Beleidsregel inzet binnen het vakgebied Beveiliging en GGP met een aanstelling voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie.

Eerdere versies van deze beleidsregel zijn gepubliceerd in:

Besluitnummer: 2023-0066686

De korpschef van politie,

gelet op,

Het Besluit tot het aanwijzen van functies voor de uitvoering van de politietaak (Stcr. 2019, nr. 34679) en artikel 8, eerste lid, van het Besluit algemene rechtspositie politie (Barp),

overwegende dat:

  • voor bepaalde inzet op functies binnen de vakgebieden Beveiliging en Gebiedsgebonden Politiezorg (GGP) van het Landelijk Functiegebouw Nederlandse Politie (LFNP) niet een voltooide politieopleiding als bedoeld in artikel 2c, van het Barp vereist is;

  • een aanstelling voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie met een aanwijzing als buitengewoon opsporingsambtenaar voor die inzet volstaat;

  • voor functies met die inzet een onderzoek naar de (medische) geschiktheid noodzakelijk is;

  • de bedrijfsvoering een snelle en flexibele inzetbaarheid van medewerkers vraagt in verband met dreigende onderbezetting.

aldus overeengekomen in de commissie voor georganiseerd overleg politie

besluit:

Artikel 1. Bereik

  • a. Voor aanstelling in een functie binnen het vakgebied Beveiliging, daar waar sprake is van werkzaamheden in het kader van:

    • arrestantenverzorging

    • arrestantenvervoer

    • rechtbanktaken

    • toezicht en beveiliging objecten, hieronder begrepen inzet binnen het Team Bewaken en Beveiliging in de periode 1 april 2021 tot 1 april 2025 en

  • b. voor aanstelling in de functie Assistent A/B binnen het vakgebied GGP, daar waar uitsluitend sprake is van werkzaamheden in het kader van technisch verkeerstoezicht (zoals radarcontrole),

is geen voltooide politieopleiding als bedoeld in artikel 2c, van het Barp vereist.

Artikel 2. Aanstelling.

  • a. De medewerker die is of wordt geplaatst in één van de in artikel 1 bedoelde functies (met de genoemde werkzaamheden en inzet) en die geen politieopleiding als bedoeld in artikel 2c, van het Barp heeft afgerond, blijft of wordt aangesteld als ambtenaar voor de uitvoering van technische administratieve en andere taken ten dienste van de politie (ATH), als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, van de Politiewet 2012.

  • b. De aanstelling wordt gecombineerd met een aanwijzing als buitengewoon opsporingsambtenaar (boa).

Artikel 3. Team Bewaken en Beveiligen

  • a. Gedurende de periode van 1 april 2021 tot 1 april 2025 is er een Team Bewaken en Beveiligen (TBB).

  • b. Het TBB bestaat uit de functies: Operationeel expert beveiliging, Senior beveiliging en Medewerker beveiliging.

  • c. Het TBB wordt uitsluitend in het publieke domein ingezet voor bewaken en beveiligen.

  • d. De taken van het TBB zijn:

    • Bewaken van objecten en personen door het houden van toezicht middels het uitvoeren van observaties.

    • Het eventueel waarnemen van afwijkende patronen/ beelden/gedragingen in relatie tot deze objecten/personen.

    • Het direct beoordelen/interpreteren van deze (afwijkende) waarnemingen.

    • De hierdoor verkregen informatie vastleggen en adresseren/beleggen bij de direct betrokken partijen/diensten.

    • Bij een acute situatie (dreiging) direct (via het OC) escaleren/opschalen naar diensten met een meer offensieve taakstelling en in afwachting hiervan en indien mogelijk het eventueel af(be)schermen van het object of de persoon.

    • Bij een zeer dringende noodzakelijkheid zoals noodweersituaties het toepassen van geweld ten behoeve van het direct wegnemen van een acute (levensbedreigende) situatie gericht tegen het beveiligde object of persoon.

  • e. Dit artikel vervalt per 1 april 2025.

