Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2002-2003nr. 33, pagina 2420-2425

Regeling van werkzaamheden

De voorzitter:

Mij is meegedeeld dat de voorzetting van het debat inzake de Hanzelijn, dat voor vandaag was geagendeerd, geen doorgang meer hoeft te vinden. Het is dus nu van de agenda afgevoerd.

Ik stel voor, van de agenda van vandaag af te voeren en naar volgende week te verplaatsen in verband met ziekte van de aanvrager ervan het VAO ICT in het onderwijs.

Ik stel voor, dinsdag aanstaande te behandelen de brief van de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen over de inwerkingtreding van artikel Ia van de Wet van 2 april 1998 (26807, nr. 35);

Ik stel voor, toe te voegen aan de agenda van volgende week de wetsvoorstellen:

  • - Wijziging van de Reconstructiewet concentratiegebieden (28688);

  • - Instelling van een vast college van advies op het terrein van veiligheid van gevaarlijke stoffen (Wet adviesraad gevaarlijke stoffen) (28387);

  • - Wijziging van de Ziekenfondswet en de Wet financiering volksverzekeringen mede in verband met het scheiden van de financiering van de beheerskosten Zfw en AWBZ (28678);

  • - Wijziging van de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers met betrekking tot de uitkering bij aftreden en het nabestaandenpensioen.

Mij is door de commissie verzekerd dat daarbij spreektijden van maximaal drie minuten per fractie nodig zouden zijn. Bij een wetsvoorstel gaan wij niet formeel spreektijden vaststellen, maar deze verzekering vanuit de commissie staat nu in de Handelingen.

Ik stel voor, op verzoek van de commissie toe te voegen aan de agenda van volgende week de brief van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties inzake rekrutering ten behoeve van de jihad (27925, nr. 74).

Ik stel voor, in dat debat spreektijden van drie minuten per fractie te hanteren.

Ik stel voor, dinsdag aanstaande te stemmen over de wetsvoorstellen:

  • - Wijziging van de Wet op het primair onderwijs onder meer in verband met de vereenvoudiging van de voorschriften verband houdend met Weer Samen Naar School (28493);

  • - Wijziging van de Wet op het voortgezet onderwijs en de Wet educatie en beroepsonderwijs in verband met leer-werktrajecten in de basisberoepsgerichte leerweg van het voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs (regeling leer-werktrajecten vmbo) (28444) met bijbehorende moties, te weten:

  • - de motie-Lambrechts/Hamer over meer maatwerk binnen het vmbo (28444, nr. 11);

  • - de motie-Rijpstra c.s. over lichamelijke opvoeding binnen de leer-werktrajecten vmbo (28444, nr. 12);

  • - Wijziging van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek in verband met versnelde invoering toets nieuwe opleiding (28681);

  • - Wijziging van de Elektriciteitswet 1998 ten behoeve van de stimulering van de milieukwaliteit van de elektriciteitsproductie (28665);

  • - Regels met betrekking tot ernstige schendingen van het internationaal humanitair recht (Wet internationale misdrijven) (28337);

  • - Regels ter bespoediging en vereenvoudiging van procedures met het oog op het zo spoedig mogelijk vergroten van de capaciteit van een aantal hoofdwegen door middel van een betere benutting en verbreding van die wegen (Spoedwet wegverbreding) (28679).

- Vaststelling van de begrotingsstaat van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat (XII) voor het jaar 2003 (28600-XII) met bijbehorende moties, te weten:

  • - de motie-Dijksma c.s. over handhaving van de oude NVVP-streefcijfers inzake verkeersongevallen (28600-XII, nr. 26);

  • - de motie-Dijksma over doelgroepstroken (28600-XII, nr. 28);

  • - de motie-Dijksma over gelden voor achterstallig onderhoud spoor (28600-XII, nr. 29);

  • - de motie-Dijksma/Oplaat over het project Hart voor Dieren (28600-XII, nr. 30);

  • - de motie-Van Haersma Buma c.s. over de bekostigingssystematiek van het NVVP in verband met groei in reizigersopbrengst (28600-XII, nr. 31);

  • - de motie-Van Haersma Buma c.s. over decentralisatie van projecten (28600-XII, nr. 32);

  • - de motie-Van Haersma Buma c.s. over venstertijden (28600-XII, nr. 33);

  • - de motie-Van Haersma Buma c.s. over niet doorgaan van de boeteverhoging (28600-XII, nr. 34);

  • - de motie-Duyvendak c.s. over de aanbesteding van gemeentelijke vervoerbedrijven en streekvervoer (28600-XII, nr. 36);

  • - de motie-Duyvendak c.s. over het spooremplacement in Venlo (28600-XII, nr. 37);

