Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening | Staatscourant 2025, 39867 | algemeen verbindend voorschrift (ministeriële regeling) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening | Staatscourant 2025, 39867 | algemeen verbindend voorschrift (ministeriële regeling) |
De Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening,
Gelet op artikel 2, eerste lid, onderdeel c, en derde lid, van het Besluit van 29 oktober 2022, houdende het stellen van regels over het verlenen van specifieke uitkeringen aan gemeenten of provincies voor activiteiten die passen in het rijksbeleid met betrekking tot het bouwen, het wonen en de woonomgeving (Stb. 2022, 452);
Besluit:
De Tijdelijke regeling specifieke uitkering gebiedsbudget wordt als volgt gewijzigd:
A
Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:
1. De begripsbepaling van woningbouwlocatie komt te luiden:
grootschalig woningbouwgebied of grootschalige woningbouwlocatie in Alkmaars Kanaal, Amersfoort Spoor- en A1-zone, Apeldoorn Binnenstad, Spoor- en Kanaalzone, Arnhem Spoorzone Oost, Brabantse Stedenrij, Cortelande, Den Haag CID Binckhorst, Eindhoven Internationale Knoop XL, Groningen Stadshavens, Groningen Suikerzijde, Haven-Stad, Helmond Centrum+, MRA Oost, Nijmegen Kanaalzone, Nijmegen Stationsgebied, Oude Lijn, Regio Foodvalley, Rotterdam Oostflank, Spoorzone Hengelo-Enschede, Utrecht Groot Merwede & Rijnenburg, en Zwolle Spoorzone;
2. In de alfabetische volgorde wordt een begripsbepaling ingevoegd, luidende:
a. bij nieuwbouw en flexwoningen: het begin van bouwactiviteiten van een toegestaan bouwwerk waarover het bevoegd gezag is geïnformeerd of waarvan de feitelijke bouw is aangevangen door minimaal de aanleg van de fundering, waartoe niet het bouwrijp maken van een terrein wordt gerekend; Als start van bouwwerkzaamheden geldt:
I. het ontgraven van de grond ten behoeve van de funderingswerkzaamheden van het bouwwerk; óf
II. indien de funderingswerkzaamheden (met name heiwerk) plaatsvinden vóór het ontgraven van de grond, dan de start van het heiwerk ten behoeve van het bouwwerk; of
III. het boren c.q. slaan van een zich onder het perceel van het onderhavige bouwwerk bevindende bron ten behoeve van (bijvoorbeeld) een Warmte- en Koudeopslaginstallatie; en
als start van bouwwerkzaamheden geldt niet:
i. het plaatsen van één of meerdere bouwketen;
ii. het plaatsen van containers ten behoeve van opslag van materialen;
iii. het inrichten en/of omheinen en/of uitzetten van het bouwterrein;
iv. het slaan van de ‘officiële’ eerste heipaal, tenzij deze paal echt als eerste wordt geslagen;
v. het slaan van een eventueel noodzakelijke damwand;
vi. het slopen van eventueel nog bestaande opstallen;
vii. het ontgraven van de grond ten behoeve van bijvoorbeeld saneringswerkzaamheden of de grondwaterhuishouding;
viii. het bouwrijp maken van het terrein.
b. bij verbouw: toegestane verbouwactiviteiten van een ter plaatse toegestaan bestaand bouwwerk, waarbij sprake is van minimaal constructieve maatregelen aan het bestaande bouwwerk en/of de toevoeging van vierkante meters ruimten met woonfunctie, waaronder in ieder geval transformatie, splitsen en optoppen; Als ‘aanvang verbouw gebouw’ geldt:
i. het toevoegen/aanpassen van een nieuwe draagstructuur;
ii. het aanleggen/aanpassen van een additionele nutsvoorziening;
iii. het toevoegen van ontsluitingsroutes in het gebouw;
iv. bij optoppen betreft het startmoment het plaatsen van een woning op het dak of het aanbrengen van constructieve voorzieningen;
v. bij transformatie betreft het startmoment de eerste bouwkundige verbouwhandeling die voortkomt uit de onderliggende omgevingsvergunning; of
vi. bij splitsen betreft het startmoment het realiseren van gescheiden toegangen tot de woningen, het plaatsen van woningscheidende wanden of het realiseren van fysiek gescheiden nutsvoorzieningen.
B
Artikel 3 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het tweede lid wordt na ‘woningbouwlocaties’ ingevoegd ‘, het aantal te realiseren woningen’.
2. In het derde lid, onderdeel c, wordt ‘1 juli 2023’ vervangen door ‘1 november 2025’.
C
Artikel 4 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt ‘31 december 2023’ vervangen door ‘1 juni 2026’.
2. Het vierde lid vervalt.
D
In artikel 5 wordt ‘€ 442.000.000’ vervangen door ‘€ 1.017.500.000’.
E
Artikel 6 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het derde lid wordt ‘31 december 2030’ vervangen door ‘31 december 2034’.
2. In het vierde lid wordt ‘31 december 2035’ vervangen door ‘31 december 2039’.
3. Het negende lid vervalt.
F
In artikel 13, eerste lid, wordt ‘1 september 2031 en op 30 september 2036’ vervangen door ‘1 september 2035 en op 30 september 2040’.
G
In artikel 14, tweede lid, wordt ‘30 september 2036’ vervangen door ‘30 september 2040’.
H
De bijlage bij artikel 3 wordt vervangen door de bijlage die is opgenomen in de bijlage bij deze regeling.
1. Op besluiten die zijn genomen vóór de inwerkingtreding van deze regeling blijft de Tijdelijke regeling specifieke uitkering gebiedsbudget, zoals deze luidde op het tijdstip onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling, van toepassing.
