Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en SportStaatscourant 2021, 2338Besluiten van algemene strekking

Regeling van de Ministers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, van Justitie en Veiligheid en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 12 januari 2021, kenmerk 1810289-216884-WJZ, tot wijziging van de Tijdelijke regeling maatregelen covid-19 in verband met het verlengen van het maatregelenpakket

De Ministers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, van Justitie en Veiligheid en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

Handelende in overeenstemming met de Ministers van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, van Economische Zaken en Klimaat, van Infrastructuur en Waterstaat en van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

Handelende in overeenstemming met het gevoelen van de ministerraad;

Gelet op de artikelen 58e, eerste lid, 58f, vijfde lid, 58g, eerste lid, 58h, eerste lid, 58j, eerste lid, aanhef en onder b en d, 58p, tweede en derde lid, aanhef en onder a, 58q, eerste lid, en 58r, tweede lid, aanhef en onder a, van de Wet publieke gezondheid;

Besluiten:

ARTIKEL I

De Tijdelijke regeling maatregelen covid-19 wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 1.1 wordt in de definitie van instelling voor primair onderwijs na ‘school of speciale school voor basisonderwijs als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs’ ingevoegd ‘en een school of instellingen voor speciaal onderwijs als bedoeld in de Wet op de expertisecentra’.

B

Na artikel 2.5 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 2.6 Luchthavens

De veiligeafstandsnorm geldt niet voor personen tijdens en op de locatie van het inchecken, de beveiligings- en grensprocessen en het boarden op een luchthaven, voor zover deze activiteiten niet op gepaste wijze kunnen worden uitgevoerd met inachtneming van de veilige afstand.

C

Aan artikel 2a.1, tweede lid, wordt onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel b door een puntkomma een onderdeel toegevoegd, luidende:

  • c. personen in door het college van burgemeester en wethouders aangewezen stemlokalen als bedoeld in artikel J 4 van de Kieswet of andere locaties die worden gebruikt ten behoeve van de uitvoering van een verkiezing als bedoeld in de Kieswet dan wel de Tijdelijke wet verkiezingen covid-19.

D

In de artikelen 3.1, derde lid, 4.a1, eerste lid, 4.4, vierde lid, 5.1, vijfde en zesde lid, en 6.8, zevende lid, wordt ’19 januari 2021’ telkens vervangen door ‘9 februari 2021’.

E

Artikel 4.a1, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. Aan onderdeel c wordt toegevoegd ‘, uitsluitend voor die functie’.

2. Aan onderdeel i wordt toegevoegd ‘die diervoeding en dierbenodigdheden verkopen, uitsluitend voor die functie’.

3. Aan onderdeel r wordt toegevoegd ‘, uitsluitend voor die functie’.

4. Onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel gg door een puntkomma worden twee onderdelen toegevoegd, luidende:

  • hh. locaties waar gevaccineerd wordt tegen of getest wordt op het virus SARS-CoV-2, uitsluitend voor die functie;

  • ii. locaties die worden gebruikt ten behoeve van de uitvoering van een verkiezing als bedoeld in de Kieswet dan wel de Tijdelijke wet verkiezingen covid-19, uitsluitend voor die functie.

F

In artikel 4.3 wordt na ‘fietsenstalling’ ingevoegd ‘, door het college van burgemeester en wethouders aangewezen stemlokaal als bedoeld in artikel J 4 van de Kieswet of andere locatie die wordt gebruikt ten behoeve van de uitvoering van een verkiezing als bedoeld in de Kieswet dan wel de Tijdelijke wet verkiezingen covid-19,’.

G

Artikel 4.5 wordt als volgt gewijzigd:

1. Voor de tekst wordt de aanduiding ‘1.’ geplaatst.

2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 2. Indien een winkel als stemlokaal dient of wordt gebruikt ten behoeve van de uitvoering van een verkiezing als bedoeld in de Kieswet dan wel de Tijdelijke wet verkiezingen covid-19, geldt het eerste lid niet voor zover het de uitvoering van de verkiezingen betreft.

H

Artikel 6.4, vierde lid, komt te luiden:

  • 4. Het derde lid geldt niet tot en met 9 februari 2021.

I

In artikel 6.7a, eerste lid, en artikel 6.7b, eerste lid, wordt ‘aan de vervoerder’ telkens vervangen door ‘aan de aanbieder van het vervoer en aan een toezichthouder’ en wordt na ‘Frans’ telkens ingevoegd ‘, Italiaans, Portugees,’.

J

Artikel 6.8 wordt als volgt gewijzigd:

1. De aanduiding ‘3.’ voor het eerste lid wordt vervangen door de aanduiding ‘1.’.

2. In het zevende lid wordt na ‘Wet maatschappelijke ondersteuning 2015’ ingevoegd ‘, Wet forensische zorg, Wet publieke gezondheid, Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg’.

