3 Samenvoeging Bussum, Muiden, Naarden en Weesp

Aan de orde is de behandeling van:

  • - het wetsvoorstel Samenvoeging van de gemeenten Bussum, Muiden, Naarden en Weesp (32280).

De voorzitter:

Ik heet de leden welkom. Ik heet de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van harte welkom. Ik heet onze bezoekers op de publieke tribune ook van harte welkom.

De algemene beraadslaging wordt geopend.

Mevrouw Ortega-Martijn (ChristenUnie):

Voorzitter. Vandaag is het de eerste keer dat wij ons met deze minister buigen over een herindelingdossier. Het zal de minister ongetwijfeld niet zijn ontgaan dat er nogal wat commotie en onrust is ontstaan over de manier waarop haar voorganger herindelingdossiers heeft behandeld. Ik moet eerlijk bekennen dat ik benieuwd ben of zij met een helder kompas een zuivere koers gaat varen. Herindelingen zijn namelijk ingrijpende en vaak ook emotionele besluiten. Heldere criteria en procedures zijn daarom van cruciaal belang. Een aangenomen motie van mijn hand om slechts één beleidskader te gebruiken, vatte de voorganger van deze minister wel erg beperkt op. Hij zou bij ieder herindelingdossier duidelijk aangeven op basis van welk beleidskader hij had getoetst. Ik merk echter direct op dat zijn belofte wat dit dossier betreft naar mijn idee niet is nagekomen. Op basis van welk beleidskader is het huidige wetsvoorstel tot stand gekomen? In het verlengde daarvan wil ik weten op basis van welke criteria dit wetsvoorstel niet is teruggekeerd, maar dat over de Krimpenerwaard wel. Graag hoor ik een reactie hierop.

Het is op zijn minst opmerkelijk dat de minister halfslachtig afstand neemt van het wetsvoorstel. Zij stelt namelijk dat er voor het alternatief, een samenvoeging van Bussum, Muiden en Naarden, gepaard met een grenscorrectie ten gunste van Weesp, het breedst mogelijke bestuurlijke draagvlak bestaat. Ik zeg "halfslachtig", omdat zij niet zelf met een nota van wijziging komt, maar stelt zich niet te zullen verzetten wanneer de Kamer met een amendement komt. Echter, aan de andere kant blijft de minister volhouden dat de regering een duidelijke voorkeur heeft voor samenvoeging van de vier betrokken gemeenten op grond van het voorliggende voorstel.

Het is van tweeën één. Of de minister gaat achter het voorstel staan, of zij wijzigt dat door een nota van wijziging. Een verkapte oproep van het kabinet aan de Kamer om een amendement in te dienen, lijkt mij staatsrechtelijk een beetje onzuiver. De Kamer controleert de regering, niet andersom. Inhoudelijk heb ik hier ook bezwaren tegen, doordat het amendement-Van Beek het wetsvoorstel in de kern wijzigt. Zo rijst bijvoorbeeld de vraag of de gemeente Weesp inclusief een grenscorrectie, voldoende robuust de toekomst ingaat. De minister komt niet verder dan de mededeling dat dit hieraan kan bijdragen. Graag hoor ik klip-en-klaar van de minister of de aangepaste variant de problemen voor Weesp oplost. Daarnaast hoor ik graag de concrete onderbouwing van de voorkeur van het kabinet voor voorliggend voorstel. Deze gang van zaken gaat ook voorbij aan de betrokken partijen. Een herindeling is een ingrijpend en emotioneel proces. De regering toont zich zo allesbehalve een betrouwbare partner. Het zou deze minister sieren als zij erkent dat deze opstelling van het kabinet tot nu toe geen schoonheidsprijs verdient.

Dan de precaire financiële situatie van Muiden. Volgens de waarnemend burgemeester moet de gemeente alle zeilen bijzetten om haar verplichtingen voor komend jaar na te komen. Als er niets gebeurt, gaat Muiden simpelweg failliet. Dit alles staat nog los van de miljoenenclaim die als een zwaard van Damocles boven de gemeente en het herindelingdossier hangt. Voor mijn fractie staat vast dat er voor deze situatie een passende oplossing gevonden moet worden, nog los van de vraag of dit wetsvoorstel op een meerderheid kan rekenen.

Mijn fractie is dan ook erg benieuwd naar het commentaar van de minister op het amendement van collega Van Beek op dit punt. Voldoet Muiden wel aan de voorwaarden van artikel 12, lid 2, van de Financiële-verhoudingswet? Hierin staat dat een aanvullende uitkering slechts mogelijk is als de eigen inkomsten van de gemeenten zich op een redelijk peil bevinden. De minister heeft zelf in haar brief geschreven dat de financiële situatie van Muiden acuut is. Ik wil weten of er een noodplan is indien het voorliggende wetsvoorstel niet op een Kamermeerderheid kan rekenen. Met andere woorden: wat gaat er gebeuren als Muiden failliet gaat? Ik vraag hierop een reactie van de minister en ik overweeg een motie hierover.Bussum heeft het initiatief genomen om tot samenvoeging van de ambtelijke organisaties te komen. Ook in 2009 gaf Bussum aan een voorkeur te hebben voor een samenwerkingsalternatief. Voormalig minister Donner vond dit alternatief sympathiek maar doordat de Raad van State zei dat de vertrouwensbasis hiervoor ontbrak, wijzigde hij zijn standpunt. De gemeente Muiden heeft vervolgens het laatste voorstel van Bussum afgewezen. Is de minister ervan overtuigd dat de samenwerkingsoptie door betrokken partijen überhaupt serieus is overwogen?

Als het gebrek aan onderling vertrouwen geen goede basis is voor samenwerking, is het dan wel een goede basis voor deze herindeling? Is onderling vertrouwen niet leidend voor het toetsen van eventuele samenwerkingsverbanden? In hoeverre speelt dit een rol bij het toetsen van herindelingen?

Het valt de minister niet te verwijten dat zij te kampen heeft met onzorgvuldigheid van haar voorganger. Ik roep haar op om nu en in de toekomst wel zorgvuldig om te gaan met het herindelingdossier. De ChristenUnie-fractie heeft grote twijfels over het huidige wetsvoorstel. Ik zie daarom uit naar de beantwoording door de minister.

De heer Van Raak (SP):

Voorzitter. Waar komt die grootheidswaan toch vandaan? Scholen worden leerfabrieken waar kinderen zichzelf verliezen. Ziekenhuizen worden winstmachines en als je niet oppast, komen je sores ook nog op televisie. Woningcorporaties zijn verworden tot casino's die geen band meer hebben met hun huurders. Om de zoveel maanden behandelen we in deze Kamer weer een gemeentelijke herindeling die het lokale bestuur verder plaatst van de bevolking.

Al die grootheidswaan komt niet van de burgers. Zij willen kleinschalige zorg, kleinschalig onderwijs en ze willen weten wie hun bestuurders zijn. Waar komt die grootheidswaan dan wel vandaan, vraag ik aan de minister. Misschien is het een bestuurscultuur. Soms heb ik het idee dat je als lokale of provinciale bestuurder door je collega's pas serieus wordt genomen als je veel externen inhuurt, jezelf hoge vergoedingen geeft en je naam verbindt aan een prestigeproject. Is dat ook hier het geval? Hebben herindelingen weinig te maken met de behoeften van burgers en veel meer met het prestige van de bestuurders?

Misschien ligt een deel van het probleem ook wel bij de regering. Steeds meer taken worden afgeschoven op de gemeenten, vooral op het gebied van zorg, werkgelegenheid en sociale zekerheid. Daarbij wordt steevast flink bezuinigd. Men moet meer doen voor minder geld. Dat is niet logisch en ook niet eerlijk. Waarom moeten gemeenten allerlei taken uitvoeren voor minder geld? Het is toch niet vreemd dat gemeenten dat niet kunnen bolwerken? Is de minister het met mij eens dat we op deze manier gemeenten opzadelen met onmogelijke opdrachten?

Daar komt de roep om herindeling nog bij. Herindelen zou beter en goedkoper zijn. Dat is niet waar. Het bestuur wordt na een herindeling niet goedkoper. Herindelingen kosten nog tientallen jaren heel veel geld. Het bestuur wordt ook niet beter, want het komt veel verder af te staan van de burgers, los van de gemeenschap. Het lokale bestuur valt niet meer samen met de lokale identiteit. Is het dan vreemd dat steeds minder mensen zich bijvoorbeeld nog willen inzetten voor het lokale bestuur? Begrijpt de minister dat mensen niet bereid zijn om raadslid te worden als zij moeten beslissen over 8, 18 of zelfs 80 kernen verderop? Snapt de minister dat hier niet meer sprake is van lokaal bestuur?

De vorige minister stuurde ons een kader voor herindeling of eigenlijk twee en misschien wel drie, met nietszeggende en lege begrippen als "bestuurskracht". Deze minister snapt wat meer van het lokale bestuur. Is zij bereid om haar visie te geven? Welke richting gaat dat dan op? Is dat meer de visie van bijvoorbeeld D66, die vanaf de tekentafel alle gemeenten in Nederland wil herindelen, ongeacht de lokale situatie of de opvatting van de bevolking? Of is het meer de visie van de SP waarin de omvang van het lokale bestuur aansluit bij de lokale gemeenschap en de opvattingen van de burgers? De heer Schouw voelt zich aangesproken.

De heer Schouw (D66):

De heer Schouw vond vooral dat het tijd werd om de heer Van Raak met zijn ideologische beschouwing weer even met de benen op de vloer te krijgen. Heeft de heer Van Raak kennisgenomen van het rapport van de commissie van wijzen die naar deze vier gemeenten heeft gekeken?

De heer Van Raak (SP):

Ik heb daarnaar gekeken. Ik heb ook gezien dat er nog een rapport is, een second opinion, van een hoogleraar en een doctor die erg veel weten van het lokale bestuur. Ik heb gezien dat die twee rapporten volledig met elkaar in strijd zijn. Zo gaat dat: wetenschappelijke opvattingen kunnen nogal eens strijdig zijn met elkaar. Dan is het aan ons om hierin een afweging te maken.

De heer Schouw (D66):

De heer Van Raak maakt zich er een beetje met een grapje vanaf. Mag ik de vrijheid nemen om te citeren uit het rapport? "De Commissie heeft moeten constateren dat de bestuurlijke en politieke situatie van zowel de gemeente Muiden als die van Weesp zorgelijk is en dat er op korte termijn oplossingen nodig zijn. De gemeente Weesp is al jaren politiek instabiel. Bovendien is de kwaliteit van de ambtelijke organisatie niet toereikend om de opgaven waar de gemeente voor staat te realiseren." Er liggen heel concrete problemen. Die zijn niet wetenschappelijk betwistbaar, ze zijn er gewoon; feitelijk. Mij interesseert wat de reactie van de SP is op de feitelijke problemen. Die moeten toch opgelost worden? Ze worden niet opgelost door die ideologische saus van "small is beautiful" die de SP eroverheen gooit.

De heer Van Raak (SP):

Ik begin altijd bij de ideologie en eindig in het concrete. Als de heer Schouw wat langer had gewacht, had hij dat verhaal ook gekregen. Professor Boorsma en doctor Herweijer, twee geleerden die veel weten over het lokale bestuur, hebben gezegd dat de provincie de mogelijkheid van een betere samenwerking tussen gemeenten niet serieus heeft onderzocht, dat de provincie haar wil lijkt door te drukken en dat de bevolking nauwelijks bij het proces is betrokken of dat haar mening opzij is geschoven. Ik kan ook citeren, ik heb het rapport hier liggen. Het liegt er niet om. Dan is het aan ons om een afweging te maken of juist niet. Later in deze bijdrage kom ik terug op de vraag hoe wij verder moeten met dit proces. Moeten wij hier ja of nee tegen zeggen of moeten wij wat anders doen?

De voorgestelde herindeling van Bussum, Muiden, Naarden en Weesp is flauwekul. Veel inwoners lieten zich horen, onder wie professor Heertje. Hij noemde deze fusie een "dom voorstel". Ik citeer nog meer. "Het is zo'n idioot misverstand dat groter ook beter is." In Bussum heeft 96% van de bevolking zich uitgesproken tegen deze herindeling en in Weesp 12% voor. De minister zegt: de gemeenten willen het weliswaar niet, maar het moet toch, want de bestuurlijke problemen zijn zeer urgent. Daarbij baseert de minister zich op een onderzoek uit 2005. Dat is zeven jaar geleden! De gemeenten liggen er nog steeds, dus was het in 2005 nu wel of niet zeer urgent? Hoe verhoudt dat zich dan tot de situatie in 2012?

Als gemeenten niet willen herindelen, wordt van bovenaf druk georganiseerd, in dit geval door het benoemen van een commissie van wijzen. De gemeenten Bussum, Muiden, Naarden en Weesp werken naar eigen zeggen op dit moment goed samen en zien veel mogelijkheden voor verdere samenwerking. Volgens deze commissie van wijzen zou samenwerking echter geen oplossing zijn. Dat weet deze commissie blijkbaar nu al. En – dat vind ik heel interessant – zij zegt dat er sprake zou zijn van onderling wantrouwen tussen de gemeenten. Ja, dank je de koekoek! Als je als gemeente zo in de hoek wordt gezet en er zo veel druk komt om jezelf op te heffen, kan ik mij wel voorstellen dat het vertrouwen in die samenwerking wat minder wordt. Bovendien, als er nu al te veel onderling wantrouwen is om te kunnen samenwerken, waarom zou er dan voldoende vertrouwen zijn om te kunnen fuseren, zo vraag ik de minister.

Wetenschap is discussie, zei ik al tegen de heer Schouw en die kan het weten. Wij hoeven het gelukkig niet alleen te doen met deze commissie van wijzen. Ik wees net al op de second opinion van professor Boorsma en doctor Herweijer, twee geleerden die veel kennis hebben van het lokale bestuur. De provincie heeft de mogelijkheden van betere samenwerking tussen gemeenten niet serieus onderzocht, alternatieven zijn niet serieus bekeken, de provincie heeft haar wil doorgedrukt en de bevolking is nauwelijks bij het proces betrokken. Dat is niet best. Nu stelt de minister dat dit onderzoek van professor Boorsma en doctor Herweijer niet door alle gemeenten is aangevraagd en daardoor minder objectief is. Dat vind ik heel opmerkelijk. Ik ben zo direct ook benieuwd naar de mening van de heer Schouw, maar meent de minister werkelijk dat een onderzoek objectiever is als er meer opdrachtgevers zijn? Volgens mij is dat je reinste flauwekul. Dus als drie ministeries opdracht geven voor een onderzoek, dan is dat objectiever dan als één ministerie dat doet? Ik snap daar werkelijk helemaal niks van. De minister moet het maar eens nalezen en mij uitleggen hoe dat zit.

Nog meer flauwekul. Wij hebben in de Kamer afgesproken dat herindelingen van onderop moeten komen, vanuit de gemeenten. De Tweede Kamer heeft vooral tot taak om dat proces te beoordelen, maar de minister zegt: ik ben voor herindeling van Bussum, Muiden, Naarden en Weesp, maar ik zou het ook prima vinden als de Kamer per amendement kiest voor een heel andere indeling. Wat willen wij nou? Willen wij herindeling van onderop door de gemeenten, door de bevolking met een terughoudende opstelling van de provincie en een toetsende rol van de Tweede Kamer, of niet? Ik denk dat de minister het met mij eens is, maar waarom moet de Tweede Kamer nu weer alles overhoop gaan gooien en weer van bovenaf gaan puzzelen van bovenaf aan een nieuwe herindeling?

De heer Braakhuis (GroenLinks):

Het is prima om te luisteren naar een verhaal dat aaneengeregen is van citaten, maar eentje klopt niet. "Van onderaf" betekent niet dat de bevolking zelf over de brug gaat komen, met alle respect, om een gemeentelijke herindeling aan te vragen. Ik begrijp dat het verhaal van de heer Van Raak gericht is aan het eigen electoraat. Dat is prima, maar wij moeten wel de juiste feiten blijven presenteren. "Van onderop" betekent vanaf gemeentelijk bestuurlijk niveau.

De heer Van Raak (SP):

Als het gaat over flauwekul, dan heeft GroenLinks hier de bodem bereikt. Ik zie dat de heer Schouw zich aangesproken voelt, maar GroenLinks heeft hier de bodem bereikt. Democratie is blijkbaar dat de leden van de gemeenteraad de lokale democratie opheffen. Daarin zit het verschil tussen onze partijen. Lokale democratie is van de burgers en als je de lokale democratie opheft, moet je dat vragen aan de burgers via een referendum of op een andere manier. Je moet de lokale democratie echter niet opheffen als de bevolking dat niet wil. Het getuigt van ongelooflijke bestuurlijke arrogantie als raadsleden tegen de wil van de bevolking de gemeente opheffen. Het gaat hier namelijk niet om het aanleggen van een weg, het aanleggen van huizen of de AWBZ. Het gaat hier om de kern: de lokale democratie. Die kun je niet opheffen als de bevolking, de dragers van de democratie, dat niet willen. Ik zou het fijn vinden als GroenLinks dat nou eindelijk eens een keer ging snappen.

De heer Braakhuis (GroenLinks):

Zucht.

De heer Van Raak (SP):

Dat is geheel wederzijds.

De heer Braakhuis (GroenLinks):

Natuurlijk begrijp ik dat, maar ik ga ervan uit dat de gemeentelijke apparaten in een representatieve democratie goed de lokale bevolking vertegenwoordigen. Ik kom daar niet aan, maar wij hebben wel met elkaar afgesproken dat op gemeentelijk bestuurlijk niveau overeenstemming kan worden gevonden om tot een herindeling te komen. Daar gaat het om. Dan is het aan de lokale fracties om daar een oordeel over te vellen en niet anders.