2. In de bijlage bij de Tijdelijke regeling specifieke uitkering gebiedsbudget, zoals deze luidde op het tijdstip onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling, wordt in de kolom ‘Woningen’ bij gemeente/openbaar lichaam: woningbouwlocatie Den Haag: CID Binckhorst* ‘22.500’ vervangen door ‘20.050’’.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, M.C.G. Keijzer
|
Gemeente/openbaar lichaam |
Woningbouwlocatie |
Woning-aantal |
Bijdrage (incl. btw) |
Gebiedsmaatregel(en) |
|---|---|---|---|---|
|
Alkmaar |
Alkmaars Kanaal |
6.668 |
€ 6.814.565 |
+ Verplaatsen bedrijvigheid + Afkoop milieuhinder-contour LPG- en propaangasvulpunt + Schuifruimte bedrijven + Stikstofreductie-doelstellingen en impact op gebiedsontwikkeling + Verplaatsing/uitbreiding onderstation Liander + (Her)inrichting openbare ruimte KanaalPark Huiswaarderbrug + (Her)inrichting openbare ruimte KanaalPark Sluiseiland + Realisatie activiteiten plein Oudorp + Realisatie Kindlint Oudorp + (Her)inrichting openbare ruimte Groene boulevard |
|
Amersfoort |
Spoor- en A1-zone |
2.959 |
€ 21.886.117 |
+ Verwervingen Hoefkwartier + Verwervingen hub Hoefkwartier + (Her)inrichting openbare ruimte Raamwerk Langs Een Spoor + Natuurcompensatie en mitigerende maatregelen Bovenduist |
|
Amsterdam |
MRA Oost: Zuidoost |
01 |
€ 10.285.000 |
+ K-buurt waterretentie en leefbare openbare ruimte |
|
Amsterdam |
MRA Oost: Zeeburg & IJburg |
266 |
€ 44.168.762 |
+ (Her)inrichting openbare ruimte NNN West + (Her)inrichting openbare ruimte Park Baaibuurt-west + (Her)inrichting openbare ruimte steiger Baaibuurt-oost + (Her)inrichting openbare ruimte park 1e fase Oostpunt + (Her)inrichting openbare ruimte Sluispark (landdeel) + (Her)inrichting openbare ruimte Piet Heinpark + (Her)inrichting openbare ruimte Kunstroute Zeeburgereiland + (Her)inrichting openbare ruimte Het Oog fase 1 + (Her)inrichting openbare ruimte Zuidelijke Natuurbaai + (Her)inrichting Parken + (Her)inrichting openbare ruimte Bomendijk + (Her)inrichting openbare ruimte Het Oog fase 2 |
|
Apeldoorn |
Binnenstad, Spoor- en Kanaalzone |
6.313 |
€ 17.661.445 |
+ Vergroening/(her)inrichting openbare ruimte binnenstad + Natuurcompensatie en aankoop stikstofruimte + Aanpak netcongestie |
|
Arnhem |
Spoorzone-Oost |
2.600 |
€ 158.021.436 |
+ Verwervingen en/of aanleg stadspark Spoorzone Arnhem Oost + Verwervingen en/of saneringen Spoorzone Arnhem Oost Rijnpark fase 2 + Verwervingen en/of verplaatsen hogedruk gasleiding Spoorzone Arnhem Oost Rijnpark fase 2 + Verwervingen en/of uitplaatsing emplacementen ProRail en NS Spoorzone Arnhem Oost |
|
Breda |
Brabantse Stedenrij: CrossMark – ’t Zoet |
02 |
€ 24.486.178 |
+ Milieumaatregelen: akoestiek, trillingsmaat-regelen en externe veiligheid aan woningen + Milieumaatregelen: energie + Milieumaatregelen: fysieke maatregelen voor emissie-beperking + (Her)inrichting openbare ruimte kademuren t.b.v. ecologie en watersysteem + (Her)inrichting openbare ruimte ecologische verbindingszone Mark + (Her)inrichting openbare ruimte Belcrumweg + Behoud erfgoed Backer en Rueb + Damwanden Backer en Rueb |
|
Delft |
Oude Lijn: Schieoevers |
03 |
€ 12.429.618 |
+ Verwerven of verplaatsen van hindervormende activiteiten of hiertegen bronmaatregelen treffen |
|
Den Bosch |
Brabantse Stedenrij: Spoorzone |
1.500 |
€ 25.260.250 |
+ (Her)inrichting openbare ruimte stationspleinen en aanloopstraten – Bosch Centraal + (Her)inrichting openbare ruimte busplein – Bosch Centraal + Bossche Stadsdelta WKO-systeem + IKDB Innovatiebos + Natuur- en klimaatsensitieve herontwikkeling Orthen West (Zandzuigerstraat) + Willemspoort Zuid groenstructuren bestaande wijken |
|
Den Haag |
CID Binckhorst |
04 |
€ 32.838.566 |
+ Investeringen in duurzame oplossing watergebonden afvaloverslagstation + Meerkosten aanleg nieuwe haven + (Her)inrichting openbare ruimte Waterfrontpark fase 3 |
|
Eindhoven |
Eindhoven Internationale Knoop XL: Beethoven |
10.045 |
€ 75.655.323 |
+ (Her)inrichting openbare ruimte Stadhuisplein fase 2 t/m fase 7 + (Her)inrichting openbare ruimte Stationsweg & -plein + Verwervingen gebiedsontwikkeling Fellenoord + Investeringen historische elementen Fellenoord + Fellenoord: investeringen warmtenet + (Her)inrichting openbare ruimte Brucknerplein + (Her)inrichting openbare ruimte Franz Leharplein + Gestel: herontwikkeling openbare ruimte dwarsverbindingen HOV en warmtenet + Kastelenplein: realisatie overstijgende groene woonvallei en winkelstraat/ winkelplein/voorplein/groene verbindingen |
|
Eindhoven |
Eindhoven Internationale Knoop XL |
1.4545 |
€ 6.253.908 |
+ Versnelling cluster 4/5 zuid + (Her)inrichting openbare ruimte Genderpark – Gendertoren + (Her)inrichting openbare ruimte Genderpark – Belastingkantoor + Kop van Gestel gebiedsontwikkeling en groene verbindingen |
|
Enschede |
Spoorzone Hengelo-Enschede: Spoorzone |
6.513 |
€ 27.644.665 |
+ Verwervingen en uitplaatsingen in Driehoek Noord + Klimaatadaptief maken van de stationsomgeving en zuidzijde binnenstad + Gebiedsontwikkeling Horstmanpark + Natuurcompensatie NNN gebieden Horstmanpark + Centrum netbewust bouwen |
|
Groningen |
Stadshavens |
5.4806 |
€ 40.543.625 |
+ Deelplan Stadshavens: aanleg Havenpark + Deelplan Stadshavens: herbestemmen gebouwd erfgoed + Deelplan Stadshavens: aansluiting op warmtenet + Deelplan Stadshavens: aanleg Deense Haven + Deelplan Stadshavens: walstroomvoorzieningen + Deelplan Stadshavens: opvang en infiltratie hemelwater in de bodem + Deelplan Stadshavens: verplaatsen i.p.v. kappen van bomen + Deelplan Stadshavens: bodemsaneringen + Deelplan Stadshavens: aanleg fauna uittrede punten + Deelplan Stadshavens: faunapassage t.p.v. fietsbrug + Deelplan Stadshavens: netbewust bouwen + Deelplan Stadshavens: parkeerhubs + Deelplan Scandinavische Havens: aanpassing noordkade Zweedse Haven + Deelplan Scandinavische Havens: aanpassingen west- en zuidkade Zweedse Haven + Deelplan Scandinavische Havens: baggeren Zweedse Haven + Deelplan Scandinavische Havens: netbewust bouwen + Deelplan De Eems: aanleg Meerbos fase 1 en Molensloot + Deelplan De Eems: netbewust bouwen + Deelplan De Eems: parkeerhubs |
|
Groningen |
Suikerzijde |
3.6857 |
€ 27.019.540 |
