Beleidsregel van de Minister van Klimaat en Groene Groei van 25 mei 2026, nr. IENW/BSK-2026/87781, tot vaststelling van de kostenaandelen zwerfafval per kunststofproductsoort, de bijdragen per eenheid kunststofproduct, de wegingsfactoren per overheidsorganisatie en de kosten per gebiedskenmerk als bedoeld in de artikelen 3.1 en 3.2 van de Regeling kunststofproducten voor eenmalig gebruik over 2025 (Beleidsregel artikelen 3.1 en 3.2 Regeling kunststofproducten voor eenmalig gebruik 2025)

De Minister van Klimaat en Groene Groei,

Gelet op artikel 4:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht gelezen in samenhang met de artikelen 3.1, tweede, derde en vierde lid, en 3.2, derde, vierde en zesde lid, van de Regeling kunststofproducten voor eenmalig gebruik;

BESLUIT:

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze beleidsregel wordt verstaan onder:

grote gemeenten:

gemeenten met 300.000 inwoners of meer;

middelgrote gemeenten:

gemeenten met 100.000 tot 300.000 inwoners;

middelkleine gemeenten:

gemeenten met 30.000 tot 100.000 inwoners;

kleine gemeenten:

gemeenten tot 30.000 inwoners;

kunststofhoudende tabaksfilters:

tabaksproducten met kunststofhoudende filters en kunststofhoudende filters die worden verkocht voor gebruik in combinatie met tabaksproducten als bedoeld in artikel 5 van het Besluit kunststofproducten voor eenmalig gebruik.

Artikel 2 Kostenaandeel per productsoort

Het kostenaandeel zwerfafval per kunststofproductsoort als bedoeld in artikel 3.1, derde lid, van de Regeling kunststofproducten voor eenmalig gebruik over 2025 bedraagt voor:

a. voedselverpakkingen:

€ 3.352.815,15

b. zakjes en wikkels:

€ 12.493.839,95

c. drankverpakkingen:

€ 8.502.820,02

d. drinkbekers:

€ 4.749.724,55

e. lichte plastic draagtassen:

€ 1.993.127,28

f. vochtige doekjes:

€ 2.078.044,41

g. ballonnen:

€ 146.174,69

h. kunststofhoudende tabaksfilters:

€ 28.722.259,21

i. bewustmakingsmaatregelen:

€ 1.113.441,40

Artikel 3 Bijdrage per eenheid product

De afgeronde bijdrage per eenheid kunststofproduct als bedoeld in artikel 3.1, tweede lid, van de Regeling kunststofproducten voor eenmalig gebruik bedraagt voor 2025:

a. vochtige doekjes:

€ 124,32/1.000kg

b. ballonnen:

€ 0,39/kg

c. kunststofhoudende tabaksfilters:

€ 4,82/1.000 stuks

Artikel 4 Bijdrage per producent

  • 1. De bijdrage per producent bedraagt de niet afgeronde waarde van de in artikel 3 vermelde bijdrage per eenheid kunststofproduct vermenigvuldigd met het aantal of de hoeveelheid in 2025 door de betreffende producent in de handel gebrachte producten.

  • 2. Het aandeel gerapporteerde op de markt gebrachte vochtige doekjes bedraagt 16.715.932,19 kg. Het aandeel gerapporteerde op de markt gebrachte ballonnen bedraagt 376.992,47 kg. Het aantal gerapporteerde op de markt gebrachte kunststofhoudende tabaksfilters bedraagt 6.185.884.072.

Artikel 5 Wegingsfactoren per overheidsorganisatie

De wegingsfactor per type overheidsorganisatie bedraagt voor de vergoeding van de kosten voor het opruimen, het vervoer en de verwerking van zwerfafval in 2025 het percentage genoemd in de eerste kolom en voor de vergoeding van de kosten van bewustmakingsmaatregelen het percentage genoemd in de tweede kolom:

 

Opruimen, vervoer, verwerking

Bewustmakingsmaatregelen

a. grote gemeenten:

38,19%

11,06%

b. middelgrote gemeenten:

17,11%

17,90%

c. middelkleine gemeenten:

26,58%

42,35%

d. kleine gemeenten:

10,69%

25,24%

e. provincies:

0,75%

0,01%

f. waterschappen:

2,11%

2,64%

g. Rijkswaterstaat:

2,47%

0,72%

h. ProRail:

2,10%

0,08%

i. Staatsbosbeheer

0,00%

0,00%

Artikel 6 Kosten per gebiedskenmerk

De afgeronde gemiddelde kosten per gebiedskenmerk als bedoeld in artikel 3.2, derde lid, aanhef en onder a, van de Regeling kunststofproducten voor eenmalig gebruik bedragen voor 2025:

a. grote gemeenten:

€ 9,33 / inwoner

b. middelgrote gemeenten:

€ 2,50 / inwoner

c. middelkleine gemeenten:

€ 2,07 / inwoner

d. kleine gemeenten:

€ 2,33 / inwoner

e. provincies:

€ 11,03 / km2 oppervlakte

f. waterschappen:

€ 5,61 / km waterweg

Artikel 7 Vergoeding per overheidsorganisatie

  • 1. De hoogte van de vergoeding als bedoeld in artikel 3.2, tweede lid, van de Regeling kunststofproducten voor eenmalig gebruik wordt als volgt bepaald:

    • a. voor gemeenten: het aantal inwoners vermenigvuldigd met de niet afgeronde waarde van de kosten per inwoner voor gemeenten in de betreffende grootteklasse als bedoeld in artikel 7, onderdelen a tot en met d;

    • b. voor provincies: de oppervlakte van de provincie in km2 vermenigvuldigd met de niet afgeronde waarde van de kosten per km2als bedoeld in artikel 7, onderdeel e;

    • c. voor waterschappen: de totale lengte van de waterwegen in km vermenigvuldigd met de niet afgeronde waarde van de kosten per km waterweg als bedoeld in artikel 7, onderdeel f;

    • d. voor Rijkswaterstaat, ProRail onderscheidenlijk Staatsbosbeheer: de wegingsfactor van de betreffende overheidsorganisatie als vermeld in artikel 6, eerste kolom, vermenigvuldigd met het totaal van de kosten voor het opruimen van zwerfafval als bedoeld in artikel 2, onderdelen a tot en met h, zijnde € 62.038.805,27, en de kosten voor bewustmakingsmaatregelen van artikel 2, onderdeel i.

  • 2. Per overheidsorganisatie zijn het gebiedskenmerk, de maximale vergoeding, gebaseerd op de niet afgeronde waarde van de gemiddelde kosten per gebiedskenmerk als bedoeld in artikel 6, en de afgeronde wegingsfactor binnen de betreffende categorie overheidsorganisaties als bedoeld in artikel 6 vermeld in de tabel van de bijlage.

  • 3. De uit te keren vergoedingen worden overeenkomstig artikel 3.2, tweede lid, eerste volzin, van de Regeling kunststofproducten voor eenmalig gebruik gecorrigeerd voor het geïnde bedrag op 1 oktober 2026.

  • 4. Nadien binnengekomen bijdragen worden overeenkomstig artikel 3.2, vijfde lid, tweede volzin, van de Regeling kunststofproducten voor eenmalig gebruik aangehouden en naar rato uitbetaald op een later moment.

Artikel 8 Inwerkingtreding

Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin hij wordt geplaatst.

Artikel 9 Citeertitel

Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel artikelen 3.1 en 3.2 Regeling kunststofproducten voor eenmalig gebruik 2025.

Deze beleidsregel zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 25 mei 2026

De Minister van Klimaat en Groene Groei, S. van Veldhoven-van der Meer

BIJLAGE BEHOREND BIJ ARTIKEL 7: TABELLEN MET MAXIMALE VERGOEDING PER GEBIEDSBEHEERDER

Indeling

Gemeente

Inwoneraantal 1-1-2025

Maximale vergoeding

Percentueel aandeel

Kleine gemeenten

€ 2,33/inwoner

Schiermonnikoog

971

€ 2.258,42

0,00%

Vlieland

1.217

€ 2.830,58

0,00%

 

Rozendaal

1.836

€ 4.270,30

0,01%

 

Ameland

3.800

€ 8.838,30

0,02%

 

Terschelling

4.923

€ 11.450,25

0,02%

 

Renswoude

5.782

€ 13.448,17

0,02%

 

Baarle-Nassau

7.205

€ 16.757,88

0,03%

 

Noord-Beveland

8.046

€ 18.713,94

0,03%

 

Mook en Middelaar

8.102

€ 18.844,19

0,03%

 

Oostzaan

9.733

€ 22.637,68

0,04%

 

Eemnes

9.927

€ 23.088,90

0,04%

 

Vaals

10.007

€ 23.274,97

0,04%

 

Zoeterwoude

10.141

€ 23.586,64

0,04%

 

Simpelveld

10.270

€ 23.886,67

0,04%

 

Oudewater

10.355

€ 24.084,37

0,04%

 

Scherpenzeel

10.539

€ 24.512,33

0,04%

 

Alphen-Chaam

10.539

€ 24.512,33

0,04%

 