De heer Van Raak (SP):

Ja, behalve dat …

De voorzitter:

Mijnheer Van Raak, mag ik u erop wijzen dat het gaat om een wetsvoorstel voor de herindeling van deze vier gemeenten? Het beleidskader om tot herindeling te komen, is al een keer aan de orde geweest.

De heer Van Raak (SP):

Dat kan, maar het gaat over herindelingen. De hooghartigheid van GroenLinks-bestuurders blijkt hier weer eens te meer. Ook in de gemeenteraden van de betrokken gemeenten – ga maar eens in Bussum kijken – is namelijk ongelooflijk veel kritiek op deze herindeling. Was het dus maar zo gemakkelijk! Het is niet zo dat alle gemeenteraden van deze gemeenten staan te juichen bij deze herindeling. Helemaal niet. Het gebeurt dus op geen enkele manier van onderop, niet vanuit de bevolking en ook niet vanuit de raadsleden.

Ik wil wel de heer Van Beek een compliment maken, want hij heeft waarlijk zijn best gedaan. Hij heeft twee amendementen opgesteld waarin hij een nieuwe herindeling voorstelt, met Bussum, Muiden en Naarden, maar zonder Weesp. Hij heeft ook nog even verder gepuzzeld. In zijn voorstel krijgt Weesp de Bloemendalerpolder van Muiden. Bovendien stelt het Rijk zich garant als Muiden de nieuwe gemeente te veel gaat kosten. Ik vind het allemaal prachtig bedacht. Mijn respect daarvoor. Ik vraag me echter af of de heer Van Beek degene is die dit moet bedenken.

Ik zit hier niet voor mezelf, maar ik zit hier voor de bewoners van Bussum, Muiden, Naarden en Weesp. Ik vind het ongelooflijk moeilijk om hier in deze Kamer van bovenaf – hoger kan niet meer – goedkeuring te geven aan een geheel nieuw plan voor herindeling terwijl de bevolking er niet in is gekend. Ik zie graag dat bijvoorbeeld het alternatief van de heer Van Beek, of een aantal andere alternatieven, wordt voorgelegd aan de bevolking van deze gemeenten. Ik heb nog veel liever dat deze gemeenten gezamenlijk een plan maken voor de gemeenten en de regio, waar de bevolking enthousiast over is. Ik denk namelijk dat de Tweede Kamer iets doet wat zij niet moet doen. We zeggen altijd dat de Tweede Kamer terughoudend moet zijn en dat zaken van onderop moeten gebeuren, maar nu ligt er een voorstel voor een herindeling en gaan we zelf ermee puzzelen. Daarom vraag ik de minister of zij bereid is, het voorstel terug te nemen en de gemeenten de opdracht te geven om met een voorstel te komen dat steun heeft van de bevolking en waarover de bevolking enthousiast kan zijn. Hierdoor zullen deze gemeenten een toekomst hebben.

De heer Heijnen (PvdA):

De SP en de PvdA zijn bondgenoten in de roep om een krachtige overheid, die de infrastructuur goed inpast, natuurwaarden beschermt en in staat is op te komen tegen projectontwikkelaars met eurotekens in hun ogen, die geld willen verdienen ten koste van een gemeenschap. Wat betekent deze bijdrage van de heer Van Raak voor de burgers van de Gooi- en Vechtstreek, als hij deze doelen wil realiseren?

De heer Van Raak (SP):

Ik zie de paradox van de herindeling. Ik heb hierbij ook gewezen naar de regering. Gemeenten krijgen steeds meer taken, maar er wordt niet gevraagd of ze een herindeling willen. Ze krijgen steeds meer taken, het liefst met een forse bezuiniging. Wij willen allemaal dat het lokale bestuur zo dicht mogelijk bij de bevolking staat. Tegelijkertijd geven we de gemeenten zo veel taken, zo weinig geld en zo veel regels, dat het logischerwijs niet meer kan. Dan ontstaan er dus gemeenten met 80 kernen, die helemaal niets meer met het lokale bestuur te maken hebben. Mijn alternatief is dus – volgens mij was de heer Heijnen hier ook voor – om het aan gemeenten over te laten welke taken ze alleen of gezamenlijk uitvoeren of laten uitvoeren door een andere gemeente of door de provincie. Het is toch te gek voor woorden dat voor Muiden en Amsterdam eigenlijk dezelfde soort inrichting geldt? Gezien de verschillen in omvang, ligging en aard van gemeenten is het toch veel logischer om te kiezen voor meer maatwerk in het lokale bestuur? Daar wil ik graag met de heer Heijnen en de minister over nadenken. Die visie heb ik ook gevraagd van de minister. We schieten niets op met het voortdurend automatisch herindelen. Gemeenten schieten er bestuurlijk niets mee op, want over tien jaar komt er een nieuwe herindeling. Het bestuur wordt er ook echt niet goedkoper en beter van, maar komt wel steeds verder van de bevolking af te staan.

De heer Heijnen (PvdA):

Ik ken de heer Van Raak als een goed debater die altijd in staat is om heel kort te antwoorden. Hij geeft daar nu geen blijk van. Misschien maskeert hij daarmee wel dat de SP met lege handen staat tegenover de bevolking van Muiden, een gemeente die het echt moeilijk heeft, tegenover de bevolking van Weesp, waar ook problemen zijn, en tegenover de bevolking van alle vier de betrokken gemeenten, die smachten naar een krachtig gemeentebestuur.

De heer Van Raak (SP):

Ik maak geen probleem, maar ben geconfronteerd met een probleem, namelijk dat gemeenten hun werk niet hebben gedaan, dat de provincie haar werk niet heeft gedaan, dat de minister haar werk niet heeft gedaan en dat de vorige minister hier met een voorstel is gekomen waarvan hij zelf zegt: ik vind het prima als de Tweede Kamer met een heel ander voorstel komt. Het probleem is dat niemand de regie heeft genomen en met een goed voorstel is gekomen. De oplossing is dus om te komen met een goed voorstel dat past bij die gemeenten en dat gedragen wordt door de bevolking in plaats van nu een herindeling erdoor te duwen die niet past bij de gemeenten en waar de bevolking niet op zit te wachten. Je moet een nieuwe gemeente niet zo'n valse start geven. Je moet ook vooruit durven denken, zeg ik tegen de Partij van de Arbeid.

De heer Braakhuis (GroenLinks):

De behoudzucht en de demagogie druipt hier toch wel een beetje vanaf. Er is een groot verschil tussen het doen wat de bevolking wil en doen voor de bevolking wat je als bestuurder goed acht. Dat is een heel groot verschil. Daar gaat het hierbij wel voor een groot deel om. Met vier gemeenten, met allerlei identificatieprocessen van burgers in die gemeenten, maak je het nooit iedereen naar de zin. Maar met hetzelfde gemak omarmt de heer Van Raak het amendement van de heer Van Beek – hij complimenteerde hem ermee – waarmee een soort VVD-supergemeente tot stand komt.

De heer Van Raak (SP):

Zo veel domheid heb ik in deze zaal nog niet gehoord. Ik zal het even opschrijven …

De voorzitter:

Mijnheer Van Raak, moet ik uw microfoon uitzetten? Ik was dat eigenlijk niet van plan.

De heer Braakhuis (GroenLinks):

Dit verzet is alleen gericht op het halen van support bij de bevolking, maar duidt niet op het nemen van verantwoordelijkheid. Je kunt de gemeente Weesp niet “opzadelen” met een molensteen in de vorm van de Bloemendalerpolder, terwijl we weten dat er bestuurlijke kracht voor nodig is om dat allemaal tot een goed einde te brengen. Daar zijn Bussum en Naarden nu eenmaal voor nodig.

De heer Van Raak (SP):

Ik had net opgemerkt dat GroenLinks rock-bottom had bereikt, maar we zijn er toch doorheen gezakt. GroenLinks laat hiermee de bestuurlijke hooghartigheid opnieuw zien. GroenLinks wil niet nadenken en wil ook niet luisteren. Ik heb gezegd dat ik het voorstel van de heer Van Beek niet steun om de doodeenvoudige reden dat we hier niet over gaan. Ik wil dat namelijk teruggeven aan de gemeente en de bevolking. Het voorstel van de heer Van Beek kan dan een mooie optie zijn. We gaan er echter niet over!

De voorzitter:

Uw laatste interruptiemogelijkheid, mijnheer Braakhuis.

De heer Braakhuis (GroenLinks):

Ik heb mij laten verleiden door de complimenten die u gaf aan de heer Van Beek. Dat is een beetje dom, maar het neemt mijn kritiek niet weg. Het neemt ook mijn vraag niet weg, die u niet beantwoordt. Zadelt u niet de kleine gemeenten, die grote problemen hebben, zowel Muiden als Weesp, op met uw probleem in al uw pogingen om het voor de bevolking op te nemen? Volgens mij doet u dat namelijk.

De heer Van Raak (SP):

Ik mag de heer Van Beek er toch wel mee complimenteren dat hij twee amendementen heeft ingediend en dat hij daar veel werk van heeft gemaakt? Een beetje collegiaal zijn we toch wel? Ik vind het dapper van de heer Van Beek, maar heb ook gezegd dat hij het niet had hoeven doen omdat we er niet over gaan. Ik vind dat wij niet van bovenaf al die gemeenten opnieuw moeten gaan herindelen. Het valt mij tegen van GroenLinks dat die partij gemeenten die al zo veel problemen hebben, wil opzadelen met een herindeling die volgens mij bestuurlijk niet verantwoord is en waar de bevolking niet op zit te wachten. Je duwt deze gemeenten daarmee alleen maar verder in de problemen. Laat die gemeenten elkaar eens goed in de ogen kijken en met een overtuigend plan komen. Toets vervolgens bij de bevolking of het een overtuigend plan is. GroenLinks, de partij waarvan de woordvoerder lekker naast die van D66 zit, wil een tekentafeldemocratie door van bovenaf te gaan herindelen en D66 wil dat alle gemeenten uit 50.000 inwoners bestaan. En wat zeggen die partijen: ach, wat de bevolking ervan vindt, mijnheer Van Raak, dat vinden wij helemaal niet belangrijk.

De heer Van Beek (VVD):

Voorzitter. We spreken vandaag over het terugdraaien van een besluit dat in 1817 is genomen. In dat jaar scheidde Bussum zich af van de gemeente Naarden en werd het een zelfstandige gemeente. Er is veel bekend over de historie van beide gemeenten, vooral door het prachtige werk van de Historische Kring Bussum en het geweldige fotowerk van Martin Heijne. Dit proces heeft zo lang geduurd, dat ik zo langzamerhand over al deze publicaties beschik. Hoe we er ook over denken, het is een slecht herindelingsproces geweest. Er is geen enkele poging gedaan, door wie dan ook, om de betreffende gemeenten op één lijn te krijgen en ervoor te zorgen dat de gemeenschappelijke argumenten het uiteindelijk zouden winnen. Ik betreur vooral het feit dat de provincie Noord-Holland de rol die zij had moeten spelen, niet gespeeld heeft. Er is daar een besluit genomen, waarna het probleem in Den Haag is neergelegd. Daar ligt het nu al enkele jaren. Daarom ben ik blij dat we er vandaag over kunnen spreken en tot besluitvorming kunnen komen, welke kant dat besluit ook opgaat. Dan komt er in ieder geval helderheid voor de betrokken gemeenten.

Uit de hoorzitting die de Kamer gehouden heeft, is echt een rampzalig beeld naar voren gekomen. Volgens mij is er niemand aan het woord geweest die het eens was met een van de andere woordvoerders. Er heerste een ongelooflijke verdeeldheid. In de nazit was het helder dat iedereen zei: jullie moeten het maar doen; neem in godsnaam een beslissing en geef ons duidelijkheid. De laatste brief die wij hebben ontvangen van de provincie Noord-Holland is op 9 februari bij ons binnengekomen. Opnieuw zegt Noord-Holland: stem nu gewoon voor het herindelingsvoorstel, zonder op enige manier aan te geven hoe de verschillen overbrugd kunnen worden.

Wij hebben lang gesproken over herindelingskaders met de voorganger van deze minister. Of je nu voorstander bent van het huidige of het vorige herindelingskader, in alle gevallen wordt gesproken over draagvlak. Meestal gaat het om bestuurlijk draagvlak, maar er zijn partijen die hierin nog iets verdergaan, namelijk in de richting van de bevolking. Draagvlak is altijd een belangrijk criterium. Wij hebben niet alleen geluisterd naar de conclusies van de vier gemeenten, maar ook gekeken naar de argumentatie van de betreffende gemeenten en gemeenteraden. Wij zijn nagegaan of daarin oplossingen zijn te vinden die de partijen dichter bij elkaar zouden kunnen brengen. Ik zal kort aangeven wat de standpunten waren. Met name Bussum, de grootste gemeente, is mordicus tegen een GV4-oplossing, waarin de vier gemeenten bij elkaar worden gevoegd. Vooral het feit dat Weesp daarbij zit, is voor de gemeenteraad onoverkomelijk. In alle fasen van de besluitvorming is dat aan de orde geweest. De gemeente Naarden was in eerste instantie voorstander van de GV4-oplossing, maar heeft na de laatste verkiezingen gekozen voor de GV3-oplossing. Datzelfde geldt voor Muiden. Met name Weesp zou wel heel graag de GV4-oplossing willen.

Een van de punten die volgens mij ook in dit voorstel hadden moeten worden geregeld, namelijk de correctie van de gemeentegrens met Hilversum om de Hilversum Meent bij Bussum te trekken, is ook niet tot wasdom gekomen. Op zichzelf hoort dit in een proces van herindeling besproken te worden, maar ik heb geprobeerd om de problemen niet groter te maken dan ze al zijn. Dit punt heb ik dus maar laten liggen. Datzelfde geldt voor een wijziging van de gemeentegrens tussen Huizen en Naarden. Daar zijn nog wat problemen met woningbouw. Dat laatste zou door beide gemeenten zelf maar moeten worden opgelost door een dubbel raadsbesluit.

Ik heb de handschoen opgepakt die de voorganger van deze minister heel nadrukkelijk heeft geworpen in de richting van de Kamer, namelijk dat wanneer het draagvlak vergroot kan worden middels amendementen, we die discussie maar met elkaar moeten voeren. Ik heb een poging gedaan door het indienen van een tweetal amendementen. Het eerste strekt ertoe om Weesp buiten de herindeling te houden. Ik ben tot dit amendement gekomen omdat in elke combinatie waarin Weesp voorkomt, Bussum afwezig is en ik in alle besluiten die er in Bussum zijn genomen geen draagvlak kan vinden om in een combinatie met Weesp verder te gaan. Op een gegeven moment moet je daarvoor buigen en moet je dat respecteren en accepteren.

De heer Brinkman (PVV):

Om met de woorden van de SP te spreken, vind ik dit toch een voorbeeld van de arrogantie van de macht. Het is een tekentafelpolitiek waar ik eigenlijk geen woorden voor heb. De heer Van Beek zegt dat draagvlak zo belangrijk is. Dat ben ik met hem eens. Ik ga voor het burgerlijke draagvlak en niet voor het bestuurlijke draagvlak, maar ook ik vind draagvlak buitengewoon belangrijk. Als hij dat draagvlak zo belangrijk vindt, waarom sluit hij dan met zijn amendement de enige gemeente uit die wel wat ziet in de GV4 en buigt hij wel voor de bezwaren van een andere gemeente? Ik zeg op mijn beurt: als men niet mee wil doen, dan is dáár de deur. Maar dat zegt de heer Van Beek niet. Hij gaat hier in het veilige Den Haag, in de Tweede Kamer tekentafelpolitiek bedrijven. Hij zet ergens een lijntje, haalt er nog een poldertje bij en is dan niet zo mans om de Hilversumse Meent door te schuiven, wat hij zegt graag te willen doen. Waarom het een wel en het ander niet? Als hij draagvlak zo belangrijk vindt, vraag ik hem waarom hij Weesp uitsluit die als enige gemeente die GV4 wel wil en hij buigt voor de wil van een andere gemeente.

De heer Van Beek (VVD):

Als je zoekt naar draagvlak voor een fusie heb je met meerdere partners te maken. Als de ene partner niet wil en de andere partner wel, zal je uiteindelijk tot een keuze moeten komen. Het is ondenkbaar dat je in dat gebied een herindeling tot stand brengt waar Bussum niet bij betrokken is. U wilt toch niet de gemeente Weesp en de gemeente Muiden bij elkaar voegen om vervolgens te denken dat u het probleem hebt opgelost? In mijn zienswijze is het uitgangspunt dat er een oplossing moet worden gevonden waarin Bussum participeert als grootste gemeente en als trekker van het bestuurlijk proces zoals dat in die regio moet plaatsvinden. Dus voor mij was die afweging nogal helder.

De heer Brinkman (PVV):

Dan concludeer ik dat de woorden die de VVD spreekt over draagvlak geen enkele waarde hebben en dat dit een voorbeeld is van de tekentafelpolitiek die de VVD met bestuurlijke herindelingen hanteert, namelijk: de een wil niet en de ander wel, dus wij beslissen hier in Den Haag hoe het moet. Dat is niet kijken naar draagvlak.

De heer Van Beek (VVD):

We hadden ook de mogelijkheid om het wetsvoorstel gewoon af te stemmen onder het motto "ze willen niet". Maar ook dan heb je het probleem niet opgelost. Ik vind dat het probleem eerder had moeten worden opgelost, met name door de provincie Noord-Holland. Dat laatste is niet gebeurd. Nu het voorstel door het kabinet in deze vorm hier is neergelegd en het ook zelf heeft gezegd dat er wat hem betreft valt te praten over wijzigingen die het draagvlak kunnen vergroten, heb ik van die uitnodiging gebruikgemaakt.