+ Deelplan Suikerzijde: netbewust bouwen + Deelplan Suikerzijde: parkeerhubs + Deelplan De Nieuwe Held: aanleg wijkpark + Deelplan De Nieuwe Held: aanleg natuurcompensatie-gebied Dorkwerd + Deelplan De Nieuwe Held: netbewust bouwen + Deelplan Reitdiepwaard: verbeteren leefkwaliteit rondom Friesestraatweg + Deelplan Reitdiepwaard: aanleg parken en verbindend wandelpad + Deelplan Reitdiepwaard: bedrijfsverplaatsingen t.b.v. centraal park + Deelplan Reitdiepwaard: netbewust bouwen + Deelplan Travertijnstraat: aansluiting op warmtenet + Deelplan Travertijnstraat: aanleg groene long + Deelplan Travertijnstraat: bedrijfsverplaatsingen t.b.v. woningbouw en groene long + Deelplan Travertijnstraat: netbewust bouwen |
|
Helmond |
Centrum+ |
4.936 |
€ 33.736.056 |
+ Deelgebied I: (her)inrichting openbare ruimte, bodemsanering + Deelgebied II: verwerven gronden, parkeervoorziening bewoners, (her)inrichting openbare ruimte + Deelgebied III: verwerven gronden, bodemsanering, (her)inrichting openbare ruimte Deelgebied IV: verwerven gronden, bodemsanering + Herinrichting Kanaalzone + Inrichting natuur Goorloop + Reconstructie Stadse Aa |
|
Hengelo |
Spoorzone Hengelo-Enschede: Spoorzone |
3.835 |
€ 13.491.225 |
+ Vergroenen en verblijven + Verwerven gronden + Bodemsanering + (Her)inrichting openbare ruimte Spoorzone + Investeringen t.b.v. waterberging + Netcongestiemaatregelen |
|
Lelystad |
MRA Oost: Zuiderhage |
3.965 |
€ 17.755.685 |
+ (Her)inrichting openbare ruimte (groen/blauw) + Investeringen t.b.v. stroomvoorziening |
|
Nieuwegein |
Utrecht Groot Merwede & Rijnenburg |
3.000 |
€ 21.417.475 |
+ Herinrichting verbinding Herenstraat – Kruyderlaan, Zeepfabriek, City + Verbinding Zeepfabriek Merwestein + Verplaatsen sportvelden Galecop |
|
Nijmegen |
Kanaalzone |
3.300 |
€ 46.043.860 |
+ Deelgebied west: aanpassing openbare ruimte, verwerven gronden, bijdrage aan gebouwd parkeren, netbewust bouwen + Deelgebied oost: aanpassing openbare ruimte, netbewust bouwen |
|
Nijmegen |
Stationsgebied |
1.000 |
€ 21.741.440 |
+ Bijdrage aan openbare parkeergarage + Herontwikkeling locatie Westerkwartier + (Her)inrichting openbare ruimte voorkeursalternatief centrumzijde + (Her)inrichting openbare ruimte tunnelweg e.o. + Archeologie Waalkwartier Waalfront |
|
Regio Foodvalley: Ede |
Foodvalley: Ede Zuidoost, Kernhem Noord |
08 |
€ 13.657.524 |
+ Afwaardering/aankoop gronden t.b.v. compensatie ecologische waarde + Aanleg maatregelen t.b.v. compensatie ecologische waarde |
|
Regio Foodvalley: Veenendaal |
Foodvalley: Centrum |
09 |
€ 4.181.756 |
+ Waterpark (’t Goeie Spoor) |
|
Rotterdam |
Oude Lijn: Binnenstad |
466 |
€ 010 |
+ (Her)inrichting openbare ruimte t.b.v. ontmoetings- en verblijfsplekken + Persoonshaven: voetgangers- en fietsbrug + Vergroening en klimaatadaptatie + (Her)inrichting openbare ruimte t.b.v. toegang tot de kades |
|
Rotterdam |
Oude Lijn: M4H |
540 |
€ 6.853.779 |
+ Investeringen in bodem- en watersturend buitendijks bouwen (ophogen peil) + Marconikwartier: Geluidsbeperkende maatregelen woningen |
|
Rotterdam |
Oostflank |
011 |
€ 76.325.249 |
+ (Her)inrichting openbare ruimte Excelsior + (Her)inrichting openbare ruimte Brainpark 1 + Verplaatsing goederen-emplacement IJsselmonde t.b.v. woningbouw |
|
Schiedam |
Oude Lijn: Schieveste-Nieuw Mathenesse |
300 |
€ 6.004.060 |
+ Glasbuurt Oost: bouwrijp maken + Glasbuurt: sanering voormalig bedrijventerrein + (Her)inrichting stationsomgeving knoop Schiedam + Aanleg ondergronds afvalsysteem woningen Schieveste en Stationsomgeving |
|
Tilburg |
Brabantse Stedenrij: Kenniskwartier |
012 |
€ 67.407.465 |
+ Tijdelijke maatregelen (schuifpuzzel) deelgebied A + Verwervingen/macro-aftopping kostenverhaal deelgebied A + Verwervingen/uitplaatsing deelgebied A + Meerkosten ruimtelijke inpassing collectieve voorzieningen (meervoudig ruimtegebruik) deelgebied A + Verwervingen/macro-aftopping kostenverhaal deelgebied B + Meerkosten ruimtelijke inpassing collectieve voorzieningen (meervoudig ruimtegebruik) deelgebied B + Verwervingen/macro-aftopping kostenverhaal deelgebied C + Meerkosten ruimtelijke inpassing collectieve voorzieningen (meervoudig ruimtegebruik) deelgebied C + Uitplaatsing deelgebied D + Meerkosten ruimtelijke inpassing collectieve voorzieningen (meervoudig ruimtegebruik) deelgebied D + Afkoop erfpacht/ verwervingen deelgebied E + Meerkosten ruimtelijke inpassing collectieve voorzieningen (meervoudig ruimtegebruik) deelgebied E + Tijdelijke maatregelen (schuifpuzzel) i.v.m. doorfunctioneren Station TiU + Watersysteem Kenniskwartier + Meerkosten veiligheid, trillingen en geluid langs spoor + Esplanade (buiten TiU campus en Reitse Campus) |
|
Utrecht |
Utrecht Groot Merwede & Rijnenburg |
500 |
€ 13.906.775 |
+ (Her)inrichting openbaar gebied MWKZ DG 6 fase 1 + (Her)inrichting openbaar gebied MWKZ DG 5 fase 2 + Openbare ruimte Stadseiland Zuid + Oeverpark Rondje Stadseiland, ontbrekende schakels + Openbare ruimte Sportpark Nieuw Welgelegen Fase 1 + Openbare ruimte Lombokplein + Maatregelen netcongestie Groot Merwede (Utrechtse deel) + Ruimtelijke inpassing bestaande bedrijvigheid MWKZ DG 5 |
|
Veldhoven |
Eindhoven Internationale Knoop XL: Beethoven |
1.455 |
€ 14.334.677 |
+ Genderpark: Bedrijfsverplaatsingen en aanleg Genderpark |
|
Veldhoven |
Eindhoven Internationale Knoop XL |
1.45513 |
€ 9.646.080 |
+ (Her)inrichting openbare ruimte Genderpark + Bedrijfsverplaatsingen |
|
Zaanstad |
Haven-Stad (Achtersluis-polder) |
1.000 |
€ 10.950.000 |
+ Bedrijfsverplaatsingen + Groene inrichting Zijkanaal H + Klimaatmaatregelen Sluiskwartier |
|
Zoetermeer |
Oude Lijn: Entree |
1.250 |
€ 22.765.174 |
+ Verwervingen (Mammoet en Kristalkantoren) + Kabels en leidingen |
|
Zuidplas |
Cortelande |
4.800 |
€ 78.634.607 |
+ Verwervingen i.v.m. hindercontouren + Inrichting 4e Tochtpark + Inrichting wijkpark + Inpassing bestaande linten + HWA gemaal/waterschap + Inlaatconstructie + DWA subgemalen en transportleidingen + Verbeteringen waterkwaliteit + Voorbelasten en ophogen grond |
|
Zwolle |
Spoorzone |
1.000 |
€ 7.441.590 |
+ (Her)inrichting openbare ruimte Noorderkwartier + (Her)inrichting openbare ruimte Roelenkwartier + (Her)inrichting openbare ruimte Broerenkwartier |
Het woningaantal staat op nul omdat het afgesproken woningaantal voor deze gemeente in dit woningbouwgebied is gebaseerd op de Tijdelijke regeling specifieke uitkering gebiedsbudget, zoals deze luidde op het tijdstip onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling. Zie ook artikel II van de regeling.