  • - de motie-Alblas c.s. over grote kostenoverschrijdingen bij infrastructurele projecten (28600-XII, nr. 38);

  • - de motie-Alblas c.s. over gemotoriseerde tweewielers (28600-XII, nr. 39);

  • - de motie-Gerkens over niet vooruitlopen op Europese regelgeving (28600-XII, nr. 40);

  • - de motie-Gerkens c.s. over regels voor de taxibranche (28600-XII, nr. 41);

  • - de motie-Gerkens over een verbinding van Noord-Nederland met de Randstad (28600-XII, nr. 42);

  • - de motie-Oplaat over differentiatie van de maximum snelheid (28600-XII, nr. 43);

  • - de motie-Oplaat c.s. over verhoging van de maximum snelheid voor bussen en vrachtwagens (28600-XII, nr. 44);

  • - de motie-Oplaat c.s. over een sterk glijdende beboetingsschaal (28600-XII, nr. 45);

  • - de motie-Oplaat/Alblas over versoepeling van de APK-keuring (28600-XII, nr. 47);

  • - de motie-Giskes/Oplaat over decentralisatie van financiële middelen voor infrastructuur (28600-XII, nr. 48);

  • - de motie-Giskes c.s. over opschorting van afbouw van de Betuwelijn (28600-XII, nr. 49);

  • - de motie-Giskes/Gerkens over een herstelplan voor oplossing van de achterstanden in het spoor (28600-XII, nr. 50);

  • - de motie-Van Dijke c.s. over een kilometerheffing voor zware vrachtwagens (28600-XII, nr. 51);

  • - de motie-Van Dijke c.s. over de concurrentiepositie tussen openbaar vervoer en de auto (28600-XII, nr. 52);

  • - de motie-Van der Staaij c.s. over verdere ontwikkeling van het systeem van kilometerheffing (28600-XII, nr. 53).

Vaststelling van de begrotingsstaat van het Infrastructuurfonds voor het jaar 2003 (28600-A) met bijbehorende moties, te weten:

  • - de motie-Duyvendak over een overzicht van gereserveerde bedragen en vrije ruimte in het MIT in achtereenvolgende jaren (28600-A, nr. 25);

  • - de motie-Duyvendak over het inzetten van het voor wegverbreding gereserveerde bedrag voor verbetering van het openbaar vervoer (28600-A, nr. 26);

  • - de motie-Duyvendak over het vrijmaken van voldoende middelen in het MIT voor zodanig onderhoud van het spoornet dat punctuele treinenloop mogelijk is (28600-A, nr. 27);

  • - de motie-Gerkens c.s. over bespoediging van het project tweede sluiswand bij Zwartsluis (28600-A, nr. 28);

  • - de motie-Gerkens c.s. over een plan van aanpak voor het wegwerken van de achterstand in het onderhoud van vaarwegen (28600-A, nr. 29);

  • - de motie-Gerkens over financiering van een snelle omlegging van de N201 om de kernen Aalsmeer en Uithoorn (28600-A, nr. 30);

  • - de motie-Giskes over de tracé-MER-studie A4 Midden Delfland (28600-A, nr. 31);

  • - de motie-Giskes c.s. over het niet aangaan van nieuwe verplichtingen voor de Betuweroute (28600-A, nr. 32);

  • - de motie-Dijksma over het meenemen van het criterium "leefbaarheid" in MIT-procedures (28600-A, nr. 33);

  • - de motie-Dijksma over een uitzondering voor lightrail-projecten bij de decentralisatie van infrastructuurprojecten kleiner dan 225 mln euro (28600-A, nr. 34);

  • - de motie-Dijksma c.s. over de financiering van het combiplan Nijverdal (28600-A, nr. 35);

  • - de motie-Dijksma/Oplaat over onverkorte uitvoering van het amendement-Feenstra/Verbugt op stuk nr. 28304, nr. 4 (28600-A, nr. 36);

  • - de motie-Dijksma over opneming van de "Haak" om Leeuwarden in het MIT 2011-2014 (28600-A, nr. 37);

  • - de motie-Oplaat/Alblas over alternatieve besteding van een deel van het budget HOV Amersfoort CS-Vathorst (28600-A, nr. 38);

  • - de motie-Oplaat c.s. over start van de realisering van een combitunnel in Nijverdal in 2007 (28600-A, nr. 39);

  • - de motie-Oplaat c.s. over voortzetting van het project A28 Zwolle-Meppel (28600-A, nr. 40).