De heer Van Raak (SP):

Behalve de heer Braakhuis van GroenLinks is er werkelijk niemand in Nederland die dit een goed herindelingsproces vindt. Ook de heer Van Beek geeft aan er helemaal niet gelukkig mee te zijn. Complimenten ervoor dat hij geprobeerd heeft iets in elkaar te knutselen. Echter, zijn wij de personen om dat te doen? Als het herindelingsproces niet goed is verlopen, moeten wij dat toetsen als Tweede Kamer. Als blijkt dat het niet goed is verlopen, moeten we het teruggeven aan de minister die het vervolgens weer kan teruggeven aan de gemeenten. Is dat niet veel beter dan het geknutsel hier?

De heer Van Beek (VVD):

Ik draai al een paar jaar mee, als het gaat om dit soort voorstellen. Het was heel gebruikelijk om amendementen in te dienen bij de discussies over herindelingen in de Kamer. Dat hoort bij ons vak. Op het moment dat de regering een wetsvoorstel bij ons neerlegt, hebben wij er als medewetgever voor te zorgen dat dit uiteindelijk een meerderheid in de Kamer haalt, waar we zogezegd onze handtekening onder durven te zetten. Ik kan mij voorstellen dat iemand in een eerdere fase had gezegd: begin maar opnieuw of doe het maar anders. Nu dat niet het geval is en het wetsvoorstel hier ligt, zijn wij aan de beurt.

De heer Van Raak (SP):

Hoe gaan we dan voor de stemming toetsen of de bevolking van de betrokken gemeenten dit een goed voorstel vindt?

De heer Van Beek (VVD):

Alle debatten die de heer Van Raak en ik tot nu toe hebben gevoerd over dit onderwerp, zijn over dit onderdeel gegaan, namelijk of we vinden dat er sprake moet zijn van bestuurlijke steun of van steun van de bevolking. Ik heb de heer Van Raak bij al deze debatten uitgenodigd, en dat doe ik vandaag ook weer, om een voorstel te doen om de Wet ARHI te wijzigen, als hij vindt dat het anders moet, met name door er een referendumprocedure in te brengen. Deze staat niet in de wet, deze kennen we niet. Wij gaan uit van bestuurlijk draagvlak en dat doen we ook vandaag.

De heer Schouw (D66):

Mijn fractie vindt dat elke parlementariër recht heeft op een onbezonnen daad, dus ook de heer Van Beek. Tegelijkertijd ben ik het wel helemaal eens met de opmerkingen van de heer Brinkman, want het is natuurlijk tekentafelgeknutsel van de heer Van Beek. Ik snap er echt helemaal niets van. Weesp zegt dat ze dat knutselalternatief van Van Beek niet moeten hebben, want dat komt onvoldoende tegemoet aan het gebrek aan bestuurskracht dat door henzelf wordt geconstateerd. Hoe weegt de heer Van Beek deze heel serieuze opmerking van de gemeente Weesp? Ze willen die knutseloplossing helemaal niet.

De heer Van Beek (VVD):

Ik kan me dat heel goed voorstellen, want Weesp blijft na amendering buiten het voorstel. Ik zal hierover straks nog spreken. Het gaat erom dat de combinatie Weesp en Bussum er niet inzit. Daar is geen draagvlak voor. D66 zal deze constatering moeten steunen, want dat is gewoon een feitelijke constatering.

De heer Schouw (D66):

Wat er gebeurt, is dat er een bestuurlijk weeskind wordt gecreëerd door het amendement-Van Beek. De gemeente Weesp wordt in het ravijn gestort. Zij zeggen dat zij dat niet aankunnen, omdat zij onvoldoende bestuurskracht hebben. De VVD-fractie zet willens en wetens de deur open om een gemeente te creëren die de eigen problemen niet aankan. Ik begrijp dat niet. Ik vind het argument dat de heer Van Beek aanvoert als draagvlak, echt te mager. Kan de heer Van Beek wat meer opheldering geven hoe hij in de toekomst met het couveusekind Weesp denkt om te gaan?

De heer Van Beek (VVD):

Daar kom ik later in mijn verhaal op terug. De collega van D66 zal zich moeten realiseren dat als de grootste van de partners, degene die de dragende functie zou moeten hebben en die uiteindelijk leiding moet geven aan het herindelingsproces, de gemeente Bussum, niet meedoet, er niets terechtkomt van de fusie. Dat kun je niet alleen Bussum niet aandoen, dat kun je Weesp ook niet aandoen. Wat dat aangaat, zal de heer Schouw zich moeten vergewissen van de feiten en op basis van feiten tot keuzes moeten komen. Dat heb ik ook gedaan.

Mevrouw Ortega-Martijn (ChristenUnie):

De heer Van Beek eindigde met de woorden "op basis van feiten". Feit is dat ook de gemeente Bussum niet blij is met dit alternatief. Wat haar betreft wordt gekozen voor een fusie van Bussum en Naarden en een ambtelijke fusie met Muiden. Waarom heeft de heer Van Beek dit alternatief niet in zijn amendement opgenomen?

De heer Van Beek (VVD):

Mag ik dat in mijn betoog meenemen? Ik kom daar nog uitgebreid op terug.

Het tweede deel van het eerste amendement beoogt om niet alleen Weesp buiten de herindeling te houden, maar ook om een kleine grenscorrectie aan te brengen voor de Bloemendalerpolder. De ontwikkeling van die polder moet in één hand zijn en niet in handen van meerdere gemeenten. Het is niet meer dan eerlijk dat de gemeente Weesp niet met dit extra probleem wordt geconfronteerd als zij uit de fusie valt. Ik heb die grenscorrectie heel bewust in dit voorstel verwerkt.

Het tweede amendement dat ik heb voorgesteld, heeft betrekking op de problematiek van het KNSF-terrein. In de loop van de jaren – met name naar aanleiding van de uitspraak van de rechter over de bestuurlijke behandeling van deze problematiek door de gemeente Muiden – wordt er over steeds grotere bedragen gesproken in verband met de risico's die zich hier zouden voordoen. Ooit sprak men over 20 mln., later over 50 mln., toen over 200 mln. en het laatste cijfer is 380 mln. Voor mij is dit allemaal onzin, maar ik kan me goed voorstellen dat vooral de gemeenteraad van Bussum geen beslissing wil nemen over de positie van de gemeente Muiden voordat helderheid is ontstaan over die problematiek en dat de raad alleen bereid is tot ambtelijke samenwerking.

Ambtelijke samenwerking is onvoldoende voor de positie waarin de gemeente Muiden verkeert. De gemeente Muiden is er echt aan toe om opgenomen te worden in een groter bestuurlijk verband; er zijn te veel problemen, ambtelijk en bestuurlijk, om dit zo maar te laten liggen. Daarom heb ik gezocht naar mogelijkheden om dit risico zodanig te beperken dat dit besluit niet over tien jaar, maar nog deze week kan worden genomen. Vandaar de formulering van het tweede amendement. Ik hoor graag het oordeel van de minister over beide argumenten en dan met name over het tweede argument.

De heer Braakhuis (GroenLinks):

Ik vraag opheldering aan de heer Van Beek, want ik proef een soort willekeur. De problemen van Muiden zijn acuut en ernstig en de gemeente moet zich dus maar schikken, niet alleen ambtelijk maar volledig. De gemeente Weesp die met haar eigen problemen kampt en die minstens zo groot zijn – de ontwikkeling van de Bloemendalerpolder is een enorm project – laat de heer Van Beek echter vallen. Vanwaar deze willekeur?

De heer Van Beek (VVD):

Ik heb beloofd dat ik later op de situatie van Weesp zou terugkomen. Dit heeft niets met willekeur te maken. Ik zoek naar oplossingen. De gemeente Bussum heeft zich bereid getoond om samen te gaan met Naarden en ambtelijk samen te gaan met Muiden. Daarnaast is zij bereid met Muiden te fuseren als helder is welke risico's zij daarmee loopt. Als ik dit risico in mijn tweede amendement verhelder en weet te beperken, haal ik er het maximale uit door een fusie tussen die drie gemeenten mogelijk te maken. Dit alles in de situatie dat een fusie met Weesp niet door mij, maar door de betreffende gemeenten is uitgesloten.

De heer Braakhuis (GroenLinks):

De heer Van Beek zal het toch met mij eens zijn dat een gemeente als Bussum, die eigenlijk in een soort "ruimtelijkeordeningskorsetje" zit voor wat betreft de woningbouw, veel baat bij en kans heeft door de toevoeging van de gemeente Weesp aan haar grondgebied. Daarmee help je de gemeente verder. Waarom is de heer Van Beek daartoe dan niet bereid?

De heer Van Beek (VVD):

Omdat ons oordeel uiteindelijk niet van doorslaggevende aard is. Het draagvlakbeginsel vraagt dat ook de gemeenteraad van Bussum tot dat oordeel komt. Die combinatie is altijd uitgesloten, in alle fasen van het herindelingsproces over alle jaren heen, door alle partijen heen; het is altijd een unaniem besluit geweest, niet van links of rechts. We kunnen dat jammer vinden, we kunnen zeggen dat we dat anders hadden kunnen doen als we dat zelf hadden kunnen bedenken, maar dit is de feitelijke situatie waarmee we als Kamer worden geconfronteerd.

Mevrouw Bruins Slot (CDA):

Voorzitter. In het amendement van de heer Van Beek is een unieke constructie opgenomen over die claim van Muiden. Die claim hangt eigenlijk ook als een soort zwaard van Damocles boven de gemeenten. De heer Van Beek zegt vrij gemakkelijk dat hij die claim onzin vindt, maar laten we eens doen alsof die claim geen onzin is. Als het plan van de heer Van Beek doorgaat, wat betekent dat dan voor de nieuwe gemeente? Betekent dit dat de nieuwe gemeente direct in een artikel 12-situatie terechtkomt als Muiden die claim wordt toegewezen? En als we even doen alsof het geen onzin is, om welk bedrag gaat het dan eigenlijk?

De heer Van Beek (VVD):

Ik ben blij met deze vraag, want achter deze vraag steekt een groot misverstand. Ik heb geprobeerd – overigens niet alleen, maar met de ambtelijke steun van het ministerie – om een formulering te kiezen, waarbij het maximale risico voor de nieuwe gemeente Naardermeer wordt beperkt tot het risico dat de oude gemeente Muiden binnen de artikel 12-norm zelfstandig zou aankunnen. Omdat in de zelfstandige situatie alles wat daarboven uitkomt, in een artikel 12-procedure terecht zou komen en dus op een andere wijze zou worden gefinancierd, buiten de gemeente om, heb ik ervoor gezorgd dat in artikel 5 diezelfde situatie ontstaat, ook na de fusie. Laat ik zeggen: die artikel 12-situatie slaat niet op de gemeente Naardermeer of op de gemeente Bussum, maar op de artikel 12-situatie van de gemeente Muiden.

Mevrouw Bruins Slot (CDA):

Hebben we hiermee zekerheid dat, als een claim wordt toegewezen, de nieuwe gemeente op de tekentafel van de heer Van Beek niet direct een artikel 12-gemeente wordt? Heeft de heer Van Beek op dit moment bijvoorbeeld ook inzicht in wat de draagkracht van Muiden is op basis van het Gemeentefonds en de artikel-12 procedure?

De heer Van Beek (VVD):

Nee, dat heb ik niet. Maar daar ging het mij ook niet om, het ging mij om de systematiek. De eerste vraag kan ik nadrukkelijk beantwoorden: er kan nooit een artikel 12-situatie voor de gemeente Naardermeer ontstaan. Er zou een artikel 12-situatie zijn ontstaan voor de oude gemeente Muiden. Daar zit een verschil in. Vandaar dat op deze manier een oplossing en zekerheid wordt gevonden. De gemeente Bussum zei: nu ambtelijk, maar pas definitief na de afwerking van een claim en dat kan nog wel tien jaar duren. Ik heb geprobeerd om dit zodanig te maximeren, dat er zekerheid ontstaat, het besluit nu kan worden genomen en er een normale bestuurlijke situatie zou kunnen ontstaan van een fusie van drie gemeenten.

Ik begrijp heel goed dat Weesp graag in dit proces had willen meedraaien, maar ik denk dat ik, met de keuze die van buitenaf op ons afkomt en die ik heb gerespecteerd vanwege het draagvlakbeginsel, de gemeente Weesp in mijn voorstel goed heb behandeld; en wel door de grenscorrectie zodanig aan te brengen, dat de ontwikkeling van de Bloemendalerpolder in één hand komt en de gemeente Weesp daarmee verder kan. Ik vraag de minister of zij bereid is om, samen met Weesp en de provincie Noord-Holland, een onderzoek te laten doen naar de toekomstperspectieven van Weesp. Wil men zelfstandig verder in deze vorm, of wil men opnieuw om zich heen kijken, om tot samenwerking of fusieafspraken te komen? Zou de minister ons op enig moment daarover kunnen rapporteren?

De heer Van der Staaij (SGP):

Het tweede amendement van de heer Van Beek regelt volgens mij dat de financiële claim zowel gelegd kan worden wanneer de herindeling heeft plaatsgevonden als wanneer die niet heeft plaatsgevonden. Als de herindeling heeft plaatsgevonden, wordt met andere woorden gedaan alsof die niet heeft plaatsgevonden. Ik begrijp die lijn en ik zie aan de heer Van Beek dat dit inderdaad de bedoeling is. De heer Van Beek heeft artikel 5a, lid 1 echter imperatief geformuleerd: verleent onze minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, in overeenstemming met onze minister van Financiën, de gemeente op haar verzoek een aanvullende uitkering als bedoeld in artikel 12 van de Financiële-verhoudingswet. Betekent dat dat men ook in de situatie dat er geen sprake is van een herindeling tot de conclusie kan komen dat, gelet op de omvang van het bedrag, er geen bijdrage zal worden verleend op grond van artikel 12 van de Financiële-verhoudingswet?

De heer Van Beek (VVD):

Als ik de heer Van der Staaij goed begrijp, is dat inderdaad een mogelijkheid. Maar als die mogelijkheid werkelijkheid wordt, bestaat deze wet niet meer, aangezien de herindeling dan niet heeft plaatsgevonden.

De gemeente Bussum heeft aangegeven dat ze bereid is om nu al ambtelijk de volgende stap te zetten, maar de definitieve stap wil deze gemeente pas zetten als bekend is hoe het er precies uit gaat zien. Met het oog daarop heb ik geprobeerd om de claim te maximeren. Als er een claim zou worden gelegd, dan zou die wat mij betreft maximaal moeten zijn. En dat maximum is gelijk aan de claim die gelegd kan worden wanneer de gemeente Muiden zelfstandig blijft.

De heer Van der Staaij (SGP):

Het maximum is mij duidelijk. Ik richt mij dan ook op het minimum. De minister geeft in de brief aan dat in de situatie van een claim zal worden bezien of en, zo ja, welke aanvullende uitkering nodig is. Het eerste lid is in het amendement echter imperatief geformuleerd en daarmee zegt de heer Van Beek eigenlijk: er moet sowieso een bijdrage worden verleend.

De heer Van Beek (VVD):

Er moet alleen dan een bijdrage worden verleend, wanneer het bedrag van de artikel 12-norm wordt overschreden, want anders zou het ten laste komen van de nieuwe gemeente Muidermeer. Die gemeente kan dat bedrag waarschijnlijk best betalen, maar zij zal natuurlijk zeggen: dat probleem wil ik er niet bij hebben.

De heer Heijnen (PvdA):

De heer Van Beek beoogt met zijn amendement, de bestuurskracht van Weesp te versterken. Kan hij mij uitleggen wat een gemeente met 17.000 inwoners heeft aan een perspectief op een jaarlijkse groei met 275 woningen vanaf 2015? Wat voegt dat toe aan de bestuurskracht van die gemeente? Wat voegt dat toe aan de financiële positie van die gemeente? Laat hij die gemeente om met de heer Schouw te spreken niet gewoon "verweesd" achter? Speculeert hij wellicht op toekomstige herindelingen? Zo ja, dan moet ik toch zeggen dat ik dat niet gewend ben van de VVD-fractie. Deze fractie toetste herindelingen tot nu toe namelijk op alle aspecten. Dat wil zeggen: niet alleen op draagvlak, maar ook op interne samenhang, externe samenhang en duurzaamheid. Dit voorstel van de heer Van Beek voldoet niet aan heel veel van die criteria.

De heer Van Beek spreekt over feiten als hij het draagvlak noemt. Is hij in staat om mij één document te tonen waaruit blijkt dat Bussum achter het geamendeerde wetsvoorstel staat?

De heer Van Beek (VVD):

Er wordt voorgesteld om een bepaalde gemeente uit een wetsvoorstel te halen. Dat is niet nieuw, want dat hebben wij al met heel veel plaatsen gedaan. Soms zijn daarop na onderzoek nieuwe herindelingsprocessen gevolgd.

De gemeente Weesp zit in een buitengewoon interessante situatie. Als de economie en de bouw weer aantrekken, mag deze gemeente immers een grootschalig ontwikkelingsplan ten uitvoer brengen. Honderden gemeenten zouden zich bij zo'n vooruitzicht de vingers aflikken. Het merendeel van de gemeenten heeft die bouwruimte namelijk niet. Daarom komen die gemeenten vaak in de problemen, maar het ontwikkelingsperspectief is op zichzelf heel positief. Daarin staat Weesp niet alleen, want deze gemeente heeft daarbij ook steun van de provincie Noord-Holland.

Ik heb gevraagd om samen met Weesp en Noord-Holland te onderzoeken wat de beste bestuurlijke stappen zijn voor de gemeente Weesp als deze herindeling er niet komt, maar ook om hun de ruimte en de tijd te geven om dat zelf goed te verwoorden en inhoud te geven. Ik schuif dus niets op de lange baan, maar dit hoort bij de normale handelwijze bij keuzes inzake herindeling die regelmatig in de Kamer aan de orde zijn.

De heer Heijnen (PvdA):

Het spijt mij, maar de heer Van Beek geeft geen antwoord op mijn vraag enig document te overleggen waaruit blijkt dat Bussum wel achter het geamendeerde wetsvoorstel staat. Ik wil graag dat de heer Van Beek deze vraag beantwoordt.

