Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2013-2014nr. 17, item 5

5 Regeling van werkzaamheden

De voorzitter:

Ik stel voor, toestemming te verlenen tot het houden van wetgevings- c.q. notaoverleg met stenografisch verslag op:

  • -maandag 11 november 2013 van 15.00 tot 18.00 uur van de vaste commissie voor Defensie over het onderdeel Personeel van de begroting voor 2014;

  • -maandag 2 december 2013 van 10.00 tot 17.30 uur van de vaste commissie voor Economische Zaken over dierenwelzijn;

  • -maandag 9 december 2013 van 19.00 tot 22.00 uur van de vaste commissie voor Defensie over de Veteranennota.

Op verzoek van het lid Dik-Faber stel ik voor, haar motie (22026, nr. 421) opnieuw aan te houden. Dit betekent dat de in artikel 69, tweede lid, van het Reglement van Orde genoemde termijn van twee maanden voor deze motie opnieuw gaat lopen.

Overeenkomstig de voorstellen van de voorzitter wordt besloten.

De voorzitter:

Het woord is aan de heer Merkies.

De heer Merkies (SP):

Voorzitter. De minister van Financiën sprak gisteren al over schaamteloze fraude toen hij het had over de Libor-fraude. Inmiddels komt er zo veel naar buiten, elke dag weer, dat er wel heel veel vragen zijn. Niet alleen over de Rabobank zelf, maar ook over het toezicht van de Nederlandsche Bank. Wat heeft DNB eigenlijk gedaan en had men dit niet al eerder kunnen inzien? Hoe kan het dat het bestuur van de Rabobank helemaal van niets wist? Heeft de Nederlandsche Bank daar wel grondig onderzoek naar gedaan? Deze en vele andere vragen zou ik graag willen bespreken in een debat hier in de Kamer.

De heer Van Hijum (CDA):

Op zichzelf genomen kan ik mij voorstellen dat wij hierover een debat voeren, maar ik zou toch eerst graag een brief van de minister willen hebben waarin hij ingaat op een aantal zaken die ook de heer Merkies noemt. Allereerst betreft dat de rol van de toezichthouders in de afgelopen jaren. Als het allemaal zo overduidelijk is gebeurd zonder dat er acht op is geslagen, waarom hebben de toezichthouders dan niet ingegrepen?

Ik zou er ook graag een ander element in willen betrekken. Dat is de vraag waarom het Openbaar Ministerie heeft gekozen voor een schikking in plaats van voor vervolging. De minister van Justitie heeft daarin ook een rol. Wegens de omvang van de schikking moet hij beoordelen of hij een en ander terecht vindt. Ik zou dus ook graag een brief van de minister van Justitie over dat onderdeel willen hebben, voordat wij met elkaar het debat voeren.

De voorzitter:

U verleent dus geen steun aan het verzoek om een debat, maar wilt wel een brief.

De heer Van Hijum (CDA):

Ik wil eerst een brief, zowel van de minister van Financiën over het punt dat de heer Merkies noemt, als van de minister van Justitie als het gaat om de schikking en de reden om af te zien van vervolging.

De heer Tony van Dijck (PVV):

Het is een grof schandaal wat er is gebeurd. Het is de grootste fraudezaak ooit in de Nederlandse financiële sector. Ik heb inmiddels twee sets schriftelijke vragen ingediend. Die wil ik graag beantwoord hebben. Ik steun het verzoek om een debat volmondig.

De heer Koolmees (D66):

Steun voor de brief, de verzoeken van de heer Van Hijum en de vragen van de heer Van Dijck. Ook steun voor het debat, maar ik wil de heer Merkies in overweging geven om er een AO van te maken, allereerst omdat wij dan iets meer spreektijd hebben en bovendien omdat de plenaire agenda tot aan het einde van het jaar vol zit. Dit is wel een belangrijk onderwerp. Ik geef de heer Merkies daarom in overweging om er een algemeen overleg van te maken.