Doesburg

11.125

€ 25.875,29

0,04%

 

Boekel

11.465

€ 26.666,09

0,05%

 

Laren

11.474

€ 26.687,02

0,05%

 

Landsmeer

11.745

€ 27.317,33

0,05%

 

Pekela

12.459

€ 28.978,00

0,05%

 

Opmeer

12.491

€ 29.052,43

0,05%

 

Voerendaal

12.583

€ 29.266,41

0,05%

 

Hattem

12.745

€ 29.643,20

0,05%

 

Blaricum

12.947

€ 30.113,02

0,05%

 

Kapelle

13.012

€ 30.264,20

0,05%

 

Bergen (L)

13.062

€ 30.380,50

0,05%

 

Uitgeest

13.427

€ 31.229,44

0,05%

 

Beesel

13.524

€ 31.455,05

0,05%

 

Reusel-De Mierden

13.653

€ 31.755,09

0,05%

 

Montfoort

13.772

€ 32.031,87

0,05%

 

Texel

13.846

€ 32.203,98

0,06%

 

Gulpen-Wittem

14.017

€ 32.601,70

0,06%

 

Ouder-Amstel

14.532

€ 33.799,53

0,06%

 

Woudenberg

14.760

€ 34.329,82

0,06%

 

Lopik

14.800

€ 34.422,86

0,06%

 

Westervoort

15.205

€ 35.364,84

0,06%

 

Hilvarenbeek

16.149

€ 37.560,46

0,06%

 

Harlingen

16.210

€ 37.702,33

0,06%

 

Beek

16.251

€ 37.797,69

0,06%

 

Bunnik

16.279

€ 37.862,82

0,06%

 

Wormerland

16.421

€ 38.193,09

0,07%

 

Valkenburg aan de Geul

16.464

€ 38.293,10

0,07%

 

Heumen

16.861

€ 39.216,47

0,07%

 

Heeze-Leende

17.075

€ 39.714,21

0,07%

 

Zandvoort

17.374

€ 40.409,64

0,07%

 

Asten

17.385

€ 40.435,23

0,07%

 

Nederweert

17.512

€ 40.730,61

0,07%

 

Waterland

17.556

€ 40.832,95

0,07%

 

Gennep

17.785

€ 41.365,58

0,07%

 

Waalre

17.898

€ 41.628,40

0,07%

 

Staphorst

17.968

€ 41.791,21

0,07%

 

Son en Breugel

18.131

€ 42.170,33

0,07%

 

Meerssen

18.460

€ 42.935,54

0,07%

 

Enkhuizen

18.847

€ 43.835,65

0,07%

 

Olst-Wijhe

19.003

€ 44.198,48

0,08%

 

Hardinxveld-Giessendam

19.123

€ 44.477,59

0,08%

 

Dantumadiel

19.137

€ 44.510,15

0,08%

 

Ommen

19.249

€ 44.770,65

0,08%

 

Bergeijk

19.263

€ 44.803,21

0,08%

 

Heerde

19.305

€ 44.900,90

0,08%

 

Midden-Delfland

19.423

€ 45.175,35

0,08%

 

Oirschot

19.536

€ 45.438,17

0,08%

 

Druten

19.748

€ 45.931,26

0,08%

 

Westerveld

19.983

€ 46.477,84

0,08%

 

Someren

20.200

€ 46.982,55

0,08%

 

Alblasserdam

20.242

€ 47.080,24

0,08%

 

Eersel

20.389

€ 47.422,14

0,08%

 

Rhenen

20.392

€ 47.429,12

0,08%

 

Drechterland

20.476

€ 47.624,49

0,08%

 

West Maas en Waal

20.594

€ 47.898,94

0,08%

 

Roerdalen

20.836

€ 48.461,80

0,08%

 

Bladel

21.006

€ 48.857,20

0,08%

 

Brummen

21.394

€ 49.759,64

0,09%

 

Tubbergen

21.507

€ 50.022,46

0,09%

 

Cranendonck

21.665

€ 50.389,95

0,09%

 

Geertruidenberg

21.944

€ 51.038,87

0,09%

 

Veere

21.945

€ 51.041,19

0,09%

 

Urk

22.173

€ 51.571,49

0,09%

 

Woensdrecht

22.194

€ 51.620,33

0,09%

 

Stede Broec

22.253

€ 51.757,56

0,09%

 

Bunschoten

22.684

€ 52.760,01

0,09%

 

Hillegom

22.786

€ 52.997,25

0,09%

 

Zundert

22.809

€ 53.050,74

0,09%

 

Sluis

23.094

€ 53.713,61

0,09%

 

Borsele

23.125

€ 53.785,72

0,09%

 

Laarbeek

23.324

€ 54.248,56

0,09%

 

Reimerswaal

23.335

€ 54.274,15

0,09%

 

Losser

23.469

€ 54.585,81

0,09%

 

Zwartewaterland

23.507

€ 54.674,20

0,09%

 

Lisse

23.582

€ 54.848,64

0,09%

 

Bloemendaal

23.592

€ 54.871,90

0,09%

 

Koggenland

23.821

€ 55.404,52

0,09%

 

Wijk bij Duurstede

23.831

€ 55.427,78

0,09%

 

Elburg

23.903

€ 55.595,24

0,10%

 

Rucphen

23.995

€ 55.809,22

0,10%

 

Loon op Zand

24.151

€ 56.172,06

0,10%

 

Haaksbergen

24.225

€ 56.344,17

0,10%

 

Nuenen c.a.

24.290

€ 56.495,35

0,10%

 

Zeewolde

24.291

€ 56.497,68

0,10%

 

Heiloo

24.341

€ 56.613,97

0,10%

 

Oldebroek

24.417

€ 56.790,74

0,10%

 

Goirle

24.468

€ 56.909,36

0,10%

 

Maasgouw

24.502

€ 56.988,44

0,10%

 

Steenbergen

24.567

€ 57.139,62

0,10%

 

Stein

24.653

€ 57.339,64

0,10%

 

Wijdemeren

24.670

€ 57.379,18

0,10%

 

De Wolden

24.672

€ 57.383,84

0,10%

 

Borne

24.741

€ 57.544,32

0,10%

 

Duiven

24.942

€ 58.011,82

0,10%

 

Putten

24.953

€ 58.037,40

0,10%

 

Baarn

25.184

€ 58.574,68

0,10%

 

Wierden

25.342

€ 58.942,17

0,10%

 

Voorst

25.567

€ 59.465,49

0,10%

 

Neder-Betuwe

25.781

€ 59.963,22

0,10%

 

Voorschoten

25.900

€ 60.240,00

0,10%

 

Ooststellingwerf

25.925

€ 60.298,15

0,10%

 

Aa en Hunze

25.935

€ 60.321,41

0,10%

 

Borger-Odoorn

26.049

€ 60.586,56

0,10%

 

Oegstgeest

26.058

€ 60.607,49

0,10%

 

Eijsden-Margraten

26.181

€ 60.893,57

0,10%

 

Maasdriel

26.289

€ 61.144,76

0,10%

 

Weststellingwerf

26.596

€ 61.858,81

0,11%

 

Sliedrecht

26.601

€ 61.870,44

0,11%

 

Albrandswaard

26.707

€ 62.116,98

0,11%

 

Dinkelland

26.728

€ 62.165,82

0,11%

 

Beuningen

26.749

€ 62.214,66

0,11%

 

Tholen

26.942

€ 62.663,56

0,11%

 

Hulst

27.378

€ 63.677,64

0,11%

 

Westerwolde

27.421

€ 63.777,65

0,11%

 

Aalten

27.466

€ 63.882,31

0,11%

 

Dongen

27.495

€ 63.949,76

0,11%

 

Wassenaar

27.525

€ 64.019,54

0,11%

 

Brunssum

27.534

€ 64.040,47

0,11%

 

Heemstede

27.638

€ 64.282,36

0,11%

 

Veendam

27.687

€ 64.396,33

0,11%

 

Leiderdorp

27.751

€ 64.545,19

0,11%

 

Buren

27.978

€ 65.073,16

0,11%

 

Ermelo

28.131

€ 65.429,02

0,11%

 

Achtkarspelen

28.200

€ 65.589,50

0,11%

 

Drimmelen

28.295

€ 65.810,46

0,11%

 

Gilze en Rijen

28.531

€ 66.359,36

0,11%

 

Winterswijk

29.232

€ 67.989,80

0,12%

 

Kaag en Braassem

29.316

€ 68.185,17

0,12%

 

Nunspeet

29.393

€ 68.364,26

0,12%

 

Nieuwkoop

29.521

€ 68.661,97

0,12%

 

Bergen (N-H)

29.722

€ 69.129,47

0,12%

 

Krimpen aan den IJssel

29.793

€ 69.294,61

0,12%

Middelkleine gemeenten

€ 2,07/inwoner

Opsterland

30.012

€ 62.119,52

0,11%

Dalfsen

30.047

€ 62.191,96

0,11%

 

Oost Gelre

30.048

€ 62.194,03

0,11%

 

Sint-Michielsgestel

30.176

€ 62.458,97

0,11%

 

Culemborg

30.281

€ 62.676,30

0,11%

 

