Tractatenblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum totstandkoming
Ministerie van Buitenlandse ZakenTractatenblad 2009, 238Verdrag

46 (1990) Nr. 10

A. TITEL

1. Verdrag inzake Conventionele Strijdkrachten in Europa;

2. Protocol inzake bestaande typen conventionele wapensystemen;

3. Protocol inzake procedures betreffende de reclassificering van bepaalde modellen of versies van lesvliegtuigen met gevechtscapaciteit als onbewapende lesvliegtuigen;

4. Protocol inzake procedures betreffende de vermindering van wapensystemen beperkt bij het Verdrag inzake Conventionele Strijdkrachten in Europa;

5. Protocol inzake procedures betreffende de categorisering van gevechtshelicopters en de recategorisering van algemeen inzetbare aanvalshelicopters;

6. Protocol inzake bekendmaking en uitwisseling van informatie;

7. Protocol inzake inspectie;

8. Protocol inzake het Gemengd Overlegorgaan;

9. Protocol inzake de voorlopige toepassing van enkele bepalingen van het Verdrag inzake Conventionele Strijdkrachten in Europa;

(met Bijlagen)

Parijs, 19 november 1990

B. TEKST

De Engelse tekst van Verdrag en Protocollen, met Bijlagen en Verklaringen, is geplaatst in Trb. 1991, 31.

Zie voor de Engelse tekst van de Overeenkomst van 18 oktober 1991 inzake de conventionele wapensystemen van de Unie van Socialistische Sovjetrepublieken in Estland, Letland en Litouwen tussen de Staten die partij zijn bij het Verdrag inzake Conventionele Strijdkrachten in Europa, rubriek J van Trb. 1992, 126.

Zie voor de Engelse tekst van het Slotdocument van 5 juni 1992 van de Buitengewone Conferentie van Staten die Partij zijn bij het Verdrag inzake Conventionele Strijdkrachten in Europa, eveneens rubriek J van Trb. 1992, 126.

Zie voor de Engelse tekst van het Document van 5 februari 1993 van de Staten die Partij zijn bij het Verdrag inzake Conventionele Strijdkrachten in Europa, rubriek J van Trb. 1995, 42.

Zie voor de Engelse tekst van het Slotdocument van 31 mei 1996 inzake de eerste Toetsingsconferentie van het Verdrag inzake Conventionele Strijdkrachten in Europa, met Bijlagen en Verklaringen, rubriek J van Trb. 1996, 256.

De Engelse tekst van het Verdrag van 19 november 1999 tot herziening van het onderhavige Verdrag, met Protocollen en Bijlage, is geplaatst in Trb. 2001, 172.

Voor de geconsolideerde Engelse tekst van het onderhavige Verdrag, zoals deze zal luiden bij inwerkingtreding van het Verdrag van 19 november 1999, zie rubriek J van Trb. 2001, 186.

C. VERTALING

Zie Trb. 1991, 106 en zie Trb. 2001, 172 voor het Verdrag van 19 november 1999.


De vertaling van de in rubriek J van Trb. 1992, 126 geplaatste bijlage A bij het Slotdocument van 5 juni 1992 van de Staten die Partij zijn bij het Verdrag inzake Conventionele Strijdkrachten in Europa, dat het Verdrag en het Protocol inzake procedures betreffende de categorisering van gevechtshelicopters en de recategorisering van algemeen inzetbare aanvalshelicopters wijzigt, luidt als volgt:

Bijlage A:
Toelichting

  • 1. De eerste alinea van de preambule van het Verdrag wordt als volgt uitgelegd:

    „De Republiek Armenië, de Republiek Azerbeidzjan, de Republiek Belarus, het Koninkrijk België, de Republiek Bulgarije, Canada, het Koninkrijk Denemarken, de Bondsrepubliek Duitsland, de Franse Republiek, de Republiek Georgië, de Helleense Republiek, de Republiek Hongarije, de Republiek IJsland, de Italiaanse Republiek, de Republiek Kazachstan, het Groothertogdom Luxemburg, de Republiek Moldavië, het Koninkrijk der Nederlanden, het Koninkrijk Noorwegen, Oekraïne, de Republiek Polen, de Portugese Republiek, Roemenië, de Russische Federatie, de Tsjechische en Slowaakse Federatieve Republiek, het Koninkrijk Spanje, de Republiek Turkije, het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland en de Verenigde Staten van Amerika, hierna te noemen de Partijen,”

  • 2. De tweede alinea van de preambule van het Verdrag wordt als volgt uitgelegd:

    „Geleid door het Mandaat voor onderhandelingen over conventionele strijdkrachten in Europa van 10 januari 1989,”

    De derde alinea van de preambule van het Verdrag wordt als volgt uitgelegd:

    „Geleid door de doelstellingen van de Conferentie over Veiligheid en Samenwerking in Europa, in het kader waarvan de onderhandelingen over dit Verdrag vanaf 9 maart 1989 in Wenen werden gevoerd,”

  • 3. Ten aanzien van de negende alinea van de preambule van het Verdrag wordt opgemerkt dat het Verdrag van Warschau van 1955 niet langer van kracht is en dat een aantal Partijen van de eerste groep omschreven in punt 4 van deze Bijlage dat verdrag niet hebben ondertekend of ertoe zijn toegetreden.

  • 4. Onder de „groep van Partijen” bedoeld in artikel II, eerste lid, letter A, van het Verdrag worden verstaan: „de Republiek Armenië, de Republiek Azerbeidzjan, de Republiek Belarus, de Republiek Bulgarije, de Republiek Georgië, de Republiek Hongarije, de Republiek Kazachstan, de Republiek Moldavië, de Republiek Polen, Roemenië, Oekraïne en de Russische Federatie, de Tsjechische en Slowaakse Federatieve Republiek,” en „het Koninkrijk België, Canada, het Koninkrijk Denemarken, de Bondsrepubliek Duitsland, de Franse Republiek, de Helleense Republiek, de Republiek IJsland, de Italiaanse Republiek, het Groothertogdom Luxemburg, het Koninkrijk der Nederlanden, het Koninkrijk Noorwegen, de Portugese Republiek, het Koninkrijk Spanje, de Republiek Turkije, het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland en de Verenigde Staten van Amerika.”

  • 5. De eerste twee volzinnen van artikel II, eerste lid, letter B, van het Verdrag worden als volgt uitgelegd:

    „wordt onder „toepassingsgebied” verstaan het gehele landgebied van de Partijen in Europa van de Atlantische Oceaan tot het Oeralgebergte, dat mede alle Europese eilandgebieden van de Partijen omvat, met inbegrip van de Faeröer van het Koninkrijk Denemarken, Spitsbergen met inbegrip van Bereneiland van het Koninkrijk Noorwegen, de Azoren en Madeira van de Portugese Republiek, de Canarische Eilanden van het Koninkrijk Spanje en Franz-Josefland en Nova Zembla van de Russische Federatie. Wat de Russische Federatie en de Republiek Kazachstan betreft, omvat het toepassingsgebied al het grondgebied ten westen van de rivier de Oeral en de Kaspische Zee.”

  • 6. In artikel IV van het Verdrag wordt in overeenstemming met de bij de ondertekening van het Verdrag door de voormalige Unie van Socialistische Sovjetrepublieken overgelegde kaart:

    • de tweede volzin van het tweede deel van het eerste lid als volgt uitgelegd:

      „Deze aangewezen permanente opslagplaatsen kunnen ook gelegen zijn in de Republiek Moldavië, het deel van Oekraïne bestaande uit het voormalige militaire district Odessa op zijn grondgebied en het deel van het grondgebied van de Russische Federatie bestaande uit het zuidelijke deel van het militaire district Leningrad.”

