Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2009-2010nr. 83, pagina 7038-7039

Aan de orde is de behandeling van:

het verslag van een algemeen overleg met de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over HWW Zorg in Den Haag (31765, nr. 11).

De beraadslaging wordt geopend.

Mevrouw Leijten (SP):

Voorzitter. de situatie bij de Haagse Wijk- en WoonZorg is urgent. In de inspectierapporten wordt gesproken van een levensbedreigende situatie voor mensen die daar wonen. We hebben hierover een behoorlijk goed debat met de minister gevoerd. Dat moet ik toch wel zeggen. Hij heeft tegen ons gezegd dat hij met een plan B wil komen. Daarover ben ik nog niet zo heel erg te spreken. In ieder geval is in het debat wel duidelijk geworden dat wij niet over kunnen gaan tot sluiting zodra we constateren dat het heel slecht gaat bij een instelling die meerdere huizen heeft. In dit geval gaat het om een instelling met negen huizen. Van drie van de negen huizen is de kwaliteit heel slecht. Tot sluiting kan niet worden overgegaan, omdat dan de vraag is waar de bewoners naartoe moeten. Iets anders kan ook niet worden gedaan, terwijl het voor de veiligheid van de bewoners wel goed is als in de toekomst bijvoorbeeld de leiding van dergelijke locaties of een dergelijke instelling kan worden overgenomen. Daarom dien ik de volgende motie in.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende de recente misstanden in instellingen voor langdurige zorg, zoals HWW Zorg;

overwegende dat de uiterste sanctie van sluiting doorgaans niet in het belang van de bewoners is;

constaterende dat de minister in zijn brief aangeeft dat er momenteel geen wettelijke basis is voor de Inspectie voor de Gezondheidszorg om de regie over de zorg in zo'n instelling tijdelijk over te nemen;

constaterende dat de minister in zijn brief aangeeft dat deze wettelijke basis voor bewindvoering gecreëerd zou moeten worden;

verzoekt de regering, wettelijke mogelijkheden te creëren voor het tijdelijk overnemen van het bewind over instellingen voor langdurige zorg,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Leijten. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 15(31765).

Mevrouw Leijten (SP):

Voorzitter. De volgende motie gaat een beetje langs het debat over de kwaliteit bij de Haagse Wijk- en WoonZorg, maar zij gaat wel over de lopende discussie over het te koop zetten van de tijdelijke stichtingen die de zorg van het oude Meavita hebben overgenomen. We hebben daarover nu geen apart debat gevoerd, maar toch wil ik deze motie indienen. Zij raakt namelijk aan dezelfde zorginstelling.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de zorginstellingen HWW Zorg en Thuiszorg Groningen zijn ontstaan om de continuïteit van zorg te garanderen na het faillissement van Meavita;

constaterende dat de minister stelt dat deze stichtingen slechts tijdelijk van aard kunnen zijn;

overwegende dat het mogelijk is dat er geen overnamekandidaten kunnen komen voor (delen) van de organisaties;

van mening dat continuïteit niet geborgd is bij tijdelijke stichtingen;

spreekt uit dat de stichtingen ook een permanente status moeten kunnen krijgen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Leijten. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 16(31765).

Mevrouw Bouwmeester niet? Dan wacht ik even tot de minister over een kopie van de moties beschikt.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Minister Klink:

Voorzitter. Ten aanzien van het verzoek om een wettelijke mogelijkheid te creëren voor de tijdelijke overname van het bewind over instellingen voor langdurige zorg merk ik het volgende op. De Kamer heeft het wetsvoorstel Wet cliëntenrechten zorg ontvangen. Daarin wordt de mogelijkheid gecreëerd om een bewindvoerder aan te stellen, zowel in de langdurige zorg als in de curatieve zorg. In deze zin zie ik de motie als een ondersteuning van hetgeen wij beogen. Tegelijkertijd is de motie overbodig in de zin dat er al een voorstel van wet voorligt, waarin de mogelijkheid hiertoe wordt gecreëerd. Net als mevrouw Leijten acht ik het van groot belang dat de mogelijkheid wordt geschapen om tijdig in te grijpen wanneer dingen misgaan en wij dan niet alleen op de inspectie hoeven te leunen.