Zaltbommel

30.412

€ 62.947,45

0,11%

 

Halderberge

31.347

€ 64.882,73

0,11%

 

Renkum

31.490

€ 65.178,72

0,11%

 

Gemert-Bakel

31.541

€ 65.284,28

0,11%

 

Best

31.652

€ 65.514,03

0,11%

 

Noordenveld

31.751

€ 65.718,94

0,11%

 

Leusden

31.911

€ 66.050,11

0,11%

 

Valkenswaard

31.955

€ 66.141,19

0,11%

 

Oldenzaal

32.021

€ 66.277,80

0,11%

 

Stadskanaal

32.038

€ 66.312,98

0,11%

 

Uithoorn

32.115

€ 66.472,36

0,11%

 

Echt-Susteren

32.269

€ 66.791,11

0,11%

 

Papendrecht

32.299

€ 66.853,21

0,11%

 

Bernheze

32.606

€ 67.488,64

0,12%

 

Tytsjerksteradiel

32.821

€ 67.933,65

0,12%

 

Hendrik-Ido-Ambacht

32.859

€ 68.012,31

0,12%

 

Vught

33.010

€ 68.324,85

0,12%

 

Oisterwijk

33.108

€ 68.527,69

0,12%

 

Diemen

33.228

€ 68.776,07

0,12%

 

Aalsmeer

33.250

€ 68.821,61

0,12%

 

IJsselstein

33.339

€ 69.005,82

0,12%

 

Deurne

33.387

€ 69.105,17

0,12%

 

Epe

33.469

€ 69.274,90

0,12%

 

Midden-Drenthe

34.021

€ 70.417,44

0,12%

 

Twenterand

34.113

€ 70.607,86

0,12%

 

Boxtel

34.241

€ 70.872,80

0,12%

 

Lochem

34.316

€ 71.028,04

0,12%

 

Schouwen-Duiveland

34.412

€ 71.226,74

0,12%

 

Tynaarlo

35.011

€ 72.466,57

0,12%

 

Waddinxveen

35.031

€ 72.507,96

0,12%

 

Berg en Dal

35.558

€ 73.598,76

0,13%

 

Hof van Twente

35.660

€ 73.809,88

0,13%

 

Beekdaelen

35.824

€ 74.149,33

0,13%

 

Coevorden

35.860

€ 74.223,84

0,13%

 

Bronckhorst

36.012

€ 74.538,46

0,13%

 

Leudal

36.108

€ 74.737,16

0,13%

 

Hellendoorn

36.213

€ 74.954,49

0,13%

 

Meppel

36.271

€ 75.074,54

0,13%

 

Maassluis

36.436

€ 75.416,06

0,13%

 

Castricum

36.618

€ 75.792,77

0,13%

 

Landgraaf

36.839

€ 76.250,20

0,13%

 

Montferland

36.996

€ 76.575,16

0,13%

 

Edam-Volendam

37.140

€ 76.873,22

0,13%

 

Bodegraven-Reeuwijk

37.209

€ 77.016,04

0,13%

 

Moerdijk

38.273

€ 79.218,33

0,14%

 

Teylingen

38.411

€ 79.503,96

0,14%

 

Raalte

38.623

€ 79.942,77

0,14%

 

Rijssen-Holten

38.836

€ 80.383,64

0,14%

 

Gorinchem

38.842

€ 80.396,06

0,14%

 

Heemskerk

39.380

€ 81.509,62

0,14%

 

Oude IJsselstreek

39.499

€ 81.755,93

0,14%

 

Oldambt

39.586

€ 81.936,00

0,14%

 

Goes

40.120

€ 83.041,29

0,14%

 

Geldrop-Mierlo

40.754

€ 84.353,56

0,14%

 

Huizen

41.196

€ 85.268,42

0,15%

 

Wijchen

41.836

€ 86.593,11

0,15%

 

Tiel

42.575

€ 88.122,70

0,15%

 

Wageningen

42.790

€ 88.567,72

0,15%

 

Beverwijk

43.040

€ 89.085,17

0,15%

 

Rheden

43.782

€ 90.620,98

0,15%

 

De Bilt

43.792

€ 90.641,68

0,15%

 

Berkelland

43.917

€ 90.900,41

0,16%

 

Horst aan de Maas

44.242

€ 91.573,10

0,16%

 

Zwijndrecht

44.669

€ 92.456,91

0,16%

 

Eemsdelta

44.795

€ 92.717,71

0,16%

 

Venray

44.807

€ 92.742,55

0,16%

 

Dronten

44.856

€ 92.843,97

0,16%

 

Zevenaar

45.215

€ 93.587,04

0,16%

 

Molenlanden

45.363

€ 93.893,37

0,16%

 

Etten-Leur

45.457

€ 94.087,93

0,16%

 

Kerkrade

45.490

€ 94.156,24

0,16%

 

Steenwijkerland

45.716

€ 94.624,02

0,16%

 

Nijkerk

45.720

€ 94.632,30

0,16%

 

Vlissingen

45.755

€ 94.704,74

0,16%

 

Noardeast-Fryslân

45.864

€ 94.930,35

0,16%

 

Peel en Maas

45.881

€ 94.965,54

0,16%

 

De Ronde Venen

45.921

€ 95.048,33

0,16%

 

Noordwijk

45.929

€ 95.064,89

0,16%

 

Medemblik

45.934

€ 95.075,24

0,16%

 

Heusden

46.365

€ 95.967,33

0,16%

 

Waadhoeke

46.857

€ 96.985,69

0,17%

 

Veldhoven

47.601

€ 98.525,63

0,17%

 

Lingewaard

47.684

€ 98.697,43

0,17%

 

Soest

47.999

€ 99.349,42

0,17%

 

Ridderkerk

47.999

€ 99.349,42

0,17%

 

Het Hogeland

48.178

€ 99.719,92

0,17%

 

Schagen

48.378

€ 100.133,89

0,17%

 

Barendrecht

48.550

€ 100.489,90

0,17%

 

Zuidplas

48.726

€ 100.854,18

0,17%

 

Overbetuwe

48.945

€ 101.307,48

0,17%

 

Zutphen

49.028

€ 101.479,27

0,17%

 

Hollands Kroon

49.982

€ 103.453,88

0,18%

 

Harderwijk

50.042

€ 103.578,07

0,18%

 

Middelburg

50.152

€ 103.805,75

0,18%

 

Noordoostpolder

50.788

€ 105.122,16

0,18%

 

Houten

50.945

€ 105.447,12

0,18%

 

Utrechtse Heuvelrug

50.945

€ 105.447,12

0,18%

 

Waalwijk

51.241

€ 106.059,79

0,18%

 

Weert

51.355

€ 106.295,75

0,18%

 

Heerenveen

51.863

€ 107.347,22

0,18%

 

Goeree-Overflakkee

52.185

€ 108.013,70

0,18%

 

De Fryske Marren

52.235

€ 108.117,19

0,18%

 

West Betuwe

53.253

€ 110.224,27

0,19%

 

Woerden

53.976

€ 111.720,75

0,19%

 

Terneuzen

55.653

€ 115.191,85

0,20%

 

Kampen

56.547

€ 117.042,27

0,20%

 

Den Helder

56.662

€ 117.280,30

0,20%

 

Hoogeveen

56.906

€ 117.785,33

0,20%

 

Smallingerland

57.084

€ 118.153,76

0,20%

 

Krimpenerwaard

57.798

€ 119.631,62

0,20%

 

Pijnacker-Nootdorp

58.126

€ 120.310,52

0,21%

 

Oosterhout

58.380

€ 120.836,25

0,21%

 

Altena

58.726

€ 121.552,41

0,21%

 

Maashorst

59.671

€ 123.508,39

0,21%

 

Doetinchem

60.049

€ 124.290,79

0,21%

 

Rijswijk

60.717

€ 125.673,43

0,21%

 

Gooise Meren

61.003

€ 126.265,40

0,22%

 

Roermond

61.210

€ 126.693,85

0,22%

 

Midden-Groningen

61.387

€ 127.060,21

0,22%

 

Vijfheerenlanden

62.554

€ 129.475,69

0,22%

 

Barneveld

63.152

€ 130.713,45

0,22%

 

Hardenberg

63.415

€ 131.257,81

0,22%

 

Westerkwartier

64.841

€ 134.209,38

0,23%

 

Lansingerland

66.064

€ 136.740,77

0,23%

 

Stichtse Vecht

66.130

€ 136.877,38

0,23%

 

Zeist

66.671

€ 137.997,15

0,24%

 

Nieuwegein

66.788

€ 138.239,32

0,24%

 

Katwijk

67.089

€ 138.862,34

0,24%

 

Capelle aan den IJssel

68.624

€ 142.039,52

0,24%

 

Velsen

70.026

€ 144.941,41

0,25%

 

Bergen op Zoom

70.194

€ 145.289,14

0,25%

 

Veenendaal

70.352

€ 145.616,17

0,25%

 

Assen

70.392

€ 145.698,96

0,25%

 

Voorne aan Zee

74.527

€ 154.257,68

0,26%

 