Maar belangrijker is de positie van Weesp. De heer Van Beek zegt dat de gemeente baat heeft bij de grote bouwlocatie. Hij weet niet waar hij het over heeft. Een gemeente van deze omvang is niet in staat met de risico's van deze tijd de publieke belangen te behartigen bij het realiseren van zo'n grote bouwlocatie. Noem mij één voorbeeld van een gemeente van zo'n schaal die zo'n uitbreiding heeft gerealiseerd.

De heer Van Beek (VVD):

Er was een aantal vragen gesteld. Ik ben inderdaad vergeten die eerste vraag te beantwoorden. Daar moet ik dus even goed naar kijken.

Ik heb aangegeven dat ik het als positief inschat dat de gemeente Weesp een dergelijke bouwlocatie tot ontwikkeling kan brengen, met hulp van de provincie. De belemmeringen die er zijn, bijvoorbeeld doordat andere gemeenten zich daar ook mee bezig zouden houden, kunnen worden weggenomen door ervoor te zorgen dat het beheer in één hand komt. Ik vind dat positief. Er zijn ook andere kleine gemeenten die heel nadrukkelijk heel grote bouwlocaties tot stand gebracht hebben. Ik denk hierbij bijvoorbeeld aan Ypenburg. Dat is denk ik niet het punt.

De heer Heijnen vroeg of ik beschik over een brief. Die brief heb ik niet, maar ik heb eerder in mijn betoog gezegd dat ik mij niet heb gericht op de formele conclusies van gemeenten. Ik ben ingegaan op de argumentatie van gemeenten en ik heb gereageerd op argumenten die de gemeenten zelf hadden in het kader van hoever ze wilden gaan. Ik communiceer daar dus over met de Kamer en met de gemeenten. Bussum zei: ja, akkoord met Naarden, ambtelijk akkoord met Muiden, maar er is pas een totaal bestuurlijk akkoord als dat het financiële risico is weggenomen. Ik probeer dat in het tweede amendement te doen. Doordat ik dat doe, denk ik dat ik maximaal tegemoetkom aan de inhoud zoals die door gemeenteraad van Bussum is neergelegd. Ik ben echter ontzettend benieuwd naar het betoog van de heer Heijnen en naar de wijze waarop hij het oplost. Ik heb steeds naar de inhoud gekeken.

De heer Brinkman (PVV):

Ik ben deze zwalkende argumentatie van de heer Van Beek niet gewend. Dat past niet bij de VVD. Ik ben dus heel op zoek naar een argumentatie, ten eerste om Weesp eruit te halen en ten tweede – dat intrigeert mij – om juist de Bloemendalerpolder naar Weesp te brengen. Ik heb begrepen dat de lobbymachine goed zijn werk gedaan heeft bij de VVD en dat de heer Van Beek ook contact heeft gehad met de commissaris van de Koningin, met de provincie. Ik hoop dan ook dat de commissaris van de Koningin, de heer Remkes, hem verteld heeft dat de Bloemendalerpolder subject van onderzoek is naar mogelijke malversaties binnen de operatie Schoon Schip. "I smell something fishy", zal ik dan maar zeggen in het Engels. Ik wil daarover gewoon helderheid hebben. Wat is nu precies de argumentatie om de Bloemendalerpolder bij Weesp te voegen? Collega Heijnen en anderen hebben bedenkingen of de bestuurskracht van de gemeente Weesp met 17.500 inwoners voldoende is om zo'n groot project aan te kunnen, in een periode waarin geen mens erover denkt om zo'n groot commercieel project uit te voeren. Wij weten allemaal dat het nog wel vijf tot tien jaar kan duren voordat er überhaupt geld uit gaat komen. Het is een zeer risicovol project en ik wil echt weten waarom de VVD vindt dat dit project naar Weesp toe moet.

De heer Van Beek (VVD):

Het moet niet naar Weesp toe, het is al van Weesp. De Bloemendalerpolder, en helemaal het deel dat bebouwd gaat worden, ligt volledig op het grondgebied van Weesp. Wat ik doe, is een kleine grenscorrectie aanbrengen op het deel dat op dit moment nog grasland is. In het oorspronkelijke plan is hier natuurontwikkelingsgebied voorzien. Het gaat erom dat dit in dezelfde bestuurlijke hand komt. Ik heb geen andere afweging gemaakt. Daarnaast heb ik mij absoluut niet beziggehouden met allerlei andere zaken waarmee u zich op provinciaal niveau hebt beziggehouden. Daar staat dit los van. Ik heb het alleen maar over een publiekrechtelijke situatie, namelijk gemeentegrenzen.

De heer Brinkman (PVV):

Ik krijg totaal geen antwoord. Ik begrijp dat de heer Remkes dit niet aan de heer Van Beek heeft verteld, want anders had hij mijn vraag wel beantwoord. Maar op mijn vraag over het onderbrengen van een zo groot, risicovol project bij een zo kleine gemeente krijg ik geen antwoord. Kennelijk moet dat project op een of andere manier toch naar Weesp. Hoe je het wendt of keert, er is een grenscorrectie aangebracht in de richting van de gemeente Weesp. De heer Van Beek had het ook gewoon de andere kant op kunnen doen. Daar heeft hij kennelijk niet voor gekozen en dat vind ik zeer merkwaardig. Ik kom er niet achter, maar ik heb sterk het vermoeden dat er andere argumenten zijn om dit te doen.

De heer Van Beek (VVD):

Ik vind dat buitengewoon suggestief en het is beneden alle niveau om op die manier met elkaar te debatteren. Het zou een schande zijn geweest als ik de hele Bloemendalerpolder bij Weesp had weggeamendeerd. Dan zou Weesp terecht over de rooie zijn gegaan. Ik heb nu juist heel nadrukkelijk gezegd: de Bloemendalerpolder ligt voor 90% in Weesp. Het laatste stukje, naast het nieuwe talud van de A1, is een stuk grasland dat deel uitmaakt van het ontwikkelingsgebied. Het hoort nu bij de gemeente Muiden. Dit hoort erbij, om ervoor te zorgen dat de hele Bloemendalerpolder in één ontwikkelingshand komt, met steun van de provincie Noord-Holland. Zolang dat project niet tot ontwikkeling komt, zijn er ook geen specifieke kosten. Het is gewoon grasland. Op het moment dat de economie er anders uitziet en men tot ontwikkeling wil overgaan, gemeentelijk dan wel provinciaal, liggen er grote mogelijkheden. Het zou unfair zijn geweest om dit bij de gemeente Weesp weg te halen. Het heeft ook nooit in mijn gedachten gespeeld om dat te doen.

Ik heb wel nagedacht over het alternatief dat ons is aangeboden door de heer Mok, en ik wil dat ook genoemd hebben. Hij heeft een andere splitsing voor ogen, namelijk het splitsen van de gemeente Muiden in Muiden en Muiderberg, zodanig dat Muiderberg bij het Gooi zou kunnen blijven en Muiden bij Weesp zou kunnen worden gevoegd. Ik vind dat daar op zichzelf heel interessante aanknopingspunten inzitten. Ik heb daar heel serieus naar gekeken, maar ik heb tegelijkertijd geconstateerd dat ik van de zijde van het college van burgemeester en wethouders, noch van de zijde van de gemeenteraad enig positief signaal heb ontvangen waaruit blijkt dat daar steun voor is. Ik probeer een aantal problemen op te lossen en er niet een aantal daarvoor in de plaats te creëren. Om die reden heb ik uiteindelijk de lijnen op de kaart gezet zoals die er staan en niet anders.

Ik heb ook geluisterd naar de discussies die met name rond de jaarwisseling weer opkwamen. Die hadden betrekking op een veel grotere herindeling. Gooistad is toen weer naar voren gekomen. Toen is de vraag aan ons voorgelegd of we niet eens zouden moeten stoppen met deze herindeling en of we niet een nieuwe ARHI-procedure zouden moeten beginnen en daarbij een veel groter deel van het Gooi moesten betrekken. Ik vind dat geen goede stap, los van de vraag of het allemaal zo grootschalig moet. Als je echter stopt met een herindelingproces, je met lege handen staat en je begint aan het grootste herindelingproces dat dit land ooit heeft gekend, dan is de kans te groot dat je na heel veel jaren toch weer met lege handen staat. Ik heb wel gekeken of datgene wat we nu doen, geen beletsel hoeft te zijn voor een volgende stap, als men in die regio vindt dat die over tien of twintig jaar moet worden gezet.

Ik heb geprobeerd om de handschoen op te pakken en om een situatie te creëren. Laat ik het anders zeggen: ik heb geprobeerd, heel goed te luisteren naar de argumenten en ik heb het gevoel dat de problemen voor zowel Bussum als voor Naarden en Muiden opgelost zijn als beide amendementen worden aangenomen. En ik hoop dat we in goed overleg naar Weesp kunnen kijken. Geef hen daarvoor vooral de tijd en de ruimte.

Ten aanzien van de ingangsdatum van de herindeling moeten we constateren dat gemeenten ons meestal vragen om het snel te regelen omdat zij helemaal klaar zijn, alles geregeld is en ze er echt op rekenen dat ze per 1 januari kunnen beginnen. Voor dit herindelingproces geldt dat er nog niets is geregeld. Het gehele ambtelijke en bestuurlijke proces moet eigenlijk nog beginnen. Om die reden verzoek ik u om de publicatie in het Staatsblad zodanig te "doen" dat herindeling zal plaatsvinden per 1 januari 2014.

Ik ga graag het debat met de collega's aan en ben ervan overtuigd dat we, ondanks de moeilijke start van dit voorstel, uiteindelijk toch met een echte herindeling kunnen eindigen. Dat zou wat waard zijn. Ik hoop dat we dat debat op inhoud met elkaar kunnen voeren.

De heer Heijnen (PvdA):

Voorzitter. Wat deze Kamer vandaag tot aan de stemmingen van komende dinsdag moet doen, is eerst en vooral een knoop doorhakken. Deze herindeling speelt tenminste zeven jaar. In 2005 is vastgesteld dat de afzonderlijke gemeenten, althans een deel daarvan, niet in staat zijn om de taken uit te voeren op de wijze die burgers van die gemeenten mogen verwachten.

De PvdA-fractie is niet a priori voor herindelingen op grotere schaal. Integendeel, zij is voor een bestuur dat zo dicht mogelijk bij de burger staat. Het moet echter wel een bestuur zijn dat aanspreekbaar is, ook omdat het iets te zeggen heeft. Het moet een bestuur zijn dat geen speelbal is van ontwikkelingen in de samenleving waartegen men niet bestand is. Niemand heeft behoefte aan een bestuur dat daartegen niet bestand is, een zogenaamd fopbestuur. Dat kan dan wel dichtbij staan, maar dat heeft niets te zeggen.

Wat zijn nu de uitdagingen waar de regio Gooi en Vechtstreek, de vier gemeenten, voor staat? Men moet bestand zijn tegen de verstedelijking die, ongeacht of er een crisis is of niet, boven dat gebied blijft hangen dat centraal gelegen is tussen Almere, Utrecht en Amsterdam. De hele geschiedenis van dat gebied kenmerkt zich door ongestuurde, ongecontroleerde uitbreidingen. Men moet hoeder zijn van natuur, recreatie en cultuur en me dunkt dit gebied kent belangrijke natuur-, recreatie- en cultuurwaarden. Men moet op een zorgvuldige wijze de infrastructuur inpassen die tussen Amsterdam, Utrecht en Almere in ontwikkeling zal blijven de komende tijd. Men moet voldoende tegengas kunnen bieden aan private ontwikkelingen, zowel de bonafide als zeker ook de malafide private ontwikkelingen. Collega Brinkman wees al op een onderzoek dat plaatsvindt naar verschillende projecten in dit gebied. Ten slotte moet men een nieuwbouwopgave goed vormgeven. In 2005 is al vastgesteld dat het bestuur daar niet aan voldeed en dat de samenwerking tussen de gemeenten tekortschoot. Vervolgens heeft de provincie Noord-Holland – ik meen dat de PvdA toen geen deel uitmaakte van het college – zijn verantwoordelijkheid genomen, ook zonder mijn partij, om een herindeling op gang te brengen. Men heeft daar de gebruikelijke werkwijze aangehouden en men heeft vastgesteld dat er op dat moment een draagvlak was van drie van de vier gemeenten voor wat ik dan maar kortheidshalve de GV4-oplossing noem.

De toenmalige minister heeft, geconfronteerd met het herindelingsrapport van Noord-Holland en de aarzelingen die hij informeel uit de Kamer had vernomen, een commissie van wijzen ingesteld om de Kamer tegemoet te komen en om te bezien of dat de aarzelingen kon wegnemen. Dat is een bijzondere procedure. Dat doen we bij andere herindelingsvraagstukken nooit. Die wikkelen we gewoon hier af. Ik ben niet in alle opzichten een fan van voormalig minister Donner, maar hij was wel zo verstandig om een second opinion te vragen en om nog een keer te laten kijken naar het wetsvoorstel dat hij had gemaakt op aangeven van de provincie Noord-Holland. Ik heb dat rapport niet één keer en niet twee keer gelezen, maar meerdere keren. Volgens mij staat daar klip-en-klaar in dat de enige weg de GV4 is. Er staat in dat er geen andere weg is, dat het niet zo is dat andere varianten op meer draagvlak kunnen rekenen, dat het niet zo is dat andere varianten de belangen van de burgers in dit gebied beter behartigen als het gaat om de uitdagingen die ik net noemde.

Wij moeten nu knopen doorhakken. Ik realiseer me dat dit een bittere pil is voor politiek en bestuurlijk Bussum. Ook mijn partijgenoten, die zich in Bussum uitstekend hebben verzet tegen de mogelijke herindeling. Ik heb daar respect voor, maar op enig moment kun je over zaken anders beslissen, omdat je ook een andere, ruimere verantwoordelijkheid hebt. De Partij van de Arbeid is bereid om die verantwoordelijkheid te nemen en de Partij van de Arbeid is bereid om dit wetsvoorstel te steunen. De Partij van de Arbeid heeft geen enkele behoefte aan het kapotmaken van dit voorstel, zoals het amendement-Van Beek dat doet. We hebben daarover ontzettend veel vragen. Op basis waarvan stelt de minister met de heer Van Beek vast dat de grenscorrectie GV3 meer draagvlak heeft dan GV4? Kan de minister mij uitleggen en laten zien dat GV3 meer draagvlak heeft in Bussum, dat het meer draagvlak heeft in Naarden, dat het meer draagvlak heeft in Muiden, dat het meer draagvlak heeft in Weesp, dat het meer draagvlak heeft in Noord-Holland, dat het meer draagvlak heeft in omliggende gemeenten, dat het meer draagvlak heeft bij de rijksdiensten en dat het meer draagvlak heeft bij de burgers? Ik denk dat het antwoord van de minister zal zijn: dat kan ik niet.

Ik heb net zoals mijn geachte collega de heer Van Beek een beetje hulpgedeputeerde gespeeld en ik ben een beetje gaan knutselen. Ik denk dat er meer draagvlak is, maar er ligt geen enkel document en geen enkele formele opvatting aan ten grondslag dat de GV3-variant op meer draagvlak zou kunnen rekenen dan GV4. Ik moet in alle nuchterheid vaststellen dat er maar één partij mogelijk ietsje blijer mee zou zijn, maar de vraag is hoeveel, en dat is het gemeentebestuur van Bussum. Dat vind ik een erg smalle basis voor zo'n ingrijpend amendement.

Nog veel erger is dat Weesp hiermee alleen wordt achtergelaten. Desgevraagd antwoordde de heer Van Beek namelijk zojuist dat hij één gemeente kende die ook een grote bouwopgave had. Ik herinner mij dat wel. Ik was toen wethouder van de gemeente Den Haag. Sterker nog, Den Haag kreeg die boedel over van de gemeente Leidschendam-Voorburg. Dat is toch geen kleine gemeente. Die gemeente moest Leidschenveen realiseren. Van de drie Vinex-locaties in dit gebied is die van Leidschenveen de meest moeilijke. Ik denk aan de wegen waar de brandweer kan rijden, de waterberging en de riolering. Verder waren de onderwijsvoorzieningen niet op orde. Andere Vinex-locaties, die door steviger gemeenten of door samenwerkingsverbanden van gemeenten werden verzorgd, liepen wel goed. Ik vraag de minister daarom om mij één gemeente te noemen met een schaal als die van Weesp – ik doel dus op een gemeente met ongeveer 17.000 inwoners – waar men bijna 3000 woningen in tien jaar moet realiseren.

Verder vraag ik haar wat het zo'n gemeente kost om dit te realiseren. Hoe integraal je zo'n gebied ook wilt ontwikkelen, je moet toch in overleg met de private partners tal van publiekrechtelijke zaken regelen. Er moeten vele publieke voorzieningen tot stand komen. Daarvoor moeten ambtenaren zorgen. Waar gaat zo'n gemeente die ambtenaren van betalen? De meerjarenbegroting van Weesp sluit niet. Dat dekt men in 2012 incidenteel. Men probeert maatregelen te nemen om in 2013 weer wel een structureel sluitende begroting te hebben. Met de noodzakelijke investeringen om die woningbouwlocatie te ontwikkelen, gaat dat absoluut niet lukken.

