Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Politie | Staatscourant 2025, 14612 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Politie | Staatscourant 2025, 14612 | beleidsregel |
Eerdere versies van deze beleidsregel zijn gepubliceerd in:
– Staatscourant 2019, 7044 van 27 december 2019;
– Staatscourant 2022, 12671 van 21 mei 2022.
– Staatcourant 2024, 831 van 11 januari 2024.
Besluitnummer: 2025-0011628
De korpschef van politie,
gelet op,
Het Besluit tot het aanwijzen van functies voor de uitvoering van de politietaak (Stcr. 2019, nr. 34679) en artikel 8, eerste lid, van het Besluit algemene rechtspositie politie (Barp),
overwegende dat:
− voor bepaalde inzet op functies binnen de vakgebieden Beveiliging en Gebiedsgebonden Politiezorg (GGP) van het Landelijk Functiegebouw Nederlandse Politie (LFNP) niet een voltooide politieopleiding als bedoeld in artikel 2c, van het Barp vereist is;
− een aanstelling voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie met een aanwijzing als buitengewoon opsporingsambtenaar voor die inzet volstaat;
− voor functies met die inzet een onderzoek naar de (medische) geschiktheid noodzakelijk is;
− de bedrijfsvoering een snelle en flexibele inzetbaarheid van medewerkers vraagt in verband met dreigende onderbezetting.
aldus overeengekomen in de commissie voor georganiseerd overleg politie
besluit:
a. Voor aanstelling in een functie binnen het vakgebied Beveiliging, daar waar sprake is van werkzaamheden in het kader van:
– arrestantenverzorging
– arrestantenvervoer
– rechtbanktaken
– toezicht en beveiliging objecten, hieronder begrepen inzet binnen het Team Bewaken en Beveiliging in de periode 1 april 2021 tot 1 oktober 2025 en
b. voor aanstelling in de functie Assistent A/B binnen het vakgebied GGP, daar waar uitsluitend sprake is van werkzaamheden in het kader van technisch verkeerstoezicht (zoals radarcontrole), is geen voltooide politieopleiding als bedoeld in artikel 2c, van het Barp vereist.
a. De medewerker die is of wordt geplaatst in één van de in artikel 1 bedoelde functies (met de genoemde werkzaamheden en inzet) en die geen politieopleiding als bedoeld in artikel 2c, van het Barp heeft afgerond, blijft of wordt aangesteld als ambtenaar voor de uitvoering van technische administratieve en andere taken ten dienste van de politie (ATH), als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, van de Politiewet 2012.
b. De aanstelling wordt gecombineerd met een aanwijzing als buitengewoon opsporingsambtenaar (boa).
a. Gedurende de periode van 1 april 2021 tot 1 oktober 2025 is er een Team Bewaken en Beveiligen (TBB).
b. Het TBB bestaat uit de functies: Operationeel expert beveiliging, Senior beveiliging en Medewerker beveiliging.
c. Het TBB wordt uitsluitend in het publieke domein ingezet voor bewaken en beveiligen.
d. De taken van het TBB zijn:
– Bewaken van objecten en personen door het houden van toezicht middels het uitvoeren van observaties.
– Het eventueel waarnemen van afwijkende patronen/ beelden/gedragingen in relatie tot deze objecten/personen.
– Het direct beoordelen/interpreteren van deze (afwijkende) waarnemingen.
– De hierdoor verkregen informatie vastleggen en adresseren/beleggen bij de direct betrokken partijen/diensten.
– Bij een acute situatie (dreiging) direct (via het OC) escaleren/opschalen naar diensten met een meer offensieve taakstelling en in afwachting hiervan en indien mogelijk het eventueel af(be)schermen van het object of de persoon.