Almelo

74.776

€ 154.773,07

0,26%

 

Hoorn

76.036

€ 157.381,04

0,27%

 

Gouda

76.514

€ 158.370,42

0,27%

 

Vlaardingen

77.260

€ 159.914,51

0,27%

 

Roosendaal

77.721

€ 160.868,70

0,27%

 

Leidschendam-Voorburg

78.318

€ 162.104,38

0,28%

 

Schiedam

82.232

€ 170.205,67

0,29%

 

Hengelo (O)

83.655

€ 173.151,02

0,30%

 

Meierijstad

84.711

€ 175.336,76

0,30%

 

Lelystad

84.713

€ 175.340,90

0,30%

 

Heerlen

87.522

€ 181.155,03

0,31%

 

Nissewaard

88.341

€ 182.850,21

0,31%

 

Súdwest Fryslân

90.534

€ 187.389,34

0,32%

 

Hoeksche Waard

90.747

€ 187.830,21

0,32%

 

Dijk en Waard

90.747

€ 187.830,21

0,32%

 

Sittard-Geleen

92.491

€ 191.439,98

0,33%

 

Land van Cuijk

92.817

€ 192.114,74

0,33%

 

Hilversum

94.393

€ 195.376,78

0,33%

 

Oss

95.239

€ 197.127,85

0,34%

 

Amstelveen

95.822

€ 198.334,56

0,34%

 

Purmerend

95.912

€ 198.520,84

0,34%

 

Helmond

96.551

€ 199.843,46

0,34%

Middelgrote gemeenten

€ 2,50/inwoner

Venlo

103.984

€ 260.053,60

0,44%

Deventer

104.301

€ 260.846,39

0,45%

 

Emmen

109.678

€ 274.293,73

0,47%

 

Delft

110.173

€ 275.531,67

0,47%

 

Alkmaar

112.896

€ 282.341,63

0,48%

 

Alphen aan den Rijn

115.773

€ 289.536,71

0,49%

 

Westland

116.916

€ 292.395,24

0,50%

 

Dordrecht

122.796

€ 307.100,54

0,52%

 

Ede

124.214

€ 310.646,81

0,53%

 

Maastricht

125.563

€ 314.020,53

0,54%

 

Zoetermeer

129.862

€ 324.771,90

0,56%

 

Leeuwarden

129.973

€ 325.049,50

0,56%

 

Leiden

130.638

€ 326.712,60

0,56%

 

Zwolle

133.810

€ 334.645,45

0,57%

 

's-Hertogenbosch

161.530

€ 403.970,40

0,69%

 

Enschede

162.317

€ 405.938,61

0,69%

 

Zaanstad

162.828

€ 407.216,57

0,70%

 

Amersfoort

163.298

€ 408.392,00

0,70%

 

Haarlemmermeer

165.255

€ 413.286,26

0,71%

 

Apeldoorn

168.551

€ 421.529,22

0,72%

 

Haarlem

168.743

€ 422.009,40

0,72%

 

Arnhem

169.364

€ 423.562,46

0,72%

 

Breda

188.779

€ 472.117,43

0,81%

 

Nijmegen

189.007

€ 472.687,64

0,81%

 

Almere

229.574

€ 574.141,65

0,98%

 

Tilburg

230.357

€ 576.099,86

0,98%

 

Groningen

244.441

€ 611.322,54

1,04%

 

Eindhoven

249.035

€ 622.811,67

1,06%

Grote gemeenten

€ 9,33/inwoner

Utrecht

376.757

€ 3.514.132,70

6,01%

's-Gravenhage

568.945

€ 5.306.731,48

9,07%

 

Rotterdam

672.960

€ 6.276.912,56

10,73%

 

Amsterdam

934.526

€ 8.716.622,07

14,90%

 

Totaal

18.044.027

€ 58.502.725,91

100%

Indeling

Provincie

Oppervlakte (km2)

Maximale vergoeding

Percentueel aandeel

€ 11,03/km2

Utrecht

1.560

€ 17.208,65

3,72%

Limburg

2.210

€ 24.378,92

5,27%

Flevoland

2.412

€ 26.607,22

5,75%

Drenthe

2.680

€ 29.563,58

6,39%

Zeeland

2.933

€ 32.354,47

6,99%

Groningen

2.960

€ 32.652,31

7,06%

Overijssel

3.421

€ 37.737,69

8,16%

Zuid-Holland

3.707

€ 40.892,61

8,84%

Noord-Holland

4.092

€ 45.139,62

9,76%

Noord-Brabant

5.082

€ 56.060,49

12,12%

Gelderland

5.137

€ 56.667,21

12,25%

Friesland

5.748

€ 63.407,26

13,70%

 

Totaal

41.942

€ 462.670,03

100%

Indeling

Waterschap

Lengte waterweg (km)

Maximale vergoeding

Percentueel aandeel

€ 5,61/lengte

waterweg (km)

Zuiderzeeland

1.407

€ 7.889,81

0,59%

Limburg & Waterschaps-bedrijf Limburg

2.992

€ 16.777,76

1,25%

Rijn en IJssel

3.554

€ 19.929,20

1,49%

Vechtstromen

4.123

€ 23.119,89

1,73%

Delfland

4.352

€ 24.404,01

1,82%

Aa en Maas

4.562

€ 25.581,60

1,91%

Schieland en de Krimpenerwaard

6.110

€ 34.262,07

2,56%

Drents Overijsselse Delta

6.833

€ 38.316,32

2,86%

Hollandse Delta

7.338

€ 41.148,13

3,07%

De Stichtse Rijnlanden

10.368

€ 58.138,97

4,34%

Brabantse Delta

11.063

€ 62.036,21

4,63%

Scheldestromen

11.805

€ 66.197,01

4,94%

Amstel, Gooi en Vecht

12.280

€ 68.860,59

5,14%

De Dommel

12.492

€ 70.049,39

5,23%

Rijnland

12.902

€ 72.348,48

5,40%

Hunze en Aa's

13.786

€ 77.305,54

5,77%

Noorderzijlvest

15.118

€ 84.774,78

6,33%

Vallei en Veluwe

16.065

€ 90.085,12

6,72%

Rivierenland

20.405

€ 114.421,85

8,54%

Hollands Noorderkwartier

20.483

€ 114.859,24

8,57%

Fryslân

40.863

€ 229.140,89

17,10%

   

238.901

€ 1.339.646,83

100%

Rijkswaterstaat

De maximale vergoeding voor Rijkswaterstaat, inclusief bewustmakingsmaatregelen, bedraagt € 1.539.842.

ProRail

De maximale vergoeding voor ProRail, inclusief bewustmakingsmaatregelen, bedraagt € 1.307.362.

TOELICHTING

I Algemeen

1. Inleiding

Deze beleidsregel geeft voor 2025 uitvoering aan de artikelen 3.1 en 3.2 van de Regeling kunststofproducten voor eenmalig gebruik die een uitwerking vormen van de verplichting van producenten van bepaalde kunststofproducten voor eenmalig gebruik om de kosten van publieke gebiedsbeheerders voor het opruimen van het zwerfafval van de producten die zij in Nederland op de markt brengen, te vergoeden. Deze beleidsregel vormt daarmee een schakel tussen de Regeling kunststofproducten voor eenmalig gebruik en de beschikkingen waarmee de vergoedingen per producent worden vastgesteld. Er zijn inhoudelijk geen wijzigingen doorgevoerd ten opzichte van de voorgaande beleidsregel die betrekking had op de jaren 2023 en 2024.1

In artikel 15f van het Besluit beheer verpakkingen 2014 en in de artikelen 4 en 5 van het Besluit kunststofproducten voor eenmalig gebruik is vastgesteld dat, voor de producten waarop deze artikelen betrekking hebben – voedselverpakkingen, zakjes en wikkels, drankverpakkingen, drinkbekers en lichte plastic draagtassen onderscheidenlijk vochtige doekjes, ballonnen en kunststofhoudende tabaksfilters – een uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (hierna: UPV) geldt voor de kosten van het opruimen van zwerfafval. Deze UPV volgt rechtstreeks uit Richtlijn (EU) 2019/904 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2019 betreffende de vermindering van de effecten van bepaalde kunststofproducten op het milieu (hierna: EU-richtlijn kunststofproducten voor eenmalig gebruik).2

In de Regeling kunststofproducten voor eenmalig gebruik worden nadere regels gesteld aan deze UPV, waarbij wordt geregeld hoe de kosten voor het opruimen van zwerfafval en de bijdragen van de producenten worden bepaald (artikel 3.1) en hoe de som van deze bijdragen wordt verdeeld over de overheidsorganisaties die een gebied beheren (hierna ook: gebiedsbeheerders) (artikel 3.2). Meer in het bijzonder worden bij deze beleidsregel de kostenaandelen zwerfafval per kunststofproductsoort, de bijdragen per eenheid kunststofproduct en de wegingsfactoren per overheidsorganisatie vastgesteld.

Ingevolge artikel 3.1, derde lid, aanhef en onder f, dienen tabaksproducenten bij te dragen aan de door de gebiedsbeheerders genomen bewustmakingsmaatregelen. De overige producenten zijn zelf verantwoordelijk voor het nemen van bewustwordingsmaatregelen zoals beschreven in artikel 3.3 van de Regeling kunststofproducten voor eenmalig gebruik.

