De voorzitter:
Ik stel voor, dinsdag aanstaande te stemmen over:
a. de moties
Wetenschapsbudget, te weten:
- de motie Hamer c.s. over extra middelen
voor het vernieuwingsfonds (26658, nr. 3);
- de motie-Hamer c.s. over
overleg over nationale prioriteiten (26658, nr. 4);
- de motie-Cherribi
c.s. over het oprichten van een Europese academie voor wetenschappen (26658,
nr. 5);
- de motie-Van der Hoeven c.s. over een stimuleringsplan voor
samenwerking in onderzoek (26658, nr. 6);
- de motie-Van der Hoeven
c.s. over knelpunten in het wetenschapspersoneelsbeleid (26658, nr. 7);
- de motie-Lambrechts c.s. over verbetering van carrièreperspectieven
voor jonge wetenschappers (26658, nr. 8);
- de motie-Rabbae over versterking
van het fundamenteel wetenschappelijk onderzoek (26658, nr. 9).
b.
de motie-Rietkerk over het jeugd- en stedenbeleid (26800-VII, nr. 5).
Ik stel voor, te behandelen donderdag 4 november bij het begin van de
vergadering:
- verslagen van de commissie voor de Verzoekschriften
(26851, nrs. 2 t/m 12);
- het wetsvoorstel Wijziging van de begroting
van de uitgaven en de ontvangsten van het Ministerie van Volkshuisvesting,
Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (XI) voor het jaar 1998 (slotwet) (26613);
- de Financiële verantwoording van het ministerie van Volkshuisvesting,
Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer over 1998 (26541, nr. 22).
Ik stel voor, toe te voegen aan de agenda voor 9, 10 en 11 november:
- het wetsvoorstel Wijziging van de regulerende energiebelasting en de
inkomstenbelasting met het oog op het bevorderen van energiezuinig en milieuvriendelijk
gedrag (26532);
- het wetsvoorstel Wijziging van de Wet beheer rijkswaterstaatswerken
en van enige andere wetten in verband met de rijksrivieren (26584).
Ik stel voor, toe te voegen aan de agenda van 16, 17 en 18 november:
- het wetsvoorstel Goedkeuring van de op de 26 juli 1995 te Brussel tot
stand gekomen Overeenkomst opgesteld op grond van Artikel K.3 van het Verdrag
betreffende de Europese Unie inzake het gebruik van informatica op douanegebied
(Trb. 1995, 287); van het op 26 juli 1995 te Brussel tot stand gekomen Akkoord
betreffende de voorlopige toepassing tussen een aantal Lid-Staten van de Europese
Unie van de op basis van Artikel K.3 van het Verdrag betreffende de Europese
Unie opgestelde Overeenkomst inzake het gebruik van informatica op douanegebied
(Trb. 1995, 288); en van het op 29 november 1996 te Brussel tot stand gekomen
Protocol, opgesteld op grond van Artikel K.3 van het Verdrag betreffende de
Europese Unie, betreffende de prejudiciële uitlegging, door het Hof van
Justitie van de Europese Gemeenschappen, van de Overeenkomst inzake het gebruik
van informatica op douanegebied (Trb. 1997, 39) (26439).
Ik stel voor, te behandelen in de vergaderingen van 23, 24 en 25 november:
- het wetsvoorstel Wijziging van artikel 141 van het Wetboek van Strafrecht
(26519);
- het wetsvoorstel Goedkeuring van de op 26 juli 1995 te
Brussel totstandgekomen Overeenkomst, opgesteld op grond van artikel K.3 van
het Verdrag betreffende de Europese Unie, aangaande de bescherming van de
financiële belangen van de Europese Gemeenschappen (Trb. 1995, 289);
van het op 27 september 1996 te Dublin totstandgekomen Protocol, opgesteld
op grond van artikel K.3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, bij
de Overeenkomst aangaande de bescherming van financiële belangen van
de Europese Gemeenschappen (Trb. 1996, 330); van het op 29 november 1996 te
Brussel totstandgekomen Protocol, opgesteld op grond van artikel K.3 van het
Verdrag betreffende de Europese Unie, betreffende de prejudiciële uitlegging,
door het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen, van de Overeenkomst
aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen
(Trb. 1997, 40); en van het op 17 december 1997 te Parijs totstandgekomen
Verdrag inzake de bestrijding van omkoping van buitenlandse ambtenaren bij
internationale zakelijke transacties (Trb. 1998, 54) (Goedkeuring van enkele
verdragen inzake de bestrijding van fraude en corruptie) (26468, R1637).
Ik stel voor, de spreektijden bij het debat over de financiële activiteiten
van Zuid-Holland vast te stellen op 5 minuten per fractie.
Aangezien voor de stukken, gedrukt onder de nummers 24493 (R1557), nr.
8, 26593, 26594, 26595, 26596, 26600, 26601, 26712, 26723, 26724, 26725, 26730
(R1640), 26808, 26809, 26810, 26817 en 26818, de termijnen zijn verstreken,
stel ik voor, dat wat deze Kamer betreft, de daarbij ter stilzwijgende goedkeuring
overgelegde stukken zijn goedgekeurd.
Ik stel voor, deze stukken voor kennisgeving aan te nemen.
Aangezien voor de stukken 26481, 26482, nr. 2, 26558, 26592, 26606, 26641,
26664, 26703, 26704 en 26716 de termijnen zijn verstreken, stel ik voor, deze
stukken voor kennisgeving aan te nemen.