Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Eerste Kamer der Staten-Generaal2019-2020nr. 13, item 5

5 Begroting Defensie

Aan de orde is de behandeling van:

  • - het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Defensie (X) voor het jaar 2020 ( 35300-X ).

De voorzitter:

Aan de orde is de behandeling van de begroting van Defensie, wetsvoorstel 35300-X, vaststelling van de begrotingsstaten van het ministerie van Defensie voor het jaar 2020. Ik heet de staatssecretaris van Defensie hartelijk welkom in de Eerste Kamer.

De beraadslaging wordt geopend.

De voorzitter:

Ik geef het woord aan de heer Beukering.

De heer Beukering (FvD):

Voorzitter, dank u wel. Ik wil beginnen met mijn felicitaties aan de collega's mevrouw Kluit en de heer Van Pareren voor hun schitterende maidenspeeches en alvast mevrouw Nanninga, die straks haar maidenspeech zal houden, veel succes toewensen.

Voorzitter. Goed dat we vanuit ons huis nog input kunnen leveren bij de Defensiebegroting. Er is namelijk een gebrek aan gevoel voor urgentie, zowel bij het kabinet als in de Tweede Kamer. Zoals u weet, heb ik de bezuinigingen van de afgelopen drie decennia op Defensie van dichtbij meegemaakt. Van dichtbij heb ik de catastrofale uitwerking ervan gezien. In dit mooie huis spreken we daar helaas heel minimaal over, maar de staat van Defensie is ronduit belabberd. Er is, ondanks heel veel intern geuite kritiek, ongegeneerd bezuinigd en de organisatie is, zoals ze zelf zegt, door haar hoeven gezakt. Het duurt jaren en jaren en het vraagt veel offers, voordat dit kan worden hersteld en Nederland zijn verantwoordelijkheid op veiligheidsgebied weer pakt. Decennialang is er roofbouw gepleegd op het personeel, het materieel, de geoefendheid, de infrastructuur, de ICT, de logistiek en zo kan ik nog wel even doorgaan.

Voorzitter, ik zal kort zijn. Onze NAVO-partners is het beeld van onze Defensieorganisatie natuurlijk niet ontgaan. We worden er regelmatig op gewezen. In 2008 typeerde de NAVO onze krijgsmacht als "een anorexiapatiënt" en sinds 2012 is de typering "paria" gebruikt. Een rijk land dat zijn verplichtingen niet nakomt en zijn eigen Defensieorganisatie zo verwaarloost: daar wordt iets van gevonden, op allerlei fora, maar ook binnen onze samenleving. Ook binnen Defensie wordt gemord, en inmiddels zijn er helaas ook medewerkers die vroegtijdig vertrekken. Ondanks redelijke wervingsresultaten zijn er bijna 8.500 vacatures. En dit cijfer loopt maar op. Het zijn vaak niet de slechtsten die vertrekken. Enkele honderden vacatures worden per krijgsmachtdeel ingevuld door mensen die allang met pensioen zijn. De loyaliteit van die mensen naar Defensie is zo groot, dat ze na 30, 40 jaar nog steeds hun parate collega's willen helpen. Een ontluisterend beeld is ontstaan van een organisatie die juist slagkracht, jeugdig elan en vertrouwen in zichzelf moet uitstralen.

Een van de nog steeds bij Defensie doorlopende bezuinigingsmaatregelen is de RVU-boete, die door het functioneel leeftijdsontslag uit de Militaire Ambtenarenwet onder druk van de bezuinigingen sinds enkele jaren wordt aangewezen als een prepensioenregeling. Maar dat is het niet. Het is gebeurd, terwijl betrokken mensen destijds geen keuze hadden. Zij moesten vertrekken en de organisatie moest, en moet nog steeds, jaarlijks een boete betalen. Een slap bezwaar hiertegen aantekenen, zoals Defensie nu doet na de motie-Kerstens is voor Forum voor Democratie niet genoeg. Het ministerie van Financiën maakt met de ene hand een budget voor Defensie vrij — dat bedrag klinkt heel stoer — maar neemt met de andere hand het geld en de boete gewoon weer terug. Onze bondgenoten zien dat natuurlijk ook. Dit moet stoppen. Sterker nog, dit moet worden gerepareerd in de komende Voorjaarsnota en wel met terugwerkende kracht. In de Tweede Kamer is onlangs hierover gesproken bij het begrotingsdebat. De motie-Kerstens van de PvdA is aangehouden: weer vlees noch vis, of gevoel voor urgentie. Mijn fractie zal mogelijk dan ook in tweede termijn een motie hierover indienen.