    • de eerste volzin van het tweede lid als volgt uitgelegd:

      „In het gebied gevormd door het gehele landgebied in Europa, dat mede alle Europese eilandgebieden omvat, van de Republiek Belarus, het Koninkrijk België, het Koninkrijk Denemarken met inbegrip van de Faeröer, de Bondsrepubliek Duitsland, de Franse Republiek, de Republiek Hongarije, de Italiaanse Republiek, het deel van de Republiek Kazachstan binnen het toepassingsgebied, het Groothertogdom Luxemburg, het Koninkrijk der Nederlanden, het deel van het grondgebied van Oekraïne bestaande uit de voormalige militaire districten Karpaten en Kiev, de Republiek Polen, de Portugese Republiek met inbegrip van de Azoren en Madeira, het deel van de Russische Federatie bestaande uit het deel van het voormalig Baltisch militair district op zijn grondgebied, het militair district Moskou en het deel van het militair district Wolga-Oeral op zijn grondgebied ten westen van de Oeral, het Koninkrijk Spanje met inbegrip van de Canarische Eilanden, de Tsjechische en Slowaakse Federatieve Republiek en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, beperkt en, voor zover nodig, vermindert elke Partij haar aantallen gevechtstanks, pantsergevechtsvoertuigen en stukken artillerie, zodat, 40 maanden na de inwerkingtreding van dit Verdrag en daarna, voor de groep van Partijen waartoe zij behoort de totale aantallen niet groter zijn dan:”

    • de eerste volzin van het derde lid als volgt uitgelegd:

      „In het gebied gevormd door het gehele landgebied in Europa, dat mede alle Europese eilandgebieden omvat, van de Republiek Belarus, het Koninkrijk België, het Koninkrijk Denemarken met inbegrip van de Faeröer, de Bondsrepubliek Duitsland, de Franse Republiek, de Republiek Hongarije, de Italiaanse Republiek, het Groothertogdom Luxemburg, het Koninkrijk der Nederlanden, het deel van het grondgebied van Oekraïne bestaande uit de voormalige militaire districten Karpaten en Kiev, de Republiek Polen, het deel van de Russische Federatie bestaande uit het deel van het voormalig Baltisch militair district op zijn grondgebied, de Tsjechische en Slowaakse Federatieve Republiek en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, beperkt en, voor zover nodig, vermindert elke Partij haar aantallen gevechtstanks, pantsergevechtsvoertuigen en stukken artillerie, zodat, 40 maanden na de inwerkingtreding van dit Verdrag en daarna, voor de groep van Partijen waartoe zij behoort de totale aantallen niet groter zijn dan:”

    • de eerste volzin van het derde lid, letter D, als volgt uitgelegd:

      „in het deel van Oekraïne bestaande uit het voormalige militaire district Kiev de totale aantallen in actieve eenheden en in aangewezen permanente opslagplaatsen tezamen niet groter zijn dan:”.

  • 7. De eerste volzin van artikel V, eerste lid, letter A, van het Verdrag wordt in overeenstemming met de bij de ondertekening van het Verdrag door de voormalige Unie van Socialistische Sovjetrepublieken overgelegde kaart, als volgt uitgelegd:

    „beperkt en, voor zover nodig, vermindert, elke Partij in het gebied gevormd door het gehele landgebied van Europa, dat mede de Europese eilandgebieden omvat, van de Republiek Armenië, de Republiek Azerbeidzjan, de Republiek Bulgarije, de Republiek Georgië, de Helleense Republiek, de Republiek IJsland, de Republiek Moldavië, het Koninkrijk Noorwegen, het deel van Oekraïne bestaande uit het voormalige militaire district Odessa op zijn grondgebied, Roemenië, het deel van de Russische Federatie dat de militaire districten Leningrad en Noord-Kaukaus omvat en het deel van de Republiek Turkije dat binnen het toepassingsgebied valt, haar aantallen gevechtstanks, pantsergevechtsvoertuigen en stukken artillerie zodat, 40 maanden na de inwerkingtreding van dit Verdrag en daarna, voor de groep van Partijen waartoe zij behoort, de totale aantallen in actieve eenheden niet groter zijn het verschil tussen de totale getalsmatige beperkingen genoemd in artikel IV, eerste lid, en die in artikel IV, tweede lid, namelijk:”.

  • 8. Titel I, paragraaf 3, van het Protocol inzake procedures betreffende de categorisering van gevechtshelicopters en de recategorisering van algemeen inzetbare aanvalshelikopters wordt als volgt uitgelegd:

    „Niettegenstaande de bepalingen van paragraaf 2 van deze Titel en als enige uitzondering op die paragraaf, kunnen de Republiek Armenië, de Republiek Azerbeidzjan, de Republiek Belarus, de Republiek Georgië, de Republiek Kazachstan, de Republiek Moldavië, Oekraïne en de Russische Federatie in totaal ten hoogste 100 Mi-24Ren Mi-24K helikopters bezitten, die zijn uitgerust voor het verkennen, lokaliseren of het nemen van chemische, biologische of radiologische monsters, welke niet zijn onderworpen aan de beperkingen voor aanvalshelikopters in de artikelen IV en VI van het Verdrag. Deze helikopters zijn onderworpen aan uitwisseling van informatie in overeenstemming met het Protocol inzake informatie-uitwisseling en aan inwendige inspectie in overeenstemming met Titel VI, paragraaf 30, van het Protocol inzake inspectie. Mi-24R en Mi-24K helikopters boven dit totaal worden gecategoriseerd als gespecialiseerde aanvalshelikopters, ongeacht hoe zij zijn uitgerust, en tellen mee voor de getalsmatige beperkingen voor aanvalshelikopters in de artikelen IV en VI van het Verdrag.”

  • 9. Onder verwijzing naar paragraaf 11 van het Protocol inzake het Gemengd Overlegorgaan, wordt de omvang van de aan de Unie van Socialistische Sovjetrepublieken toegewezen kosten van het Gemengd Overlegorgaan de gezamenlijke verantwoordelijkheid van de Republiek Armenië, de Republiek Azerbeidzjan, de Republiek Belarus, de Republiek Georgië, de Republiek Kazachstan, de Republiek Moldavië, Oekraïne en de Russische Federatie.


