Besluit van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid tot wijziging van de verplichtstelling tot deelneming in het bedrijfstakpensioenfonds voor de Groothandel in Vlakglas, de Groothandel in Verf, het Glasbewerkings- en het Glazeniersbedrijf

Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

Gezien de aanvraag van Stichting bedrijfspensioenfonds voor de Groothandel in Vlakglas, de Groothandel in Verf, het Glasbewerkings- en het Glazeniersbedrijf namens Hiswa-Recron en CNV, daartoe strekkende dat de verplichtstelling tot deelneming in de Stichting bedrijfspensioenfonds voor de Groothandel in Vlakglas, de Groothandel in Verf, het Glasbewerkings- en het Glazeniersbedrijf, ingevolge de Wet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000, wordt gewijzigd voor de in de aanvraag bedoelde groepen van personen in de bedrijfstak Jachtbouw;

Gelet op de artikelen 10 en 16 van de Wet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000;

Gezien het overleg met De Nederlandsche Bank;

BESLUIT:

I.

Wijzigt het besluit van 2 april 1959, nr. 2073, Stcrt. 1959, nr. 64 (laatstelijk gewijzigd bij besluit van 9 maart 2022, Stcrt. 2022, nr. 7371) waarin werd overgegaan tot het verplicht stellen van de deelneming in de Stichting bedrijfspensioenfonds voor de Groothandel in Vlakglas, de Groothandel in Verf, het Glasbewerkings- en het Glazeniersbedrijf.

De verplichtstelling tot deelneming komt na wijziging te luiden als volgt:

  • ‘I. De deelneming in de Stichting Bedrijfspensioenfonds voor de Groothandel in Vlakglas, de Groothandel in Verf, het Glasbewerkings- en het Glazeniersbedrijf is verplicht gesteld voor werknemers in de leeftijd tot en met 66 jaar, in dienstbetrekking werkzaam in de groothandel in vlakglas, de groothandel in verf, het glasbewerkings- of het glazeniersbedrijf, wordende ten deze verstaan onder:

    • A. de groothandel in vlakglas, het glasbewerkings- en het glazeniersbedrijf: de ondernemingen of afdelingen daarvan, welke zich uitsluitend of in hoofdzaak bezighouden met:

      • 1. de groothandel in vlakglas, al dan niet in combinatie met het plaatsen van bewerkt en/of onbewerkt vlakglas; en/of

      • 2. de bedrijfsmatige bewerking en/of verwerking van vlakglas (zoals de productie van isolerend dubbelglas, gelaagd glas en voorgespannen/gehard glas), waaronder niet begrepen het plaatsen van vlakglas; en/of

      • 3. het vervaardigen van glas in metaal (waaronder begrepen maar niet beperkt tot geëtst en gebrandschilderd glas);

      De verplichtstelling tot deelneming geldt ook voor ondernemingen of afdelingen daarvan, die reeds voor 28 mei 2018 lid zijn van Bouwend Nederland Vakgroep GLAS en die vallen onder de werkingssfeer van de bedrijfstakpensioenregeling voor het schilders-, afwerkings- en glaszetbedrijf in Nederland (Bpf-SAG) en ten behoeve van wie de aansluiting bij Bpf-SAG krachtens een bestuursbesluit is beëindigd.

    • B. de groothandel in verf de ondernemingen of afdelingen daarvan, welke zich uitsluitend of in hoofdzaak bezighouden met de groothandel in verf;

      Voor de toepassing van het gestelde onder A en B wordt verstaan onder:

      • 1. in hoofdzaak: indien de onder A en/of B bedoelde onderneming of afdeling welke zich in hoofdzaak bezig houdt met de activiteiten als bedoeld onder A en/of B, dan zal bepalend zijn de omzet die wordt behaald met de activiteiten als bedoeld onder A en/of B ten opzichte van de omzet die wordt behaald met eventuele andere activiteiten van de onderneming of afdeling daarvan;

      • 2. groothandel in vlakglas: de bedrijfsuitoefening waarbij de onderneming voor eigen rekening en risico goederen betrekt, naar behoefte in voorraad houdt dan wel in bestelling heeft, en verkoopt aan bedrijfsmatige ge- en/of verbruikers of verwerkers dan wel groot- of kleinhandelaren.

      • 3. groothandel in verf: de bedrijfsuitoefening waarbij de onderneming voor eigen rekening en risico, anders dan voor eigen gebruik, producten van producenten betrekt, naar behoefte in voorraad houdt en voor eigen rekening en risico distribueert over een veelheid van professionele verbruikers, be- en verwerkers dan wel wederverkopers;

      de verplichtstelling geldt niet voor:

      • 1. de onder B bedoelde afdelingen van ondernemingen, voor zover deze vallen onder de werkingssfeer van de verplichtstelling van een vóór 6 april 1959 reeds bestaand bedrijfstak-pensioenfonds;

      • 2. bestuurders van naamloze vennootschappen en van besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid die in het bezit zijn van 50% of meer van het aandelenkapitaal van de vennootschap;

      • 3. verfimporteurs; De onderneming die zich in hoofdzaak bezig houdt met de invoer van verfproducten vanuit het buitenland naar Nederland met het doel om deze verfproducten van buitenlandse fabrikanten als eerste in Nederland af te zetten.

