Besluit van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 20 augustus 2019, kenmerk 1565406-193912-WJZ, houdende de indeplaatstreding van CZ Zorgkantoor in regio Zeeland bij de uitoefening van de goedkeuringsbevoegdheid van de Sociale verzekeringsbank aangaande de zorgovereenkomsten waarmee zorg wordt betrokken ten laste van het persoonsgebonden budget

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

Gelet op artikel 5.16, zevende lid, van de Regeling langdurige zorg;

Besluit:

CZ Zorgkantoor B.V. treedt, voor zover het de goedkeuring van de zorgovereenkomsten en het kenbaar maken van een wijziging van die zorgovereenkomsten van verzekerden in regio Zeeland als bedoeld in artikel 1 van het Besluit van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 15 december 2015, kenmerk 878309-144844-Z, houdende de aanwijzing van de zorgkantoren (Stcrt. 2016, 606), betreft, in de plaats van de Sociale verzekeringsbank bij het toepassen van artikel 5.16, derde, vijfde en zesde lid, van de Regeling langdurige zorg, met ingang van 9 september 2019.

Dit besluit zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, H.M. de Jonge

TOELICHTING

De Sociale verzekeringsbank (SVB) heeft in het kader van het uitvoeren van de betalingen ten laste van het persoonsgebonden budget (pgb), net als de verstrekker van het budget (dat wil zeggen het zorgkantoor) tot taak de door de budgethouder gesloten zorgovereenkomsten te toetsen krachtens de Wet langdurige zorg.

De SVB toetst in dezen de arbeidsrechtelijke en de fiscale aspecten van de zorgovereenkomst rechtmatig zijn. Het zorgkantoor toetst zorginhoudelijk of de zorgovereenkomst voldoet aan de toegekende rechten. Deze werkwijze van toetsing vooraf biedt voordelen, omdat nu niet achteraf op basis van een onjuiste overeenkomst betalingen moeten worden geweigerd (bijvoorbeeld als niet is voldaan aan een verplichting om het minimumloon te betalen). De SVB ontvangt de zorgovereenkomst van de budgethouder en na beoordeling op arbeidsrechtelijke en fiscale juridische aspecten bericht de SVB de aanvrager over het feit dat de SVB de overeenkomst ter verdere zorginhoudelijk beoordeling doorstuurt naar het zorgkantoor dat het pgb verstrekt. Als de overeenkomst niet kan worden goedgekeurd omdat er gebreken aan kleven, bericht de SVB of de budgetverstrekker de aanvrager hierover ofwel met een verzoek tot herstel ofwel door de overeenkomst af te wijzen met een uitnodiging om een nieuwe, correcte overeenkomst toe te zenden.

Beoogd is dat met de invoering van het PGB 2.0-systeem1 door zorgkantoor (of een college van burgemeester en wethouders als het gaat om de Wmo 2015 of de Jeugdwet) die budgetverstrekker de hierboven beschreven goedkeuring van de zorgovereenkomst door de SVB overneemt. Het zorgkantoor wordt dan dus verantwoordelijk voor zowel de (zorg)inhoudelijke als de fiscale en arbeidsrechtelijke beoordeling van de zorgovereenkomst. Hierdoor is er nog maar één goedkeuringsbesluit ten aanzien van de zorgovereenkomst.

De invoering van het overnemen van deze taak zal zorgvuldig en stapsgewijs plaatsvinden. Deze wijze van invoering brengt mee dat de verschuiving van de goedkeuring van overeenkomsten van de SVB naar de zorgkantoren en colleges, per gemeente zal plaatsvinden.

Dit besluit regelt dat CZ Zorgkantoor B.V. in de regio Zeeland de goedkeuringsbevoegdheid overneemt van de SVB per 9 september 2019. Zij hebben hier tevens schriftelijk om verzocht. Gemeente Westland en de zorgkantoren DSW en Zilveren Kruis (regio Flevoland) zijn hierin reeds voorgegaan.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, H.M. de Jonge


X Noot
1

Zie Kamerstukken II 2018–2019, 25 657 nr. 314

Naar boven