Artikel 4. Aanstellings- en opleidingseisen

  • a. De kandidaat medewerker voldoet aan de voor de functie geldende aanstelling- en (aanvullende) opleidingseisen.

  • b. Indien de functie is aangewezen als vertrouwensfunctie geldt dat aan de kandidaat medewerker de aanvullende eis wordt gesteld dat hij of zij Nederlander is.

  • c. Voor het uitoefenen van de opsporingsbevoegdheid dient de medewerker in het bezit te zijn van een geldig boa-certificaat.

  • d. Voor aanstelling in een functie als bedoeld in artikel 1, onder a, voldoet de kandidaat daarnaast aan de eisen van een psychologisch onderzoek waarbij de geestelijke stabiliteit van de kandidaat wordt getoetst (stabiliteitstoets). Bij een negatief resultaat kan vanaf één jaar na het onderzoek een nieuwe stabiliteitstest plaatvinden.

  • e. Onderdeel d is niet van toepassing als de medewerker uitsluitend wordt ingezet voor arrestantenverzorging.

Artikel 4a. Medisch onderzoek en herkeuring.

Nadat alle overige beoordelingen van de geschiktheid van de kandidaat hebben plaatsgevonden en op grond daarvan het voornemen bestaat de kandidaat aan te stellen in een functie als bedoeld in artikel 1 onder a, wordt de kandidaat onderworpen aan een medisch onderzoek, tenzij sprake is van inzet als bedoeld in artikel 4, onder e. Het medisch onderzoek vindt plaats met inachtneming van de eisen in de bijlage bij deze beleidsregel.

  • a. Het medisch onderzoek wordt ingericht en uitgevoerd conform de Wet op de medische keuringen, het Besluit aanstellingskeuringen, de Arbowet, het Arbobesluit en de Arboregeling.

  • b. Het medisch onderzoek wordt uitgevoerd door een bedrijfsarts, geregistreerd in een register als bedoeld in artikel 3, eerde lid van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg, niet zijnde de behandelend arts van de kandidaat.

  • c. De uitslag van het medisch onderzoek wordt de kandidaat zo spoedig mogelijk bekendgemaakt.

  • d. Als aan de uitslag van het medisch onderzoek een negatieve gevolgtrekking dan wel een positieve gevolgtrekking onder bepaalde bedenkingen wordt verbonden, heeft de kandidaat recht op een herkeuring.

  • e. De kandidaat maakt de wens tot een herkeuring binnen twee weken na de mededeling van voornoemde gevolgtrekking met redenen omkleed aan het bevoegd gezag kenbaar.

  • f. Ingeval van herkeuring wordt de te nemen beslissing ten aanzien van de aanstelling uitgesteld totdat de uitslag van de herkeuring aan het bevoegd gezag is meegedeeld.

  • g. De herkeuring geschiedt door een commissie van drie geneeskundigen. Het bevoegd gezag en de kandidaat wijzen elk een geneeskundige aan voor de commissie. Deze geneeskundigen wijzen een derde geneeskundige voor de commissie aan. De geneeskundige die het medisch onderzoek heeft verricht en de behandelend arts van de kandidaat maken geen deel uit van de commissie.

  • h. De kosten van de medische (her)keuring komen ten laste van het bevoegd gezag.

Artikel 5. Rechtspositionele materiële aanspraken

De medewerker wordt in materieel opzicht gelijkgesteld aan een medewerker in dezelfde functie met een aanstelling voor de uitvoering van de politietaak.

Artikel 6. Uniform en geweldsmiddelen

  • a. Medewerkers worden, indien nodig, een uniform verstrekt.

  • b. In het geval door de Minister van JenV toestemming is verleend om voor de uitoefening van de functie de beschikking te hebben over geweldsmiddelen als bedoeld in artikel 6 van het Besluit bewapening en uitrusting politie, kunnen deze, indien nodig, worden verstrekt, mits de medewerker aan de daarvoor geldende bekwaamheids- en geschiktheidseisen voldoet.