Dit woningbouwaantal maakt onderdeel uit van de MIRT-afspraken uit 2022; het is niet gebaseerd op de Tijdelijke regeling specifieke uitkering gebiedsbudget, zoals deze luidde op het tijdstip onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling.
Het woningaantal staat op nul omdat het afgesproken woningaantal voor deze gemeente in dit woningbouwgebied is gebaseerd op de Tijdelijke regeling specifieke uitkering gebiedsbudget, zoals deze luidde op het tijdstip onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling. Zie ook artikel II van de regeling.
Door de te verwachten bijdrage op grond van de Tijdelijke regeling realisatiestimulans komt de aanvullende bijdrage vanuit het gebiedsbudget uit op € 0.
Het woningaantal staat op nul omdat het afgesproken woningaantal voor deze gemeente in dit woningbouwgebied is gebaseerd op de Tijdelijke regeling specifieke uitkering gebiedsbudget, zoals deze luidde op het tijdstip onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling. Zie ook artikel II van de regeling.
Dit woningbouwaantal maakt onderdeel uit van de MIRT-afspraken uit 2022; het is niet gebaseerd op de Tijdelijke regeling specifieke uitkering gebiedsbudget, zoals deze luidde op het tijdstip onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling.
Met de Tijdelijke regeling specifieke uitkering gebiedsbudget uit 20231 is € 442 miljoen gereserveerd voor gebiedsgerichte maatregelen, niet zijnde mobiliteits- en bereikbaarheidsmaatregelen, die aantoonbaar nodig zijn voor de realisatie van woningen in de 17 grootschalige woningbouwgebieden en onderliggende locaties. Dit vormt het zogeheten gebiedsbudget. In de regeling zijn de gemeenten die onderdeel zijn van een grootschalig woningbouwgebied en de gebiedsmaatregelen met bijbehorende financiële bijdragen, limitatief opgesomd.2
Deze regeling wijzigt de Tijdelijke regeling specifieke uitkering gebiedsbudget nu door de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (hierna: VRO) € 1.017.500.0003 beschikbaar is gesteld voor gebiedsgerichte maatregelen die noodzakelijk zijn voor het realiseren van woningen in de bestaande en nieuwe grootschalige woningbouwgebieden en grootschalige woningbouwlocaties.4 Met deze regeling komen de gemeenten in deze woningbouwgebieden in aanmerking voor een bijdrage uit het gebiedsbudget.
Voorheen waren er 17 grootschalige woningbouwgebieden. Nu zijn er 21 grootschalige woningbouwgebieden en grootschalige woningbouwlocaties (26 gemeenten en een openbaar lichaam5).6 Ook de nieuw toegevoegde grootschalige woningbouwgebieden en grootschalige woningbouwlocaties (hierna ook: de woningbouwgebieden) zijn belangrijke locaties in het terugdringen van het woningtekort. Tegelijkertijd staan ook de gemeenten in de nieuw aangewezen woningbouwgebieden voor de lastige financiële opgave om de complexe uitdagingen te overwinnen waarmee de schaal van ontwikkeling gepaard gaat. Bij complexe uitdagingen die samenhangen met grootschalige woningbouw kan het gaan om het vrijmaken van een locatie (zoals de herstructurering van bedrijventerreinen of het verplaatsen van bedrijven naar andere werklocaties), het realiseren van ruimte voor waterberging of het realiseren van voldoende groen. Dit soort gebiedsmaatregelen zijn randvoorwaardelijk voor het bouwen van nieuwe woningen. De rijksbijdrage maakt het mogelijk om, aanvullend op hetgeen door gemeenten kan worden bekostigd uit de grondexploitatie en kostenverhaal in een woningbouwgebied, te komen tot volledige financiering van de versnelde realisatie van deze gebiedsmaatregelen. De met de Tijdelijke regeling specifieke uitkering gebiedsbudget uit 2023 toegekende bijdrage blijkt hierin niet voor alle woningbouwgebieden toereikend genoeg.
Met deze regeling zijn de gemeenten Alkmaar, Apeldoorn, Eindhoven, Enschede, Groningen, Helmond, Hengelo, Lelystad, Veldhoven en Zaanstad toegevoegd aan de Tijdelijke regeling specifieke uitkering gebiedsbudget zodat ook deze gemeenten een specifieke uitkering kunnen ontvangen voor de in de bijlage bij de regeling opgenomen gebiedsmaatregelen.
In aanvulling op de grootschalige woningbouwgebieden en grootschalige woningbouwlocaties komt ook de locatie Cortelande in de gemeente Zuidplas, onder de Tijdelijke regeling specifieke uitkering gebiedsbudget te vallen. De locatie wordt niet in de nieuwe Nota Ruimte aangewezen omdat het Rijk het gebied al in 2004 heeft aangewezen als ontwikkellocatie voor grootschalige woningbouw. Op basis daarvan hebben overheden (provincie en gemeenten) grondposities ingenomen en heeft de provincie Zuid-Holland de locatie opgenomen als woningbouwlocatie in het omgevingsbeleid. De woningbouwlocatie Cortelande voldoet wat betreft woningbouwpotentie, complexiteit en inhoudelijke opgaven aan alle kenmerken die passend zijn bij een grootschalige woningbouwlocatie die alleen met extra Rijksregie kan worden gerealiseerd. Daarbij is het Rijk ook al langere tijd actief betrokken bij deze ontwikkeling.
Niet alleen de nieuw aan de regeling toegevoegde gemeenten kunnen voor een bijdrage uit het gebiedsbudget in aanmerking komen, maar ook de gemeenten dan wel openbare lichamen in de oorspronkelijke 17 grootschalige woningbouwgebieden die op grond van de regeling uit 2023 reeds een bijdrage uit het gebiedsbudget ontvingen. De bijdrage uit het gebiedsbudget voor de gemeenten dan wel openbare lichamen die op grond van de regeling uit 2023 reeds een bijdrage uit het gebiedsbudget ontvingen, kan echter geen bijdrage zijn voor dezelfde gebiedsmaatregel. Anders gezegd: gebiedsmaatregelen waarvoor reeds een rijksbijdrage is ontvangen, komen niet voor gebiedsbudget in aanmerking.
In verband met het tekort aan (betaalbare) woningen wil het kabinet dat voldoende woningen worden bijgebouwd (100.000 per jaar, waarvan 2/3 betaalbaar).7 Zoals ook is opgenomen in het wetsvoorstel versterking regie volkshuisvesting en het bijbehorende ontwerpbesluit.8 Gemeenten die een aanvraag doen op volgende regelingen in het kader van het gebiedsbudget moeten na inwerkingtreding van de wet versterking regie volkshuisvesting uiteraard ook voldoen aan de verplichtingen op grond van die wet. Het woningtekort in de gemeenten waar zich woningbouwgebieden als bedoeld in deze regeling bevinden, is extra groot. Om deze woningen te realiseren en te zorgen voor een prettig leefklimaat, blijven investeringen nodig in parken, pleinen, duurzaamheidsmaatregelen, en bronmaatregelen om hindervormende activiteiten te beperken.
