Aan de orde is de voortzetting van de behandeling van:
het wetsvoorstel Goedkeuring van het op 28 maart 1995 te Brussel tot stand
gekomen Protocol houdende wijziging van de eenvormige Beneluxwet inzake tekeningen
of modellen alsmede intrekking van de Wet bestrijding namaakprodukten (24509).
(Zie vergadering van 29 augustus 1996.)
De algemene beraadslaging wordt heropend.
Mevrouw Voûte-Droste (VVD):
Voorzitter! Samenvattend zal mijn korte inbreng tijdens deze derde termijn
zijn: geen "fort Europa". Het is van belang dat Europa – evenals Nederland –
de poorten openhoudt naar de internationale wereld. De Nederlandse economie
staat op dit moment model via het zogenaamde "poldermodel" voor een aantal
landen in Europa. Dat komt mede door het feit dat wij altijd wereldwijd betrekkingen
hebben onderhouden.
Gezien de debatten van de afgelopen tijd over de Beneluxwet inzake tekeningen
of modellen, maar ook over een aantal andere zaken die betrekking hebben op
het merkenrecht, is opneming van werelduitputting in communautaire regelgeving
van groot belang. Ik dien dan ook een motie in, medeondertekend door mevrouw
De Koning van D66 en de heer Van der Ploeg van de PvdA, maar ook gesteund
door het CDA.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende, dat zowel op het terrein van het recht op tekeningen of modellen
als op andere terreinen van intellectuele eigendom de uitputting van recht
behoort te zijn geregeld conform het beginsel van wereldwijde uitputting;
constaterende, dat voorts sommige rechten van intellectuele eigendom in
de Europese Gemeenschap worden beheerst door communautaire regelgeving, en
dat deze regelgeving niet toestaat wereldwijde uitputting toe te passen;
constaterende, dat het in het kader van de interne markt gewenst is dat
de lidstaten van de Europese Gemeenschap voor elk van deze rechten hetzelfde
uitputtingsregime kennen;
draagt de regering op om op 25 april aanstaande te Brussel bij de Europese
Commissie en de lidstaten van de Europese Gemeenschap in vergadering bijeen
met kracht naar voren te brengen dat zij voorstander is van opneming van wereldwijde
uitputting in communautaire regelgeving inzake intellectuele eigendom,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Voûte-Droste, Van der Ploeg
en De Koning. Naar mij blijkt, wordt zij voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 7 (24509).
Mevrouw Voûte-Droste (VVD):
Voorzitter! Wij zien dit als ondersteuning van het Nederlandse beleid
en wensen de staatssecretaris van harte succes als neerslag van het debat
dat wij hierover hebben gevoerd. Wij hopen dat zij wil rapporteren wat er
is gebeurd.
Mevrouw Van der Hoeven (CDA):
Voorzitter! Zoals al is gezegd, steunt het CDA de indiening van deze motie.
Wij hebben er geen verdere inhoudelijke argumenten aan toe te voegen, dus
ik laat het bij deze ondersteuning.
Staatssecretaris Van Dok-van Weele:
Voorzitter! Ook ik constateer dat de motie-Voûte-Droste c.s. steun
geeft aan het beleid dat Nederland inzake uitputting in Brussel wil gaan uitdragen.
Die steun komt niet onverwacht: ik refereer aan een motie in het kader van
wereldwijde uitputting inzake auteursrecht. Deze werd op 4 december door mevrouw
Van Zuylen ingediend. Ik refereer voorts aan de opstelling van de Kamerleden
in het algemeen overleg over uitputting, dat op 18 februari plaatsvond.
Hier is aan de orde het wetsvoorstel inzake de wijziging van de Beneluxwet
inzake tekeningen of modellen alsmede intrekking van de Wet bestrijding namaakprodukten.
Vorig jaar augustus hebben wij hier vrij uitvoerig over gesproken, en toen
is afgesproken dat er eerst overleg zou plaatsvinden over het onderwerp dat
nu aan de orde is in de motie van mevrouw Voûte. Toen al gaf zij aan
te willen opteren voor wereldwijde uitputting van alle aspecten die hieronder
vallen, dus niet alleen de wet met betrekking tot tekeningen en modellen,
maar ook andere wetten. Inmiddels is bekend dat op 25 april het door de heer
Wijers toegezegde overleg zal plaatsvinden in Brussel. Wij weten niet wat
de opbrengst van dit overleg zal zijn; het zal sterk afhankelijk zijn van
de opstelling van de Europese Commissie en uiteraard van de andere lidstaten.
Deze motie geeft in ieder geval aan dat het niet alleen het kabinet, minister
Wijers en mij menens is, maar dat dit in hoge mate ook geldt voor de Tweede
Kamer. De inhoud van de motie stemt volledig overeen met het beleid van Nederland.
De algemene beraadslaging wordt gesloten.
De voorzitter:
Ik stel voor, aanstaande dinsdag te stemmen.
De vergadering wordt van 15.25 uur tot 15.40 uur geschorst.