Artikel 7. Werkingssfeer.

Deze beleidsregel is ook van toepassing op medewerkers in het vakgebied Beveiliging en medewerkers met de functie Assistent A of B GGP die:

  • a. vallen onder het Overgangsbeleid overgang LFNP en plaatsing in de reorganisatie Politiewet 2012 of

  • b. medewerkers in het vakgebied Beveiliging die aangesteld zijn op basis van een Besluit tijdelijk kader voor aanstelling in een executieve functie zonder initiële opleiding.

Artikel 8. Inwerkingtreding

  • a. Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de dag na datum uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

  • b. De ‘Beleidsregel inzet binnen het vakgebied Beveiliging met een ATH-aanstelling, d.d. 25 april 2022, Staatscourant 2022, 12671 van 21 mei 2022 wordt ingetrokken.

Artikel 9. Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: ‘Beleidsregel inzet binnen het vakgebied Beveiliging en GGP met een ATH-aanstelling’.

Aldus vastgesteld te Den Haag, 13 november 2023

H.E. van Essen korpschef

BIJLAGE BIJ DE BELEIDSREGEL INZET BINNEN HET VAKGEBIED BEVEILIGING EN GGP MET EEN ATH-AANSTELLING

Besluitnummer: 2023-0066686

Overzicht bijzondere functie-eisen, inzetten en belastbaarheidseisen voor medewerkers aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie die worden ingezet voor de taken: arrestantenvervoer, dienst bij de gerechten (rechtbanktaken) of bewaken en beveiligen objecten.

Bijzondere functie-eisen en inzetten

Belastbaarheidseisen conform Leidraad aanstellingskeuringen 2020-NVAB SER TNO

Nadere uitwerking belastbaarheidseisen, onderzoeksmethoden en normeringen

(31) Besturen van een voertuig

Inzet:

– Moet in staat zijn om voor langere tijd een voertuig te besturen (grootste deel van de werkdag) en/of met spoed

– Moet voldoen aan de keuringseisen zoals gesteld in de Regeling eisen geschiktheid 2000, voor de categorie van voertuigen waar in de functie gebruik van wordt gemaakt:

– groep1: rijbewijzen van de categorieën A1, A2, A, B, B+E en T;

– groep 2: rijbewijzen van de categorieën C, C1, CE, C1E, D, D1, DE en D1E.

Vragenlijst 31.1 – 31.3 Leidraad aanstellingskeuringen 2020

(14) Waakzaamheid en oordeelsvermogen

Het onvermijdbaar moeten uitvoeren van arbeidstaken waarvoor verhoogde en/of langdurige waakzaamheid en oordeelsvermogen is vereist en waarbij de gezondheid

en/of veiligheid van de werknemer zelf en/of van derden in het geding is.

– Moet in staat zijn tijdens de werkzaamheden en ongeacht het tijdstip van het etmaal de eigen veiligheid en/of die van anderen te waarborgen.

De keurling moet:

– prompt en adequaat informatie kunnen beoordelen en (non)verbaal kunnen reageren;

– een adequate staat van waakzaamheid, alertheid, oplettendheid, concentratievermogen en vigilantie kunnen opbrengen en handhaven;

– een adequaat oordeel kunnen vellen, complexe situaties kunnen inschatten, protocollair kunnen handelen, beslissingen kunnen nemen en beschikken over beslisvaardigheid gerelateerd aan zintuigelijke waarneming en cognitie.

– Is voldoende toerekeningsvatbaar en gebruikt geen medicijnen, alcohol of drugs die een negatieve invloed hebben op het waakzaamheids- en oordeelsvermogen.

– Vragenlijst 14.1 – 14.19 Leidraad aanstellingskeuringen 2020

– Op indicatie informatie opvragen bij behandelend arts

(17) Zien

In arbeidstaken waarbij er een veiligheidsrisico is voor de werknemer zelf en/of derden:

– aard, grootte, positie en snelheid van objecten op afstand nauwkeurig kunnen waarnemen; en of

– details dichtbij kunnen waarnemen; en/of

– zicht in de ooghoeken hebben; en/of

– diepte kunnen zien; en/of

– kleuren kunnen waarnemen en van elkaar onderscheiden.