Laten wij als Kamer volstrekt duidelijk hierover zijn en ons uitspreken: Defensie heeft de wet gerespecteerd en inmiddels de RVU-regeling aangepast. Wat nu overblijft en ons als Kamer rest, is deze onrechtvaardigheid over de tussenfase met terugwerkende kracht te repareren en eraan te doen wat we in Wales hebben beloofd. De restitutie van deze onterecht geheven boete zal Defensie helpen om met name de grote personeelsproblemen mede op te lossen. Daar liggen nu nog veel op te lossen zaken, zoals het nieuwe loonhuis en het daarbij behorende toelagesysteem. We kunnen vanuit dit huis de minister, in dit geval de stas, op een relatief eenvoudige manier hierbij helpen. Er ligt nog voor vele miljarden op de plank aan achterstallig onderhoud aan de infrastructuur, ICT, gevechtsondersteuning en nog vele andere gebieden.

Ten slotte, voorzitter. Er komt hierdoor een einde aan een nodeloos rondpompen van geld en het schimmig doen over hoeveel geld er nu echt wordt besteed aan Defensie. De Nederlandse bijdrage aan zijn eigen veiligheid en die van zijn bondgenoten stijgt bovendien. Daar zijn wij immers allemaal verantwoordelijk voor.

Voorzitter, dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Beukering. In dit huis spreken we van "staatssecretaris". We korten dat niet af. U kunt weer gaan zitten, meneer Beukering.

Wenst een van de leden in eerste termijn nog het woord? Dat is niet het geval.

Staatssecretaris, bent u in de gelegenheid om direct in te gaan op de vragen die de heer Beukering heeft gesteld? Dat is het geval.

Ik geef het woord aan de staatssecretaris.

Staatssecretaris Visser:

Dank u wel, voorzitter. Dank ook aan de heer Beukering, die ook vanuit zijn vorige functie spreekt vanuit een nauwe betrokkenheid. Ik denk niet dat u de enige bent in deze zaal die een betrokkenheid kent bij Defensie, of dat nu is vanwege een directe baan in het verleden of vanwege vrienden of familie die voor Defensie werken. Bovendien ziet u hier dagdagelijks mensen voor de deur staan die ervoor zorgen dat u uw werk hier veilig kunt doen. Dat doen we 24/7, iedere dag van het jaar, niet alleen in Nederland maar overal in de wereld. De waardering die u net heeft uitgesproken voor de militairen, onderschrijf ik ook volledig.

U geeft terecht aan dat Defensie van ver moet komen en dat de afgelopen jaren er fors hebben ingehakt. Ik denk dat ik daar namens de gehele Defensieorganisatie over kan spreken. Maar we zien ook dat met de start van dit kabinet ook weer de eerste perspectieven zijn verschenen, door extra geld te investeren. De minister en ikzelf zeggen altijd: die 1,5 miljard is een mooie eerste stap, maar het is nog niet voldoende. Gelukkig hebben we er in de Voorjaarsnota extra structureel geld bij gekregen. We blijven ons inzetten om ervoor te zorgen dat Defensie toegroeit naar de afspraken die we hebben gemaakt, vooral vanuit het perspectief dat de organisatie het zo nodig heeft, en niet omdat een ander het zegt. Dan gaat het om het vastgoed, dus dat de legeringsgebouwen op orde zijn, om de gevechtspakken of het noodzakelijke materieel, maar ook om de vernieuwing van het personeelsbeleid. Wij hebben nu namelijk een loongebouw uit 1917. Een staatscommissie heeft dat toen ingericht. Die zei: hoe ouder je wordt, des te meer uitgaven je hebt, dus dan verdien je meer salaris. Dat past niet meer bij de uitgangspunten die we nu kennen en bij wat generaties willen, namelijk dat je beloond wordt voor wat je doet en voor de verantwoordelijkheden die je hebt. We staan dus voor een forse opgave.

