1

Dinsdag 11 oktober 2011

Aanvang 13.30 uur

Voorzitter: Fred de Graaf

Tegenwoordig zijn 71 leden, te weten:

Backer, Barth, Beckers, Beuving, Van Bijsterveld, De Boer, Van Boxtel, Brinkman, Bröcker, Broekers-Knol, Van Dijk, Dupuis, Duthler, Elzinga, Engels, Ester, Faber-van de Klashorst, Flierman, Franken, Frijters-Klijnen, Ganzevoort, Fred de Graaf, Machiel de Graaf, Thom de Graaf, Marcel de Graaff, De Grave, Hermans, Hoekstra, Holdijk, Ter Horst, Huijbregts-Schiedon, Van Kappen, Klever, Kneppers-Heijnert, Knip, Koffeman, Koole, Kox, Kuiper, De Lange, Linthorst, Lokin-Sassen, Martens, Meurs, Nagel, Popken, Postema, Putters, Quik-Schuijt, Reuten, Van Rey, Reynaers, Ruers, Scholten, Schouwenaar, Schrijver, Sent, Slagter-Roukema, Smaling, Sörensen, Van Strien, Strik, Swagerman, Sylvester, Terpstra, Thissen, Vliegenthart, Vlietstra, Vos, De Vries en De Vries-Leggedoor,

en de heer Donner, minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, de heer De Jager, minister van Financiën en de heer Atsma, staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu.

De voorzitter:

Ik deel aan de Kamer mede dat zijn ingekomen berichten van verhindering van de leden:

Van der Linden, wegens verblijf buitenslands;

Essers en Schaap, wegens bezigheden elders;

Noten, wegens ziekte.

Deze berichten worden voor kennisgeving aangenomen.

De voorzitter:

De heer Reuten wenst het woord voor een ordevoorstel.

De heer Reuten (SP):

Mijnheer de voorzitter. Mijn fractie heeft vandaag in de vergadering van de commissie voor Financiën gevraagd om een gedegen behandeling van het wetsvoorstel 33029, de supplementaire begroting EFSF. Dit is hoogstwaarschijnlijk de grootste mutatie van de rijksbegroting uit de Nederlandse parlementaire geschiedenis, namelijk 42 mld. U, mijnheer de voorzitter, hebt volgens het Reglement van Orde het recht om de normale procedures terzijde te stellen vanwege het spoedeisende karakter. Mijn fractie meent dat dit inhoudelijk gemotiveerd zou moeten worden. Ik geef u en de Kamer hierbij het volgende in overweging.

Er ligt geen verzoek van de regering voor een spoedbehandeling van het wetsvoorstel. Er is slechts sprake van een telefonisch bericht van vorige week woensdag 5 oktober van de politiek assistent van de minister van Financiën aan de commissiegriffier. Er ligt dus geen verzoek van de regering en nog minder een motivatie daarvan. Voorts heeft de commissie voor Financiën de minister recentelijk mondeling en schriftelijk laten weten dat spoedvoorstellen in het algemeen door de minister zelf dienen te worden gedaan. Ik vraag u, mijnheer de voorzitter, om de minister te verzoeken, alsnog een gemotiveerd voorstel te doen voor spoedbehandeling van het wetsvoorstel.

Ik dank u dat u mij het woord hebt willen geven.

De voorzitter:

Dank u wel, mijnheer Reuten. Ik kan u meedelen dat zijn reactie per omgaande aan de minister is voorgelegd. Ik ga ervan uit dat het verzoek er zal liggen voordat vanavond de behandeling een aanvang neemt. Ik stel voor om dit ordevoorstel van de heer Reuten tot dat moment aan te houden, zodat we kunnen beoordelen of voldoende aan het verzoek is voldaan.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:

Ik deel aan de Kamer mee dat de plenaire behandeling van de wetsvoorstellen 33011 en 33029, die op de agenda van de Kamer onder voorbehoud zijn geagendeerd, doorgang vindt, conform het vergaderschema, maar met de aantekening die ik zojuist heb gemaakt naar aanleiding van het ordevoorstel van de heer Reuten.

De ingekomen stukken staan op een lijst die in de zaal ter inzage ligt. Op die lijst heb ik voorstellen gedaan over de wijze van behandeling. Als aan het einde van de vergadering daartegen geen bezwaren zijn ingekomen, neem ik aan dat de Kamer zich met de voorstellen heeft verenigd.

(Deze lijst is, met de lijst van besluiten, opgenomen aan het einde van deze editie.)

Naar boven