Mevrouw Leijten (SP):

Daarover wil ik een verhelderende vraag stellen. Het wetsvoorstel Wet cliëntenrechten zorg biedt het instrument voor wat de minister "cliënten" noemt. Ik acht "bewoners" of "patiënten" beter. Het gaat mij om het moment dat de inspectie constateert dat de kwaliteit niet voldoende is. Dan zouden zij zelfstandig de leiding moeten kunnen overnemen. Ik meen dat wij heel dicht bij elkaar zitten en dat de minister in zijn brief stelt dat dit ook wel een goede mogelijkheid zou zijn. Ik doe daarom een beroep op hem om het dan ook te doen en het niet alleen maar via de direct belanghebbenden, de bewoners, te regelen.

Minister Klink:

Er zijn twee redenen op basis waarvan wij kunnen constateren dat een bewindvoerder noodzakelijk is. De eerste is als de kwaliteit structureel door de benen gaat. De tweede als wij zien dat de financiën structureel zodanig slecht worden beheerd dat je moet vrezen voor de continuïteit van de zorg. Dan gebeurt het dus niet op gezag van de cliënten maar om reden van het feit dat wij zelfstandig tot de conclusie komen dat de continuïteit van de zorg in het geding is. Dat is het geval als signalen zodanig zijn dat het College Sanering Zorginstellingen of de inspectie tot die conclusie komen. In dat geval zullen wij overgaan tot de aanstelling van een bewindvoerder. In deze zin beoordelen wij dus het publieke belang dat ermee is gemoeid. Uiteraard doen wij dat op basis van een wettelijke grondslag. Op grond daarvan kan een bewindvoerder eventueel het bestuur en beheer overnemen.

Mevrouw Leijten (SP):

Dit verbaast mij. Wij hebben deze brief vanmiddag van de minister gekregen. Het wetsvoorstel is anderhalve week geleden al met bombarie door hem gepresenteerd. In zijn brief van vanmiddag stelt de minister dat wij het helaas nu niet kunnen doen maar dat het wel goed zou zijn wanneer wij het in de toekomst zouden kunnen doen. Ik verzoek hem om het mogelijk te maken dat in de toekomst te doen. In zijn brief had de minister dan toch moeten schrijven dat hij dit voorstelt in het wetsvoorstel Wet cliëntenrechten zorg? Het is van tweeën een: de minister onderschrijft de motie en voert haar uit of het zit al in de wet. De minister kan niet stellen dat het nu niet kan, maar dat dit wel zou moeten.

Minister Klink:

Ik had kennelijk nog meer bombarie moeten maken, maar dan met name over het feit dat wij ons die mogelijkheid gaan verschaffen via het wetsvoorstel Wet cliëntrechten zorg. Wij hebben die mogelijkheid nu niet. Dat is dan ook de reden dat er een wettelijke grondslag moet komen. Dat beogen wij met de nieuwe Wet cliëntenrechten zorg. De motie is in die zin dus overbodig dat wij daarin via de wet proberen te voorzien.

Ik heb nog wel een toevoeging. Tijdens het algemeen overleg is ook gesproken over het gegeven dat er een samenhang kan zijn tussen de financiële status van een instelling, slecht beheer en de kwaliteit en daarmee de continuïteit van de zorg. Ik heb inmiddels de NZa verzocht – dat kan als een directief worden beschouwd – om daar waar men zicht heeft opstellingen die financieel slecht functioneren, dat per omgaande aan de inspectie te melden, zodat zij vervolgens toezicht kan uitoefenen.

Ik kom op de motie van mevrouw Leijten betreffende de permanente status die aan de stichting zou moeten worden verleend. Men weet dat aan de steunverlening de eis van de NZa is gekoppeld dat er tot verkoop van de stichtingen zal worden overgegaan. Daar vindt dus een verkenning over plaats. Volgens de NZa zou er actief aangeboden moeten worden. Dat vindt nu plaats. Als er geen kopers zijn die voldoende tegemoetkomen aan de continuïteit van de zorg, dan sluit ik niet uit dat de stichtingen inderdaad een permanente status krijgen. Ik laat het oordeel over deze motie graag aan de Kamer over. Dit is de reactie die ik op de motie wil geven.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

Ik stel voor om volgende week dinsdag over de moties te stemmen.

Daartoe wordt besloten.