Aan de orde is het debat naar aanleiding van een algemeen overleg op 7 september 2005 over de verkoop van Novio aan de Haagsche Tramweg Maatschappij (HTM).

Mevrouw Gerkens (SP):

Voorzitter. Wij hebben een pittig debat met de minister gehad over de overname van Novio door de HTM. Daarbij zijn twee zaken naar boven gekomen die mij genoodzaakt hebben tot het aanvragen van een debat over het verslag van het algemeen overleg.

De eerste is dat Nederlandse bedrijven vanuit een beschermde markt niet mogen bieden op een andere concessie, vanwege het zogenaamde reciprociteitsbeginsel. Een buitenlands bedrijf mag dat echter wel vanuit zijn gesloten markt. Ik vind dat niet fair. Wij belasten onze eigen bedrijven en onze eigen markt onnodig en bieden hun niet de kans die zij zouden moeten hebben. Ik dien daarom de volgende motie in.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

van mening dat Nederlandse bedrijven niet door oneerlijke concurrentie dienen te verdwijnen;

overwegende dat een buitenlands bedrijf met een gesloten thuismarkt mag meedingen naar Nederlandse concessies, maar een Nederlands bedrijf met een gesloten thuismarkt dit niet mag, waardoor er een nadelige concurrentiepositie gecreëerd wordt;

constaterende dat nieuwe verordeningen van de Europese Commissie geen enkele grond meer bieden voor het verzelfstandigen van gemeentelijke vervoersbedrijven en hierdoor een nadelige concurrentiepositie van de Nederlandse bedrijven langdurig zal bestaan;

verzoekt de regering, te komen tot eerlijke internationale concurrentie en tot die tijd te voorkomen dat wij nationale vervoersbedrijven verkopen aan buitenlandse gegadigden met een concurrentievoordeel,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Gerkens. Naar mij blijkt, wordt zij voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 97(23645).

Mevrouw Gerkens (SP):

Voorzitter. Wij zitten met de brokken van Nijmegen en Den Haag. Dat heeft te maken met de veranderende wetgeving, ondanks hetgeen in het debat is gewisseld over de vraag of Novio en de HTM dit hadden kunnen zien aankomen. Daarover verschillen overigens de meningen, ook bij Novio en Nijmegen. De vraag is hoe wij nu verder gaan in deze situatie. Ik wil daartoe twee dingen voorstellen en het daarna aan de regering overlaten hoe wij dat op de beste manier kunnen oplossen. Wij zouden dat als volgt kunnen doen. De eerste mogelijkheid is dat Novio voor die ene keer wel mag meedingen in de aanbesteding, maar dan wel met goede schotten tussen de verschillende bedrijfsonderdelen, zodat er geen sprake is van kruissubsidiëring. De tweede mogelijkheid is dat wij het uitstel van de aanbestedingsplicht voor Novio, tot 2010 bij verkoop en tot 2007 als verkoop niet lukt, verlengen. Men heeft dan meer tijd en ruimte als men er niet in slaagt om op korte termijn te verkopen en als de verkoop niet doorgaat.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

van mening dat de regering zich op dient te stellen als een betrouwbare partner richting de gemeenten Nijmegen en Den Haag;

overwegende dat nadat de onderhandelingen over de mogelijke verkoop van Novio zijn begonnen, de regels van de regering zijn gewijzigd;

constaterende dat hiermee de HTM, Novio en de gemeenten Den Haag en Nijmegen in de problemen komen omdat zij reeds een "letter of intent" over de overname van Novio door de HTM hebben ondertekend;

verzoekt de regering, problemen voor Den Haag en Nijmegen te voorkomen door ofwel uitstel van de aanbestedingsplicht voor de concessie KAN-Zuid te verlenen ofwel met goede schotten tussen de verschillende bedrijfsonderdelen de HTM de mogelijkheid te bieden mee te dingen naar de concessie KAN-Zuid,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Gerkens. Naar mij blijkt, wordt zij voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 98(23645).

