Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Eerste Kamer der Staten-Generaal2018-2019nr. 21, item 5

5 Herdenking van de heer F.J.F. Uijen

Aan de orde is de herdenking van de heer F.J.F. Uijen.

De voorzitter:

Aan de orde is de herdenking van de heer F.J.F. Uijen.

Ik verzoek de leden te gaan staan.

Op 7 februari jongstleden overleed op 92-jarige leeftijd Frans Uijen, oud-senator voor de Partij van de Arbeid. Hij was lid van de Eerste Kamer van 20 september 1977 tot 13 september 1983 en van 3 juni 1986 tot 11 juni 1991.

Franciscus Jacobus Frederikus Uijen werd op 11 januari 1927 geboren te Eindhoven. Na de lagere school volgde hij de hbs aan het Sint-Joriscollege in Eindhoven. Vanwege het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog kon hij de school niet afmaken. In 1945 ontving hij krachtens Koninklijk Besluit het getuigschrift voor het volgen van vijf jaar hbs.

De heer Uijen koos daarna direct voor de Koninklijke Luchtmacht en werd in 1945 beroepsmilitair. Ik citeer: "Ik ben militair geworden als reactie op de Duitse bezetting. En ook omdat ik wilde vliegen." In 1946 was hij korte tijd navigator in Groot-Brittannië, voor hij officier bij de Koninklijke Luchtmacht werd. Dat zou hij blijven tot 1975. Tegelijkertijd was hij als pilot-officer vrijwillige reserve bij de Royal Air Force in het Verenigd Koninkrijk. Als officier volgde hij verscheidene opleidingen binnen de Koninklijke Luchtmacht, in binnen- en buitenland, met name in de Verenigde Staten.

Van 1956 tot 1958 studeerde de heer Uijen via het ministerie van Defensie werktuigkunde aan de Technische Hogeschool Delft. Dat was toen nog een hogeschool. Binnen de Koninklijke Luchtmacht bekleedde hij ten tijde van zijn afzwaaien in 1975 de rang van majoor.

Politiek actief werd de heer Uijen toen hij in 1963 lid werd van de Defensiecommissie van de PvdA. In 1972 werd hij tevens lid van de Buitenlandcommissie van de Partij van de Arbeid en van de partijraad. In 1974 werd de heer Uijen gekozen als lid van de Provinciale Staten van Zuid-Holland. Dat zou hij één termijn blijven. Tussen 1975 en 1987 bekleedde de heer Uijen verschillende bestuursfuncties binnen de PvdA, waaronder het voorzitterschap van het PvdA-gewest 's-Gravenhage. In 1991 zegde hij zijn lidmaatschap van de Partij van de Arbeid op uit onvrede met de koers van de partij.

Toen de heer Uijen in 1977 lid werd van de Eerste Kamer was hij niet langer werkzaam bij de Koninklijke Luchtmacht. Toch kreeg hij al snel de bijnaam "de rode majoor". Vanzelfsprekend was dat hij voor zijn fractie Defensiewoordvoerder zou zijn. Ook werd hij al snel na zijn aantreden plaatsvervangend voorzitter van de vaste commissie voor Defensie en lid van de NAVO-Assemblee.

Zijn maidenspeech hield de heer Uijen op 23 mei 1978 tijdens het beleidsdebat over defensie en het militaire deel van de NAVO. In het debat met de kort tevoren aangetreden minister Scholten vertolkte Uijen het standpunt van zijn partij: "Wij zijn overtuigd geraakt van de noodzaak tot het nemen van initiatieven voor deelname aan een actieve vredespolitiek. (...) Tegelijkertijd zijn wij van mening dat Nederland (...) op geen enkele wijze mag meewerken aan een systematische uitbreiding van het militair potentieel van de NAVO, noch aan de invoering van nieuwe offensieve wapensystemen."

In 1988 haalde de heer Uijen alle landelijke dagbladen met zijn betoog tegen de door hem zo genoemde "rangeninflatie" op het ministerie van Defensie. Hij bedoelde hiermee de ruim 1.500 bevorderingen in een periode van één jaar bij de luchtmacht, de marine en de landmacht. Op deze wijze hoopte het ministerie het vertrek van gekwalificeerd personeel te beperken. In het debat zei Uijen: "Het is begrijpelijk, doch daarom nog niet goed, dat de bewindslieden het achterblijvende salarisbeleid voor het personeel met zulke schaarse kwalificaties, binnen de structuur van de krijgsmacht blijvend, trachten te omzeilen." Twee jaar later kreeg hij enigszins gelijk toen de regering besloot het grote aantal — met name hoge — rangen aan te pakken.

Naast zijn politieke en militaire carrière was de heer Uijen onder andere militair medewerker bij de VARA-radio, lid van de raad van toezicht van de VARA, vicevoorzitter van de Vereniging Nederland-DDR en lid van de bestuurscommissie beroepszaken Algemene Bijstandswet te Zuid-Holland.

In 1946 ontving de heer Uijen de British War Medal, in 1951 het Mobilisatie-Oorlogskruis en in 1962 het Onderscheidingsteken voor Langdurige Dienst als officier.

Frans Uijen was politicus en militair. De combinatie van de sociaaldemocratie met de krijgsmacht maakte het leven er voor hem niet makkelijker op. Zelf zei hij over zijn keus: "Als lid van de Partij van de Arbeid word je als bedreiging gezien, maar eigenlijk is dat belachelijk, want ons politieke systeem draagt de verandering in zich."

Moge ons respect voor zijn persoon en zijn verdiensten voor de samenleving en de Nederlandse parlementaire democratie tot steun zijn voor zijn familie en vrienden.

Ik verzoek eenieder om een moment stilte in acht te nemen.

(De aanwezigen nemen enkele ogenblikken stilte in acht.)

De voorzitter:

Dank u wel. Ik schors de vergadering voor een kort moment. Helaas heeft de familie op het laatste moment moeten afzeggen vandaag, dus er kan geen condoleance worden gegeven aan familieleden. Ik schors daarom slechts voor een kort moment.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.