K

Na paragraaf 6.6 wordt een paragraaf ingevoegd, luidende:

§ 6.7 Bezettingsgraad logementen

Artikel 6.12 Bezettingsgraad logementen
  • 1. De beheerder van een plaats waar tegen betaling verblijf wordt aangeboden aan personen die niet als ingezetene zijn ingeschreven in de basisregistratie personen met een adres in de gemeente waar dit verblijf wordt aangeboden, biedt geen verblijf aan, aan meer dan vier personen van dertien jaar en ouder per verblijfplaats, tenzij het gaat om personen als bedoeld in artikel 58g, tweede lid, van de wet.

  • 2. In afwijking van het eerste lid wordt van 20 januari 2021 tot en met 9 februari 2021 in het eerste lid in plaats van ‘vier personen’ gelezen ‘twee personen’.

L

Bijlage 1 wordt als volgt gewijzigd:

1. Na ‘forensische klinieken’ wordt ingevoegd ‘en (uitvoerings)organisaties die werkzaam zijn binnen de justitie- en strafrechtketen’.

2. Onder vervanging van de punt aan het slot van het laatste opsommingsteken door een puntkomma, wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:

  • democratische processen (Staten-Generaal, provincies, gemeenten en waterschappen), zoals vergadering door en verkiezing van volksvertegenwoordigers.

ARTIKEL II

In artikel II, eerste lid, van de Regeling van de Ministers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, van Justitie en Veiligheid en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 14 december 2020 tot wijziging van de Tijdelijke regeling maatregelen covid-19 in verband met een verzwaring van de maatregelen (Stcrt. 2020, 66909) wordt ’20 januari 2021’ vervangen door ’10 februari 2021’.

ARTIKEL III

De Tijdelijke regeling maatregelen covid-19 Bonaire wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 3.4 wordt als volgt gewijzigd:

1. Voor de tekst wordt de aanduiding ‘1.’ geplaatst.

2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 2. Het is verboden zich op door de gezaghebber aan te wijzen plaatsen in groepsverband op te houden in een winkel met meer dan één persoon.

B

Na artikel 3.4 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 3.5 Groepsvorming

Het is verboden zich op door de gezaghebber aan te wijzen plaatsen in publieke, openbare of besloten plaatsen, in groepsverband op te houden met personen die behoren tot verschillende huishoudens.

C

Aan artikel 4.11 wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 3. Op door de gezaghebber aan te wijzen plaatsen is het verboden een casino tussen 02.00 uur en 06.00 uur voor publiek open te stellen.

ARTIKEL IV VERVAL TIJDELIJKE BEPALING

Artikel 6.12, tweede lid, alsmede de aanduiding ‘1.’ voor het eerste lid van artikel 6.12 van de Tijdelijke regeling maatregelen covid-19 vervallen met ingang van 10 februari 2021.

ARTIKEL V INWERKINGTREDING

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, H.M. de Jonge

De Minister van Justitie en Veiligheid, F.B.J. Grapperhaus

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, K.H. Ollongren

TOELICHTING

Algemeen

1. Inleiding

Met deze ministeriële regeling worden enkele wijzigingen aangebracht in de Tijdelijke regeling maatregelen covid-19 (hierna: Trm).

De wijzigingen hebben allereerst tot doel de verzwaring van de maatregelen, zoals die gelden sinds 15 december 2020, te verlengen met drie weken.

Tevens worden enkele wijzigingen aangebracht in verband met de (voorbereiding van de) verkiezing van de leden van de Tweede Kamer ten behoeve van een goede aansluiting op de Tijdelijke wet verkiezingen covid-19 en de daarop gebaseerde uitvoeringsregelgeving die primair de nodige maatregelen voor de verkiezingen regelen.1

Wij gaan hierna in op de verlenging van de maatregelen (§ 2), de noodzaak en evenredigheid (§ 3), de wijziging van de Tijdelijke regeling maatregelen covid-19 Bonaire (§ 4), de verhouding tot gemeentelijke regelgeving (§ 5), de regeling in Europese context (§ 6), de parlementaire zeggenschap en inwerkingtreding (§ 7) en de regeldruk (§ 8). De wijzigingen worden verder toegelicht in het artikelsgewijze deel van deze toelichting.

2. Verlenging maatregelen

Het Outbreak Management Team (OMT) beschrijft in zijn 95e advies het verloop van de epidemie.2

In de eerste 7 dagen van 2021 zijn in totaal 54.117 positief geteste personen gemeld. Gemiddeld was het percentage positieve testen 13,8% bij personen getest in de periode van 30 december 2020 tot 5 januari 2021. De instroom in de ziekenhuizen en op de intensive care (hierna: IC) lijkt sinds kort te dalen, waarbij er rekening moet worden gehouden met de sterk variërende instroom per dag in de afgelopen kerstperiode. De bedbezetting daalt echter nog niet. Het aantal nieuwe locaties en het aantal bewoners van verpleeghuizen en woonzorglocaties dat gemeld wordt met covid-19 lijkt iets af te nemen. Verder meldt het OMT dat de meest recente schatting van het reproductiegetal Rt op 25 december 2020 0,95 besmettingen per geval is. Het duidt op een afname van de mate waarin het virus verspreid wordt.3

