Noot 1 (zie blz. 406)

Noot 1 (zie blz. 406)

JBZ-instemmingsbesluiten

Op 17 respectievelijk 28 november 2006 ontving de Eerste Kamer de geannoteerde respectievelijk de aanvullende geannoteerde agenda met bijlagen voor de Raad Justitie en Binnenlandse Zaken van 4 en 5 december 2006, met daarbij het verzoek in te stemmen met een zestal ontwerpbesluiten die zijn aangemerkt als Koninkrijk bindend.

A2fKaderbesluit betreffende de vereenvoudiging van de uitwisseling van informatie en inlichtingen tussen de wetshandhavingsautoriteiten van de lidstaten van de EU, met name ten aanzien van zware misdrijven, zoals terroristische daden (initiatief Zweden)
B5Kaderbesluit betreffende de wijze waarop bij een nieuwe strafrechtelijke procedure rekening wordt gehouden met veroordelingen in andere lidstaten van de EU
B6Kaderbesluit inzake het Europees tenuitvoerleggingsbevel en de overbrenging van gevonniste personen tussen de lidstaten van de EU (initiatief van Oostenrijk, Finland en Zweden)
B8bBesluit waarbij het Bureau van de EU voor de Grondrechten wordt gemachtigd zijn activiteiten uit te oefenen op de in Titel VI van het Verdrag betreffende de EU bedoelde gebieden
B11Kaderbesluit over de bescherming van persoonsgegevens die worden verwerkt in het kader van politiële en justitiële samenwerking in strafzaken
B15bBesluit betreffende de instelling, de werking en het gebruik van het Schengeninformatiesysteem van de tweede generatie (SIS II)

De bijzondere commissie voor de JBZ-Raad heeft zich op 28 november 2006 beraden over de ter instemming voorgelegde ontwerpbesluiten en adviseert de Kamer als volgt:

– Ingestemd kan worden met de ontwerpbesluiten geagendeerd onder de nummers A2f en B15b.

– Instemming dient te worden onthouden aan de overige ontwerpbesluiten op formele gronden.

Met betrekking tot de onder agendapunt B8geagendeer­de ontwerpverordening van de Raad tot oprichting van een Bureau van de EU voor de Grondrechten en het ontwerpbesluit waarbij het Bureau van de EU voor de Grondrechten wordt gemachtigd zijn activiteiten uit te oefenen op de in Titel VI van het Verdrag betreffende de EU bedoelde gebieden, kan gemeld worden dat deze aan de orde zijn geweest in een gezamenlijke vergadering van de commissies Europese Samenwerkingsorgani­saties en de bijzondere commissie voor de JBZ-Raad. Daarbij is ook een brief besproken van de minister van Buitenlandse Zaken d.d. 21 november 2006. De beide commissies hebben zich voorgenomen een meer inhoudelijke reactie op deze brief te formuleren, waarin ook beargumenteerd zal worden waarom instemming wordt onthouden bij het ontwerpbesluit. Ten aanzien van agendapunt B8 wordt opgemerkt dat de CDA-fractie een afwijkende opinie heeft.

De bijzondere commissie voor de JBZ-Raad heeft zich tevens gebogen over het volgende agendapunt waarvoor naar haar mening ten onrechte geen instemming is gevraagd:

B7Kaderbesluit over bepaalde procedurele rechten in strafprocedures binnen de gehele EU

De commissie adviseert de Kamer als volgt:

– Instemming dient te worden onthouden op formele gronden.

Naar boven