Vaststelling van de begrotingsstaat van het Ministerie van Buitenlandse Zaken (V) voor het jaar 2003 (28600-V) met bijbehorende moties, te weten:

  • - de motie-Koenders/Th.C. de Graaf over verzoeken om bij te dragen aan militaire acties tegen Irak (28600-V, nr. 22);

  • - de motie-Koenders c.s. over de nieuwe internationale veiligheidssituatie (28600-V, nr. 23);

  • - de motie-Koenders c.s. over de koffieprijzen (28600-V, nr. 24);

  • - de motie-Koenders/Terpstra over verhoging van het OS-budget voor bestrijding van hiv/aids, tbc en malaria (28600-V, nr. 25);

  • - de motie-Koenders c.s. over onderbesteding bij het ODA-budget (28600-V, nr. 26);

  • - de motie-Koenders/Ferrier over een minister voor Ontwikkelingssamenwerking (28600-V, nr. 27);

  • - de motie-Eurlings c.s. over een verbod op terroristische organisaties (28600-V, nr. 28);

  • - de motie-Ferrier c.s. over de mensenrechtencommissie (28600-V, nr. 29);

  • - de motie-Karimi/Van Velzen over afstand nemen van een militaire actie tegen Irak (28600-V, nr. 30);

  • - de motie-Karimi/Koenders over activiteiten van Nederlandse bedrijven in conflictgebieden (28600-V, nr. 32);

  • - de motie-Karimi/Koenders over personen die zich schuldig maken aan internationale misdrijven (28600-V, nr. 33);

  • - de motie-Palm c.s. over openstelling van de Europese markt voor ontwikkelingslanden (28600-V, nr. 35);

  • - de motie-Palm over bevriezing van het nominale bedrag voor ontwikkelingshulp (28600-V, nr. 36);

  • - de motie-Th.C. de Graaf c.s. over een duurzaam inkoopbeleid (28600-V, nr. 37);

  • - de motie-Th.C. de Graaf/Koenders over het ambitieniveau voor vredesoperaties (28600-V, nr. 38);

  • - de motie-Huizinga-Heringa c.s. over vervolging van religieuze minderheden (28600-V, nr. 39);

  • - de motie-Huizinga-Heringa c.s. over transgene voedselhulp (28600-V, nr. 40);

  • - de motie-Van der Staaij c.s. over het geweld in Columbia (28600-V, nr. 41).

Vaststelling van de begrotingsstaat van het Ministerie van Defensie (X) voor het jaar 2003 (28600-X) met bijbehorende moties, te weten:

  • - de motie-Timmermans c.s. over een herbezinning op de defensietaken (28600-X, nr. 19);

  • - de motie-Timmermans/Lambrechts over ongewijzigde paraatstelling (28600-X, nr. 20);

  • - de motie-Kortenhorst c.s. over concentratie van ondersteunende functies en onderhoudsdiensten (28600-X, nr. 21);

  • - de motie-Kortenhorst c.s. over paraatstelling van eenheden conform het tijdschema (28600-X, nr. 22);

  • - de motie-Kortenhorst c.s. over het onderhoudsmanagement van de Koninklijke marine (28600-X, nr. 23);

  • - de motie-Van Winsen c.s. over civiel-militaire samenwerking voorafgaand aan uitzending van vredesmissies (28600-X, nr. 25);

  • - de motie-Van den Doel c.s. over instandhouding van de reserve-eenheden van de parate gemechaniseerde brigades (28600-X, nr. 26);

  • - de motie-Van den Doel c.s. over het investeringspercentage voor de Koninklijke landmacht (28600-X, nr. 27);

  • - de motie-Van den Doel c.s. over uitstel van afstoting van 18 F-16's (28600-X, nr. 28);

  • - de motie-Van Velzen c.s. over een doorstroomregeling voor krijgsmachtpersoneel (28600-X, nr. 29);

  • - de motie-Van Velzen c.s. over openheid inzake nucleaire wapens in Nederland (28600-X, nr. 30);

  • - de motie-Van Velzen/Karimi over vernietiging van clusterbommen (28600-X, nr. 31);

  • - de motie-Herben c.s. over fusie van KIM en IDL met de KMA (28600-X, nr. 32);

  • - de motie-Lambrechts c.s. over terugkomen op het besluit deel te nemen aan de SDD-fase (28600-X, nr. 33);

  • - de motie-Slob c.s. over omzetting van het 299ste squadron in een opleidingssquadron (28600-X, nr. 34);

  • - de motie-Slob c.s. over uitstel van de opheffing van de OGRV-pelotons (28600-X, nr. 35);

  • - de motie-Van der Staaij c.s. over mogelijke realisatie van de aangekondigde bezuinigingen (28600-X, nr. 36).

Overeenkomstig de voorstellen van de voorzitter wordt besloten.