Het OMT beschrijft dat de tijdstippen waarop de signaalwaardes worden bereikt onder continuering van het huidige maatregelen pakket en de huidige cijfers tien IC-opnames per dag zijn tegen eind februari, veertig ziekenhuisopnames per dag zijn tegen begin maart, en drie IC-opnames per dag tegen 30 maart 2021. Het seizoenseffect (op grond van temperatuur en luchtvochtigheid) is hierin niet meegenomen, waardoor deze waarden waarschijnlijk iets later worden bereikt.4

Het OMT is van mening dat het aantal besmettingen op dit moment nog steeds erg hoog is, de Rt-waarde maar net onder de 1 is gekomen, en de onzekerheid rondom de mogelijke gevolgen van een toegenomen besmettelijkheid van de nieuwe variant afkomstig uit het Verenigd Koninkrijk (en die uit Zuid-Afrika) die op meerdere plekken in Nederland opduikt, groot is. Volgens het OMT maakt dit laatste, in combinatie met de nog kwetsbare epidemiologische situatie in Nederland, dat het gewenst is, zo niet noodzakelijk, om zo snel mogelijk zo laag mogelijk te komen wat betreft de besmettingen onder de bevolking.5

Dit maakt dat er nu geen ruimte is voor versoepelingen van het maatregelenpakket en dat voortzetting van de huidige maatregelen noodzakelijk wordt geacht.

3. Noodzaak en evenredigheid

De beperkte afname en/of stabilisatie van het aantal besmettingen en de komst van en de toename van het aantal besmettingen met de nieuwe varianten van het virus, maken dat het nodig blijft het aantal contacten buiten huis zoveel als mogelijk te beperken tot alleen cruciale contacten.

Met een verlenging van het maatregelenpakket blijven met name de bewegingsvrijheid, de persoonlijke levenssfeer en het recht op eigendom ingeperkt. De grondslag hiervoor is gelegen in de artikelen, genoemd in de considerans van deze regeling. Gelet op de ontwikkeling van het epidemiologische beeld, zijn versoepelingen van de maatregelen op dit moment niet mogelijk. Dit rechtvaardigt de verlenging van de maatregelen en maakt het voortzetten van de inperking noodzakelijk en evenredig.

Gelet op het gewicht van de maatregelen is de duur van de maatregelen in de tijd beperkt tot en met 9 februari 2021. Naar verwachting zal rond 2 februari 2021 heroverweging kunnen plaatsvinden, op basis van de situatie van dat moment. Zonder tussentijdse besluitvorming over verlenging of aanpassing van de verzwarende maatregelen of een deel daarvan, komen deze te vervallen met ingang van 10 februari 2021.

4. Tijdelijke regeling maatregelen covid-19 Bonaire

Voor risiconiveaus 5 en 6 van het op- en afschalingsplan van Bonaire is een aantal maatregelen over groepsverband per abuis niet meegenomen in de Tijdelijke regeling maatregelen covid-19 Bonaire. Voor het kunnen inzetten van de maatregelen, behorend bij de risiconiveaus 5 en 6 van het op- en afschalingsplan, worden twee maatregelen toegevoegd aan paragraaf 3 van die regeling, die beperkingen stelt aan groepsvorming. Het gaat om een verbod op groepsvorming van meer personen dan behorend tot één huishouden en een verbod op groepsvorming van meer dan één persoon in een winkel.

Ook is een latere sluitingstijd voor casino’s niet meegenomen in de Tijdelijke regeling maatregelen covid-19 Bonaire, zoals wel opgenomen in risiconiveau 2 van het op- en afschalingsplan van Bonaire. Voor het kunnen inzetten van deze maatregel, behorend bij risiconiveau 2 van het op- en afschalingsplan, wordt de latere sluitingstijd voor casino’s toegevoegd aan paragraaf 4, waarin regels zijn opgenomen over de openstelling van publieke plaatsen. Het gaat om de maatregel om casino’s tussen 02.00 en 06.00 uur gesloten te kunnen houden voor publiek.

5. Verhouding tot gemeentelijke regelgeving

In de toelichting van de wijzigingsregeling tot verzwaring van de maatregelen is aangegeven dat in de fase waarin de bestrijding van het virus zich bevindt, lokaal maatwerk van de burgemeester slechts zeer beperkt kan worden toegepast (Stcrt. 2020, 66909). Vrijwel alle gemeenten zitten in een hoog inschalingsniveau, het aantal besmettingen ligt hoog en de druk op de zorg is groot. Dat is op het moment van het vaststellen van de onderhavige ministeriële regeling onverminderd het geval. Met deze verlenging van de maatregelen wordt geen wijziging aangebracht in de mogelijkheden tot lokaal maatwerk en de verhouding tot gemeentelijke regelgeving.

