Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Eerste Kamer der Staten-Generaal2013-2014nr. 4, item 4

4 Stemmingen

Aan de orde zijn de stemmingen in verband met de brief van de vaste commissies voor Immigratie en Asiel/JBZ-Raad (I&A/JBZ) en voor Veiligheid en Justitie (V&J) aan de Voorzitter van de Eerste Kamer met een conceptbrief van de Eerste Kamer aan de Voorzitter van de Europese Commissie inzake gemotiveerd advies (subsidiariteit) betreffende het EU-voorstel: Verordening oprichting Europees openbaar ministerie COM (2013)534 (33709, letter B).

De voorzitter:

Gelet op het feit dat er in de commissies sprake was van een kleine meerderheid, zal ik deze brief in stemming brengen teneinde te kunnen vaststellen welke fracties de brief aan de Europese Commissie met de subsidiariteitsbezwaren steunen en welke fracties niet.

Ik geef gelegenheid tot het afleggen van stemverklaringen vooraf.

De heer Franken (CDA):

Voorzitter. De Verordening tot instelling van het Europees Openbaar Ministerie heeft een ruime titel die misverstand kan oproepen. Toch gaat het hier over nationale – dat betekent voor ons Nederlandse – leden van het Nederlandse Openbaar Ministerie die optreden als gedelegeerde Europese aanklagers voor de vervolging van fraude met EU-gelden voor de nationale, dus Nederlandse rechter. Door de voorgestelde maatregel zullen fraudezaken die voor de Nederlandse rechter worden aangebracht en naar Nederlands recht zullen worden afgedaan, beter kunnen worden voorbereid en afgestemd met de behandeling van vergelijkbare fraudezaken in andere EU-landen dan zonder zulke gespecialiseerde officieren van justitie het geval is.

Mijn fractie onderschrijft het beleid van het kabinet zoals dat uit het BNC-fiche blijkt en ziet dan ook geen reden om het subsidiariteitsbezwaar te ondersteunen.

De heer Schrijver (PvdA):

Mevrouw de voorzitter. Wij sluiten ons grotendeels aan bij het standpunt van het CDA, dat zojuist heel helder is verwoord door collega Franken. Wij hebben op zichzelf wel heel wat kritische vragen over de voorstellen tot instelling van het Europees openbaar ministerie, maar wij hebben ook geconstateerd dat de regering een heel genuanceerd en tevens ook kritisch standpunt heeft ingenomen over de subsidiariteits- en de evenredigheidstoets. Dat is goed onderbouwd door de ministers van Veiligheid en Justitie en van Buitenlandse Zaken in het BNC-fiche van 6 september 2013. Wij zien inhoudelijk dan ook geen reden voor een standpunt dat haaks staat op dat van deze twee bewindspersonen.

Het laat zich ook voorspellen dat in het geval van nieuwe delicten van fraude met EU-middelen, zoals onlangs in Polen en Hongarije, opnieuw gezegd zal worden dat die landen nationaal onvoldoende in staat zijn om dergelijke fraude doeltreffend aan te pakken en dat daarbij Europese assistentie en coördinatie op Europees niveau nodig zijn. Dat is nu precies wat wordt beoogd in artikel 86 van het Verdrag van Lissabon. De commissie-Meijers heeft ons er bovendien op gewezen dat er een heel ongelijkwaardig niveau van rechtsbescherming in de lidstaten bestaat. De verschillende niveaus van capaciteit van lidstaten om fraude met EU-middelen aan te pakken en adequate rechtsbescherming te bieden, nopen tot effectieve samenwerking op Europees niveau.

Mevrouw de voorzitter. Om die reden acht de PvdA-fractie het indienen van een subsidiariteitsbezwaar een veel te zwaar middel en zal zij tegenstemmen.

De heer Thom de Graaf (D66):

Voorzitter. Ik kan buitengewoon kort zijn omdat zowel de heer Franken als de heer Schrijver een belangrijk gedeelte van mijn eigen motieven heeft geformuleerd.

Mijn fractie heeft geen fundamenteel bezwaar tegen de oprichting van een Europees openbaar ministerie. Dat vloeit ook voort uit de ontwikkelingen in het laatste decennium ten aanzien van de Europese rechtsruimte. Wel hebben wij een aantal kritische vragen over de implementatie en de verhouding tussen de nationale prioriteitsstelling van het nationaal Openbaar Ministerie en die van de Europese aanklager en gedelegeerde aanklagers. Die vragen kunnen binnen de afweging dat sprake is van een rechtsbevoegde Europese aangelegenheid worden gesteld. Daarom zie wij geen enkele reden om een subsidiariteitsbezwaar in te dienen. Wij zullen dus ook tegen een dergelijk voorstel stemmen.

De heer Swagerman (VVD):

Mevrouw de voorzitter. De VVD-fractie heeft van meet af aan ingezet op het maken van een subsidiariteitsbezwaar. De daartoe gebezigde argumenten zijn goed verwoord in de brief die door de Tweede Kamer ter onderbouwing van haar subsidiariteitsbezwaar is opgesteld. Mijn fractie heeft daar nog een argument aan toegevoegd dat vooral te maken heeft met de uitvoerbaarheid. Strafbare feiten dienen zich nooit geïsoleerd aan. Zeker in complexe zaken is er sprake van een veelheid van wetsovertredingen. Vermenging van feiten waarop het Europees OM op papier exclusief bevoegd is met feiten waarop het OM van de lidstaat bevoegdheid behoudt, zal naar de mening van mijn fractie in de praktijk leiden tot onoverkomelijke afstemmings- en prioriteringsproblemen.

Fundamenteler is echter voor ons het punt dat opsporing en vervolging nationale aangelegenheden zijn en dat hier een oplossing wordt gekozen voor een probleem dat veel beter door versterking van de bestaande instrumenten op Europees niveau, lees: Europol/Eurojust, kan en dient te worden aangepakt.

Mevrouw Gerkens (SP):

Voorzitter. Er is al heel veel gezegd. Ik had niet beter kunnen zeggen dan zoals in de brief van de Tweede Kamer inderdaad is beschreven, wat de bezwaren zijn tegen het Europees openbaar ministerie. Natuurlijk moeten fraudegevallen aangepakt worden. Natuurlijk moeten wij dat op Europees niveau doen. Wij hebben daarvoor een aantal instrumenten, zoals Eurojust en het OLAF. Tot op dit moment heeft dat soms wel goed gefunctioneerd en soms niet. Wij kunnen veel beter inzetten op versterking van de instrumenten die wij al hebben dan nu een nieuw Europees openbaar ministerie instellen, dat inderdaad prioriteiten kan gaan stellen in onze nationale bevoegdheden en daaroverheen gaat. Dat is de reden dat wij voor de brief stemmen.

In stemming komt de brief.

De voorzitter:

Ik constateer dat de aanwezige leden van de fracties van de PVV, de VVD, de ChristenUnie, de SP, de PvdD, de OSF en 50PLUS voor de brief hebben gestemd en de aanwezige leden van de fracties van de PvdA, het CDA, de SGP, GroenLinks en D66 ertegen, zodat de conceptbrief is vastgesteld en zal worden verzonden.

De bezwaren zijn dus door de meerderheid niet gehonoreerd.

Sluiting 13.50 uur.