Ik ben daarom ontzettend benieuwd of de minister met een overtuigend verhaal komt. Ik denk niet dat het haar lukt om daarmee te komen, maar zij kent mij. Ik roep haar op om ons duidelijk te maken dat zij geloofwaardig kan volhouden dat Weesp als zelfstandige gemeente een toekomst heeft. Ik ga niet preluderen op andere herindelingen, want die zijn nu niet aan de orde. Heeft Weesp als zelfstandige gemeente een toekomst met deze woningbouwopdracht? Volgens de Partij van de Arbeid is die toekomst er niet. Dit zal inderdaad een molensteen zijn om de nek van Weesp. Dit gaat gewoon niet lukken. Kan de minister mij uitleggen hoe de te voorziene groei van de bevolking over een periode van tien jaar – de bevolking zal met 500 of 600 inwoners per jaar moeten groeien – zich vertaalt in hogere bijdragen uit het Gemeentefonds? Ook het grondgebied speelt hierbij een rol. Dat moet ertoe leiden dat Weesp wel de eigen broek kan ophouden. Ik geloof er helemaal niets van dat dit gaat lukken. Ik heb het in de nota naar aanleiding van het verslag niet aangetroffen. Misschien kan de minister in haar beantwoording mij hiervan wel overtuigen. Hoeveel hoger ingeschaalde ambtenaren krijgt Weesp dankzij deze bouwlocatie? Haalt Weesp wel de 24.000 inwoners? Er zijn nu 17.000 inwoners. Ik moet nog maar zien dat die 2750 woningen tijdig worden gerealiseerd. Het is dus maar de vraag of men de 24.000 inwoners haalt. Mijn belangrijkste vraag is echter of een gemeente als Weesp in staat is om tegengas te geven tegen private ontwikkelaars die eurotekens in hun ogen hebben en niet vooral het belang van publieke voorzieningen dienen. Zij zijn mogelijk geneigd om de publieke voorzieningen minder goed te realiseren binnen die woningbouwlocatie als de gemeente en het gemeentebestuur geen tegengas kunnen geven.

De Partij van de Arbeid is dus niet overtuigd van de wenselijkheid van het amendement-Van Beek. Het voldoet niet aan de criteria van het herindelingskader rond zaken als interne samenhang, externe samenhang en duurzaamheid. Met het amendement zou dit wetsvoorstel half werk en broddelwerk worden. Dat is volgens mij niet het motto van de VVD, hoewel men dit bij die partij lang niet op alle fronten waarmaakt. Wij moeten orde op zaken stellen. Dit is het op z'n beloop laten van zaken. Dit is broddelwerk. Laten wij daarvoor niet kiezen. De Partij van de Arbeid zal serieus overwegen om dit wetsvoorstel niet te steunen als het amendement zou worden aanvaard.

De heer Van Beek (VVD):

Ik betreur het dat de heer Heijnen op deze toon in dit debat spreekt. Hij heeft kennelijk geen andere argumenten. Hij zou bijvoorbeeld eens kunnen uitleggen wat er met de Partij van de Arbeid is gebeurd sinds alle voorgaande wetsvoorstellen en dit wetsvoorstel. Er is geen draagvlak voor het wetsvoorstel en de grootste deelnemende gemeente is er mordicus op tegen. Waarom vindt de Partij van de Arbeid nu ineens dat zij het besluit toch gewoon moet nemen? Er is al jarenlang, ook met steun van de PvdA, ook in het vorige kabinet, sprake van een beleidskader waarin het criterium van het draagvlak als eerste en belangrijkste criterium wordt neergezet. Ik zoek naar draagvlak, maar de heer Heijnen zoekt helemaal nergens naar. Hij stopt zijn oren dicht, hij doet zijn ogen dicht en hij stelt gewoon: zo wil ik het hebben.

De heer Heijnen (PvdA):

Het beleidskader voor herindeling kent in de eerste plaats meer criteria. Ten tweede, anders dan de heer Van Beek van de VVD, ga ik niet als een hulpgedeputeerde aan de slag om te kijken of er een soort van draagvlak is te organiseren in dat gebied. In de derde plaats hebben wij hier te maken met onze staatsrechtelijke rol als medewetgever en volksvertegenwoordiger die een wetsvoorstel krijgt aangereikt dat zorgvuldig is voorbereid. Ik heb er ook op gewezen dat de provincie Noord-Holland in verschillende samenstellingen heeft aangegeven: zo moet het. Ik heb een brief van het provinciebestuur van Noord-Holland van februari liggen, waarin wordt gesteld: alsjeblieft Kamer, doe het zo. Ik weet niet waarom de heer Van Beek tegen mij zo'n hoge toon aanslaat. Ik ben niet degene die gaat zitten knutselen. Dat doet hij.

De heer Van Beek (VVD):

Ik ben niet bezig met zaken die door de provincie moeten worden gedaan. Ik heb de functie van gedeputeerde al lang achter mij liggen. Wij zijn wetgever en medewetgever. In dat kader is het heel gebruikelijk dat, als wij wetten krijgen voorgelegd met teksten die ons niet bevallen, wij aan de slag gaan met het formuleren van amendementen. Dat hoort gewoon tot ons handwerk. Dat had de heer Heijnen ook mogen doen.

De heer Heijnen (PvdA):

Ook de PvdA hecht aan draagvlak voor herindelingsvoorstellen, maar kijkt daarbij nooit naar één van de partners in geding, maar naar het draagvlak in het gehele gebied. Bij het bezien van dat draagvlak speelt ook de verantwoordelijkheid voor de toekomst van één van de gemeenten in het gebied een rol. Het moet mij van het hart – dit is overigens niet de toon die bij ons gebruikelijk is – dat ik het echt onverantwoordelijk van de VVD vind om Weesp achter te laten met een opgave die ze naar het oordeel van de PvdA niet aankan.

Mevrouw Bruins Slot (CDA):

Voorzitter. Een nieuw record. Deze herindeling ligt al sinds oktober 2008 voor in Den Haag. Laten wij het tegelijkertijd ook maar een dieptepunt noemen. Dit is de derde bewindspersoon die zich met deze herindeling bezighoudt. Het is een lastige zaak. De collega van de VVD heeft aangegeven hoe het met het draagvlak is gesteld. Bussum gaat voor een samenvoeging met Naarden en een ambtelijke samenvoeging met Muiden. Naarden en Muiden willen een samenvoeging met Bussum, maar Weesp wil het liefst als enige met alle gemeenten samen. Niemand wil Weesp echter. Aan de andere kant is het wel een gebied met de nodige opgaven. Denk aan de positie van het gebied, tussen Almere en Amsterdam. Kijk naar de opgaven vanwege het spoor daar en de snelwegen. Ik noem de maatschappelijke opgaven, zoals de vergrijzing. Het is dus een gebied waar geen sprake is van stilstand. Het is geen stiltegebied, maar bij andere herindelingen is daar soms wel sprake van. Het CDA ziet herindelingen het liefst van onderop komen. Een uitzondering kan soms zijn dat in het gebied sprake is van zodanig grote financiële en bestuurlijke problemen dat je die niet anders dan door een herindeling kunt oplossen. Waarom gaat de minister nog voor deze vier als er zo weinig draagvlak is? Zelfs de Raad van State heeft zich actief met de herindeling beziggehouden. De Raad van State heeft geconcludeerd dat er zo weinig onderling vertrouwen in het gebied is dat samenwerken geen goede optie is. Vanuit de transparantie van het bestuur en het functioneren van het lokale bestuur is herindeling in bepaalde gevallen echter toch noodzakelijk. Dat zijn heel opmerkelijke woorden van de Raad van State, want de raad laat zich nooit inhoudelijk over herindelingen uit. De Raad van State stelt dus dat samenwerking in het gebied geen optie is. Deelt de minister de opvatting van de Raad van State?

Laten we teruggaan naar de mogelijkheid van de herindeling. De gemeenten Bussum en Naarden kunnen nog aardig hun broek ophouden. De minister geeft aan dat dit voor de gemeenten Muiden en Weesp anders is. Dit baseert zij echter op gegevens uit 2006. We leven nu in het jaar 2012. Hoe staan beide gemeenten er nu voor?

Het CDA vraagt zich af of de gemeente Muiden nog langer zelfstandig kan blijven. Er is net weer een nieuw college geïnstalleerd nadat het vorige college gestrand is. De gemeente Muiden staat ook al onder financieel toezicht van de provincie Noord-Holland. Daarnaast maakt het CDA zich zorgen over de rechtszaak die tegen de gemeente Muiden loopt. Deze rechtszaak is als een zwaard van Damocles boven het hoofd van deze herindeling gaan hangen. Dat is een beetje oneigenlijk, want het is een juridische procedure die misschien over een aantal jaren pas een uitkomst heeft. Het is echter ook iets waar je de inwoners van de nieuwe gemeente niet mee kunt belasten. De minister heeft in haar antwoorden aan de Kamer geschreven dat de rechtszaak een zaak is tussen de gemeente Muiden en de provincie Noord-Holland. Ik deel de opvatting van collega Van Beek dat de provincie Noord-Holland weinig actief heeft opgetreden in deze herindeling. Zeker de afgelopen twee jaar zijn ze eigenlijk gaan zitten, hebben naar de Tweede Kamer gekeken en gedacht dat die het wel zou oplossen. De minister geeft aan dat zij niet wil dat de claim overheerst in de discussie over de herindeling. Betekent dit dat zij nu wel bereid is om de gemeente tegemoet te komen? Hoe oordeelt zij over het amendement dat de heer Van Beek heeft ingediend?

De gemeente Bussum is daar heel duidelijk in. Zij heeft overal waar we het maar wilden horen, geroepen dat de claim van Muiden weg moet, voordat zij actief wil meewerken aan de herindeling. Er kwamen een heleboel argumenten tevoorschijn. Ik moest nog denken aan een argument tijdens de hoorzitting. Op een gegeven moment zei de burgemeester van Bussum dat samenvoeging met Naarden ook wel handig was vanwege het parkeerbeleid. Ik geloof niet dat dit het zwaarst wegende argument zou moeten zijn, maar dat er ook nog andere kunnen spelen. De inwoners van Bussum hebben zich ook over de herindeling uitgelaten. Zij konden kiezen tussen de optie van samenvoeging tussen Naarden en Bussum, inclusief de Hilversumse Meent, en anderzijds de optie van de GV4. In het nieuwe beleidskader spreekt de minister de wens uit voor meer vormen van inspraak. Is dit referendum een goed voorbeeld daarvan?

Ik kom nog even terug op de hoorzitting. De burgemeester van Weesp gaf aan dat het beter gaat met Weesp dan in 2005. Deelt de minister de opvatting van Weesp dat deze gemeente de afgelopen jaren bestuurskrachtiger is geworden? Kan de gemeente Weesp met de opgaven die er in het gebied liggen, zelfstandig blijven?

De CDA-fractie twijfelt heel sterk of zij kan gaan voor een GV4. Het draagvlak is voor het CDA altijd doorslaggevend geweest. De fractie beseft echter ook dat Weesp niet met lege handen moet achterblijven, als ze gaat voor het amendement van de heer Van Beek. Het CDA roept de minister daarom op om, als zij positief staat ten opzichte van het amendement, te kijken naar de kracht van de ambtelijke organisatie van de gemeente Weesp.

Tijdens de hoorzitting hebben vier insprekers zich uitgelaten over een eventuele grenscorrectie. We hebben vier opties gehoord. De heer Van Beek heeft hierover al een uitspraak gedaan, maar welke optie vindt de minister het beste? Ik zie dat de heer Schouw een vraag wil stellen, maar ik stel voor dat ik eerst afrond.

De voorzitter:

De heer Schouw wacht even.

Mevrouw Bruins Slot (CDA):

Ik concludeer dat de CDA-fractie sterk twijfelt of de vorming van een GV4 voldoende draagvlak en noodzaak kent. De fractie is benieuwd naar de antwoorden van de minister in eerste termijn. Ze zal ook kritisch kijken naar het amendement van de heer Van Beek en de vraag of dit amendement een oplossing biedt voor dit gebied dat toch echt met heel grote opgaven te maken heeft.

De heer Schouw (D66):

Ik denk dat mevrouw Bruins Slot haar roeping heeft misgelopen. Ze had diplomate moeten worden. Ze vraagt immers heel behendig wat de minister vindt van het amendement van Van Beek. Maar het is natuurlijk ook wel interessant om in de eerste termijn te weten te komen wat op dit moment de positie is van de CDA-fractie. Moeten wij aan de ene kant een super VVD-gemeente creëren, conform het amendement van de heer Van Beek, en aan de andere kant de gemeente Weesp aan de goden overlaten? Wat is het politieke oordeel van het CDA hierover?

Mevrouw Bruins Slot (CDA):

Zoals bekend zijn politici niet de beste luisteraars. Ik neem het de heer Schouw dan ook niet kwalijk dat hij de boodschap niet helemaal heeft meegekregen. Duidelijk is dat het CDA altijd voor draagvlak gaat: draagvlak zo veel mogelijk van onderop, van de raad dus. Aan het begin van mijn betoog heb ik aangegeven dat het met het draagvlak slecht gesteld is. Dat geldt eigenlijk voor het hele wetsvoorstel. Niemand wil Weesp. Om te kunnen komen tot een beslissing om dit hele wetsvoorstel te steunen, is voor ons de kernvraag of het zo slecht gesteld is met Weesp dat zij niet langer zelfstandig kan blijven. Op dit moment hebben wij op basis van de inspraak tijdens de hoorzitting en de antwoorden van deze minister niet de indruk dat Weesp niet langer zelfstandig kan blijven.

De heer Schouw (D66):

Ik trok mij even het verwijt aan dat ik niet goed kon luisteren. Volgens mij kan ik dat wel en wordt er nu weer niets gezegd over het amendement van de heer Van Beek, anders dan dat het CDA hecht aan draagvlak. De gemeente Bussum ziet echter ook niets in het amendement van de heer Van Beek, dus het draagvlak is ongeveer nul. Laat ik een andere vraag stellen. Een belangrijk CDA-coryfee, professor W. Lemstra, die jarenlang in de Eerste Kamer gezeten heeft en onomstreden leiding gegeven heeft aan een onafhankelijk onderzoek, een second opinion, komt tot de krachtige conclusie dat GV4 de enige weg is. Wat is de opvatting van het CDA daarover?

Mevrouw Bruins Slot (CDA):

Wij hebben het advies van de Raad van State. Wij hebben de opvatting van de minister. Wij hebben inderdaad een gewaardeerde oud-collega die voorheen in de Eerste Kamer zat en die hierover ook een rapport heeft uitgebracht. Volgens mij merkt hij hierin zelfs op dat Muiden en Weesp misschien samen moeten. Muiden en Weesp samen? Dat heeft Muiden nooit gewild. Dit is weer een oplossing voor iets ... Mijnheer Heijnen, hebt u het over de heer Boorsma of over de commissie van wijzen? Daar moeten wij het even over hebben. Ik hoor dat u de commissie van wijzen bedoelt. De commissie van wijzen heeft het over GV4. Uiteindelijk gaat ook de commissie eraan voorbij dat er zo veel gemeenten zijn die niet voor GV4 willen gaan. Om terug te komen op de vraag hoe het CDA staat tegen over het amendement-Van Beek: wij kijken hier positief naar, maar wij vragen ons wel af of dit uiteindelijk enerzijds het zwaard van Damocles van de claim zal opheffen en anderzijds ervoor kan zorgen dat Weesp als zelfstandige gemeente kan doorgaan.

De heer Heijnen (PvdA):

Ik ben blij met de vraag van de heer Schouw, want ik krijg de indruk dat het CDA het amendement-Van Beek gewoon tot het hare maakt. Het begon met "kritisch" en nu is het "positief". Het CDA beroept zich voortdurend op het feit dat Weesp zo'n muurbloempje is dat niemand wil. Ik wil het CDA erop wijzen dat de situatie anders was in het formele herindelingstraject. Drie van de vier gemeenten waren voor GV4. Dus ook het CDA laat zijn oren alleen en uitsluitend hangen naar de gemeente Bussum. Ik vraag mij tot op de dag van vandaag af hoe dat toch komt, ook tegen de achtergrond van het volgende. Weet het CDA wat het standpunt is van de bedrijvenvereniging Naarden-Bussum?

Mevrouw Bruins Slot (CDA):

Ik heb natuurlijk goed geluisterd naar het betoog van de heer Heijnen: groter is mooier. De PvdA wil dat altijd. Uiteindelijk geeft echter de gemeenteraad aan of hij wel of niet een herindeling wil. Voor het CDA is dat altijd een belangrijk uitgangspunt geweest. De heer Heijnen is ook bij de hoorzitting geweest. Wij hebben heel kritisch geluisterd naar wat daar namens de gemeentebesturen en de gemeenteraden gezegd is. De heer Heijnen kan wel weer terugvallen op wat in de vorige eeuw is gezegd, maar de situatie is veranderd. De Tweede Kamer moet daar oog voor hebben, anders zou zij geen knip voor de neus waard zijn.

De heer Heijnen (PvdA):

Ik stel vast dat de vraag of het CDA op de hoogte is van het standpunt van de bedrijvenvereniging Naarden-Bussum niet wordt beantwoord. Dat neem ik het CDA niet kwalijk, maar ik zal wel het antwoord geven op de vraag: zij is voor de GV4. Zowel van de kant van de VVD als van de kant van het CDA mag ik toch ook enig oog vragen voor de belangen van ontwikkeling, ook in dat gebied, op een verantwoorde manier? Tijdens de hoorzitting sloeg de applausmeter het meest uit toen ik stelde dat burgers in dat gebied maar één ding willen, namelijk dat er een infrastructuur komt rondom het Naardermeer waar de mensen hun kinderen veilig kunnen laten fietsen. De burgers in dat gebied willen een overheid die kan optreden en geen versnipperde situatie waarin zij niet in staat is, de belangen van de burgers te behartigen. Ik verwijt de CDA-fractie dat als zij meegaat met het amendement-Van Beek, zij op dezelfde manier de boel de boel laat, geen orde op zaken stelt en geen verantwoordelijkheid neemt. Zo ken ik het CDA niet.