De heer Hermans (LPF):

Voorzitter. Mevrouw Gerkens zegt dat de veranderende wetgeving mogelijk leidt tot brokken. Gesteld dat er in het contract tussen Novio en de HTM een clausule is opgenomen waarin staat dat, als er problemen ontstaan, van andere uitgangspunten wordt uitgegaan. Bij mijn weten staat er namelijk een ontsnappingsclausule in.

Mevrouw Gerkens (SP):

Als er een ontsnappingsclausule is, zou dat betekenen dat de koop van Novio door de HTM niet doorgaat. Dat suggereert u.

De heer Hermans (LPF):

Ik suggereer dat er dan een veel lagere prijs zal worden betaald.

Mevrouw Gerkens (SP):

Nijmegen zit dan in de problemen, want het bedrijf is veel minder waard geworden. Ik ken het contract niet; er is nog geen duidelijkheid over. Misschien zijn er mogelijkheden om met een andere partner in onderhandeling te treden, maar de tijdspanne wordt wel erg kort als de concessie tot 2007 loopt. U weet net zo goed als ik dat een bedrijf met een concessie tot 2007 veel minder waard is dan een bedrijf met een veel langere concessie. Laten wij het moment van 2007 een stukje verder zetten, waarmee wij Novio de Gerkenstijd geven om een goede partner te vinden.

De heer Mastwijk (CDA):

Mevrouw Gerkens werpt de vraag op of Novio en de HTM hadden kunnen aanvoelen wat er zou gebeuren. Zij rept in haar motie van het tijdens het spel veranderen van de regels. Ik meen dat zij toch niet kan volhouden dat dit het geval is. Als beide bedrijven de Kamerdebatten over de reciprociteit hadden gevolgd, wisten zij dat wel degelijk.

Mevrouw Gerkens (SP):

Ik heb begrepen dat de onderhandelingen al bezig waren ten tijde van de debatten in de Kamer. Mijn informatie is dat beide bedrijven, althans degenen die daarover onderhandelen, op dat moment al vergevorderd waren in de onderhandelingen en dat zij dat moeilijk konden wijzigen.

De heer Mastwijk (CDA):

Pakweg het eerste kwartaal van 2004 was de mening van de Kamer over de reciprociteit helder. U zegt dat in dit geval Novio onevenredig schade lijdt, maar men had de onderhandelingen eerder en ook tijdig kunnen opschorten.

Mevrouw Gerkens (SP):

Dat denk ik niet, want daar zat de tijdsdruk achter van de minister: u moet nu het bedrijf verkopen of uw concessie loopt eerder af. Er was wel degelijk een tijdsdruk. Nijmegen heeft gekozen voor de best mogelijke oplossing op het gebied van arbeidsvoorwaarden en met de grootst mogelijke zekerheid voor het bedrijf. Dat was op dat moment de HTM. Er was nog geen enkele wettelijke beslissing over drempels. Ik kan mij voorstellen dat men die logische keuze heeft gemaakt. Maar nogmaals, het is niet aan ons om die onderhandelingen te bepalen. We moeten wel kijken naar de resultaten. Ik zou het van slecht bestuur vinden getuigen als u nu zegt: dat hadden ze kunnen weten. We hebben het hier over de kwaliteit van een bedrijf, over arbeidsvoorwaarden en de financiële positie van Nijmegen.

De heer Mastwijk (CDA):

Wij worden het hierover niet eens met elkaar. Ik dacht dat de minister Nijmegen niet heeft voorgehouden dat moet worden verkocht, op straffe van het aflopen van de concessie, maar andersom.

Mevrouw Gerkens (SP):

De uitwerking blijft hetzelfde!

Mevrouw Dijksma (PvdA):

Voorzitter. Iedereen in deze zaal zal het erover eens zijn dat de casus HTM versus Novio interessant is, om te zien of de marktwerking nu goed functioneert. Eerlijk gezegd is de conclusie van mijn fractie dat dat nog niet optimaal is, iets wat de minister ook aangeeft. Zij is daarom van plan, met gezwinde spoed twee wetswijzigingen naar de Kamer te sturen. Wat ons betreft worden die twee voorstellen ook met gezwinde spoed aangenomen.

