook voor een brief. Geconstateerd is dat er ook een algemeen overleg is gepland. Verder is opgemerkt dat er schriftelijke vragen zijn gesteld over hetzelfde onderwerp. 

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):

Het is een heel goed voorstel om een plenair debat pas te houden nadat de informatie is binnengekomen. Mijn verzoek was ook niet om het volgende week in te plannen. Behalve de onmogelijkheid om dat dan in de plenaire zaal te doen, is het verstandig om de informatie erbij te betrekken. Het moet echter niet pas ergens naar het zomerreces verhuizen. 

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):

Ik wil ook de informatie over Tihange erbij betrekken. Het moet dus niet alleen maar gaan over Doel, maar ook over Tihange. Want dat beleid hangt wel ermee samen. 

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):

Wellicht moet er dan een ronde via de commissie worden gedaan om te inventariseren welke onderwerpen wij in die brief behandeld willen zien. Een paar collega's hebben gezegd wat zij graag in de brief willen. 

De voorzitter:

Dat kan, dat is dan een verzoek aan de griffier van de commissie. 

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):

Dank u wel, voorzitter. 

De voorzitter:

Dat was een verzoek aan de griffier van de commissie. Ik stel voor om het stenogram van dit deel van de vergadering door te geleiden naar het kabinet. 

Daartoe wordt besloten. 

De voorzitter:

Ik geef graag het woord aan mevrouw Gesthuizen. 

Mevrouw Gesthuizen (SP):

Voorzitter. Ik heb twee verzoeken. Het eerste betreft een stukje Hollands glorie dat lijnrecht indruist tegen de afspraken die ook Nederland onderschrijft over duurzame en eerlijke handel binnen de OESO. One World berichtte erover hoe Nederlandse bedrijven steun en hulp krijgen van Nederlandse ministers om een opdracht voor de aanleg van het nieuwe Suezkanaal binnen te halen, ondanks grote risico's voor mens en milieu. Hierover zou ik graag een debat aanvragen met de verantwoordelijke ministers, namelijk die van Financiën en die van Buitenlandse Zaken. 

De heer Van Laar (PvdA):

Ons voorstel zou zijn om eerst om een brief te vragen en dan te bekijken of een debat nodig is. Gezien de casus zou het onderwerp zich meer lenen voor een algemeen overleg dan voor een plenair debat. 

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):

Ook het CDA wil heel erg graag eerst een brief hierover ontvangen. Dan kunnen we kijken of we het misschien sneller kunnen doen in een algemeen overleg, dat is een soort van commissievergadering dat wij hier in de Tweede Kamer hebben. 

De heer Teeven (VVD):

Eerst een brief. Nu geen steun voor een debat. 

De voorzitter:

Mevrouw Gesthuizen, u hebt geen steun voor een debat, maar wel voor een verzoek om een brief. 

Mevrouw Gesthuizen (SP):

Dat lijkt mij uitstekend. Ik kan mij heel goed vinden in een snelle behandeling in een algemeen overleg. Dat is een prima suggestie, overigens niet omdat ik het onderwerp niet geschikt zou vinden voor behandeling in de plenaire zaal, maar dat terzijde. 

De voorzitter:

Dank u wel. Ik stel voor om het stenogram van dit gedeelte van de vergadering door te geleiden naar het kabinet. 

Daartoe wordt besloten. 

De voorzitter:

Mevrouw Gesthuizen, u had nog een verzoek. 

Mevrouw Gesthuizen (SP):

Inderdaad, voorzitter. Het Algemeen Dagblad bericht namelijk over rellen bij een demonstratie over vluchtelingen. Na intimidaties in Woerden, in Geldermalsen, Steenbergen en Purmerend werd nu ook in Utrecht geweld gebruikt, ditmaal tegen betogers die duidelijk wilden maken dat vluchtelingen in Overvecht Utrecht opgevangen mogen worden. Ik zou graag een debat aanvragen met de staatssecretaris en de minister van Veiligheid en Justitie, omdat dit op hun beider terreinen ligt. Het gaat immers over vluchtelingen, maar ook over de veiligheidssituatie. Ik maak mij grote zorgen over het feit dat er steeds meer van dit soort incidenten voorkomen en zou voorafgaand aan het debat graag een brief ontvangen van het kabinet over de situatie. 

De heer Azmani (VVD):

Of je nu voor of tegen azc's bent en ongeacht het feit of je bedenkingen hebt, geweld is onacceptabel. Voor het reces hebben we een debataanvraag gehad van mevrouw Voortman. Daaraan hebben wij ook steun gegeven. Morgen hebben we een procedurevergadering over de vraag op welke termijn we dat debat kunnen voeren. Wat mij betreft dus geen steun voor een separaat debat, omdat we wat mij betreft op korte termijn hierover al een debat voeren. 

De heer Sjoerdsma (D66):

Steun voor het debat en steun voor de brief, maar ik zou inderdaad ook graag zien dat wij hierover op zo kort mogelijke termijn kunnen spreken. 

Mevrouw Voortman (GroenLinks):

Ik zou het verzoek op zich wel willen steunen. In ieder geval steun voor de brief, maar ik hoor nu ook de heer Azmani. Ik vroeg me af of het misschien mogelijk is om het debat over Geldermalsen uit te breiden met dit verzoek en om dan ook wat meer spreektijd hiervoor in te ruimen, zodat we daar een goed debat over kunnen voeren. 

