Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Eerste Kamer der Staten-Generaal2010-2011nr. 22, item 3

3 Stemmingen

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij de behandeling van het wetsvoorstel Goedkeuring van het op 30 mei 2008 te Dublin totstandgekomen Verdrag inzake clustermunitie (Trb. 2009, 45) (32187, R1902),

te weten:

  • - de motie-Haubrich-Gooskens c.s. inzake een verbod op investeringen in ondernemingen van clustermunitie (32187, R1902, letter F);

  • - de motie-Haubrich-Gooskens c.s. over aanpassing van het regeringsstandpunt over de doorvoer van clustermunitie over Nederlands grondgebied (32187, R1902, letter G).

(Zie vergadering van 18 januari 2011.)

Devoorzitter:

Ik heet de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, die namens de regering bij de stemmingen aanwezig is, van harte welkom in de Eerste Kamer.

Ik heb begrepen dat mevrouw Haubrich-Gooskens het woord wenst om een korte verklaring af te leggen.

MevrouwHaubrich-Gooskens (PvdA):

Voorzitter. Ik wil graag een mededeling doen, niet alleen namens de PvdA, maar ook de SP, GroenLinks, de Partij voor de Dieren, de OSF, het CDA, de ChristenUnie en de SGP.

Wij hebben grote waardering voor de wijze waarop wij vorige week met de drie bewindslieden over de moties hebben mogen spreken, laat dat vooropgesteld zijn. We zijn echter door de argumentatie van minister De Jager niet overtuigd waarom Nederland geen wettelijk investeringsverbod zou behoeven in te stellen op grond van het verdrag en ook niet wil instellen. Daarom handhaven wij de motie inzake het instellen van een wettelijk investeringsverbod.

We hebben overigens ook grote waardering voor de toezegging van de minister dat de regering sowieso daar waar de Staat controle heeft, dus in geval van 100%-deelnemingen, bij aanbestedingen of bij contractspartners vanaf het moment van ratificatie als voorwaarde zal stellen dat niet aantoonbaar en rechtstreeks in clustermunitie wordt geïnvesteerd.

De motie met betrekking tot een transitverbod trekken wij in, omdat de staatssecretaris tijdens het debat feitelijk aan het dictum van de motie heeft voldaan. Ik citeer daartoe enige uitspraken: "Volgens de aanpak die is opgeschreven in de brief, is de facto sprake van een doorvoerstop, een doorvoerverbod. Dat is het geval omdat wij dat willen. Wij willen een doorvoerverbod met één uitzondering, namelijk doorvoer van clustermunitie van een bondgenoot als intern militair transport via het Nederlandse grondgebied. Amerikanen kunnen dus munitietransport plegen waarbij zij gebruikmaken van Nederland. Als in zo'n transport ook clustermunitie zit, dan horen wij dat volgens het NAVO-verdrag uit 1951 toe te staan. Dat is het enige waartoe wij echt gehouden zijn. Wij moeten het Nederlands grondgebied beschikbaar stellen voor doorvoer van clustermunitie. Dat is met name gebaseerd op de artikelen 11, 12 en 13 van het NAVO-staatsverdrag."

Wel willen wij in dit verband een viertal toezeggingen van de regering markeren. In de eerste plaats de toezegging van minister Rosenthal dat nog eens heel goed wordt uitgezocht hoe de hiërarchie van de verdragen, in casu het NAVO-verdrag uit 1951, het verdrag inzake clustermunitie en het EU-gemeenschappelijk standpunt ex artikel 15 van het EU-verdrag moet worden gezien, dit in het licht van de Vienna Convention on the Law of Treaties.

In de tweede plaats de toezegging van staatssecretaris Bleker dat de regering ook voor doorvoer door bondgenoten van dat type wapens via diplomatieke weg kenbaar zal maken dat Nederland het niet op prijs stelt dat dit type van munitie over ons grondgebied wordt getransporteerd.

In de derde plaats de toezegging tot extra controles door douaneambtenaren. Zij zullen de transporten moeten markeren en scherper in beeld moeten brengen. Zij moeten bekijken of in die grotere transporten ook clustermunitie zit. Dat vergt enige inspanning en kennis die de regering moet ontwikkelen. Gedurende twee jaar zal deze werkwijze scherp worden gemonitord en over twee jaar zal daarover aan de Kamer worden gerapporteerd.

In de vierde plaats de toezegging dat, als blijkt dat bovenvermelde maatregelen niet tot een de facto doorvoerverbod leiden, de staatssecretaris dan bereid is om met de Kamer te spreken over aanvullende maatregelen die zouden kunnen worden genomen.

Devoorzitter:

Aangezien de motie-Haubrich-Gooskens c.s. (32187, R1902, letter G) is ingetrokken, maakt zij geen onderwerp van behandeling meer uit.

Ik geef gelegenheid tot het afleggen van een stemverklaring vooraf.

De heerVan Kappen (VVD):

Voorzitter. De VVD-fractie heeft de motie van het lid Haubrich-Gooskens om te komen tot een verbod op aantoonbare directe investeringen in de productie, verkoop en distributie van clustermunitie ondersteund. Wij staan nog steeds achter de strekking van deze motie, maar gezien die strekking en gelet op de toezeggingen van de regering zijn wij van mening dat de regering de Kamer voldoende tegemoet is gekomen. De motie is derhalve naar het oordeel van de VVD-fractie overbodig geworden. Wij zullen de motie dus niet steunen.

In stemming komt de motie-Haubrich-Gooskens c.s. (32187, R1902, letter F).

Devoorzitter:

Ik constateer dat de aanwezige leden van de fracties van het CDA, de PvdA, de SP, de ChristenUnie, GroenLinks, de SGP, de PvdD en de OSF voor deze motie hebben gestemd en die van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.