De vertaling van de in rubriek J van Trb. 1995, 42 geplaatste Bijlage bij het Document van 5 februari 1993 van de Staten die Partij zijn bij het Verdrag inzake Conventionele Strijdkrachten in Europa, dat het Verdrag en Protocol inzake het Gemengd Overlegorgaan wijzigt, luidt als volgt:


Bijlage inzake de uitlegging van het Verdrag

  • 1. De eerste alinea van de preambule van het Verdrag wordt als volgt uitgelegd:

    „de Republiek Armenië, de Republiek Azerbeidzjan, de Republiek Belarus, het Koninkrijk België, de Republiek Bulgarije, Canada, het Koninkrijk Denemarken, de Bondsrepubliek Duitsland, de Franse Republiek, de Republiek Georgië, de Helleense Republiek, de Republiek Hongarije, de Republiek IJsland, de Italiaanse Republiek, de Republiek Kazachstan, het Groothertogdom Luxemburg, de Republiek Moldavië, het Koninkrijk der Nederlanden, het Koninkrijk Noorwegen, Oekraïne, de Republiek Polen, de Portugese Republiek, Roemenië, de Russische Federatie, de Slowaakse Republiek, het Koninkrijk Spanje, de Tsjechische Republiek, de Republiek Turkije, het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland en de Verenigde Staten van Amerika, hierna te noemen de Partijen,”

  • 2. Onder de „groep van Partijen” bedoeld in artikel II, tweede lid, letter A, van het Verdrag worden verstaan: „de Republiek Armenië, de Republiek Azerbeidzjan, de Republiek Belarus, de Republiek Bulgarije, de Republiek Georgië, de Republiek Hongarije, de Republiek Kazachstan, de Republiek Moldavië, Oekraïne, de Republiek Polen, Roemenië, de Russische Federatie, de Slowaakse Republiek en de Tsjechische Republiek” en „het Koninkrijk België, Canada, het Koninkrijk Denemarken, de Bondsrepubliek Duitsland, de Franse Republiek, de Helleense Republiek, de Republiek IJsland, de Italiaanse Republiek, het Groothertogdom Luxemburg, het Koninkrijk der Nederlanden, het Koninkrijk Noorwegen, de Portugese Republiek, het Koninkrijk Spanje, de Republiek Turkije, het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland en de Verenigde Staten van Amerika.”

  • 3. In artikel IV van het Verdrag:

    wordt de eerste volzin van het tweede lid als volgt uitgelegd:

    „In het gebied gevormd door het gehele landgebied in Europa, dat mede alle Europese eilandgebieden omvat, van de Republiek Belarus, het Koninkrijk België, het Koninkrijk Denemarken met inbegrip van de Faeröer, de Bondsrepubliek Duitsland, de Franse Republiek, de Republiek Hongarije, de Italiaanse Republiek, het deel van de Republiek Kazachstan binnen het toepassingsgebied, het Groothertogdom Luxemburg, het Koninkrijk der Nederlanden, het deel van het grondgebied van Oekraïne bestaande uit de voormalige militaire districten Karpaten en Kiev, de Republiek Polen, de Portugese Republiek met inbegrip van de Azoren en Madeira, het deel van de Russische Federatie bestaande uit het deel van het voormalig Baltisch militair district op zijn grondgebied, het militair district Moskou en het deel van het militair district Wolga-Oeral op zijn grondgebied ten westen van de Oeral, de Slowaakse Republiek, het Koninkrijk Spanje met inbegrip van de Canarische Eilanden, de Tsjechische Republiek en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, beperkt en, voor zover nodig, vermindert elke Partij haar aantallen gevechtstanks, pantsergevechtsvoertuigen en stukken artillerie, zodat, 40 maanden na de inwerkingtreding van dit Verdrag en daarna, voor de groep van Partijen waartoe zij behoort de totale aantallen niet groter zijn dan:”

    • wordt de eerste volzin van het derde lid als volgt uitgelegd:

      „In het gebied gevormd door het gehele landgebied in Europa, dat mede alle Europese eilandgebieden omvat, van de Republiek Belarus, het Koninkrijk België, het Koninkrijk Denemarken met inbegrip van de Faeröer, de Bondsrepubliek Duitsland, de Franse Republiek, de Republiek Hongarije, de Italiaanse Republiek, het Groothertogdom Luxemburg, het Koninkrijk der Nederlanden, het deel van het grondgebied van Oekraïne bestaande uit de voormalige militaire districten Karpaten en Kiev, de Republiek Polen, het deel van de Russische Federatie bestaande uit het deel van het voormalig Baltisch militair district op zijn grondgebied, de Slowaakse Republiek, de Tsjechische Republiek en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, beperkt en, voor zover nodig, vermindert elke Partij haar aantallen gevechtstanks, pantsergevechtsvoertuigen en stukken artillerie, zodat, 40 maanden na de inwerkingtreding van dit Verdrag en daarna, voor de groep van Partijen waartoe zij behoort de totale aantallen niet groter zijn dan:”

    • wordt de eerste volzin van het vierde lid als volgt uitgelegd:

      „In het gebied gevormd door het gehele landgebied in Europa, dat mede alle Europese eilandgebieden omvat, van het Koninkrijk België, de Bondsrepubliek Duitsland, de Republiek Hongarije, het Groothertogdom Luxemburg, het Koninkrijk der Nederlanden, de Republiek Polen, de Slowaakse Republiek en de Tsjechische Republiek, beperkt en, voor zover nodig, vermindert elke Partij haar aantallen gevechtstanks, pantsergevechtsvoertuigen en stukken artillerie zodat, 40 maanden na de inwerkingtreding van dit Verdrag en daarna, voor de groep van Partijen waartoe zij behoort de totale aantallen in actieve eenheden niet groter zijn dan:”

  • 4. In paragraaf 11 van het Protocol inzake het Gemengd Overlegorgaan en onverminderd eventuele herziening door het Gemengd Overlegorgaan van de verdeelsleutel voor de kosten in overeenstemming met artikel XVI, tweede lid, letter F, van het Verdrag wordt de zinsnede „2,34% voor de Tsjechische en Slowaakse Federatieve Republiek” uitgelegd als „1,56% voor de Tsjechische Republiek” en „0,78% voor de Slowaakse Republiek.”


D. PARLEMENT

Zie Trb. 1992, 126, de rubrieken J van Trb. 1992, 126, Trb. 1995, 42 en Trb. 1996, 256 en rubriek D van Trb. 2001, 172.

E. PARTIJGEGEVENS

Verdrag, met Protocollen en Bijlagen

Zie Trb. 1991, 31.

Partij

Ondertekening

Ratificatie

Type*

In werking

Opzegging

Buiten werking

Armenië

19-11-90

12-10-92

R

09-11-92

   

Azerbeidzjan

19-11-90

09-07-92

R

09-11-92

   

Belarus

19-11-90

30-10-92

R

09-11-92

   

België

19-11-90

17-12-91

R

09-11-92

   

Bulgarije

19-11-90

12-11-91

R

09-11-92

   

Canada

19-11-90

22-11-91

R

09-11-92

   

Denemarken

19-11-90

30-12-91

R

09-11-92

   

Duitsland

19-11-90

23-12-91

R

09-11-92

   

Frankrijk

19-11-90

24-03-92

R

09-11-92

   

Georgië

19-11-90

06-07-92

R

09-11-92

   

Griekenland

19-11-90

08-07-92

R

09-11-92

   

Hongarije

19-11-90

04-11-91

R

09-11-92

   

IJsland

19-11-90

24-12-91

R

09-11-92

   

Italië

19-11-90

22-04-92

R

09-11-92

   

Kazachstan

19-11-90

30-10-92

R

09-11-92

   

Luxemburg

19-11-90

22-01-92

R

09-11-92

   

Moldavië

19-11-90

06-07-92

R

09-11-92

   

Nederlanden, het Koninkrijk der

19-11-90

         

– Nederland

 

08-11-91

R

09-11-92

   

– Ned. Antillen

 

 

   

– Aruba

 

 

   

Noorwegen

19-11-90

29-11-91

R

09-11-92

   

Oekraïne

19-11-90

09-07-92

R

09-11-92

   

Polen

19-11-90

26-11-91

R

09-11-92

   

Portugal

19-11-90

14-08-92

R

09-11-92

   

Roemenië

19-11-90

21-04-92

R

09-11-92

   

Russische Federatie

19-11-90

03-09-92

R

09-11-92

   

Slowakije1)

 

22-10-96

VG

01-01-93

   

Spanje

19-11-90

01-06-92

R

09-11-92

   

Tsjechië1)

 

11-12-96

VG

01-01-93

   

Tsjechoslowakije (<01-01-1993)

19-11-90

05-08-91

R

09-11-92

   

Turkije

19-11-90

08-07-92

R

09-11-92

   

Verenigd Koninkrijk, het

19-11-90

19-11-91

R

09-11-92

   

Verenigde Staten van Amerika, de

19-11-90

29-01-92

R

09-11-92

   

* O=Ondertekening zonder voorbehoud of vereiste van ratificatie, R= Bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of kennisgeving, T=Toetreding, VG=Voortgezette gebondenheid, NB=Niet bekend

XNoot
1)

Tijdens een op 5 februari 1993 gehouden Buitengewone Conferentie is overeenstemming bereikt over de gevolgen van de ontbinding van Tsjecho-Slowakije voor het Verdrag. De Conferentie heeft de Tsjechische Republiek en Slowakije bij het Document van 5 februari 1993 aanvaard als de rechtsopvolgers van Tsjecho-Slowakije. Zie Trb. 1995, 42.