2. Hoofdlijnen

2.1 Kostenonderzoek

Artikel 3.1, derde lid, van de Regeling kunststofproducten voor eenmalig gebruik schrijft voor dat het kostenaandeel zwerfafval kunststofproducten per kunststofproductsoort door de Minister wordt vastgesteld op basis van een, ten minste vierjaarlijks te verrichten, kostenonderzoek waarbij rekening wordt gehouden met een jaarlijks onderzoek naar het aandeel kunststofproducten in het zwerfafval. De opzet van het kostenonderzoek is nader toegelicht in memo A3. Op basis van artikel 3.2 van de Regeling kunststofproducten voor eenmalig gebruik hebben overheidsorganisaties die kosten maken voor het opruimen van het zwerfafval van kunststofproducten recht op een vergoeding.

De jaarlijks door producenten te betalen bijdrage betreft een vergoeding voor de kosten die gebiedsbeheerders in het voorgaande jaar hebben gemaakt. De door producenten van kunststofproducten voor eenmalig gebruik te betalen bijdrage bestaat uit de kosten voor het opruimen, transport en verwerken van zwerfafval (artikel 3.1, derde lid, onderdelen a, b, c en e, van de Regeling kunststofproducten voor eenmalig gebruik). Voor producenten van tabaksfilters komen hier de kosten van de genomen bewustmakingsmaatregelen bij (artikel 3.1, derde lid, aanhef en onder f) (zie artikel 3, vierde lid, van deze beleidsregel).

De wijze waarop de bijdragen en vergoedingen tot stand komen is nader toegelicht in memo C4. Per periode van vier jaar waarvoor het kostenonderzoek geldt, wordt ervan uitgegaan dat de totale kosten die gebiedsbeheerders maken om kunststof zwerfafval op te ruimen niet wijzigt. Er wordt alleen een jaarlijkse indexering toegepast. Conform de Regeling kunststofproducten voor eenmalig gebruik zijn deze bedragen geïndexeerd aan de hand van de consumentenprijsindex (CPI). Aangezien de kosten van het kostenonderzoek stammen uit 2021 en deze beleidsregel betrekking heeft op de kosten gemaakt in 2025 zijn de kosten voor het jaar 2022 (10%), 2023 (3,8%), 2024 (3,3%) en 2025 (3,3%) geïndexeerd aan de hand van de gegevens van het CBS.

De te betalen bijdragen per producent en per product en de te ontvangen bijdragen door gebiedsbeheerders kunnen jaarlijks wijzigen omdat deze afhangen van de volgende zaken:

  • 1. De hoeveelheid zwerfafval binnen de categorie kunststofproducten voor eenmalig gebruik als onderdeel van de totale hoeveelheid zwerfafval. Wanneer het aandeel van de categorie kunststofproducten voor eenmalig gebruik toe- dan wel afneemt, zal de totale bijdrage door producenten van die categorie toe- dan wel afnemen, en de vergoeding voor gebiedsbeheerders dus ook.

  • 2. De samenstelling van het zwerfafval binnen de categorie kunststofproducten voor eenmalig gebruik. Binnen deze categorie kan de verhouding tussen de verschillende kunststofproductsoorten, zoals beschreven in artikel 2, wijzigen. Wanneer deze samenstelling wijzigt, dan zal ook de bijdrage per producent en per product wijzigen.

  • 3. Het aantal in de handel gebrachte kunststofproducten voor eenmalig gebruik. De totale bijdrage voor een bepaalde productcategorie wordt omgeslagen over het aantal op de markt gebrachte producten. Als er dus bijvoorbeeld meer producten van een bepaalde categorie in een bepaald jaar op de markt worden gebracht, terwijl er in dat jaar niet meer zwerfval van die producten wordt aangetroffen, daalt voor die categorie de bijdrage per product. Op de bijdragen die gebiedsbeheerders ontvangen heeft dit geen effect aangezien de totale bijdrage voor alle categorieën samen gelijk blijft.

2.2 Samenstellingsonderzoek

Het aandeel van de verschillende categorieën zwerfafval kunststofproducten in het zwerfafval zijn bepaald in het samenstellingsonderzoek. Voor het bepalen van de aantallen in het zwerfafval is in dit onderzoek gebruik gemaakt van de Landelijke monitor zwerfafval, getiteld Landelijke zwerfafvalmonitor, incl. extra gebiedstypen, Jaarrapportage 2025 5. Voor de kentallen van volume en gewicht is aanvullend gebruik gemaakt van Kentallen zwerfafval: meting 2022 6. De opzet van het samenstellingsonderzoek is toegelicht in memo B7. In de bijlage behorend bij dit onderdeel van de toelichting zijn tabellen opgenomen waarin de verdeling van het totale zwerfafval is gespecificeerd.

De samenstelling van de zwerfafval kunststofproducten is als volgt:

De samenstelling van de zwerfafval kunststofproducten is als volgt:

I. Kunststofproducten voor eenmalig gebruik die vallen onder artikel 15f van het Besluit beheer verpakkingen 2014

– Drank- en eetverpakkingen

 

○ Take-away eetverpakkingen

 

• (drink/koffie/ijs) plasticbekers

5,55%

• (friet)bakjes plastic

2,06%

• Zakken/ (omverpakkingen) plastic

5,50%

○ Snoepen

 

• Plastic snoepwikkels/zakjes etc.

4,69%

○ Drinken (kleine drankverpakkingen)

 

• Drankenkartons

3,64%

• kunststofflesjes < 1 liter (met statiegeld)

2,30%

• kunststofflesjes < 1 liter (zonder statiegeld)

1,48%

• kunststofflesjes 1 liter of meer

1,42%

• knijpverpakkingen/zakjes

0,65%

• doppen/sluitingen van plastic drankverpakkingen

0,44%

○ Overige verpakkingen (overige drank- en eetverpakkingen

of supermarktgerelateerde grootverpakkingen)

 

• kunststof 1-persoons plastic flexibel

1,21%

• kunststof 1-persoons plastic hard

0,38%

• kunststof meerpersoons plastic flexibel

3,19%

• kunststof meerpersoons plastic hard

1,47%

• dunne plastic hemddraagtas (markt, winkel)

0,97%

• plastic draagtas (winkel)

1,36%

II. Kunststofproducten voor eenmalig gebruik die vallen onder artikel 4 van het Besluit kunststofproducten voor eenmalig gebruik

– Materialen en overige verpakkingen

 

○ Kunststoffen (niet eet/drinkverpakkingen en overige kunststof)

 

• Vochtige doekjes

2,43%

• Ballonnen

0,17%

III. Kunststofproducten voor eenmalig gebruik die vallen onder artikel 5 van het Besluit kunststofproducten voor eenmalig gebruik

– Klein en organisch

 

○ Sigarettenpeuken met filter

61,09%

2.3 Bijdrage opruimen van zwerfafval

Het kostenonderzoek dat ten grondslag ligt aan de berekeningen in deze beleidsregel is uitgevoerd in opdracht van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, getiteld Definitieve bevindingen kostenonderzoek Zwerfafval – Peiljaar 2021 8 en gepubliceerd op 15 maart 2023. De totale kosten voor het voorkomen, opruimen, monitoren en verwerken van zwerfafval in Nederland bedroegen in het peiljaar € 324 miljoen. Niet alle kosten uit het kostenonderzoek zwerfafval zijn onderdeel van de beleidsregel. De kosten die de gebiedsbeheerders maken voor onder andere beleid, handhaving en monitoring (€ 29 miljoen) maken geen deel uit van de vergoeding. Ook de kosten die gebiedsbeheerders maken voor het legen van afvalbakken (€ 80 miljoen) zijn geen onderdeel van de bijdragen die producenten betalen.

Zonder deze posten bedragen de kosten voor alle gebiedsbeheerders gezamenlijk € 261 miljoen. Deze bedragen zijn geïndexeerd ten opzichte van het in 2021 uitgevoerde kostenonderzoek aan de hand van de consumentenprijsindex (CPI). De bedragen in artikel 2 van deze beleidsregel betreffen alleen het aandeel zwerfafval dat afkomstig is van de betreffende kunststofproducten, zoals genoemd in de bijlage, deel E, van de EU-richtlijn kunststofproducten voor eenmalig gebruik. Op basis van aantal, volume en gewicht bedraagt het aandeel zwerfafval kunststofproducten in het totale zwerfafval 23,7%. Dit komt overeen met een vergoeding voor de publieke gebiedsbeheerders van € 62 miljoen, exclusief de kosten voor bewustmakingsmaatregelen voor de producenten van kunststofhoudende tabaksfilters van € 1,1 miljoen.