De voorzitter:

Het woord is aan de heer Wilders.

De heer Wilders (VVD):

Voorzitter. Ik heb een aantal verzoeken in verband met uw voorstel voor een debat over het AIVD-rapport over de rekrutering voor de jihad. Mijn eerste voorstel is om iets ruimere spreektijden te hanteren dan de door u voorgestelde drie minuten en wel het liefst minstens vijf minuten. Mijn tweede voorstel is om niet alleen de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, maar ook de minister van Buitenlandse Zaken en de minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie erbij te betrekken. Ten slotte verzoek ik de regering, de voor het debat relevante antwoorden op vragen die wij op 15 en 22 oktober en 22 november hebben gesteld, uiterlijk morgen aan de Kamer te doen toekomen.

Mevrouw Karimi (GroenLinks):

Ik ondersteun het verzoek om het debat. Ik wil graag dat ook de minister van Justitie daarbij aanwezig zal zijn. Wij willen graag het debat voeren met de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, de minister van Justitie en de minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie. Wij hebben niet zozeer behoefte aan de aanwezigheid van de minister van Buitenlandse Zaken.

De heer Teeven (Leefbaar Nederland):

In een algemeen overleg met de vaste commissie voor Financiën kwam ook de terrorismebestrijding aan de orde, waaronder het onderzoek naar financiële lijnen in verband met terrorisme. Wij willen graag dat ook de minister van Financiën het debat bijwoont.

De heer Eurlings (CDA):

De CDA-fractie sluit zich aan bij het verzoek om een spreektijd van vijf minuten. Wij willen graag dat vier ministers het debat bijwonen, te weten die van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, van Buitenlandse Zaken, van Justitie en voor Vreemdelingenzaken en Integratie. Ik steun ook de andere vragen van de heer Wilders. Een aantal weken geleden heb ik bij de regeling van werkzaamheden de regering verzocht om een reactie op de berichtgeving rond het intensief volgen van 100 strijders door de AIVD. Zou de regering die reactie nog voor het debat willen geven?

De heer Eerdmans (LPF):

De LPF-fractie steunt het verzoek van de heer Wilders.

De heer Van der Staaij (SGP):

Ik wil graag de brief van begin november van minister Donner over de strafbaarstelling van terroristische organisaties bij het debat betrekken.

De heer De Graaf (D66):

Over het hoofdonderwerp hebben wij vorige week gesproken bij de behandeling van de begroting Buitenlandse Zaken, alsmede gisteren in een algemeen overleg. Ik vind het prima dat er nog een plenair debat plaatsvindt, maar ik vind het een beetje overdreven dat debat te voeren met vier of meer ministers. Laten wij ons beperken tot de meest relevante ministers, te weten die van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Justitie.

De voorzitter:

Ik stel voor, het stenogram van dit gedeelte van de vergadering door te geleiden naar het kabinet.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:

Het hoofd van de griffie heeft bij wijze van vooraankondiging medegedeeld dat wij niet moeten uitsluiten dat er ook volgende week donderdag wordt vergaderd. Ik ben uw dienaar. Tot aan kerstmis kan ik zelf iedere dag, met uitzondering van de zondag. Laten wij ons echter wel realiseren waarmee wij bezig zijn. Ik blijf bij mijn voorstel de spreektijd te maximeren op drie minuten.

Wij volgen altijd de goede gewoonte dat het kabinet bepaalt wie er voor een bepaald debat naar de Kamer komt. De ministers lezen het stenogram en kunnen zelf die beslissing heel goed nemen. Wel teken ik aan, gelet op de agenda van de minister van Buitenlandse Zaken in verband met buitenlandse verplichtingen, dat het heel moeilijk zal worden hem en de andere ministers hier op hetzelfde moment te laten zijn. Ik wil wat dat betreft de vrijheid aan het kabinet laten.

De heer Wilders (VVD):

Wij hechten er zeer aan dat de minister van Buitenlandse Zaken, of een plaatsvervanger, het debat bijwoont. Verder verzoek ik nogmaals om een spreektijd van vijf minuten.

De voorzitter:

Ik stel voor, de spreektijd vast te stellen op maximaal vier minuten.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:

Zijn er nog opmerkingen naar aanleiding van andere voorstellen van mijn kant?

De heer Van Haersma Buma (CDA):

Voorzitter. Ik heb nog een opmerking over de Hanzelijn. Er wordt nu door de vaste commissie een brief gestuurd. Mijn gedachte is om die brief af te wachten. Dan kan eventueel volgende week naar aanleiding van die brief een heropening van de beraadslaging plaatsvinden, maar deze week in ieder geval niet.