Scherp zien op afstand

Moet voldoende gezichtsvermogen hebben om, eventueel na correctie, op een afstand van ≥60 cm aard, grootte, positie en snelheid van objecten te kunnen waarnemen.

Scherp zien nabij

Moet voldoende gezichtsvermogen hebben om, eventueel na correctie, details waar te nemen en te lezen op een afstand van <60 cm.

Zicht in ooghoeken

Moet voldoende gezicht hebben om, eventueel na correctie, bewegingen en signalen in de periferie van het gezichtsveld te kunnen waarnemen.

Diepte zien

Moet voldoende diepte kunnen zien.

Kleurenonderscheidingsvermogen

Moet in staat zijn alle kleuren te onderscheiden die voor de functie van belang zijn.

– Vragenlijst 17.1 – 17.19 Leidraad aanstellingskeuringen 2020

– Functionele test gezichtsscherpte veraf:

Normering

Visus veraf (met eventuele correctie):

– VODS ≥0,8

– ≥0,5 voor het slechtste oog

Visus veraf (zonder correctie):

– VODS ≥0,1 (i.v.m. zelfredzaamheid)

– Functionele test gezichtsscherpte nabij:

Normering

Visus nabij (met eventuele correctie):

– VODS ≥0,8

– ≥0,5 voor het slechtste oog

– Functionele test kleurenzien:

Functionele test kleurenonderscheidingsvermogen

(17.23)

Normering Ishihara

– 0,1,2 fouten: GESCHIKT.

– >3 fouten: niet gehaald.

– Bij >3 fouten: Farnsworth D15 (saturated).

Additionele functionele test

kleurenonderscheidingsvermogen

Normering Farnsworth D15 (saturated)

– ≤ 3 randwisselingen

– ≤ 1 foute crossing

(18) Horen

Het waarnemen en interpreteren van geluid in de vorm van menselijke spraak en/of signalen dat sturend is ten aanzien van het al of niet uitvoeren van acties in arbeidstaken waarbij er een veiligheidsrisico voor de werknemer zelf en/of derden aanwezig is.

Moet voldoende gehoorvermogen hebben om:

– geluid (gesproken woord en/of signalen) dat essentieel is voor de goede en veilige taakuitoefening waar te nemen (ook in een lawaaiige omgeving);

– waarschuwingssignalen te horen;

– richting te horen;

– te communiceren met anderen.

– Vragenlijst 18.1 – 18.7 Leidraad aanstellingskeuringen 2020

– Functionele testen

Normering Toonaudiogram

– Gemiddelde gehoordrempel bij 1000, 2000 en 4.000 Hz ≤35 dB(HL) voor het slechtste oor

(3) Klimmen klauteren

Onvermijdbaar klauteren en klimmen in arbeidstaken (bijvoorbeeld via een (touw) ladder of op een dak) en waarbij een veiligheidsrisico/kans op een ongeval voor de werknemer zelf aanwezig is en/of waaraan een gezondheids- of veiligheidsrisico

voor derden verbonden is.

– Moet in staat zijn nek, rug, bovenste en onderste ledematen te gebruiken om te klauteren en te klimmen.

– Moet voldoende knijpkracht in de handen bezitten om bij het klauteren en klimmen het eigen lichaamsgewicht te houden.

– Moet in staat zijn het evenwicht te bewaren om te kunnen klimmen en klauteren.

– Bezit voldoende bewustzijn en gebruikt geen medicijnen die het bewustzijn negatief kunnen beïnvloeden om te kunnen klauteren en te klimmen.

– Heeft voldoende gezichtsvermogen om veilig te kunnen klauteren en te klimmen.