De heer Voordewind (ChristenUnie):

Er staat morgen een extra procedurevergadering gepland omdat er veel gebeurd is, onder andere de genoemde situaties. Ik zou willen voorstellen om dat morgen in de procedurevergadering te bespreken, zodat we volgende week een uitgebreid AO over asielopvang kunnen houden, inclusief dit onderwerp. Uiteraard steun voor een brief voorafgaand aan het AO. 

De heer Bisschop (SGP):

Ik sluit mij graag aan bij de woorden van de laatste spreker. 

De heer Marcouch (PvdA):

Ik sluit mij ook bij de woorden van de laatste sprekers aan. 

De heer Beertema (PVV):

Geen steun, voorzitter. 

Mevrouw Keijzer (CDA):

Ik sluit mij aan bij het voorstel om dit op een ander moment te bespreken, want ik denk dat het wel goed is om hierover te praten. Zoals net al is gezegd: geweld is niet goed te praten. Ik zie bewegingen van mevrouw Gesthuizen. Uiteraard steun voor een brief. Dat spreekt eigenlijk voor zich. Maar dank voor de ondersteuning, mevrouw Gesthuizen. 

De voorzitter:

Er is geen meerderheid voor een debat, maar ik hoor wel enige welwillendheid om het morgen in de procedurevergadering te bespreken. 

Mevrouw Gesthuizen (SP):

En er is steun voor een brief, voorzitter. 

De voorzitter:

En een brief. 

Mevrouw Gesthuizen (SP):

Dank u wel. Dus er komt een brief, begrijp ik? 

De voorzitter:

Ik stel voor om het stenogram van dit deel van de vergadering doorgeleiden naar het kabinet. 

Daartoe wordt besloten. 

Mevrouw Gesthuizen (SP):

Heel fijn, dank. En dan gaan we het morgen verder bespreken. 

De voorzitter:

Dan geef ik het woord aan mevrouw Siderius. 

Mevrouw Siderius (SP):

Voorzitter. 84% van de docenten in het basisonderwijs ervaart een hoge werkdruk en 56% vindt de werkdruk onacceptabel hoog. Dat komt door de grote klassen, door de invoering van het passend onderwijs en door de hele berg administratie voor docenten. We moeten zuinig zijn op ons menselijk kapitaal in het onderwijs, lijkt mijn partij. Daarom willen wij graag een debat met de staatssecretaris van Onderwijs, de heer Dekker, over deze situatie. Voor dat debat zouden wij graag de mogelijkheid hebben om vragen te stellen, zodat wij een verdiepende reactie van de staatssecretaris op dat onderzoek kunnen krijgen. 

De heer Beertema (PVV):

Steun voor beide verzoeken. 

De heer Bisschop (SGP):

Het lijkt mij goed om eens over dit thema te spreken, temeer omdat regelmatig wordt gezegd dat de scholen zelf administratieve verplichtingen zouden moeten schrappen. Ik zou graag zien dat de staatssecretaris concreet aangeeft wat er weg kan en hoe de werkdruk op die wijze daadwerkelijk naar beneden gebracht kan worden. Anders blijft dit maar dooremmeren. Ik steun dus het verzoek om een debat en zou willen dat dit soort informatie vooraf naar de commissie gestuurd wordt. 

Mevrouw Straus (VVD):

Er loopt momenteel een programma, de Regeldrukagenda Onderwijs, waar dit volgens mij naadloos in past. Ik zou graag vragen om een brief met een reactie op het onderzoek dat mevrouw Siderius aanhaalt, maar zou dit onderwerp willen toevoegen aan het dossier Regeldrukagenda. Dan kunnen wij daar vervolgens een AO over plannen. 

Mevrouw Pia Dijkstra (D66):

Steun voor het debat. 

De heer Rog (CDA):

Van harte steun voor het debat. De staatssecretaris heeft uitspraken gedaan die daartoe aanleiding geven, want het is zijn beleid dat tot die werkdruk leidt. Ik voer dat debat dus graag hier in deze zaal. 

De heer Bruins (ChristenUnie):

Steun voor dit debat en voor het idee van collega Bisschop om een zo concreet mogelijke brief vooraf te krijgen. 

Mevrouw Ypma (PvdA):

Ik sluit mij graag aan bij de laatste spreker, die verzoekt om een zo concreet mogelijke brief. Ik heb echter nog geen behoefte aan een debat. Werkdruk is een belangrijk thema, maar ik zou juist willen voorstellen om een hoorzitting te organiseren waarin wij zowel de inspectie als mensen vanuit het onderwijs kunnen horen. Daarom denk ik dat dit onderwerp zich leent om in de procedurevergadering te bespreken, zodat wij iets meer tijd en ruimte hebben om alles af te wegen en tot een verstandige procedure te komen. 

De voorzitter:

Hartelijk dank. Mevrouw Siderius, u hebt geen meerderheid. Ik hoor wel allerlei voorstellen voor hoorzittingen, schriftelijke vragen en dergelijke. Misschien kunt u dit aan de orde stellen in de procedurevergadering. 

Mevrouw Siderius (SP):

Volgens mij heb ik wel de steun van 30 leden. Ik zou dit dus wel graag op het lijstje met dertigledendebatten zetten. Mogelijk komen wij vanuit de commissie nog met een ander voorstel en halen wij het alsnog van de lijst. 

De voorzitter:

Ik ga het debat inplannen met drie minuten per spreker. En daarmee is er een einde gekomen aan de regeling van werkzaamheden. 

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst. 

Voorzitter: Knops