De voorzitter:

Akkoord. Voor deze week is het punt van de agenda afgevoerd. Volgende week wordt nader bij de regeling van werkzaamheden bezien of het alsnog moet worden toegevoegd.

De heer Van der Vlies (SGP):

Voorzitter. U kondigde aan dat wij er rekening mee moeten houden dat er eventueel op donderdag 19 december aanstaande vergaderd wordt. Ik verzoek u om ook de mogelijkheid te verkennen om niet op donderdag maar op maandag 16 december plenair te vergaderen. Verschillende leden van mijn fractie hebben voor de donderdag vrij harde afspraken gemaakt naar aanleiding van uw mededeling dat de donderdag vrij zou zijn, wat er ook gebeuren zou. Wij hebben die dag voor bepaalde activiteiten ingepland. De maandag zou een alternatief kunnen zijn.

De voorzitter:

Wij zullen uiteraard alle mogelijkheden bezien om te komen tot een beslissing die goed is voor een zo groot mogelijk aantal leden en bewindslieden. Formeel is het zelfs zo dat de Kamer van reces moet worden teruggeroepen als wij donderdag vergaderen, omdat wij hebben vastgesteld dat het reces donderdag ingaat. Daarom heb ik gezegd dat het gaat om een ambtelijke aankondiging, die uiteraard wel onder mijn verantwoordelijkheid valt. Het is echter nog geen voorstel, omdat het beeld nog onvoldoende duidelijk is op dit moment.

Ik geef het woord aan de heer Duyvendak.

De heer Duyvendak (GroenLinks):

Voorzitter. Ik verzoek u het verslag van het algemeen overleg over de HSL-tariefrestricties op de plenaire agenda te plaatsen.

De voorzitter:

Ik stel voor om aan dit verzoek te voldoen en dit VAO toe te voegen aan de agenda van volgende week, op een nader te bepalen moment.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:

Het woord is aan mevrouw Kant.

Mevrouw Kant (SP):

Voorzitter. Ik heb gisteren bij de regeling van werkzaamheden een interpellatieverzoek ingediend, dat uitmondde in een verzoek aan de minister van Volksgezondheid om een brief over de discussie rondom het zorgstelsel naar aanleiding van een rapport van de RVZ en een advies van de Landsadvocaat, die er niet om liegen. Ik heb zeer veel begrip voor de zware druk waaronder deze minister van Volksgezondheid moet werken, die deze week ook de begroting van Sociale Zaken en Werkgelegenheid moet behandelen. Om die reden kreeg ik de brief een seconde voordat ik het katheder opging in handen. Ik heb de brief toch kunnen lezen. De reactie in de brief is dat dit kabinet demissionair is. Die reactie had ik wel verwacht. Desalniettemin wil ik volgende week met dit kabinet en de Kamer over dit onderwerp het debat aangaan.

De voorzitter:

Vraagt u om een debat naar aanleiding van de brief?

Mevrouw Kant (SP):

Eigenlijk naar aanleiding van het rapport van de RVZ en het advies van de Landsadvocaat, maar het advies van de Landsadvocaat is bijlage bij de brief. In de brief staat niet zoveel.

De voorzitter:

Ik wil naar aanleiding van een voorval vanmorgen een opmerking maken aan het adres van de minister. Als voorzitter heb ik zeer veel begrip voor de zware werkdruk waarmee minister De Geus in zijn dubbele functie te maken heeft. Ik vind dat ik vanmorgen een beetje streng tegen hem was toen hij vijf minuten te laat kwam. Dat zij hem op deze manier nog eens vergeven. Maar dit terzijde. De kerstsfeer nadert.

Zijn er nog opmerkingen naar aanleiding van het verzoek van mevrouw Kant?

De heer Buijs (CDA):

Voorzitter. Het eerder door ons ingenomen standpunt wijzigt zich niet. Wij voelen er niets voor om op dit moment te praten over het ziektekostenverzekeringsstelsel naar aanleiding van dit rapport en zeker niet naar aanleiding van de brief van de minister. Er komt nog meer informatie over deze zaak binnen.

De heer Rouvoet (ChristenUnie):

Voorzitter. Ik ben zeer voor debatten met een regering die van plan is nieuwe vergaande stappen te zetten. Ook wil ik erover spreken als over zaken niet gesproken kan worden vanwege de demissionaire status van het kabinet. Ik vind echter niet dat wij een spoeddebat moeten houden over een rapport waarover wij het standpunt van de regering nog niet kennen. Daar ben ik op tegen.

De heer Eerdmans (LPF):

De fractie van de LPF voelt absoluut niets voor het voeren van dit debat.