Er zijn nog wel andere problemen over. Op ten minste één punt is nog een verduidelijking van de wet noodzakelijk. Deze casus geeft namelijk ook aan dat het voor bedrijven, in dit geval voor de HTM, onduidelijk is wanneer men mag gaan meedingen. Om die reden dienen wij de volgende motie in.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat in de Wet personenvervoer 2000 het reciprociteitsbeginsel uitgangspunt is;

constaterende dat ondanks dit beginsel in de wet onduidelijk is, op welk moment bedrijven die een niet betwistbare markt hebben, mogen meedingen naar andere concessies;

van mening dat uiteraard de datum van openstelling van de eigen markt cruciaal is voor het mogen begunstigen van andere concessies;

voorts van mening dat om op een bepaald moment concessies te kunnen verwerven een reële voorbereidingstijd op aanbesteding mogelijk moet zijn;

verzoekt de regering, de wet op dit punt te verduidelijken,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Dijksma, Mastwijk en Hermans. Naar mij blijkt, wordt zij voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 99(23645).

Mevrouw Dijksma (PvdA):

Voorzitter. Ik hecht eraan om te zeggen wat wij bedoelen met het verduidelijken van de wet. Als we 1 januari 2009 als uitgangspunt nemen waarop bijvoorbeeld de HTM haar eigen markt voor bussen opengooit, dan kan zij niet eerder dan op die datum een concessie verwerven die daarvoor ingaat. Er moet dus een concessie worden verworven die of op 1 januari 2009 of daarna zal ingaan. Maar om zo'n concessie te kunnen verwerven, heeft men een reële voorbereidingstijd nodig. Ik denk dat de minister moet aangeven hoe zij dat ziet. Als dat duidelijk is, is er geen probleem, want de geest van de wet is zonneklaar.

Verder ontbreekt er een echte toezichthouder. Zolang die er niet is, krijgt de minister al het vuurwerk op zich af. Zij is dan steeds toezichthouder, en dat moet zij niet willen.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat door de toename van marktwerking in het openbaar vervoer meer behoefte bestaat aan een onafhankelijk toezichthouder;

constaterende dat de rol van de vervoerkamer van de NMa tot op heden zeer beperkt is gebleven;

van mening dat de vervoerkamer van de NMa zou moeten uitgroeien tot een echte toezichthouder op de markt voor openbaar vervoer;

verzoekt de regering, de NMa vervoerkamer om te bouwen tot een echte vervoersarbiter en daarbij de rol en de bevoegdheden van de OPTA voor de telefoonmarkt als uitgangspunt te nemen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie Dijksmais voorgesteld door de leden Dijksma en Hermans. Naar mij blijkt, wordt zij voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 100(23645).

Mevrouw Dijksma (PvdA):

Ik hoop van ganser harte dat de minister met deze motie aan de slag wil gaan. Ik denk namelijk echt dat het haar departement zal ontlasten van een zware taak.

Ik wil besluiten met een vraag. Tijdens het overleg zijn er ook een aantal toezeggingen gedaan aan de Kamer om gesprekken te voeren, onder andere met vertegenwoordigers van Nijmegen, de HTM, de regio Haaglanden en misschien ook met de wethouder uit Den Haag. Hoe hangt de vlag er nu bij? Zijn die gesprekken inmiddels gestart? Wat kunt u ons melden?

Mevrouw Gerkens (SP):

Ik heb nog een vraag over de eerste motie van mevrouw Dijksma. Ik heb die nog niet gekregen, maar als ik het goed begrijp, doet u het tegenovergestelde van wat mijn motie voorstelt. U zegt namelijk dat onze markt open moet, terwijl Europa nog wel steeds vanuit een beschermde markt kan bedingen op concessies hier. Lopen wij dan niet het enorme risico dat wij onze Nederlandse bedrijven dermate onder druk zetten dat zij stuk zullen gaan?