6. Regeling in Europese context

Dienstenrichtlijn

Bij het stellen van regels over diensten, zoals capaciteitsbeperkingen aan overnachtingsplaatsen, moet de Dienstenrichtlijn6 in acht worden genomen. Op grond van artikel 15, derde lid, van de Dienstenrichtlijn moeten deze regels non-discriminatoir, noodzakelijk op grond van een dwingende reden van algemeen belang en geschikt zijn om het doel te bereiken en niet verder gaan dan nodig is (evenredigheid). Op grond van artikel 4, onder 8, en artikel 16, derde lid, van de Dienstenrichtlijn kwalificeert de bescherming van de volksgezondheid als een dwingende reden van algemeen belang.

De eis aan de bezettingsgraad van logementen is geschikt om het nagestreefde doel te bereiken en gaat niet verder dan nodig is om het gestelde doel te bereiken. Allereerst is van belang dat door de bezettingsgraad te beperken, wordt voorkomen dat grote groepen personen samenkomen. De beperking van groepsgrootte is een belangrijke manier om verdere verspreiding van het virus te voorkomen. Daarmee draagt de regel bij aan het zoveel mogelijk beperken van verspreiding van het virus. Daarnaast geldt geen algeheel verbod op de openstelling van logementen, maar enkel een voorwaarde om de bezettingsgraad te beperken. Op deze manier kunnen logementen op verantwoorde wijze geopend blijven, terwijl de risico’s op verspreiding van het virus zo klein mogelijk blijven. De voorgestelde maatregel is daarmee proportioneel.

Ten slotte worden de eisen zonder discriminatie toegepast. Op grond van het voorgaande acht de regering de voorgestelde maatregelen in overeenstemming met de Dienstenrichtlijn.

Artikel 1 van het Eerste Protocol (EP) bij het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM)

De capaciteitsbeperking aan overnachtingsplaatsen, zoals opgenomen in artikel 6.12, raakt aan het recht op eigendom van de aanbieder van de overnachtingsplaatsen. Het recht op eigendom is onder andere beschermd in artikel 1 EP bij het EVRM. Een beperking van het recht op eigendom is gerechtvaardigd indien dit is gebaseerd op een wettelijk voorschrift en in het algemeen belang noodzakelijk is, in het bijzonder met het oog op sociale en economische doelstellingen. Een maatregel is in het algemeen belang noodzakelijk indien de belangenafweging tussen enerzijds het algemeen belang dat met de inmenging gediend wordt en anderzijds de belangen van de eigenaar ten aanzien van wie de inmenging plaatsvindt, leidt tot een redelijke balans (‘fair balance’), waarbij de maatregel ook dient te voldoen aan de eis van proportionaliteit. De jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens leert dat het de lidstaten een ruime beoordelingsvrijheid (‘margin of appreciation’) laat om te bepalen of een inmenging in het algemeen belang is en of sprake is van een redelijke balans.

De ernst en omvang van de epidemie zijn de directe oorzaak van de capaciteitsbeperking aan overnachtingsplaatsen. De noodzaak daarvan vloeit in algemene zin voort uit het belang om de volksgezondheid te beschermen en houdt verband met de positieve verplichtingen die voortvloeien uit gezondheidszorg als mensenrecht.7 De capaciteitsbeperking aan overnachtingsplaatsen dient een legitiem doel (bescherming van de volksgezondheid) en is noodzakelijk in een democratische samenleving.

7. Parlementaire zeggenschap en inwerkingtreding

Deze ministeriële regeling wordt in overeenstemming met artikel 58c, tweede lid, Wpg binnen twee dagen nadat zij is vastgesteld aan beide Kamers der Staten-Generaal overgelegd. Zij treedt niet eerder in werking dan een week na deze overlegging. Indien binnen die termijn de Tweede Kamer besluit niet in te stemmen met de regeling, vervalt zij van rechtswege.

8. Regeldruk

Deze regeling heeft geen nieuwe gevolgen voor de regeldruk voor burgers, bedrijven/instellingen of professionals, omdat het een verlenging betreft van het huidige maatregelenpakket.

Het Adviescollege toetsing regeldruk (ATR) heeft het dossier niet geselecteerd voor een formeel advies, omdat het slechts beperkt gevolgen voor de regeldruk heeft.

Artikelsgewijs

Artikel I

Onderdeel A

Onderdeel A herstelt een omissie. In de definitiebepaling wordt verduidelijk wat onder primair onderwijs wordt verstaan. Naast basisonderwijs en speciaal basisonderwijs gaat het ook om speciaal onderwijs.