De bijdrage per product is vastgesteld voor drie productsoorten. Voor de overige productsoorten geldt dat de bijdrage per product wordt vastgesteld door de producentenorganisatie op grond van artikel 3.1, zesde lid, van de Regeling kunststofproducten voor eenmalig gebruik. Het gedeelte van de totale kosten dat toe te rekenen is aan ieder producttype is vastgesteld op basis van de frequentie waarmee de producten voorkomen in het zwerfafval. Dit wordt gemeten in opdracht van Rijkswaterstaat middels zes metingen per jaar. Voor het vaststellen van de frequentie waarmee de producten in een bepaald jaar in het zwerfafval voorkomen wordt het gemiddelde van de metingen over het gehele betreffende jaar gehanteerd.

De bijdrage per product is op basis van bovenstaande gegevens vast te stellen door de kosten die toe te rekenen zijn aan een bepaald producttype te delen door de hoeveelheid producten van dat type dat op de markt is gebracht in het betreffende jaar. Die hoeveelheden worden gerapporteerd door de producenten op grond van artikel 4.1 van de Regeling kunststofproducten voor eenmalig gebruik. In deze beleidsregel worden de resultaten van deze berekeningen weergegeven. Daarmee stelt de Minister die bedragen per producttype in deze beleidsregel vast, conform artikel 3.1, vierde lid, van de Regeling kunststofproducten voor eenmalig gebruik.

2.4 Vergoeding overheidsorganisaties opruimen zwerfafval

Op basis van artikel 3.2 van de Regeling kunststofproducten voor eenmalig gebruik hebben overheidsorganisaties die kosten maken voor het opruimen van het zwerfafval van kunststofproducten als bedoeld in de artikelen 4, eerste lid, onderdeel b, en 5, eerste lid, van het Besluit kunststofproducten voor eenmalig gebruik en artikel 15f, derde lid, van het Besluit beheer verpakkingen 2014, recht op een vergoeding. Artikel 3.2 van de Regeling kunststofproducten voor eenmalig gebruik bepaalt dat deze vergoeding het te ontvangen deel is van de geïnde bijdrage. Bij het kostenonderzoek is onderzocht hoe het best rekenschap kan worden gegeven van de verschillen tussen gebiedsbeheerders wanneer het gaat om de kosten die zij maken voor het opruimen van zwerfafval. Daarbij is gekeken welke factor het best correleert met de gemaakte kosten voor het opruimen van zwerfafval. Deze factor wordt ook wel aangeduid met de term gebiedskenmerk. De wegingsfactoren zijn op basis van het kostenonderzoek vastgesteld op:

  • Voor gemeenten: bedrag per inwoner9

Voor gemeenten worden de vergoedingen bepaald door de gemiddelde kosten per inwoner te vermenigvuldigen met het inwoneraantal. Voor de gemiddelde kosten wordt aangesloten bij de clusterindeling uit het kostenonderzoek:

  • a. Grote gemeenten (≥ 300.000 inwoners)

  • b. Middelgrote gemeenten (≥ 100.000 < 300.000 inwoners)

  • c. Middelkleine gemeenten (≥ 30.000 < 100.000 inwoners)

  • d. Kleine gemeenten (< 30.000 inwoners).

  • Voor provincies: bedrag per vierkante kilometer oppervlak provincie10

Voor provincies is er een sterke correlatie met het oppervlak van de provincie. Het oppervlak van de provincies is het beste gebiedskenmerk om de bijdragen voor provincies te bepalen.

  • Voor waterschappen: bedrag per lengte waterwegen waterschap11

Voor de waterschappen geldt dat de lengte van de beheerde waterwegen de sterkste correlatie heeft met de zwerfafvalkosten en deze zal worden toegepast om de bijdragen voor waterschappen te bepalen.

2.5 Bewustmakingsmaatregelen kunststofhoudende tabaksfilters

In de toelichting bij de Regeling kunststofproducten voor eenmalig gebruik is vermeld dat producenten van tabaksproducten niet zelf bewustmakingsmaatregelen mogen nemen. In plaats hiervan dragen zij ingevolge artikel 3.1, derde lid, aanhef en onder f, financieel bij aan de bewustmakingmaatregelen die gebiedsbeheerders nemen. De producenten zijn verplicht het deel van de bewustmakingsmaatregelen te betalen dat overeenkomt met het aandeel van hun producten in het zwerfafval. Wanneer het zwerfafval bijvoorbeeld voor 25% (in stuks, volume en gewicht) uit tabaksfilters bestaat, worden producenten van filters geacht 25% van de kosten van bewustmakingsmaatregelen van de gebiedsbeheerders te vergoeden. De formule voor het berekenen van de bijdrage van tabaksproducenten aan de bewustmakingsmaatregelen is: de totale kosten van bewustmakingsmaatregelen vermenigvuldigd met het percentage tabaksfilters in het zwerfafval.

Op basis van het kostenonderzoek waren de totale kosten van de bewustmakingsmaatregelen12 in 2021 € 8.245.704,31. Dit bedrag is de som van de communicatiekosten die gebiedsbeheerders op basis van het kostenonderzoek maakten. Volgens het samenstellingsonderzoek bestond het zwerfafval voor 20,01% uit kunststofhoudende tabaksfilters (in stuks, volume en gewicht). Rekening houdend met de correctie voor inflatie komt de totale bijdrage van tabaksfabrikanten voor de bewustmakingsmaatregelen hiermee op € 1.113.441,40.

3. Juridisch kader

In 2019 is Richtlijn (EU) 2019/904 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2019 betreffende de vermindering van de effecten van bepaalde kunststofproducten voor eenmalig gebruik op het milieu (PbEU 2019, L 155), (hierna: richtlijn 2019/904), gepubliceerd. Richtlijn 2019/904 is in Nederland geïmplementeerd door middel van het Besluit kunststofproducten voor eenmalig gebruik. Met dit besluit is ook het Besluit beheer verpakkingen 2014 gewijzigd. In de Regeling kunststofproducten voor eenmalig gebruik worden op grond van artikel 9.5.2, zevende lid, van de Wet milieubeheer maatregelen uit het Besluit kunststofproducten voor eenmalig gebruik en het Besluit beheer verpakkingen 2024 nader uitgewerkt.

4. Evaluatie

Conform de Regeling kunststofproducten voor eenmalig gebruik wordt de werking van deze UPV geëvalueerd. Deze evaluatie zal plaatsvinden nadat één volledige cyclus van de UPV is doorlopen. Naar verwachting start de evaluatie in 2026 en wordt deze in 2027 afgerond.

5. Uitvoering UPV zwerfafval over 2023 en 2024

Vanwege uitstel van de uitvoering van de UPV zwerfafval over 2023, het eerste jaar waarop deze betrekking had13, is eerst in 2025 uitvoering gegeven aan de UPV zwerfafval over de twee daaraan voorafgaande jaren: 2023 en 2024. Op 6 juni 2025 is daartoe de Beleidsregel artikelen 3.1 en 3.2 Regeling kunststofproducten voor eenmalig gebruik14 voor de jaren 2023 en 2024 vastgesteld. Na publicatie hebben de producenten vallend onder de Regeling kunststofproducten voor eenmalig gebruik een beschikking ontvangen met hierin de te betalen bedragen. In de beschikking is voor de producenten van kunststofhoudende tabaksfilters opgenomen dat er tussen het vaststellen van de beleidsregel en het versturen van de beschikkingen een nieuwe versie van de Empty Pack Survey15 is verschenen. Omdat het percentage niet in Nederland in de handel gebrachte sigaretten substantieel was toegenomen (van 25% naar 45,1%) is besloten om voor de bedragen over 2024 het verhoogde percentage toe te passen. Gebiedsbeheerders zijn hierover geïnformeerd voorafgaand aan het ontvangen van de vergoeding. Ook over 2025 is gebruik gemaak van de meest recente versie van de Empy Pack Survey, en een correctie van 45,1% toegepast.

Tegen de beschikkingen staat bezwaar open. Een aantal producenten heeft hiervan gebruik gemaakt. Vanwege het aantal en de complexiteit van de bezwaren bleek het niet mogelijk om de bezwaarprocedures af te ronden voor de vergoedingen aan gebiedsbeheerders werden uitgekeerd. Om die reden is besloten om 10% van het geïnde bedrag niet direct uit te keren, maar dit in te houden voor het geval bezwaren gegrond zouden worden verklaard en tot terugbetaling moet worden overgegaan. Gebiedsbeheerders zijn hierover geïnformeerd voorafgaand aan de uitkering van vergoedingen. Naar verwachting worden de bezwaarprocedures in het derde kwartaal van 2026 afgerond. Na afronding daarvan wordt het alsdan resterende bedrag naar rato aan gebiedsbeheerders uitgekeerd.

II Artikelsgewijs

Artikel 1

In dit artikel wordt een aantal begrippen gedefinieerd. Zie de toelichting bij artikel 5 voor het onderscheiden van gemeenten in verschillende grootteklassen.

Artikel 2

Artikel 3.1, derde lid, van de Regeling kunststofproducten voor eenmalig gebruik schrijft voor dat de Minister het kostenaandeel zwerfafval kunststofproducten per kunststofproductsoort jaarlijks op basis van kostenonderzoek vaststelt. Met dit artikel is daaraan voor peiljaar 2025 toepassing gegeven. De kosten van bewustmakingsmaatregelen bedoeld in onderdeel f van artikel 3.1, derde lid, van de Regeling kunststofproducten voor eenmalig gebruik staan hier apart vermeld in onderdeel i en worden uiteindelijk verdisconteerd in de bijdrage per product.