Deze investeringen in gebiedsgerichte maatregelen zijn als randvoorwaarden noodzakelijk om woningbouw in de woningbouwgebieden gerealiseerd te krijgen, maar op zichzelf niet voldoende om die nieuwe woningen ook in bereikbare en goed ontsloten wijken te realiseren. Daarom wordt via het Mobiliteitsfonds9 tevens € 2,5 miljard (extra) beschikbaar gesteld voor een goede bereikbaarheid en ontsluiting van woningen in en buiten de woningbouwgebieden. Van deze € 2,5 miljard wordt circa € 1,2 miljard ingezet voor infrastructurele maatregelen in de woningbouwgebieden om de ontsluiting en bereikbaarheid van de huidige en nieuwe woningbouwgebieden te verbeteren.10 De maatregelen vanuit het gebiedsbudget en de infrastructurele maatregelen zijn complementair aan elkaar. Beide regelingen versterken elkaar en alleen gezamenlijk zijn de twee regelingen voldoende om genoeg (nieuwe) woningen in fijne en leefbare wijken te realiseren. Door te investeren in zowel de ruimtelijke kwaliteit als de bereikbaarheid van deze locaties, worden randvoorwaarden gefaciliteerd om de woningbouw in deze gebieden/locaties voor het einde van 203411 versneld te realiseren. Deze regeling betreft uitsluitend de rijksbijdrage aan nieuwe gebiedsmaatregelen die vanuit het ministerie van VRO wordt verleend. De financiering van de infrastructurele voorzieningen voor de woningbouwgebieden vindt haar grondslag in de Tijdelijke regeling specifieke uitkering mobiliteitspakketten ten behoeve van woningbouw van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat.
De regeling heeft tot doel om de gemeenten en openbare lichamen, als bedoeld in artikel 8 van de Wet gemeenschappelijke regelingen (hierna: openbare lichamen), in alle 21 grootschalige woningbouwgebieden en grootschalige woningbouwlocaties door middel van een specifieke uitkering in staat te stellen om gebiedsmaatregelen uit te voeren die als randvoorwaarde noodzakelijk zijn om de bouw van woningen te realiseren in deze woningbouwgebieden.
Gemeenten die binnen de reikwijdte van deze regeling vallen kunnen ook aanspraak maken op de Tijdelijke regeling realisatiestimulans12. De te verwachten bijdrage vanuit die regeling voor het aantal betaalbare woningen tot 2030 binnen de scope van het gehele grootschalige woningbouwgebied, wordt beschouwd als eerste dekkingsbron voor het financiële tekort op de noodzakelijk geachte gebiedsmaatregelen. Het eventuele resterend tekort op de gebiedsmaatregelen wordt aangevuld vanuit het gebiedsbudget. Hierdoor worden gebiedsmaatregelen niet dubbel gefinancierd. De Woningbouwimpuls (hierna: WBI) is niet van toepassing op de woningbouwgebieden die onder de reikwijdte van deze regeling vallen.
Gemeenten of openbare lichamen kunnen een specifieke uitkering ontvangen, mits zij zijn genoemd in de bijlage bij deze regeling en maximaal voor het bedrag genoemd in de bijlage. In de bijlage is tevens een overzicht opgenomen van de gebiedsmaatregelen waarvoor een specifieke uitkering kan worden verleend.
De belangrijkste voorwaarden die zijn verbonden aan deze regeling zijn:
a) De maatregelen zijn aantoonbaar noodzakelijk voor de realisatie van de woningen en bijbehorende gebiedsontwikkeling.
b) Geen dubbele subsidiëring van maatregelen. Alleen nieuwe gebiedsmaatregelen kunnen in aanmerking komen voor een bijdrage, ook als het gebiedsmaatregelen betreft die noodzakelijk zijn voor het realiseren van woningen waarover in het kader van de Tijdelijke regeling specifieke uitkering gebiedsbudget uit 2023 al afspraken zijn gemaakt. Omdat het om nieuwe gebiedsmaatregelen gaat, betreft dit immers geen dubbele subsidiëring.
c) De laatst te realiseren woning op de woningbouwlocatie start uiterlijk 31 december 2034 (‘start van de bouwwerkzaamheden’), waarbij de realisatie van een substantieel deel van het aantal woningen voor 2030 is gestart. De gebiedsmaatregelen dienen voor 31 december 2039 gerealiseerd te zijn.
d) De middelen voor de gebiedsmaatregelen zijn taakstellend voor het realiseren van de afgesproken woningbouwaantallen op de woningbouwlocatie.
Voor gemeenten die een besluit tot verlening van een specifieke uitkering hebben ontvangen op grond van de Tijdelijke regeling specifieke uitkering gebiedsbudget uit 2023, blijven de termijnen zoals vermeld in die regeling gelden, te weten start van de bouwwerkzaamheden van de woningen voor 31 december 2030 en realisatie gebiedsmaatregel(en) uiterlijk 31 december 2034. De beschikkingen die op die regeling zijn gebaseerd, blijven gelden.
Dit heeft tot gevolg:
– dat indien een gemeente destijds op grond van de Tijdelijke regeling specifieke uitkering gebiedsbudget uit 2023 voor een bepaalde woningbouwlocatie een specifieke uitkering heeft ontvangen, en die gemeente nu wederom voor dat woningbouwgebied dan wel die woningbouwlocatie een specifieke uitkering ontvangt voor een of meer andere gebiedsmaatregelen, de start van de bouwwerkzaamheden van de woningen uiterlijk 31 december 2030 blijft.
– dat indien een gemeente destijds op grond van de Tijdelijke regeling specifieke uitkering gebiedsbudget uit 2023 voor een bepaalde woningbouwlocatie een specifieke uitkering heeft ontvangen, en die gemeente nu wederom voor dat woningbouwgebied dan wel die woningbouwlocatie een specifieke uitkering ontvangt voor een of meer andere gebiedsmaatregelen die noodzakelijk zijn voor het realiseren van een groter aantal woningen dan in de regeling uit 2023 en de daarop gebaseerde beschikking staat vermeld, het in de regeling uit 2023 en de daarop gebaseerde beschikking vermelde aantal te realiseren woningen en de daarbij behorende termijn (start van de bouwwerkzaamheden van de woningen uiterlijk 31 december 2030) blijft gelden. Voor het in de bijlage bij deze wijzigingsregeling opgenomen (extra) aantal woningen geldt in dat geval dat van die woningen de laatst te realiseren woning uiterlijk 31 december 2034 start.
Tijdens de Woontop van 12 december 2024 zijn door Rijk, overheden, corporaties en marktpartijen onderstaande afspraken gemaakt13 die van belang zijn bij de uitvoering van de Tijdelijke regeling specifieke uitkering gebiedsbudget en de daarmee mogelijk gemaakte activiteiten:
De gemeente/het openbaar lichaam stuurt actief op het verkorten van de tijd tussen de planvorming en de daadwerkelijke bouw van woningen in het project door:
• Het toepassen van de principes van parallel plannen. Hierbij moet in elk geval worden gedacht aan het hebben en bewaken van een tijdsplanning waarbij zo veel mogelijk parallel in de tijd gebeurt;
• Het actief bespreken van het project aan de regionale versnellingstafel met de betrokken publieke en private partijen, met inzet van de publiek-private-monitor;
• Te stimuleren dat de betrokken publieke en private partijen transparant en open met elkaar communiceren: het ‘open boekenprincipe’.
