Besluit van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 13 juli 2022, nr. 31980452, tot buitentoepassinglating van op archiefbescheiden rustende openbaarheidsbeperkingen als bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de Archiefwet 1995, ten behoeve van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en het Expertisecentrum Restitutie (Besluit buitentoepassinglating openbaarheidsbeperkingen RCE en ECR)

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Handelende in overeenstemming met het gevoelen van de ministerraad;

Gelet op artikel 15, derde lid, van de Archiefwet 1995;

Besluit:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In dit besluit wordt verstaan onder:

Minister:

Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;

restitutie:

teruggave aan de oorspronkelijke eigenaar of aan diens rechtsopvolgers krachtens erfrecht van cultuurgoederen, waarvan de oorspronkelijke eigenaar het bezit onvrijwillig, door omstandigheden die direct verband hielden met het naziregime, heeft verloren.

Artikel 2. Buitentoepassinglating openbaarheidsbeperkingen

Indien de navolgende personen inzage behoeven in archiefbescheiden die in een rijksarchiefbewaarplaats of in de algemene rijksarchiefbewaarplaats berusten, blijven de eventueel op die archiefbescheiden rustende openbaarheidsbeperkingen, bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de Archiefwet 1995, jegens hen buiten toepassing:

  • a. medewerkers, werkzaam bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, voor zover het inzage door hen betreft ten behoeve van de bij de dienst belegde taak tot het doen van structureel onderzoek naar en het geven van voorlichting over de herkomst van cultuurgoederen die in het bezit zijn van de Nederlandse Staat en deel uit maken van de Nederlands Kunstbezit-collectie; en

  • b. medewerkers van het Expertisecentrum Restitutie bij het NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust en Genocidestudies, voor zover het inzage door hen betreft ten behoeve van in opdracht van de Minister uit te voeren feitenonderzoek naar de herkomst van een cultuurgoed na gezamenlijk verzoek daartoe van de huidig bezitter van het cultuurgoed en degene die uit oogpunt van restitutie belang stelt te hebben bij het doen van dat feitenonderzoek.

Artikel 3. Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Artikel 4. Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit buitentoepassinglating openbaarheidsbeperkingen RCE en ECR.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, G. Uslu

TOELICHTING

In reactie op het advies Streven naar rechtvaardigheid 1 heeft het vorige kabinet onder meer besloten het zogenoemde structurele herkomstonderzoek te hervatten. In dit onderzoek zullen alle objecten in de huidige collectie van na de oorlog naar Nederland teruggebrachte cultuurgoederen, de Nederlands Kunstbezit (NK)-collectie, opnieuw worden bekeken. Hierna zal worden bepaald of er nieuwe aanwijzingen zijn over de herkomst of de oorspronkelijke eigenaren. Hiermee wordt geprobeerd om de objecten weer terug te brengen bij de eigenaren of hun erfgenamen. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) zal, als beheerder van de NK-collectie, dit onderzoek uitvoeren en ook actief mogelijke rechthebbenden gaan benaderen. Dit onderzoek bouwt voort op het uitgebreide herkomstonderzoek van het inmiddels opgeheven Bureau Herkomst Gezocht. Het is in aanvulling op het onderzoek dat nu al wordt gedaan door het Expertisecentrum Restitutie bij het NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust en Genocidestudies van de KNAW (hierna ECR). Verder heeft het vorige kabinet besloten tot het uitbreiden van de helpdeskfunctie van de RCE met het verstrekken van informatie en advies over restitutie aan belanghebbenden en geïnteresseerden. Verwezen zij naar de brief van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (hierna: Minister) van 25 juni 2021.2

In dit verband is het nodig dat de beperkingen die zijn gesteld aan de openbaarheid aan archiefbescheiden die in een rijksarchiefbewaarplaats of in de algemene rijksarchiefbewaarplaats berusten en voor deze medewerkers relevant zijn in het kader van hun nieuwe taken, buiten toepassing worden gelaten op grond van artikel 15, derde lid, van de Archiefwet 1995. Dit besluit strekt daartoe. Hetzelfde geldt voor de medewerkers van het ECR, voor wat betreft twee specifieke taken die zij nu al uitvoeren in het kader van een tussen de Minister en de KNAW gesloten convenant.3 Daarover het volgende. In verband met de oprichting in 2018 van het ECR, ter uitvoering van vorenbedoeld convenant, is bij besluit van 20 september 2018 voorzien in wijziging van het toenmalige Besluit adviescommissie restitutieverzoeken cultuurgoederen en Tweede Wereldoorlog.4 Die wijziging voorzag onder meer in een buitentoepassinglating voor de medewerkers van het ECR van beperkingen die zijn gesteld aan de openbaarheid aan archiefbescheiden die voor deze medewerkers relevant zijn in het kader van feitenonderzoek dat zij verrichten. Daarbij ging het om onderzoek naar de herkomst van cultuurgoederen ofwel in opdracht van de Restitutiecommissie in het kader van een door die commissie uit te brengen advies ofwel om onderzoek in opdracht van de Minister na gezamenlijk verzoek daartoe van de huidig bezitter van een werk en een betrokken derde, al dan niet vooruitlopend op een adviesprocedure bij de Restitutiecommissie.5

Met ingang van 22 april 2021 is voornoemd instellingsbesluit ingetrokken en vervangen door een nieuw instellingsbesluit: het Instellingsbesluit Restitutiecommissie.6 In artikel 6 van dat nieuwe instellingsbesluit is de buitentoepassinglating van beperkingen aan de openbaarheid van voor herkomstonderzoek relevante archiefbescheiden geregeld. De tekst ervan is gebaseerd op artikel 6, vijfde lid, van het oorspronkelijke instellingsbesluit, zoals dat luidde na inwerkingtreding van het besluit van 20 september 2018. Ofschoon met artikel 6 van het nieuwe instellingsbesluit nadrukkelijk geen inhoudelijke wijziging was beoogd, is de toepassing ervan als gevolg van een redactionele herziening onbedoeld beperkt tot het feitenonderzoek dat de medewerkers van het ECR verrichten in opdracht van de Restitutiecommissie. Met dit besluit wordt de omissie hersteld.

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, G. Uslu


X Noot
1

Kamerstukken II 2020/2021, 25 839, nr. 47.

X Noot
2

Kamerstukken II 2020/2021, 25 839, nr. 49.

X Noot
3

Convenant van 2 juli 2018 inzake de oprichting van het Expertisecentrum Restitutie Cultuurgoederen en Tweede Wereldoorlog bij het NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust en Genocidestudies van de KNAW (Stcrt. 2018, 42814).

X Noot
4

Besluit van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en de Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media van 20 september 2018, nr. 1381345 tot wijziging van het Besluit adviescommissie restitutieverzoeken cultuurgoederen en Tweede Wereldoorlog in verband met de oprichting van een Expertisecentrum Tweede Wereldoorlog en Restitutieverzoeken, alsmede enkele technische aanpassingen (Stcrt. 2018, 54468).

X Noot
5

Oorspronkelijk voorzag de procedure van dit laatste type onderzoek erin, dat de secretaris van de Restitutiecommissie in de hoedanigheid van functionaris van de Minister gemachtigd was het onderzoek uit te zetten bij het ECR. Verwezen zij naar paragraaf 4 van het algemeen deel van de toelichting op het besluit van 20 september 2018. Inmiddels is gekomen tot andere werkafspraken en kunnen een huidige bezitter en een betrokken derde hun indienen bij de RCE.

Naar boven