  • II. Voorts is de deelneming in de Stichting Bedrijfspensioenfonds voor de Groothandel in Vlakglas, de Groothandel in Verf, het Glasbewerkings- en het Glazeniersbedrijf verplicht gesteld voor alle werknemers tot de eerste dag van de maand, waarin de 67-jarige leeftijd wordt bereikt, die in dienst zijn van ondernemingen in de bedrijfstak als hierna genoemd onder C tot en met F, met uitzondering van bestuurders van een naamloze vennootschap of een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid. Hierbij worden verstaan onder ondernemingen in de bedrijfstak:

    • C. Ondernemingen waarin het bedrijf wordt uitgeoefend van de vervaardiging, assemblage, import en groothandel van artikelen van hout of kunststof danwel hetgeen binnen het kader van deze ondernemingen ter vervanging van deze grondstof dient, waaronder begrepen:

      • 1. huishoudelijke artikelen (met uitzondering van groothandel);

      • 2. speelgoederen; waaronder educatieve materialen;

      • 3. sportartikelen;

      • 4. gereedschappen en onderdelen daarvan;

      • 5. technische artikelen ten behoeve van industrie, ambacht, bedrijf, beroep en instellingen;

      • 6. gebogen en gedraaide, gekartelde, geperste, gelijmde en geverfde producten;

      • 7. looprekken, kinderstoelen, lectuurbakken;

      • 8. naaidozen, etagères, thermometers, barometers, borstelhangers, eenvoudige boeken-planken, etensdragers, dienbladen, souvenirartikelen, sigarenkisten, sierdozen en andere houten kleinverpakkingen;

      • 9. lucifers en potloden;

      • 10. decoratieve producten voor de particuliere tuin;

      • 11. fineer;

      • 12. andere producten van hout of hetgeen ter vervanging daarvan dient, met uitzondering van:

        • a. meubelen en onderdelen daarvan;

        • b. producten voor de bouwnijverheid (timmerwerk);

        • c. triplex en meubelplaat;

        • d. parket- en hardhoutvloeren;

        • e. houtvezelplaten;

        • f. producten van de ondernemingen die zijn aangesloten bij bedrijfstakpensioenfonds Stichting Pensioenfonds PGB, rubber- en kunststofbranche.

          Met uitzondering van de volgende ondernemingen:

          • ondernemingen vallend onder de verplicht gestelde werkingssfeer van bedrijfstak-pensioenfonds Stichting Pensioenfonds van de Metalektro bij besluit van 16 mei 2018 (Staatscourant 2018, nr. 26934);

          • ondernemingen vallend onder de verplicht gestelde werkingssfeer van bedrijfstak-pensioenfonds Stichting Pensioenfonds Metaal en Techniek bij besluit van 23 april 2015 (Staatscourant 2015, nr. 11859).

    • D.

      • 1. Ondernemingen waarin het bedrijf wordt uitgeoefend van de vervaardiging, het herstellen, assemblage, import en groothandel van emballage en pallets van hout of van kunststof, danwel van hetgeen binnen het kader van deze ondernemingen tot vervanging van hout of kunststof als grondstof dient, met uitzondering van de volgende ondernemingen:

        • ondernemingen waarin hoofdzakelijk het bedrijf wordt uitgeoefend van de grafkistenindustrie;

        • ondernemingen vallend onder de verplicht gestelde werkingssfeer van bedrijfstak-pensioenfonds Stichting Pensioenfonds PGB, sector Kartonnage- en Flexibele Verpakkingsbedrijf bij besluit van 22 december 2020 (Staatscourant 2020, nr. 67755);

        • ondernemingen die zijn aangesloten bij bedrijfstakpensioenfonds Stichting Pensioenfonds PGB, rubber- en kunststofbranche;

        • ondernemingen vallend onder de verplicht gestelde werkingssfeer van bedrijfstak-pensioenfonds Stichting Pensioenfonds van de Metalektro bij besluit van 16 mei 2018 (Staatscourant 2018, nr. 26934);

        • ondernemingen vallend onder de verplicht gestelde werkingssfeer van bedrijfstak-pensioenfonds Stichting Pensioenfonds Metaal en Techniek bij besluit van 23 april 2015 (Staatscourant 2015, nr. 11859).

      • 2. Ondernemingen en/of afdelingen van een onderneming waarin het bedrijf wordt uitgeoefend van de vervaardiging, het herstellen, assemblage, import en groothandel van houten draag- en/of sierklompen en/of van houten sandalen.