In 2020 zijn in de Nationale Omgevingsvisie veertien grootschalige ontwikkellocaties genoemd. Deze locaties lagen in de meest gespannen woningmarktregio’s van dat moment. Aan de veertien oorspronkelijke grootschalige ontwikkellocaties zijn in 2022 drie grootschalige woningbouwlocaties toegevoegd: Amersfoort Spoor- en A1-zone, Spoorzone Arnhem-Oost en Regio Foodvalley. Ook voor deze locaties is een integrale businesscase opgesteld waarin de investeringskosten voor de ontwikkeling van deze locaties nader zijn uitgewerkt. In de Bestuurlijk Overleggen Leefomgeving van 2025 zijn aanvullend vier kansrijke grootschalige woningbouwgebieden geïdentificeerd, binnen de gemeenten Alkmaar, Apeldoorn, Hengelo/Enschede en Helmond. Deze vier kansrijke woningbouwgebieden zijn na overeenstemming over de scope, opgave en investeringen, geborgd in de Ontwerp-Nota Ruimte.14 Hiermee onderstreept het Rijk het belang van deze nieuwe woningbouwgebieden, en wordt het woningbouwbelang stevig verankerd in de Nota Ruimte.
Voor de verdeling van de aanvullende gebiedsbudgetmiddelen hebben de gemeenten die onderdeel zijn van een woningbouwgebied als bedoeld in deze regeling, een propositie opgesteld. In de propositie hebben de gemeenten toegelicht welke aanvullende en nieuwe gebiedsmaatregelen noodzakelijk zijn voor het realiseren van de reeds afgesproken woningbouwaantallen of nieuwe woningbouwaantallen. Ook hebben de gemeenten inzicht gegeven in de reeds bestaande dekking van de maatregelen en het daaruit voortvloeiend tekort. De proposities zijn beoordeeld aan de hand van het geactualiseerde ‘Afweegkader voor de middellange termijn Woningbouw en Mobiliteit’15. Bij de beoordeling van de ingediende gebiedsmaatregelen is rekening gehouden met het belang van bedrijven en ruimte voor werk. Om te voorkomen dat het gebiedsbudget ongewild bijdraagt aan het verplaatsen van vitale en/of kritische bedrijven ten behoeve van woningbouw is een doelmatigheidstoets uitgevoerd op dit type ingediende gebiedsmaatregelen. Bij deze toets is de desbetreffende verplaatsing beoordeeld op de prijs per m² kavel waarbij een bandbreedte is gehanteerd van € 1.300 – € 1.400 aan maximale kosten. Daarnaast is beoordeeld of (voldoende) compensatieruimte beschikbaar is gesteld om bedrijven een geschikt alternatief te kunnen bieden. Voor de verdeling van de infrastructurele middelen voor de woningbouwgebieden is eveneens het geactualiseerde ‘Afweegkader voor de middellange termijn Woningbouw en Mobiliteit’ gehanteerd.
In de regeling is bepaald dat de middelen kunnen worden ingezet voor de realisatie van de gebiedsmaatregelen die zijn opgenomen in de bijlage. Het voorschot wordt in meerdere termijnen uitgekeerd. In aanmerking komen ook kosten die direct samenhangen met de voorbereiding en uitvoering van de gehonoreerde maatregelen, de zogeheten VTU-kosten (Voorbereiding, Toezicht en Uitvoering), voor zover deze passen binnen de middelen met een maximum als aangegeven in de bijlage. Het betreft kosten die zijn gemaakt na 1 november 2025 (artikel 3, derde lid, onder c).
Als binnen één woningbouwgebied het resterend tekort op één of meerdere gebiedsmaatregelen lager uitvalt dan het begrote resterend tekort maar het totale resterend tekort op alle maatregelen tezamen hoger is dan of gelijk is aan het oorspronkelijk begrote resterend tekort, dan wordt de rijksbijdrage niet naar beneden bijgesteld. Dit betekent dat hoger uitgevallen kosten voor de ene maatregel mogen worden gecompenseerd met lager uitgevallen kosten voor andere maatregelen uit het afgesproken pakket aan maatregelen. Voorwaarde is wel dat alle afgesproken gebiedsmaatregelen worden uitgevoerd en ook binnen de termijn die daarvoor staat.
De middelen behorend bij de afgesproken gebiedsmaatregelen worden vastgesteld op basis van het prijspeil 2025. De middelen zullen worden uitgekeerd in de jaren 2025, 2026 en 2027, waarbij geen indexering vanuit het Rijk op de middelen plaatsvindt.
Een aantal woningbouwlocaties beschikt al over een werkende Rijk-regio governance structuur. Zoals toegelicht in de brief aan de Tweede Kamer ‘Aanpak grootschalige NOVEX-woningbouwlocaties’16 stuurt het ministerie van VRO op de voortgang van de afspraken in deze gezamenlijke Rijk-regio (bereikbaarheids- en verstedelijkings)programma’s binnen de grootschalige woningbouwlocaties. Ook voor de nieuwe grootschalige woningbouwlocaties zal een gelijksoortige samenwerkingsstructuur worden ingericht.
Verantwoording over de voortgang van de afspraken vindt plaats via het systeem van single information, single audit (SiSa), zoals bepaald in de Regeling informatieverstrekking sisa17. In aanvulling op de SiSa-verantwoording wordt door het ministerie van VRO minimaal twee keer per jaar bij de gemeenten die worden genoemd in de regeling, extra voortgangsinformatie uitgevraagd via het dashboard grootschalige woningbouw. Dit dashboard komt in de plaats van het jaarlijks verstrekken van de beleidsmatige informatie zoals vermeld in het algemeen deel van de toelichting18 bij de Tijdelijke regeling specifieke uitkering gebiedsbudget uit 2023. Het dashboard is primair bedoeld om de voortgang op de realisatie van de woningbouwgebieden te monitoren, en is nadrukkelijk niet bedoeld als een verantwoordingsinstrument. Gemeenten doen in het dashboard een tussentijdse prognose betreffende de voortgang van de woningbouw.
De regeling is voorgelegd aan het Adviescollege toetsing regeldruk (ATR). Het ATR heeft het dossier niet geselecteerd voor een formeel advies, omdat het geen gevolgen voor de regeldruk heeft.
Over het ontwerp van deze regeling is advies gevraagd aan de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en het Interprovinciaal Overleg (IPO). Ook is de ontwerpregeling van 3 tot en met 29 oktober 2025 in internetconsultatie gegeven. Dit heeft zeven reacties opgeleverd. In deze paragraaf wordt ingegaan op de verkregen adviezen en reacties.
IPO
Het IPO heeft laten weten van een reactie af te zien.
VNG
In haar reactie geeft de VNG aan dat gemeenten en Rijk de ambitie delen om 100.000 woningen per jaar te willen toevoegen aan de woningvoorraad. De VNG wijst erop dat deze gezamenlijke ambitie alleen kan worden waargemaakt als gemeenten over voldoende middelen kunnen beschikken. De VNG vraagt aandacht voor de samenloop van gebiedsbudget enerzijds en realisatiestimulans en Woningbouwimpuls (Wbi) anderzijds. Zij verzoekt om duidelijker aan te geven in welke gevallen gekort wordt op het gebiedsbudget in geval van andere verleende subsidies op eenzelfde locatie. Wat betreft de Wbi wordt op dit punt verwezen naar paragraaf 3 van het algemeen deel, waar is opgenomen dat de Wbi niet van toepassing is op de grootschalige woningbouwgebieden/-locaties die onder de reikwijdte van de Tijdelijke regeling specifieke uitkering gebiedsbudget vallen. Wat betreft de Tijdelijke regeling realisatiestimulans wordt bij de toekenning van het gebiedsbudget aan de desbetreffende gemeenten gespecificeerd wat de te verwachten gehonoreerde bijdrage is op grond van die regeling. De te verwachten bijdrage aan Realisatiestimulans voor het aantal betaalbare woningen tot 2030 binnen de scope van het gehele grootschalige woningbouwgebied, wordt beschouwd als eerste dekkingsbron voor het financiële tekort op de noodzakelijk geachte gebiedsmaatregelen. Het eventueel resterend tekort op de gebiedsmaatregelen wordt aangevuld vanuit het gebiedsbudget. Op deze wijze worden gebiedsmaatregelen niet dubbel gefinancierd. Paragraaf 3 van het algemeen deel is op dit punt aangevuld.
