Regeling van werkzaamheden
De voorzitter:
Ik stel voor om, op verzoek van de minister en de staatssecretaris, de
stemmingen over de moties die zijn ingediend bij de behandeling van de begroting
van Defensie en de Personeelsbrief 2004 één week uit te stellen.
Dat verzoek is ingegeven door het feit dat zowel de minister als de staatssecretaris
deze week in het buitenland is. Het betreft de punten 7 en 8 van de agenda.
De voorzitter:
Op verzoek van de heer Van der Staaij stel ik voor om zijn motie, ingediend
bij de behandeling van de begroting Verkeer en Waterstaat, op stuk nr. 29800-XII,
nr. 34, toe te voegen aan de stemmingslijst van heden. Ik vraag de leden expliciet
of zij daarmee akkoord kunnen gaan, omdat ik zelf niet heel enthousiast ben
om op het laatste moment moties of andere onderwerpen aan stemmingslijsten
toe te voegen.
Overeenkomstig het voorstel van de voorzitter wordt besloten.
De voorzitter:
Ik stel voor, toe te voegen aan de agenda van donderdag 2 december
de brief van het Presidium over een onderzoek van de Algemene Rekenkamer inzake
de effecten van de nieuwe wijze van premie-inning sociale verzekeringen (29529,
nr. 20).
De voorzitter:
Het woord is aan mevrouw Hamer.
Mevrouw Hamer (PvdA):
Voorzitter. Mede namens mevrouw Lambrechts van D66 verzoek ik u, een dezer
weken het verslag van het algemeen overleg over de tussenschoolse opvang op
de agenda te plaatsen. Ik laat aan u over wanneer het goed uitkomt op de agenda.
De voorzitter:
Ik stel voor, aan dit verzoek te voldoen en het punt toe te voegen aan
de agenda op een nader te bepalen moment.
De voorzitter:
Het woord is aan de heer Van der Staaij.
De heer Van der Staaij (SGP):
Mijnheer de voorzitter. Ik heb onlangs vragen gesteld aan de minister-president
en de minister van Buitenlandse Zaken over de uitreiking van de Prins Clausprijs,
die morgen zal plaatsvinden. Gelet op dat tijdstip vraag ik om een spoedige
beantwoording, het liefst nog vandaag.
De voorzitter:
In de vragen staat duidelijk dat het gaat om een bijeenkomst op 1 december,
dus morgen. Het lijkt mij logisch dat de vragen voor morgen worden beantwoord.
Ik stel voor, het stenogram van dit gedeelte van de vergadering door te
geleiden naar het kabinet, in het bijzonder naar de minister-president en
de minister van Buitenlandse Zaken.
Overeenkomstig het voorstel van de voorzitter wordt besloten.
De voorzitter:
Het woord is aan de heer De Haan.
De heer De Haan (CDA):
Voorzitter. Voor donderdag aanstaande staan de associatieovereenkomsten
van de EG met Libanon en Algerije op de agenda. Namens de vaste commissie
voor Buitenlandse Zaken verzoek ik u, dit onderwerp van de agenda af te voeren.
De commissie heeft namelijk in meerderheid besloten een brief aan de minister
van Buitenlandse Zaken te sturen, waarin om een uitleg wordt gevraagd over
de terrorisme- en terugkeerbepaling en andere zaken.
De voorzitter:
Als het was gegaan om een agendapunt dat een heel dagdeel of een hele
dag in beslag had genomen, had ik nu wat aarzelend gekeken. Wij hebben er
echter een uur voor gepland,
Ik stel voor, aan het verzoek te voldoen.
De voorzitter:
Dit onderwerp zal weer op de agenda komen, wanneer de gevraagde informatie
binnen is.
Het woord is aan mevrouw Verbeet.
Mevrouw Verbeet (PvdA):
Voorzitter. Ik verzoek u om het verslag van het algemeen overleg over
sport de komende weken op de agenda te plaatsen.
De voorzitter:
Ik stel voor, aan het verzoek te voldoen en het punt aan de agenda toe
te voegen op een nader te bepalen moment.
De voorzitter:
Het woord is aan mevrouw Kant.
Mevrouw Kant (SP):
Voorzitter. De Kamer wacht nog op een brief over de ecotaks en de problemen
die deze bij sportorganisaties geeft. Ik verzoek u om het VAO pas op de agenda
te zetten als de brief binnen is.
De voorzitter:
Ik zie dat mevrouw Verbeet ook akkoord kan gaan met deze toevoeging aan
haar verzoek. Wij zullen het op deze manier doen en ermee rekening houden.