Artikel 3

In dit artikel worden de bijdragen per eenheid product vastgesteld voor de verschillende kunststofproducten voor eenmalig gebruik die onder de reikwijdte van de Regeling vallen, voor het jaar 2025.

Ingevolge artikel 3.1, zesde lid, van de Regeling kunststofproducten voor eenmalig gebruik zijn het eerste en tweede lid van dat artikel niet van toepassing als een producentenorganisatie een afvalbeheerbijdrage int voor een kunststofproductsoort, genoemd in de bijlage, deel E, van de EU-richtlijn kunststofproducten voor eenmalig gebruik op grond van een overeenkomst over een afvalbeheerbijdrage als bedoeld in artikel 15.36 van de Wet milieubeheer en de te innen afvalbeheerbijdrage ten minste het door de Minister vastgestelde kostenaandeel zwerfafval kunststofproducten als bedoeld in het tweede lid, voor een kunststofproductsoort bedraagt.

Deze bepaling is van toepassing ten aanzien van kunststofverpakkingen als bedoeld in artikel 15f van het Besluit beheer verpakkingen 2014 nu producentenorganisatie Verpact de betreffende bijdragen int op grond van de algemeen verbindend verklaarde overeenkomst over een afvalbeheerbijdrage voor verpakkingen. Het totaal van deze bijdragen moet ten minste de in dit artikel genoemde som bedragen die is gebaseerd op het eerder vermelde Kostenonderzoek.

Voor vochtige doekjes, ballonnen en tabaksfilters is er geen producentenorganisatie die een afvalbeheerbijdrage int, zodat artikel 3.1, eerste en tweede lid, van de Regeling kunststofproducten voor eenmalig gebruik ten aanzien van deze kunststofproducten voor eenmalig gebruik wel van toepassing is. Het tweede lid bepaalt dat de Minister de bijdrage per in de handel gebracht kunststofproduct vaststelt. De hoogte van de bijdrage bedraagt het kostenaandeel zwerfafval per kunststofproductsoort, gedeeld door het aantal in de handel gebrachte kunststofproducten van die soort. Daarbij is voor de eenheid waarover de bijdrage moet worden betaald aangesloten bij de wijze waarop wordt gerapporteerd. Voor vochtige doekjes en ballonnen zijn dit gewichtseenheden en voor tabaksfilters aantallen.

Voor vochtige doekjes en ballonnen geldt dat een aantal producenten niet tijdig de benodigde gegevens over 2025 heeft aangeleverd. Zonder alle benodigde gegevens kunnen de bijdragen per producent niet worden berekend. Om deze beleidsregel toch tijdig te kunnen publiceren is besloten om voor de producenten die niet tijdig hun gegevens hebben aangeleverd, gebruik te maken van de aangeleverde gegevens over 2024. Dit heeft als gevolg dat er binnen de productgroepen vochtige doekjes en ballonnen bij de volgende beleidsregel een correctie wordt toegepast om hetgeen te veel, dan wel te weinig in rekening is gebracht te verrekenen.

Artikel 4

Dit artikel bepaalt hoe de bijdrage die producenten moeten betalen wordt bepaald.

Artikel 5

Artikel 5 maakt inzichtelijk hoe de kosten zijn verdeeld over de verschillende typen overheidsorganisaties die gebied beheren en daarbij verantwoordelijk zijn voor het opruimen van zwerfafval. De verschillende (typen) overheidsorganisaties waren in de toelichting van de Regeling kunststofproducten voor eenmalig gebruik reeds geïdentificeerd. Met betrekking tot gemeenten is gebleken dat de kosten voor het opruimen van zwerfafval sterk variëren met de relatieve grootte van de gemeente. Vooral in de vier grote steden blijken de kosten voor het opruimen van zwerfafval relatief hoog te zijn. Er is daarom een onderscheid gemaakt tussen grote gemeenten, middelgrote gemeenten, middelkleine gemeenten en kleine gemeenten. Ook voor de kosten van bewustmakingsmaatregelen voor kunststofhoudende tabaksfilters is een verdeling over de verschillende typen overheidsorganisaties opgenomen.

Artikel 6

In artikel 6 worden de gemiddelde kosten per gebiedskenmerk vastgesteld. Daarbij is bepaald dat voor gemeenten het inwonertal het bepalende gebiedskenmerk is, voor provincies de oppervlakte en voor waterschappen de lengte van de waterwegen. Uit het kostenonderzoek blijkt dat deze gehanteerde gebiedskenmerken de beste indicatoren zijn voor de kosten van de gebiedsbeheerders. Bij het vaststellen van de gebiedskenmerken is onder andere gekeken naar toerisme (oppervlakte recreatiegebied, aantal horecagelegenheden, stedelijkheidsklasse, oppervlakte). Uit het kostenonderzoek blijkt dat de kosten voor het opruimen en verwerken van zwerfafval in de klasse ‘Grote gemeenten (≥ 300.000 inwoners) ’beduidend hoger zijn dan bij de overige gemeenten. Voor de overige overheidsorganisaties die gebied beheren – Rijkswaterstaat en ProRail – is het niet nodig een gebiedskenmerk te identificeren, nu het steeds om één organisatie gaat. Daarbij is uitgegaan van de werkelijke kosten die de betreffende overheidsorganisaties hebben gemaakt om plastic zwerfafval op te ruimen. Artikel 3, derde lid, onderdelen a en b, van de Regeling kunststofproducten voor eenmalig gebruik maakt beide bepalingswijzen van de wegingsfactor per overheidsorganisatie mogelijk.

Artikel 7

Het eerste lid van artikel 7 maakt inzichtelijk hoe de vergoeding per overheidsorganisatie op basis van de in eerdere artikelen beschreven gegevens wordt uitgerekend. Voor gemeenten, provincies en waterschappen betreft dit het product van het gebiedskenmerk – inwonertal, oppervlakte resp. lengte waterwegen – en de kosten per gebiedskenmerk zoals bepaald in artikel 6. Voor de overige overheidsorganisaties komt de vergoeding neer op een indexering van de in het jaar van het kostenonderzoek werkelijk gemaakte kosten voor het opruimen en verwerken van kunststof zwerfafval en bewustwordingsmaatregelen over kunststofhoudende filters. Daarbij moet worden aangetekend dat overeenkomstig het derde lid de uit te keren vergoeding is gebaseerd op het feitelijk geïnde bedrag op de peildatum. Immers kan niet worden uitgesloten dat niet alle verschuldigde bedragen op die datum binnen zijn bij de uitvoerende organisatie. Dat betekent niet dat producenten die bijdragen niet meer verschuldigd zijn, of dat overheidsorganisaties daarop geen aanspraak meer kunnen maken. Later binnengekomen betalingen worden overeenkomstig het vierde lid aangehouden en op een later moment naar rato uitgekeerd. In de bijlagen behorend bij dit artikel is per overheidsorganisatie vermeld de wegingsfactor en de (maximale) vergoeding voor 2025.

Bijlage bij 2.2 van de algemene toelichting (samenstellingsonderzoek)

In onderstaande tabellen zijn in grijs weergegeven de fracties van het zwerfafval die vallen binnen de kaders van de Richtlijn kunststofproducten voor eenmalig gebruik. Deze fracties zijn in de eerste kolom aangeduid met een getal dat verwijst naar deel E van de bijlage bij deze richtlijn. In de praktijk blijkt dat in de categorieën ‘(drink/koffie/ijs) bekers niet van plastic’ en ‘(friet)bakjes niet plastic’ geen producten worden aangetroffen die geen kunststof bevatten. Deze bekers en bakjes bevatten namelijk allemaal een laagje kunststof.

De aantallen in de kolom ‘Totaal aantallen zwerfafvalmeting 2025, incl. opschaling’ zijn afkomstig uit de Landelijke monitor zwerfafval 2025.' Het betreft de getelde stuks op 100 m2. Sigarettenpeuken en kauwgom worden in de monitor alleen geteld op 1 m2. Aan de hand van de kentallen uit het onderzoek 'Landelijke zwerfafvalmonitor aanvullende rapportage opschalingskengetallen peuken & kauwgom: jaarrapportage 2022' zijn deze opgeschaald naar 100 m2 waarmee een vergelijking met de andere fracties mogelijk is.

In de kolommen ‘Kentallen zwerfafval: meting 2022 [ml/stuk] en Kentallen zwerfafval: meting 2022 [g/stuk] staan de kentallen voor de dimensies volume en gewicht van de verschillende fracties van het zwerfafval. Om het aandeel op basis van volume en gewicht te bepalen wordt het aantal stuks per fractie vermenigvuldigd met het kental voor volume en gewicht. Het aandeel van een fractie in het zwerfafval wordt vervolgens gevat in één percentage door het rekenkundig gemiddelde tussen aantal, volume en gewicht te berekenen.