Voorzitter. Ik sta hier met enige twijfel naar aanleiding van wat de heer Beukering net zei. De heer Beukering pleitte ervoor om ons te richten op een aanpassing van de Wet op de loonbelasting, omdat het toepassen van de RVU-heffing een fiscale maatregel is. Volgens mij heeft u vanochtend met mijn collega, de staatssecretaris van Financiën, gesproken. Dit gaat over de vraag op wie het van toepassing is. Ik herken niet dat er geen urgentie is bij de Tweede Kamer. Niet alleen de heer Kerstens, maar ook voormalig CDA-Kamerlid mevrouw Bruins Slot en de heer Bosman hebben een motie ingediend over de RVU-heffing. Die is ook gewoon aangenomen door de Kamer. Helaas heb ik van de belastinginspecteur vorige week de beslissing op bezwaar gekregen. Het is afgewezen. Dat betekent dus dat de Belastingdienst zegt dat dit inderdaad valt onder vervroegd pensioen. U heeft gezien dat ik niet voor niets in bezwaar ben gegaan. Ik ga nu kijken wat de uitspraak is van de belastinginspecteur en me beraden op wat dit betekent. Ik ga kijken welke vervolgstappen er nog mogelijk zijn.

Ik herken wat de heer Beukering zei, dat er meer nodig is voor Defensie. Ik heb u ook aangegeven dat dit kabinet extra investeert en dat we ons blijven inzetten om ervoor te zorgen dat Defensie op orde komt. Maar dat zal in stappen gaan. We kunnen dat niet in één keer doen, maar we bereiden ons wel voor op de vervolgstappen om alles te verbeteren wat er binnen Defensie moet gebeuren. Dat is vrij fors.

De voorzitter:

Dank u wel, staatssecretaris. Wenst een van de leden in tweede termijn nog het woord? Meneer Beukering, wilt u interrumperen? Want u krijgt straks ook nog een tweede termijn. Gaat uw gang.

De heer Beukering (FvD):

Ik begrijp van de staatssecretaris dat ze wel de urgentie onderschrijft, maar dat ze nog niet meegaat met het ophogen van het bedrag en met het eventueel in de Voorjaarsnota verwerken van deze boete, die eigenlijk gewoon achterhaald zou moeten zijn.

Staatssecretaris Visser:

Het is geen wet van Defensie. Dat is wat ik u heb aangegeven. Het is de Wet op de loonbelasting. Die heeft u net hier in uw Kamer besproken. Het is een uitvloeisel van de wetgeving op Sociale Zaken. Wij hebben als Defensie aangegeven dat de wetgeving met betrekking tot militairen nog uit de jaren zestig komt. De toenmalige wetgever heeft toen aangegeven dat militairen verplicht eerder met pensioen gaan vanwege de uitoefening van hun taak. Dat hebben we ook voorgelegd aan de belastinginspecteur, om te kijken wat dat betekent. Die heeft ons nu iets teruggegeven en geeft aan niet akkoord te gaan met onze redenatie. Ik heb u net aangegeven dat ik me daarop ga bezinnen. Wat betekent dit? Welke stappen kan Defensie eventueel nog zetten? Maar als u wilt dat de wetgeving wordt aangepast, dan zou ik u willen oproepen om dit gesprek ook samen met de collega's van Financiën en Sociale Zaken te voeren, want dat is waar de wetgeving, de RVU-heffing, op is gebaseerd.

De heer Beukering (FvD):

Ik begrijp de staatssecretaris van Defensie erg goed, maar ik denk dat ik hier ook praat tegen de regering. De regering maakt tenslotte een voorjaarsnota en zij heeft alle instrumenten in huis om dit probleem voor Defensie, maar ook voor het internationaal aanzien, op te lossen. Hoor ik de staatssecretaris nu zeggen dat ze die beweging gaat maken, of niet?

Staatssecretaris Visser:

Wat u mij heeft horen zeggen, is dat ik mij ga bezinnen naar aanleiding van de uitspraak van de belastinginspecteur. Ik heb die vorige week gekregen, dus ik moet goed kijken wat dat betekent en ik zal dat allereerst in het kabinet bespreken.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan kom ik toe aan de tweede termijn van de Kamer. Ik geef het woord aan de heer Beukering.