– Bij een zeer dringende noodzakelijkheid zoals noodweersituaties het toepassen van geweld ten behoeve van het direct wegnemen van een acute (levensbedreigende) situatie gericht tegen het beveiligde object of persoon.
e. Dit artikel vervalt per 1 oktober 2025.
a. De kandidaat medewerker voldoet aan de voor de functie geldende aanstelling- en (aanvullende) opleidingseisen.
b. Indien de functie is aangewezen als vertrouwensfunctie geldt dat aan de kandidaat medewerker de aanvullende eis wordt gesteld dat hij of zij Nederlander is.
c. Voor het uitoefenen van de opsporingsbevoegdheid dient de medewerker in het bezit te zijn van een geldig boa-certificaat.
d. Voor aanstelling in een functie als bedoeld in artikel 1, onder a, voldoet de kandidaat daarnaast aan de eisen van een psychologisch onderzoek waarbij de geestelijke stabiliteit van de kandidaat wordt getoetst (stabiliteitstoets). Bij een negatief resultaat kan vanaf één jaar na het onderzoek een nieuwe stabiliteitstest plaatvinden.
e. Onderdeel d is niet van toepassing als de medewerker uitsluitend wordt ingezet voor arrestantenverzorging.
Nadat alle overige beoordelingen van de geschiktheid van de kandidaat hebben plaatsgevonden en op grond daarvan het voornemen bestaat de kandidaat aan te stellen in een functie als bedoeld in artikel 1 onder a, wordt de kandidaat onderworpen aan een medisch onderzoek, tenzij sprake is van inzet als bedoeld in artikel 4, onder e. Het medisch onderzoek vindt plaats met inachtneming van de eisen in de bijlage bij deze beleidsregel.
a. Het medisch onderzoek wordt ingericht en uitgevoerd conform de Wet op de medische keuringen, het Besluit aanstellingskeuringen, de Arbowet, het Arbobesluit en de Arboregeling.
b. Het medisch onderzoek wordt uitgevoerd door een bedrijfsarts, geregistreerd in een register als bedoeld in artikel 3, eerde lid van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg, niet zijnde de behandelend arts van de kandidaat.
c. De uitslag van het medisch onderzoek wordt de kandidaat zo spoedig mogelijk bekendgemaakt.
d. Als aan de uitslag van het medisch onderzoek een negatieve gevolgtrekking dan wel een positieve gevolgtrekking onder bepaalde bedenkingen wordt verbonden, heeft de kandidaat recht op een herkeuring.
e. De kandidaat maakt de wens tot een herkeuring binnen twee weken na de mededeling van voornoemde gevolgtrekking met redenen omkleed aan het bevoegd gezag kenbaar.
f. Ingeval van herkeuring wordt de te nemen beslissing ten aanzien van de aanstelling uitgesteld totdat de uitslag van de herkeuring aan het bevoegd gezag is meegedeeld.
g. De herkeuring geschiedt door een commissie van drie geneeskundigen. Het bevoegd gezag en de kandidaat wijzen elk een geneeskundige aan voor de commissie. Deze geneeskundigen wijzen een derde geneeskundige voor de commissie aan. De geneeskundige die het medisch onderzoek heeft verricht en de behandelend arts van de kandidaat maken geen deel uit van de commissie.
h. De kosten van de medische (her)keuring komen ten laste van het bevoegd gezag.
De medewerker wordt in materieel opzicht gelijkgesteld aan een medewerker in dezelfde functie met een aanstelling voor de uitvoering van de politietaak.
a. Medewerkers worden, indien nodig, een uniform verstrekt.
b. In het geval door de Minister van JenV toestemming is verleend om voor de uitoefening van de functie de beschikking te hebben over geweldsmiddelen als bedoeld in artikel 6 van het Besluit bewapening en uitrusting politie, kunnen deze, indien nodig, worden verstrekt, mits de medewerker aan de daarvoor geldende bekwaamheids- en geschiktheidseisen voldoet.
Deze beleidsregel is ook van toepassing op medewerkers in het vakgebied Beveiliging en medewerkers met de functie Assistent A of B GGP die:
a. vallen onder het Overgangsbeleid overgang LFNP en plaatsing in de reorganisatie Politiewet 2012 of
b. medewerkers in het vakgebied Beveiliging die aangesteld zijn op basis van een Besluit tijdelijk kader voor aanstelling in een executieve functie zonder initiële opleiding.
a. Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de dag na datum uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
b. De ‘Beleidsregel inzet binnen het vakgebied Beveiliging met een ATH-aanstelling, gepubliceerd in de Staatscourant 2024, 831 van 11 januari 2024 wordt ingetrokken.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2025-14612.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.