De VNG merkt op dat de bijlage met gebiedsmaatregelen en bijdragen ontbrak in de consultatieversie van de ontwerpregeling. In de consultatieversie van de ontwerpregeling was de reden opgenomen van het ontbreken van de bijlage. De in de bijlage opgenomen gebiedsmaatregelen maken onderdeel uit van de door de gemeenten ingediende proposities. Zie hierover paragraaf 4 van het algemeen deel. Om het gebiedsbudget tijdig te kunnen uitkeren, moet de ontwerpregeling zo snel mogelijk na consultatie worden vastgesteld en in werking treden. De gemeenten die op grond van de regeling voor gebiedsbudget in aanmerking komen, zijn hierover reeds op de hoogte gesteld.
De VNG constateert dat in het algemeen deel staat dat gemeenten die eerder een bijdrage uit het gebiedsbudget ontvingen, niet voor een bijdrage voor dezelfde gebiedsmaatregel in aanmerking komen. Zij merkt op dat dit niet in de regeling staat. Hoewel het strikt genomen niet nodig is – eerder afgegeven beschikkingen behouden immers hun juridische geldigheid – is een artikel II toegevoegd waarin het overgangsrecht is geregeld. Aan het algemeen deel is ter verduidelijking een subparagraaf 3.2 toegevoegd over het overgangsrecht.
Ten aanzien van de vermelding van het wetsvoorstel versterking regie volkshuisvesting en het bijbehorende ontwerpbesluit in het algemeen deel merkt de VNG terecht op dat een aanvraag wordt getoetst aan de wet- en regelgeving die op het moment van indienen ervan van kracht is. Ook merkt de VNG terecht op dat aan geldende wet- en regelgeving dient te worden voldaan. Wat betreft de door de VNG gewenste duidelijkheid voor de gemeentelijke accountants, wordt verwezen naar de toekenning van het gebiedsbudget, waarbij, net als op grond van de Tijdelijke regeling specifieke uitkering gebiedsbudget uit 2023, de precieze voorwaarden zijn opgenomen.
De VNG constateert dat in het algemeen deel staat dat ‘nieuwe gebiedsmaatregelen en andere bijdragen’ aan de regeling worden toegevoegd. Zij merkt op dat dit niet in de regeling staat. Dit berust mogelijk op een onjuiste interpretatie van de zinsnede ‘nieuwe gebiedsmaatregelen en andere bijdragen’. Hier zijn niet bedoeld andere typen gebiedsmaatregelen dan in de regeling opgesomd en evenmin andere typen bijdragen. Nu de desbetreffende zinsnede kennelijk op verschillende manieren kon worden gelezen, is deze uit het algemeen deel geschrapt.
De VNG merkt verder op dat in onderdeel c van paragraaf 3.1 van het algemeen deel er kennelijk vanuit wordt gegaan dat woningbouwprojecten geen vertraging zullen oplopen terwijl, samengevat weergegeven, de werkelijkheid anders kan zijn. Onderdeel c van paragraaf 3.1. geeft een toelichting op de met artikel E van deze regeling aangepaste data van artikel 6 van de regeling. Artikel E van deze regeling wijzigt niet inhoudelijk de in artikel 6 van de Tijdelijke regeling specifieke uitkering gebiedsbudget uit 2023 opgenomen verplichtingen. In de door de VNG geschetste situatie van onvoorziene omstandigheden is voorzien in artikel 6, zesde lid, van de regeling. Ook wordt in dit verband gewezen op artikel 8 van de regeling.
De suggesties die de VNG doet voor het opnemen van bepalingen dan wel passages in de Wbi, vallen buiten de reikwijdte van deze regeling.
NEPROM en IVBN
In hun gezamenlijke reactie laten NEPROM (de vereniging van project- en gebiedsontwikkelaars) en IVBN (de branchevereniging van institutionele vastgoedinvesteerders) zich positief uit over het beschikbaar stellen van gebiedsbudget. Het instrument biedt volgens hen kansen om knelpunten in gebiedsontwikkeling te verhelpen en projecten te versnellen, en sluit goed aan bij de praktijk. Wel vragen zij aandacht voor de noodzaak van transparantie en voorspelbaarheid over inzet en besteding van de middelen, juist nu nog niet alle informatie, zoals de bij de regeling behorende bijlage, beschikbaar is. In de consultatieversie van de ontwerpregeling was de reden opgenomen van het ontbreken van de bijlage. De in de bijlage opgenomen gebiedsmaatregelen maken onderdeel uit van de door de gemeenten ingediende proposities. Zie hierover paragraaf 4 van het algemeen deel. In veel gevallen zijn markpartijen al betrokken bij de grootschalige woningbouwgebieden/-locaties omdat dit plekken zijn waar gemeenten vaak al bezig zijn met visie-/planvorming. Verder zijn de gemeenten die op grond van de regeling voor gebiedsbudget in aanmerking komen, hiervan reeds op de hoogte gebracht. Nadat toekenning van het gebiedsbudget bestuurlijk is afgestemd en (financieel) definitief is, is het in beginsel aan de gemeenten zelf om waar nodig en gewenst de marktpartijen (verder) bij de gebiedsontwikkeling te betrekken.
Overige reacties
In een reactie wordt met een verwijzing naar het buitenland, het belang benadrukt van de noodzaak van een strikte scheiding tussen financiën en stevige onafhankelijke controle, en wordt gewezen op het belang van het niet afwentelen van de financieringslasten van grootschalige woningbouwgebieden op bestaande huiseigenaren via belastingen of de WOZ. In deze reactie wordt verder gepleit voor een heldere en afdwingbare doelbinding van middelen aan goedkope huurwoningen, en voor een verplichte toets door de gemeentelijke rekenkamer en de Landelijke Rekenkamer om onderuitputting en misbruik te voorkomen.
Gemeenten bepalen de waarde van onroerende zaken door middel van een taxatie. Het Rijk controleert via de Waarderingskamer of gemeenten de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) goed uitvoeren. Het opnemen in de regeling van garanties hieromtrent staat in een te ver verwijderd verband van doel en reikwijdte van de regeling.
Net als bij de regeling uit 2023 is één van de voorwaarden om als gemeente, gelegen in een als zodanig aangewezen grootschalig woningbouwgebied, voor gebiedsbudget in aanmerking te komen, dat 50% van de gekoppelde woningaantallen binnen het betaalbare segment moet vallen. Dit betreft sociale huur, middenhuur en betaalbare koop. Verwezen wordt naar de definitie van betaalbare woning in artikel 1 van de regeling. Voor de wijze van sturen door het Rijk op de voortgang van de afspraken en op de wijze van verantwoording afleggen door de gemeenten, via het systeem van single information, single audit (SiSa), wordt verwezen naar paragraaf 6 van het algemeen deel. Verder maken de desbetreffende woningbouwlocaties deel uit van de Woondeals. De Woondeals bevatten concrete afspraken met de gemeenten over het aantal te realiseren woningen, ook uitgesplitst naar segmenten.
