Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend
bij het debat over het media-onderdeel van de begroting van OCW, te
weten :
- de motie-Van Dam/Vergeer over de omroepreserve
(29800 VIII, nr. 87);
- de motie-Atsma over
de switch off (29800 VIII, nr. 88);
- de motie-Atsma
c.s. over externe pluriformiteit (29800 VIII, nr. 90);
- de motie-Örgü c.s. over het overdragen van de zendmachtiging (29800 VIII, nr. 93);
- de motie-Örgü/Atsma
over de zender 747AM (29800 VIII, nr. 94);
- de motie-Bakker c.s. over de middelen voor de lokale omroepen (29800
VIII, nr. 95).
(Zie wetgevingsoverleg van 22 november 2004.)
De voorzitter:
Op verzoek van mevrouw Örgü stel ik voor, haar motie (29800-VIII,
nr. 93) van de agenda af te voeren.
De voorzitter:
Ik geef gelegenheid tot het afleggen van stemverklaringen vooraf.
De heer Vendrik (GroenLinks):
Voorzitter. Namens de fractie van GroenLinks een kort woord
over de motie op stuk nr. 90. Wij zijn voorstander van een sterke, onafhankelijke
en reclamevrije publieke omroep. Waar nationale en internationale commerciële
televisie aan concurrentiekracht wint en het televisiegedrag van consumenten
fragmenteert, zijn versterking en reorganisatie van het publieke omroepbestel
dringend gewenst. In de motie op stuk nr. 90 wordt de staatssecretaris van
cultuur verzocht om concrete voorstellen te doen voor een toekomstig omroepbestel.
Maar de indieners hebben daarbij tegelijkertijd de eis geformuleerd dat er
niets verandert aan het huidige bestel. Daarmee formuleert de motie niet alleen
een onmogelijke opdracht voor de staatssecretaris, zij getuigt bovendien van
kortzichtige behoudzucht. Wij stemmen dus tegen.
Mevrouw Vergeer (SP):
Voorzitter. Ik heb een stemverklaring over dezelfde motie. Daarin wordt
aan de regering gevraagd om externe pluriformiteit als uitgangspunt te nemen
voor concrete voorstellen op de korte termijn over de toekomst van de publieke
omroep. Maar de discussie daarover is nog niet gevoerd in de Tweede Kamer.
De motie bevat dan ook geen argumenten, maar slechts een standpunt. Los van
het inhoudelijke standpunt van de SP over de toekomst van de publieke omroep
vindt de SP dat deze motie geen bijdrage levert aan de discussie. Wij zullen
daarom tegen de motie stemmen.
In stemming komt de motie-Van Dam/Vergeer (29800-VIII, nr. 87).
De voorzitter:
Ik constateer dat de aanwezige leden van de fracties van de SP, GroenLinks,
de PvdA, de Groep Lazrak, de ChristenUnie en de SGP voor deze motie hebben
gestemd en die van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Atsma (29800-VIII, nr. 88).
De voorzitter:
Ik constateer dat de aanwezige leden van de fracties van de SP, GroenLinks,
de PvdA, de Groep Lazrak, de Groep Wilders, de ChristenUnie, de SGP en het
CDA voor deze motie hebben gestemd en die van de overige fracties ertegen,
zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Atsma c.s. (29800-VIII, nr. 90).
De voorzitter:
Ik constateer dat de aanwezige leden van de fracties van de PvdA, de Groep
Lazrak, de ChristenUnie, de SGP en het CDA voor deze motie hebben gestemd
en die van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Örgü/Atsma (29200-VIII, nr. 94).
De voorzitter:
Ik constateer dat de aanwezige leden van de fracties van D66, de VVD,
de SP, het CDA, de Groep Wilders en de LPF voor deze motie hebben gestemd
en die van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Bakker c.s. (29800-VIII, nr. 95).
De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.
De heer Van Dam (PvdA):
Voorzitter. In het debat heeft de staatssecretaris de motie op stuk nr.
90 met de vrijwel krachtigste bewoordingen die zij kon bedenken ontraden.
De motie is nu toch aangenomen. Ik hoor daarom deze week, naar ik mij kan
voorstellen na afloop van de ministerraad, graag van het kabinet op welke
wijze het uitvoering geeft aan deze motie.
De voorzitter:
Ik begrijp dat de minister van LNV hierop wil en kan antwoorden.
Minister Veerman:
Voorzitter. De minister van LNV gaat overal over, dus ook hierover. Het
kabinet zal dit in de wijsheid van zijn overleggingen betrekken.