Mevrouw Bruins Slot (CDA):

Ik mis langzamerhand de consistentie in het betoog van de heer Heijnen. Het is prachtig dat hij een herindeling inmiddels laat afhangen van de bedrijfsverenigingen. Laten we de PvdA er bij de komende herindelingen maar mooi aan houden dat we uiteindelijk de bedrijvenvereniging zouden moeten beslissen of we wel of niet voor een herindeling gaan. Wij kijken naar de gemeenteraad, die het hoogste orgaan in de gemeente is en die is gekozen door de bevolking. Ik miste in het betoog van de heer Van Raak dat de raadsleden luisteren naar burgers en daar actief mee aan de slag gaan. De vraag van de heer Heijnen is totaal niet relevant. Er hoeft derhalve ook geen antwoord op te komen.

De heer Brinkman (PVV):

De laatste zinsneden van collega Bruins Slot zijn correct. Dat is altijd de lijn van het CDA geweest, namelijk: luister naar de bestuurlijke draagkracht en naar de mening van de raad. Het CDA is een van de bestuurspartijen in deze Kamer die daar ook altijd een standvastige en eigen lijn in heeft gehad. Ik begrijp de sympathie van collega Bruins Slot jegens het amendement-Van Beek echter niet helemaal in deze lijn. Als er één gemeente is waar bestuurlijke draagkracht bestaat voor de GV4, dan is het Weesp wel. Door dit amendement te omarmen, gaat het CDA voorbij aan zijn oude lijn dat er draagvlak moet zijn bij de gemeenten. Waarom wordt Weesp uitgesloten? Weesp wordt opgezadeld met een ongelooflijk risicovol project, waarbij iedereen twijfelt of die gemeente het wel kan halen. Waarom wordt die gemeente uitgesloten terwijl het draagvlak voor de GV4 juist bij haar ligt? Dit is volgens mij een precedent voor de CDA-lijn in dezen. Ik heb het vermoeden dat er gehangen wordt naar de grootste gemene deler, lees Bussum, die een beetje moeilijk doet, die dat niet wil en die daarom ook nog eens zijn zin krijgt. Volgens mij zou dat niet de lijn van het CDA moeten zijn.

Mevrouw Bruins Slot (CDA):

Laten we elkaar in ieder geval vinden op het punt dat als we kijken naar de procedure van deze herindeling en hoe een en ander is opgelopen, het inderdaad een kwestie van moeilijk doen is. Het CDA staat ervoor dat een herindeling altijd zo veel mogelijk van onderop moet komen, maar als je die lijn strikt doorvoert, zou je nee moeten zeggen tegen deze herindeling. We zien een heleboel gemeenten met verschillende opvattingen, maar we zien ook dat er gemeenten in het gebied zijn die het lastig hebben en die behoefte hebben om voor de toekomst daadkrachtig te kunnen optreden met andere gemeenten. Volgens mij zit er een verschil tussen de draagkracht van de gemeente Weesp en die van Muiden. Dat hoor ik uit het gebied en dat zie ik in de antwoorden van de minister. Daarom zijn we positief-kritisch. Maar niemand heeft tot nu toe het CDA ervan kunnen overtuigen dat Weesp op het punt staat om door het ijs te zakken.

De heer Brinkman (PVV):

Ik snap er helemaal niets van. Juist Weesp zakt niet door het ijs. Weesp wil deze herindeling en zegt ja tegen de GV4. Maar wat doet het CDA kennelijk met dit amendement? Het CDA zegt: dat is dan toch mooi jammer; u komt er toch niet in. Dat is raar. Het CDA heeft het over bestuurlijke draagkracht en bestuurlijk draagvlak. Dat draagvlak is er bij Weesp, maar juist die gemeente mag niet meedoen. Probeer me nu eens duidelijk te maken waarom dit zo is! Is het inderdaad omdat Bussum dan afhaakt en de hele boel in elkaar stort, waardoor Bussum zijn zin krijgt, of is het om een andere reden? Ik wil het graag weten.

Mevrouw Bruins Slot (CDA):

De interesse van de heer Brinkman is geweldig voor iemand die zegt dat herindeling niet zijn ding is en dat hij voor referenda gaat. We hebben tot nu toe nog nooit gezien dat de PVV voor een herindeling heeft gestemd en …

De heer Brinkman (PVV):

Gewoon antwoord geven op mijn vraag, graag. Draai er niet omheen en ga niet in op wat ik ervan vind. Ik wil gewoon een antwoord op de vraag.

De voorzitter:

Mijnheer Brinkman, u had niet het woord. Ik bewaar de orde.

Mevrouw Bruins Slot (CDA):

Ik begrijp het wel. Ik zie aan de irritatie van de heer Brinkman dat ik een gevoelige snaar heb geraakt. Ik zal antwoord geven op zijn vraag. Wij hebben natuurlijk niet alleen met de opvatting van Weesp te maken, maar ook met de opvattingen van Muiden, Naarden en Bussum. Geen van deze gemeenten kan een moratorium afroepen over de herindeling. Wij moeten kijken naar deze vier gemeenten gezamenlijk. Dan zie je dat er bepaalde opvattingen zijn.

De heer Brinkman (PVV):

Dan concludeer ik … Mag dat, voorzitter?

De voorzitter:

Ja, dit is uw tweede interruptie.

De heer Brinkman (PVV):

Dan concludeer ik dat dit een precedent is voor de lijn van het CDA: de lijn van de grootste gemene deler. Het doet er niet meer toe of één gemeente wel of niet tegen is, want er wordt gekeken – dat zei mevrouw Bruins Slot net zelf – naar de grootste gemene deler. Als die in meerderheid voor is, is het CDA kennelijk ook voor. Het is helaas een echte bestuurderspartij, zou ik zeggen.

Mevrouw Bruins Slot (CDA):

Laat ik dit misverstand direct uit de weg ruimen. Het gaat erom of er in een van de gemeenten zodanige bestuurlijke en financiële knelpunten zijn, dat je niet anders kunt dan herindelen. Het CDA ziet dat de gemeente Muiden het buitengewoon moeilijk heeft, op zowel bestuurlijk als financieel gebied. Vanuit dat kader kijken wij naar deze herindeling. Als er echter voor de hele GV4-oplossing onvoldoende draagvlak is, moet je gaan wegen. Daarbij hebben wij de minister nodig, om na te gaan of de gemeente Weesp zich in dezelfde penibele situatie bevindt als de gemeente Muiden. Ik snap dat de heer Brinkman wat moeite heeft om dit te volgen, maar ik begrijp ook dat het wat lastig is met deze vier gemeenten.

De heer Schouw (D66):

Voorzitter. Alle beloftes over minder en beter bestuur ten spijt, zijn opschaling en herindeling geen liefhebberijen van de minister en het kabinet. Het idee voor de Randstadprovincie sneuvelde al, met dank aan de heer Brinkman. In het dossier over herindeling weigert de minister, ferm de regie te nemen. Ondertussen sleept de samenvoeging van Bussum, Muiden, Naarden en Weesp zich al zeven jaar voort. De nieuwe gemeente Naardermeer dreigt ook nog eens geconfronteerd te worden met een loodzware hypotheeklast. Een financiële claim van investeringsmaatschappij KNSF op Muiden hangt als een donkere wolk boven deze samenvoeging. Dat zorgt voor een onevenredige belasting op dit hele dossier. Mijn fractie vindt het tijd – dat is al een beetje gebleken uit de interrupties – om de knoop over de toekomst van de gemeenten door te hakken en er daarbij voor te zorgen dat de financiële positie van de nieuwe gemeente acceptabel is, dat de bestuurskracht acceptabel is en dat de kwaliteit van de lokale democratie groot is.

Alle vertragingstactieken zijn in dit dossier zo langzamerhand wel langsgekomen: suggesties voor kleinere of grotere varianten, ambtelijke samenwerking, uitfasering, enzovoorts. Alles wat mogelijk is, is voorbijgekomen. De opvatting van mijn fractie is dat niemand gebaat is bij het eeuwig uitstellen van deze besluitvorming. Wij moeten iets doen, want wij lijken soms bijna te vergeten dat het doel van al die inspanningen is om de kwaliteit en de bestuurskracht van de desbetreffende gemeenten te vergroten. Met dit doel als uitgangspunt, is mijn fractie voorstander van de GV4-variant. Door de voorgaande sprekers is al heel veel gesproken over draagvlak. Mag ik een ander begrip introduceren? Dat is "urgentie". We kunnen niet eindeloos soebatten over draagvlak en nog eens kijken naar varianten, want de bestuurskracht sijpelt uit de handen van de bestuurders; er worden allerlei interimpersoneelsmensen ingehuurd, hetgeen allemaal vreselijk veel geld kost. Er moet echt wat gebeuren. De regio krijgt de komende decennia te maken met een paar buitengewoon grote opgaven. Ik noem de verdere decentralisatie van overheidstaken naar gemeenten. Dat is iets wat we allemaal willen, maar dan moeten ze het wel aankunnen. Daarnaast is er de ontwikkeling van de Bloemendalerpolder en dat vermaledijde KNSF-terrein, de 330 ha aan groene en blauwe ontwikkelingen, de vergrijzing en achterblijvende bevolkingsgroei en ten slotte de grote infrastructuurprojecten zoals de verbreding van de A1. Daarbij hebben Muiden en Weesp zelf onvoldoende bestuurskracht om deze uitdagingen aan te gaan. Dat staat ook in al die rapporten. En daar moeten we de ogen niet voor sluiten. Het is verder van groot belang om Bussum hierbij te betrekken omdat alle varianten zonder deze gemeente zullen resulteren in een of meer overgebleven kwetsbare gemeenten. Als parlement hebben wij de zorg om daar wat aan te doen.

Daarnaast hebben de provincie en de commissie van wijzen geconcludeerd dat de GV4 de meest duurzame oplossing is. We moeten namelijk wel een oplossing bedenken die niet voor een jaar geldt maar die bestendig is, waar je tien tot twintig jaar mee vooruit kan. Mijn fractie ziet dan ook niets in die GV3-variant, ondanks alle – laat ik het positief formuleren – inspanningen en pogingen die de heer Van Beek heeft gedaan om tot een oplossing te komen. Wij zien echt helemaal niets in die variant. Tot mijn vreugde mag ik vaststellen dat ik vooralsnog nog maar twee partijen zie die dat amendement steunen en de rest gelukkig nog niet. Dus dat geeft nog hoop voor een goede en verstandige oplossing. Ik zie de heer Van Raak nu bij de interruptiemicrofoon staan die een vraag om inlichtingen heeft.

De heer Van Raak (SP):

Ja, een vraag om inlichtingen. Wij zullen dat amendement ook niet steunen, maar dat had ik al gezegd. De heer Schouw heeft een prachtig verhaal over hoe hard het wel niet nodig is, hoe goed hij het voorheeft met de bevolking, met de gemeenten en met het Gooi.

De heer Schouw (D66):

Ik heb het ook met de SP goed voor.

De heer Van Raak (SP):

Als dat nu zo'n warm goed verhaal is, waarom is dit goede verhaal dan niet goed genoeg om aan de bevolking voor te leggen?

De heer Schouw (D66):

Dit is in allerlei vormen aan de bevolking voorgelegd. Er is ingesproken en iedereen is langs geweest. Ik weet echter wel waar de heer Van Raak op doelt. Bij de SP valt het mij wel vaker op dat wanneer er sprake is van moeilijke dossiers, of dat nu om herindelingen gaat of om Europa, zij voorstelt om een soort veredelde opiniepeiling in de vorm van een referendum te houden waarbij de mensen kunnen aangeven wat ze willen. D66 is voorstander van de representatieve democratie. De heer Van Raak en ik zijn hier gekozen om verantwoordelijkheid te nemen en om beslissingen te nemen. Als de bevolking zich niet kan vinden in de besluiten die de Tweede Kamer neemt, dan werken we aan een instrument van een correctief referendum. Ik hoop dat we daar de volgende week aan de hand van een initiatiefwetsvoorstel van GroenLinks, de PvdA en D66 in deze arena over kunnen praten, een correctief referendum. Maar we gaan niet voor elk probleem waar politici voor uit de weg gaan en waar ze geen verantwoordelijkheid voor willen nemen, een opiniepeiling organiseren. Dat is voor bange bestuurders.

De heer Van Raak (SP):

Ik vind het wel grappig om te horen dat D66 toch steeds meer worstelt met referenda, terwijl ik toch ooit gehoord heb dat ze daarvoor waren opgericht. Maar dat terzijde.

De heer Schouw (D66):

Dat is geschiedvervalsing, mijnheer Van Raak.

De heer Van Raak (SP):

Het gaat hier niet om de aanleg van huizen alleen of om de AWBZ. Het gaat hier om het opheffen van de lokale democratie. Daarom vraag ik de vertegenwoordiger van de Democraten 66 of die lokale democratie niet van de bevolking is. De vraag of en hoe je een weg aanlegt is iets heel anders dan de vraag of je een gemeente, een lokale democratie, gaat opheffen. Dat kun je toch niet doen zonder dat je de mensen daarnaar vraagt?

De heer Schouw (D66):

Bij de SP is het misverstand dat de lokale democratie minder of slechter wordt als een kleinere gemeente opgaat in een wat grotere gemeente, vastgeroest. Bij heel veel wetenschappelijke onderzoeken is juist dit punt onderzocht. Op de vraag of de bewoners van een grotere gemeente het gevoel hebben dat er minder democratie is, is het antwoord nee gebleken. Er wordt ook gekeken naar de kwaliteit van de dienstverlening. Die heeft ook een sterke relatie met het gevoel van burgers over de kwaliteit van de democratie. Dat kan heel goed in een wat grotere gemeente. Ik raad de heer Van Raak aan om eens in de gemeente Westland rond te kijken. Deze prachtige gemeente is het resultaat van een herindeling waarbij vijf of zes bestaande gemeenten zijn samengevoegd. Die is heel goed verlopen. Dat gebeurde overigens onder leiding van de CDA'er Van der Tak, die ik daarvoor echt alle eer geef. Hij heeft van al die kleine gemeenten een prachtige grotere gemeente weten te maken.

De voorzitter:

Ik zie dat de heer Van Raak begrijpt dat hij niet nog een keer kan interrumperen. Dat u net wel kon interrumperen, mijnheer Brinkman, betekent niet dat dit ook voor de rest geldt.

De heer Brinkman (PVV):

Dat vind ik een goede zaak.

De voorzitter:

Precies.

De heer Schouw (D66):

U bent klaar met de heer Brinkman, mevrouw de voorzitter?

De voorzitter:

Ik geef nu het woord aan u, mijnheer Schouw.

De heer Schouw (D66):

Ik sluit mij aan bij de opmerking van de heer Van Beek, maar ik vraag de minister wel hoe realistisch de datum 1 januari 2013 voor de herindeling is. Aan de ene kant voel ik er wel wat voor om die datum gewoon te handhaven, want druk op de ketel helpt. Onder druk wordt alles vloeibaar. Aan de andere kant wil ik weten of die datum realistisch is. Wij moeten immers geen onwijze beslissingen nemen.

Bij een samenvoeging kunnen de problemen, zeker op korte termijn, aanzienlijk zijn. Voor een belangrijk deel gaat het daarbij om de transitiekosten. Juist daarom is een toekomstbestendige oplossing nodig. Wij gaan geen samenvoeging van gemeenten organiseren als de betrokken gemeenten daar maar drie of vier jaar mee vooruit kunnen. Wij moeten juist zorgen voor een bestendige situatie, want met samenvoeging zijn veel kosten en energie gemoeid. Daarnaast speelt de claim die Muiden mogelijk te wachten staat, een rol. Mijn fractie neemt de zorgen van met name de gemeente Bussum in dezen zeer serieus.

Nogmaals, een herindeling mag niet leiden tot een nieuwe gemeente die meteen failliet is en zonder geld zit. Dat is ook niet eerlijk tegenover de gemeenten die hun zaken wel op orde hebben. Niet voor niets heb ik een paar weken geleden de minister om een brief daarover gevraagd. In die brief stelt de minister zich naar de mening van mijn fractie terughoudend op. Ik vat die brief kort samen: zolang er geen claim is, kan ik er niks over zeggen. Ik begrijp die formele houding van de minister wel, maar het lijkt een beetje op struisvogelproblematiek. Die claim is er namelijk en die is reëel. De effecten van die claim kunnen enorm zijn. Is de minister dat met mij eens?

Is de minister het met mij eens dat een herindeling waarbij Muiden betrokken is, alleen realistisch is als de financiële problemen adequaat kunnen worden aangepakt? Het andere amendement van de heer Van Beek is op dat vlak sympathiek en kan daarvoor een oplossing bieden. Zelf denk ik weleens dat je deze heel ingewikkelde casus kunt terugbrengen tot een heel eenvoudige zaak. Het protest van Bussum is namelijk vooral te verklaren uit de dreigende financiële claim. Als de Kamer iets kan doen om die dreigende financiële claim wat te verzachten – het Rijk en de provincie krijgen dan meer verantwoordelijkheid – dan kan het zomaar eens zijn dat Bussum zegt: eigenlijk is de G4-variant zo slecht nog niet. Eind goed, al goed. Dat in het oog springende punt moet dan wel voor een belangrijk deel worden opgelost, en daarvoor zijn wij hier vandaag bij elkaar.

Afrondend. De twijfelende en weinig doortastende herindelingsagenda van de mensen die hiervoor verantwoordelijkheid zijn, wreekt zich. Wij vinden dat deze Kamer een helder en definitief besluit moet nemen, het liefst vandaag. Dat moet een besluit zijn voor de GV4. Het moet een besluit zijn, waarin ook een verantwoordelijkheid van Rijk en provincies zit voor de eventuele financiële risico's uit de claim. En het moet een besluit zijn waarmee een gemeente, in het bijzonder de gemeente Weesp, niet verweesd wordt achtergelaten. Ik hoop niet dat het amendement wordt aangenomen. Ik ga er ook van uit dat dit niet gebeurt, want slechts twee partijen steunen het. Maar als het amendement wordt aangenomen, zal mijn fractie haar steun aan het wetsvoorstel heroverwegen, in lijn met hetgeen door de heer Heijnen is verwoord.