De heer Beukering (FvD):

Voorzitter, dank u wel. Forum voor Democratie is toch enigszins teleurgesteld. Wij willen daarom bij dezen een motie indienen.

De voorzitter:

Door de leden Beukering, Van Pareren, Van Rooijen, Frentrop, Van Wely, Van der Linden, Nanninga, Otten en De Vries wordt de volgende motie voorgesteld:

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat:

  • -een gedeelte van het militaire personeel gedurende vele jaren conform de Militaire Ambtenarenwet met regulier (gedwongen) functioneel leeftijdsontslag is gegaan;

  • -Defensie hiervoor sinds enkele jaren wordt beboet middels de Regeling Vervroegde Uittreding (RVU);

  • -hier sprake is van strijdigheid, voldoen aan de wet en daarvoor worden bestraft;

  • -hier sprake is van een verkeerd beeld over feitelijk besteedbaar budget;

  • -dit strijdig is met het streven te komen tot 2% bnp in 2024;

constaterende dat:

  • -hiermee strijdige regelingen zijn ontstaan gedurende meerdere jaren;

  • -Defensie hierdoor onevenredig — en deels buiten haar schuld — financieel is en nog steeds wordt geraakt;

  • -inmiddels het militaire personeel de keuze heeft om wel langer te dienen;

  • -intrekking van de RVU-boete (en restitutie) een bijdrage levert aan een consistent, verhoogd en feitelijk beschikbaar meerjarig Defensiebudget, groeiend naar 2% bnp in 2024;

verzoekt de regering de door Defensie te betalen boete ingevolge Regeling Vervroegde Uittreding (RVU-boete) in te trekken, onder restitutie van de reeds door Defensie tot op heden betaalde boetes, en dit te verwerken in de Voorjaarsnota,

en gaat over tot de orde van de dag.

Zij krijgt letter B (35300-X).

De heer Beukering (FvD):

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Beukering. Wenst een van de andere leden in tweede termijn nog het woord? Dat is niet het geval. Dan is het woord aan de staatssecretaris voor de tweede termijn van de kant van de regering.

Staatssecretaris Visser:

Dank u wel, voorzitter. Ik heb de motie nog niet voor mij liggen, dus ik kan me alleen baseren op de teksten zoals u die net heeft uitgesproken. Ik heb net al aangegeven dat wij, naar aanleiding van de uitspraak van de belastinginspecteur, kijken dat betekent voor de regeling die we nu hebben en of er aanknopingspunten zijn. Ik doe het uit mijn hoofd, maar zoals ik de oproep heb begrepen, kan ik deze niet ondersteunen. Ik zou de motie dus moeten ontraden. Wel kan ik vragen om de motie aan te houden. Ik zal er dan op terugkomen naar aanleiding van de discussie. Ik heb de uitspraak van de belastinginspecteur vorige week gekregen, dus ik vraag u even tijd om daarnaar te kunnen kijken en om te zien of er aanknopingspunten zijn. En, zoals ik al aangaf, als u daar een bredere discussie over wil, dan zou ik u willen aanraden om dat in gezamenlijkheid te doen met het ministerie van Financiën en Sociale Zaken, om te kijken wat dit betekent. Als de motie in stemming wordt gebracht, moet ik deze ontraden, maar ik verzoek de heer Beukering om de motie aan te houden.

De voorzitter:

Dank u wel, staatssecretaris. Als niemand verder het woord wenst na deze tweede termijn van de regering, sluit ik de beraadslaging.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

Ik kom tot afhandeling van deze begroting. Wenst een van de leden stemming over het wetsvoorstel? Dat is niet het geval.

Het wetsvoorstel wordt zonder stemming aangenomen.

De leden van de fractie van de SP wordt conform artikel 121 van het Reglement van Orde aantekening verleend dat zij geacht willen worden zich niet met het wetsvoorstel te hebben kunnen verenigen.

Tot slot stel ik voor om morgen over de ingediende motie te stemmen. Daarover wil de heer Beukering nog het woord.

De heer Beukering (FvD):

Voorzitter, ik heb net even snel ruggenspraak kunnen houden. Mijn fractie stemt in met deze motie aanhouden.

De voorzitter:

Op verzoek van de heer Beukering stel ik voor zijn motie (35300-X, letter B) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:

Ik schors de vergadering in afwachting van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en de minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.