Onderdeel B

Op luchthavens kan op bepaalde plekken grote drukte ontstaan, waardoor het in acht nemen van de veilige afstand niet altijd tot de mogelijkheden behoort. Dit doet zich voor op plekken waar reizigers geclusterd samenkomen, omdat zij handelingen moeten verrichten die essentieel zijn voor het reisproces. De locaties waar het om gaat zijn de inchecklocatie, de locatie waar de beveiligings- en grensprocessen plaatsvinden en de locatie van het boarden. Omdat voldoende afstand houden niet altijd tot de mogelijkheden behoort, namelijk bij grote drukte, is het noodzakelijk een uitzondering te maken op de veiligegafstandsnorm voor personen op deze locaties, voor zover zij de veilige afstand niet in acht kunnen nemen. Dit laatste betekent dat op rustige momenten, wanneer personen wel in staat zijn de veilige afstand tot elkaar in acht te nemen, de veiligeafstandsnorm onverkort van toepassing is. Hetzelfde geldt voor de zorgplicht voor de beheerder van de luchthaven op grond van de artikelen 58k, eerste lid, en 58m Wpg. De beheerder van de luchthaven zal dus, waar dat mogelijk is, ervoor moeten zorgen dat personen de veiligeafstandsnorm in acht kunnen nemen. Deze uitzondering is noodzakelijk, omdat luchthavens piekmomenten kennen, terwijl als de veiligeafstandsnorm onverkort van toepassing is, ook op piekmomenten, het goed en veilig functioneren van luchthavens in het geding komt. Daarnaast zijn personen van dertien jaar en ouder op grond van artikel 2a.1, eerste lid, onder c, Trm verplicht op de desbetreffende plekken een mondkapje te dragen in gebouwen op luchthavens. Doordat personen wanneer zij de veilige afstand niet tot elkaar in acht kunnen nemen een mondkapje dragen, wordt het risico op overdracht van het virus zoveel mogelijk beperkt, terwijl de noodzakelijke processen ook op piekmomenten doorgang kunnen vinden.

Onderdeel C

De maatregelen met betrekking tot de hygiëne en het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen die specifiek nodig zijn voor de verkiezingen zijn primair geregeld in de Tijdelijke wet verkiezingen covid-19.8 Artikel 9, vierde lid, van die wet voorziet in een grondslag voor de plicht een mondneusmasker dan wel een mondkapje te dragen in stemlokalen en op andere locaties die gebruikt worden voor de organisatie en uitvoering van de verkiezingen. Er is voor stembureauleden reeds een beperkte verplichting opgenomen in de Tijdelijke regeling verkiezingen covid-19, en deze wordt voor de Tweede Kamerverkiezingen nog uitgebreid en aangevuld met een verplichting voor andere aanwezigen, waaronder kiezers.9 Dit wordt afgestemd op de adviezen van het RIVM. Die verplichting ziet op stemlokalen, maar ook op andere locaties waar onderdelen van het verkiezingsproces plaatsvinden, onder andere locaties waar briefstembureaus de vooropening doen en tellen, de zitting van het gemeentelijk stembureau, hoofdstembureau en centraal stembureau, en de stemopneming wanneer dit op een andere locatie plaatsvindt. De mondkapjesverplichting die op grond van die bijzondere regelgeving specifiek geldt voor verkiezingslocaties verschilt op twee aspecten van de algemene mondkapjesverplichting die is geregeld in de Tijdelijke regeling maatregelen covid-19. In de eerste plaats schrijft de Tijdelijke regeling verkiezingen covid-19 voor stembureauleden een chirurgisch mondneusmasker voor. Ten tweede is het toezicht op de naleving van deze plicht in stemlokalen op een andere wijze geregeld, namelijk bij de stemlocaties zelf. Vanwege deze verschillen is het nodig om in de onderhavige regeling verkiezingslocaties uit te zonderen van de algemene mondkapjesverplichting. Dat betekent dat de mondkapjesverplichting en het toezicht op de naleving daarvan op locaties die gebruikt worden voor de organisatie en uitvoering van verkiezingen geheel geregeld wordt bij of krachtens de Tijdelijke wet verkiezingen covid-19.

Onderdelen D en H

Zoals in paragraaf 2 van het algemene deel van de toelichting is toegelicht, worden de huidige maatregelen verlengd tot en met 9 februari 2021. In een aantal bepalingen is de werkingsduur van de maatregelen opgenomen. Deze werkingsduur moet, gelet op de verlenging van de maatregelen, aangepast worden. De onderdelen D en H strekken ertoe dit te regelen.

Onderdeel E

Het eerste en derde subonderdeel verduidelijken dat de openstelling van deze publieke plaatsen alleen geldt voor de uitoefening van die functie.

Het tweede subonderdeel van onderdeel E verduidelijkt wat wordt verstaan onder een dierspeciaalzaak. Dit betreft niet alleen de verkoop van diervoeding, maar ook de verkoop van dierbenodigdheden, zoals medicijnen. De dierenspeciaalzaak mag alleen open voor de uitoefening van die functies.

Locaties waar personen getest worden op of gevaccineerd worden tegen SARS-CoV-2 (hierna: het virus) kunnen zich in publieke plaatsen bevinden. Vanzelfsprekend moeten deze locaties geopend blijven om het virus zo goed mogelijk te bestrijden. Om die reden worden deze locaties toegevoegd aan de uitzonderingen op de sluiting van publieke plaatsen. Dat is geregeld in het vierde subonderdeel van onderdeel E. Test- en vaccinatielocaties bevinden zich in verschillende publieke plaatsen, zoals in hotels of cafés. Deze locaties mogen, voor zover zij gesloten moeten zijn, alleen geopend zijn voor de functie van test- of vaccinatielocatie.