Mevrouw Dijksma (PvdA):

Ik moet even nadenken over deze vraag, want volgens mij lopen allerlei dingen door elkaar. Ik geloof niet dat Europa ons dwingt tot marktwerking. Daar zijn u en ik het volgens mij heel snel over eens. Dat is echter iets anders dan de vraag of je dat wel of niet wil voor Nederland. Ik zal Europa nooit gebruiken als een soort schaamlap om mij achter te verbergen. Wij hebben niet voor die WP-2000 gestemd vanwege Europa. Als je kijkt naar de huidige situatie, ben ik wel met u eens dat het gek zou zijn als buitenlandse bedrijven die een beschermde markt hebben wel mogen inkopen, terwijl Nederlandse bedrijven dat niet mogen. Ik ben met u benieuwd naar het antwoord van de minister. Dat is echter nog iets anders dan deze kwestie tussen de HTM en Novio en anderen, want daarin speelt voor mij – daarover zijn wij het niet eens – dat beide bedrijven wisten wat in de wet staat, namelijk het reciprociteitbeginsel. Dat heeft de Kamer in meerderheid aangenomen. Dat betekent, als ik dat op zijn "boerenfluitjes" mag zeggen: blijf uit een andermans markt als die van jou op slot zit. Dat vind ik fair en daar sta ik ook voor.

Mevrouw Gerkens (SP):

Dat beginsel betekent in uw redenering dan niet alleen voor bedrijven in Nederland, maar ook voor bedrijven die vanuit een beschermde markt in het buitenland opereren.

Mevrouw Dijksma (PvdA):

Dat is een goed punt. Volgens mij zijn wij daar in Nederland veel te soft in. Ik heb inderdaad het gevoel dat, zeker als de Fransen hun poorten gesloten houden, wij veel harder op moeten treden ten opzichte van die landen die overal in Europa op de open markten mee willen doen, terwijl hun markten gesloten blijven. Dat gevecht mag de minister, met steun van mijn fractie en ik neem aan ook met die van u, van harte aangaan. Daar klopt namelijk helemaal niets van.

De heer Hofstra (VVD):

Voorzitter. De VVD-fractie is van mening dat door de voorgenomen aankoop door de HTM van het Nijmeegse bedrijf Novio en daaraan gerelateerd stadsvervoer Nederland, er een ongewenste situatie ontstaat. Immers de HTM opereert in een beschermde markt, maar heeft op deze manier wel de mogelijkheid om in andere gebieden mee te doen aan aanbestedingen. Wij vinden dat ongewenst. Ons valt wel op dat de minister er de laatste twee jaar niet in is geslaagd om dit wettelijk gat te dichten, terwijl de HTM als bedrijf toch wel geprezen moet worden dat men die prachtige kerstboom heeft gebouwd, met allerlei deelnemingen op allerlei plekken in het land. Dat zijn er nog meer dan degene die ik heb genoemd. Zij laten blijken dat wij niet alleen te maken hebben met suffe, saaie en domme bedrijven in de grote steden. Om de zaak te redresseren, kunnen wij nu tegen de minister zeggen dat wij die wetswijziging voor de G4 dan wel tegemoet zien. Wij kunnen Den Haag een beetje pesten door daarmee zodanig te dreigen dat men deze koop alsnog ongedaan zal maken voor zover men dat juridisch kan. Wij nemen geen positie in over de HTM, want dat bedrijf is niet van ons. Het is wat ons betreft niet nodig om met de bestuurders van Nijmegen te spreken. Dat scheelt ook weer wat kilometers. Met het bestuur van de HTM hoeft de minister ook niet van gedachten te wisselen. Wij raden haar aan om over deze kwestie open met de bestuurders van Den Haag en Haaglanden te spreken. De VVD-fractie is van mening dat het mogelijk is om tot een hoognodige uitbreiding van het aantal aanbieders in dit land te komen door middel van bijvoorbeeld privatisering. Wij vinden dat een interessante positie en willen de minister de gelegenheid geven om dat gesprek te voeren. In reactie op de woorden van mevrouw Dijksma merk ik op dat het misschien goed is als de minister nu aangeeft op welke datum zij de Kamer nader over deze interessante gesprekken kan informeren.