– Heeft voldoende mogelijkheden in het cardiorespiratoire systeem die werknemer in staat stellen om te klimmen en/of te klauteren.

– Vragenlijst 3.1 – 3.17 nieuwe Leidraad

– PAR Q vragenlijst

– Functionele test zoals binnen de branche aanwezig is: FVT of Chester Step Test

(6) zware lichamelijke inspanning

Duurbelasting

Onvermijdbare perioden met zware tot zeer zware aerobe arbeid tijdens het werk (meer dan 30% van de individuele maximale zuurstofopnamecapaciteit over 8 uur, en/of de belasting over één uur of langer meer dan 50% van die waarde bedraagt, en/of de belasting over periodes van niet meer dan 20 minuten meer dan 70% van die waarde bedraagt), en/of waaraan een veiligheidsrisico voor de werknemer zelf en/of derden verbonden is.

Piekbelasting

Onvermijdbare perioden met (bijna) maximale (kracht)inspanning tijdens het werk (na een periode van relatieve rust en maximaal drie minuten aaneengesloten, en

waarbij meer dan 85% van de maximale individuele hartslag wordt bereikt, en/of waaraan een veiligheidsrisico voor de werknemer zelf en/of derden verbonden is.

– Heeft voldoende mogelijkheden in het cardiorespiratoire systeem om, in overeenstemming met de bijzondere functie-eisen, energetisch te worden belast en, in uitzonderlijke gevallen, is in staat langdurig en repeterend, zware tot zeer zware arbeid te verrichten.

– Moet in staat zijn om met het bewegingsapparaat een (bijna) maximale (kracht) inspanning te leveren gedurende een bepaalde tijd (in overeenstemming met de bijzondere functie-eisen).

– Heeft geen huidafwijkingen, waardoor een stoornis in de warmteregulering kan optreden.

– Gebruikt geen medicatie waardoor een stoornis in warmteregulatie kan optreden.

– Heeft geen eerdere warmtestuwing doorgemaakt.

– Vragenlijst 6.1-6.11 nieuwe Leidraad

– PAR Q vragenlijst

– Functionele test zoals binnen de branche aanwezig is: FVT of Chester Step Test

(8) duwen, trekken

Onvermijdbare duw- en/of trekkrachten (meer dan 15 kg) uitoefenen tijdens een werkdag, waaraan een gezondheids- en/of veiligheidsrisico voor de werknemer zelf en/of derden is verbonden.

– Moet in staat zijn om de nek, rug, bovenste en onderste ledematen te gebruiken om te duwen en/of te trekken, statisch of dynamisch, in verschillende aaneengesloten periodes en in afwisseling met andere activiteiten.

– Heeft voldoende mogelijkheden in het cardiorespiratoir systeem om te duwen en/of te trekken, statisch of dynamisch, in verschillende aaneengesloten periodes en in afwisseling met andere activiteiten.

– Vragenlijst nieuwe Leidraad 8.1-8.7

– PAR Q vragenlijst

– Praktijktest die gericht is op het beoordelen of de keurling in staat is om te duwen of te trekken.

OF:

– De praktijktest die voor de functie binnen de branche/sector aanwezig is.

(9) staan

Staan tijdens het werk dat onvermijdbaar is (> 4 uur per werkdag of >1 uur onafgebroken) en waaraan een veiligheidsrisico voor de werknemer zelf en/of derden is verbonden.

– Moet in staat zijn de onderste ledematen en rug te gebruiken om langdurig staande werkzaamheden te kunnen verrichten.

– Bezit een normaal veneus systeem om langdurig staande werkzaamheden te kunnen verrichten.

– Kan het evenwicht voldoende bewaren om langdurig staande werkzaamheden te kunnen verrichten.

– Heeft voldoende bewustzijn en gebruikt geen medicijnen die het bewustzijn negatief kunnen beinvloeden, om langdurig staande werkzaamheden te kunnen verrichten.