Uitbreidingen

Verenigd Koninkrijk, het

Uitgebreid tot

In werking

Buiten werking

Akrotiri en Dhekelia (Soevereine Basis Gebieden op Cyprus)

09-11-1992

 

Gibraltar

09-11-1992

 

Guernsey

09-11-1992

 

Jersey

09-11-1992

 

Man

09-11-1992

 

Verklaringen, voorbehouden en bezwaren

Duitsland, 19 november 1990

In connection with the signature of the Treaty on Conventional Armed Forces in Europe, the Government of the Federal Republic of Germany confirms the declaration made by the Federal Minister for Foreign Affairs on 30 August 1990 in the plenary session of the Negotiations on Conventional Armed Forces in Europe, which reads as follows:

“The Government of the Federal Republic of Germany undertakes to reduce the personnel strength of the armed forces of the united Germany to 370,000 (ground, air and naval forces) within three to four years. This reduction will commence on the entry into force of the first CFE agreement.

Within the scope of this overall ceiling no more than 345,000 will belong to the ground and air forces which, pursuant to the agreed mandate, alone are the subject of the Negotiations on Conventional Armed Forces in Europe.

The Federal Government regards its commitment to reduce ground and air forces as a significant German contribution to the reduction of conventional armed forces in Europe. It assumes that in follow-on negotiations the other participants in the negotiations, too, will render their contribution to enhancing security and stability in Europe, including measures to limit personnel strengths.”

Duitsland, 23 december 1991

  • 1. The Federal Republic of Germany will apply Section VI, paragraph 24 of the Protocol on Inspection in such a way that inspections outside military establishments are not carried out in spaces used for residential purposes.

  • 2. Section VIII, paragraph 6 (C) of the Protocol on Inspection will be applied in such a way that inspections outside military establishments are carried out in spaces not used for residential purposes only during normal business and operating hours.

Griekenland, 8 juli 1992

Greece wishes hereby to reaffirm the validity of the 1923 Lausanne Peace Treaty, the 1936 Montreux Convention regarding the regime of the Straits and the 1947 Paris Peace Treaty between the Allies and Italy, insofar as obligations deriving from them have not explicitly or implicitly been abolished by other Treaties, including the present one, or other rules and principles of international law.

Russische Federatie, 14 juli 2007

Suspension of the Treaty from 12 December 2007.

[Note of the depositary: The Russian Federation has requested the depositary to convey to the States Parties to the Treaty its decision to suspend the operation of the CFE Treaty and the Document agreed among the States Parties to the Treaty on Conventional Armed Forces in Europe of 19 November 1990. The Russian Federation proceeds from the point that the operation of the CFE Treaty and the Flank Document will be suspended in relations between the Russian Federation and States Parties to the CFE Treaty after 150 days upon the date of receipt by all the CFE Treaty States Parties of the notification on suspension, i.e. from 12 December 2007.]

Bezwaar door Canada, 7 februari 2008

… The CFE Treaty does not contain provisions allowing States Parties to suspend their obligations. It is also the understanding of Canada that neither does customary international law, as embodied in the Vienna Convention on the Law of Treaties, contain grounds to justify such a unilateral course of action. Under these circumstances, Canada will continue to review the Russian Federation's compliance with its obligations, which continue in force, under the CFE Treaty and review options available under international law to respond to breaches of those obligations. Canada will also take into consideration the Russian Federation's level of compliance in determining its own future actions.

Bezwaar door Roemenië, 11 december 2007

… Romania would like to inform that it does not agree with Russian Federation's demarche regarding the suspension of the latter's obligations under the CFE Treaty starting with 12 December 2007.

Bezwaar door Tsjechië, 19 mei 2008

… As the CFE Treaty does not contain any provision allowing States Parties to suspend their obligations and there is no consent on the suspension of the operation of the CFE Treaty, the Czech Republic will review the Russian Federation’s compliance with its obligations, which continue in force, under the CFE Treaty. The Czech Republic reserves, therefore, the right to take necessary legal measures under international law to respond to the breaches of those obligations.

Bezwaar door Turkije, 3 januari 2008

… The CFE Treaty contains no provision for a state party to carry out such a suspension. Turkey, therefore, reserves the right to consider an act of suspension of the CFE Treaty by a state party as a material breach of the CFE Treaty and the right to take necessary legal measures in accordance with the principles of international law.

Bezwaar door Verenigd Koninkrijk, het, 11 december 2007

… the United Kingdom would reserve the right to consider an act of suspension of the CFE Treaty by a State Party, should it occur, as an unlawful, material breach of the CFE Treaty.

Bezwaar door Verenigde Staten van Amerika, de, 17 december 2007

… the CFE Treaty contains no provision that allows a State Party to carry out such a suspension and that such a suspension is not justified under the circumstances based on customary international law, as reflected in the Vienna Convention on the Law of Treaties. As such, the United States of America will continue to review closely the Russian Federations’s compliance with its obligations, which continue in force, under the CFE Treaty and review options available under international law to respond to breaches of those obligations. The United States’ future actions with regard to its own CFE Treaty commitments will take into account Russian compliance with its CFE Treaty commitments.

Russische Federatie, 30 juli 2008

(unofficial translation)

The suspension of the CFE Treaty is in line with the provisions of the CFE Treaty, the Vienna Convention on the Law of Treaties, customary international law and general principles of law.

It is well known that pursuant to Article 57 of the Vienna Convention the operation of the international treaty may be suspended (i) in conformity with the provisions of the treaty, or (ii) by consent of the parties to the treaty. Paragraph 2 of Article XIX of the CFE Treaty provides that “each State Party shall, in exercising its national sovereignty, have the right to withdraw from this Treaty if it decides that extraordinary events related to the subject matter of this Treaty have jeopardized its supreme interests”.

The Russian Federation is of the view that the State Parties to the CFE Treaty are fully allowed by international law to suspend it on the same grounds and under the same procedure as provided for in Paragraph 2 of Article XIX for the withdrawal from the CFE Treaty.

Article 31 of the Vienna Convention stipulates inter alia that for the purpose of interpretation the text of the treaty comprises its preamble. In accordance with the ninth paragraph of the preamble of the Vienna Convention “the rules of customary international law will continue to govern questions not regulated by the provisions of the present Convention”. So the Vienna Convention itself provides the permissibility to act in accordance not only with its provisions, but also with applicable rules of customary international law.