Mevrouw Dijksma (PvdA):

Nu tref ik de diplomaat Hofstra aan. Ik sla steil achterover van zijn nieuwe gave, maar vraag mij af wat hij daarmee wil doen. Kan hij dat open meedelen? Nu hinkt hij op twee gedachten. Enerzijds wil hij heel streng zijn, omdat er een faire marktwerking moet komen. Anderzijds wenst hij dat de minister alles door de vingers ziet als het bijvoorbeeld een bedrijf uit een stad is, of een bedrijf uit een stad met een stadsbestuur dat hem aanstaat. Zo ken ik de heer Hofstra niet.

De heer Hofstra (VVD):

Die woorden heb ik niet gebruikt. Ik ben begonnen met de opmerking dat de situatie die zal ontstaan als de verkoop definitief wordt, naar mijn idee ongewenst is. Wij willen dus dat dit niet gebeurt, maar behalve de suggestie van anderen is het goed dat de situatie kan ontstaan dat die bescherming in Den Haag wordt opgeheven omdat het een privaat bedrijf wordt. Tijdens het debat is de interessante vraag gesteld welke concessie men dan heeft. Ik herinner mij nog dat de minister op die vraag helaas geen duidelijk antwoord kon geven. Naar mijn idee heeft men dan de concessie die de HTM op dit moment heeft. Als dat het geval is, kan er tijdens de volgende ronde vrolijk worden geconcurreerd.

Mevrouw Dijksma (PvdA):

Naar mijn idee is dat niet helemaal correct. De heer Hofstra suggereert dat de HTM haar aandelen verkoopt. Dat is echter iets anders dan dat het bedrijf niet meer vanuit een beschermde markt opereert. Het is mogelijk dat de heer Hofstra alleen maar de vraag interessant vindt wie het bedrijf in handen heeft. De VVD-fractie wil altijd zo veel mogelijk naar de markt, maar ik kan haar verzekeren dat alles daar echt niet altijd beter van wordt. Een andere mogelijkheid is dat de heer Hofstra die marktwerking belangrijk vindt. Dat zijn twee totaal verschillende zaken. De verkoop van een bedrijf dat toch nog blijft opereren vanuit een beschermde niet betwistbare markt, is niet minder slecht voor de marktwerking dan het in handen te laten van de overheid. Dat maakt mij dus niets uit en ik hoop dat dit ook voor de heer Hofstra geldt.

De heer Hofstra (VVD):

Daarover zijn wij het volledig met elkaar eens maar als het bedrijf geprivatiseerd zou zijn, heeft het op dat moment een concessie. Dan kan dat bij de vervolmaking van de WPV2000 en de WPV voor de G4 keurig worden geregeld. Ik ben geen voorstander van een illegale of een semi-illegale oplossing. Het moet netjes worden geregeld, maar hier ligt een geweldige kans om een vierde grote speler op de Nederlandse vervoermarkt te krijgen. Daarvan worden wij in deze samenleving allemaal beter.

Mevrouw Dijksma (PvdA):

Over de concessie die men dan in de visie van de heer Hofstra nog heeft, moeten wij van gedachten wisselen. Welke concessie is dat dan? In mijn ogen is het slechts mogelijk om mee te dingen op een andere markt als men de eigen markt meteen open gooit. Dat betekent dat het niet zozeer gaat om de verkoop van aandelen, maar dat de HTM dan bijvoorbeeld zou moeten zeggen dat het in 2007 al los gaat. Dat heeft dus niets met de verkoop van dat bedrijf te maken. Dat is volstrekt irrelevant.

De heer Hofstra (VVD):

Dat is juist. Ik heb daarom opgemerkt dat het in de wetgeving netjes moet worden geregeld. Nu heeft men echter vigerende concessies. Als men een bedrijf koopt, krijgt men naar mijn idee alles wat daarbij hoort. Dat kan ook een bestaande concessie zijn. Dan staan die termijnen voor mij ter discussie, want het moet op een eerlijke manier gebeuren.