    • E. Ondernemingen waarin het bedrijf wordt uitgeoefend van de vervaardiging, assemblage, groothandel en import van borstels, kwasten, borstelvezels en borstelhaar van de borstel- en kwastenindustrie en/of -assemblage en het borstelvezel- en haarbereidingsbedrijf.

    • F. Ondernemingen, waarin het bedrijf wordt uitgeoefend van het vervaardigen en/of assembleren van geheel of gedeeltelijk houten vaten, kuipwerk en/of bakken – niet dienende voor verpakking – en aanverwante technische houtwaren, ook als deze artikelen binnen het kader van deze ondernemingen van een andere grondstof dan van hout vervaardigd zijn.

    • G. Deze verplichtstelling geldt niet voor werknemers die werkzaam zijn op een afdeling van een onderneming die valt onder een andere verplicht gestelde werkingssfeer van een bedrijfstakpensioenfonds dan de onderhavige onder II verplicht gestelde werkingssfeer.

    • H. Deze verplichtstelling is niet van toepassing op de werknemers van Bruynzeel Potlodenfabriek te Bergen op Zoom.

  • III. Voorts is de deelneming in de Stichting Bedrijfspensioenfonds voor de Groothandel in Vlakglas, de Groothandel in Verf, het Glasbewerkings- en het Glazeniersbedrijf verplicht gesteld voor alle werknemers tot de eerste dag van de maand, waarin de 67-jarige leeftijd wordt bereikt die op basis van een arbeidsovereenkomst in dienst zijn van ondernemingen als hierna genoemd onder I en J. Als werknemer in de zin van deze verplichtstelling wordt niet beschouwd de stagiaire en de vakantiewerker;

    • I. Ondernemingen, zijnde de natuurlijke persoon of de rechtspersoon, dan wel de maatschap, de vennootschap gevormd door twee of meer natuurlijke en/of rechtspersonen gezamenlijk, die een bedrijf exploiteert waarvan de activiteiten bestaan uit het verrichten van werkzaamheden in de Houten en Kunststoffen Jachtbouw, alsmede waterrecreatie ondersteunende activiteiten;

    • J. tot de Houten en Kunststoffen Jachtbouw, alsmede waterrecreatie ondersteunende activiteiten behoort iedere onderneming die zich bezighoudt met het:

      • a. geheel of in hoofdzaak bouwen, afbouwen, aftimmeren, tuigen, uitrusten en vaarklaar maken van pleziervaartuigen voor recreatieve doeleinden, of van onderdelen daarvan of daarvoor, alles voor zover in hout en/of kunststof;

      • b. geheel of in hoofdzaak herstellen, onderhouden en/of verbouwen van pleziervaartuigen voor recreatieve doeleinden of van onderdelen daarvan of daarvoor, alles voor zover in hout en/of kunststof. Onder herstel en onderhoud wordt onder meer begrepen:

        • afspuiten,

        • reinigen, waxen, polijsten, schilderen,

        • aanbrengen van anti-fouling,

        • plegen van romp- en dekonderhoud,

        • controleren en vervangen van ankers en lijnen,

        • plegen van motoronderhoud,

        • controle en reparatie van aandrijvingen,

        • uitvoeren van onderhoud aan tuigage,

        • conserveren van motoren en systemen ten behoeve van winterstalling,

        • tuigen ten behoeve van het vaarseizoen en het aftuigen ten behoeve van winterstalling,

        • installeren van navigatiesystemen, elektrische systemen en andere apparatuur.

        Van verplichtstelling is uitgesloten het herstellen en/of onderhouden van pleziervaartuigen indien en voor zover deze in eigendom worden gehouden door, dan wel deel uitmaken van de exploitatie van een onderneming als hiervoor omschreven.

      • c. naast het in hoofdzaak verrichten van dienstverlenende activiteiten in de watersportrecreatie, zoals het verhuren van ligplaatsen, het (in)kopen, verkopen en/of bemiddelen bij koop of verkoop van nieuwe en/of gebruikte pleziervaartuigen voor recreatieve doeleinden, het verkopen van watersportartikelen, het verhuren van pleziervaartuigen en/of het aanbieden van andere dienstverlening (service) aan watersporters en bezitters van pleziervaartuigen, waaronder de levering van brandstof, elektriciteit, water en/of sanitaire voorzieningen, bezig houdt met een of meerdere werkzaamheden als hiervoor onder b genoemd.

    Alles met dien verstande, dat de verplichtstelling onderdeel III niet van toepassing is indien:

    • 1. de werknemers op grond van enig besluit krachtens artikel 3, van de Wet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000 (Stb. 2000, 628), zoals dit besluit luidde op 1 januari 1993, verplicht zijn tot deelneming in een ander bedrijfspensioenfonds;

    • 2. de werknemer die op of na 1 januari 2006 onder de Stichting Pensioenfonds ABP valt.’

II.

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 juli 2026 en heeft geen terugwerkende kracht.

’s-Gravenhage, 18 mei 2026

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, namens deze, de directeur Collectieve Arbeidsovereenkomsten P.S. Nanhekhan

Naar boven