Legal permissibility of the suspension of the international treaty that is silent on suspension but provides for withdrawal stems from the in plus stat minus maxim (the greater includes the lesser). This maxim is a well-known general principle of law supported by customary international law. For instance, International Court of Justice in a number of cases was guided by the logic of this principle in the context of consideration of the issue of its jurisdiction. This legal maxim is equally applicable within the realm of the law of treaties and in particular to the regime of suspension and termination of international treaties. The provisions on termination and suspension of the international treaty are 'hand in hand' in the Vienna Convention.

Application of the in plus stat minus principle as the means to substantiate the linkage between termination and suspension clauses is evidenced by the materials of the International Law Commission related to the draft articles on the law of treaties. An explicit right to terminate the treaty (for the indefinite period of time) presumes and includes a right to suspend it, i.e. temporarily terminate the fulfillment of obligations under the treaty.

The Russian Federation has suspended the CFE Treaty on the same grounds on which it had and has the right to withdraw from it.

Spanje, 1 juni 1992

  • 1. Declaration drawn up “ad referendum” on 14 June 1991 on behalf of the Government of the Kingdom of Spain by the Spanish representative at the CFE negotiations:

    The Government of the Kingdom of Spain hereby agrees that the declaration made today by the Government of the Union of Soviet Socialist Republics provides a satisfactory basis for moving towards the ratification and application of the Treaty on Conventional Armed Forces in Europe of 19 November 1990 (the Treaty).

    Both the above-mentioned declaration made by the Government of the Union of Soviet Socialist Republics and the present declaration made by the Government of the Kingdom of Spain are to be equally legally binding, to enter into force at the same time as the Treaty and to have the same duration.

  • 2. Declaration made by the representative of the Kingdom of Spain in the Joint Consultative Group:

    The representative of the Kingdom of Spain in the Joint Consultative Group hereby declares that, in accordance with the legally binding declaration made by the Union of Soviet Socialist Republics, all conventional armaments and equipment in the categories defined under Article II of the Treaty present on or after 19 November 1990 in the territories of Estonia, Latvia and Lithuania are to be deemed subject to all the provisions of the Treaty, its supplementary documents and the legally binding commitment made by the Union of Soviet Socialist Republics on 14 June 1991. More specifically, the conventional armaments and equipment in the categories limited by the Treaty will be notified as part of existing Soviet holdings and will be taken into account with regard to the volume of the required Soviet reductions. 18 October 1991.

The application of the present Treaty to Gibraltar shall be without prejudice to the legal position of the Kingdom of Spain on the dispute with the United Kingdom concerning the sovereignty of the Isthmus.

Turkije, 8 juli 1992

The provision contained in Article II/1/B and Article V/1/A of the Treaty that the Treaty covers the entire land territory in Europe, including all the European island territories of the States Parties, or any other of its provisions do not alter, terminate or affect in any way the demilitarized status of the Eastern Aegean Islands established by the 1914 Decision of the Six Powers, 1923 Lausanne Peace Treaty, 1923 Lausanne Convention on the Straits and 1947 Paris Peacy Treaty.

Bezwaar door Griekenland, 29 juni 1993

Objection of the Government of the Hellenic Republic to the reservation formulated by the Government of Turkey to the Treaty on Conventional Armed Forces in Europe.

The Government of the Hellenic Republic objects to Turkey’s reservation concerning the Treaty on Conventional Armed Forces in Europe to the extent that this reservation departs from the declaration made by Greece on the same Treaty, not only with regard to the instruments and international acts quoted therein, but also with regard to the basic issue at stake.


Document van 31 mei 1996 (Bijlage A bij het Slotdocument)

Zie rubriek J van Trb. 1996, 256.

Partij

Ondertekening

Ratificatie

Type*

In werking

Opzegging

Buiten werking

Armenië

 

14-05-97

R

15-05-97

   

Azerbeidzjan

 

15-05-97

R

15-05-97

   

Belarus

 

05-05-97

R

15-05-97

   

België

 

29-04-97

R

15-05-97

   

Bulgarije

 

05-11-96

R

15-05-97

   

Canada

 

17-10-96

R

15-05-97

   

Denemarken

 

23-10-96

R

15-05-97

   

Duitsland

 

13-12-96

R

15-05-97

   

Frankrijk

 

30-08-96

R

15-05-97

   

Georgië

 

13-05-97

R

15-05-97

   

Griekenland

 

27-09-96

R

15-05-97

   

Hongarije

 

07-05-97

R

15-05-97

   

IJsland

 

16-12-96

R

15-05-97

   

Italië

 

09-09-96

R

15-05-97

   

Kazachstan

 

14-05-97

R

15-05-97

   

Luxemburg

 

03-12-96

R

15-05-97

   

Moldavië

 

15-05-97

R

15-05-97

   

Nederlanden, het Koninkrijk der

           

– Nederland

 

14-10-96

R

15-05-97

   

– Ned. Antillen

 

 

   

– Aruba

 

 

   

Noorwegen

 

13-01-97

R

15-05-97

   

Oekraïne

 

15-05-97

R

15-05-97

   

Polen

 

14-05-97

R

15-05-97

   

Portugal

 

15-05-97

R

15-05-97

   

Roemenië

 

13-05-97

R

15-05-97

   

Russische Federatie

 

14-05-97

R

15-05-97

   

Slowakije

 

22-10-96

R

15-05-97

   

Spanje

 

08-04-97

R

15-05-97

   

Tsjechië

 

11-12-96

R

15-05-97

   

Turkije

 

06-05-97

R

15-05-97

   

Verenigd Koninkrijk, het

 

08-01-97

R

15-05-97

   

Verenigde Staten van Amerika, de

 

14-05-97

R

15-05-97

   

* O=Ondertekening zonder voorbehoud of vereiste van ratificatie, R= Bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of kennisgeving, T=Toetreding, VG=Voortgezette gebondenheid, NB=Niet bekend

Verklaringen, voorbehouden en bezwaren

Armenië, 14 mei 1997

With regard to Joint Statement of the United States of America and the Azerbaijan Republic the Republic of Armenia would like to state the following:

  • Armenia confirms its adherence to the full implementation of the CFE Treaty and its readiness to co-operatively contribute to the solution of the issue of the unaccounted-for and uncontrolled TLE,

  • Armenia is of view that the issue of the unaccounted-for and uncontrolled TLE could not be either legally or procedurally linked to the “CFE Flank Agreement”,

  • Armenia reiterates its understanding that the issue of unaccounted-for and uncontrolled TLE should be addressed not only as a Treaty implementation issue but as a Treaty operational one as well.

Azerbeidzjan, 15 mei 1997

The United States and Azerbaijan look forward to the prospective entry into force on May 15, 1997, of the Document Agreed Among the States Parties to the Treaty on Conventional Forces in Europe of November 19, 1990, dated May 31, 1996 (“The CFE Flank Agreement”). The United States and Azerbaijan affirm their joint understanding that with respect to the region covered by the Treaty on Conventional Forces in Europe of November 19, 1990 a state’s military forces should be deployed on the territory of another state only with the freely expressed consent of the host country.

They further affirm that with respect to the CFE flank agreement, it is their common understanding that this agreement:

  • does not give any State Party the right to station (under Article IV, paragraph 5 of the Treaty) or temporarily deploy (under Article V, paragraphs 1 (b) and (c) of the Treaty) conventional armaments and equipment limited by the Treaty on the territory of other States Parties to the Treaty without the freely expressed consent of the receiving State Party;

  • does not alter or abridge the right of any State Party under the CFE Treaty to utilize fully the maximum levels for its holdings of conventional armaments and equipment limited by the Treaty notified pursuant to Article VII of the Treaty;

  • does not alter in any way the requirement for the freely expressed consent of all States Parties concerned in the exercise of any reallocations envisioned under Article IV, paragraph 3 of the CFE Flank Agreement.