Minister Peijs:

Voorzitter. Ik dank de leden voor hun inbreng in dit debat. Mevrouw Gerkens heeft gelijk dat er voor Nederlandse bedrijven en buitenlandse bedrijven een ongelijke situatie bestaat. Daar kan ik op dit ogenblik niets aan doen. Dan zou ieder bedrijf dat een concessie wil aanbesteden allerlei holdingconstructies in het buitenland moeten onderzoeken. Dat kun je niet vragen van de bedrijven. Deze ongelijke situatie zal echter in 2009 voor de bussen zijn opgeheven. Wellicht is er dan een oplossing vanuit Europa. Ik zeg in ieder geval toe dat ik dit punt in Europees verband zal aankaarten.

Mevrouw Gerkens (SP):

U zegt dat u er op dit moment niets aan kunt doen. Kunt u er echt wettelijk niets aan doen of vindt u het te lastig om er iets aan te doen?

Minister Peijs:

Als een Frans bedrijf een holdingconstructie heeft in het Verenigd Koninkrijk, is het dan een Frans bedrijf of een Engels bedrijf? Wij kunnen het bedrijven niet aandoen dat zij steeds moeten onderzoeken wat de bron van de holdingconstructies is.

Dan de tweede motie van mevrouw Gerkens. De regels van de regering zijn niet gewijzigd. In de wet is een artikel opgenomen over reciprociteit. Het Haagse gemeentebestuur, de aandeelhouder van de HTM, en Novio wisten precies wat er speelde. Wat het verlenen van uitstel van de aanbestedingsplicht betreft het volgende. Dan haak ik in op wat de heer Hofstra zei over het zelf aanbesteden van de HTM-concessie door Haaglanden. Daarbij moet je voorzichtig opereren, want je hebt zowel met het bedrijf te maken als met de concessieverlener als met de eigenaar van het bedrijf. Dat zijn drie verschillende gremia op dit dossier. Als het busvervoer van de HTM in Den Haag op de markt komt, kan ook Novio meedingen naar de eigen concessie. Dus de status en de omgeving van de moeder, gesloten of niet gesloten, bepalen wat de dochter kan. Stadsvervoer Nederland kan met de wetswijzigingen die voorliggen niet meedingen naar andere concessies in Nederland, tenzij de HTM zelf de markt opgaat. Er ligt een heel duidelijke keuze voor de HTM om dat allemaal recht te breien. De situatie is wel zo dat je in de lopende concessie stapt als je een bedrijf koopt. HTM/Novio kan de concessie tot 2007 gewoon uitrijden. Daarna gaat Novio niet meedingen naar de eigen concessie. De nieuwe rijder van de concessie zal dan het personeel moeten overnemen. Wij gaan dus het uitstel niet verlenen.

De marktwerking is nog niet optimaal. Het streven is wel dat er een goede marktwerking komt. Ik dank mevrouw Dijksma voor haar steun in die richting. Wij gaan de regels die voor de markt gelden verduidelijken. Dat gebeurt via de wetgeving die nu in de Kamer voorligt en de wetgeving die op korte termijn zal komen naar aanleiding van de motie die mevrouw Dijksma op dit terrein heeft ingediend. Wij kunnen nog een brief schrijven om te verduidelijken hoe wij dat in het vat zullen gieten, maar ik hoop dat de wetswijziging zo snel mogelijk bij de Kamer is. Ik ben blij met de toezegging om de wet zo snel mogelijk te behandelen.

Mevrouw Dijksma (PvdA):

In de motie hebben wij nog een derde onduidelijkheid naar voren gebracht. Het gaat niet alleen om koop, verkoop of meedingen op andere markten, maar ook om de vraag vanaf wanneer je dat mag gaan doen, gegeven het feit dat je de markt openstelt. Als de busmarkt bijvoorbeeld op 1 januari opengaat, kun je geen concessie verwerven die op 1 juni 2008 ingaat. Ik heb u gevraagd om een verduidelijking op dat punt, in de wet dan wel in een brief. Misschien is een brief wel voldoende om daar duidelijkheid over te verkrijgen.