Tabel 1: verdeling van het totale zwerfafval en bijbehorende kosten
 

Zwerfafvalfractie

Totaal aantallen zwerfafvalmeting 2025, incl. opschaling

Kentallen zwerfafvalmeting 2022 [ml/stuk]

Kentallen zwerfafvalmeting 2022 [g/stuk]

Aandeel in zwerfafval o.b.v. 1/3e verhouding

Aandeel in zwerfafval o.b.v. kunststof

totaal kosten o.b.v. 1/3e verhouding

 

kauwgom

132.823

3

2,7

7,01%

 

€ 18.321.839

III

sigarettenpeuken met filter1

555.989

2

0,3

20,01%

61,09%

€ 52.317.412

 

sigarettenpeuken zonder filter

19.721

1,8

0,1

0,68%

 

€ 1.780.721

 

voedselresten

4.329

222

61,8

2,43%

 

€ 6.349.671

I4

(drink/koffie/ijs) plasticbekers

6.901

342

6,1

1,67%

5,10%

€ 4.366.990

I4

(drink/koffie/ijs) bekers niet van plastic

427

412

15,9

0,15%

0,45%

€ 382.735

I1

(friet)bakjes plastic

591

141

3,9

0,08%

0,23%

€ 198.651

 

(friet)bakjes niet plastic

1.932

422

10,3

0,60%

1,83%

€ 1.564.615

I2

zakken/ (omverpakkingen) plastic

2.290

1.336

14,5

1,80%

5,50%

€ 4.708.215

 

zakken/ (omverpakkingen) niet van plastic

3.077

1.336

28

2,70%

 

€ 7.062.952

 

servetten

10.476

183

5,3

1,66%

 

€ 4.345.389

 

plastic rietjes

709

15

0,8

0,03%

 

€ 84.818

 

rietjes niet van plastic

1.784

26

1,4

0,10%

 

€ 257.559

 

overig plastic (vorkjes, roerstaafjes, etc.)

1.895

14

1,7

0,10%

 

€ 254.515

 

overig niet plastic (vorkjes, roerstaafjes, etc.)

2.706

7

1,3

0,12%

 

€ 319.962

I2

plastic snoepwikkels/zakjes etc. 1 persoons

28.354

18

0,2

1,22%

3,74%

€ 3.199.327

I2

plastic snoepwikkels/zakjes etc. Meerpersoons

3.548

95

1,2

0,31%

0,95%

€ 813.472

 

snoepwikkels/zakjes niet van plastic

5.146

7

0,5

0,20%

 

€ 535.464

 

ijsstokjes/lollystokjes (plastic)

855

2

0,4

0,05%

 

€ 123.411

 

ijsstokjes/lollystokjes (niet plastic)

1.993

2

0,4

0,07%

 

€ 180.082

 

glazen fles

1.858

1.061

309,6

4,93%

 

€ 12.888.665

 

blikjes

5.349

470

16,5

2,01%

 

€ 5.249.112

I3

drankenkartons

1.496

988

41,3

1,19%

3,64%

€ 3.119.405

I3

kunststofflesjes < 1 liter (met statiegeld)

1.080

675

49

0,75%

2,30%

€ 1.966.119

I3

kunststofflesjes < 1 liter (zonder statiegeld)

698

675

49

0,49%

1,48%

€ 1.270.696

I3

kunststofflesjes 1 liter of meer

393

1.488

61,7

0,46%

1,42%

€ 1.213.543

I3

knijpverpakkingen/zakjes

1.329

154

7,6

0,21%

0,65%

€ 556.064

I3

doppen/sluitingen van plastic drankverpakkingen

2.517

15

2,5

0,14%

0,44%

€ 376.992

 

overige (doppen/sluitingen) niet van plastic

6.256

73

3,2

0,57%

 

€ 1.479.812

 

glas

598

439

213,5

1,01%

 

€ 2.652.273

I2

kunststof 1-persoons plastic flexibel

6.677

25

2,1

0,40%

1,21%

€ 1.038.297

I1

kunststof 1-persoons plastic hard

1.493

48

4

0,12%

0,38%

€ 326.493

I2

kunststof meerpersoons plastic flexibel

4.623

325

5

1,05%

3,19%

€ 2.734.529

I1

kunststof meerpersoons plastic hard

1.720

388

8,5

0,48%

1,47%

€ 1.263.057

I5

dunne plastic hemddraagtas (markt, winkel)

846

575

8,7

0,32%

0,97%

€ 827.049

I5

plastic draagtas (winkel)

394

1.731

36,9

0,45%

1,36%

€ 1.166.079

 

draagtas niet van plastic (winkel/hemdjes)

148

667

44,7

0,10%

 

€ 256.627

 

papier/karton

3.069

439

14,3

1,06%

 

€ 2.769.992

 

metaal/blik

7.981

136

6,6

1,15%

 

€ 3.013.622

 

rookwarenverpakkingen

6.556

114

9,3

1,00%

 

€ 2.604.568

 

kunststof verpakkingen

20.570

291

5,1

4,33%

 

€ 11.307.201

 

wattenstaafjes

247

1,5

0,3

0,01%

 

€ 23.084

 

ballonnenstokjes

19

23

0,6

0,00%

 

€ 2.400

II2

ballonnen

633

70

3,1

0,06%

0,17%

€ 146.175

II1

vochtige doekjes

5.865

104

7,6

0,79%

2,43%

€ 2.078.044

 

vistuig

37

2

0,4

0,00%

 

€ 3.547

 

kunststoffen niet-verpakkingen

38.213

394

20,4

13,93%

 

€ 36.419.459

 

zakdoek

6.265

59

5,8

0,63%

 

€ 1.658.378

 

bonnetjes (bank, parkeren, trein bus)

7.526

63

2

0,58%

 

€ 1.523.583

 

kranten

298

625

108,8

0,32%

 

€ 839.435

 

reclamedrukwerk

1.348

172

14,9

0,29%

 

€ 769.631

 

overig (papiertjes)

70.215

95

3,2

7,11%

 

€ 18.589.056

 

batterijen, lachgaspatronen en drukhouders

320

627

87,6

0,30%

 

€ 781.918

 

batterijen

70

627

87,6

0,07%

 

€ 171.044

 

lachgaspatronen (klein)

90

627

87,6

0,08%

 

€ 219.914

 

lachgascilinders groot (600gr tot 2 kg)

348

627

87,6

0,33%

 

€ 850.335

 

vapes/e-sigaretten

119

627

87,6

0,11%

 

€ 290.776

 

drukhouders/spuitbussen

547

145

11,9

0,10%

 

€ 264.271

 

mondkapjes, handschoenen

5.025

161

93,4

3,75%

 

€ 9.793.636

 

spatborden, steen glas

6.024

573

85,3

5,38%

 

€ 14.056.886

 

overig etc.

6.362

286,5

42,65

2,94%

 

€ 7.697.048

 

niet te specificeren

1.010.767

   

100%

100%

€ 261.426.615

         

100%

100%

 
X Noot
1

Voor de zwerfafvalfractie ‘sigarettenpeuken met filter’ geldt dat 45,1% niet in Nederland op de markt is gebracht. Het kostenaandeel is daarom met 45,1% verlaagd ten opzichte van de situatie dat 100% in Nederland op de markt zou zijn gebracht en bedraagt € 28.722.259.

De Minister van Klimaat en Groene Groei, S. van Veldhoven-van der Meer


X Noot
2

Richtlijn (EU) 2019/904 van het Europees parlement en de Raad van 5 juni 2019 betreffende de vermindering van de effecten van bepaalde kunststofproducten voor eenmalig gebruik op het milieu (PbEU 2019, L 155).

X Noot
9

Het aantal inwoners wordt bepaald op basis van CBS inwoneraantallen op 1 januari van het peiljaar waarover de vergoeding wordt uitgekeerd.

X Noot
10

Oppervlakte provincies (inclusief water); bron CBS.

X Noot
11

Bron: Aantal km waterlopen (primair en overig) uit waves databank van Unie van Waterschappen: https://live-waves.databank.nl/jive?workspace_guid=f9624aed-fb8c-4aae-9752-f300fda68ae0

X Noot
12

In het Kostenonderzoek worden bewustmakingsmaatregelen aangeduid als ‘kosten voor communicatie’.

X Noot
13

Kamerstuk 30 872, nr. 302


X Noot
2

Richtlijn (EU) 2019/904 van het Europees parlement en de Raad van 5 juni 2019 betreffende de vermindering van de effecten van bepaalde kunststofproducten voor eenmalig gebruik op het milieu (PbEU 2019, L 155).

X Noot
9

Het aantal inwoners wordt bepaald op basis van CBS inwoneraantallen op 1 januari van het peiljaar waarover de vergoeding wordt uitgekeerd.

X Noot
10

Oppervlakte provincies (inclusief water); bron CBS.

X Noot
11

Bron: Aantal km waterlopen (primair en overig) uit waves databank van Unie van Waterschappen: https://live-waves.databank.nl/jive?workspace_guid=f9624aed-fb8c-4aae-9752-f300fda68ae0

X Noot
12

In het Kostenonderzoek worden bewustmakingsmaatregelen aangeduid als ‘kosten voor communicatie’.

X Noot
13

Kamerstuk 30 872, nr. 302

Naar boven