Mevrouw Bruins Slot (CDA):

Het begon zo mooi met de heer Schouw: met een soort helicopterview zette hij zich boven de problematiek en probeerde hij vanuit zijn perspectief iets voor dit gebied te doen, helaas zonder referendum. Overigens zou hij dat referendum toch eens een keer moeten aandurven; wij zullen hem daar niet in steunen, maar hij mag met zo'n voorstel komen. Maar één ding snap ik niet. Hij zegt dat hij de claim van Muiden en de oplossing van de heer Van Beek daarvoor wellicht gaat steunen, omdat hij daarmee draagvlak bij Bussum kan creëren. Dat neemt echter niet weg dat de gemeenten Naarden en Muiden niet met Weesp samen willen. Laat hij zijn oren nu hangen naar de grootste gemeente, en kijkt hij niet naar de twee andere gemeenten, die duidelijk hebben aangegeven dat zij niet willen samengaan met Weesp?

De heer Schouw (D66):

Ik dacht dat ik duidelijk was geweest, maar wil het graag herhalen. Mijn fractie heeft zich nooit vastgezet op het punt dat herindelingen alleen van onderop moeten komen en dat herindelingen alleen maar mogen plaatsvinden als daar lokaal commitment voor is. D66 heeft altijd gezegd dat je ook moet kijken naar de bestuurskracht. Soms is een gemeente zelfstandig niet in staat om over haar eigen schaduw heen te kijken. Daarom hebben we het herindelingproces ook zo georganiseerd: eerst kijken de gemeenten ernaar, dan de provincie, dan de Kamer. Vanuit die verantwoordelijkheid redeneer ik. Dus als een aantal gemeenten iets niet willen, neem ik daar kennis van, weeg ik dat mee, maar laat ik de toekomstige kwaliteit van de lokale democratie van het gehele gebied zwaarder wegen.

Mevrouw Bruins Slot (CDA):

In dat geval blijft over dat de heer Schouw voor de gemeente Bussum een knieval maakt door de claim te steunen, maar niet kijkt naar wat de gemeenten Muiden en Naarden willen. Dat is toch enigszins willekeur, van een partij die het graag beter weet voor de andere lagen van ons staatsbestel. Gemeenten en raden hebben vaak heel goed door waar de kracht ligt in een samenwerking, en waar de mogelijkheden zitten om er een succes van te maken. Ik snap dat D66 vanuit zijn eigen uitgangspositie zegt: wij kijken daar gewoon wat anders naar, want wij weten het beter. De heer Schouw luistert nu wel heel erg naar één partij, en niet naar wat twee andere gemeenten in deze herindeling ook willen.

De heer Schouw (D66):

Wij kijken naar alle gemeenten, wij kijken naar dit dossier en wij kijken vooral naar wat toekomstbestendig is, iets waar gemeenten kwalitatief wat aan hebben. Mevrouw Bruins Slot weet net zo goed als ik dat heel veel mensen hier al naar hebben gekeken. Net sprak ik over de commissie van wijzen. Mevrouw Bruins Slot probeert mij, een beetje goedkoop, een soort "wij-weten-het-beter-arrogantie" in de schoenen te schuiven. Heel veel mensen hebben hiernaar gekeken, vanuit een echt onafhankelijke blik. Zij hebben geconstateerd dat de GV4-variant de allerbeste is. Ik constateer dat het CDA die brug gewoon niet over durft, dat het angst heeft om te kiezen voor de kwaliteit van de lokale democratie. Dat is mijn constatering.

De heer Van Beek (VVD):

Laat ik beginnen met de heer Schouw te bedanken voor de open wijze waarop hij met name mijn tweede amendement heeft beoordeeld. Als wij weten hoe de minister het beoordeelt, kunnen wij het debat hierover voortzetten.

Het verschil tussen ons is kort samengevat dat de heer Schouw gaat voor de GV4 en ik voor de GV3. Maar wat gaat er toch met die GV4 gebeuren? Wij weten dat het fusieproces nog moet beginnen en dat 1 januari 2013 al helemaal niet haalbaar is. Bovendien moet dit fusieproces worden getrokken door een gemeente die helemaal niet wil. Ik nodig de heer Schouw uit om mij een voorbeeld te geven van een herindeling waarbij de trekker, de grote gemeente, de herindeling helemaal niet wilde. Wij hebben wel eens een kleinere gemeente bij een grotere gevoegd in de wetenschap dat dit pijn deed in die kleine gemeente, maar zoiets als dit hebben wij nog nooit gedaan. Het kan ook helemaal niet, want je krijgt het organisatorisch niet van de grond. De heer Schouw spreekt over kwaliteit en de verbetering van de kwaliteit, maar ik vraag mij dan toch wel af waar hij het eigenlijk over heeft.

De heer Schouw (D66):

Dat iets nog nooit is geprobeerd, wil natuurlijk niet zeggen dat het niet kan. In de tweede plaats moeten wij ons realiseren dat het een ingewikkeld dossier is, want dan is het nog belangrijker dat je recht in de leer bent. Je moet dan durven kijken naar wat echt noodzakelijk is en durven luisteren naar mensen die hier heel veel verstand van hebben. Als je dat doet, kom je uit op die GV4. Daar moet je natuurlijk wel een rechte rug voor hebben! Je moet dan voor je beslissing durven te gaan staan. In de derde plaats is de weigerachtige houding van Bussum volgens mij grotendeels te verklaren door de dreiging van die financiële claim. Als je daaraan iets doet, draait de stemming in Bussum vast en zeker om. In de vierde plaats gaat de heer Van Beek aan een belangrijk aspect voorbij. Ik heb zelf jarenlang in een gemeente mogen werken en toen waren wij het ook wel eens niet eens met besluiten van de provincie of het Rijk. Maar als een hogere democratie een besluit nam, was de lokale democratie eigenlijk altijd loyaal aan dat besluit. Zo'n gemeente zei dan: Oké, het besluit is gevallen en dat besluit gaan wij uitvoeren.

De heer Van Beek (VVD):

Toen de gemeente Bussum haar standpunt bepaalde, was er nog helemaal geen sprake van een claim. Dat is een bijkomend probleem van de laatste jaren. Dit proces loopt al heel lang en in het begin speelde dit echt niet.

Ik ben het op zichzelf met de heer Schouw eens dat je goed moet luisteren naar mensen die hierbij betrokken zijn. Maar volgens mij zijn dat op de eerste plaats de betrokken gemeentebesturen en hun gemeenteraden. Dat zijn toch zeker de mensen die er het dichtst bij zitten?

De heer Schouw (D66):

Het is een beetje als met een heel gezin besluiten wat je met kerst gaat eten. De een wil dan A en de anderen B, C of D. Op een gegeven moment inventariseert dan degene die de maaltijd moet bereiden alle wensen en neemt een besluit. En hierover verschillen de VVD en D66 blijkbaar van mening, want de VVD-fractie loopt weg van haar verantwoordelijkheid door te vluchten in een soort nepalternatief. De D66-fractie staat wel voor haar verantwoordelijkheid, ook in moeilijke dossiers.

De voorzitter:

Ik wijs de leden erop dat de minister om 13.00 uur naar een algemeen overleg moet. Ik denk dat zij voor die tijd nog graag even een boterhammetje eet. Ik verzoek u daarom om kort en puntig te interrumperen en te antwoorden.

Mevrouw Ortega-Martijn (ChristenUnie):

Toch een vraag, voorzitter, want ik ben erg benieuwd naar de opvatting van de heer Schouw over het amendement van de heer Van Beek. Hij zegt het een sympathiek amendement te vinden, maar hoe denkt hij Bussum over de streep te trekken en Weesp te laten accepteren? Het is wel heel gemakkelijk om tegen de heer Van Beek tekeer te gaan, maar waar komt u mee om Bussum over de streep te trekken?

De heer Schouw (D66):

Ik ga niet tegen de heer Van Beek tekeer. Ik heb groot respect voor de heer Van Beek en zijn inbreng. Ik steun het amendement van de heer Van Beek. Wij moeten de verantwoordelijkheid nemen voor een eventuele financiële claim. Ik denk dat dit verzachtend werkt voor Bussum. Verder was ik niet van plan om cadeautjes of ditjes en datjes uit te delen. Ik sluit aan bij de opmerking van de heer Heijnen; wij zijn natuurlijk geen hulpcommissarissen der Koningin of hulpgedeputeerden, die aan knip- en plakwerk gaan doen.

Mevrouw Ortega-Martijn (ChristenUnie):

Daar ben ik het mee eens, wij zijn inderdaad geen hulpgedeputeerden. Maar wij zijn wel volksvertegenwoordigers, die op dit moment aan het eind van een lang proces staan. "Aan het eind" betekent niet dat wij alles wat eraan vooraf is gegaan, gewoon opzij schuiven en zeggen: wij doen ons eigen ding. Dat gevoel krijg ik nu bij D66, want er is sprake van een zorgelijke situatie met betrekking tot de bestuurskracht van Weesp. Mijn vraag is klip-en-klaar. Het wordt volgens D66 überhaupt opgeheven. Welk voordeel brengt dat Bussum? Als er sprake is van herindelingen, moet iedereen democratisch zoiets hebben van: oké, het levert ons allemaal iets op.

De heer Schouw (D66):

Mevrouw Ortega blijft een beetje hangen in het idee dat iedereen een voordeeltje moet hebben. Ik ga uit van het grote voordeel van een gezamenlijke, grotere gemeente. De koek is dan voor iedereen veel groter. Ik heb dus een wat ander concept dan mevrouw Ortega, die vindt dat je knikkers moet uitdelen aan de afzonderlijke gemeenten, die daarin voordeeltjes moeten zien. Ik zeg tegen de gemeenten: sta op, spring over je eigen schaduw heen en zie de voordelen in van een wat grotere gemeente voor de kwaliteit van de lokale democratie. Alle inwoners van die nieuwe gemeente profiteren daarvan.

De heer Van der Staaij (SGP):

Voorzitter. Het wetsvoorstel dat wij vandaag bespreken ligt niet als een rijpe vrucht in de mand te wachten om een akkoord van dit parlement te krijgen. Het is duidelijk dat het in de regio nog heel wat stof doet opwaaien. Ook in de Kamer zijn er verschillende standpunten over. Wat de SGP-fractie juist bij herindelingsvoorstellen altijd lastig vindt, is dat het er niet alleen om gaat wat wij zelf vanaf een zekere afstand de beste oplossing zouden vinden. Wij hebben ook buitengewoon veel respect voor de autonomie van de gemeenten en de verantwoordelijkheid die primair bij hen ligt om te gaan over hun eigen toekomst. Dit betreft het belangrijke criterium van draagvlak: geen gedwongen herindeling is ook voor ons een uitgangspunt. Geen gedwongen huwelijken; herindeling van onderop. Een koppeling aan inwoneraantal of aan grote regionale opgaven vinden wij als zodanig geen overtuigend argument voor herindelingen. Het is vaak veel te gemakkelijk om te zeggen: er is een grote regionale opgave, dus groter is beter. Onze ervaring is dat de praktijk veel genuanceerder is. Er zijn relatief kleinere gemeenten die het soms beter doen dan grotere gemeenten. Grotere gemeenten kunnen soms log opereren ten nadele van de band met de inwoners. Bovendien gaat het niet alleen om de grootte maar ook om de kwaliteit van de bestuurders, de mensen die het moeten doen. Er zijn veel meer factoren die een rol spelen, dus de algemene argumentatie dat groter beter is, overtuigt ons nooit.

Herindeling van de gemeenten Bussum, Muiden, Naarden en Weesp is langdurig in discussie. Het lastige is dat er op geen enkel moment sprake is geweest van een echt gemeenschappelijk standpunt van al deze gemeenten. De provincie Noord-Holland heeft wel steeds gezegd dat zij gelooft in deze samenvoeging en dat zij daarmee wil doorgaan. De voorkeursoptie van de regering bij dit wetsvoorstel is ook om over te gaan tot samenvoeging van de vier gemeenten, Gooi en Vechtstreek 4. Als een soort terugvaloptie acht de regering de variant aanvaardbaar die in het amendement van de heer Van Beek voorligt. Tenminste, zo vat ik het samen.

Als gemeenten worden heringedeeld, moet er om succesvol te kunnen opereren sprake zijn van een bepaalde samenhang en de gemeenschappelijke wens om samen door te gaan. Het lastige bij deze herindeling is dat juist in de memorie van toelichting wordt gemeld: "Het verder verkennen van samenwerkingsalternatieven heb ik beoordeeld als een minder logische en kansrijke oplossingsrichting." Er wordt zelfs gesproken over onderling wantrouwen tussen de gemeenten, waardoor samenwerking niet mogelijk is. Had dan gezegd: die minder vergaande route van samenwerking werkt niet, daar geloven we allemaal niet in, want daar is geen wil voor. Waarom heeft de minister dan wel de overtuiging dat bij een verdergaande vorm, namelijk herindeling, het onderlinge wantrouwen wel zou kunnen doven en dat er een bestuurskrachtige gemeente zou kunnen ontstaan? Het gevolg hiervan zou immers zijn dat het onderlinge wantrouwen binnen één zo'n nieuw te vormen gemeente wordt gebracht.

Als het gaat om het voorliggende voorstel en daarmee de voorkeursoptie van het kabinet en datgene wat Gedeputeerde Staten van Noord-Holland voorstaan, is er ook een groot probleem op het terrein van draagvlak. Alleen al vanuit de gemeente Bussum is heel duidelijk aangegeven dat zij er niets in ziet, en er niets voor voelt. Hoe je daar ook over denkt, het is wel een belangrijk gegeven, een contra-indicatie op het punt van draagvlak voor het voorstel zoals het er nu ligt.

Er is eerder ook gesproken over samenvoeging van alleen de gemeenten Muiden en Weesp. Het kabinet noemt deze samenvoeging "kwetsbaar" en "niet duurzaam". Hoe moet ik het standpunt van het kabinet dat dit geen oplossing is en dat het onvoldoende duurzaam is, rijmen met de terugvaloptie die de heer Van Beek namens de VVD-fractie bepleit, waarbij Weesp met een stuk van de Bloemendalerpolder erbij in feite wel als aparte gemeente zou overblijven? Is dat dan wel voldoende bestuurskrachtig, als de samenvoeging van Weesp en Muiden dat niet zou zijn?

De SGP constateert dat een eventuele grenscorrectie om de Bloemendalerpolder bij Weesp te voegen niet op voorhand kan rekenen op steun van de drie andere gemeenten. Muiden wil die correctie niet. Naarden wil daar alleen op een later moment over spreken. De regering kiest er echter voor om die correctie wel mee te nemen als er wordt gekozen voor de variant waarin drie gemeenten samengevoegd worden. Kan de minister de reden daarvan nader toelichten?

De financiële positie van Muiden vraagt om een oplossing. Die gemeente staat onder preventief toezicht, maar is ook verwikkeld in een juridische strijd over het KNSF-terrein. De minister wijst in haar brief van 30 januari op de mogelijkheid voor een aanvullende uitkering via het Gemeentefonds als er sprake is van een veroordeling. De regering zegt dat moet worden bekeken of en, zo ja, op welke wijze artikel 12 van de Financiële-verhoudingswet van toepassing kan zijn. Moet er voor de betrokken gemeente niet op voorhand meer duidelijkheid zijn, omdat anders de dreiging van een grote negatieve erfenis als een zwaard van Damocles boven de nieuwe gemeente hangt?

In de nota naar aanleiding van het verslag schrijft de minister over de dynamiek van de omliggende grootstedelijke agglomeraties Amsterdam, Almere, Amersfoort en Utrecht. Hoe kijkt de regering precies aan tegen de regionale opgave? Is die wel of niet van doorslaggevend belang? De ene keer lijkt het erop dat die opgave op zichzelf geen reden is, maar op bladzijde 18 van de nota naar aanleiding van het verslag staat dat de majeure regionale maatschappelijke opgaven het vereisen. Ook het inwonersaantal als norm voor herindeling komt weer aan bod. Over gemeenten van 72.000 inwoners zegt de regering dat een gemeente van dergelijke omvang in staat moet worden geacht om haar eigen autonome beleidsambities, haar wettelijke lokale taken en de regionale ontwikkelingstaken goed te vervullen en te behartigen. Zij wordt geacht, een sterke bestuurlijke partner in de regio te zijn. Daar is de regering dus heel positief over, maar wat is haar oordeel over kleinere gemeenten? Zouden die niet evengoed goede bestuurlijke partners kunnen zijn en over voldoende bestuurskracht kunnen beschikken?

Het voorliggende voorstel met de terugvaloptie roept voor de SGP-fractie nog heel wat vragen op. Ik wilde me in eerste termijn bewust niet ingraven, omdat ik eerst heel goed alle argumenten vanuit alle richtingen wilde horen. Ook wil ik de reactie van de minister horen op de knelpunten die zijn aangereikt. Duidelijk is wel dat voor onze fractie in ieder geval ook draagvlak een heel belangrijk criterium is als het om herindelingen gaat. We plaatsen nog steeds de nodige vraagtekens bij het draagvlak voor alle voorliggende voorstellen. Dat geldt zowel voor de voorkeursoptie als voor de terugvaloptie.

De heer Braakhuis (GroenLinks):

Voorzitter. Het samenvoegen van gemeenten kan de gemoederen flink doen oplopen. Dat is overigens goed te begrijpen. Een herindeling wordt meestal voorgesteld om problemen van de backoffice van de lokale democratie op te lossen. Dat zijn niet de problemen waarmee burgers in eerste instantie te maken hebben. Het zijn tenslotte zaken die voor de burgers achter de schermen plaatsvinden. Burgers hebben vooral een gevoel bij de gemeente waarin zij wonen. Ze zijn in dit geval trots op het Muiderslot, of ze gaan graag wandelen in het Naarderbos. Ze zijn voor Weesp als die voetbalclub tegen de club van Bussum voetbalt. Kortom, een herindeling roept nu eenmaal heel veel emoties op en dat zal voor alle herindelingen gelden. Dan is het moeilijk, zo niet schier onmogelijk, om iedereen tevreden te stellen. Ook mijn fractie hecht natuurlijk aan het zoeken van draagvlak, zo veel als dat mogelijk is. Ik hoorde dat iedereen zeggen en dat doen wij ook, maar wij realiseren ons eveneens dat dat in het geval van herindelingen soms wel verduveld moeilijk is.