The United States acknowledges the absence of foreign military bases on the territory of the Azerbaijan Republic and supports the position taken by Azerbaijan that the temporary presence of foreign troops on its territory may be based only on a duly concluded agreement with Azerbaijan according to its constitution and in conformity with international law.

The United States and Azerbaijan reiterate their concern with regard to conventional armaments and equipment of types limited by the Treaty, which are unaccounted for and uncontrolled within the Treaty. They recognize the obligation of all States Parties to work in a cooperative manner within the Joint Consultative Group to develop practical steps toward fulfilling the commitment of the States Parties, as expressed in the Review Conference Final Document, to resolve the issue of unaccounted-for-TLE as soon as possible and achieve full implementation of all Treaty provisions.

The United States supports the sovereign right of Azerbaijan, as a free and independent state, to take the position under the CFE Treaty contained in the statement of the Chairman of the First CFE Review Conference on May 31, 1996, that temporary deployment and reallocation of quotas referred to in Section IV, paragraphs 2 and 3 of the CFE Flank Agreement will not be used in the context of the Azerbaijan Republic.

België, 29 april 1997

Déclaration faite par le représentant de la Belgique au Groupe Consultatif Commun au nom des délégations de la Belgique, du Canada, du Danemark, de la France, de l’Allemagne, de la Grèce, de l’Islande, de l’Italie, du Luxembourg, des Pays-Bas, de la Norvège, du Portugal, de l’Espagne, de la Turquie, du Royaume-Uni et des États-Unis d’Amérique.

Monsieur le Président,

Permettez-moi d’exprimer au nom des seize Délégations de l’Alliance Atlantique notre satisfaction de l’entrée en vigueur, suite aux confirmations effectuées par l’ensemble des Etats Parties au Traité, du document ayant fait l’objet le 31 mai 96 d’un accord entre les Etats Parties au Traité sur les Forces Conventionelles en Europe en date du 19 novembre 90, et communément appelé Accord sur les flancs.

Nous prenons note de toutes les déclarations de confirmation d’approbation et déclarations interprétatives faites ce jour. Elles feront l’objet d’un examen approfondi dans nos capitales et nous nous réservons le droit d’y revenir ultérieurement.

Nous avons également pris note de la déclaration du Représentant de la Fédération de Russie par laquelle celui-ci nous a informés de ce que la Fédération de Russie s’est aquittée de toute la procédure requise pour l’entrée en vigueur de l’Accord sur les flancs.

Concernant la note verbale de la Fédération de Russie du 15 mai 97, et sans préjudice des remarques que nous pourrions être amené à formuler sur son contenu, nous rappelons à ce stade notre déclaration du 31 mai 96 lors de la première conférence d’examen et celle du 8 mai 97 au Groupe consultatif commun.

Je vous demanderais, Monsieur le Président, de bien vouloir annexer le texte de cette déclaration au journal de la réunion d’aujourd’hui.

Georgië, 13 mei 1997

The Parliament of Georgia,

Confirming its attitude towards the CFE Treaty as the fundamental document for the European Security;

Confirming by the ratification of the Document agreed among the States Parties to the Treaty on Conventional Armed Forces in Europe of November 19, 1990 in the First Conference to Review the Operation of the Treaty (thereafter Flank Document) its readiness for ensuring the prompt entering into force of the Flank Document;

Ready to avoid any misunderstandings that may arise from misinterpretation of the Flank Document;

Noting the goodwill expressed while adopting the Flank Document in Vienna on May 31 1996 which, despite the different positions on some questions, secured a consensus;

states:

  • 1. After the entering into force of the Flank Document on May 15, 1997, the Flank issue should not be considered as being finally decided. The CFE Treaty adaptation process, taking new realities into consideration, should reach such agreement that will take into consideration and satisfy the interests of all parties.

  • 2. The Flank Document does not give countries the right to legitimize the deployment of their armed forces on the territory of other countries. This issue should be regularized between the parties involved on the basis of a bilateral agreement.

  • 3. The Flank Document does not revoke, and is not against the principles and procedures of the CFE Treaty and related agreements. In particular, the procedures established by Tashkent 1992 May 15 Agreement are still in force.

  • 4. The temporary deployment of TLE is not to be regarded as being a means of achieving balance, but as a temporary recourse in particular cases. Therefore, the term “temporary deployment”, should be clearly defined by identifying its purpose, frequency, duration and geographical location. Prior to this, Georgia will abstain from conducting the negotiations on not to ask for the temporary deployment of TLE on its territory except for peacekeeping operations and bilateral and multilateral military exercices.

  • 5. Special attention should be paid to the issue of uncontrolled treaty limited equipment (UTLE), so-called “white spots”. Before solving this problem, Georgia will abstain from conducting the negotiation on the reallocation of the maximum levels for holdings of TLE established by the Tashkent Agreement of May 15, 1992.

  • 6. The flexibility of the Flank Document shall not be used against the interests of the sovereign rights of any country; in particular, no vast amount of TLE should be concentrated on the territories of other countries. To avoid this, the “National Ceilings” should become the basis for the elaboration of the maximum levels of TLE, on the basis of which “territorial ceilings” shall be established.

Moldavië, 15 mei 1997

The ratification of the Document Agreed Among the States Parties to the Treaty on Conventional Armed Forces in Europe of November 19, 1990, does not mean that the Republic of Moldova accepts the presence and temporary deployment on its territory of the conventional armed forces of other states.

Oekraïne, 15 mei 1997

… that Ukraine has approved the Document agreed among the States Parties to the Treaty on Conventional Armed Forces in Europe of 19 November 1990, further referred to as the Document, adopted by the First Conference to review the operation of the Treaty on Conventional Armed Forces in Europe, with the following reservations:

  • 1. The obligations of the Russian Federation envisaged by Section II of the Document are valid to the extent that the presence of armaments and equipment limited by the CFE Treaty (TLE) of the Russian Federation is admitted by Ukraine in that part of its territory which is included in the area described in Article V, subparagraph 1(A), of the Treaty, as understood by the Union of Soviet Socialist Republics at the time the Treaty was signed.

    In any case, the consent of Ukraine for such a presence, whatever the way this consent is expressed, cannot be regarded as the one that cannot be annulled.

    Nothing in the Document can be construed as the expression of the consent of Ukraine for the presence or stationing of TLE of the Russian Federation on the territory of Ukraine which is included in the area described in Article V, subparagraph 1(A), of the Treaty, as understood by the Union of Soviet Socialist Republics at the time the Treaty was signed.

  • 2. The provisions of Section IV, paragraph 2, of the Document shall in no way restrict the right and possibilities of Ukraine to deploy on a temporary basis, in accordance with Article V, paragraphs 1(B) and 1(C), of the Treaty, battle tanks, armoured combat vehicles and artillery within the “new’’ flank area.

  • 3. The provisions of Section IV, paragraph 3, of the Document shall in no way affect the rights and obligations of Ukraine under the Agreement on the Principles and Procedures for the Implementation of the Treaty on Conventional Armed Forces in Europe of 15 May 1992.

  • 4. The validity of the Document shall be limited by the date of entry into force of the adapted Treaty on Conventional Armed Forces in Europe.

