Besluit van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 4 april 2022, kenmerk 3344645-1027008-PPGB, houdende de indeplaatstreding van Zilveren Kruis Zorgkantoor N.V. regio’s Friesland en ’t Gooi en VGZ Zorgkantoren Coöperatie regiokantoren Nijmegen en Noord- en Midden-Limburg en bij de uitoefening van de goedkeuringsbevoegdheid van de Sociale verzekeringsbank aangaande de zorgovereenkomsten waarmee zorg wordt betrokken ten laste van het persoonsgebonden budget

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

Gelet op artikel 5.16, zevende lid, van de Regeling langdurige zorg;

Besluit:

ARTIKEL I

Voor de toepassing van artikel 5.16, derde, vijfde en zesde lid, van de Regeling langdurige zorg, treden de hierna genoemde zorgkantoren in de plaats van de Sociale verkeringsbank voor zover het de goedkeuring van de zorgovereenkomst van een verzekerde aan wie het zorgkantoor een persoonsgebonden budget verleent en het kenbaar maken van een wijziging van die zorgovereenkomst betreft:

  • a. Zilveren Kruis Zorgkantoor N.V. in de regio’s Friesland en ’t Gooi genoemd in artikel 1, onderdelen 2 en 11, van het Besluit van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 14 december 2020, houdende de aanwijzing van de zorgkantoren (Stcrt. 2020, 66954); en

  • b. VGZ Zorgkantoor B.V. in de regio’s Nijmegen en Noord- en Midden-Limburg genoemd in artikel 1, onderdelen 8 en 29, van het Besluit van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 14 december 2020, houdende de aanwijzing van de zorgkantoren (Stcrt. 2020, 66954).

ARTIKEL II

Dit besluit treedt in werking met ingang van 13 april 2022.

Dit besluit zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister voor Langdurige Zorg en Sport, C. Helder

TOELICHTING

In het kader van het uitvoeren van de betalingen ten laste van het persoonsgebonden budget (hierna: pgb) op grond van de Wet langdurige zorg, hebben de Sociale verzekeringsbank (hierna: Svb) en het zorgkantoor dat het budget verstrekt, tot taak de door de houder van het pgb (hierna: budgethouder) gesloten zorgovereenkomsten te toetsen. De Svb toetst in dit kader of de arbeidsrechtelijke en de fiscale aspecten van de zorgovereenkomst rechtmatig zijn. Het zorgkantoor toetst zorginhoudelijk of de zorgovereenkomst voldoet aan de toegekende rechten (artikel 5.16, derde tot en met vijfde lid, van de Regeling langdurige zorg).

De Svb ontvangt de zorgovereenkomst van de budgethouder. Na beoordeling op arbeidsrechtelijke en fiscaal-juridische aspecten bericht de Svb de budgethouder dat de Svb de overeenkomst voor de zorginhoudelijke beoordeling doorstuurt naar het zorgkantoor dat het pgb heeft verstrekt. Als de overeenkomst niet kan worden goedgekeurd omdat er gebreken aan kleven, bericht de Svb of het zorgkantoor de aanvrager hierover met een verzoek tot herstel ofwel door de overeenkomst af te wijzen met een uitnodiging om een nieuwe, correcte overeenkomst toe te zenden. Deze werkwijze van toetsing vooraf heeft als voordeel dat niet achteraf op basis van een onjuiste overeenkomst betalingen moeten worden geweigerd (bijvoorbeeld als niet is voldaan aan de verplichting om het minimumloon te betalen).

Vanwege de invoering van het PGB 2.0.-systeem kan de hierboven beschreven goedkeuring van de arbeidsrechtelijke en fiscaal-juridische aspecten van de zorgovereenkomst door de Svb, worden overgenomen door het zorgkantoor dat het budget verstrekt. Artikel 5.16, zevende lid, van de Regeling langdurige zorg biedt hiervoor de grondslag. Het zorgkantoor wordt dan verantwoordelijk voor zowel de zorginhoudelijke als de arbeidsrechtelijke en fiscaal-juridische beoordeling van de zorgovereenkomst. Hierdoor is er nog maar één goedkeuringsbesluit nodig ten aanzien van de zorgovereenkomst. Dit zorgt voor lastenvermindering voor de budgethouder.

In voorliggend besluit is geregeld dat met ingang van 13 april 2022 de goedkeuringsbevoegdheid van de Svb:

  • in de regio’s Friesland en ‘t Gooi worden overgenomen door Zilveren Kruis Zorgkantoor N.V.1; en

  • in de regio’s Nijmegen en Noord- en Midden-Limburg worden overgenomen door VGZ Zorgkantoor B.V. 2.

Eerder is de overname van de goedkeuringsbevoegdheid door een zorgkantoor reeds geregeld voor de regio’s:

De Minister voor Langdurige Zorg en Sport, C. Helder


X Noot
1

Dit is de regio genoemd in artikel 1, onderdelen 2 en 11, van het Besluit van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 14 december 2020, houdende de aanwijzing van de zorgkantoren (Stcrt. 2020, 66954).

X Noot
2

Dit is de regio genoemd in artikel 1, onderdelen 8 en 29 van het Besluit van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 14 december 2020, houdende de aanwijzing van de zorgkantoren (Stcrt. 2020, 66954).

Naar boven