Tegenwoordig zijn 72 leden, te weten:
Baarda, Baarveld-Schlaman, Barendregt, Van den Berg, De Boer, Boorsma,
Van Boven, Van den Broek-Laman Trip, Coenemans, Van Dijk, Ermen, Eversdijk,
Fleers, Gelderblom-Lankhout, Van Gennip, Van Gijzen, Ginjaar, Glasz, Van Graafeiland,
Grol-Overling, Heijmans, Heijne Makkreel, Hilarides, Hoefnagels, Holdijk,
Huberts-Fokkelman, Jaarsma-Buijserd, Kassies, Korthals Altes, Van Kuilenburg-Lodder,
Kuiper, Van Leeuwen, Van Leeuwen-Schut, Luimstra-Albeda, Luteijn, Mastik-Sonneveldt,
Van der Meer, Mertens, Van der Meulen, Michiels van Kessenich-Hoogendam, Van
Muijen, Pit, Pitstra, Postma, Pröpper, Redemeijer, Rongen, De Savornin
Lohman, Schinck, Schuurman, Schuyer, Spier, Staal, Steenkamp, Stevens, Talsma,
Tiesinga-Autsema, Tjeenk Willink, Tuinstra, Tummers, Van Veldhuizen, Veling,
Van Velzen, Verbeek, Vermaat, Vis, Vrisekoop, Wagemakers, Van Wijngaarden,
Van de Zandschulp, K. Zijlstra en R. Zijlstra,
en de heer Melkert, minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, mevrouw
Borst-Eilers, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, mevrouw Van
Dok-van Weele, staatssecretaris van Economische Zaken, en de heer Linschoten,
staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
De voorzitter:
Met betrekking tot de besluitvorming over de agenda voor de bijeenkomst
van het Uitvoerende Comité in het kader van het akkoord van Schengen
op 22 december aanstaande deel ik u het volgende mee.
Op 2 december jongstleden is de desbetreffende agenda aangeleverd. Teneinde
de bevoegdheid van deze Kamer om uitdrukkelijke goedkeuring te verlangen over
één der ontwerp-besluiten heb ik daartoe een voorbehoud gemaakt.
Op 14 december jongstleden is vervolgens per brief van de staatssecretaris
van Buitenlandse Zaken het ontwerp-besluit met betrekking tot de inwerkingstelling
in herziene vorm aangeboden.
Gelet op het advies van de vaste commissies voor Europese Samenwerkingsorganisaties
en voor Justitie en de behandeling in de Tweede Kamer terzake van de desbetreffende
ontwerp-besluiten stel ik voor, het gemaakte voorbehoud in te trekken. In
verband met de termijnbepaling in de Uitvoeringsovereenkomst heb ik dit voorstel
reeds als voornemen aan de betrokken bewindslieden kenbaar gemaakt.
De voorzitter:
Aangezien de schriftelijke voorbereiding niet is voltooid, stel ik voor,
de plenaire behandeling van wetsvoorstel 23873 (Wijziging van de Wet individuele
huursubsidie voor de duur van het subsidietijdvak dat is aangevangen op 1
juli 1994 en loopt tot en met 30 juni 1995) van de agenda af te voeren.
Verder stel ik voor, wetsvoorstel 24024 (Wijziging van de EER-Uitvoeringswet)
toe te voegen aan de agenda van deze week en het vandaag bij de hamerstukken
af te doen.
Ook stel ik voor, wetsvoorstel 24028 (Wijziging van de Wet van ..., Stb.
..., tot wijziging van onder meer de Interimwet op het speciaal onderwijs
en het voortgezet speciaal onderwijs, de Wet op het basisonderwijs en de Wet
medezeggenschap onderwijs 1992 ten behoeve van een betere toerusting van het
basisonderwijs met capaciteiten en faciliteiten van (delen van) het speciaal
onderwijs) toe te voegen aan de agenda van deze week en te agenderen voor
woensdag aanstaande tezamen met wetsvoorstel 23486 (Weer samen naar school).
Ten slotte stel ik aan de Kamer voor, gezamenlijk aan de orde te stellen, conform het advies van de commissie Financiën, de begroting
Financiën c.a. en de wetsvoorstellen 23023, 23046, 23940, 23941, 23942,
23943, 23952 en 23962.