De heer Wilders (VVD):

Voorzitter. Wij plegen met de regering te spreken over regeringsstandpunten. Op dit onderwerp is nog geen regeringsstandpunt ingenomen. Ik steun derhalve de voorgaande sprekers door te stellen dat ook wij geen behoefte hebben aan dit debat.

De heer Vendrik (GroenLinks):

Voorzitter. Ik steun het verzoek van mevrouw Kant, al was het maar omdat dit kabinet zelf al een voorschot heeft genomen op een nieuw stelsel voor de gezondheidszorg. Het blijkt nu dat de fundering van dit stelsel in Europees-rechtelijk verband niet houdbaar is. Dit debat is daarom niet alleen opportuun, maar ook hoogst urgent. Ik steun haar verzoek met kracht.

Mevrouw Van Heteren (PvdA):

Voorzitter. Ik sluit me aan bij de woorden van de heer Vendrik. Ook de Partij van de Arbeid steunt het voorstel voor een spoeddebat, omdat het twee voor twaalf is. Er zijn per 1 januari allerlei maatregelen aangekondigd, vooruitlopend op deze plannen die nu blijken niet Europaproof te zijn. Het lijkt ons de urgentie waard.

De heer Jense (Leefbaar Nederland):

Voorzitter. De fractie van Leefbaar Nederland wil absoluut geen blokkade opwerpen tegen welk spoeddebat dan ook. Volgens onze fractie is echter nog extra informatie toegezegd. Ik vraag me af in hoeverre het, zolang we die informatie niet hebben, relevant is om nu al dit spoeddebat te voeren.

De heer Bakker (D66):

Voorzitter. Ik denk niet dat de maatregelen die voor het jaar 2003 zijn genomen, veel te maken hebben met het nieuwe stelsel, althans niet met de vraag Europaproof of niet-Europaproof. Als er een nieuw stelsel komt in de vorm zoals deze regering – die nu demissionair is – heeft voorgesteld, moet er gesproken worden over het advies van de Raad en de Landsadvocaat. Ik vind het ruimschoots prematuur om dat te doen nu we het stelsel nog niet kennen. Ik heb dus geen behoefte aan een debat.

Mevrouw Kant (SP):

Voorzitter. Ik blijf bij mijn verzoek voor dit debat. De heer Vendrik heeft het heel goed verwoord. De richting van het denken en het stappen nemen gaat wel degelijk een bepaalde kant op. Als wij in de Kamer niet debatteren wanneer er bepaalde stappen worden gezet, maken wij onszelf tandeloos. Er wordt vanuit andere fracties gezegd dat zij nu geen behoefte hebben aan een debat over dit maatschappelijk belangrijke onderwerp. Ik begrijp dat vanuit hun positie. Zij zeggen dat er geen standpunt ligt van het kabinet en dat zij daarom geen debat kunnen voeren. De Kamer maakt zich op die manier compleet tandeloos. Het kabinet kan dan over alle onderwerpen waarover het geen behoefte heeft om met de Kamer te debatteren, gewoon geen standpunt naar de Kamer sturen. Ik accepteer dat niet. Dit is een belangrijke nieuwe situatie met belangrijke nieuwe bevindingen. Ik vind dat dit een debat in de Kamer waard is.

De voorzitter:

De Kamer kent mijn uitgangspunt. Ik vind dat, wanneer de benodigde informatie in de ogen van de aanvrager binnen is – wat niet het geval is – een verzoek zou moeten worden ingewilligd. Ik stel de Kamer voor om het verzoek van mevrouw Kant in te willigen. Ik kan, evenals u allen, tellen. Ik constateer dat degenen die namens fracties het woord gevoerd hebben, een meerderheid vormen. Een meerderheid komt formeel tot stand door te stemmen. Is er iemand die wil stemmen over het verzoek van mevrouw Kant?

De heer Buijs (CDA):

Voorzitter. Wij willen namens meerdere fracties een stemming.

Mevrouw Kant (SP):

Voorzitter. Ik wil de Kamer erop wijzen dat mijn verzoek oorspronkelijk een interpellatieverzoek was. In overleg met andere woordvoerders is gisteren bij de regeling van werkzaamheden besloten om eerst om informatie te vragen. Als dit een manier is om een verzoek van een fractie voor het houden van een interpellatiedebat – wat mijn oorspronkelijke doelstelling was – tegen te houden, zijn we terug bij af. Het gewoonterecht is dan verworpen. Ik zou dat buitengewoon teleurstellend vinden voor de democratie.

De voorzitter:

Ik wil nu niet in deze discussie treden, gezien de vele dingen die er vandaag nog in deze zaal moeten gebeuren. Is het in deze fase van de procedure echt nodig om nog iets te zeggen, mijnheer Jense?