– Vragenlijst nieuwe Leidraad 9.1-9.8

(15) stressvolle situaties

– Onvermijdbare blootstelling aan piek-emotioneel belastende momenten in het werk waarvan een gezondheidsrisico voor de werknemer bekend is.

– Potentieel traumatische gebeurtenissen, zoals bedreigingen met de dood of ernstig letsel of bedreiging van de lichamelijke integriteit van de persoon zelf of anderen.

– Agressie (de confrontatie met externe individuen die fysieke of psychologische schade veroorzaken bij de werknemer) en/of acuut gevaar.

– Moet een psychische gesteldheid bezitten waarbij emotionele stabiliteit, spankracht en het vermogen tot zelfreflectie aanwezig zijn.

– Heeft de sociale vaardigheden om coping-strategieën toe te passen.

– Ondervindt, na een eerder doorgemaakte tijdelijke ernstige vermindering van emotionele spankracht, hiervan geen beperkingen meer tijdens het handelen.

– Is voldoende weerbaar en in staat tot normaal sociaal contact met en steun voor diens omgeving.

– Vragenlijst nieuwe Leidraad 15.1-15.6

– Op indicatie verdiepende vragenlijsten

(16) tijdsdruk

Het structureel of regelmatig moeten uitvoeren van werk onder tijdsdruk (binnen een vooraf vastgestelde tijdsperiode veel taken en/of activiteiten volbrengen), wat niet vermijdbaar is en waaraan een gezondheidsrisico en/of veiligheidsrisico voor de werknemer zelf of derden verbonden is.

Moet voldoende stressbestendig zijn om een veelheid aan taken onder hoge tijdsdruk te kunnen uitvoeren of verwerken.

– Vragenlijst nieuwe Leidraad 16.1-16.3

(24) hanteren vuurwapen

Het onvermijdbaar beschikken over en procedureel (in opdracht) hanteren van een vuurwapen.

Is in staat om veilig een vuurwapen te hanteren door gebruik te maken van romp, schouder, bovenste en onderste ledematen en nek bij:

– staand, liggend en/of geknield te schieten;

– staand en geknield tweehandig te schieten;

– in balans achteruit te verplaatsen;

– zijwaarts uit te stappen.

– Is in staat, door middel van coördinatie en balans, de krachten, die door het afgaan van het schot in het wapen optreden, zo veel mogelijk tegen te gaan door de massa van het wapen met het eigen, zo stabiel mogelijk opgestelde, lichaam te vergroten.

– Bezit de psychische gesteldheid en waakzaamheid om veilig een wapen te hanteren en om tijdens een werkdag, onder meer onder tijdsdruk, werkzaamheden aan het wapen te verrichten.

– Bezit voldoende gezichtsvermogen (in het bijzonder van het ‘schietoog’) om scherp te stellen op de korrel van het wapen.

– Heeft een voldoende belastbaarheid van de huid, voldoende vingergebruik en de hand/vinger-coördinatie om het wapen te onderhouden.

– Vragenlijst nieuwe Leidraad 24.1-24.3

– Praktijktest die voor de functie binnen de branche aanwezig is.

(27) communiceren

Moet in staat zijn zich met standaardcommunicatie verstaanbaar te maken en op luide toon te alarmeren.

– Moet in staat zijn om met derden te communiceren en de eigen veiligheid en/of die van derden te waarborgen.

– Heeft een voldoende gehoorvermogen om tijdens een werkdag geluiden (zoals alarmeringen) waar te nemen, waardoor de eigen veiligheid en/of die van derden is gewaarborgd.

– Is in staat de telecommunicatiesystemen te hanteren door gebruik te maken van de handen en vingers.

– Is in staat de telecommunicatiesystemen te hanteren door voldoende scherp te zien (bijvoorbeeld het display).

– Vragenlijst nieuwe Leidraad 27.1-27.12

– Zien als boven

– Horen als boven

– Richting horen

Bij overlappende belastbaarheidseisen moet de zwaarste eis als beoordelingscriterium genomen worden.

Naar boven