Minister Peijs:

Ik zal de Kamer daar een brief over sturen, zodat er van geen enkele onduidelijkheid meer sprake kan zijn. Ik vind dat ook de markt daar recht op heeft.

De heer Hofstra signaleert een ongewenste situatie. Er is geen sprake van dat wij Den Haag pesten. Wij moeten alleen goed bedenken dat er nog drie GVB's zijn, Utrecht, Amsterdam en Rotterdam, die erg in het nadeel komen als Den Haag zich op deze manier op de markt manifesteert. Zij mogen pas vanaf 2009 de markt op. Die ongewenste situatie kan Den Haag zelf beëindigen. Met de gesprekken gaat het prima. Op 21 september heb ik een gesprek met de bestuurders van Den Haag over de ontstane situatie en dan gaat het ook om de vraag hoe wij daar het beste kunnen uitkomen. Een van de oplossingen is natuurlijk dat de concessie van Den Haag gewoon op de markt wordt aanbesteed. Als de markt van Den Haag betwistbaar is, mogen Novio en Stadsvervoer Nederland ook meedingen in hun eigen gebieden. Ook Stadsvervoer Nederland kan met de wetswijzigingen niet meer meedingen naar de eigen concessies. Ik denk dat de HTM door zichzelf op de markt aan te bieden via Haaglanden veel duidelijkheid zal verstrekken aan de markt.

De heer Hofstra (VVD):

De HTM kan zichzelf natuurlijk niet de bescherming ontnemen. Dat is een politiek en bestuurlijk besluit. Mijn suggestie is om privatisering te bevorderen, dus om ervoor te zorgen dat de aandelen van het bedrijf verkocht worden. Misschien is het goed, vooral voor de collega's die het nog niet helemaal begrepen hebben, dat u ons nog even uitlegt wat de gevolgen daarvan zijn.

Minister Peijs:

Geen. De HTM mag voor mijn part alles verkopen, maar het blijft een stadsvervoerder. Het blijft een GVB. Het bedrijf is al verzelfstandigd en heeft al een aandeelhouder. De HTM is een andere stadsvervoerder dan het GVB in Amsterdam. Aan verkopen heb ik niets.

Mevrouw Dijksma (PvdA):

De heer Hofstra meende dat niet alle collega's het begrepen hadden. Ik hoop dat hij het nu ook goed begrepen heeft.

Minister Peijs:

Er is een heel eenvoudige oplossing voor de HTM, namelijk dat Haaglanden gewoon de aanbesteding voor de concessie van de bussen in Den Haag start. Dan kunnen Novio en Stadsvervoer Nederland aan alle concessies deelnemen. Dan is er een eerlijke en transparante situatie op de markt.

Aanneming van de moties van mevrouw Gerkens moet ik dus ontraden. De brief waar mevrouw Dijksma om vroeg, komt er. De motie is wat mij betreft okay.

Ik kan niet hier en nu besluiten over de vervoersarbiter NMa, omdat dit vooral de minister van Economische Zaken aangaat. Ik moet daarover dus eerst met mijn collega spreken. Daarna kom ik erop terug.

Mevrouw Dijksma (PvdA):

Dat begrijp ik, maar kunnen wij uw reactie dan wel voor de stemmingen krijgen? Ik neem aan dat die niet volgende week, maar de week daarna zullen worden gehouden.

De voorzitter:

Ja, dat zal straks mijn voorstel zijn.

Mevrouw Dijksma (PvdA):

Dan heeft de minister nog even de tijd hiervoor.

Minister Peijs:

Ik doe mijn uiterste best, voorzitter.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

Ik stel voor, dinsdag 27 september aanstaande te stemmen over de ingediende moties.

Daartoe wordt besloten.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Naar boven