The reservations mentioned in the above paragraphs 1 through 4 shall be valid through the entire time of the operation of the Document, including the period of its provisional application...

Polen, 14 mei 1997

In the light of the views of the Russian Federation on the context and future of the Flank Agreement, as expressed in the Note dated 14 May this year and addressed to the depositary of the CFE Treaty, the Delegation of Poland would like to state the following:

  • 1. The Russian position, as it seems to link future Russian observance of the levels of forces in the flank area with the establishment of collective ceilings for alliances and limitations on additional permanent stationing of forces in the entire CFE area of application, may jeopardize the CFE adaptation process through the introduction of artificial and unfounded linkages into the negotiation.

  • 2. The above-mentioned position of the Russian Federation is seen as having implications neither for CFE States commitments under the Treaty and documents constituting a mandate for the CFE adaptation negotiation, nor for the need for all CFE States to observe meticulously all provisions of the CFE regime.

Russische Federatie, 14 mei 1997

(unofficial translation)

  • 2. While approving the Document the Russian Party:

    • (A) Notes the significance of the Document as it was agreed on May 31, 1996, for implementation of the Treaty in its present form. The equitable and responsible cooperation of all States Parties, based on good will, to ensure the full use of the possibilities provided in Article IV, paragraphs 1, 2 and 3 of the Document, constitutes the foundation for the viability of the Document.

    • (B) Confirms, that the Document in its present form is without prejudice to bilateral negotiations and agreements on stationing of the Armed Forces of the Russian Federation beyond its territory in the flank zone.

    • (C) States, that any reservations as well as any interpreting statements of other States Parties which directly or indirectly modify the substance and meaning of the Document do not entail any consequences as to the rights and obligations of the Russian Federation arising from the Document. In the event such reservations or interpreting statements are made the Russian Party reserves the right to respond to them accordingly.

    • (D) Underlines, that the process of adaptation of the Treaty for an undivided Europe should include an appropriate solution of the flank limitations problem within the context of abolishment of the present zonal structure of the Treaty and its replacement by national ceilings. In this connection the Russian Party expresses its readiness to consider a possibility to ensure restraint in relation to the present levels of its conventional armed forces in the flank area as it is referred to in Article II, paragraph 1 and 3 of the Document. The scope, status and duration of such provision on restraint will correspond to the scope, status and duration of provisions on limitation on overall ceilings for military alliances and on limitation on additional permanent stationing of conventional armed forces of the States Parties beyond their territories.

All provisions listed in paragraph 2 of the present Note have been indispensable conditions for approval of the Document by the Russian Federation.

Russische Federatie, 14 juli 2007

Suspension of the Document from 12 December 20071) .

Verenigde Staten van Amerika, de, 14 mei 1997

The United States and Azerbaijan look forward to the prospective entry into force on May 15, 1997, of the Document Agreed Among the States Parties to the Treaty on Conventional Forces in Europe of November 19, 1990, dated May 31, 1996 (“The CFE Flank Agreement”). The United States and Azerbaijan affirm their joint understanding that with respect to the region covered by the Treaty on Conventional Forces in Europe of November 19, 1990 a state’s military forces should be deployed on the territory of another state only with the freely expressed consent of the host country.

They further affirm that with respect to the CFE flank agreement, it is their common understanding that this agreement:

  • does not give any State Party the right to station (under Article IV, paragraph 5 of the Treaty) or temporarily deploy (under Article V, paragraphs 1 (b) and (c) of the Treaty) conventional armaments and equipment limited by the Treaty on the territory of other States Parties to the Treaty without the freely expressed consent of the receiving State Party;

  • does not alter or abridge the right of any State Party under the CFE Treaty to utilize fully the maximum levels for its holdings of conventional armaments and equipment limited by the Treaty notified pursuant to Article VII of the Treaty;

  • does not alter in any way the requirement for the freely expressed consent of all States Parties concerned in the exercise of any reallocations envisioned under Article IV, paragraph 3 of the CFE Flank Agreement.

The United States acknowledges the absence of foreign military bases on the territory of the Azerbaijan Republic and supports the position taken by Azerbaijan that the temporary presence of foreign troops on its territory may be based only on a duly concluded agreement with Azerbaijan according to its constitution and in conformity with international law.

The United States and Azerbaijan reiterate their concern with regard to conventional armaments and equipment of types limited by the Treaty, which are unaccounted for and uncontrolled within the Treaty. They recognize the obligation of all States Parties to work in a cooperative manner within the Joint Consultative Group to develop practical steps toward fulfilling the commitment of the States Parties, as expressed in the Review Conference Final Document, to resolve the issue of unaccounted-for-TLE as soon as possible and achieve full implementation of all Treaty provisions.

The United States supports the sovereign right of Azerbaijan, as a free and independent state, to take the position under the CFE Treaty contained in the statement of the Chairman of the First CFE Review Conference on May 31, 1996, that temporary deployment and reallocation of quotas referred to in Section IV, paragraphs 2 and 3 of the CFE Flank Agreement will not be used in the context of the Azerbaijan Republic.


Verdrag van 19 november 1999

Zie Trb. 2001, 172.

Partij

Ondertekening

Ratificatie

Type*

In werking

Opzegging

Buiten werking

Armenië

19-11-99

         

Azerbeidzjan

19-11-99

         

Belarus

19-11-99

04-10-00

R

     

België

19-11-99

         

Bulgarije

19-11-99

         

Canada

19-11-99

         

Denemarken

19-11-99

         

Duitsland

19-11-99

         

Frankrijk

19-11-99

         

Georgië

19-11-99

         

Griekenland

19-11-99

         

Hongarije

19-11-99

         

IJsland

19-11-99

         

Italië

19-11-99

         

Kazachstan

19-11-99

14-11-03

R

     

Luxemburg

19-11-99

         

Moldavië

19-11-99

         

Nederlanden, het Koninkrijk der

19-11-99

         

– Nederland

           

– Ned. Antillen

           

– Aruba

           

Noorwegen

19-11-99

         

Oekraïne

19-11-99

         

Polen

19-11-99

         

Portugal

19-11-99

         

Roemenië

19-11-99

         

Russische Federatie

19-11-99

06-12-04

R

     

Slowakije

19-11-99

         

Spanje

19-11-99

         

Tsjechië

19-11-99

         

Turkije

19-11-99

         

Verenigd Koninkrijk, het

19-11-99

         

Verenigde Staten van Amerika, de

19-11-99

         

* O=Ondertekening zonder voorbehoud of vereiste van ratificatie, R= Bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of kennisgeving, T=Toetreding, VG=Voortgezette gebondenheid, NB=Niet bekend

Verklaringen, voorbehouden en bezwaren

Russische Federatie, 6 december 2004

Statement by the State Duma concerning the ratification of the Agreement on Adaptation of the Treaty on Conventional Armed Forces in Europe.

The State Duma of the Federal Assembly of the Russian Federation notes that the signature of the Agreement on Adaptation of the Treaty on Conventional Armed Forces in Europe (the Agreement on Adaptation of the CFE Treaty) has been an important contribution to greater stability and security on the European continent.

The State Duma denounces the unconstructive position of some States Parties to the CFE Treaty, above all members of NATO, which have invented pretexts to postpone the start of ratification of the Agreement on Adaptation of the CFE Treaty. Particularly given the emergence in Europe of so-called grey areas that are not covered by the regime of the CFE Treaty, primarily including the territories of Estonia, Latvia and Lithuania, and the possible stationing of NATO troops, armaments and military facilities in these areas, further delays to this process may call into question both the arms control process and the positive trends in Russia's relations with the alliance.