Locaties die worden gebruikt ten behoeve van de uitvoering van de verkiezingen worden eveneens uitgezonderd van de sluiting van publieke plaatsen. In artikel 58h, tweede lid, onder a, van de wet is reeds opgenomen dat stemlokalen niet voor het publiek kunnen worden gesloten. Met de toevoeging van dit subonderdeel, geldt dit ook voor andere verkiezingslocaties, zoals locaties waar briefstembureaus de vooropening doen en tellen, de zitting van het gemeentelijk stembureau, hoofdstembureau en centraal stembureau, en de stemopneming wanneer dit op een andere locatie plaatsvindt. Deze locaties kunnen zich bevinden in publieke plaatsen en mogen in dat geval geopend zijn uitsluitend voor functies ten behoeve van het verkiezingsproces.

Onderdeel F

Een aantal doorstroomlocaties fungeert als stemlokaal als bedoeld in artikel J 4 van de Kieswet of als andere locatie die wordt gebruikt ten behoeve van de uitvoering van een verkiezing als bedoeld in de Kieswet dan wel de Tijdelijke wet verkiezingen covid-19. Onder de huidige regeling dienen doorstroomlocaties gesloten te zijn, behoudens enkele uitzonderingen omschreven in artikel 4.3. Doorstroomlocaties die dienen als stemlokalen of als andere locatie die wordt gebruikt ten behoeve van de uitvoering van een verkiezing worden opgenomen als uitzondering onder artikel 4.3. Zulke locaties mogen dus worden geopend.

Onderdeel G

Artikel 4.5 schrijft voor dat een winkel tussen 20.00 uur en 06.00 uur niet voor publiek wordt opengesteld, met uitzondering van een winkel in de levensmiddelenbranche. Winkels die dienen als stemlokaal of die gebruikt worden ten behoeve van andere functies bij de uitvoering van een verkiezing moeten ruimere openingstijden hebben dan beschreven in artikel 4.5 voor zover het de uitvoering van de verkiezingen betreft. Bij verschillende stemlokalen is het immers mogelijk om ook na 20.00 uur nog een stem uit te brengen. De winkel mag niet voor een andere functie na 20.00 uur geopend zijn, zoals de verkoop van producten. Tevens voorziet het wetsvoorstel tot wijziging van de Tijdelijke wet verkiezingen covid-19 ten behoeve van de verkiezing van de leden van de Tweede Kamer in 2021 (Tijdelijke wet Tweede Kamerverkiezing covid-19) in een grondslag voor het aanwijzen van afgiftepunten,10 waarvoor de ruimerere openingstijden ook nodig zijn. Het tellen van de stemmen, dat voor publiek toegankelijk moet zijn, kan evenmin voor 20.00 uur afgerond worden, dus ook voor deze activiteiten dient de winkel ruimere openingstijden te hanteren voor zover het gaat om de organisatie van verkiezingen. Hiertoe dient de uitzondering omschreven in het tweede lid.

Onderdeel I

Onderdeel I regelt dat een reiziger een negatieve testuitslag ook aan een toezichthouder moet kunnen tonen. De wijziging sluit aan bij de nieuwe tekst van artikel 58p, derde lid, onder a, Wpg, zoals die luidt sinds de desbetreffende Wet van 8 januari 2021 (Stb. 2021, 3).

Verder mag de conclusie van de negatieve testuitslag naast in het Engels, Duits, Frans of Spaans, ook in het Portugees of Italiaans zijn geschreven.

Onderdeel J

Bij de wijziging van artikel 6.8 in verband met een verruiming van de mogelijkheden voor topsporters en het aanbrengen van enkele verbeteringen (Stcrt. 2020, 67209) is per abuis tweemaal een derde lid ingevoegd. Dat wordt met deze wijziging hersteld.

Sinds 15 december 2020 geldt een verbod op de uitoefening van contactberoepen. Hierbij geldt een uitzondering voor medische contactberoepen, waarbij verwezen wordt naar zorg in de zin van de Zorgverzekeringswet, Wet langdurige zorg, Wet maatschappelijke ondersteuning of Jeugdwet. Per abuis was deze verwijzing niet compleet. Deze omissie wordt nu hersteld door de medische contactberoepen die zorg verlenen in de zin van de Wet forensische zorg, Wet publieke gezondheid of Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg toe te voegen aan de uitzonderingen op het verbod op de uitoefening van contactberoepen. In de communicatie is sinds 15 december reeds uitgegaan van een uitzondering op het verbod voor deze medische beroepen.

Onderdeel K

Onderdeel K voegt een nieuwe paragraaf (6.7) met een nieuw artikel (6.12) in.