In twee reacties is aandacht gevraagd voor (rolstoel)toegankelijkheid en levensloopbestendig wonen en is het verzoek gedaan om de grootschalige woningbouwgebieden/-locaties in die zin inclusief vorm te geven. Er is voor gepleit om deze onderdelen als randvoorwaarden binnen het gebiedsbudget op te nemen. Deze suggesties, hoe sympathiek wellicht ook, vallen buiten de reikwijdte van deze regeling, die betrekking heeft op een rijksbijdrage voor gebiedsmaatregelen die randvoorwaardelijk zijn voor het ontwikkelen van grootschalige woningbouwgebieden/-locaties. De toegankelijkheid van gebouwen is elders in wet- en regelgeving neergelegd. De keuze om levensloopbestendig wonen toe te passen is aan de gemeenten.
De suggestie om de regeling, indien deze succesvol is, uit te breiden naar kleinere woningbouwprojecten die, aldus de vraagsteller, nu door financiële tekorten niet van de grond komen, leidt niet tot aanpassing of wijziging van de regeling. Om recht te doen aan de verschillende woningbouwopgaven waar gemeenten en regio’s voor staan, is voor hen reeds een samenhangend pakket aan financieel instrumentarium beschikbaar, waaronder de Wbi, en met ingang van 2026, de Tijdelijke regeling realisatiestimulans.
Met betrekking tot het voorstel om een definitiebepaling in de regeling op te nemen van het begrip betaalbare woning en om daaraan ook een maximaal perceel oppervlakte te koppelen, wordt er in de eerste plaats op gewezen dat in de regeling reeds een definitie van het begrip betaalbare woning is opgenomen, en wel in artikel 1, waar wordt verwezen naar de definitiebepaling van artikel 1, aanhef en onder c, van het Besluit Woningbouwimpuls 2020. Het opvoeren van een maximaal oppervlak voor percelen en of het anderzijds definiëren van minimale of maximale oppervlakken van woningen kan beperkend werken voor de effectiviteit van de regeling.
Het pleidooi om goed te definiëren waarvoor gebiedsbudget mag worden ingezet en deze definitie niet te eng te begrenzen om de effectiviteit van de regeling niet te veel af te remmen, wordt onderschreven. Dit heeft niet geleid tot aanpassing of aanvulling van de regeling. Gebleken is dat de gemeenten met de voorwaarden uit de Tijdelijke regeling specifieke uitkering gebiedsbudget uit 2023, die met deze regeling niet wezenlijk worden gewijzigd, goed uit de voeten kunnen. In geval van onvoorziene omstandigheden is voorzien in artikel 6, zesde lid, van de regeling. Ook wordt in dit verband gewezen op artikel 8 van de regeling.
Deze regeling wordt tussentijds en na afloop geëvalueerd, te weten op 1 september 2035 en op 30 september 2040.
In dit onderdeel zijn enkele gebieden toegevoegd aan de begripsbepaling van woningbouwlocatie. De toegevoegde woningbouwlocaties zijn opgenomen in de brief aan de Tweede Kamer van 10 november 2025.19
Ook is een begripsbepaling van start van de bouwwerkzaamheden toegevoegd. Om te kunnen bepalen hoeveel betaalbare woningen per gemeente in een jaar worden gestart is een gedetailleerde definitie voor de start van de bouwwerkzaamheden opgenomen in deze regeling die zo veel mogelijk aansluit bij de definitie die reeds gebruikt wordt in de Basisregistratie Adressen en Gebouwen. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen woningen die volgens reguliere bouwprocessen worden gerealiseerd (hierna aangeduid als nieuwbouw en flexwoningen) en woningen die worden gerealiseerd door het aanpassen van bestaande gebouwen, zoals optoppen, transformatie of splitsen (hierna aangeduid als verbouw).
In dit onderdeel is bepaald dat in de bijlage ook het aantal te realiseren woningen wordt opgenomen. Ook is in dit onderdeel bepaald dat voor een specifieke uitkering op grond van deze regeling niet in aanmerking komen kosten die zijn gemaakt voor 1 november 2025.
In dit onderdeel is bepaald dat de Minister uiterlijk 1 juni 2026 een besluit neemt over het verlenen van een specifieke uitkering. De uitzondering voor het nemen van een besluit over het verlenen van een specifieke uitkering voor de gemeente Nieuwegein is overbodig geworden bij deze nieuwe ronde en is dus vervallen.
In dit onderdeel is het uitkeringsplafond bepaald.
In dit onderdeel zijn de data aangepast waarop aan bepaalde verplichtingen moet zijn voldaan. Als een specifieke uitkering is verstrekt voordat deze regeling in werking is getreden, dan gelden de data die zijn opgenomen in die eerdere regeling.
In dit onderdeel zijn de data voor de evaluatie van deze regeling opgenomen.
In dit onderdeel is de datum opgenomen waarop deze regeling vervalt.
Dit onderdeel regelt dat de huidige bijlage bij artikel 3 wordt vervangen door een nieuwe bijlage waarin de gebiedsmaatregelen met de bijbehorende bedragen zijn opgenomen.
In dit onderdeel is overgangsrecht opgenomen, waardoor de bepalingen van de Tijdelijke regeling specifieke uitkering gebiedsbudget van toepassing blijven op besluiten die zijn genomen voor inwerkingtreding van deze regeling.
Ook is in dit onderdeel het aantal woningen gewijzigd dat de gemeente Den Haag op grond van de Tijdelijke regeling specifieke uitkering gebiedsbudget (Stcrt. 2023, 31102) op de woningbouwlocatie CID Binckhorst moet realiseren. Abusievelijk was in de bijlage voor de woningbouwlocatie CID Binckhorst een ander aantal woningen opgenomen dan het aantal woningen dat was afgesproken tijdens de Bestuurlijke Overleggen Leefomgeving van 2023. Met deze wijziging wordt dit gecorrigeerd zodat het aantal woningen in de bijlage overeenkomt met het destijds bestuurlijk afgesproken aantal woningen.
In dit artikel is de inwerkingtreding geregeld. Hierbij is afgeweken van de vaste verandermomenten en van de minimale invoeringstermijn. Belanghebbende partijen zijn reeds voortijdig betrokken bij de totstandkoming van deze regeling en worden hierdoor niet benadeeld.
Ook is in dit artikel geregeld dat de wijziging van de bijlage bij de Tijdelijke regeling specifieke uitkering gebiedsbudget terug werkt tot en met 17 november 2023.
De Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, M.C.G. Keijzer
Waarvan € 833 miljoen via het Hoofdlijnenakkoord 2024 en € 90 miljoen n.a.v. het Convenant Rijk en regio investeringen in ondernemingsklimaat microchipsector. Zie ook Kamerstukken II 2023/24, 33 009, nr. 141; Kamerstukken II 2024/25, 36600-XXII.
Hoofdlijnenakkoord 2024-2028, Kamerstukken II 2023/24, 36 471, nr. 37, bijlage bij 2024D19452.
Wet van 16 december 2020, houdende regels inzake instelling van een Mobiliteitsfonds (Wet Mobiliteitsfonds) (Stb. 2021, 96).
Als een specifieke uitkering is verstrekt voordat deze regeling in werking is getreden, dan gelden de data die zijn opgenomen in de eerdere regeling van 2023. Zie ook Voorwaarde c) in paragraaf 3.1 en paragraaf 3.2 van deze toelichting.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2025-39867.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.