Blijkens alles wat ik gelezen heb, houdt de herindeling van vandaag de gemoederen ook al heel lang bezig, namelijk zeven jaar. Als je het maar lang genoeg rekt, dan verandert er genoeg aan schuivende panelen om steeds van mening te veranderen. Overigens zal Bussum, als je lang genoeg wacht, een stuk kleiner zijn. Uiteindelijk moet de Kamer gewoon een knoop doorhakken en haar verantwoordelijkheid nemen. Dat hoorde ik overigens ook iedereen zeggen.

Er zijn veel rondes geweest en veel onderzoeken gedaan. Er is een commissie van wijzen aan de slag gegaan. Er werd een seconde opinio geschreven. De minister is het vast en zeker met mij eens dat de gemeenten het niet altijd met mij eens zijn geworden. Wat de Kamer ook zal besluiten, er zullen altijd mensen teleurgesteld zijn over het genomen besluit. Dat vind ik jammer want, zoals gezegd, vinden wij draagvlak ook belangrijk, maar wij kunnen het soms niet mooier maken. Wat voor de kamer nu rest – de heer Schouw heeft het al gehad over representatieve democratie – is het nemen van een verstandig besluit. Daarvoor zijn we immers gekozen. Laten we dus met z'n allen die knoop maar snel doorhakken, want het proces heeft meer dan lang genoeg geduurd en ik denk dat het goed is dat iedereen weet waar hij aan toe is. Het is daarom goed dat we vandaag eindelijk een besluit nemen over deze herindeling. Dat brengt me tot de eerste vraag. Het is nu begin maart. De herindeling moet per 1 januari 2013 een feit zijn en er is nog geen besluit. Gaan we dat redden? Ik heb hier en daar al iets opgevangen over een mogelijk uitstel tot 1 januari 2014. Ik hoor graag van de minister hoe zij tegen de transitietermijn aankijkt. Ik kan me namelijk voorstellen dat dat nogal spannend is.

Voorzitter. Ik vervang hier vandaag mijn collega Linda Voortman en sta daarom nogal open in dit debat. Natuurlijk heb ik alle stukken gelezen ter voorbereiding, zo goed als me dat afging. Bij het lezen van al die stukken valt mij op dat er sprake is van een redelijk goed doorlopen proces. Het zal altijd aan kritiek onderhevig blijven en er is altijd overal wel een smetje aan te vinden, maar door de bank genomen denk ik dat er een fatsoenlijk proces is doorlopen. Ik vond ook dat er bij alles wat ik las, steeds maar die GV4-variant eruit rolde. De second opinion was kritisch, maar wees die variant ook niet faliekant van de hand. Wel gaf de second opinion aan dat er in het proces fouten zijn gemaakt en dat het niet altijd de schoonheidsprijs verdient.

Ik ben niet gehinderd door kennis van de geschiedenis van dit dossier, maar als ik alles zo samenvat, dan denk ik dat toch die GV4-variant de variant is die eruit zou moeten komen. Het zijn niet de minsten die dat zeggen. De Raad van State zegt het, de commissie van wijzen zegt het, het past in het coalitieakkoord, het past binnen de beleidskaders. Waarom zouden we dat dan niet serieus nemen en opeens komen met een totaal andere variant? Dat heeft de voorganger van de huidige minister gedaan, door vrij plompverloren opeens in het proces te komen met de mededeling: er zijn wat gemeenteraadsverkiezingen geweest en ik sta eigenlijk open voor alles. Dan gooi je een proces dat redelijk zorgvuldig doorlopen is, ontzettend tegen de schutting. Dat lijkt me dan toch niet de bedoeling van wat we hier proberen te doen.

De VVD-fractie zag direct haar kans schoon en de heer Van Beek kwam met zijn amendement, waarbij we van GV4 naar GV3 gaan. Ik vind het trouwens net vloeken, maar dat terzijde. Is dat de bedoeling? Dan zeg ik: kom, zeg! Dat is toch niet waarop we hier in de Kamer moeten sturen! Het geeft mij ook heel erg het gevoel dat men zijn neus optrekt voor de gemeente Weesp.

De heer Van Raak (SP):

Ik heb een informatieve vraag. Af en toe zit ik te luisteren en denk: het zal toch niet waar zijn! Ik vraag het voor de zekerheid. Vindt de heer Braakhuis werkelijk dat het tot nu toe doorlopen proces van herindeling alles overziend goed is verlopen? Was dat wat de heer Braakhuis zei?

De heer Braakhuis (GroenLinks):

Volgens mij zei ik heel helder: niet onberispelijk. Aan elk proces zit wel een smet. De second opinion was kritisch, dat heb ik ook gezegd. Mijn antwoord is dus overwegend ja, maar met kanttekeningen.

De heer Van Raak (SP):

Concluderend: dat is echt heel raar.

De heer Braakhuis (GroenLinks):

Ik kreeg dus een beetje het gevoel dat men in het GV3-voorstel de neus optrok voor de gemeente Weesp en dat de heer Van Beek het argument van de Bloemendalerpolder inzet als een soort douceurtje om het acceptabel te maken. Dat gaf mij het gevoel dat men de oren heeft laten hangen naar een heel krachtige lobby. Ik heb stiekem toch even nagekeken welke dominante partijen in de vier gemeenten zitten. Nu blijkt dat toevallig in Bussum, Naarden en Muiden de VVD te zijn. Ik realiseer me dat dit suggestief is, maar tegelijkertijd hangt er toch iets boven de markt waar ik me niet prettig bij voel. De gemeente Weesp heeft immers ook grote problemen en de gemeente Weesp heeft aantoonbaar niet de bestuurlijke kracht om die problemen het hoofd te bieden. Ik ben van de partij die steeds zegt: de sterkste schouders dragen de grootste lasten. Dan zie ik dat er tussen deze vier gemeenten een paar krachtige gemeenten zitten en twee gemeenten die het moeilijk hebben. Bij eentje is dat urgent en bij de ander geldt het ook op de middellange termijn. Dan zorg je er toch voor dat die vier gemeenten worden samengevoegd en dat die lasten worden genomen?

De vraag is niet aan mij gesteld, maar de heer Van Raak stelde een vraag aan de heer Schouw over het opheffen van de lokale democratie. Ja, zeg! Het is het samenvoegen van lokale democratieën en niet het opheffen ervan. Het gaat er juist om dat een sterke en krachtige gemeente ontstaat die al die problemen, maar ook de uitdagingen en kansen die er liggen, het hoofd kan bieden. Dat is waar het hier om gaat en dat is waar we vandaag over moeten spreken met elkaar. Door hun ligging hebben die vier gemeenten heel veel gemeenschappelijke problemen, infrastructureel van aard bijvoorbeeld, denk aan de A1.

De heer Van Beek (VVD):

Ik wil een kleine informatieve vraag stellen. De heer Braakhuis is even vergeten om te vertellen dat de VVD in Weesp een dominante positie heeft. Weet de heer Braakhuis verder met welke leuze GroenLinks in Naarden de meest recente gemeenteraadsverkiezingen is ingegaan? Weet hij ook hoeveel zetels dit heeft opgeleverd?

De heer Braakhuis (GroenLinks):

Dit klinkt als een vraag van PowNews. Nee, ik weet het niet.

De heer Van Beek (VVD):

GroenLinks in Naarden was tegen deze herindeling.

De heer Braakhuis (GroenLinks):

Ja. Ook de fractie van GroenLinks in Bussum is kritisch. Ik heb in het begin al gezegd dat je je draagvlak zo breed mogelijk probeert te maken. Je kunt het echter onmogelijk iedereen naar de zin maken. Toch moet de Kamer af en toe besluiten nemen.

Ik sprak over de grote uitdagingen voor het gebied. Die uitdagingen moeten gezamenlijk worden gedragen. Ik heb het niet alleen over uitdagingen op het punt van de kruitfabriek. Dat is uiteraard sowieso een urgente zaak die echt moet worden opgelost. Ik sta overigens sympathiek ten opzichte van het tweede amendement van de heer Van Beek. Het is jammer dat hij op dit moment staat te bellen en dit niet hoort. Dat amendement gaat over een oplossing voor de kwalijke bruidsschat die Muiden vraagt. Daarbij gaat het mogelijk om heel veel geld. Met het amendement wordt getracht hierin verzachting aan te brengen en zo een probleem weg te halen. Ik zeg nogmaals dat wij ons in dat amendement van de heer Van Beek eigenlijk prima kunnen vinden, mogelijk met wat kanttekeningen. Ik zie dat de heer Van Beek weer in de zaal is teruggekeerd.

De samenvoeging biedt ook kansen. Sommige gemeenten zitten een beetje in het korsetje van de ruimtelijke ordening. Sommige gemeenten hebben te maken met krimp. De gemeentelijke samenvoeging biedt uiteraard ook veel kansen om gezamenlijk beleid op het punt van de ruimtelijke ordening te ontwikkelen. Dat geldt ook voor de ontwikkelingen in de Bloemendalerpolder. Zulke zaken kunnen gezamenlijk ter hand worden genomen, wat voordeel kan bieden voor alle vier de huidige kernen.

Ik heb me inmiddels toch wel duidelijk uitgesproken tegen het GV3-amendement en voor de GV4-variant. Als gevolg daarvan vraag ik de minister het volgende. Stel dat onverhoopt de variant van het GV3-amendement het haalt in de Kamer, dan zitten wij met Weesp. Daarmee zitten wij dan mooi in onze maag. Ik hoor graag van de minister hoe dat dan wordt opgelost. Wat is de minister dan van plan? Hoe wil zij dan voorkomen dat wij een volgend probleemgeval creëren met Weesp, zeker als daar de Bloemendalerpolder bij komt? Hoe voorkomen wij dat dit verschuift van alleen maar belangrijk naar urgent? Zijn de argumenten uit de memorie van toelichting niet gewoon nog onverkort van kracht? Is dus ook volgens de minister eigenlijk een samenvoeging van vier gemeenten vereist, conform hetgeen in de memorie van toelichting staat?

Ik heb al gezegd dat het tweede amendement van de heer Van Beek op onze sympathie kan rekenen. Het roept nog wel wat vragen op. Hoe wordt precies bepaald wat de draagkracht van Muiden zou zijn geweest als het een zelfstandige gemeente zou zijn? Ik heb echter al gezegd dat ik het terecht vind dat de heer Van Beek een dreigende schadeclaim wil agenderen en tracht op te lossen. Net als andere woordvoerders ben ik benieuwd naar de reactie van de minister op dit amendement van de heer Van Beek. Zijn er misschien alternatieven? Dat Bussum en Naarden niet zitten te wachten op zo'n giftige bruidsschat, kan ik mij heel goed voorstellen.

Wij bespreken vandaag de herindeling van Bussum, Naarden, Muiden en Weesp. Maar de Gooi- en Vechtstreek is groter dan die vier gemeenten. In de gesprekken die mijn collega Voortman heeft gevoerd met mensen uit die regio, viel op dat een samenvoeging van alle negen gemeenten minder omstreden leek te zijn dan de samenvoeging van de genoemde vier gemeenten. Natuurlijk is het gemakkelijker om te filosoferen over een optie in de verre toekomst dan over een actueel en concreet voorstel. Bij een optie in de toekomst zijn de belangen minder groot. Ook de commissie van wijzen heeft zich echter in deze richting uitgelaten. Zij schat in dat de discussie hierover binnen tien tot vijftien jaar aan de orde zou kunnen komen. Wat vindt de minister van dit toekomstperspectief en deze inschatting van de commissie?

Toen ik de memorie van toelichting doorlas, maakte het eerste deel mij al goeddeels duidelijk dat er een redelijk goede afweging heeft plaatsgevonden door diverse instituten en wijzen. Dat heb ik ook tegen de heer Van Raak gezegd. Op grond van die afweging is volgens mij toch duidelijk dat de GV4-variant daar uit is gekomen. Ik ga ervan uit dat de minister dit niet negeert en het advies onverkort overneemt. Dat noem ik het nemen van bestuurlijke verantwoordelijkheid.

De heer Brinkman (PVV):

Voorzitter. Elke gemeentelijke herindeling in deze Kamer is een andere. Het gaat elke keer ook anders, maar dit is wel een heel bijzondere moet ik zeggen. Er zijn in mijn beleving twee precedenten geschapen, twee partijen die hun koers wijzigen, ook al hebben ze die jarenlang gevolgd als het gaat om gemeentelijke herindeling. Dat zijn het CDA en de VVD. De VVD heeft in tegenstelling tot wat die fractie zelf zegt de oren laten hangen naar de grootste dissonant in het gemeentelijke-herindelingsvoorstel en middels het amendement een groot probleem gecreëerd voor een gemeente die eigenlijk de enige voorstander was. Ik kan dit niet rijmen met de argumentatie, zeker niet van een partij als de VVD die er altijd redelijk consistent in was. Ik heb sterk het vermoeden dat er andere belangen en andere lobbyachtige bewegingen achter zitten. Ik zal er ooit nog wel eens achter komen, of hier of in de provincie Noord-Holland. Ik heb al eerder aangegeven dat er ook in de provincie Noord-Holland allerlei zaken gaande zijn. Ik zit daar middenin, zoals de Kamer weet. Juist de Bloemendalerpolder, die onderdeel uitmaakt van het amendement, is voorwerp van onderzoek, naar aanleiding van malversaties van een gedeputeerde. In dat kader wordt een gedeputeerde van de VVD met nadruk genoemd.

Ik weet dus niet wat er gaande is, maar ik denk dat wij het moeten bezien langs de lijn die de PVV altijd heeft gevolgd. Wij gaan ervan uit dat de overheid er voor de burger is. De burger heeft te bepalen of die overheid efficiënt en groot moet zijn, of kleinschalig en misschien wel duur. Wij hebben altijd gezegd: maak een kostenplaatje bij een gemeentelijke herindeling. Laat de burger zien hoeveel het misschien meer kost aan lokale lasten om die kleine gemeente te behouden. Als de burger in meerderheid aangeeft dat hij die lasten wil betalen, dan is dat aan de burger. Dat moeten wij niet op een woensdagmiddag gaan veranderen. Ik ben faliekant tegen amendementen die ergens een streep door zetten als die niet berusten op de burgerlijke draagvlak die wij graag zien.

De voorzitter:

Mijnheer Heijnen, u heeft geen mogelijkheid meer voor een interruptie.

De heer Heijnen (PvdA):

Dan een kort vraagje, voorzitter, want het is bijna een persoonlijk feit.

De voorzitter:

Dat vermoedde ik al.

De heer Heijnen (PvdA):

Ik heb de VVD, de heer Van Beek, aangevallen op het amendement, maar ik wil ver weg blijven van iedere suggestie die de heer Brinkman namens gedoogpartner de PVV hier ter tafel brengt, alsof de heer Van Beek zich daarmee voertuig maakt van krachten die nu onderwerp van gerechtelijk onderzoek zijn in projectontwikkelingsgebieden in het gebied.

De voorzitter:

Wij nemen hier kennis van.

De heer Brinkman (PVV):

Dat is het verschil tussen een bestuurderspartij en een partij die echt opkomt voor de burgers. Die bestuurderspartij moet natuurlijk ook altijd de deuren openhouden voor de VVD waarmee zij later hopelijk nog eens in een college of in een kabinet komt te zitten. Dus ik snap de opstelling van de heer Heijnen in dezen. Nogmaals, mij is daaraan niets gelegen. Ik begrijp de consistente lijn van de VVD niet in vergelijking met wat hier nu ter tafel komt. Ik vraag mij nogmaals af wat hiervoor de argumentatie is. Ik kan er vooralsnog alleen maar naar gissen. Ik heb al aangegeven dat ik er ooit nog wel eens achter kom.

Wij moeten gewoon reëel zijn. Er is maar bij één partij draagvlak voor de GV4, namelijk Weesp. Dat is te weinig. De PVV kan dan ook niet instemmen met wat hier voorligt. Het amendement van collega Van Beek sluit juist de enige partij uit die er wel voor is, natuurlijk onder het mom dat Bussum dan mogelijk afhaakt. Ik heb daar overigens geen bewijs voor gezien. Ik sluit echter niet uit dat het vermoeden van de heer Van Beek juist is. Dan zeg ik op mijn beurt: prima, dan gaat Bussum er maar uit en dan leggen wij het opnieuw aan de burger voor. Als de burger het goed vindt om met de andere drie verder te gaan, dan is dat het geval. Misschien creëer je dan geen bestuurlijke draagkracht.

Om een lang verhaal kort te maken: ik denk dat het heel verstandig is om dit voorstel terug te geven aan de minister en haar nadrukkelijker de opdracht te geven ervoor te zorgen dat de provincie in dezen haar taak beter uitoefent. Wellicht heeft de provincie haar taak verzaakt. Wij moeten hierover niet gaan stemmen. Met alle respect, dit is een zeer slecht voorstel. Het is zeer slecht tot stand gekomen en heeft geen draagvlak onder de burgers.

De algemene beraadslaging wordt geschorst.

De voorzitter:

Ik dank de leden voor hun inbreng in eerste termijn. Ik dank de minister voor haar aanwezigheid, net als de bezoekers op de publieke tribune.

Om 13.30 uur beginnen wij met de regeling van werkzaamheden. De agendapunten schuiven in tijd dus iets op.

De vergadering wordt van 12.52 uur tot 13.30 uur geschorst.

Voorzitter: Verbeet

Naar boven