De heer Jense (Leefbaar Nederland):

Voorzitter. Ik vind niet dat mevrouw Kant de suggestie moet wekken, als zouden wij op enigerlei wijze willen blokkeren dat er wat voor debat ook plaatsvindt. Volgens onze fractie zou er nog nadere informatie komen. Ik zie de minister instemmend knikken. Wij moeten als fractie, willen we volledig aan het debat kunnen deelnemen, die informatie eerst hebben. Ik vind het debat anders weinig zinvol.

De voorzitter:

Ik heb geen hoofdbeweging gezien, maar ik vind niet dat een hoofdbeweging van de toevallig tijdens de regeling van werkzaamheden aanwezige minister in de Handelingen terecht moet komen. Ik had de indruk dat de minister weliswaar knikte, maar dat kwam omdat hij even wegdommelde. Daar heb ik alle begrip voor.

De heer Jense (Leefbaar Nederland):

Dat kan ik mij ook voorstellen.

De heer Bos (PvdA):

Ik geef mevrouw Kant in overweging om haar verzoek om een spoeddebat te wijzigen in een verzoek om een interpellatie.

Mevrouw Kant (SP):

Dat heb ik indirect al gedaan.

De heer Bos (PvdA):

Als dit niet kan, deel ik alvast mee dat als de stemming uitwijst dat er geen steun is in deze Kamer voor een spoeddebat over dit onderwerp, wij om een heropening van de regeling van werkzaamheden zullen vragen om alsnog een interpellatie aan te kunnen vragen.

Mevrouw Kant (SP):

Ik heb gisteren eerst om een interpellatie gevraagd. Dat was natuurlijk een waarschuwing. Ik ga hier niet weg zonder ook een verzoek om een interpellatie te hebben gedaan, als de stemming anders uitvalt. Daar kunt u van op aan.

De voorzitter:

Wij zullen stemmen over mijn voorstel naar aanleiding van het voorstel van mevrouw Kant om haar verzoek om een spoeddebat in te willigen. Wij doen dit op verzoek van de heer Buijs.

Ik constateer dat de aanwezige leden van de fracties van de SP, GroenLinks en de PvdA voor mijn voorstel hebben gestemd en die van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

Ik concludeer dat het door mevrouw Kant gevraagde en door mij voorgestelde spoeddebat niet wordt gehouden. Wij vervolgen de regeling van werkzaamheden.

Het woord is aan mevrouw Kant.

Mevrouw Kant (SP):

Ik heb, geloof ik, als bijnaam "het bijtertje". Ik laat niet gauw los. Ik vraag de Kamer om de minister van Volksgezondheid te mogen interpelleren over het advies van de Landsadvocaat over het stelsel en het rapport van de Raad voor de volksgezondheid. Ik denk dat dit ernstige gevolgen heeft voor ons stelsel op dit moment en voor de discussie over de weg waarlangs maatregelen worden genomen voor verandering van het stelsel.

De voorzitter:

Dit verzoek is reglementair toegestaan. Wie wil iets zeggen naar aanleiding van dit verzoek?

De heer Buijs (CDA):

Dat zal u niet verbazen. Dit democratisch gegoochel heeft dezelfde uitwerking. Wij vragen om een stemming.

De voorzitter:

Ik stel voor om in te stemmen met het verzoek van mevrouw Kant. Dat geldt zeker voor interpellaties, maar wat mij betreft ook voor spoeddebatten.

Mevrouw Kant (SP):

Het gewoonterecht van fracties en kamerleden wordt ernstig aangetast. Wij hebben daar vaak voorbeelden van gezien. Wij zijn wat dat betreft weer terug bij af. Het geeft te denken dat met name het CDA de discussie over het stelsel niet aan wil. Misschien heeft dat te maken met ...

De voorzitter:

Wij spreken niet over de inhoud. Wij zijn bezig met de regeling.

Mevrouw Halsema (GroenLinks):

Ik teken bezwaar aan tegen de gang van zaken. Het interpellatierecht wordt afhankelijk gemaakt van democratische meerderheden.

De voorzitter:

U kent de uitslag van de stemming nog niet.

Mevrouw Halsema (GroenLinks):

Dan hoop ik dat ik ongelijk krijg. Anders zal ik mijn bezwaren hier herhalen.

De heer Herben (LPF):

Een van de mooiste rituelen die de Tweede Kamer kent, is stemmen.

De heer Bakker (D66):

Ik heb zo-even gezegd dat mijn fractie geen enkele behoefte had aan een debat, maar ik vind wel dat de gang van zaken in de Kamer ertoe moet leiden dat een verzoek om een interpellatie natuurlijk wordt toegestaan.