Om plaatsen waar tegen betaling verblijf wordt aangeboden aan personen die niet als ingezetene zijn ingeschreven in de basisregistratie personen met een adres in de gemeente waar dit verblijf wordt aangeboden (hierna: logementen) op verantwoorde wijze geopend te houden, is het noodzakelijk regels te stellen om de kans op verspreiding van het virus zo klein mogelijk te houden. Om die reden regelt artikel 6.12 dat in logementen geen verblijf aangeboden mag worden aan meer dan vier personen per verblijfplaats, waarbij kinderen tot en met twaalf jaar niet meetellen. Ook zijn personen als bedoeld in artikel 58g, tweede lid, Wpg hiervan uitgezonderd. Met verblijfplaats wordt bedoeld een hotelkamer, een vakantiehuisje en andere zelfstandige eenheden. De grondslag van deze maatregel is gelegen in artikel 58j, eerste lid, onder d, Wpg, op grond waarvan regels gesteld kunnen worden over de maximale capaciteit van een overnachtingsplaats. Op deze manier kunnen de gasten voldoende afstand houden tot elkaar en blijft de groepsgrootte beperkt, hetgeen de kans op verspreiding van het virus aanzienlijk beperkt. De beperking van groepsvorming tot vier personen sluit aan bij het advies van het OMT van 13 oktober 2020.11Het OMT adviseert de groepsvorming te beperken tot een groepsgrootte van vier personen. Dit advies heeft betrekking op personen van dertien jaar en ouder. Artikel 6.12 sluit hierbij aan. Voorbeelden van logementen zijn: hotels, campings, groepsaccommodaties en commercieel verhuurde vakantiehuisjes.

Omdat tot en met 9 februari 2021 een groepsvormingsverbod geldt tot twee personen, geldt tot die tijd ook een plicht om geen verblijf aan te bieden aan meer dan twee personen. Dit regelt het tweede lid van artikel 6.12.

Onderdeel L

Bijlage 1 bevat een lijst van beroepen en processen die cruciaal respectievelijk vitaal zijn. Kinderopvang en onderwijsinstellingen die opvang bieden aan kinderen van ouders die werkzaam zijn in de cruciale beroepen, zoals opgenomen in bijlage 1, mogen opengesteld worden voor publiek. Onderdeel L bevat een verduidelijking van en toevoeging op deze lijst met cruciale en vitale beroepen in bijlage 1. Subonderdeel 1 bevat een verduidelijking van wat verstaan wordt onder noodzakelijke overheidsprocessen. Subonderdeel 2 herstelt een omissie voor, kort gezegd, democratische processen.

Artikel II

Zoals hiervoor toegelicht is de tijdelijke werkingsduur van enkele maatregelen in de desbetreffende bepalingen zelf vastgelegd. Artikel II van de Regeling van de Ministers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, van Justitie en Veiligheid en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 14 december 2020 tot wijziging van de Tijdelijke regeling maatregelen covid-19 in verband met een verzwaring van de maatregelen (Stcrt. 2020, 66909) zorgt ervoor dat de tijdelijk werkende bepalingen nadat zij zijn uitgewerkt uit de Trm verdwijnen. Gelet op de verlenging van deze werkingsduur, moet ook de vervaldatum in artikel II van die regeling aangepast worden. Hiertoe strekt artikel II.

Artikel III

Onderdeel A

Onderdeel A voegt een tweede lid toe aan artikel 3.4 van de Tijdelijke regeling maatregelen covid-19 Bonaire. Op grond van artikel 3.4, tweede lid, heeft de gezaghebber de bevoegdheid plaatsen aan te wijzen waar het niet is toegestaan om zich in groepsverband op te houden met meer dan één persoon in winkels.

De verbodsbepaling richt zich tot elke persoon in het groepsverband. Artikel 58g, eerste lid, Wpg biedt de grondslag voor het stellen van regels omtrent groepsvorming. Een groepsverband is een aantal min of meer bijeen horende personen, waarbij kennelijk sprake is van een zekere samenhang of omstandigheid waardoor die mensen bij elkaar zijn (artikel 58a, eerste lid, Wpg).

In artikel 58g, tweede lid, Wpg staat een aantal wettelijke uitzonderingen op het groepsvormingsverbod.

Vanaf risiconiveau 5 kan deze beperking worden gesteld aan de groepsgrootte in winkels. Deze beperking geldt ook in essentiële winkels. De grootschalige verspreiding van het virus maakt het noodzakelijk om de contactmomenten aanzienlijk te beperken. Het verder beperken van het aantal contacten dat mensen hebben, is van essentieel belang. Ook is het eenvoudiger de veilige afstand te houden tot andere personen in winkels, als minder personen in de winkel aanwezig zijn. De gezaghebber dient bij zijn afweging de vereisten van noodzakelijkheid en proportionaliteit in acht te nemen.

Onderdeel B

Onderdeel B voegt een artikel 3.5 in. Op grond van dit artikel is het verboden zich in groepsverband op te houden met meer personen dan behorend tot één huishouden op door de gezaghebber aan te wijzen plaatsen.