De heer Nijboer (PvdA):

Het gaat om een historische boete voor historische malversaties. Ik vind het logisch en terecht dat wij daarover een debat voeren. Het lijkt mij gewenst om dat te doen op basis van een brief met het antwoord op deze vragen, maar waarin ook staat wat de minister verder kwijt wil over het toezicht dat DNB de afgelopen jaren heeft uitgeoefend, gerelateerd aan de Libor-affaire. Ik kan mij best voorstellen dat wij vanmiddag in de procedurevergadering besluiten dat het handiger is om er een AO van te maken. Dan kan de heer Merkies het debat waarvoor hij steun heeft, eventueel weer intrekken.

De voorzitter:

Steun dus. Mevrouw De Vries.

Mevrouw Aukje de Vries (VVD):

Ook steun voor het debat. De suggestie van een algemeen overleg vind ik ook wel interessant. Ook steun voor de brief, maar die zou ik graag nog iets willen verbreden. We hebben immers ook nog het Euribor-verhaal. Ik zou graag inzicht willen hebben in hoe een en ander nu geregeld is en in wat de toekomstige regeling gaat worden voor Euribor en Libor. Ook hoor ik graag hoe het toezicht daarvoor geregeld is.

De voorzitter:

Mijnheer Merkies, er is steun voor een debat, maar er is ook een voorstel gedaan om daar een algemeen overleg over te houden. Uw reactie?

De heer Merkies (SP):

Het voorstel om een brief te vragen vind ik een goed voorstel. Daar had ik zelf ook om willen vragen. Ik zou daarin ook graag antwoord krijgen op de vraag waarom Nederland maar zo'n klein deel krijgt van de schikking en welke lessen de minister hieruit trekt voor de toekomst. Ik houd het plenaire debat nog even aan. Dan kunnen we het vanmiddag in de procedurevergadering hebben over de manier waarop we dit willen bespreken en er mogelijk een algemeen overleg van maken.

De voorzitter:

Dan zullen wij bezien of er ruimte is om dit debat in te plannen, met spreektijden van vier minuten per fractie. Daar is in elk geval steun voor. Ik zal het stenogram van dit deel van de vergadering doorgeleiden naar het kabinet.

Ik geef het woord aan mevrouw Van Toorenburg.

Mevrouw Van Toorenburg (CDA):

Voorzitter. De rechter heeft een streep gezet door de regeling voor topinkomens van de corporaties. Wij willen daarover een debat voeren met de minister voor Wonen en Rijksdienst en de minister van Binnenlandse Zaken, voorafgegaan door een brief. Het kan namelijk zijn — daar hebben we op dit moment nog geen helderheid over — dat het erom gaat dat de specifieke regeling, waarover de CDA-fractie ook in debatten al kritische vragen heeft gesteld, te ver is gegaan. Het kan ook zijn, en daar lijkt het op, dat het met name gaat om de totale beteugeling van de topinkomens. Als die niet meer kunnen worden aangepakt, hebben we een heel serieus probleem.

De voorzitter:

Wie wil hierop reageren?

Mevrouw Agema (PVV):

Steun, voorzitter.

De heer Koolmees (D66):

Namens D66 steun voor de brief. Laten we de brief afwachten en dan pas een debat plannen.

De heer Van der Linde (VVD):

Steun voor een brief. Er komt een debat aan over de Wet normering topinkomens, omdat er een wetswijziging is. Misschien dat we dit daarin op een of andere manier kunnen meenemen. In ieder geval steun voor een brief.

De heer Nijboer (PvdA):

Steun voor de brief. Er staat al een debat gepland, dus geen steun voor een separaat debat hierover nu.

De heer Merkies (SP):

Steun voor de brief en het debat.

De voorzitter:

Mevrouw Van Toorenburg, u hebt niet voldoende steun voor het houden van een debat, wel voor het vragen om een brief.

Mevrouw Van Toorenburg (CDA):

Gelet op de lijst van dertigledendebatten zal ik nu niet hijgerig een dertigledendebat aanvragen. Als we de brief maar krijgen en snel kunnen spreken over de implicaties van deze uitspraak.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan zal ik het stenogram van dit gedeelte van de vergadering doorgeleiden naar het kabinet.

Hiermee zijn wij aan het einde gekomen van de regeling van werkzaamheden.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.