De heer Teeven (Leefbaar Nederland):

Mijn fractie heeft ook geen behoefte aan een debat, maar wij zullen voor dit verzoek stemmen.

De heer Rouvoet (ChristenUnie):

Ik heb een zeer ongemakkelijk gevoel bij de gang van zaken. Je stemt echter niet zomaar tegen een verzoek om een interpellatie. Nogmaals, ik heb een ongemakkelijk gevoel bij de gang van zaken, maar ik zal mij niet verzetten tegen een interpellatieverzoek van een lid van deze Kamer.

De heer Bos (PvdA):

Wij steunen het verzoek om een interpellatie, zowel om inhoudelijke redenen als om staatsrechtelijke redenen.

De voorzitter:

Mij blijkt dat de heer Buijs het verzoek om stemming handhaaft. Dan gaan wij over tot de stemming over het onderhavige verzoek.

Ik constateer dat de aanwezige leden van de fracties van de SP, GroenLinks, de PvdA, D66, Leefbaar Nederland, de ChristenUnie en de SGP voor het houden van de interpellatie zijn en die van de overige fracties ertegen, zodat het verzoek tot het houden van een interpellatie is verworpen. De interpellatie zal dus niet worden gehouden.

Het woord is aan mevrouw Terpstra.

Mevrouw Terpstra (VVD):

Voorzitter. Zoals bekend, wordt gewerkt aan een wijziging van de Wet op de dierproeven, die ertoe strekt alle proeven op chimpansees te verbieden. Het verslag daarvan is al vastgesteld. In het Primatencentrum bevinden zich nog zes chimpansees, die eventueel nog voor het eind van het jaar zullen worden besmet met geelzucht. Als dat zo is, zijn dit de laatste proeven op chimpansees. De Kamer heeft gevraagd om een second opinion om te achterhalen of dit onderzoek nog wel nodig is. Hierop heeft de Kamer nog geen antwoord gekregen. Ik hoop dat wij dat aan het eind van deze dag krijgen. Mocht dat niet het geval zijn, dan sluit ik niet uit dat ik dinsdag hierover een spoeddebat zal aanvragen.

De voorzitter:

Dit is een aankondiging van een mogelijke aanvraag van een debat. Daarvoor dank!

Het woord is aan mevrouw Karimi.

Mevrouw Karimi (GroenLinks):

Voorzitter. Bij de behandeling van de begroting van Buitenlandse Zaken hebben wij de financiering van het Instituut voor milieu en veiligheid aan de orde gesteld. De staatssecretaris heeft beloofd hierover voor de stemmingen een brief naar de Kamer te sturen. Dat is al gebeurd. Naar aanleiding van deze brief hebben organisaties met de Kamer contact opgenomen.

De staatssecretaris heeft ook beloofd, in overleg te treden met de initiatiefnemers. Volgens onze informatie is dat niet gebeurd. Zij hebben in een reactie op de brief van de staatssecretaris per brief aangegeven dat een aantal onderwerpen niet juist is vermeld. Ik vraag de staatssecretaris voor Ontwikkelingssamenwerking en de staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer dan ook om een brief waarin wordt ingegaan op de opmerkingen van de initiatiefnemers.

De voorzitter:

Ik stel voor, het stenogram van dit gedeelte van de vergadering door te geleiden naar het kabinet, in het bijzonder naar de staatssecretaris voor Ontwikkelingssamenwerking en de staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer.

Mevrouw Karimi (GroenLinks):

Voorzitter. Graag ontvang ik deze brief vóór de stemmingen over de begroting, die aanstaande dinsdag plaatsvinden.

De voorzitter:

Het stenogram van dit gedeelte van de vergadering zal worden toegevoegd aan het zojuist genoemde stenogram.

De heer Verhagen (CDA):

Voorzitter. Het verzoek van mevrouw Karimi was ongetwijfeld heel belangwekkend, maar het is niet te verstaan.

De voorzitter:

Wellicht komt dit mede doordat er wat geroezemoes in de zaal was.

Mevrouw Karimi, ik waag mij niet aan een herhaling van uw verzoek. Wilt u de kern van uw verzoek aangeven?

Mevrouw Karimi (GroenLinks):

Ik vraag de staatssecretaris voor Ontwikkelingssamenwerking en de staatssecretaris van VROM om een nieuwe brief over de financiering van het Instituut voor veiligheid en milieu. Hierover is een brief naar de Kamer gestuurd en daarop is een reactie per brief gevolgd. Ik wil graag voor de stemmingen van aanstaande dinsdag een reactie op de laatstgenoemde brief.