Een groepsvormingsverbod draagt bij aan het beperken van het aantal contactmomenten. Ook kan het beperken van de groepsgrootte bijdragen aan het beperken van de omvang van een eventuele uitbraak. Een enkele besmetting kan namelijk vele besmettingen tot gevolg hebben in een (grote) groep. Het beperken van de groepsgrootte heeft ook tot gevolg dat het bron- en contactonderzoek door de afdeling Publieke Gezondheid eenvoudiger is.

Vanaf het moment dat de indicatoren behorend bij risiconiveau 5 bereikt worden, kan deze maatregel worden ingezet. De grootschalige verspreiding van het virus maakt het noodzakelijk om de contactmomenten aanzienlijk te beperken. Het verder beperken van het aantal contacten dat mensen hebben is van essentieel belang. De gezaghebber dient bij zijn afweging de vereisten van noodzakelijkheid en proportionaliteit in acht te nemen.

Onderdeel C

Onderdeel C voegt een derde lid toe aan artikel 4.11. Op grond van artikel 4.11 heeft de gezaghebber de bevoegdheid om plaatsen aan te wijzen waar het alleen onder voorwaarden toegestaan is casino’s geopend te hebben voor publiek.

Op grond van het tweede lid heeft de gezaghebber de bevoegdheid om plaatsen aan te wijzen waar casino’s vervroegd moeten sluiten, namelijk om 22.00 uur of 00.00 uur. Onderdeel C voegt een derde lid toe, op grond waarvan de gezaghebber de bevoegdheid heeft om plaatsen aan te wijzen waar casino’s vervroegd moeten sluiten, namelijk om 02.00 uur. De vervroegde sluitingstijd draagt bij aan minder contactmomenten en een beperking in het gebruik van alcohol. Deze maatregel kan worden ingezet vanaf het besmettingsrisico behorend bij risiconiveau 2. De gezaghebber dient bij zijn afweging de vereisten van noodzakelijkheid en proportionaliteit in acht te nemen.

Artikel IV

Tijdelijk geldt een groepsvormingsverbod voor meer dan twee personen. Dit werkt door in artikel 6.12, tweede lid, Trm op grond waarvan geen reserveringen van meer dan twee personen aangenomen mogen worden. Gelet op het gewicht van deze maatregel is de duur van de maatregel in de tijd beperkt tot ten minste 9 februari 2021. De tijdelijke werkingsduur is in de desbetreffende bepaling zelf vastgelegd. Artikel IV zorgt ervoor dat de tijdelijk werkende bepaling nadat deze is uitgewerkt uit de regeling verdwijnt. Zonder tussentijdse besluitvorming over verlenging of aanpassing van de maatregel of een deel daarvan, loopt de maatregel dus af op 9 februari 2021.

Artikel V Inwerkingtreding

Deze ministeriële regeling wordt in overeenstemming met artikel 58c, tweede lid, Wpg binnen twee dagen nadat zij is vastgesteld aan beide Kamers der Staten-Generaal overgelegd. De regeling treedt niet eerder in werking dan een week na deze overlegging. Gelet op een slagvaardige bestrijding van de epidemie, treedt deze regeling onmiddellijk na die week in werking, tenzij de Tweede Kamer besluit niet in te stemmen met de regeling. Hierbij wordt afgeweken van de zogeheten vaste verandermomenten en de minimuminvoeringstermijn van drie maanden.12

Op grond van artikel 8.1 Trm vervalt die regeling op het tijdstip waarop hoofdstuk Va Wpg vervalt. Het gaat hier om een uiterste vervaldatum. Als de noodzaak al eerder ontvalt aan deze regeling of onderdelen ervan, zal de regeling eerder worden ingetrokken of aangepast. In artikel 58c, zesde lid, Wpg is immers geëxpliciteerd dat maatregelen zo spoedig mogelijk worden gewijzigd of ingetrokken als deze niet langer noodzakelijk zijn.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, mede namens de Minister van Justitie en Veiligheid en de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, H.M. de Jonge


X Noot
2

OMT-advies n.a.v. 95e OMT, 11 januari 2021.

X Noot
3

OMT-advies n.a.v. 95e OMT, 11 januari 2021.

X Noot
4

OMT-advies n.a.v. 95e OMT, 11 januari 2021.

X Noot
5

OMT-advies n.a.v. 95e OMT, 11 januari 2021.

X Noot
6

Richtlijn 2006/123/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende diensten op de interne markt (PbEU 2006, L 376).

X Noot
7

Zie artikel 22 van de Grondwet, artikel 12 van het Internationaal verdrag inzake economische en sociale en culturele rechten, artikel 11 van het Europees Sociaal Handvest en artikel 35 van het Europees Handvest van de grondrechten van de Europese Unie.

X Noot
8

Stb. 2020, 426.

X Noot
10

Het voorgestelde artikel 11d, Kamerstukken II 2020/21, 35 654, nr. 2.

X Noot
11

OMT-advies n.a.v. 80e OMT, 13 oktober 2020.

X Noot
12

Vgl. Kamerstukken II 2019/20, 35 526, nr. 3, artikelsgewijze toelichting op artikel X.