Noting that the rapid entry into force of the Agreement on Adaptation of the CFE Treaty would serve the interests of European security, the State Duma calls upon the parliaments of the States Parties to the CFE Treaty that have not yet ratified it to complete the national ratification procedures without delay, thereby fulfilling the commitment laid down in the Final Act of the Conference of the States Parties to the Treaty on Conventional Armed Forces in Europe (the Final Act), adopted in Istanbul on 19 November 1999.

The Federal Law on Ratification of the Agreement on Adaptation of the Treaty on Conventional Armed Forces in Europe has been adopted by the State Duma on the following premises:

  • 1. Until such time as the Agreement on Adaptation of the CFE Treaty enters into force, the Russian Federation will fulfil the political commitments it has assumed during and as a result of the negotiations on adaptation of the CFE Treaty, including those concerning military restraint in certain regions, on condition that all other States Parties to the CFE Treaty fulfil the commitments set forth in the Final Act, including the commitment to move forward expeditiously to complete national ratification procedures.

  • 2. In the event of exceptional circumstances that may constitute a threat to the supreme interests of the Russian Federation, the Federation will take political, diplomatic and other measures to eliminate such circumstances, including, where necessary, measures affecting the regime of the CFE Treaty and of the Agreement on Adaptation of the CFE Treaty, as set forth in the Federal Law on the International Treaties of the Russian Federation.

    In particular, the said exceptional circumstances include:

    • (1) withdrawal of any State Party from the CFE Treaty (as amended by the Agreement on Adaptation of the CFE Treaty), as well as violation of its provisions by any State Party to the CFE Treaty or group of states that may constitute a threat to the national security of the Russian Federation;

    • (2) refusal by any State Party to the CFE Treaty or group of states to fulfil the commitments laid down in the Statement on Adaptation of the CFE Treaty, done at Brussels on 8 December 1998, as well as the commitments laid down in Annexes 1-4 and 7-11 to the Final Act concerning the adjustment of territorial ceilings for the Treaty-limited armaments and equipment of certain States Parties to the CFE Treaty and the future use of provisions for raising such ceilings, as well as de facto failure to fulfil the said commitments that may constitute a threat to the national security of the Russian Federation;

    • (3) use of force or threat of use of force by any State Party to the CFE Treaty or group of states against any other state in contravention of the Charter of the United Nations;

    • (4) decisions by any State Party to the CFE Treaty or group of states in the sphere of military policy and armed forces build-up that would constitute a threat to the national security of the Russian Federation, including:

      • failure to fulfil commitments under Section IV of the Founding Act of 27 May 1997 on Mutual Relations, Cooperation and Security between the North Atlantic Treaty Organisation and the Russian Federation and the documents adopted in pursuance of it;

      • simultaneous or subsequent use by any States Parties to the CFE Treaty or group of states of the right to temporary deployment of conventional armaments in a manner inconsistent with the goals of the Agreement on Adaptation of the CFE Treaty;

      • deployment by any state or group of states of armaments in a manner that radically alters the balance of forces between the Russian Federation and the said state or group of states;

      • a radical alteration in the military and political situation as compared with the situation that existed when this Statement was adopted.

  • 3. States Parties to the CFE Treaty that have joined military and political unions since the Agreement on Adaptation of the CFE Treaty was signed will assume commitments to reduce their territorial ceilings of Treaty-limited armaments and equipment and to refrain from raising these ceilings in the future.

  • 4. When conducting negotiations and signing agreements on military matters with any State Party to the CFE Treaty, the Russian Federation will, among other things, take account of that state’s position regarding:

    • the entry into force of and compliance with the Agreement on Adaptation of the CFE Treaty;

    • the presence of Russian troops, armaments and military facilities on its territory;

    • the possibility of stationing the troops, armaments and military facilities of third states or groups of states on its territory.

  • 5. States that have acceded to the CFE Treaty will make a substantial contribution to greater European and subregional security, in particular by assuming additional commitments concerning limitation of levels of conventional armed forces on their territories, as well as the possibilities of changing them and temporarily exceeding them.

  • 6. Once the Agreement on Adaptation of the CFE Treaty enters into force, negotiations will be held as soon as possible within the Joint Consultative Group with a view to:

    • agreeing conditions for the accession of new states to the CFE Treaty;

    • further reducing the potential of conventional armed forces in Europe.

  • 7. Pending the relevant decision by the Joint Consultative Group, the Russian Federation reserves the right to independently determine the terms of payment in respect of inspections carried out at the expense of the inspecting State Party to the CFE Treaty on the territory of the Russian Federation or at the Russian Federation's military facilities outside the territory of the Russian Federation.

  • 8. Reservations or statements made by other States Parties to the CFE Treaty will not be applicable to the Russian Federation if they would:

    • change the essential provisions of the Agreement on Adaptation of the CFE Treaty;

    • restrict the rights of the Russian Federation under the Agreement on Adaptation of the CFE Treaty; or

    • conflict with the provisions of this Statement.

The State Duma proposes to the President of the Russian Federation, Vladimir V. Putin, that this Statement be attached to the Instrument of Ratification of the Agreement on Adaptation of the Treaty on Conventional Armed Forces in Europe.


F. VOORLOPIGE TOEPASSING

Zie rubriek G van Trb. 1991, 31 en Trb. 1992, 126.

Document van 31 mei 1996 (Bijlage A bij het Slotdocument)

Zie de rubrieken J van Trb. 1996, 256 en Trb. 1997, 20.

G. INWERKINGTREDING

Zie Trb. 1992, 204 en de rubrieken J van Trb. 1992, 126 en Trb. 1995, 42.

Document van 31 mei 1996 (Bijlage A bij het Slotdocument)

Zie rubriek J van Trb. 1997, 238.

J. VERWIJZINGEN

Zie voor verwijzingen en overige verdragsgegevens Trb. 1991, 31, Trb. 1992, 126 en 204, Trb. 1995, 42, Trb. 1996, 256, Trb. 1997, 20, Trb. 1997, 238 en Trb. 2001, 186.

Verbanden

Het Verdrag zal worden herzien door de inwerkingtreding van:

Titel

:

Verdrag tot herziening van het Verdrag inzake conventionele strijdkrachten in Europa;

Istanbul, 19 november 1999

Finale Trb.

:

Trb. 2009, 241

Gegevens met betrekking tot dit Verdrag zijn in onderhavig Tractatenblad opgenomen.

Ook eventuele toekomstige gegevens van bovengenoemd Verdrag van 19 november 1999 zullen worden gepubliceerd in Tractatenbladen van het onderhavige Verdrag van 19 november 1990.

Overige verwijzingen

Titel

:

Handvest van de Verenigde Naties;

San Francisco, 26 juni 1945

Laatste Trb.

:

Trb. 2009, 143

     

Titel

:

Noord-Atlantisch Verdrag;

Washington, 4 april 1949

Laatste Trb.

:

Trb. 2009, 85

     

Titel

:

Verdrag van Genève voor de verbetering van het lot der gewonden en zieken, zich bevindende bij de strijdkrachten te velde;

Genève, 12 augustus 1949

Laatste Trb.

:

Trb. 1996, 237

Uitgegeven de vierentwintigste december 2009.

De Minister van Buitenlandse Zaken,

M. J. M. VERHAGEN


XNoot
1)

Zie blz. 11 en 12 van dit Tractatenblad voor de opschorting door de Russische Federatie en de bezwaren daartegen van andere lidstaten.